12. Bijlage bij motivering 9, Archeologisch onderzoek
Tekst van het document
Laagland Archeologie Rapport 1400
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase
Prinses Julianastraat 8, Ommen, gemeente Ommen (OV).
februari 2025 Versie 2 (definitief)
In opdracht van: BJZ.nu
v3.3
7 Colofon Laagland Archeologie Rapport 1400
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen (OV) Auteur: Erwin Brouwer
In opdracht van: BJZ.nu
Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie
Status rapport: definitief
Controle: Anne Ponten Redactie:
Anne Ponten
ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo
E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 75251876
© Laagland Archeologie BV, Almelo, februari 2025 Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.
Samenvatting Laagland Archeologie heeft in juli 2024een Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase uitgevoerd aan de Prinses Julianastraat 8 te Ommen. Het onderzoek vond plaats in verband met de ruimtelijke procedure rondom de sloop van het huidige pand ten gunste van nieuwbouw. Het onderzoek is uitgevoerd conform de protocollen SIKB KNA 4002 en 4003. Het bureauonderzoek had tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen. Centraal staat daarbij de vraag of en zo ja welke archeologische resten (complextype, datering, diepteligging en gaafheid) in het plangebied kunnen worden verwacht. Hiertoe zijn landschappelijke, archeologische en historische bronnen geraadpleegd. Vermoedelijk ligt het plangebied in een zone met dekzandwelvingen waarin zandige roodoornige Vechtdalgronden en/of veldpodzolgronden zijn gevormd. In de noordelijke helft is mogelijk een plaggendek aanwezig. Het plangebied ligt iets buiten een 15e eeuwse stadswal met stadsgracht of stadsmuur, al dan niet met gracht. Deze vormde onderdeel van de oude kern van Ommen, dat is aangemerkt als AMK-terrein van archeologische waarde. Hier zijn resten uit vooral de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd aangetroffen. In de oude kern zijn echter ook resten uit de prehistorie bekend. In de omgeving van het plangebied stond vermoedelijk een vroegmiddeleeuwse hofboerderij.
De exacte locatie hiervan is niet bekend. De oudste (houten) voorganger van de huidige Nederlands hervormde kerk in het centrum is eveneens in de Vroege Middeleeuwen te dateren. Het plangebied is tot circa 1958 onbebouwd gebleven. Het noordelijke deel was rond 1832 in gebruik als akker; het zuidelijke als hooiland. De beide kavels werden van elkaar gescheiden door een zandpad. Het bouwland betreft waarschijnlijk een tamelijk late kampontginning. In het plangebied kunnen resten vanaf het LaatPaleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd worden verwacht (middelhoge verwachting). Het uitgevoerde verkennende booronderzoek heeft tot doel het verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Hiertoe zijn verspreid over het toegankelijke deel van het plangebied verkennende boringen gezet. In dit stadium is verkennend booronderzoek de meest efficiënte onderzoekswijze om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Uit het verkennend booronderzoek blijkt dat de bodem tot in de C-horizont is verstoord. De kans dat het gebied nog archeologische resten met een intacte archeologische context bevat wordt daarom laag geacht. Op basis van de resultaten van het veldonderzoek wordt geadviseerd geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren en het plangebied vrij te geven voor het aspect archeologie.
Dit advies is overgenomen door de bevoegde overheid, de gemeente Ommen. De gemeente wordt hierin vertegenwoordigd door haar deskundige, dr. O. Satijn, Mochten tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, of resten waarvan redelijkerwijze kan worden vermoed dat het om archeologische resten gaat, dan geldt op grond van de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE, www.cultureelerfgoed).
Samenvatting ____________________________________________________ 3 1 Inleiding _____________________________________________________ 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Aanleiding onderzoek________________________________________________ 5 Afbakening plan- en onderzoeksgebied __________________________________ 5 Administratieve gegevens ____________________________________________ 6 Huidige situatie en toekomstig gebruik __________________________________ 8 Geplande verstoring ________________________________________________ 9 Gemeentelijk beleid _________________________________________________ 9 Onderzoeksdoel ___________________________________________________ 10
2 Inventarisatie _________________________________________________ 11 2.1 2.2 2.3
Inleiding_________________________________________________________ 11 Landschappelijke ontwikkeling _______________________________________ 11 Archeologie ______________________________________________________ 13
2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.4
Bekende archeologische waarden ___________________________________ 13 Waarnemingen _________________________________________________ 13 AMK-terreinen __________________________________________________ 13 Gemeentelijke verwachtingskaart ___________________________________ 13 Eerder archeologisch onderzoek ____________________________________ 13
Historie _________________________________________________________ 14
3 Conclusie en verwachtingsmodel __________________________________ 19 3.1 3.2 3.3
Conclusie ________________________________________________________ 19 Verwachtingsmodel ________________________________________________ 19 Advies __________________________________________________________ 20
4 Veldonderzoek ________________________________________________ 21 4.1 4.2 4.3
Beschrijving onderzoeksmethodiek ____________________________________ 21 Resultaten: lithologie, lithogenese en bodemontwikkeling __________________ 21 Resultaten: archeologie _____________________________________________ 22
5 Conclusie en verwachting _______________________________________ 23 6 Selectieadvies ________________________________________________ 24 literatuur ______________________________________________________ 25 BIJLAGE 1 AMZ-cyclus ___________________________________________ 27 BIJLAGE 2 Archeologische perioden ________________________________ 28 BIJLAGE 3 Geomorfologische kaart _________________________________ 29 BIJLAGE 4 Actueel Hoogtebestand Nederland _________________________ 30 BIJLAGE 5 Gemeentelijke archeologische verwachtingskaart _____________ 31 BIJLAGE 6 Bodemkaart __________________________________________ 32 BIJLAGE 7 Waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen _______ 33 BIJLAGE 8 Boorpuntenkaart veldonderzoek __________________________ 34 BIJLAGE 9 Boorstaten ___________________________________________ 35 BIJLAGE 10 Verklarende woordenlijst _______________________________ 39
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
1I
NLEIDING
1.1 AANLEIDING ONDERZOEK
De aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bouw van nieuwe woningen aan de Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen (OV). De gemeente Ommen heeft een eigen archeologiebeleid. Op basis van het gemeentelijk beleid dient archeologisch onderzoek uitgevoerd te worden om aan te tonen dat eventueel aanwezige archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad door de geplande bouwactiviteiten. De opdrachtgever beoogt met het onderzoek de gemeentelijke paraaf te krijgen voor het onderdeel archeologie. Aanvullende wensen zijn niet kenbaar gemaakt.
1.2 AFBAKENING PLAN- EN ONDERZOEKSGEBIED
Het plangebied betreft de Prinses Julianastraat 8 in Ommen, gemeente Ommen (OV), zie onderstaande afbeelding.
5
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
Afbeelding 1. Ligging van het plan- en onderzoeksgebied. Bron: pdok.nl Het plangebied heeft een omvang van circa 2640 m2. Voor een beter begrip van de bodemkundige omstandigheden en de archeologie van de planlocatie is een groter gebied bestudeerd. Een zone van 500 m rondom het plangebied wordt voldoende geacht om de archeologische potentie van het plangebied in kaart te brengen. Deze zone wordt aangeduid als ‘onderzoeksgebied’.
1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS
1
Provincie
Overijssel
Gemeente
Ommen
Plaats
Ommen
Beheerder/eigenaar grond
-
Toponiem
Prinses Julianastraat 8
Kadastrale perceelnummer(s)1
OMN02-/B-5107, -5108
Laagland Archeologie projectnummer
OMPR241-EB
Datum conceptrapportage
23-7-2024
Datum definitief rapport
26-2-2025
kadastralekaart.com 6
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
XY-coördinaten
225480/504010 225535/504000 225475/503975 225535/503950
Kaartblad2
22C
Oppervlakte/lengte Plangebied Datering
circa 2640 m2
Complextype
bewoning (inclusief verdediging)
Onderzoeksmeldingsnr
5622756100
AMK-terrein
n.v.t.
Vondstmeldingsnr.
n.v.t.
Type onderzoek Datum begin veldonderzoek
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase 22-07-2024
Datum eind veldonderzoek
22-07-2024
Opdrachtgever
BJZ.nu
Goedkeuring bevoegde overheid Bevoegde overheid
26-02-2025
Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie
dr. O. Satijn
Uitvoerder
Projectleider/opsteller onderzoek
Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd
gemeente Ommen
Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Overijssel E-depot voor de Nederlandse archeologie Archief Laagland archeologie BV Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 51 95 35 53 Erwin Brouwer erwin.brouwer@laaglandarcheologie.nl
Tabel 1. Objectgegevens.
2
www.imergis.nl/htm/opentopo800.htm 7
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
1.4 HUIDIGE SITUATIE EN TOEKOMSTIG GEBRUIK
Het plangebied is momenteel deels bebouwd (Hervormd Centrum). Het ongebouwde deel is voornamelijk in gebruik as parkeerplaats. Het terrein bevat voor zover bekend geen kelders of andere ondergrondse kunstwerken en er zijn geen historisch waardevolle bouwwerken in het plangebied aanwezig.3 In dit stadium is de exacte invulling van de plannen nog niet bekend. In de huidige planvorming wordt de huidige bebouwing in het plangebied gesloopt ten gunste van 30 nieuwe appartementen (3 woonlagen) met een gemeenschappelijke ruimte en bergingen. De nieuwbouw wordt waarschijnlijk op palen gefundeerd. De milieutechnische condities, huidige en eventuele nieuwe waterpeil en of en zo ja wie de toekomstige gebruiker(s) wordt/worden zijn in dit stadium evenmin bekend. Onderstaande afbeelding toont de huidige en de gewenste nieuwe situatie.
3
bron: gemeentelijke monumentenlijst 8
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
Afbeelding 2. Huidige situatie (boven) en nieuwe situatie (onder). Bron: pdok.nl
1.5 GEPLANDE VERSTORING
De ingrepen vinden plaats binnen het plangebied. De diepte van de geplande verstoring reikt vermoedelijk overwegend niet dieper dan ongeveer 100 cm –mv. Rioleringsbuizen kunnen dieper aangelegd worden. Waarschijnlijk worden de appartementen op palen gefundeerd.
1.6 GEMEENTELIJK BELEID
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. In het omgevingsplan is aangegeven dat archeologisch onderzoek is vereist bij ingrepen groter dan 100 m 2, indien geen andere regeling is opgenomen in het tijdelijke deel van het omgevingsplan (de zogenaamde ‘bruidsschat’, waarin de oude bestemmingsplannen zijn opgenomen). Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om die bestemmingsplannen om te zetten naar nieuwe onderdelen van het omgevingsplan. In de praktijk geldt dus nog het oude bestemmingsplan Centrum Ommen (art. 21). Hierin is geregeld dat archeologisch onderzoek nodig is bij ingrepen groter dan 2500 m2 en dieper dan 50 cm -mv en/of heiwerkzaamheden. De omvang van de geplande verstoringen overschrijdt de vrijstellingsgrenzen zoals die in het vigerende gemeentelijke beleid zijn aangegeven.
9
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
1.7 ONDERZOEKSDOEL
Het uitgevoerde onderzoek behoort tot de eerste fasen in het huidige archeologische onderzoeksproces (zie bijlage 1). De initiatiefnemer beoogt met het hier uitgevoerde onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke regelgeving omtrent archeologisch onderzoek. Het bureauonderzoek heeft tot doel een archeologisch verwachtingsmodel op te stellen aan de hand van bestaande bronnen, en te bepalen of en zo ja welke delen van het plangebied in aanmerking komen voor vervolgonderzoek. Het verwachtingsmodel wordt getoetst en zo nodig aangevuld door middel van een verkennend booronderzoek. Op grond van de resultaten van dit onderzoek kan worden beoordeeld of en zo ja, welke vorm van vervolgonderzoek nodig is om de archeologische waarde van het gebied te kunnen vaststellen.
10
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
2I
NVENTARISATIE
2.1 INLEIDING In dit hoofdstuk worden de relevante landschappelijke ontwikkeling en huidige bodemkundige situatie beschreven. Tevens wordt ingegaan op de bekende archeologische waarden in de omgeving van het plangebied en de historische situatie. Voor wat betreft de in de tekst genoemde archeologische perioden wordt verwezen naar bijlage 2.
2.2 LANDSCHAPPELIJKE ONTWIKKELING
Gedurende de laatste ijstijd (Weichselien) lag het plangebied min of meer op de grens van het Oervechtdal en het achterliggende zandgebied. Gedurende de relatief warme maanden kon de bovengrond ontdooien; doordat de ondergrond nog bevroren was, kon dit smeltwater alleen over het oppervlak wegvloeien. Het oppervlaktewater verzamelde zich in de lagere delen. Door een zeer grote waterlast ontwikkelden zich hier vlechtende rivierstelsels, die een breed, maar ondiep dal uitsleten. Gedurende de koudere maanden lag dit dal nagenoeg droog en had de wind vrijspel op het onderliggende zand. Tegen het einde van het Weichselien en het vroege Holoceen (de huidige warme periode) werd door de wind een dik dekzandpakket afgezet in dit deel van Nederland. Het oude rivierdal raakte daarbij deels opgevuld, maar het bleef een relatief laag gebied. Hier ontwikkelde zich de huidige Overijsselse Vecht. Uit geraadpleegde paleogeografische kaarten (afbeelding 3) blijkt dat het plangebied in het oerstroomdal van de Vecht lag gedurende de laatste ijstijd (het Weichselien, 116.000 – 11.500 voor heden; feitelijk was een groot deel van Salland een grote overstromingsvlakte). In de loop van het Holoceen kwam in de wijde omgeving op kleine schaal veengroei voor, maar het plangebied en omgeving lag voldoende hoog en droog om van veengroei gevrijwaard te blijven. Vanaf ongeveer 1500 na Chr.
veranderde de Vecht van een rustig meanderende rivier in een zeer meanderende rivier. In het begin van de vorige eeuw zijn de meeste meanders afgesneden en is de rivier min of meer recht getrokken (‘genormaliseerd’). De meeste afgesneden meanders zijn nog gemakkelijk te herkennen. Oorzaak van die plotselinge zeer sterke meandering moet worden gezocht in een sterke toename van de waterlast als gevolg van de vele bovenstroomse veenontginningen die al dan niet direct op de Vecht ontwaterden.
11
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
9000BC
100 AD
1500 AD
HUIDIGE SIT
dekzand
veen
rivierdal
glaciaal
plangebied
onderzoeksgebied
rivieroverstromingsvlakte
Afbeelding 3. Paleogeografische ontwikkeling van 9000 voor Chr. – 1500 na Chr. (naar Vos e.a., 2020). Op de geomorfologische kaart (Bijlage 3) is het plangebied niet gekarteerd. Langs de Vecht is een beekdalbodem met meandergeulen en – ruggen gekarteerd. Op het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland), zie bijlage 4 is te zien dat het oude centrum van Ommen (direct ten westen van het plangebied) wat hoger ligt. Dit betreft een dekzandrug. In het plangebied zijn waarschijnlijk verspoelde dekzanden te verwachten of mogelijk een zone met dekzandwelvingen. Noordoostelijk, min of meer grenzend aan het onderzoeksgebied is sprake van ophoging onder de bebouwde kom, maar waarschijnlijk lag het natuurlijke landschap hier al hoger (dekzandgebied met plaggendekken). Bodemkundig (Bijlage 6) ligt het plangebied eveneens niet gekarteerd. Wat zuidelijker komen roodoornige Vechtdalgronden voor. Deze zijn ook in het plangebied te verwachten, maar ook (veld)podzolgronden kunnen aanwezig zijn. In de omgeving van het plangebied zijn geen relevante/bruikbare grondboringen in DINO-loket opgenomen. De grond in het plangebied is waarschijnlijk wat opgehoogd; onder recente ophogingen zijn mogelijk nog resten van oudere ophogingen met stadsafval aanwezig. In de noordelijke helft was in historische tijden vermoedelijk een plaggendek aanwezig (zie paragraaf 2.4).
12
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
2.3 ARCHEOLOGIE 2.3.1 BEKENDE ARCHEOLOGISCHE WAARDEN Bijlage 7 toont de locaties van de bekende archeologische waarden en de uitgevoerde archeologische onderzoeken in de omgeving van het plangebied.
2.3.2 WAARNEMINGEN In het onderzoeksgebied is een waarneming bekend: zaakid. 2870262100 (circa 160 m ZW) betreft de vondst van tufsteen en funderingsresten onder de huidige Nederlands hervormde kerk in het centrum van Ommen. De resten zijn bij verbouwingswerkzaamheden aan het licht gekomen. Uit de resten blijkt dat hier in de Late Middeleeuwen aanvankelijk een tufstenen zaalkerkje stond. Net als bij veel andere oude kerkgebouwen in dit deel van Nederland is het aannemelijk dat hier oorspronkelijk een houten kerkgebouwtje stond.
2.3.3 AMK-TERREINEN AMK-terreinen ( = Archeologische Monumentenkaart) zijn terreinen waarvan bekend is dat zich archeologische resten in de grond bevinden. Het archeologisch belang daarvan is bovendien gewaardeerd. Zo zijn er AMK-terreinen van archeologische waarde en van hoog, zeer hoog archeologisch belang en wettelijk beschermde AMK-terreinen van zeer hoog archeologisch belang). Het oude centrum van Ommen is gemarkeerd als AMK-terrein van archeologische waarde (AMK-terrein 13964). In de ondergrond kunnen resten van bebouwing vanaf de Late Middeleeuwen en wellicht de Vroege Middeleeuwen worden verwacht.
2.3.4 GEMEENTELIJKE VERWACHTINGSKAART Op de gemeentelijke verwachtingskaart (bijlage 5) ligt het plangebied in een zone met een onbekende verwachting (niet gekarteerd).
2.3.5 EERDER ARCHEOLOGISCH ONDERZOEK In de omgeving van het plangebied hebben eerder archeologische onderzoeken plaatsgevonden. De onderzochte locaties zijn afgebeeld in bijlage 7. Relevante/beschikbare onderzoeken zijn hieronder genoemd. Bureauonderzoeken zijn hier niet opgenomen; deze leveren vrijwel nooit nieuwe primaire informatie. Zaakid. 2165854100 (35 m N). Dit plangebied grenst aan de oude stadskern en betreft een bureauonderzoek en verkennend booronderzoek.4 Tijdens het booronderzoek is tot circa 50 cm een verstoord bodemprofiel geconstateerd. Daaronder ligt een C-horizont (dekzand).
4
Tulp, 2007. 13
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
Zaakid. 2269023100 (circa 145 m W) betreft een bureauonderzoek en karterend booronderzoek.5 Op basis van het bureauonderzoek worden op dit kerkplein resten van inhumaties uit de periode 1238 tot 1784 na Chr. verwacht, waarbij oudere begravingen niet uitgesloten kunnen worden. Uit het booronderzoek blijkt dat de bovengrond bestaat uit een opgebracht humeus pakket, waarin de begravingen plaatsvonden. Het opgebrachte pakket bestaat deels uit stadsafval, onder andere afkomstig stadsvuilnis en materiaal dat overbleef na de diverse stadsbranden. Op basis van aangetroffen rood puin en bot dateert deze opgebrachte laag mogelijk uit de periode 1500 – 1784. De laag met botfragmenten bevat ook laatmiddeleeuws aardewerk en bouwpuin, zoals rood baksteen, houtskool en leisteen. Onder de opgebrachte laag ligt een intacte oude akkerlaag van circa 20 cm dik, waaronder het restant van een veldpodzolbodem is gezien. De oude akkerlaag bestaat uit matig humeus, matig fijn zand met (ook prehistorische) aardewerkfragmenten, houtskool of puin. De top van het onderliggende dekzand bestaat uit een BC-horizont van matig fijn, lichtbruingeel zand. Geadviseerd wordt planaanpassing, waarbij de geplande ingrepen minder diep plaatsvinden dan voorzien. Als dat niet mogelijk is wordt een archeologische begeleiding van de werkzaamheden geadviseerd. Zaakid.
5103837100 (circa 165 m NO) betreft een bureau- en verkennend booronderzoek.6 Vanaf de 15e eeuw kwam dit terrein binnen de stadsmuur te liggen en vanaf dat moment kan bebouwing worden verwacht. Op kaarten vanaf 1780 is daadwerkelijk bebouwing in het plangebied aangegeven. Tijdens het veldonderzoek is een ophoogpakket aangetroffen waarin onder andere puinresten zijn gezien, mogelijk afkomstig van een voorganger van de huidige stadsboerderij. Indien niet op een archeologievriendelijke wijze kan worden gebouwd, is een proefsleuvenonderzoek geadviseerd. Dit vervolgonderzoek heeft nog niet plaatsgevonden. Zaakid. 5376662100 (150 m ZO van het plangebied) betreft een bureau- en verkennend booronderzoek.7 Op basis van het bureauonderzoek geldt een hoge verwachting voor resten vanaf de Late Middeleeuwen. In het noordelijke deel kan de vulling van een stadsgracht worden verwacht; in het westelijke deel resten van voormalige historische bebouwing. Tijdens het booronderzoek is overwegend een verstoord bodemprofiel aangetroffen. De intacte C-horizont bevindt zich op een diepte van 70 cm -mv of dieper. In één boring is onder een subrecente verstoorde laag de grachtvulling aangetroffen. De eerste grachtvulling ligt op een diepte vanaf 185 cm -mv en bestaat uit bruin. Zeer fijn matig siltig gevlekt slibbig zand.
Vanaf 290 cm tot tenminste 330 cm -mv gaat deze geleidelijk over in een tweede grachtvulling van zeer fijn sterk siltig venig zand met oud puin, fosfaten en houtresten. Op circa 190 cm -mv is in de eerste grachtvulling een fragment van een schotel gevonden die in de 2e helft 17e eeuw / 1e helft 18e eeuw gedateerd kon worden. Geadviseerd wordt ter hoogte van deze boring de diepte van de werkzaamheden te beperken. Het overige plangebied is vrijgegeven.
2.4 HISTORIE Ommen wordt in historische bronnen voor het eerst genoemd in 1133 (“Umme”).8 De nederzetting is ontstaan als boerennederzetting langs nabij een doorwaadbare plaats door
5
Miedema, 2010
6
Brouwer, 2023
7
Bosman e.a., 2023
8
de historische beschrijving is grotendeels gebaseerd op Neefjes e.a., 2011. 14
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
de Vecht (voorde). Het had echter al een kerk en er was een bisschoppelijk hof (hofboerderij). Dit hof dateert vermoedelijk uit de Vroege Middeleeuwen en lag waarschijnlijk oostelijk van de oude kern langs de Vecht. Uit historische bronnen is bekend dat Ommen in ieder geval in 1238 een kerkgebouw had, maar deze bestond waarschijnlijk al een tijd. Ommen kreeg stadsrechten in 1248. Het plaatsje lag strategisch bij een doorwaarbare plaats (voorde) aan de Vecht. In 1330 werd het stadje nagenoeg verwoest bij een inval door de heren van Rechteren en Voorst tijdens een conflict met bisschop Jan van Diest. Huizen, boerderijen en de stadsmuur gingen in vlammen op. Alleen de kerk bleef bewaard. In een historisch document uit 1368 wordt wel gesproken over ‘bynnen der plancken’. wat erop duidt dat er aanvankelijk sprake was van houten palissaden. Vanaf 1390 kreeg Ommen van bisschop Floris van Wevelinkhoven de gelegenheid de stad opnieuw te ommuren. Het ging daarbij waarschijnlijk vooral om een systeem van grachten en aarden wallen (in Ommen herinnert de Walstraat hier nog aan), maar tenminste een deel bestond ook uit een stenen constructie. In vermoedelijk de 15e eeuw vonden aan de noordzijde stadsuitbreidingen plaats en werd de muur verlegd naar de Gasthuisstraat, Tuinstraat, Julianastraat en Burggraven.
In het stratenplan werden de bestaande wegen doorgetrokken (Middenstraat en Bouwstraat). De locaties van de ovaalvormige omwalling/ommuring/grachten is, evenals het historische straten nog duidelijk in de huidige topografie te herkennen. De omwalling paste zich waarschijnlijk aan de dekzandrug aan waarop de stad is gelegen. Het oude stratenplan bestaat in essentie uit twee noord-zuid georiënteerde straten (de huidige Brugstraat/Middenstraat en de Bouwstraat) en een oost-west georiënteerde straat (Varsenerpoort – Kruisstraat – Vrijhof), zie onderstaande afbeelding. De stad had drie poorten: de Vecht- of Voorbruggenpoort die leidde naar de Vecht, aan de noordzijde de Arriërpoort en aan de westzijde de Varsener- of Hagenpoort.
Afbeelding 4. Vermoedelijke locaties voormalige stadsmuren/omwalling en stadspoorten. Naar Neefjes e.a., 2011. 15
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
In 1518 werden de stadsmuren en -wallen geslecht. De stenen werden naar verluid verscheept naar Hardenberg of Coevorden. De stad werd daarna enkel nog beschermd door doornhagen. Dat bood redelijke bescherming tegen rondtrekkende rovers, maar niet tegen rondtrekkende legers. Onderstaande afbeelding toont de historische situatie rond 1832. Tussen de oude stadsmuren-/wallen direct westelijk van het plangebied is geen bebouwing aangegeven. Deze gronden zijn in gebruik als stadstuinen. Waarschijnlijk bestaat de bodem hier uit ophogingen met veel stadsafval. Het plangebied is eveneens onbebouwd. Het plangebied ligt iets buiten de vermoedelijke locatie van oude stadswal en – gracht. Het noordelijke deel ligt in een kampontginning (bouwland); het zuidelijke in een perceel hooilanden. De velden worden van elkaar gescheiden door een zandpad.
bouwland
hooiland
weideland
tuingrond
bebouwing
erf
plein/weg
moeras
plangebied
onderzoeksgebied
Afbeelding 5 minuutplan, circa 1832. Bron: hisgis.nl.
16
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
Op de topografische kaart van 1900 (zie Afbeelding 6) is weinig veranderd; beide percelen aan weerszijden van het zandpad zijn nu in gebruik als grasland. Voor het eerst op de kaart van 1963 (Afbeelding 7) komt in het plangebied en rondom bebouwing voor. Volgens kadastrale gegevens is het huidige pand in het plangebied in 1958 gebouwd.9
Afbeelding 6. Topografische kaart van 1900. Bron: hisgis.nl
9
Bron: bagviewer.nl 17
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
Afbeelding 7. Topografische situatie rond 1963. Bron: hisgis.nl
18
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
3C
ONCLUSIE EN
VERWACHTINGSMODEL 3.1 CONCLUSIE Het onderzoek is uitgevoerd conform protocol SIKB KNA 4002. Het plangebied is geomorfologisch en bodemkundig niet gekarteerd, maar waarschijnlijk ligt het terrein in een vlakte van verspoelde dekzanden of in een gebied met dekzandwelvingen. Bodemkundig zijn zandige roodoornige Vechtdalgronden te verwachten en/of veldpodzolgronden. In de noordelijke helft is mogelijk een plaggendek aanwezig. Het plangebied ligt iets buiten een 15e -eeuwse stadswal met stadsgracht of stadsmuur, al dan niet met gracht. Deze vormde onderdeel van de oude kern van Ommen, dat is aangemerkt als AMK-terrein van archeologische waarde. Hier zijn resten uit vooral de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd aangetroffen. In de oude kern zijn echter ook resten uit de prehistorie bekend. Vermoedelijk lag zuidelijk (zuidwestelijk? zuidoostelijk?) van het plangebied een vroegmiddeleeuwse hofboerderij. De exacte locatie hiervan is niet bekend. De oudste (houten) voorganger van de huidige Nederlands hervormde kerk in het centrum is eveneens in de Vroege Middeleeuwen te dateren. Het plangebied is tot circa 1958 onbebouwd gebleven. Het noordelijke deel was rond 1832 in gebruik als akker; het zuidelijke als hooiland. De beide kavels werden van elkaar gescheiden door een zandpad. Het bouwland betreft waarschijnlijk een tamelijk late kampontginning.
Het terrein was kennelijk voldoende ontwaterd om geschikt te zijn voor landbouw. Daarmee lag het terrein waarschijnlijk wat hoger en kan tevens een plaggendek vermoed worden. Het zuidelijke terrein echter was waarschijnlijk te nat voor landbouw en zelfs te nat voor beweiding.
3.2 VERWACHTINGSMODEL In het plangebied kunnen resten vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe Tijd worden verwacht. Voor wat betreft de periode laat-Paleolithicum tot en met vroegNeolithicum (de tijd van jagers/verzamelaars) kan een middelhoge verwachting worden aangehouden. Vindplaatsen uit deze periode zijn op kleine dekzandopduikingen nabij een beekdal (of rivierdal) te verwachten. In de nabijheid stroomde de Vecht. Of er sprake was van een dekzandopduiking in het plangebied is niet bekend, al lag het maaiveld in het noordelijke deel waarschijnlijk wat hoger. Wel is bekend dat ter plaatse van het oude centrum van Ommen een dekzandopduiking ligt. Deze was waarschijnlijk aantrekkelijker voor bewoning dan een (lagere) dekzandopduiking in het plangebied, maar bewoning kan niet worden uitgesloten. Deze resten kenmerken zich vooral door materiële resten (bewerkt vuursteen). Grondsporen zijn schaars en bestaan overwegend uit relatief ondiepe haardkuilen met houtskool. Deze resten lagen min of meer aan het maaiveld, waardoor ze zeer kwetsbaar zijn voor latere bodemverstoringen, die zeker hebben plaatsgevonden. Een voorkeur voor bewoning op de hogere dekzandopduiking geldt ook voor de periode Midden-Neolithicum tot en met Vroege Middeleeuwen. Dit blijkt ook uit vondsten uit de prehistorie die ter hoogte het kerkplein zijn gedaan.
Desalniettemin kan bewoning binnen het plangebied gedurende deze periode niet worden uitgesloten. Specifiek moet daarbij een vroegmiddeleeuwse hofboerderij genoemd worden. Uit oude bronnen is bekend dat deze 19
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
oostelijk van het oude centrum en nabij de Vecht lag, maar de exacte ligging is onbekend. Wellicht zijn in het plangebied resten van deze hofboerderij, of resten van daarmee samenhangende erfinrichting, aanwezig. Voor wat betreft de Late Middeleeuwen kan eveneens een middelhoge verwachting worden aangehouden. Gedurende deze periode lag het plangebied op ongeveer 50 m oostelijk van de toenmalige (waarschijnlijk houten) stadsmuur. Mogelijk zijn uit deze periode afvalresten en dergelijke aanwezig. Daarnaast zijn wellicht sporen van krijgshandelingen (belegeringskamp, pijlpunten en dergelijke) in het plangebied te vinden. Ook resten van deze laatste categorie laten in het archeologische record nauwelijks sporen na. Vermoedelijk in de loop van de 15e eeuw werd de stad uitgebreid en kwamen de vestingwerken op ongeveer 15 m van het plangebied te liggen. Er is een kans dat resten van een stadsgracht te vinden zijn in het plangebied. De muurwerken werden rond 1518 alweer geslecht. Sindsdien is het terrein vermoedelijk aldoor onbebouwd gebleven, al kunnen kleinere constructies (schuren, spiekers en dergelijke) niet uitgesloten worden. Ook afvalkuilen en dergelijke kunnen worden verwacht. Voor de Nieuwe Tijd kan daarom een middelhoge verwachting gehanteerd worden.
Eventuele nederzettingen uit de steentijd hebben een omvang van 50 – 200 m2 (kleine variant) of 200 – 1000 m2 (middelgrote variant). Nederzettingen uit de periode Bronstijd – middeleeuwen hebben meestal een omvang tussen 500 – 2000 m2 (huisplaats) of meer dan 8000 m2 (dorp).10 Deze resten liggen in de top van de natuurlijke ondergrond, mogelijk dicht onder het maaiveld onder recente en ook oudere ophogingslagen. De natuurlijke bodem wordt hier gevormd door al dan niet verspoeld dekzand met of zonder podzol. Eventuele resten bestaan uit vuursteenstrooiingen (voornamelijk Laat-Paleolithicum tot en met Neolithicum, in mindere mate Bronstijd en IJzertijd). Daarnaast kan (gefragmenteerd) aardewerk worden verwacht, evenals houtskool, verbrande huttenleem en natuursteen. Vanaf ongeveer de 17e eeuw is ook baksteen te verwachten (rurale gebieden; in bewoningskernen al eerder). Deze vondstcategorieën bevinden zich aan of in het pleistocene zand, direct onder een bouwvoor. Daarnaast kunnen grondsporen worden verwacht. Het gaat daarbij overwegend om paalkuilen, greppels en afvalkuilen en dergelijke. Deze bevinden zich in de top van de pleistocene ondergrond en kunnen zich tot op grote diepte uitstrekken.
3.3 ADVIES
Op basis van de resultaten van het bureauonderzoek worden archeologische resten verwacht. De geplande bodemingrepen zullen deze resten zeer waarschijnlijk aantasten. We adviseren daarom vervolgonderzoek aan in de vorm van een verkennend booronderzoek. Hierbij worden verspreid over de toegankelijke delen van het plangebied in totaal zes grondboringen gezet. De boringen hebben tot doel het archeologische verwachtingsmodel te toetsen en zonodig aan te vullen. Met dit booronderzoek wordt de bodemopbouw in kaart gebracht. Aangezien de daadwerkelijke bodemopbouw in het plangebied niet precies bekend is, vormt een verkennend booronderzoek de aangewezen onderzoeksmethode. Op basis van de resultaten van dit onderzoek kunnen kansrijke delen worden geselecteerd voor eventueel vervolgonderzoek, terwijl delen met geen of weinig kansrijke delen van vervolgonderzoek kunnen worden uitgesloten.
10
bron: Tol e.a., 2006. 20
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
4V
ELDONDERZOEK
4.1 BESCHRIJVING ONDERZOEKSMETHODIEK
Het veldonderzoek heeft tot doel om meer inzicht te verkrijgen in de fysische situatie in het plangebied. Het dient de in het plangebied aanwezige bodems, de mate van verstoring en de aanwezigheid van potentiële archeologische niveaus in kaart te brengen. Aan de hand daarvan kan er voor het plangebied een gespecificeerd verwachtingsmodel worden opgesteld dat gedetailleerder en nauwkeuriger is dan een verwachtingsmodel dat louter gebaseerd is op bronnen en globalere bodem- en geomorfologische kaarten. De bebouwde delen op de kaart in Bijlage 8 waren niet toegankelijk voor bodemonderzoek. Voor aanvang van het veldonderzoek is een Plan van Aanpak (PvA) opgesteld en gedeponeerd in Archis3. Het veldonderzoek bestond uit het zetten van zeven verkennende boringen. Verkennend booronderzoek is een snelle en kostenefficiënte onderzoeksmethode om de archeologische potentie van een plangebied in kaart te brengen. Aangezien de specifieke bodemopbouw in het plangebied niet bekend is, is verkennend onderzoek in dit stadium de meest geschikte onderzoeksmethode. De boringen zijn uitgevoerd met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boorkernen zijn visueel geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren. De boringen zijn gemeten met GPS met een nauwkeurigheid van 3 m. Het bodemprofiel is beschreven volgens de norm NEN 5104 en ASB.
De NAP-maaiveldhoogtes van de boringen zijn bepaald aan de hand van het AHN. De profielbeschrijvingen zijn opgenomen in Bijlage 9. De boorpuntenkaart met de posities van de boringen is opgenomen in bijlage 8.
4.2 RESULTATEN: LITHOLOGIE, LITHOGENESE EN BODEMONTWIKKELING
De bodemopbouw in het plangebied toont een gelijkmatige opbouw. Onder een verstoord pakket van ongeveer 60 cm dik ligt een C-horizont. De verstoorde bovengrond bestaat uit een of enkele lagen van overwegend matig fijn, zwak siltig en zwak humeus zand. Waar klinkers aanwezig zijn, is een laag cunetzand aangetroffen. In boringen 5 en 7 reikt de verstoring wat dieper (namelijk tot 90 cm -mv). De begrenzing tussen de verstoorde lagen en de onderliggende C-horizont is meestal scherp. Dit wijst, evenals een stuk plastic dat tussen 30-50 cm -mv is aangetroffen in boring 5, op recente ingrepen. De bovenste 10-30 cm van de C-horizont bestaat uit matig fijn, zwak-matig siltig zand. Dit zand is homogeen lichtgeelgeel van kleur en bevat geen roestvlekken. De laag is geïnterpreteerd als dekzand. Eronder ligt matig fijn – matig grof (matig gesorteerd) zwak siltig zand. Ook deze laag is homogeen lichtgeelgeel van kleur. Vaak is wat grind aanwezig
21
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
en in boring 1 zijn vele ijzerconcreties opgeboord. Deze laag is geïnterpreteerd als verspoeld dekzand.
4.3 RESULTATEN: ARCHEOLOGIE
Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Opsporing hiervan vergt meer intensieve vormen van archeologisch veldonderzoek en was niet het doel van het hier uitgevoerde verkennende booronderzoek (zie paragraaf 1.7).
22
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
5C
ONCLUSIE EN VERWACHTING
In alle boringen is sprake van een AC-profiel. Het verstoorde pakket (A-horizont) is recent. Er zijn geen resten van een plaggendek gezien. Evenmin zijn resten van bodemvorming waargenomen, of aanwijzingen voor de aanwezigheid van een rivierduin of andere sporen die wijzen op vroegere bewoning zoals (de insteek van) een stadsgracht of afvalkuilen. De verwachting voor alle perioden kan daarmee worden bijgesteld naar ‘laag’.
23
HOOFDSTUK
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
6S
ELECTIEADVIES
Op basis van het uitgevoerde booronderzoek is de kans klein dat het plangebied archeologische sporen bevat. Dergelijke resten kunnen niet (nauwelijks) door middel van grondboringen worden opgespoord. Voor zover vroeger een plaggendek of een podzolbodem aanwezig was, dan zijn deze verdwenen. Om deze reden adviseren we geen vervolgonderzoek uit te voeren en het plangebied vrij te geven. Dit advies is overgenomen door de gemeente Ommen, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, de heer dr. O. Satijn. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.
24
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
literatuur
Berendsen, H.J.A., 2005 (1997). Landschappelijk Nederland. De fysisch geografische regio’s. Assen. Berendsen, H.J.A., 2008. De vorming van het land. Assen. Borsboom, A.J. en J.W.H.P. Verhagen, 2012. KNA Leidraad Inventariserend Veldonderzoek. Deel: Proefsleuvenonderzoek (IVO-P). Gouda. Bosch, J.H.A.,2008. Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 1.1. Op basis van de Standaard Boorbeschrijvingsmethode versie 5.2. Deltares-rapport 2008-UR0881/A. Bosman, E. en E.E.A. van der Kuijl, 2023. Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek archeologie plangebied Hoek Vechtkade en Julianastraat te Ommen, gemeente Ommen. Hamaland rapport. Zelhem Brouwer, E.W., 2021. Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek – verkennende fase Middenstraat 22 te Ommen, gemeente Ommen (OV). Laagland archeologie rapport 713. Almelo. Miedema, F.R.P.M., 2010. Ommen Plangebied Kerkplein. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (karterende fase) Baac-rapport V-09-0408.’sHertogenbosch. Mulder, E.F.J. de., 2003. De ondergrond van Nederland. Groningen. Nederlands Normalisatie-instituut, 1989. Nederlandse Norm NEN 5104, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie-instituut Delft. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen en M. Verbruggen, 2012. Leidraad inventariserend veldonderzoek; Deel: karterend booronderzoek v2. SIKB Tulp, C., 2007. Ommen, Julianastraat (Ov.).
Een inventariserend archeologisch veldonderzoek. Steekproefrapport. Zuidhorn.
Archeologische databases/internetbronnen ArchisIII www.boorstaten.nl www.topotijdreis.nl www.hisgis.nl www.grondwatertools.nl www.kadastralekaart.com
Gebruikte kaarten Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4), nauwkeurigheid Z-waarde <= 5 cm. Bron: www.ahn.nl. Geraadpleegd op 9-7-2024 1 Kaart waarnemingen, AMK-terreinen en onderzoeksmeldingen. Bron: www.zoeken.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 9-7-2024 1
25
Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek - verkennende fase Prinses Julianastraat 8 te Ommen, gemeente Ommen, Overijssel
Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 9-72024 1 Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 9-7-2024 1 minuutplan 1832. Bron: beeldbank.cultureelerfgoed.nl. Geraadpleegd op 9-7-2024 1 Topografische kaart, schaal 1:10.000. Bron: www.pdok.nl. Geraadpleegd op 9-7-2024 1 waarden en verwachtingskaart. Bron: gemeente Ommen. Geraadpleegd op 9-7-2024 1
26
BIJLAGE 1AMZ-CYCLUS
BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN
BIJLAGE 3 GEOMORFOLOGISCHE KAART
geomkaart
11L42
meanderruggen en -geulen
3B53
dekzandrug
3L51
complex van dekzandwelvingen
23R46
beekdalbodem met meanderruggen en geulen
10B53
dekzandrug
22R43
restgeul
11L54
landduinen met bijbehorende vlakten en laagten plangebied onderzoeksgebied
BIJLAGE 4 ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND
AHNkaart
BIJLAGE 5 GEMEENTELIJKE ARCHEOLOGISCHE VERWACHTINGSKAART
gwk
BIJLAGE 6 BODEMKAART
dem
bEZ21
Hoge bruine enkeerdgronden; leemarm en zwak lemig fijn zand
zEZ21
hoge zwarte enkeerdgronden, leemarm en zwak lemig fijn zand
Afz
roodoornige zandige Vechtdalgronden plangebied onderzoeksgebied
BIJLAGE 7 WAARNEMINGEN, AMKTERREINEN EN ONDERZOEKSMELDINGEN
archis
BIJLAGE 8 BOORPUNTENKAART VELDONDERZOEK
BIJLAGE 9 BOORSTATEN Boring 1
RD-coördinaten: 225486/503997
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 5,95 0 5
0,25
25
5,7
40
0,5
5,45
0,75
5,2
50
80
90
klinker (terreinverharding) zand, matig fijn, zwak siltig, geel/ bruin/ grijs, scherpe ondergrens, opgebracht, cunetzand zand, matig fijn, matig siltig, grijs/ grijs/ bruin, zwak roesthoudend, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, matig siltig, grijs/ bruin/ geel, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, matig siltig, lichtgeel/ geel, onscherpe ondergrens, C-horizont, dekzand zand, matig fijn, matig siltig, lichtgeel/ geel, C-horizont, dekzand, zwarte oerbrokken
Projectnummer
Locatie-adres
OMPR241-EB
Prinses Julianastraat 8
Boormeester
Plaats
Erwin Brouwer
Ommen
Boring 2
RD-coördinaten: 225479/503983
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 5,82 0
0,25
5,57
0,5
5,32
0,75
5,07
1
4,82
50
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ bruin/ grijs, matig doorworteld, weinig houtresten, zwak baksteenhoudend, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel/ geel, onscherpe ondergrens, C-horizont, dekzand zand, matig grof, zwak siltig, lichtgeel, C-horizont, verspoeld dekzand
100
120
LAAGLAND ARCHEOLOGIE
Boring 3
RD-coördinaten: 225506/503971
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 6,23 0
0,25
0,5
0,75
1
25
5,98
zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel/ geel/ grijs, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord
5,73
70 75
5,48
5,23
0,75
6,44
30
50
6,19
5,94 90
1
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 6,06 0
0,25
5,81 40
0,5
5,56
zand, matig siltig, zwak humeus, donkergrijs/ bruin/ geel, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin/ bruin/ geel, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, zwak siltig, matig gesorteerd, zwak grindig, lichtgeel, C-horizont, verspoeld dekzand
70
RD-coördinaten: 225515/503978
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 6,69 0
0,5
RD-coördinaten: 225529/503953
zand, matig fijn, matig siltig, geel, C-horizont, 100 dekzand
Boring 5
0,25
zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, donkergrijs/ bruin, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord
Boring 4
5,69
zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, donkergrijs, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, bruin/ geel/ grijs, onscherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, plastic zand, zeer fijn, sterk siltig, donkergrijs/ bruin/ grijs, matig roesthoudend, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord
zand, matig fijn, matig 110 siltig, lichtgeel, C-horizont, dekzand 120
Boring 6
RD-coördinaten: 225504/504004
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 6,07 0
0,25
0,5
5,82
zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel/ geel/ grijs, onscherpe ondergrens, bioturbatie
5,57 60
0,75
5,32
75 85
1
5,07
Locatie-adres
OMPR241-EB
Prinses Julianastraat 8
Boormeester
Plaats
Erwin Brouwer
Ommen
zand, matig fijn, matig siltig, lichtgeel/ geel, onscherpe ondergrens, C-horizont, dekzand
zand, matig fijn, zwak siltig, matig gesorteerd, matig grindig, lichtgeel/ 100 geel, C-horizont, verspoeld dekzand
zand, matig grof, zwak siltig, lichtgeel, C-horizont, verspoeld dekzand
Projectnummer
zand, zeer fijn, zwak siltig, zwak humeus, bruin/ bruin/ grijs, zwak doorworteld, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord
LAAGLAND ARCHEOLOGIE
Boring 7
RD-coördinaten: 225501/503982
-mv (m) NAP(m) lithologie kleurbeeld 6,23 0 5
klinker (terreinverharding)
5,98
zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel, scherpe ondergrens, opgebracht, cunetzand
0,5
5,73
zand, matig fijn, sterk siltig, donkergrijs/ zwart, scherpe ondergrens, gevlekt/ verstoord, kiezels
0,75
5,48
0,25
50
zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgeel/ geel, scherpe ondergrens, C-horizont, dekzand 90
1
100
5,23
zand, matig fijn, zwak siltig, matig gesorteerd, lichtgeel/ geel, C-horizont, verspoeld dekzand
120
Projectnummer
Locatie-adres
OMPR241-EB
Prinses Julianastraat 8
Boormeester
Plaats
Erwin Brouwer
Ommen
LAAGLAND ARCHEOLOGIE
Projectnummer
Locatie-adres
OMPR241-EB
Prinses Julianastraat 8
Boormeester
Plaats
Erwin Brouwer
Ommen
LAAGLAND ARCHEOLOGIE
BIJLAGE 10 VERKLARENDE WOORDENLIJST
AMK-terreinen - De AMK (Archeologische Monumentenkaart) is een bestand van alle bekende, behoudenswaardige archeologische terreinen in Nederland. Op de kaart staan terreinen van archeologische, hoge archeologische en zeer hoge archeologische waarde (al dan niet wettelijk beschermd) aangegeven. De AMK wordt niet meer geactualiseerd. ARCHIS3 - Archis3 (Archeologisch Informatiesysteem) is een databank waarin gegevens over archeologisch onderzoek, vindplaatsen en terreinen in Nederland zijn opgeslagen. Bronstijd - In de Bronstijd (2.000 – 800 voor Chr.) werden voor het eerst voorwerpen van brons – een legering van koper en tin – gemaakt, hoewel vuursteen nog steeds breed toegepast werd. Aardewerk uit deze periode is meestal zeldzaam en van slechte kwaliteit (‘hondebrokaardewerk’). Waarschijnlijk werden veel tradities en gebruiken uit het Neolithicum in deze periode voortgezet, waaronder aanvankelijk het gebruik overledenen in grafheuvels bij te zetten. Later, rond 1.200 voor Chr. werd begraving vervangen door crematies, die in urnenvelden en soms ook in oudere grafheuvels werden bijgezet. Es – een es (enk, eng) is een areaal bouwland dat door meerdere grondgebruikers wordt gebruikt. Een es is ruimtelijk begrensd en als zodanig herkenbaar, maar de individuele percelen zijn niet gescheiden door duidelijk herkenbare grenzen.
Bodemhorizont – een bodemhorizont is een laag of zone die wordt gevormd door bodemvorming. Een bodemhorizont onderscheidt zich van andere lagen door kleur, textuur, structuur en abiotische factoren. De aan- of afwezigheid van bodemhorizonten in podzolgronden geeft belangrijke informatie in hoeverre het vroegere loop-/woonniveau nog intact is en in welke mate daarmee archeologische resten zijn te verwachten. De A-horizont ligt meestal aan of vlak onder het maaiveld en is vaak humeus. Vaak vormt de bouwvoor de A-horizont. De E-horizont ligt meestal onder de A-horizont. De E-horizont is ontstaan onder invloed van (regen)water, waardoor klei, humus en/of aluminium omlaag zijn getransporteerd. De E-horizont is vaak lichtgrijs van kleur (‘loodzand’). De B-horizont ligt onder de E-horizont. Dit is een inspoelingslaag. De B-horizont is meestal bruin of donkerbruin gekleurd. De BC-horizont kan onder de B-horizont voorkomen. Dit is een overgangslaag van B- naar C-horizont. De kleur is meestal donkergeel, bruingeel of geelbruin De C-horizont is de minerale horizont van ongeconsolideerd materiaal. Het is het moedermateriaal waarin de bovenliggende horizonten zijn gevormd. IJzertijd - In de IJzertijd (800 – 12 voor Chr.) werden de eerste ijzeren voorwerpen gemaakt. IJzer was harder dan brons en ijzererts was veel breder beschikbaar dan de grondstoffen voor brons (koper en tin).
Het winnen en smeden van ijzer vereiste echter
veel kunde en kennis. Naast aardewerk worden vanaf deze periode soms resten van ijzeroventjes gevonden of afval dat is ontstaan bij ijzerwinning. Op de hogere zandgronden kwamen celtic fields (raatakkers) tot ontwikkeling. Dit waren akkercomplexen die zich soms tot over een groot gebied konden uitstrekken en gekenmerkt werden door relatief kleine akkertjes die omgeven werden door raatvormige wallen. Men woonde temidden van de akkers. Ten opzichte van de voorgaande en latere perioden werden vaak nattere gronden opgezocht. Vanaf de IJzertijd ook werden de zeekleigebieden in gebruik genomen. Kampontginning – kampontginningen zijn veelal kleinschalige, meestal vrij late ontginningen die vanuit een of een beperkt aantal personen zijn opgezet (eenmanses). Vaak zijn diverse kampontginningen op den duur samengegroeid tot een grotere es. Loodzand - In een plaggendek wordt regelmatig loodzand aangetroffen: bij het winnen van plaggen werd eerst de natuurlijke toplaag afgestoken. In deze toplaag was een Ehorizont (uitspoelingslaag) aanwezig met een kenmerkende grijze kleur. Loodzand wordt meestal aangetroffen in de onderzijde van het plaggendek.
Marke - een middeleeuwse term die vooral in Drenthe, Twente, Salland, op de Veluwe, rond Zutphen, in Het Gooi en op de Utrechtse Heuvelrug, in het oosten op de Saksische zandgronden dus, veel gebruikt werd als een benaming voor een agrarische bestuursvorm. Markes waren collectieve gronden van grotere boeren, die samen het beheer en gebruik van hun gemeenschappelijke (landbouw)gronden regelden. Verder werd het begrip gebruikt om de woeste gronden, hooilanden en velden die bij een dorp hoorden mee aan te duiden. Middeleeuwen - De Middeleeuwen duurden van 450 – 1500 na Chr. Over de periode vlak na het definitieve vertrek van de Romeinen uit Nederland is weinig bekend. Tot op heden zijn relatief weinig vindplaatsen uit deze periode aangetroffen. Er zijn sterke vermoedens dat resten uit deze periode voor een belangrijk deel onder de huidige oude stads- en dorpskernen en oude akkercomplexen liggen. Vanaf ongeveer de 10e eeuw ontstaat er weer enige stabiliteit en is sprake van een min of meer centraal gezag. De maatschappij raakt gefeodaliseerd. In deze periode werd een begin gemaakt met de ontginning van veen, heide en bos. Moedermateriaal – ook wel het uitgangsmateriaal genoemd, is het materiaal waaruit de bodem is gevormd, het verse sediment vóór de verandering door de bodem vorming.
Neolithicum - Het Neolithicum (5.300 – 2.000 voor Chr.) wordt gekenmerkt door een overschakeling van jagen/verzamelen naar landbouw en veeteelt. De mens ging zich op een min of meer vaste locatie vestigen. Aanvankelijk werd daarnaast nog gejaagd en verzameld, maar meer en meer werd de mens agrariër. Doordat men zich op een locatie kon vestigen, namen de materiële bezittingen sterk toe. Men bouwde boerderijen en andere constructies en creëerde voorwerpen van aardewerk en geslepen steen. De bevolking kon groeien en de samenlevingen werden complexer. Uit deze periode zijn hunebedden en grafvelden/-heuvels bekend. Paleolithicum - Gedurende het Paleolithicum (300.000 – 8.800 voor Chr.) is Nederland wel bezocht door de mens (Homo Sapiens Sapiens en Homo Sapiens Neanderthalensis) gedurende de warmere perioden. Sporen zijn echter schaars en vaak verstoord. De mens trok destijds als jager/verzamelaar rond in kleine groepen. Afhankelijk van het seizoen en aanwezige voedselbronnen werden steeds wisselende, tijdelijke kampementen bewoond. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) – De RCE is een onderdeel van het ministerie van OCW. Het voert wet- en regelgeving uit, ontwikkelt kennis en geeft advies over rijksmonumenten, landschap & omgeving, archeologie en roerend erfgoed. Voorde – Een voorde (ook wel drecht, trecht of tricht genoemd) is een doorwaadbare plaats in een beek of rivier.
Vaak werd een voorde verhard met stenen of keien, die door houten palen op hun plaats werden gehouden.
Weichselien – een geologische periode in het Pleistoceen die duurde van 116 – 11,7 duizend jaar geleden. Het Weichselien is de laatste ijstijd (glaciaal) die we in Nederland gehad hebben. Het landijs bereikte de Nederlandse grenzen niet, maar wel was de bodem van grote delen permanent bevroren (permafrost).