CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Motivering TAM-omgevingsplan Schapendijk 9 Arriën

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente OmmenBij agendapunt: Vaststellen TAM-omgevingsplan Schapendijk 9 Arriën (987420)9.413 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Conclusie Vanuit het aspect flora en fauna zijn er geen belemmeringen voor onderhavig initiatief, zoals blijkt uit het natuurwaardenonderzoek (bijlage 2). en de stikstofdepositieberekeningen (bijlage 3).

4.15.

Milieubelastende activiteiten

Wettelijk kader De Omgevingswet zorgt voor een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving. In de Omgevingswet worden het ruimtelijk spoor en het milieuspoor verder geïntegreerd. Het gemeentelijke omgevingsplan is straks hét instrument waarin deze integratie op lokaal niveau plaatsvindt. Het beleid stelt zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Overal, maar voornamelijk ter plekke van bedrijven, kunnen milieubelastende activiteiten plaatsvinden die hinder opleveren voor gevoelige functies, zoals woningen. Daarom is het belangrijk om voldoende afstand te houden. Wat voldoende afstand is, is afhankelijk van de aard van de activiteiten. Meestal is geluid de belangrijkste factor, maar ook geur kan de afstand tot gevoelige functies bepalen. Gemeenten kunnen binnen de bandbreedte die het rijk geeft zelf bepalen wat aanvaardbare afstanden of aanvaardbare geluid- of geurhinderniveaus zijn. Voor het bepalen welke activiteiten aanvaardbaar zijn, kan de VNG uitgave ‘Handreiking activiteiten en milieuzonering’ uit 2024 worden geraadpleegd. Kern van deze publicatie is om de toelating van bedrijven te reguleren op basis van een voor een locatie beschikbaar gestelde milieuruimte per bedrijf, aan de hand van concrete milieuwaarden.

Niet meer met een vaste richtafstand per bedrijfstype, maar aan de hand van een concrete waarde per activiteit wordt het ruimtebeslag bepaald.

Beoordeling en conclusie Voor onderhavig project dient te worden getoetst of de planologische wijziging mogelijk belemmeringen veroorzaakt voor bestaande functies in de omgeving en of de nieuwe situatie mogelijk belemmeringen ondervindt als gevolg van de milieuhinder van naburige bedrijven en/of bedrijvigheid. De agrarische bestemming blijft ongewijzigd, maar de aanduiding ‘intensieve veehouderij’ wordt opgeheven. Hierdoor worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden ingeperkt, wat juist leidt tot een reductie van mogelijke milieubelastende activiteiten op deze locatie. Omdat hiermee geen nieuwe milieubelastende activiteiten mogelijk worden gemaakt, ontstaan er geen (nieuwe) belemmeringen

27

voor de directe omgeving. Vanuit het aspect milieubelastende activiteiten zijn er dan ook geen belemmeringen voor onderhavig initiatief.

4.16.

Duurzaamheid

Duurzame leefomgeving Een duurzame leefomgeving is belangrijk voor het goed functioneren van de natuur en mens. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is het van belang te werken aan instandhouding en/of verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving en moet schade en overlast voorkomen worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met toekomstige veranderingen, verwachtingen en onzekerheden; denk daarbij aan klimaatveranderingen. Goede stedenbouwkundige plannen en bouwplannen geven hieraan een passende invulling. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in klimaatbestendigheid en energietransitie.

Klimaatbestendigheid Klimaatverandering is merkbaar en heeft steeds meer een effect op ons dagelijks leven. De zomers worden heter, langer en droger, en áls er regen valt dan komt die vaak in grote hoeveelheden. De winters worden warmer en natter. Dit heeft effect op het woon- en leefklimaat door hittestress, periodes van droogte en een verandering van de biodiversiteit.

Energietransitie Nederland heeft de ambitie om in 2050 energieneutraal te zijn en om de uitstoot van CO2 drastisch te verminderen. Om dit te kunnen realiseren zijn grote en kleine veranderingen nodig: de energietransitie. De omschakeling van het gebruik van fossiele brandstoffen naar meer duurzame vormen van energie is de grootste omslag, maar we zullen er ook bewust van moeten zijn dat we anders moeten gaan kijken naar ons energieverbruik. De energietransitie heeft ook een ruimtelijke inslag: het bestaand stedelijk gebied en buitengebied moeten (steden)bouwkundig worden aangepast en nieuwe ontwikkelingen worden toekomstbestendig ontwikkeld. Dit kan bijvoorbeeld op de volgende wijzen: •

de woningen zullen voldoen aan het Besluit bouwwerken leefomgeving ten aanzien van de energieprestatie;

•

de woningen worden 'aardgasvrij' gebouwd.

Beoordeling en conclusie Met de bouw van de schuur zal worden voldaan aan de wettelijke regelgeving omtrent duurzaam bouwen. Het verminderen van de bebouwing heeft een positief effect op de klimaatbestendigheid van de omgeving.

4.17.

Parkeren en verkeer

Doordat de bouw- en gebruiksmogelijkheden op de locatie Schapendijk 9 worden ingeperkt, zal er geen sprake zijn van een toename aan de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie, en is er derhalve geen belemmering vanuit het aspect parkeren en verkeer.

28

Toelichting wijziging omgevingsplan Arriën/Ommen, Schapendijk 9

4.18.

Kabels en leidingen

Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Planologisch relevante leidingen zijn leidingen waarin de navolgende producten worden vervoerd: •

gas, olie, olieproducten, chemische producten, vaste stoffen/goederen;

•

aardgasleidingen afhankelijk van druk;

•

defensiebrandstoffen;

•

warmte en afvalwater, ruwwater of halffabricaat voor de drink- en industriewatervoorziening met een diameter groter of gelijk aan 18 inch.

Uit het geldende bestemmingsplan ‘buitengebied’ is op te maken dat er geen planologisch relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn. Voor de verdere realisatie van het plan zal indien nodig een KLIC-melding gedaan worden om te achterhalen of er relevante kabels en leidingen in het plangebied of in de directe omgeving daarvan aanwezig zijn.

4.19.

Milieueffectrapportage

Wettelijk kader De wet- en regelgeving omtrent de m.e.r. is geen puur nationale aangelegenheid. De verplichting om in bepaalde gevallen een soort m.e.r. op te stellen volgt uit het Europese recht, te weten de m.e.r.-richtlijn en de Europese richtlijn voor Strategische Milieubeoordeling (hierna: SMB-richtlijn). De m.e.r.-regelgeving wordt onder de Omgevingswet geïmplementeerd in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en hoofdstuk 11 en bijlage V van het Omgevingsbesluit. Aangezien de regelgeving moet blijven voldoen aan de Europese richtlijnen verandert er relatief weinig met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In bijlage V bij het Omgevingsbesluit in 1 lijst zijn zowel de mer-plichtige als de merbeoordelingsplichtige gevallen opgenomen en de daarvoor benodigde besluiten.

Beoordeling en conclusie Voorliggende ontwikkeling komt niet voor in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Een m.e.r.-beoordeling is niet nodig.

29

5.

Juridische aspecten 5.1.

Wijziging Omgevingsplan

Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 zijn alle bestemmingsplannen opgegaan in één gemeentelijk 'omgevingsplan van rechtswege'. Zo ook de voor het voorliggende wijzigingsgebied relevante bestemmingsplannen (bestemmingsplan ‘Buitengebied’, facetherziening parkeren Ommen en parapluplan kleine windmolens). Het omgevingsplan bestaat verder uit de Bruidsschat en een aantal gemeentelijke verordeningen De Bruidsschat betreft een aantal regels die van het rijk zijn overgegaan naar de gemeente. Deze regels zijn verhuisd naar het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente. Het gaat onder andere om regels over bouwwerken en over milieubelastende activiteiten. Dit omgevingsplan van rechtswege kan door de gemeenteraad gewijzigd worden (zie oa art. 2.4 en 22.6 Ow). De voorliggende wijziging beperkt zich tot het 'bestemmingsplandeel' van het omgevingsplan ter plekke van het wijzigingsgebied.

Wijziging omgevingsplan van rechtswege Het besluit tot wijziging van het omgevingsplan bestaat uit drie delen. In het eerste deel wordt gemotiveerd om welke redenen het omgevingsplan wordt gewijzigd. De voorliggende toelichting betreft dit eerste deel. Het geeft een onderbouwing van het besluit. Het motiveert dat met deze wijziging tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties wordt gekomen. Het tweede deel van het besluit bestaat uit de regels die deel gaan uitmaken van het omgevingsplan. Hierin wordt aangegeven op welke wijze de regels van het omgevingsplan worden aangepast. Aangegeven wordt welke regels worden toegevoegd, geschrapt, gewijzigd of vervangen door andere regels. Verder wordt, als onderdeel van de regels, door coördinaten vastgelegd voor welke locatie(s) de regels gelden. Dit wordt ook wel het werkingsgebied genoemd. Het derde deel van het vaststellingsbesluit bestaat uit aanpassingen die worden aangebracht in de geconsolideerde toelichting die bij het omgevingsplan wordt gegeven.

Planregels en werkingsgebied De planregels van het omgevingsplan van rechtswege worden met dit wijzigingsbesluit gewijzigd. De volgende wijzigingen zijn aangebracht: -

30

Het bouwvlak wordt verkleind (zie stippellijn in bijlage 1 voor het bestaande en nieuwe bouwvlak) De aanduiding ‘intensieve veehouderij’ wordt opgeheven

Toelichting wijziging omgevingsplan Arriën/Ommen, Schapendijk 9

6.

Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1.

Economische uitvoerbaarheid

De planontwikkeling komt geheel voor rekening en risico van de initiatiefnemer. De ontwikkeling zal geschieden conform hetgeen bepaald is in de Omgevingswet. De verwezenlijking van het plan is dan ook niet afhankelijk van gemeentelijke investeringen. De kosten voor de ambtelijke afhandeling van de procedure worden verrekend op basis van de daarvoor geldende leges. Voor wat betreft nadeelcompensatie zal de gemeente indien nodig met initiatiefnemer een (anterieure) overeenkomst afsluiten. Het plan wordt dan ook economisch haalbaar geacht.

6.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1. Participatie De eigenaar van Schapendijk 9 heeft de naaste buren aan de Schapendijk 7 ingelicht over de plannen. De buren hebben zeker geen bezwaren en zijn blij voor de eigenaar van Schapendijk 9 met de ontwikkelingen voor het bedrijf. Daarnaast wordt het uitzicht vanuit Schapendijk 7 er ook beter op, er verdwijnen een paar oude schuren, waar een nette wagenloods voor terugkomt, dit is iets wat de bewoners van Schapendijk 7 goed aanstaat.

6.2.2. Procedure Ontwerpfase Het ontwerpwijzigingsplan doorloopt de in Omgevingswet opgenomen formele wijzigingsprocedure. Dit betekent dat het ontwerpwijzigingsplan gedurende zes weken ter inzage wordt gelegd. Eenieder krijgt de gelegenheid voor het indienen van zienswijzen.

Vaststellingsfase Ten aanzien van de ingekomen zienswijzen wordt een gemeentelijk standpunt bepaald in de zienswijzennota. Het resultaat van de zienswijzennota wordt verwerkt in het vast te stellen omgevingsplan. De indieners van de zienswijzen worden hiervan op de hoogte gesteld. De gemeenteraad stelt het omgevingsplan vast. Tot slot is tegen de vaststelling van het omgevingsplan beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

31

Eindconclusie In deze toelichting is gemotiveerd dat de ontwikkeling aan de Schapendijk in Arriën in lijn is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Daarnaast blijkt uit deze onderbouwing dat voldaan wordt aan de instructieregels van het Rijk en de provincie. Om dit te beoordelen zijn alle voor de fysieke leefomgeving aspecten (voor zover relevant) nader onderzocht en afgewogen. Met voorliggende wijziging van het omgevingsplan wordt het bouwvlak verkleind en de aanduiding intensieve veehouderij opgeheven, waardoor de feitelijke situatie wordt vastgelegd. Doordat het initiatief voorziet in het verkleinen van de bouw- en gebruiksmogelijkheden, wordt er een bijdrage geleverd aan het tegengaan van leegstaande agrarische bebouwing in het buitengebied. Ook worden hiermee sloopmeters elders inzetbaar. Alles overwegende is de ontwikkeling aanvaardbaar.

32

Toelichting wijziging omgevingsplan Arriën/Ommen, Schapendijk 9

33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16004075/1