18. Geurgebiedsvisie
Tekst van het document
Onderzoek agrarisch geur - gebiedsvisie
Woningbouw Tolhuisweg fase 2, Witharen Gemeente Ommen
Datum: 21-9-2020 Projectnummer: 150387 Versie: 8.0
INHOUD
1
Inleiding
3
2
Normen en afstanden
4
2.1 2.2 2.3
Wet geurhinder en veehouderij Woon- en leefklimaat Beleid gemeente
4 5 5
3
Toelichting en locatie plan
6
3.1
Locatie in relatie tot normen en afstanden
7
4
Omliggende veehouderijen
9
5
Beoordeling veehouderij Olde Venneweg 3
11
5.1 5.2 5.3
Milieurechten Situaties Omgekeerde werking
11 11 15
6
Woon- en leefklimaat
18
7
Geurgebiedsvisie
21
7.1
Algemeen
21
8
Conclusie
24
Bijlage 1: Berekeningen voorgrondbelasting
3
Bijlage 2: Gebied geurverordening
4
1
Inleiding Het Plaatselijk Belang Witharen heeft de wens uitgesproken voor een tweede fase van de woningbouwontwikkeling aan de Tolhuisweg. Deze is gelegen aan de noordwestzijde van buurtschap Witharen (gemeente Ommen). In de omgeving van het plangebied zijn veehouderijen gelegen. Daarom dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening onderzocht te worden of veehouderijen door het plan niet in hun rechten worden geschaad en of er ter plaatse van de nieuw te realiseren geurgevoelige objecten sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. In dit agrarisch geuronderzoek wordt onderzocht of er door het plan Tolhuisweg Fase 2 geen inbreuk wordt gepleegd op de milieurechten en planologische geurruimte van de omliggende veehouderijen. Tevens wordt onderzocht of ter plaatse van de planontwikkeling een acceptabel woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd als gevolg van de voorgrond- en achtergrondbelasting.
3
2
Normen en afstanden In agrarisch geur zijn er twee verschillende kanten te onderzoeken. De milieurechten en planologische rechten van de veehouderij. En het woon- en leefklimaat bij het geurgevoelig object. Wat de rechten zijn van de veehouderij staat omschreven in de Wet geurhinder en veehouderij. Voor een beoordeling van het woon- en leefklimaat wordt aangesloten bij de “Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij – Aanvulling: Bijlagen 6 en 7.”
2.1
Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor de geurhinder vanuit veehouderijen bij de beoordeling van aanvragen om vergunning in het kader van de Wet milieubeheer. De Wgv stelt normen aan de geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten en stelt minimale afstanden vast van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. Deze normen en afstanden zijn afhankelijk van het type veehouderij, de locatie of deze al dan niet is gelegen in een concentratiegebied en of deze gelegen is binnen dan wel buiten de bebouwde kom. Een geur gevoelige objecten is een gebouw dat is bestemd voor en geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Tuinen vallen dus niet onder de noemer geur gevoelige objecten.
2.1.1
Normen en vaste afstanden In de Wgv worden twee soorten dieren onderscheiden. Dieren met een geuremissiefactor en dieren zonder een geuremissiefactor. Dieren met een geuremissiefactor noemen we Odour Unit-dieren (ou-dieren). Met behulp van de geuremissiefactor kan de geurbelasting van deze dieren op een geurgevoelig object worden berekend. Het totaal aantal dieren en het stalsysteem bepaald de emissie. Dieren zonder een geuremissiefactor noemen we vaste afstand dieren (vadieren). Voor deze dieren geldt een vaste afstand tot de buitenzijde van een geurgevoelig object. Deze vaste afstand staat los van het dierenaantal. Wettelijk gelden de onderstaande normen en afstanden. Tabel 1
Normen en afstanden volgens de Wgv
Dieren ou-dieren va-dieren
Bebouwde kom
Concentratiegebied
Niet-concentratiegebied
3
8 ouE/m
3
3
Buiten
14 ouE/m
Binnen
3 ouE/m
2 ouE/m
Buiten
50 m
50 m
Binnen
100 m
100 m
3
Een gemeente mag gebruik maken van de mogelijkheid die de Wgv biedt om, binnen afgesproken bandbreedtes, af te wijken van de wettelijke normen.
4
2.2
Woon- en leefklimaat Om het woon- en leefklimaat ter plaatse van het geurgevoelig object te beschouwen dient gekeken te worden naar de voorgrond- en achtergrondbelasting. Voor de beoordeling wordt aangesloten bij de “Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij – Aanvulling: Bijlagen 6 en 7.” In deze handreiking is een relatie gegeven tussen de voor- en achtergrondbelasting en de geurhinder weergegeven voor een concentratiegebied en een niet-concentratiegebied. De relaties zijn opgenomen in onderstaande tabellen. Tabel 2
Milieukwaliteitseisen volgens Handreiking Wgv voor een concentratiegebied
Milieukwaliteit
Geurgehinder-
Voorgrondbelasting 3
Achtergrondbelasting 3
den [%]
[ouE/m ]
[ouE/m ]
<5
<1,5
<3
Goed
5 - 10
1,5 – 3,5
3-7
Redelijk goed
10 - 15
3,5 – 6,5
7 - 13
Matig
15 - 20
6,5 - 10
13 - 20
Tamelijk slecht
20 - 25
10 - 14
20 - 28
Slecht
25 - 30
14 - 19
28 - 38
Zeer slecht
30 - 35
19 - 25
38 - 50
Extreem slecht
> 35
> 25
> 50
Zeer goed
Op het gebied van woon- en leefklimaat zijn geen harde eisen, wel worden de waarden als richtlijnen gezien en kan bevoegd gezag hier gemotiveerd in sturen.
2.3
Beleid gemeente De gemeente heeft de verordening geurhinder en veehouderij Vilsteren gemeente Ommen vastgesteld, d.d. 28 februari 2019. Deze geurverordening is een aanvulling op de geurverordening Witharen fase 1, d.d. 27 september 2016 (verordening ‘geurhinder en veehouderij Witharen’). In de geurverordening Vilsteren zijn vast afstanden geregeld nabij de kern Vilsteren. In de geurverordening Witharen is de geurnorm aangepast met betrekking tot de Witharen fase 1. In dit deel is de geurnorm verhoogd van 3 3 naar 4 ouE/m . Dit gebied is gelegen ten zuiden van onderhavig plandeel (zie figuur 1).
5
3
Toelichting en locatie plan Nu Tolhuisweg Fase 1 gebouwd is, heeft de initiatiefnemer samen met Plaatselijk Belang, besloten een vervolg te geven aan de woningbouw in Witharen. Net zoals in fase 1 is de doelstelling voor de tweede fase van de dorpsuitbreiding te bouwen voor jongeren en starters, maar ook voor senioren die kleiner willen bouwen. Er is op dit moment al voldoende vraag om een vervolg op fase 1 te gaan realiseren, waarbij de vraag ook past binnen de doelgroepen. Zo wordt met deze tweede fase van de dorpsuitbreiding een belangrijke bijdrage geleverd aan de leefbaarheid en toekomst van Witharen.
Figuur 1
Ligging plangebied in haar omgeving (rood omlijnd)
Momenteel bestaat het plangebied uit onbebouwde agrarische gronden. In het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Ommen” is het realiseren van woningbouw ter plaatse niet mogelijk. De locatie heeft namelijk de bestemming “Agrarische doeleinden” waarbinnen de woonfunctie niet is toegestaan. Om realisatie van de beoogde
6
dorpsuitbreiding mogelijk te maken dient daarom een nieuw bestemmingsplan te worden vastgesteld.
Figuur 2
Impressie nadere uitwerking toekomstige situatie (bron: Output Projecten B.V.)
Bij de vaststelling van het bestemmingsplan moet worden aangetoond dat sprake is van een haalbare ontwikkeling en een goede ruimtelijke ordening. In dit kader dient onderzocht te worden of op het gebied van geurhinder en veehouderij knelpunten kunnen voordoen en of voldaan kan worden aan de geldende wet- en regelgeving.
3.1
Locatie in relatie tot normen en afstanden Voor de volledigheid, het bestemmingsplan Woningbouw Tolhuisweg fase 2, bestaat uit twee delen, te weten het deel grenzend aan Tolhuisweg fase 1 en het deel Witharenweg 27 waarvoor een rood-voor-rood-regeling wordt getroffen. Het geuronderzoek gaat alleen in op de locatie grenzend aan Tolhuisweg fase 1. De locatie is gelegen in de gemeente Ommen. Deze gemeente valt in een concentratiegebied. Verder wordt het gebied in haar beoogde toekomstige situatie beschouwd als gelegen binnen de bebouwde kom. Daarmee gelden de volgende normen en afstanden voor deze locatie: 3 3 ouE/m voor ou-dieren 100 meter voor va-dieren De gemeente Ommen heeft voor Tolhuisweg Fase 1 gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de Wet geurhinder en veehouderij biedt om, binnen bandbreedtes, af te 3 wijken van de wettelijke normen. Voor Fase 1 geldt een norm van 4 ouE/m voor oudieren. Fase 2 valt buiten dit gebied en hier gelden dus de wettelijke normen en af7
3
standen van 3 ouE/m voor ou-dieren en 100 m voor va-dieren. In onderstaande figuur is deze uitbreiding en onderhavig plangebied weergegeven.
Figuur 3
Impressie nadere uitwerking toekomstige situatie, met aanduiding fase 1, fase 2 en de bestaande bebouwing (bron: Output Projecten B.V.)
8
4
Omliggende veehouderijen De omliggende veehouderijen worden altijd in verschillende schalen bekeken: 2.000 meter; eventueel van invloed voor de achtergrondberekening (oudieren) 500 meter; om te kijken naar de milieurechten en planologische rechten van veehouderijen met ou-dieren (voorgrondberekening, omgekeerde werking) 100 meter; om te kijken naar de milieurechten en planologische rechten veehouderijen met va-dieren (vaste afstand, omgekeerde werking) Door de gemeente Ommen zijn de vergunde geuremissies van alle veehouderijen in een straal van 2 kilometer rondom het plangebied aangeleverd op 17-7-2019. Hiervan zijn er 14 veehouderijen met ou-dieren en 1 veehouderij met enkel va-dieren. In onderstaande tabel zijn hiervan de aangeleverde gegevens van de veehouderijen in een straal van 500 meter rondom het plangebied opgenomen. Figuur 4 laat de ligging van het bouwvlak van de veehouderijen ten opzichte van het plangebied zien. De veehouderijen welke mogelijk relevant zijn voor de milieurechten en planologische rechten van de veehouderij worden in dit onderzoek nader beschouwd. Tabel 3
Overzicht veehouderijen in een straal van 500 m rondom het plangebied
Adres
ou / va-
ouE/s
dieren
Afstand tot
Mogelijk rele-
plangebied
vant
Olde Venneweg 3
va en ou
41.265
circa 200 m
Ja
Witharenweg 8
ou
15.071
circa 470 m
Nee
Gezien de vergunde geuremissie en de afstand tot het plangebied is de veehouderij aan de Witharenweg 8 minder relevant voor het plan. De Olde Venneweg 3 ligt dichter bij het plangebied en heeft een hogere vergunde geuremissie. In het verdere onderzoek wordt ingegaan op deze veehouderij.
9
Figuur 4
Plangebied (rood) met veehouderijen in een straal van 500 m rondom weergegeven (geel omcirkeld)
10
5
Beoordeling veehouderij Olde Venneweg 3 Van de veehouderij aan de Olde Venneweg 3 dienen de milieurechten en planologische rechten beschouwd te worden. Dit gebeurt in onderstaande paragraven.
5.1
Milieurechten De veehouderij heeft sinds 31 maart 2011 een vergunning voor het houden van: 13 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar; 2.482 vleesvarkens, opfokberen en zeugen. Het vrouwelijk jongvee valt onder va-dieren. De vleesvarkens, opfokberen en zeugen vallen onder ou-dieren. De afstand van het bouwvlak van de veehouderij tot de beoogde woningen is ruimschoots meer dan de vaste afstand van 100 meter. Het plan heeft dus geen consequenties voor het houden van vrouwelijk jongvee. De geurbelasting van de vleesvarkens, opfokberen en zeugen wordt hieronder verder geanalyseerd. In de revisievergunning van 2011 staan de volgende uitgangspunten:
Stal 7 is tot op heden niet gebouwd. Bovendien zijn in juli 2018 geuremissiefactoren van bepaalde luchtwasser-systemen opgehoogd. Ze bleken in de praktijk toch minder goed te werken dan eerder aangenomen. Een van deze luchtwasser-systemen is het systeem wat ook in stal 7 beoogd is. Daarmee is de geurfactor en dus de geuremissie hoger dan vergund in 2011. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-201839679.html
5.2
Situaties Vanaf de vergunningaanvraag in 2011 hebben diverse ontwikkelingen plaatsgevonden. In onderstaand overzicht is dit omschreven en is de geurbelasting op relevante geurgevoelige objecten weergegeven.
5.2.1
Huidige aanwezige situatie (situatie 1) Op het moment van het ontwerp-bestemmingsplan Tolhuisweg fase 2 is bij de veehouderij aan de Olde Venneweg 3 nog maar twee stallen aanwezig, te weten stal 5 en 6. De stallen hebben het stalsysteem D.3.100.1 met respectievelijk 346 en 600 dieren. Dit is zoals vergund in 2011. Aangezien bij het bevoegd gezag geen informatie be11
schikbaar is over een wijziging in stalsysteem bij stal 5 en/of stal 6, wordt aangenomen dat dit de huidige situatie is. In tabel 4 zijn de stalgegevens weergegeven. Tabel 4 Stal
Stalgegevens huidig aanwezige situatie (situatie 1) Categorie
Dierenaantal
Geur
X-
Y-
E-
emissie
coördinaat
coördinaat
aanvraag
factor 5
D.3.100.1
346
23
223 003
508 818
7.958
6
D.3.100.1
600
23
223 022
508 814
13.800
In figuur 5 zijn de nabijgelegen geurgevoelige objecten weergegeven. De geurgevoelige objecten Tolhuisweg 12 en 13 zijn bestaande woningen. De geurgevoelige objecten Tolhuisweg 25 en 26 zijn bestaande woningen, geregeld in Tolhuisweg fase 1. De geurgevoelige objecten nieuw, nieuw 1 en nieuw 2 zijn nieuwe geurgevoelige objecten die door middel van dit bestemmingsplan worden geregeld.
Figuur 5
Ligging geurgevoelige objecten in relatie tot veehouderij Olde Venneweg 3
In tabel 5 zijn de resultaten van de berekening van de voorgrondbelasting, huidige aanwezige situatie (situatie 1) weergegeven Tabel 5
Uitkomsten berekeningen voorgrondgeurbelasting Olde Venneweg 3 huidige aanwezige situatie (situatie 1)
Voorgrondbelasting
Geurnorm 3
situatie 1 3
[ouE/m ]
[ouE/m ]
Tolhuisweg 13 (bestaande woning)
3,0
3,8
Tolhuisweg 12 (bestaande woning)
3,0
3,6
Tolhuisweg 26 (woning fase 1)
4,0
4,7
Tolhuisweg 25 (woning fase 1)
4,0
4,6
12
Voorgrondbelasting
Geurnorm
situatie 1
3
3
[ouE/m ] ‘nieuw’ (nieuwe woning, zuid, fase 2)
[ouE/m ]
1
4,7
4,0
1
4,7
4,0
1
4,9
4,0
‘nieuw 1’ (nieuwe woning, noord, fase 2) ‘nieuw 2’ (nieuwe woning, midden, fase 2)
Uit de tabel blijkt dat de huidige geurbelasting op de bestaande woning Tolhuisweg 13 3 3,8 ouE/m bedraagt en dus niet voldoet aan de geurnorm. Op de nieuwe bestaande 3 woning Tolhuisweg 26 geldt een verruimde geurnorm van 4 ouE/m . Hieraan wordt ook niet voldaan. 5.2.2
Feitelijk vergunde situatie 2011 (situatie 2) De feitelijk vergunde situatie uit 2011 voorziet in de realisatie van stal 7. Dit is de uitgangssituatie geweest voor Fase 1. In tabel 6 zijn de geuremissie weergegeven. Tabel 6 Stal
Stalgegevens feitelijk vergunde situatie (situatie 2) Categorie
Dierenaantal
Geur
X-
Y-
E-
emissie
coördinaat
coördinaat
aanvraag
23
223 003
508 818
7.958
factor 5
D.3.100.1
346
6
D.3.100.1
600
23
223 022
508 814
13.800
7
D.3.2.15.4.2
1.536
3.5
223 050
508 794
5.376
In tabel 7 zijn de resultaten van de berekeningen voorgrondbelasting ten gevolge van de feitelijk vergunde situatie (situatie 2) weergegeven.
1
3
Uit dit rapport blijkt, hoofdstuk 5.3, dat voor de woningen fase 2 de geurnorm van 4 ou E/m noodzakelijk is. 13
Tabel 7
Uitkomsten berekeningen voorgrondgeurbelasting Olde Venneweg 3 feitelijk vergunde situatie (situatie 2)
Voorgrondbelasting
Geurnorm 3
Situatie 2 3
[ouE/m ]
[ouE/m ]
Tolhuisweg 13 (bestaande woning)
3,0
5,5
Tolhuisweg 12 (bestaande woning)
3,0
5,3
Tolhuisweg 26 (woning fase 1)
4,0
6,5
Tolhuisweg 25 (woning fase 1)
4,0
6,5
4,0
1
6,7
‘nieuw 1’ (nieuwe woning, noord, fase 2)
4,0
1
6,5
‘nieuw 2’ (nieuwe woning, midden, fase 2)
4,0
1
6,8
‘nieuw’ (nieuwe woning, zuid, fase 2)
Er vindt voor alle geurgevoelige objecten een toename van de geurbelasting toe. Uit 3 de berekeningen blijkt dat de geurbelasting maximaal 6,8 ouE/m bedraagt. 5.2.3
Verandering kengetallen luchtwassers (situatie 3) In juli 2018 geuremissiefactoren van bepaalde luchtwasser-systemen opgehoogd. Ze bleken in de praktijk toch minder goed te werken dan eerder aangenomen. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2018-39679.html. De geuremissiefactoren van het stalsysteem (D.3.100.1) behorende bij stal 5 en 6 zijn niet veranderd in 2018. Daarmee is de vergunde emissie nog steeds hetzelfde. Op stal 7 was een dergelijke luchtwasser opgenomen waarvan de emissiefactor wel veranderd is. Volgens de milieuvergunning uit 2011 heeft de veehouderij aan de Olde Venneweg 3 recht op stal 7 met stalsysteem D.2.15.4.2. en 1.536 dieren. In 2011, op het moment van verlenen van de vergunning, gold hiervoor een geuremissiefactor van 3,5 ou/dier. Deze factor is in 2018 herzien en verhoogd naar 12,7 ou/dier. Met een dierenaantal van 1.536 geeft dat een vergunde geuremissie van 19.507 ouE/s. In tabel 8 is de veranderde geuremissie voor stal 7 opgenomen. Deze situatie is de worst-case situatie. Tabel 8
Stalgegevens vergunde situatie met veranderde kengetal luchtwasser (situatie 3)
Stal
Categorie
Dierenaantal
Geur
X-
Y-
emissie
coördinaat
coördinaat
E-aanvraag
factor 5
D.3.100.1
346
23
223 003
508 818
7.958
6
D.3.100.1
600
23
223 022
508 814
13.800
7
D.3.2.15.4.2
1.536
12,7
223 050
508 794
19.507
In tabel 9 zijn de resultaten van de berekeningen voorgrondbelasting ten gevolge van de vergunde situatie met veranderde kengetallen luchtwassers (situatie 3) weergegeven.
14
Tabel 9
Uitkomsten berekeningen voorgrondgeurbelasting Olde Venneweg 3 vergunde situatie met veranderde kengetal luchtwassers (situatie 3)
Voorgrondbelasting
Geurnorm 3
Situatie 3 3
[ouE/m ]
[ouE/m ]
Tolhuisweg 13 (bestaande woning)
3,0
10,4
Tolhuisweg 12 (bestaande woning)
3,0
9,8
Tolhuisweg 26 (woning fase 1)
4,0
12,2
Tolhuisweg 25 (woning fase 1)
4,0
11,9
4,0
1
12,1
‘nieuw 1’ (nieuwe woning, noord, fase 2)
4,0
1
11,1
‘nieuw 2’ (nieuwe woning, midden, fase 2)
4,0
1
11,8
‘nieuw’ (nieuwe woning, zuid, fase 2)
Uit de tabel blijkt dat in situatie 3 er voor alle benoemde geurgevoelige objecten, een toename van de geurbelasting en is er sprake van een overschrijding van de geurnorm en de verruimde geurnorm. 5.2.4
Overzicht situaties In tabel 10 zijn alle situaties opgenomen. Tabel 10 resultaten alle situaties Voorgrondbelasting
Geurnorm 3
[ouE/m ]
situatie 1
Situatie 2
Situatie 3
Huidig
Vergund
Vergund
3
[ouE/m ]
2011
vanaf 2018 3
[ouE/m ]
Worst case 3
[ouE/m ] Tolhuisweg 13 (bestaande woning)
3,0
3,8
5,5
10,4
Tolhuisweg 12 (bestaande woning)
3,0
3,6
5,3
9,8
Tolhuisweg 26 (woning fase 1)
4,0
4,7
6,5
12,2
Tolhuisweg 25 (woning fase 1)
4,0
4,6
6,5
11,9
4,0
1
4,7
6,7
12,1
‘nieuw 1’ (nieuwe woning, noord, fase 2)
4,0
1
4,7
6,5
11,1
‘nieuw 2’ (nieuwe woning, midden, fase 2)
4,0
1
4,9
6,8
11,8
‘nieuw’ (nieuwe woning, zuid, fase 2)
5.3
Omgekeerde werking Uit de berekeningen blijkt dat voor de bestaande woningen er sprake is van overschrijding van de geurnorm door emissies van Olde Venneweg 3. Dat betekent dat het bedrijf “op slot” zit voor wat betreft geur. Dat betekent dat Olde Venneweg 3 zijn emissiepunt niet in de richting van de nieuwbouwlocatie mag verplaatsen, want dan zou de geurbelasting op nu al overbelaste objecten die ongeveer in dezelfde richting liggen, toenemen. De bestaande geurbelasting is daarom maatgevend. Bij een aanvraag voor 2 een omgevingsvergunning in geval van een overbelaste situatie is artikel 3 lid 4 Wgv
2
Indien de geurbelasting, bedoeld in het eerste lid, groter is dan aangegeven in dat lid, het aantal dieren van één of meer diercategorieën toeneemt, en een geurbelastingreducerende maatregel zal worden toegepast, dan wordt een omgevingsvergunning verleend voor zover het betreft de wijziging van het aantal dieren, voor zover de toename van de geurbelasting 15
van toepassing. Dit betekent dat Olde Venneweg 3 alleen mag uitbreiden indien de geurbelasting op nu al overbelaste objecten afneemt. Het realiseren van nieuwe woningen tussen de veehouderij en de bestaande woningen betekent dat de veehouderij bij een toekomstige vergunningaanvraag een groter deel van de geurbelasting zal moeten terugdringen dan het geval zou zijn zonder nieuwe woningen, immers, de belasting op het dichtstbij gelegen geurgevoelige object neemt als gevolg van het realiseren van de nieuwe woningen toe. Er wordt namelijk dichter bij de veehouderij een nieuw voor geurhinder gevoelig object met geurnorm 3 3 ouE/m gecreëerd. Er moet daardoor meer geïnvesteerd worden in geur reducerende technieken dan zonder nieuwe woningen het geval zou zijn geweest. Deze extra investering is een aantasting van de rechten van de veehouderij op de locatie Olde Venneweg 3. Mogelijke realisatie van nieuwe woningen of andere geurgevoelige objecten binnen het plangebied is daarom op basis van de nu vergunde situatie en geldende normen niet zonder meer mogelijk. De situatie is op te lossen door voor de nieuwe woningen (of enkele daarvan) een hogere geurnorm vast te stellen. De westelijk gelegen nieuw te bouwen woningen liggen ongeveer op dezelfde afstand als de woning op Tolhuisweg 26 en wat dichter bij de veehouderij dan Tolhuisweg 13.
De geurbelasting op Tolhuisweg 13 bedraagt 3 10,4 ouE/m (in de vergunde situatie met aangepaste geuremissiefactoren voor combiluchtwassers). De belangen van de veehouder worden geschaad indien hij zijn bestaande rechten wil benutten voor het aanvragen van een mogelijke nieuwe vergunning, waarbij, door het nemen van geuremissie-reducerende maatregelen, de geuremissie zover terug is gebracht, dat de geurbelasting op Tolhuisweg 13 lager dan 3 3 ouE/m wordt. Op dat moment zou hij niet meer aan de 50/50% regeling hoeven te voldoen bij uitbreiding, voor wat betreft de bestaande voor geurhinder gevoelige objecten. Echter, vanwege de nieuwe voor geurhinder gevoelige objecten, waarvan de 3 westelijk gelegen drie een belasting hebben die dan boven de 3 ouE/m kan liggen, zou de 50/50% regeling nog steeds van toepassing zijn. Dit kan worden voorkomen door een hogere geurnorm vast te stellen voor de woningen in het plangebied Fase 2. In de vergunde situatie (met aangepaste emissiefactoren) bedraagt de voorgrondbe3 lasting op Tolhuisweg 13 10,4 ouE/m . Om uit te komen op een geurbelasting van 3 3 ouE/m zou de geurbelasting met 71,2% moeten dalen (1- 3/10,4). Als de geurbelasting op Tolhuisweg 26 met dezelfde factor van 71,2% daalt ontstaat daar een geurbe3 lasting van 3,4 ouE/m . Op dat moment zou Tolhuisweg 26 het meest beperkende ob3 ject zijn, bij een geurnorm van 3,5 ouE/m .
Daarom is voor Fase 1, waar Tolhuisweg 3 26 onderdeel van uitmaakt, de geurnorm aangepast naar 4 ouE/m . Met die geurnorm is er op Tolhuisweg 26 geen sprake meer van overschrijding en blijft Tolhuisweg 13 het meest beperkende object. Hetzelfde geldt voor de nieuw te bouwen woningen in Fase 2. Indien de geurbelasting op de nieuwe objecten van Fase 2 met 71,2% daalt 3 bedraagt ook daar de geurbelasting maximaal 3,5 ouE/m . De nieuwe objecten zouden daarmee meer beperkend zijn dan Tolhuisweg 13. Net zoals in Fase 1 is dit te voor3 komen door voor de nieuwe objecten een geurnorm van 4 ouE/m vast te stellen. Met die geurnorm blijft Tolhuisweg 13 het meest beperkende object en wordt de veehou-
ten gevolge van die wijziging niet meer bedraagt dan de helft van de vermindering van de geurbelasting die het gevolg zou zijn van de toegepaste geurbelastingreducerende maatregel bij het eerder vergunde veebestand. 16
der niet benadeeld. Dat betekent dat een aanpassing van de geurnorm voor de wo3 3 ningen in het plangebied van 3 ouE/m naar 4 ouE/m zou volstaan om de rechten van de veehouderij aan de Olde Venneweg 3 niet langer te schaden. 3
Bovendien sluit de norm van 4 ouE/m aan bij de eerder voor Fase 1 vastgestelde 3 norm van 4 ouE/m . Dit betekent dat er juist niet op kleine schaal gekeken wordt, maar dat het gebied van de bestaande geurverordening uitgebreid wordt. Het wordt dus als één groter geheel beschouwd. Dit kan door de het plangebied zoals opgenomen in de “Verordening geurhinder en veehouderij Witharen” - vastgesteld op 17 november 2016 - te wijzigen in het plangebied zoals in onderstaande figuur weergegeven. Hierdoor behoudt de gemeente Ommen enkel de twee bestaande geurverordeningen, die van de Tolhuisweg en van Vilsteren, en volgt er geen nieuwe, aparte geurverordening voor Fase 2.
Figuur 5 Nieuwe plangebied ten behoeve van “Verordening geurhinder en veehouderij Witharen” (rood + oranje). In rood is het bestaande plangebied aangegeven.
Conclusie 3 Indien voor de nieuwe woningen in Fase 2 een geurnorm van 4 ouE/m wordt vastgesteld worden de bestaande rechten van de veehouderij Olde Venneweg 3 niet aangetast. Hiermee wordt aangesloten op de bestaande geurverordening zoals deze in Fase 1 is neergelegd. In basis hoeft er geen extra geurverordening te komen maar kan het plangebied van de bestaande geurverordening vergroot worden.
17
6
Woon- en leefklimaat In het kader van het woon- en leefklimaat worden twee verschillende aspecten onderscheiden, namelijk de voorgrondbelasting en de achtergrondbelasting. Bij de beoordeling van het leefklimaat wordt in eerste instantie uitgegaan van de achtergrondbelasting ten aanzien van geurhinder. Dit is de cumulatieve geurbelasting veroorzaakt door alle veehouderijen in de omgeving tezamen. Echter, als de voorgrondbelasting meer dan de helft van de achtergrondbelasting bedraagt is de voorgrondbelasting bepalend voor de beoordeling leefklimaat. Dat is hier het geval. Uit hoofdstuk 4 blijkt namelijk dat er binnen een afstand van 500 meter rondom het plangebied naast de Olde Venneweg 3 nog één veehouder met ou-dieren is gelegen, te weten gelegen aan de Witharenweg 8. Deze ligt op 470 meter van het plangebied, de vergunde geuremissie bedraagt 15.071 ouE/s. Daarmee is de emissie in relatie tot de afstand te gering. Het leefklimaat dient dus beoordeeld te worden op basis van de voorgrondbelasting van Olde Venneweg 3. De geurbelasting op basis van het werkelijk gerealiseerde deel van de vergunning van 3 Olde Venneweg 3 bedraagt 4,7-4,9 ouE/m . Op grond daarvan wordt het leefklimaat beoordeeld als “redelijk goed”.
Door de eventuele uitbreiding met stal 7, zal voor alle bestaande woningen de milieukwaliteit verslechteren en afnemen naar 11,1 tot 12,1 3 ouE/m en een beoordeling van “tamelijk slecht”. De oorzaak hiervan is de verandering van de regeling in de wetgeving (aanpassing geuremissiefactoren van het stalysteem van stal 7). Ten tijde van de vergunde situatie in 2011 zou uitbreiding van stal 7 nog resulteren in een “redelijke goede” milieukwaliteit. 3
Ook een dergelijk hoge geurbelasting van 11,1 tot 12,1 ouE/m is wel afweegbaar gezien de aard van de kern Witharen: de bouw van een beperkt aantal woningen, grenzend aan een kleine kern in een agrarisch gebied, met een menging van woon- en agrarische functies. De gemeente(raad) kan het behoud en versterken van de leefbaarheid van de kern afwegen tegen het niet accepteren van nieuwe woningen met een mindere milieukwaliteit. Het wel of niet voorkomen van klachten (uit de kern Witharen) en het feit dat de geurbelasting bij een verdere ontwikkeling van de veehouderij zal moeten dalen), kan de gemeenteraad in die overweging meenemen. De uiteindelijke afweging ligt bij de gemeenteraad. Die afweging zal onderdeel (moeten) zijn van de overwegingen bij het vaststellen van het bestemmingsplan dat de bouw van de woningen mogelijk maakt. De volgende argumenten kunnen van belang zijn voor de afweging: Het betreft hier een uitbreiding bij een kleine kern in het landelijk gebied, met een menging van functies agrarisch en wonen. Een wat hogere geurbelasting dan die welke voor grote, niet agrarisch verweven bebouwde kommen acceptabel geacht wordt is daarmee afweegbaar. 3 De geurbelasting is weliswaar hoger dan de standaard norm (3 ouE/m ) voor bebouwde kommen uit de Wgv, maar lager dan de standaard norm voor ob3 jecten in het buitengebied van 14 ouE/m .
De Wgv vindt dus een geurbelas3 3 ting van 3 ouE/m voor bebouwde kommen en 14 ouE/m voor het buitengebied default acceptabel. Daarnaast biedt de Wgv de mogelijkheid om de geurnorm voor objecten in de bebouwde kom te verhogen tot maximaal 14
18
3
3
3
ouE/m . Een geurbelasting tot 14 ouE/m voor objecten in de bebouwde kom is daarmee voor de Wgv, onder omstandigheden en mits gemotiveerd, afweegbaar. De geurbelasting is berekend op basis van de vigerende vergunning (met aanpassing geuremissiefactoren voor combiluchtwassers). Dit is tevens de worst-case situatie, een toename van de geurbelasting is in principe niet mogelijk aangezien het bedrijf “op slot” zit. Daarbij is de situatie zo dat de vergunning (uit 2011) niet volledig gerealiseerd is. Stal 7, verantwoordelijk voor ongeveer de helft van de vergunde geuremissie, is tot op heden niet gerealiseerd. De werkelijke geurbelasting veroorzaakt door Olde Venneweg 3 zal daardoor veel lager zijn, zoals berekend in situatie 1, namelijk 4,7 - 4,9 3 ouE/m . Het leefklimaat wordt dan beoordeeld als “redelijk goed.” Of stal 7 ooit nog gerealiseerd wordt, of er vergelijkbare ontwikkelingen plaatsvinden, is niet bekend. Daarbij is het ook nog van belang dat het bedrijf zonder stal 7 3 niet voldoet aan Besluit emissiearme huisvesting (https://wetten.overheid.nl/BWBR0036748/2017-01-01#Artikel5) en daarmee is het niet duidelijk wat er nu feitelijk gehouden kan worden op Olde Venneweg 3. Hoe dan ook, de beoordeling leefklimaat “tamelijk slecht” is op dit moment gebaseerd op een maximale theoretische emissie, waarvan het de vraag is of zij ooit werkelijkheid wordt.
In de woningbouwontwikkeling van Fase 2 worden elf woningen gerealiseerd, drie aan de westelijke zijde van de weg en acht aan de oostelijke zijde. Als 4 kengetal voor het gemiddeld aantal personen per woning wordt 2,2 gehanteerd. Dit betekent dat er naar verwachting circa 24 personen woonachtig zullen zijn in Fase 2. De “Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij, aanvulling: Bijlagen 6 en 7” geeft een percentage geurgehinderden weer aan de hand van de voorgrondbelasting. Bij een voorgrondbelasting tussen de 6,5 en 3 de 10 ouE/m in een concentratiegebied ligt dit percentage tussen de 15 en 3 20 procent. Bij een voorgrondbelasting tussen de 10 en 14 ouE/m zijn in een concentratiegebied tussen de 20 en 25 procent geurgehinderden te verwachten. De drie westelijk gelegen woningen hebben volgens de vergunde situatie 3 (situatie 3) een geurbelasting tussen de 10 en 14 ouE/m , de woningen gelegen aan de oostzijde van de weg hebben een geurbelasting tussen de 6,5 en 3 de 10 ouE/m in de vergunde situatie. Absoluut komt dit in de vergunde situatie dus enkel neer op 4 à 6 personen. In de huidige situatie (situatie 1) ligt het aantal geurgehinderden tussen de 10 en 15%, dit komt neer op 2 à 3 personen voor Fase 2. Daarnaast zijn voor het woon-en leefklimaat naast geur ook andere milieuaspecten van belang.
Zo betreft het een groene omgeving, met veel ruimte, weinig geluidoverlast en weinig lichthinder.
Het Besluit emissiearme huisvestiging is buiten dit onderzoek gehouden, aangezien er op dit moment geen informatie beschikbaar is over het toepassen van luchtwassers bij de veehouderij aan de Olde Venneweg 3. Het eventueel toepassen van luchtwassers op stal 5 en 6 verlaagt de emissie en zorgt daarmee ten alle tijden voor een lagere geurbelasting op de woningen.
4
CBS 2019, Huishoudens; grootte, samenstelling 19
Gezien het bovenstaande kan de gemeente van oordeel zijn dat er sprake is van een voor wat betreft het leefklimaat acceptabele situatie voor de nieuw te bouwen woningen uit Fase 2.
20
7 7.1
Geurgebiedsvisie Algemeen De gemeenteraad is bevoegd om in een verordening een andere waarde of afstand te stellen dan de wettelijke waarden en afstanden van artikel 3 en 4 van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Deze bevoegdheid staat in artikel 6 van de Wgv. De basis van een verordening is een gemeentelijke visie. Op grond van zo'n gebiedsvisie, stelt de gemeenteraad eigen maximaal toegestane waarden en afstanden in de verordening vast. Daarmee bepaalt ze de uitbreidingsmogelijkheden voor veehouderijen én de verwachte geurhinder voor de geurgevoelige objecten. Uit artikel 6 van de Wgv volgt expliciet dat dit ‘bij gemeentelijke verordening' gaat: dus door de gemeenteraad. De eigen waarden en afstanden komen in plaats van de wettelijke normstelling. De gemeente gebruikt die waarden en afstanden bij verlening van de omgevingsvergunning milieu en het toetsen aan artikel 3.115 en verder van het Activiteitenbesluit. De gemeenteraad van Ommen, heeft voor de eerste fase van de uitbreiding van 5 Witharen een geurverordening vastgesteld, d.d. 17 november 2016. Met deze verordening is de wettelijke geurnorm voor de voorgrondbelasting van 3 ouE/m³ gewijzigd naar een gemeentelijke geurnorm van 4 ouE/m³. Deze gemeentelijke geurnorm is enkel van toepassing op de gronden van de eerste fase van de dorpsuitbreiding van Witharen.
Voor de gronden van de tweede fase is dan ook de wettelijke geurnorm van toepassing.
Figuur 7
Impressie nadere uitwerking toekomstige situatie, met aanduiding fase 1, fase 2 en de bestaande bebouwing (bron: Output Projecten B.V.)
5
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2016-67756.html 21
7.2
Geurgebiedsvisie 3
De geldende wettelijke geurnorm van 3,0 ouE/m voor de voorgrondbelasting vormt als gevolg van de nabijgelegen veehouderij aan de Olde Venneweg 3 te Witharen een belemmering om de ruimtelijke ontwikkeling van de tweede fase van de dorpsuitbreiding (circa 11 woningen) mogelijk te maken. In lijn met de planvorming voor de eerste fase van de dorpsuitbreiding van Witharen wenst de gemeente Ommen om de bestaande geurverordening van Witharen uit te breiden. Concreet betekent dit dat de wettelijke geurnorm van 3 ouE/m³ wordt gewijzigd naar een gemeentelijke geurnorm van 4 ouE/m³, net zoals de norm van fase 1. Zo wordt de tweede fase van de dorpsuitbreiding op basis van dezelfde uitgangspunten als de eerste fase mogelijk gemaakt. Uit de resultaten van het geuronderzoek (zie hoofdstuk 5) blijkt dat met de toepassing van een gemeentelijke geurnorm van 4 ouE/m³ de beoogde woningen in het plangebied gerealiseerd kunnen worden. Op basis van deze onderzoeksresultaten wordt ge3 concludeerd dat met de versoepeling van de geurnorm van 3 naar 4 ouE/m een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt, zonder dat dit gevolgen heeft voor het leefklimaat van de beoogde woningen. Daarnaast dient geconcludeerd te worden dat de veehouderij aan de Oude Venneweg 3 niet zal worden beperkt door de voorliggende geurverordening én door de beoogde realisatie van deze woningen.
De overwegingen van de totstandkoming van de geurverordening van de eerste fase van de dorpsuitbreiding van Witharen kunnen ook in voorliggende situatie worden overgenomen. In onderstaand kader zijn deze opgenomen. Overwegende dat: door aanpassing van de geurnorm ter plaatse van de woningbouwlocatie aan de noordwestzijde van de kern van Witharen er geen sprake zal zijn van aantasting van bestaande rechten van omliggende veehouderijen na realisatie van de nieuwe woningen op de uitbreidingslocatie (omgekeerde werking); de voorgestelde versoepeling van de geurnorm zeer gering is ten opzichte van de wettelijk geldende norm; er geen aanleiding is te verwachten dat in de toekomst een toename van de geurbelasting zal optreden als gevolg van het aanpassen van de geurnorm in het plangebied; er sprake is van een hoger dan de berekende (theoretische) vergunde geurbelasting, vooral voor woningen in het meest westelijk deel van het plangebied. Een dergelijke (hogere) geurbelasting is “afweegbaar” gezien de aard van de gewenste ontwikkeling: de bouw van een beperkt aantal woningen, grenzend aan een kleine kern in een agrarisch gebied, met een menging van woon- en agrarische functies. De gemeente(raad) kan het behoud en versterken van de leefbaarheid van de kern afwegen tegen het niet accepteren van nieuwe woningen met een mindere milieukwaliteit.
In de voorlopige koopcontracten van de woningen Fase 2 is opgenomen dat de bewoners bekent met de geursituatie ter plaatse. Om te komen tot een bruikbaar en toekomstbestendig geurbeleid voor Witharen en versnippering van het geurbeleid te voorkomen is gekozen om de geurverordening
22
niet te beperken tot de gronden van de tweede fase van de dorpsuitbreiding, maar van toepassing te verklaren op de gronden tot aan de Olde Venneweg waar sprake is van 3 een relatieve geurbelasting tussen de 3 en 4 ouE/m . Zo geeft de gemeente Ommen met deze geurverordening een duurzame en langetermijnvisie voor het aspect geur in relatie tot het buurtschap, zonder daarbij het goed woon- en klimaat van haar inwoners en het ondernemingsklimaat uit het oog te verliezen. Voor dit gebied kan een aparte geurverordening opgesteld worden, waarbij de geurverordening voor de eerste fase van de dorpsuitbreiding daarnaast onverminderd van kracht zal blijven. Het is echter ook mogelijk het plangebied van de bestaande geurverordening uit te breiden met dit gebied zodat er enkel één geurverordening blijft bestaan. De onderstaande figuur, die ook als bijlage 2 is opgenomen, laat het gebied zien waarop de aangepaste normstelling betrekking heeft.
Figuur 8
Gebied waarvoor de geurverordening geldt (rood + oranje)
23
8
Conclusie Het Plaatselijk Belang Witharen heeft de wens uitgesproken voor een tweede fase van de woningbouwontwikkeling aan de Tolhuisweg aan de noordwestzijde van buurtschap Witharen (gemeente Ommen). In de omgeving van het plangebied zijn veehouderijen gelegen. Ten behoeve van de inpasbaarheid van het plan is daarom een onderzoek geurhinder uitgevoerd. Vergunde en planologische rechten Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken blijkt het noodzakelijk voor de wo3 ningen van Fase 2 een van de standaard geurnorm van 3 ouE/m afwijkende geur3 norm vast te stellen. Dit omdat bij een geurnorm van 3 ouE/m de rechten van een van de omliggende veehouderijen mogelijk geschaad zouden kunnen worden. Met het 3 vaststellen van een norm van 4 ouE/m voor de nieuwe woningen is dit niet langer het 3 geval. De norm van 4 ouE/m sluit aan bij de eerder voor Fase 1 vastgestelde norm 3 van 4 ouE/m . De versoepeling van de norm heeft vrijwel geen effect op het toekomstig leefklimaat ter plaatse, aangezien er reeds sprake is van overschrijding van de vigerende normen op bestaande objecten. Woon- en leefklimaat Voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat is de voorgrondbelasting veroorzaakt door Olde Venneweg 3 de bepalende factor.
Op basis van de vigerende (maar slechts deels gerealiseerde) vergunning uit 2011 bedraagt de geurbelasting op de 3 nieuw te bouwen woningen maximaal 12,1 ouE/m en wordt het leefklimaat beoordeeld als “tamelijk slecht”. Dit is tevens de (theoretische) worst case situatie en is de situatie die zou ontstaan bij realisatie van de milieuvergunning uit 2011. De werkelijke geurbe3 lasting op basis van de gerealiseerde stallen is minder dan 5 ouE/m wat leidt tot een beoordeling leefklimaat van “redelijk goed”. Elke ontwikkeling van Olde Venneweg 3 leidt in principe tot een geurbelasting die maximaal gelijk mag zijn aan de nu vergunde situatie. Het is aan de gemeente om de afweging te maken of er in dit geval sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Het behoud en versterken van de leefbaarheid van de landelijke kern kan een rol spelen bij die afweging.
24
Bijlage 1: Berekeningen voorgrondbelasting
Gegenereerd op: 17-09-2020 met V-STACKS Vergunning versie 2010 (c) KEMA Nederland B.V.
Naam van de berekening: Nog niet bekend Gemaakt op: 17-09-2020 Rekentijd:
13:59:56
0:00:01
Naam van het bedrijf: Witharen - 2020-2-stal56
Berekende ruwheid: 0,14 m Meteo station: Eindhoven
Brongegevens: Volgnr.
BronID
X-coord.
Y-coord.
EP Hoogte
Gem.geb. hoogte
EP Diam.
EP Uittr. snelh.
E-Aanvraag
1
Stal 5
223 003
508 818
4,5
2,8
0,45
4,00
7 958
2
Stal 6
223 022
508 814
4,9
3,2
0,50
4,00
13 800
Geur gevoelige locaties: Volgnummer
GGLID
Xcoordinaat
Ycoordinaat
Geurnorm
Geurbelasting
3
Tolhuisweg 13
223 263
508 758
3,0
3,8
4
nieuw
223 252
508 831
3,0
4,7
5
nieuw 1
223 247
508 889
3,0
4,7
6
nieuw 2
223 251
508 863
3,0
4,9
7
Tolhuisweg 26
223 248
508 804
4,0
4,7
8
Tolhuisweg 12
223 264
508 732
3,0
3,6
9
Tolhuisweg 25
223 250
508 782
4,0
4,6
Gegenereerd op: 17-09-2020 met V-STACKS Vergunning versie 2010 (c) KEMA Nederland B.V.
Gegenereerd op: 17-09-2020 met V-STACKS Vergunning versie 2010 (c) KEMA Nederland B.V.
Naam van de berekening: Nog niet bekend Gemaakt op: 17-09-2020 Rekentijd:
14:02:13
0:00:01
Naam van het bedrijf: Witharen - 2020-2-vergund
Berekende ruwheid: 0,14 m Meteo station: Eindhoven
Brongegevens: Volgnr.
BronID
X-coord.
Y-coord.
EP Hoogte
Gem.geb. hoogte
EP Diam.
EP Uittr. snelh.
E-Aanvraag
1
Stal 5
223 003
508 818
4,5
2,8
0,45
4,00
7 958
2
Stal 6
223 022
508 814
4,9
3,2
0,50
4,00
13 800
3
Stal 7
223 050
508 794
4,8
4,7
3,32
1,53
5 376
Geur gevoelige locaties: Volgnummer
GGLID
Xcoordinaat
Ycoordinaat
Geurnorm
Geurbelasting
4
Tolhuisweg 13
223 263
508 758
3,0
5,5
5
nieuw
223 252
508 831
3,0
6,7
6
nieuw 1
223 247
508 889
3,0
6,5
7
nieuw 2
223 251
508 863
3,0
6,8
8
Tolhuisweg 26
223 248
508 804
4,0
6,5
9
Tolhuisweg 12
223 264
508 732
3,0
5,3
10
Tolhuisweg 25
223 250
508 782
4,0
6,5
Gegenereerd op: 17-09-2020 met V-STACKS Vergunning versie 2010 (c) KEMA Nederland B.V.
Gegenereerd op: 17-09-2020 met V-STACKS Vergunning versie 2010 (c) KEMA Nederland B.V.
Naam van de berekening: Nog niet bekend Gemaakt op: 17-09-2020 Rekentijd:
14:09:36
0:00:01
Naam van het bedrijf: Witharen - 2020-2-emissiefactor
Berekende ruwheid: 0,14 m Meteo station: Eindhoven
Brongegevens: Volgnr.
BronID
X-coord.
Y-coord.
EP Hoogte
Gem.geb. hoogte
EP Diam.
EP Uittr. snelh.
E-Aanvraag
1
Stal 5
223 003
508 818
4,5
2,8
0,45
4,00
7 958
2
Stal 6
223 022
508 814
4,9
3,2
0,50
4,00
13 800
3
Stal 7
223 050
508 794
4,8
4,7
3,32
1,53
19 507
Geur gevoelige locaties: Volgnummer
GGLID
Xcoordinaat
Ycoordinaat
Geurnorm
Geurbelasting
4
Tolhuisweg 13
223 263
508 758
3,0
10,4
5
nieuw
223 252
508 831
3,0
12,1
6
nieuw 1
223 247
508 889
3,0
11,1
7
nieuw 2
223 251
508 863
3,0
11,8
8
Tolhuisweg 26
223 248
508 804
4,0
12,2
9
Tolhuisweg 12
223 264
508 732
3,0
9,8
10
Tolhuisweg 25
223 250
508 782
4,0
11,9
Gegenereerd op: 17-09-2020 met V-STACKS Vergunning versie 2010 (c) KEMA Nederland B.V.
Bijlage 2: Gebied geurverordening