CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

17. Toelichting - Bijlage 12 Natuurtoets, Ecogroen, 01-02-2021

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente OmmenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Haven Oost (257274)5.155 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

natuurtoets Natuurtoets Haven Oost, Ommen

Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid

Gemeente Ommen

Definitief

Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle T 0384236464 E info@ecogroen.nl

Natuurtoets Haven Oost, Ommen

I www.ecogroen.nl

Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid

20-269

1 februari 2021

Definitief

R. (Rutger) Olthof & S. (Silvio) Lindhout

A. (Astrid) van Teeffelen

Gemeente Ommen

© Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Olthof, R. & S. Lindhout (2021). Natuurtoets Haven Oost, Ommen. Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid. Rapport 20-269. Ecogroen bv Zwolle.

Inhoud Samenvatting

1

1.

Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling 1.3 Leeswijzer

3 3 3 5

2.

Toetsingskader en methode 2.1 Wettelijk kader 2.2 Onderzoeksmethode

6 6 7

3.

Soortbescherming 3.1 Flora 3.2 Zoogdieren 3.3 Vogels 3.4 Amfibieën 3.5 Overige soortgroepen

10 10 10 12 14 14

4.

Gebiedsbescherming 4.1 Natura 2000-gebieden 4.2 Natuurnetwerk Nederland

15 15 15

5.

Geraadpleegde bronnen

17

Samenvatting Aanleiding en doel Gemeente Ommen wil woningbouw mogelijk maken op het voormalige bedrijventerrein ‘Haven Oost’, waarbij de huidige bebouwing wordt verwijderd/getransformeerd en beplanting wordt verwijderd. Voor dit initiatief is een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk. Omdat uitvoering van het bestemmingsplan negatieve gevolgen kan hebben voor beschermde natuurwaarden dient dit initiatief getoetst te worden aan het natuurbeschermingsrecht. In voorliggende natuurtoets zijn de effecten van de voorgenomen ontwikkelingen getoetst aan het beschermingskader van de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland.

Soortbescherming • In het plangebied is één nestlocatie van huismus vastgesteld bij Haven Oost nummer 16. Nesten van huismus zijn jaarrond beschermd. Bij eventuele sloopwerkzaamheden gaat de nestlocatie verloren. • Ook zijn enkele algemeen voorkomende vogels als ekster, merel, houtduif, winterkoning, zwartkop, tjiftjaf en roodborst broedend aangetroffen/ te verwachten. • In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. De werkzaamheden leiden ook niet tot aantasting van onmisbare foerageergebieden of vliegroutes. • Overige beschermde soorten worden niet verwacht in het plangebied. Bij de geplande ingrepen kunnen wel enkele exemplaren en verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdieren en amfibieën met een provinciale vrijstelling verloren gaan. Voor deze soorten geldt in voorliggende situatie een provinciale vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze soorten niet aan de orde is.

Gebiedsbescherming en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) • Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden, op 250 meter afstand. Gezien de aard van het voornemen en de tussenliggende afstand en bebouwing zijn - met uitzondering van stikstof - geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden te verwachten. • Het plangebied ligt buiten het NNN, op 350 meter afstand. Vanwege de aard en omvang van het plan, de tussenliggende bebouwing en de reeds bestaande stedelijke omgeving heeft de beoogde ontwikkeling geen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN.

Advies en vervolgstappen • Het onderdeel ‘soortbescherming’ van de Wet natuurbescherming staat de wijziging van de bestemming niet in de weg omdat er uitzicht is op ontheffing voor huismus. • Indien het huismusnest bij uitvoering van de plannen wordt verstoord of verwijderd, dient een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag.

Natuurtoets Haven Oost, Ommen

01

• Werkzaamheden die broedbiotopen van aanwezige vogels beschadigen moeten altijd worden voorkomen. Dit is voor de te verwachte soorten mogelijk door de werkzaamheden in elk geval op te starten na 15 november en voor 15 februari. Indien werkzaamheden in de periode half februari tot half november worden opgestart wordt geadviseerd om voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole door een ter zake deskundige uit te voeren. Vervolgstappen voor vogels (m.u.v. huismus) zijn niet aan de orde, mits rekening gehouden wordt met het broedseizoen. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd, maar is het van belang of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. • Een AERIUS berekening is noodzakelijk om negatieve effecten ten aanzien van stikstofdepositie op Natura 2000 in kaart te brengen.

Natuurtoets Haven Oost, Ommen

02

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling Gemeente Ommen heeft het voornemen om woningbouw mogelijk te maken op voormalig bedrijventerrein Haven Oost in Ommen. Voor dit initiatief is een bestemmingplanwijziging noodzakelijk. Omdat uitvoering van het bestemmingsplan negatieve gevolgen kan hebben voor beschermde natuurwaarden dient dit initiatief getoetst te worden aan het natuurbeschermingsrecht. In opdracht van Gemeente Ommen heeft Ecogroen daarom een natuurtoets uitgevoerd om inzicht te krijgen in mogelijke effecten op aanwezige natuurwaarden door de uitvoering van het bestemmingsplan. In deze natuurtoets zijn de effecten van de voorgenomen ontwikkelingen getoetst aan het beschermingskader van de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland. In voorliggend rapport worden de methodiek en de uitkomst van deze toetsing beschreven.

1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling Het plangebied bestaat uit voormalig bedrijventerrein Haven Oost in Ommen (zie figuur 1.1). De directe omgeving langs de Strangeweg en de gehele zuidelijke helft van het plangebied bestaat uit bebouwing en verharding (zie figuur 2, volgende pagina). Bebouwing binnen het plangebied bestaat met name uit metalen wandelen opgetrokken loodsen, oude opstallen en bedrijfswoningen. Te midden van het plangebied ligt een open, braakliggend terrein met grazige vegetatie (zie figuur 3, volgende pagina). Alleen langs de Ommeresstraat staan bomen. Binnen het plangebied is geen permanent oppervlaktewater aanwezig.

Figuur 1.1 Het plangebied (rood omlijnd) in Ommen. Bron kaartondergrond: OpenStreetMap.

Natuurtoets Haven Oost, Ommen

03

De beoogde ontwikkeling betreft het realiseren van woningen. Hiervoor wordt vrijwel alle bebouwing en begroeiing binnen het plangebied verwijderd. Enkele panden worden mogelijk getransformeerd tot woningen en hoeven daardoor niet gesloopt te worden. In voorliggend plan worden geen bomen gekapt.

Figuur 2 Impressie van het bedrijventerrein Haven Oost. Foto’s: Ecogroen.

Figuur 3 Het braakliggende terrein te midden van het plangebied in april 2020. Foto: Ecogroen.

Natuurtoets Haven Oost, Ommen

04

1.3 Leeswijzer Het toetsingskader waarbinnen de natuurtoets is uitgevoerd en de gebruikte methodiek zijn beschreven in hoofdstuk 2. Op basis van de verzamelde informatie volgt een korte beschrijving van te verwachten effecten op beschermde soorten (hoofdstuk 3) en op beschermde gebieden (hoofdstuk 4). Daarnaast is beschreven of - en zo ja, welke - vervolgstappen nodig zijn om het bestemmingsplan te kunnen wijzigen. In hoofdstuk 5 zijn de geraadpleegde bronnen vermeld.

Natuurtoets Haven Oost, Ommen

05

2. Toetsingskader en methode 2.1 Wettelijk kader Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb; Overheid, 2020) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden. In voorliggend rapport toetsen we de bescherming van soorten en gebieden. Bij het beoogde initiatief worden geen bomen gekapt, waardoor het onderdeel houtopstanden niet behandeld wordt in voorliggende rapportage. In kader 2.1 wordt een samenvatting van de relevante wetteksten gegeven. Kader 2.1 Wet natuurbescherming Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet natuurbescherming (ook: Wnb) kent een zorgplicht voor natuur en soorten. De zorgplicht is altijd van kracht, ook ten aanzien van niet beschermde natuur. Artikel 1.11 schrijft voor dat iedereen voldoende zorg in acht neemt voor beschermde gebieden, in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. Iedereen die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn/haar handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een beschermd gebied of voor in het wild levende soorten, laat deze handelingen achterwege of voorkomt de gevolgen. Dit laatste kan door het treffen van maatregelen ter voorkoming van schade of -als zelfs dat niet kan- de ontstane schade zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Een voorbeeld van voorzorg is het werken in de minst kwetsbare periode van soorten.

Natura 2000 (hoofdstuk 2) Hoofdstuk 2 regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Habitatrichtlijngebieden (HR) en Vogelrichtlijngebieden (VR). Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor de bescherming van natuurlijke habitats, habitats van soorten en leefgebieden van vogels. Artikelen 2.1 tot en met 2.11 van de Wet regelen de bescherming van (de doelen voor) Natura 2000-gebieden. Artikel 2.7 verplicht om vooraf te beoordelen of plannen en projecten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden geformuleerde doelen. Als uit de beoordeling blijkt dat geen significant negatieve effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project niet nodig. Zijn significant negatieve effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig. Artikel 2.8 bevat de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of het verlenen van een vergunning. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of handeling plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Soorten (hoofdstuk 3) Hoofdstuk 3 regelt de bescherming van soorten. De bescherming van soorten is verdeeld over de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10.

Het betreft de bescherming van: • Vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), in de praktijk vaak onderverdeeld in: – Vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, gierzwaluw en buizerd. – Overige vogels, waarvan nesten alleen tijdens het broedseizoen zijn beschermd (periode van nestbouw, ei-leg, broeden en voeren van de jongen op het nest). • Soorten (exclusief vogels) van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I), zoals bedoeld in artikel 3.5. • Andere soorten (artikel 3.10), onderverdeeld in: – Soorten waarvoor een ontheffing vereist kan zijn. – Soorten waarvoor -op basis van de betreffende provinciale verordening- vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt. Indien effecten niet zijn uit te sluiten moet -voorafgaand aan het vaststellen van een plan- zijn beoordeeld of er uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing. Als er aantoonbaar uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing dan kan het plan worden vastgesteld. Als bij ruimtelijke ingrepen verbodsbepalingen worden overtreden dan is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen bij het bevoegd gezag, tenzij gewerkt kan worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of activiteit plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Voor het verkrijgen

Natuurtoets Haven Oost, Ommen

06

van een ontheffing moet zijn beschreven hoe de initiatiefnemer er voor zorgt dat schade aan beschermde soorten tot een minimum beperkt blijft, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn, dat alternatieven ontbreken en aan welk wettelijk belang wordt voldaan en dat de staat van instandhouding van de betreffende soort niet in gevaar komt.

Toetsingskader bestemmingsplannen De volgens de Wnb beschermde waarden dienen op twee manieren betrokken worden bij vaststelling en wijziging van een bestemmingsplan (Kaajan, 2018): 1. De uitvoerbaarheidstoets die volgt uit de Wet ruimtelijke ordening. Met deze toets wordt de vraag of de beschermingsregimes uit de Wnb de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staat beantwoord. Vrij vertaald wordt bepaald of er uitzicht is op het verkrijgen van een Wnb-vergunning of -ontheffing voor het project dat voortvloeit uit het bestemmingsplan. 2. Wet natuurbescherming-toets, zoals vastgelegd in artikel 2.7 lid 1 Wnb & artikel 2.8 lid 1 Wnb e.v. Kortweg: Voorafgaand aan vaststelling van het bestemmingsplan moet worden nagegaan of (uitvoering van) het plan kan leiden tot mogelijk significant negatieve effecten op een Natura 2000-gebied. Volgens vaste jurisprudentie bestaat deze toets uit een vergelijking tussen de feitelijke, planologisch legale situatie en de maximale plansituatie. Als het plan niet leidt tot effecten is het plan ook uitvoerbaar.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (https://wetten.overheid.nl/BWBR0030378/) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. In het Barro staat dat bij provinciale verordening gebieden moeten worden aangewezen die het Natuurnetwerk Nederland vormen. De ligging van die gebieden wordt geometrisch vastgelegd. Bij een provinciale verordening worden in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen en nabij het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet toegestaan is. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen.

2.2 Onderzoeksmethode Literatuuronderzoek Een literatuuronderzoek is uitgevoerd om uit te zoeken of er beschermde soorten en gebieden (habitattypen en leefgebied van soorten met een instandhoudingsdoel) bekend zijn in de omgeving van het plangebied. Er is gebruik gemaakt van beschikbare bronnen zoals actuele verspreidingsgegevens, waaronder de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Bij het raadplegen van de NDFF is een zoekgebied aangehouden van ruim vijf kilometer rondom het plangebied en is gezocht naar waarnemingen van beschermde soorten in de periode van de afgelopen 10 jaar.

Natuurtoets Haven Oost, Ommen

07

Quickscan veldbezoek De verzamelde informatie uit het literatuuronderzoek vormt de basis voor het veldbezoek dat op 29 april 2020 (12°C, bewolkt, droog, weinig wind) is uitgevoerd. Tijdens het veldbezoek is het plangebied (zie figuur 1.1) en directe omgeving (zone van circa 50 meter) onderzocht door een ecoloog van Ecogroen, waarbij aandacht is besteed aan beschermde soorten en leefgebieden van soorten en habitats. Hierbij is onderzocht of geschikt biotoop van beschermde soorten onder de Wnb aanwezig is. Naast een beoordeling van de aanwezige biotopen is onder andere gelet op aanwijzingen voor vaste verblijfplaatsen van vleermuizen en jaarrond beschermde nesten van vogels.

Aanvullend onderzoek huismus Uit het literatuuronderzoek en het quickscan veldbezoek is gebleken dat aanvullend onderzoek naar huismus nodig is. Conform het kennisdocument van huismus (BIJ12, 2017b) zijn twee inventarisatieronden uitgevoerd in de periode 1 april - 15 mei, met minimaal 10 dagen tussen beide bezoeken (zie tabel 2.1). Het onderzoek heeft zich gericht op nest-, broed- en territorium-indicerend gedrag van huismus om broedgevallen/ territoria van huismus vast te stellen. Beide veldbezoeken zijn in de ochtenduren uitgevoerd, wanneer huismus het meest actief is. Verder zijn de veldbezoeken met gunstige weersomstandigheden uitgevoerd (droog, zonnig weer en weinig wind).

Aanvullend onderzoek vleermuizen Uit het literatuuronderzoek en het quickscan veldbezoek is gebleken dat aanvullend onderzoek naar vleermuizen nodig is. Vleermuisonderzoek is uitgevoerd conform het landelijk vleermuisprotocol 2017 en de kennisdocumenten voor vleermuizen (Vleermuisvakberaad, 2017; BIJ12, 2017a, 2017c). Op basis van onze ervaringen, de beperkte grootte van de potentiële invliegopeningen en de bouwkundige constructie van de bebouwing, verwachtten we enkel de aanwezigheid van de vleermuissoorten gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis in de bebouwing. De onderzoeksinspanning is zodoende afgestemd op deze soorten. Dit houdt in dat er tweemaal een onderzoek uitgevoerd is naar zomer- en kraamverblijfplaatsen in de periode half mei - half juli met minimaal 20 dagen tussen beide onderzoeken en tweemaal in de periode half augustus – eind september naar paarverblijfplaatsen en baltslocaties met minimaal 20 dagen tussen beide onderzoeken. Tevens is tijdens de bezoeken gelet op eventuele vliegroutes en (belangrijkste) foerageergebieden van vleermuizen en overige nachtactieve soorten zoals steenmarter en egel. Alle onderzoeken naar vleermuizen zijn door één of twee personen in de ochtend- of avondschemering uitgevoerd met gunstige weersomstandigheden (droog, warmer dan 10 graden en met weinig wind; zie tabel 2.1).

Hierbij is gebruik gemaakt van batdetectors die de mogelijkheid hebben om geluidsopnames te maken.

Natuurtoets Haven Oost, Ommen

08

Tabel 2.1 Overzicht veldbezoeken en bijbehorende weersomstandigheden Datum

Begin-eindtijd

Type onderzoek

29-04-2020

09:00-11:00

12-05-2020 08-06-2020 06-07-2020 14-07-2020 20-08-2020 23-09-2020

08:15-09:00 21:30-23:30 03:15-05:15 03:00-05:30 20:45-23:45 05:15-07:15

1e bezoek huismus + quickscan veldbezoek 2e bezoek huismus 1e bezoek vleermuizen 2e bezoek vleermuizen (deel noord) 2e bezoek vleermuizen (deel zuid) 3e bezoek vleermuizen 4e bezoek vleermuizen

Aantal pers. 1

Weersomstandigheden

1 1 1 1 1 2

6°C, helder, droog, weinig wind 13°C, bewolkt, droog, matige wind 16°C, half bewolkt, droog, matige wind 11°C, bewolkt, droog, windstil 24°C, half bewolkt, droog, weinig wind 10°C, licht bewolkt, droog, windstil

12°C, bewolkt, droog, weinig wind

Analyse Op basis van het uitgevoerde literatuuronderzoek en het veldonderzoek is beoordeeld welke soorten (mogelijk) aanwezig zijn en is bepaald of het plangebied gelegen is in of nabij Natura 2000-gebieden of het NNN. Vervolgens is op basis van het voornemen, zoals dat er nu ligt, bepaald welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten en gebieden en of vervolgstappen (zoals ontheffing- dan wel vergunningsaanvraag) vereist zijn.

Natuurtoets Haven Oost, Ommen

09

3. Soortbescherming 3.1 Flora De vegetatie binnen het plangebied bestaat voornamelijk uit algemeen voorkomende soorten van ruderale en braakliggende terreinen, zoals paardenbloem, madelief, stinkende gouwe, smalle weegbree, grote brandnetel en zachte ooievaarsbek. Op basis van de aangetroffen soortensamenstelling, de terreingesteldheid en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2020) zijn geen beschermde plantensoorten te verwachten. Vervolgstappen ten aanzien van de soortgroep flora zijn niet aan de orde.

3.2 Zoogdieren Vleermuizen Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden (zie ook kader 3.1). Hieronder worden deze onderdelen nader beschreven. Kader 3.1 Vleermuizen Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in donkere en voor vleermuizen bereikbare ruimten in bijvoorbeeld bomen, huizen, kelders en kunnen aanwezig zijn in de vorm van kraamverblijven/ zomerverblijven, baltslocaties/ paarverblijven en winterverblijven. Verstoring, beschadiging, vernietiging of het verwijderen van deze verblijfplaatsen is verboden. Vliegroutes Voor oriëntatie tijdens de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen veelal jarenlang dezelfde structuren. Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag van vleermuizen vormen bepaalde lijnvormige structuren (bijvoorbeeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) een belangrijk onderdeel van een vliegroute. Wanneer alternatieve structuren ontbreken zijn dergelijke structuren ‘onmisbaar’ en zodoende beschermd. Foerageergebied Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water zijn van belang als foerageergebied voor vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen geniet binnen de Wet natuurbescherming echter geen juridische bescherming, tenzij het onmisbaar is voor het voortbestaan van een populatie.

Verblijfplaatsen Tijdens het verkennende veldbezoek zijn potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Potentiële verblijfplaatsen zijn aanwezig in de vorm van ruimte achter boeiboorden, achter de daktrim en overige gaten en kieren, die mogelijk ook toegang geven tot de spouwmuur. Bij het aanvullende onderzoek naar vleermuizen zijn binnen het plangebied geen verblijfplaatsen vastgesteld. De voorgenomen werkzaamheden leiden niet tot verlies van verblijfplaatsen van vleermuizen. Vervolgstappen ten aanzien van vleermuisverblijfplaatsen zijn daarom niet aan de orde.

Natuurtoets Haven Oost, Ommen

10

Foerageergebieden en vliegroutes Tijdens de veldbezoeken zijn bij het plangebied enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen, voornamelijk bij het kerkhof grenzend aan het plangebied. Gezien de aard van het plangebied (enkel bebouwing en braakliggend terrein) wordt geen onmisbaar foerageergebied voor vleermuizen verwacht. Als gevolg van de plannen worden ook geen opgaande lijnvormige structuren verwijderd die van belang kunnen zijn als onmisbare vliegroute voor vleermuizen. Bovendien zijn in de omgeving voldoende alternatieve lijnvormige elementen beschikbaar in de vorm van bebouwing. Vervolgstappen voor foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen zijn niet aan de orde.

Grondgebonden zoogdieren Steenmarter Waarnemingen van steenmarter zijn bekend in de omgeving van het plangebied (NDFF, 2020). Tijdens de nachtelijke veldbezoeken is gelet op activiteit van steenmarter. Omdat geen steenmarteractiviteit of sporen (zoals uitwerpselen en prooiresten) zijn waargenomen tijdens de veldbezoeken, worden vaste verblijfplaatsen van steenmarter binnen het plangebied niet verwacht. Incidenteel is een foeragerend exemplaar van steenmarter binnen het plangebied te verwachten. Van onmisbaar foerageergebied is geen sprake gezien de beperkte oppervlakte aan foerageergebied wat verloren gaat en de ruime aanwezigheid van alternatief foerageergebied in de omgeving in de vorm van braakliggende percelen, het kerkhof en agrarische gronden. Vervolgstappen ten aanzien van steenmarter zijn niet aan de orde. Egel In de omgeving van het plangebied zijn waarnemingen van egel bekend (NDFF, 2020). Tijdens de nachtelijke veldbezoeken is gelet op activiteit van egels. Alleen ten zuiden van het plangebied, langs de weg Haven West, zijn tijdens twee bezoeken egels waargenomen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van egel binnen het plangebied wordt niet verwacht. Verblijfplaatsen van egel zijn vermoedelijke aanwezig in de omliggende woonwijk. Wel is het braakliggende perceel geschikt als foerageergebied voor egel waar egel regenwormen, kevers, rupsen en slakken kan vinden.

Van onmisbaar foerageergebied is geen sprake gezien de beperkte oppervlakte aan foerageergebied wat verloren gaat en de ruime aanwezigheid van alternatief foerageergebied in de omgeving in de vorm van braakliggende percelen, het kerkhof en tuinen en plantsoen in de omliggende woonwijk. Vervolgstappen ten aanzien van egel zijn niet aan de orde. Overige grondgebonden zoogdieren Vaste verblijfplaatsen van andere beschermde grondgebonden zoogdieren die zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde zoogdieren (zoals wezel of eekhoorn) worden op basis van het veldbezoek, bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2020) en het ontbreken van geschikt habitat uitgesloten. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde. Wel zijn binnen het plangebied vaste verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdiersoorten met vrijstelling te verwachten. Dit zijn onder andere de huisspitsmuis, bosmuis, rosse woelmuis en konijn. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Overijssel een vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is.

Natuurtoets Haven Oost, Ommen

11

3.3 Vogels Bij vogels wordt onderscheid gemaakt in twee categorieën met een verschillend beschermingsregime (zie kader 2.1). Van veel vogels zijn de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat de nestlocaties inclusief de functionele omgeving jaarrond beschermd zijn (kader 3.2). Kader 3.2 Broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen Onder jaarrond beschermde nesten van broedvogels wordt in provincie Overijssel verstaan: in functie zijnde nesten van de boerenzwaluw, boomvalk, bosuil, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, huiszwaluw, kerkuil, oehoe, ooievaar, raaf, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, torenvalk, wespendief, zeearend, zwarte specht en zwarte wouw. Voor sommige andere soorten geldt dat de nesten jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.

Vogels met jaarrond beschermde nesten Huismus Tijdens het onderzoek naar huismus is één nestlocatie vastgesteld binnen het plangebied. Het nest bevindt tussen het isolatiemateriaal binnen de dakrand van Haven Oost 16 (zie figuur 3.1). Bij amovatie van het gebouw gaat dit nest verloren. Voor het wegnemen van nestplaatsen van huismus is een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk.

Figuur 3.1 Locatie huismusnest (blauwe stip) binnen het plangebied (rood omlijnd) en de exacte locatie (zie inzet). Bron kaartondergrond: Esri.

Natuurtoets Haven Oost, Ommen

12

Het is voor huismus noodzakelijk om de volgende actie(s) te ondernemen: Mitigerende maatregelen Indien het huismusnest bij uitvoering van de plannen verloren gaat, dan zijn de volgende maatregelen noodzakelijk: • Voor het mogen verwijderen van het huismusnest is een ontheffing Wet natuurbescherming noodzakelijk. Deze dient te worden aangevraagd bij bevoegd gezag (provincie Overijssel). Hiervoor dient een activiteitenplan opgesteld te worden waarin duidelijk wordt welke functie het plangebied voor huismus, welke effecten optreden en op welke wijze effecten voorkomen worden. De looptijd van een ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming is maximaal 20 weken. • Bij de planning van de sloop/ nieuwbouw dient rekening gehouden te worden met de broedperiode van huismus om verstoring in de meest kwetsbare periode te voorkomen. De meest geschikte periode voor het uitvoeren van (sloop)werkzaamheden is 1 september – 1 maart (weersafhankelijk). • Voorafgaand aan de sloop/nieuwbouw is het noodzakelijk om de bebouwing ongeschikt te maken voor huismus door toegangen tot de huidige nestplaats en overige potentiële nestlocaties te dichten. NB: Het ongeschikt maken is alleen toegestaan met een ontheffing Wet natuurbescherming en dient te worden uitgevoerd volgens de voorschriften in de ontheffing.

• Ter vervanging van de te verwijderen nestplaats dienen tijdig vervangende verblijfplaatsen te worden gerealiseerd. Om de periode tussen sloop en nieuwbouw te overbruggen, kunnen als tijdelijke voorziening huismusnestkasten opgehangen worden. De kasten dienen minimaal drie maanden voorafgaand aan de sloop geplaatst te worden. Daarnaast dienen in de nieuwbouw of in omliggende gebouwen permanente verblijven aangebracht te worden in de vorm van bijvoorbeeld het verhoogd aanbrengen van vogelschroot. • Bovenstaande maatregelen dienen te worden uitgevoerd in overleg met een vogeldeskundige. Er is uitzicht op ontheffing als voldaan is aan elk van de volgende drie voorwaarden: o geen andere bevredigende oplossing; o sprake van een in de wet genoemd belang; o geen verslechtering/afbreuk aan de staat van instandhouding van de soort. In dit geval kunnen mitigerende maatregelen worden getroffen om de functionaliteit van de nestplaats van huismus te waarborgen (bovenstaand punt 3). Aan deze ontheffingsvoorwaarde kan worden voldaan door de werkzaamheden buiten het broedseizoen van huismus uit te voeren of voor deze periode de bebouwing ongeschikt te maken en nestplaatsen terug te brengen door het ophangen van tijdelijke huismusnestkasten en permanente voorzieningen (zoals verhoogd aanbrengen van vogelschroot).

Het belang van sloop gevolgd door woningbouw kan worden onderbouwd met het volgende belang: het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid (Wnb artikel 3.1, vierde lid, onderdeel b). Overige vogels met jaarrond beschermde nesten Op basis van bekende verspreidingsgegevens, de terreinkenmerken en de veldbezoeken wordt het voorkomen van andere vogels met jaarrond beschermde nesten (zoals gierzwaluw en buizerd) niet verwacht binnen het plangebied. Vervolgstappen ten aanzien van andere vogels met jaarrond beschermde nesten zijn niet aan de orde.

Natuurtoets Haven Oost, Ommen

13

Overige vogels Door de aanwezigheid van verruigde hoekjes en gaten en kieren in de bebouwing is binnen en in de directe omgeving van het plangebied broedbiotoop aanwezig voor vogelsoorten als de winterkoning, kauw, Turkse tortel, witte kwikstaart, houtduif, roodborst en merel. Door de voorgenomen plannen gaan mogelijk broedplekken van deze soorten verloren. In de omgeving van het projectgebied blijven door aanwezigheid van bebouwing ruim voldoende alternatieve nestlocaties beschikbaar. Het nemen van vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming voor overige broedvogels is niet aan de orde. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum.

Omdat soorten als Turkse tortel en merel zeer vroeg tot laat in het jaar tot broeden kunnen komen, adviseren we om toekomstige sloopwerkzaamheden tussen de periode 15 november – 15 februari uit te voeren. Indien dit niet mogelijk is, adviseren we om voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole uit te laten voeren om na te gaan of er binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden broedende vogels aanwezig zijn.

3.4 Amfibieën Door het ontbreken van permanent oppervlaktewater wordt voortplanting van amfibieën binnen het plangebied uitgesloten. Op basis van het veldbezoek, terreinkenmerken en verspreidingsgegevens (NDFF, 2020) wordt ook overwintering van de in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde amfibieën (zoals poelkikker, kamsalamander en knoflookpad) uitgesloten. Wel zijn binnen het plangebied overwinteringsplekken van algemeen voorkomende amfibieën te verwachten in rommelhoekjes, holen in de grond en onder losliggend materiaal. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele exemplaren van vrijgestelde beschermde amfibieën (zoals gewone pad en bruine kikker) geschaad worden. In voorliggende situatie geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze amfibieën niet aan de orde is.

3.5 Overige soortgroepen Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2020) wordt binnen de planlocaties geen voortplanting of vaste verblijfplaatsen verwacht van beschermde vissen, reptielen en ongewervelden. Het nemen van vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde voor deze soortgroepen.

Natuurtoets Haven Oost, Ommen

14

4. Gebiedsbescherming 4.1 Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het ‘Vechten Beneden-Reggegebied’, gelegen op een afstand van circa 350 meter ten zuidoosten van het plangebied (zie figuur 4.1). De voorgenomen werkzaamheden hebben geen directe relatie met het Vecht- en Beneden-Reggegebied of verderop gelegen Natura 2000-gebieden. Directe negatieve effecten, waaronder oppervlakteverlies van habitattypen en leefgebieden, worden vanwege deze ligging op voorhand uitgesloten. Indirecte (uitstralende) effecten door bijvoorbeeld licht of geluid – met uitzondering van stikstof – worden gezien de aard en omvang van het plan, de afstand en de tussenliggende bebouwing en infrastructuur eveneens uitgesloten. Stikstofdepositie De effecten van de uitvoering die gemoeid is met het wijzigen van het bestemmingsplan kunnen in beeld gebracht worden aan de hand van een modelberekening met AERIUS en getoetst volgens de huidige kaders van de Wet natuurbescherming. Advies is om een stikstofberekening uit te (laten) voeren met het rekenprogramma AERIUS, zodat een getalsmatige onderbouwing beschikbaar is richting bevoegd gezag. Bij een dergelijke berekening wordt gerekend met parameters als machine-draaiuren en emissiefactoren tijdens de ontwikkeling van woonwijk en het toekomstig gebruik daarvan.

4.2 Natuurnetwerk Nederland Circa 350 meter ten zuidoosten van het plangebied ligt het Natuurnetwerk Nederland (NNN; zie figuur 4.1). Met de beoogde ontwikkeling wordt afgeweken van het vigerende bestemmingsplan. De provinciale regels van Overijssel over het NNN gelden echter alleen voor gronden binnen het NNN. De “nee, tenzij” afweging is daarom niet aan de orde. In het kader van goede ruimtelijke ordening is het wel noodzakelijk te waarborgen dat een plan de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet aantast. Goede ruimtelijke ordening houdt in dat naastgelegen functies elkaar niet te veel hinderen. Vanwege de aard van het plan, de tussenliggende afstand en het feit dat het plangebied ingebed ligt in een reeds stedelijk bebouwde omgeving heeft het beoogde plan geen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Dat wil zeggen dat rust, donkerte, openheid van het landschap, de kwaliteit van de bodem, water en lucht, waterhuishouding, oppervlakte, robuustheid, aaneengeslotenheid en de samenhang van het NNN, niet worden aangetast door de beoogde plannen. Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van het NNN is niet aan de orde.

Natuurtoets Haven Oost, Ommen

15

Figuur 4.1 Afstand tussen het plangebied (rood omlijnd), Natura 2000-gebied ‘Vecht- en Beneden-Reggegebied’ (geel) en het Natuurnetwerk Nederland (groen). Bron: Atlas van Overijssel.

Natuurtoets Haven Oost, Ommen

16

5. Geraadpleegde bronnen Literatuur BIJ12 (2017a). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0, juli 2017 BIJ12 (2017c). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0, juli 2017 Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur in Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Kaajan, M.M. (2018). Bescherming van Natura 2000-gebieden via het bestemmingsplan. Tijdschrift Natuurbeschermingsrecht Nummer 5-6, augustus 2018. SDU. Den Haag.

Internet Atlas van Overijssel. (https://geo.overijssel.nl/viewer/app/master/v1). Laatst geraadpleegd op 9 oktober 2020. NDFF (https://ndff-ecogrid.nl). Laatst geraadpleegd op 9 oktober 2020. FLORON (http://www.floron.nl). Website met soortinformatie over planten. Overheid (2020). Wet natuurbescherming (https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/). RAVON (http://www.ravon.nl). Website met soortinformatie over reptielen, amfibieën en vissen. Sovon (http://www.sovon.nl). Website met soortinformatie over vogels. Zoogdiervereniging (http://www.zoogdiervereniging.nl). Website met soortinformatie over de Nederlandse zoogdieren.

Natuurtoets Haven Oost, Ommen

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10839104/1