CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Ruimtelijke onderbouwing Ommen Sportlaan augustus 2025

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente OmmenBij agendapunt: 1. Ruimtelijke onderbouwing Ommen Sportlaan augustus 20258.882 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Ommen, Sportlaan tijdelijke flexwoningen Opdrachtgever: Kenmerk: Datum: Status:

Vechtdal Wonen 009822 19-08-2025 Ontwerp

Buro Hollema Asserstraat 12 9451 AC Rolde Tel: (0592) 24 13 13 info@burohollema.nl www.burohollema.nl Buro Hollema streeft naar een optimale verhouding tussen kwaliteit en prijs. Periodiek wordt ons kwaliteitssysteem gecontroleerd door Normec Certification. Buro Hollema is in het bezit van het certificaat ISO 9001:2015.

Pagina 1 van 29

Inhoud 1.

Inleiding.................................................................................................................................................... 4 Aanleiding ....................................................................................................................................... 4 Ligging projectgebied ..................................................................................................................... 4 Geldend bestemmingsplan............................................................................................................. 4 Procedure keuze ............................................................................................................................. 5 Leeswijzer ....................................................................................................................................... 5

2.

Beleid ....................................................................................................................................................... 6 Rijksbeleid ...................................................................................................................................... 6 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) .............................................................................................. 6 2.1.2 Ladderonderzoek duurzame verstedelijking.............................................................................. 6 Provinciaal beleid ........................................................................................................................... 7 2.2.1 Omgevingsvisie Overijssel .......................................................................................................... 7 2.2.2 Omgevingsverordening Overijssel ............................................................................................. 7 2.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ............................................................................ 7 Gemeentelijk beleid ....................................................................................................................... 8 2.3.1 Gemeentelijk Omgevingsplan Ommen ......................................................................................

8 2.3.2 Woonvisie Ommen 2015-2025 .................................................................................................. 9 2.3.3 Welstandsnota Ommen ...........................................................................................................11

3.

Huidige en toekomstige situatie ............................................................................................................12 Huidige situatie.............................................................................................................................12 Projectbeschrijving .......................................................................................................................12 3.2.1 Parkeren en ontsluiting ............................................................................................................13

4.

Omgevingsaspecten ...............................................................................................................................14 Besluit Milieueffectrapportage (m.e.r.) .......................................................................................14 Bedrijven- en milieuzoneringen ...................................................................................................14 4.2.1 Akoestisch onderzoeken sportpark .........................................................................................15 4.2.2 Onderzoek lichthinder .............................................................................................................16 4.2.3 Onderzoek geurhinder .............................................................................................................16 Geluid wegverkeer .......................................................................................................................16 Bodem ..........................................................................................................................................17 Water ............................................................................................................................................18 4.5.1 Gevolgen voor projectgebied...................................................................................................21

Ecologie ........................................................................................................................................24 4.6.1 Gebiedsbescherming................................................................................................................24 4.6.2 Soortenbescherming ................................................................................................................25 Externe veiligheid .........................................................................................................................25 Luchtkwaliteit ...............................................................................................................................27

5.

Uitvoerbaarheid .....................................................................................................................................28 Economische uitvoerbaarheid......................................................................................................28 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..............................................................................................28 5.2.1 Wettelijk overleg ......................................................................................................................28 5.2.2 Inspraak ....................................................................................................................................28

Pagina 2 van 29

6.

Afweging en conclusies ..........................................................................................................................29

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11

Welstandsadvies Stedenbouwkundig ontwerp Vormvrije m.e.r-beoordelingsnotitie Akoestisch onderzoek eerste verkenning geluid Akoestisch aanvullend onderzoek Akoestisch onderzoek wegverkeer Lichtonderzoek Bodemonderzoek Stikstofonderzoek Ecologisch onderzoek Reactienota op concept ontwerp stedenbouwkundig plan

Pagina 3 van 29

1. INLEIDING Aanleiding De gemeente Ommen en Vechtdal Wonen zijn bezig met de voorbereiding van een gebiedsontwikkeling aan de Sportlaan in Ommen. Het voornemen is om aan de Sportlaan 50 flexwoningen te realiseren om zodoende de wachtlijsten voor mensen die op zoek zijn naar een huurwoning te verkleinen. Het gaat om tijdelijke woningen voor de duur van maximaal 10 jaar. Aangezien het bouwen van tijdelijke woningen aan de Sportlaan in Ommen nu planologisch niet is toegestaan, wordt via een omgevingsvergunning (tijdelijk) afgeweken van het geldende bestemmingsplan. De voorliggende ruimtelijke motivering maakt deel uit van de aan te vragen omgevingsvergunning. Ligging projectgebied Het projectgebied wordt aan de oostkant van een sportpark in Ommen gerealiseerd, zoals rood omlijnd weergegeven op onderstaande afbeelding. Het sportpark herbergt momenteel verschillende sportfaciliteiten, zoals voetbalvelden, tennisbanen, atletiekbaan, hockeyvelden en een BMX-baan. Ten noorden, ten oosten en ten zuiden van het projectgebied zijn reeds woningen gerealiseerd. De Sportlaan loopt door het projectgebied.

Figuur 1.2.1 Ligging projectgebied (bron pdok.nl)

Geldend bestemmingsplan Het plangebied ligt in het bestemmingsplan ‘Ommen Oost, Boerenerven’. Dit bestemmingsplan is op 3 juli 2014 onherroepelijk geworden. Het huidige plangebied heeft de bestemming ‘Groen’. Naast het bestemmingsplan geldt er voor dit projectgebied ook het ‘Parapluplan kleine windmolens’(vastgesteld 9 september 2022) en de ‘Facetherziening parkeren Ommen‘ (vastgesteld 19 juli 2014).

Pagina 4 van 29

Procedure keuze In eerste aanleg is op 17 juli 2024 voor hetzelfde project een vergunning op basis van artikel 2.12, eerste lid onder 2° van de Wabo verleend. Tegen het besluit tot het verlenen deze vergunning is bezwaar en beroep ingesteld. De rechtbank Overijssel heeft op 28 februari 2025 het besluit tot het verlenen van de vergunning vernietigd. De rechtbank is van oordeel dat ten onrechte gebruik is gemaakt van de kruimelgevallen regeling en dat het bouwplan is aan te merken als stedelijke ontwikkelingsproject. Vechtdal Wonen is van mening dat het bouwplan niet is aan te merken als een stedelijke ontwikkeling en dat de juiste procedure bij het verlenen van de vergunning is gevolgd. Zowel Vechtdal Wonen als de gemeente is tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel in hoger beroep gegaan. Om het grote tekort aan woningen te verkleinen heeft Vechtdal Wonen tot doel om zo snel als mogelijk een in werking zijnde omgevingsvergunning te verkrijgen, zodat zij de 50 tijdelijke flexwoningen aan de Sportlaan in Ommen kan realiseren. Ondanks dat Vechtdal Wonen de uitspraak van de rechtbank bestrijd en hiertegen hoger beroep heeft ingesteld, wil zij de procedure opnieuw voeren conform de uitspraak van de rechtbank.

In deze ruimtelijke onderbouwing wordt – onverminderd de standpunten van Vechtdal Wonen in het hoger beroep – uitgegaan van de situatie dat het bouwplan wel is aan te merken als stedelijk ontwikkelingsproject. De behandeling van de gerechtelijke hoger beroep procedure en uitspraak in hoger beroep kan enkele jaren in beslag nemen. Gezien de duur hiervan en de woningnood wenst Vechtdal Wonen met deze vergunningsprocedure zo spoedig als mogelijk te beschikken over een omgevingsvergunning. De omgevingsvergunning voor het handelen in strijd met de regels ruimtelijke ordening wordt daarom nu conform artikel 2.12, eerste lid onder 3° van de Wabo voorbereid. Dit betekent dat de ontwerp beschikking voor het eventueel indienen van zienswijze ter inzage moet worden gelegd. Leeswijzer Deze ruimtelijke onderbouwing bestaat uit 5 hoofdstukken. Na het inleidende hoofdstuk 1 wordt in hoofdstuk 2 het algemeen geldende Rijks, provinciaal en gemeentelijk beleid samengevat. Alleen het beleid dat van toepassing is op het voorliggende initiatief wordt in dit hoofdstuk benoemd. Hoe omgegaan wordt met de stedenbouwkundige en landschappelijke inpassing wordt in hoofdstuk 3 toegelicht. Specifiek beleid (Rijk, provincie, regio en gemeente) voor omgevingsaspecten wordt in hoofdstuk 4 (omgevingsaspecten) besproken.

De uit het beleid voorkomende motiveringen en/of onderzoeken worden ook in hoofdstuk 4 samengevat en voorzien van een conclusie. Ten slotte wordt in hoofdstuk 5 afgewogen of dit project voldoet aan een goede ruimtelijke ordening.

Pagina 5 van 29

2. BELEID Rijksbeleid 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Om dit te kunnen bewerkstelligen laat het Rijk de inrichting van de fysieke leefomgeving meer over aan de decentrale overheden en komt de gebruiker centraal te staan. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem de fysieke leefomgeving. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: • een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft, en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt, bijvoorbeeld het reserveren van ruimte voor militaire activiteiten en het stellen van opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en valleys; • over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan, bijvoorbeeld het stimuleren van biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of het beschermen van werelderfgoed; • een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is een ofwel een hoog afwentelrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is.

Bij dit laatste gaat het bijvoorbeeld om de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners is op rijksniveau relevant. Toetsing Aangevraagd is de bouw van 50 (tijdelijke) flexwoningen. Gelet op de aard, omvang en locatie zijn er geen Rijksbelangen van toepassing op dit project.

2.1.2 Ladderonderzoek duurzame verstedelijking Om de tijdelijk huisvesting planologisch toe te staan, wordt van het bestemmingsplan afgeweken middels een omgevingsvergunning. Hiervoor is een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6. lid 2 Bro) vereist. De 'ladder voor duurzame verstedelijking' is in de voorloper van de NOVI geïntroduceerd en vastgelegd als procesvereiste in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladderonderbouwing maakt deel uit van de in de NOVI geformuleerde prioriteit ‘Sterke en gezonde steden en regio’s’. Met dit woningbouwproject worden 50 tijdelijke flexwoningen mogelijk gemaakt. In de huidige situatie is er geen sprake van bebouwing. In het kader van de ladder wordt dit project als een nieuwe stedelijk ontwikkelingsproject aangemerkt. Het projectgebied ligt binnen het bestaand stedelijk gebied. Op dit punt wordt voldaan aan de ladder. Wel moet aangetoond worden dat dit project voldoet aan de behoefte. De woningmarkt is voortdurend in beweging. Om hierop adequaat in te kunnen spelen maakt de gemeente Ommen jaarlijks prestatieafspraken ter uitvoering van het woonbeleid maar ook van de actuele behoefte.

De gemeente Ommen en Vechtdal Wonen onderkennen het belang van extra aandacht voor bijzondere doelgroepen, waaronder ook specifiek de doelgroep die urgent of met spoed behoefte heeft aan woonruimte en waarvoor elders in Ommen geen woonruimte op korte termijn beschikbaar is. Deze behoefte is divers en kan gericht zijn op reguliere huisvesting dan wel tijdelijke en flexibele woonvormen.

Pagina 6 van 29

De corporatie biedt daarom via het urgentiebeleid een thuis aan mensen die acuut of urgent een woning nodig hebben. Ook als ze met een korte inschrijfduur eigenlijk niet in aanmerking komen voor een woning. De woningbouwcorporatie en de gemeente willen aanvullend daarop tijdelijke huisvestingsoplossingen bieden voor mensen die niet aan de criteria van het urgentiebeleid voldoen, maar wel met spoed een woning nodig hebben. Het realiseren van 50 tijdelijke flexwoningen voldoet aan de actuele behoefte voor deze specifieke doelgroep. Conclusie Met dit project worden 50 tijdelijke flexwoningen in bestaand stedelijk gebied gerealiseerd. De flexwoningen worden gerealiseerd als gevolg van een urgente behoefte voor een specifieke doelgroep die elders in Ommen op korte termijn geen woonruimte kan vinden. Provinciaal beleid Het provinciaal ruimtelijk beleid is beschreven in de provinciale Omgevingsvisie Overijssel. In de provinciale Omgevingsverordening is dit beleid juridisch geborgd. 2.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie Overijssel bevat de provinciale visie op de ruimte in Overijssel. Daarin worden uitspraken gedaan over ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur. In de jaren na de vaststelling is de Omgevingsvisie meerdere keren geactualiseerd waarbij de beleidswijzigingen van de afgelopen jaar worden verwerkt in teksten en kaarten.

Duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit zijn de leidende principes of 'rode draden' bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. 2.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. Er wordt nadrukkelijk gestuurd op ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Uitgangspunt is dat verstedelijking en economische activiteiten gebundeld worden ten behoeve van een optimale benutting van bestaand bebouwd gebied. 2.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3.

Hoe – gebiedskenmerken Aan de hand van de drie genoemde niveaus kan worden bezien of een ruimtelijke ontwikkeling mogelijk is en er behoefte aan is, waar het past in de ontwikkelingsvisie en hoe het uitgevoerd kan worden. Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Ommen en behoort tot het ontwikkelingsperspectief ‘Woon en werklocaties buiten de stedelijke netwerken‘.

Pagina 7 van 29

De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd. Dit project voldoet aan een lokale behoefte. In hoofdstuk 2.1.2 Laddertoets wordt dit nader toegelicht. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de omgevingsvergunning in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoordde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciale ruimtelijk beleid. Gemeentelijk beleid 2.3.1 Gemeentelijk Omgevingsplan Ommen De gemeente Ommen heeft op 16 december 2021 de Omgevingsvisie Ommen vastgesteld. In deze visie is een nieuwe integrale visie voor de toekomst opgesteld. Daarin geeft de gemeente aan welke ontwikkelingen en opgaven er op de gemeente afkomen en hoe de gemeente daarmee aan de slag gaat. Daarbij behoudt de gemeente de goede elementen uit het oude Omgevingsplan (de GOP), zoals de wijze waarop de gemeente als gemeente ontwikkelingen mogelijk willen maken. In de nieuwe Omgevingsvisie geeft de gemeente een meer concrete strategische invulling van Houvast voor de Toekomst, ook wel bekend als het Ommer Motief. In het inspiratiedocument Houvast voor de Toekomst heeft Ommen in 2018 haar missie en visie hernieuwd vastgelegd. Deze missie en visie vormen de basis voor de Omgevingsvisie.

Als aanvulling hierop is in de Omgevingsvisie het thema gezondheid toegevoegd. Voor het zijn van een leefbare en vitale verblijfsgemeente is gezondheid een kernwaarde. Dit geldt voor iedereen die in Ommen woont, werkt of verblijft. Ommen wil als verblijfsgemeente haar inwoners een gezonde en vitale samenleving bieden. Het behouden en verbeteren van de samenhang en leefbaarheid in de kernen en wijken staat hoog op de agenda. De gemeente voorziet in de woonvraag van de eigen inwoners: jongeren, starters, jonge gezinnen, ouderen en bijzondere doelgroepen. In de Omgevingsvisie is benoemd dat Ommen verschillende doelgroepen met een specifieke woonvraag kent die vaak niet of beperkt binnen de reguliere woningvoorraad kan worden opgelost. Het gaat hierbij om arbeidsmigranten, spoedzoekers, woonwagenbewoners, asielzoekers en statushouders. Met name arbeidsmigranten en spoedzoekers hebben deels een plek gevonden op vakantieparken. Daarmee is de recreatieve functie van deze parken onder druk komen te staan. In samenhang met de revitalisering van de minder vitale vakantieparken zal voor deze doelgroepen naar oplossingen worden gezocht zoals het realiseren van speciale wisselwoningen voor asielzoekers en arbeidsmigranten.

De gemeente wil sowieso meer grip krijgen op de huisvesting van arbeidsmigranten door ook voor deze groepen adequate vormen van huisvesting te ontwikkelen op goed ingerichte plekken in hun gemeente. Toets project aan gemeentelijke Omgevingsvisie Het realiseren van tijdelijke flexwoningen om te kunnen voldoen aan de urgente woonbehoefte van verschillende doelgroepen met een specifieke woonvraag is specifiek benoemd als beleidsuitgangspunt van de gemeente Ommen. Het realiseren van flexwoningen is een mogelijkheid die recent is ontwikkeld. Ten tijde van het opstellen van de Omgevingsvisie is daarom niet specifiek dit soort woningen benoemd. Wel is aangegeven dat er naar een passende oplossing zou worden gezocht.

Pagina 8 van 29

2.3.2 Woonvisie Ommen 2015-2025 De woonvisie vormt de basis voor het woonbeleid van de gemeente Ommen. In de visie wordt uitgelegd waar de gemeente in 2025 op het gebied van wonen wil staan en wordt de visie gebruikt voor het maken van prestatieafspraken met de woningcorporatie. Deze woonvisie is opgezet rondom drie pijlers van beleid. Het wensbeeld voor 2025 wordt afgezet tegen de huidige (economische) situatie, waarmee de inzet van maatregelen wordt bepaald. Dit zijn de drie pijlers van het beleid: 1. Ommen, dé plek om te wonen De gemeente heeft voor deze pijler de volgende ambitie: "Er is een aantrekkelijk centrum in de stad Ommen, waarbij de haven een extra impuls geeft. De kwaliteit van de omgeving is goed en het voorzieningenniveau is hoog. Hier zijn woningen gerealiseerd die in veel gevallen goed aansluiten op de wensen van senioren. De kwaliteit van de bestaande voorraad in Ommen is verbeterd, de wijken bieden onderscheidende woonmilieus. De woningen die door verhuizende senioren vrijkomen, worden door jonge inwoners uit Ommen betrokken. De kernen zijn vitaal en de kwaliteit van het buitengebied is versterkt.

Door deze kwaliteitsimpuls weten vertrokken Ommenaren ons weer te vinden en blijven jonge gezinnen in de gemeente wonen." Er wordt ingezet op 1) een hoogwaardig centrum van de stad Ommen, 2) woonmilieus met onderscheidende kwaliteiten behouden en toevoegen, en 3) vitale kernen en platteland. 2. Passende woningen voor kwetsbare doelgroepen De gemeente heeft voor deze pijler de volgende ambitie: "De gemeente zorgt met de corporatie, dat er voldoende passende woningen zijn voor de kwetsbare doelgroepen. Kwetsbare doelgroepen zijn doelgroepen die niet zonder extra maatregelen aan een passende woonruimte kunnen komen. De komende tien jaar wil de gemeente de voorraad sociale huurwoningen voor huishoudens met een laag inkomen vergroten, terwijl deze daarna waarschijnlijk weer af mag nemen naar ongeveer het huidige aantal van 1.250 woningen. De gemeente vindt de betaalbaarheid voor alle inkomensgroepen belangrijk. De gemeente richt zich specifiek op de huishoudens met lage inkomens (€34.911) en lage middeninkomens (€34.911- €43.000). De gemeente vindt het belangrijk dat de huurprijzen in verhouding staan tot het inkomen. Voor middeninkomens wordt het aanbod betaalbare koopwoningen vergroot. Om woonlasten ook op lange termijn betaalbaar te houden, wordt de energieprestatie van woningen beter, rekening houdend met de huurprijs.

De gemeente kiest voor gedifferentieerde wijken, huurwoningen en koopwoningen in verschillende prijsklassen. Jong, oud, zorgbehoevend en niet-zorgbehoevend wonen met elkaar in de wijken. Nieuwe doelgroepen worden erkend met een eigen behoefte en samen zetten gemeente en corporatie zich in om probleemsituaties om te vormen naar nieuwe kansen." Er wordt ingezet op 1) betaalbaarheid, 2) voorkomen dakloosheid, 3) duurzame, levensloopgeschikte en betaalbare woningen, 4) gedifferentieerde wijken, en 5) kwantitatief aanbod. 3. Het is goed oud worden in Ommen, ook in de kleine kernen De gemeente heeft voor deze pijler de volgende ambitie: "Mensen kunnen zelfstandig in de kernen blijven wonen, ook bij een zorgbehoefte. Zo behouden ze hun sociale netwerk. Het voorzieningen- en dienstenaanbod zijn hierop ingericht. Senioren hebben daarnaast de keuze om zich rondom het centrum van de stad Ommen te vestigen. Hier is er een aantrekkelijk woningaanbod voor senioren, met een volwaardig voorzieningen- en dienstenaanbod."

Pagina 9 van 29

Er wordt ingezet op 1) mensen kunnen zelfstandig in de kernen blijven wonen, ook bij een zorgbehoefte, 2) voldoende voorzieningen om de zelfredzaamheid van kwetsbaren te waarborgen, en 3) senioren in nieuwbouw rondom het centrum én in de bestaande voorraad. Toets project aan woonvisie Met de ontwikkeling wordt een woonmilieu met onderscheidende kwaliteiten toegevoegd. De ambitie voor Flexwonen Sportlaan is om een buurt te creëren van tijdelijke aard dat past bij de kwaliteit en hoort bij de dynamiek van de plek. Er wordt een samenhangend gebied gecreëerd door sterke openbare ruimtes die voor bewoners van het gebied betekenis hebben. Met de beoogde woningbouw wordt efficiëntie, tijdelijkheid en de verlaging van de druk op de huidige woningmarkt mogelijk gemaakt. 2.3.2.1

Addendum Woonvisie Ommen

Woonaddendum Om de woningmarkt in Ommen te versterken is in november 2023 door de gemeenteraad. het Woonaddendum vastgesteld. Een nadere invulling van het Woningbouwprogramma Ommen 2021 - 2025. Hierin zijn concrete locaties aangewezen inclusief bijbehorende woningbouwprogramma. Eén van deze aangewezen locatie zijn de 50 flexwoningen aan de Sportlaan. De gemeente wil samen met de woningcorporatie snel inzetbare en betaalbare huurwoningen toevoegen. Deze semipermanente flexwoningen zijn tijdelijk en worden gerealiseerd op eigen grond. Hierdoor kan beter worden ingespeeld op de grote veranderingen naar wonen in de toekomst. Doelgroepen vinden geen passende woning en komen hierdoor in de knel Voor mensen uit Ommen die met spoed op zoek zijn naar een woning is het lastig om op korte termijn een woonplek te vinden. De vraag voor een sociale huurwoning ligt vooral bij (jonge) Ommenaren, mensen die urgent (tijdelijk) huisvesting zoeken en specifieke doelgroepen zoals bijvoorbeeld statushouders en Oekraïners. Deze woningzoekenden die door uitzonderlijke situaties per direct op zoek zijn naar onderdak noemen we spoedzoekers. Zij hebben als woningzoekenden weinig tot geen inschrijfduur opgebouwd, maar hebben wel dringend een woning nodig. De vraag om betaalbare en sociale huurwoningen overschrijdt ruim de beschikbare woningen.

Mede daardoor is de wachttijd voor een sociale huurwoning nu al opgelopen tot ruim meer dan 7 jaar. Voor de groep spoedzoekers willen we snel meer kansen bieden op een woning. Noodzaak Flexwoningen Ondanks een nieuwbouwprogramma van meer dan 100 sociale huurwoningen in Ommen binnen 3 jaar biedt dit geen oplossing in de huidige piekvraag naar goedkope huurwoningen. De realisering van semipermanente flexwoningen draagt snel bij aan de huidige vraag vanuit de doelgroep spoedzoekers. De gemeente, Vechtdal Wonen en de Huurdersorganisatie Vechtdal hebben hierover afspraken gemaakt (prestatieafspraken Wonen Ommen 2024). Afgesproken is dat 50 flexwoningen worden opgeleverd voor de huisvesting van spoedzoekers, starters, Oekraïense ontheemden en statushouders. Deze tijdelijke woningen (flexwoningen) bieden voor een periode van circa 10 jaar een oplossing aan deze groep woningzoekenden. De tijdelijkheid van deze woningen is verbonden aan de woning zelf of de locatie en niet aan de bewoning in die zin dat er geen tijdelijke huurovereenkomst gesloten wordt met de bewoner. Nationaal en provinciaal wordt ingezet op de realisering van nieuwbouw woningen én flexwoningen Vanuit het Rijk en de provincie Overijssel wordt ingezet op realisatie van flexwoningen. Vanuit het nationale woon- en bouwprogramma wil het Rijk voor eind 2024 37.500 flexwoningen geplaatst zien in

Pagina 10 van 29

Nederland. Hierover zijn prestatieafspraken gemaakt met alle provincies. De prestatieafspraken tussen het Rijk en de provincie Overijssel hebben geresulteerd in de Woondeal West-Overijssel. De Woondeal omvat de concrete doorvertaling van de provinciale woningbouwafspraken naar gemeenten en woningcorporaties in West-Overijssel. Onderdeel van de woondeal is de realisering van de 50 flexwoningen aan de Sportlaan door Vechtdal Wonen. 2.3.3 Welstandsnota Ommen Het welstandsbeleid van de gemeente Ommen is vastgelegd in de Welstandsnota Ommen. Per gebied zijn ambities op het gebied van welstand en het welstandsniveau bepaald. In de Wabo is vastgelegd dat een tijdelijk bouwwerk niet hoeft te voldoen aan de redelijke eisen van welstand. Echter heeft de gemeente de wens om de tijdelijke flexwoningen zo goed mogelijk aan te laten sluiten bij het vigerende beeldkwaliteitsplan ‘Boerenerven, Ommen’ (september 2013) van de Gemeente Ommen. Daarom is het plan voorgelegd aan de stadsbouwmeester voor advies. Toets project aan Beeldkwaliteitsplan ‘Boerenerven, Ommen’ Het Oversticht (de stadsbouwmeesters) heeft op 13 juli 2023 haar positieve advies met betrekking op dit project aan het college verstuurd. Dit advies is als bijlage 1 toegevoegd aan deze ruimtelijke motivering.

Aangegeven is dat binnen de context van tijdelijke bouwwerken het stedenbouwkundig plan voldoet aan de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan “Boerenerven, Ommen”.

Pagina 11 van 29

3. HUIDIGE EN TOEKOMSTIGE SITUATIE Huidige situatie De huidige situatie van het plangebied kenmerkt zich door groene weilanden die momenteel worden gebruikt als weidegebied. Aan de noord-, oost- en zuidzijde van het plangebied bevindt zich al bestaande bebouwing. Aan de zuidzijde worden hobbymatig paarden gehouden. Aan de westzijde van het plangebied grenst het sportpark van Ommen. Dit sportpark omvat diverse faciliteiten, zoals voetbalvelden, tennisbanen, hockeyvelden en een BMX-baan.

Figuur 3.1 Ligging nieuwbouwlocatie (Bron: PDOK viewer) Afbeelding uit BOPA motivering Projectbeschrijving In de toekomstige situatie worden aan de Sportlaan in Ommen 50 flexwoningen gerealiseerd. De stedenbouwkundige en landschappelijke invulling van de locatie is zorgvuldig ontworpen om ervoor te zorgen dat de externe werking minimaal is en er geen negatieve impact is op het woon- en leefklimaat van zowel de omwonenden als nieuwe bewoners. Na uitgebreid overleg (participatie) met de omgeving zijn verschillende aanpassingen gedaan aan het plan (zie bijlage 11). Het stedenbouwkundig en landschappelijk plan is als bijlage 2 toegevoegd aan deze ruimtelijke onderbouwing. In het stedenbouwkundig en landschappelijk plan zijn verschillende maatregelen genomen om de leefbaarheid te waarborgen. Een belangrijk element is de toevoeging van een grondwal aan de noordzijde van het plangebied. Deze grondwal dient als een buffer tussen de nieuwe flexwoningen en de bestaande woningen aan de noordzijde. Hierdoor wordt de privacy en het wooncomfort van de bestaande bewoners behouden en worden mogelijke visuele en geluidsoverlast geminimaliseerd. Daarnaast worden er langs de westzijde van het plangebied heggen en bomen geplaatst. Deze beplanting zal dienen als een natuurlijke afscheiding en zorgen voor een visuele buffer tussen de flexwoningen en het sportpark.

Op deze manier wordt het zicht op het sportpark beperkt, waardoor eventuele visuele hinder verminderd wordt en er meer rust en privacy ontstaat voor de nieuwe bewoners.

Pagina 12 van 29

Door de situering van de woningen, de aanleg van een grondwal aan de noordzijde en de beplanting langs de westzijde, wordt er gezorgd voor een harmonieuze integratie van het project in de bestaande omgeving. Hierdoor blijft het woon- en leefklimaat van zowel de nieuwe bewoners als de omwonenden gewaarborgd en kunnen zij genieten van een aangename en rustige woonomgeving. 3.2.1 Parkeren en ontsluiting Ondanks dat de aanvraag voor de Wabo omgevingsvergunning in 2023 is ingediend is voor het bepalen van de parkeerbehoefte aansluiting gezocht bij de CROW-publicatie 744' 'Parkeercijfers 2024, basis voor parkeernormering (augustus 2024)'. Dit is gedaan omdat voor het stikstofonderzoek gebruik gemaakt moet worden van de meest actuele verkeerscijfers. Aangezien de meest actuele verkeerscijfers daarom leidend zijn, is bij het opstellen van deze paragraaf daarom ook gebruik gemaakt voor deze nieuwe verkeerscijfers. In de CROW-publicaties zijn richtlijnen en aanbevelingen opgenomen om een efficiënt en duurzaam parkeerbeleid te realiseren. Deze richtlijnen zorgen ervoor dat er voldoende parkeerfaciliteiten beschikbaar zijn voor de bewoners van de flexwoningen, terwijl tegelijkertijd de ontsluiting van het gebied op een optimale manier wordt geregeld.

Door deze zorgvuldige aanpak wordt er gestreefd naar een goed georganiseerd en bereikbaar woongebied, waarbij de parkeervoorzieningen en de ontsluitingsroutes op een toekomstbestendige wijze zijn ingericht. Parkeren Voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen is overleg geweest met de gemeente Ommen. Voor de kleinere woningen geldt een minimale gemeentelijke parkeernorm van 0,6 parkeerplaats per woning. Voor de wat grotere woningen geldt een minimale gemeentelijke parkeernorm van 0,7 parkeerplaats per woning wat neerkomt op 32 parkeerplaatsen. Ontsluiting Met de kerngetallen van de CROW, papieren versie augustus 2024, is bepaald hoeveel rijbewegingen er per woning per dag worden gemaakt. Hierbij is ervan uit gegaan dat de woningen in matig stedelijk gebied komen te staan en dat het gebied behoord tot de rest van de bebouwde kom. Het betreffen tiny houses sociale huur woningen. Dit zijn er gemiddeld 3,35 rijbewegingen (minimaal 2,9 en maximaal 3,8 rijbewegingen). Aangezien er 50 flexwoningen worden gerealiseerd is de toename van het verkeer 168 verkeerbewegingen per dag. De ontsluiting vindt plaats via de Sportlaan richting de Arriërveldsweg. Vanuit de projectlocatie is het door een hek op de Sportlaan niet mogelijk dat het gebied via de Sportlaan richting de Haarsweg wordt ontsloten. De toename van het aantal vervoersbewegingen per dag op de Sportlaan is nihil.

Op de Arriërveldsweg gaat dit verkeer op in het huidige verkeersbeeld.

Pagina 13 van 29

4. OMGEVINGSASPECTEN Besluit Milieueffectrapportage (m.e.r.) In het Besluit m.e.r. is in de D-lijst aangegeven welke activiteiten m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Wanneer een activiteit onder de in kolom 2 van deze D-lijst opgenomen drempelwaarde blijft, moet het bevoegd gezag zich er nog steeds van vergewissen dat de activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. In onderdeel D 11.2 zijn de drempelwaarde voor een stedelijk ontwikkelingsproject opgenomen. In tegenstelling tot de Bro is in het Besluit m.e.r. het begrip stedelijk ontwikkelingsproject niet gedefinieerd. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet worden gekeken naar de concrete omstandigheden van het project. Onder meer de aard, de omvang en de milieugevolgen van de stedelijke ontwikkeling zijn relevant. Als een ontwikkeling negatieve milieugevolgen heeft dan is er sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject. Dit woningbouwproject ligt onder de drempelwaarde. Het project is daarom niet MER plichtig. Voor zover er, conform de uitspraak van de rechtbank Overijssel, sprake zou zijn van een stedelijk ontwikkelingsproject, is onderzocht of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Hiervoor is een aanmeldnotitie opgesteld (Bijlage 3).

Bedrijven- en milieuzoneringen Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de leefkwaliteit. Door te zoneren kunnen de milieuonderwerpen geur, stof, geluid en gevaar indirect doorwerken in het bestemmingsplan met als doel het invullen en beheren van de ruimte. Hierbij wordt een scheiding tussen verschillende, vaak zich niet met elkaar verdragende, functies aangehouden. Vanwege dit ruimtelijk structurerend karakter kan een zonering in het bestemmingsplan juridisch worden vastgelegd. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen de bestemmingsgrens van de toe te laten milieubelastende functie en de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is.

Deze richtafstanden zijn gebaseerd op de milieuzoneringen van een gemiddeld bedrijf en daarom preventief van aard. Om inzicht te krijgen is de daadwerkelijke milieubelasting dient separaat onderzoek uitgevoerd te worden. Wonen is geen milieubelastende functie maar wel een milieugevoelige functie. Hierom wordt bij het realiseren van woningen alleen gekeken naar de omgeving waarin de woningen worden gerealiseerd. Ten westen van het projectgebied liggen meerdere sportvoorzieningen. Aan de andere zijden grenst het projectgebied aan woningen. De sportvoorzieningen en de woningen worden niet via of langs het projectgebied ontsloten. Gelet de mate van scheiding van de verschillende functie is er sprake van een rustige woonwijk. Direct ten westen van het projectgebied ligt een BMX baan. Ten zuidwesten van het projectgebied ligt een trainingsveld van FC Ommen (voetbal). Verder naar het westen liggen meer voetbalvelden, een

Pagina 14 van 29

hockeyveld en een tennisbanencomplex. Voor sportcomplexen geldt een richtafstand van 50 meter. Dit betekent dat het projectgebied ligt binnen de richtafstand van de BMX baan en het trainingsveld van FC Ommen. Adres

Functie

Milieucategorie

Sportlaan 7 Sportlaan 2 Sportlaan Sportlaan

BMX (Bissinghcrossers) Voetbal (FC Ommen) Hockey (MHC Ommen) Tennis (TC Ommen)

3.1 3.1 3.1 3.1

Grootste richtafstand 50 meter 50 meter 50 meter 50 meter

Afstand tot bestemmingsgrens Circa 35 meter 50 meter Meer dan 50 meter Meer dan 50 meter

Figuur 4.1 afstandstabel richtafstanden

4.2.1 Akoestisch onderzoeken sportpark Voor de gemeente Ommen heeft het Geluidburo onderzocht wat de geluidbijdrage van het sportpark Westbroek is op de beoogde locatie van 50 flexwoningen naast het sportpark. Dit onderzoek is als bijlage 4 toegevoegd aan deze ruimtelijke motivering. Getoetst is of aan de richtwaarden voor de goede ruimtelijke ordening wordt voldaan, in casu of er sprake is van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat. Meegenomen zijn in het onderzoek de akoestisch relevante activiteiten van de Bissinghcrossers, FC Ommen, MHC Ommen en TC Ommen. Tevens zijn de parkerende auto’s globaal beschouwd op de parkeerplaatsen langs de Sportlaan. De volgende conclusies kunnen worden getrokken. • Het totale langtijdgemiddelde geluidniveau van het sportpark voldoet bij alle flexwoningen aan de richtwaarde van 45 dB(A) die voor de avondperiode geldt. De avondperiode is maatgevend. • De richtwaarde voor het maximale geluidniveau wordt tot 3 dB overschreden bij enkele flexwoning locaties. De oorzaak is voornamelijk de startprocedure en de aftelling voor de start via de luidspreker bij de Bissinghcrossers. • Onderzocht moet worden welke mogelijkheden er zijn om het geluidniveau van de luidsprekeromroepinstallatie te verlagen. Gedacht moet worden aan het verplaatsen of het zachter afstellen van de luidspreker.

Ook het plaatsen van dichte absorberende wanden langs de zijkanten van de overkapping, kan enig soelaas bieden. • Tenslotte kan een slimme stedenbouwkundige invulling van het plan met flexwoningen ervoor zorgen dat de hinder vanwege specifieke geluiden van het sportpark zoveel mogelijk wordt voorkomen. Naar aanleiding van het akoestisch onderzoek heeft de gemeente Ommen overleg gehad met de Omgevingsdienst IJsselland en de Bissinghcrossers. Afgesproken is dat er geluidsbeperkende maatregelen getroffen gaan worden zodat wordt voldaan aan de richtwaarde. Voor het starthek is afgesproken dat als de woningen bewoond zijn de speaker van de startprocedure iets zachter wordt gezet. Aanvullend op het akoestisch onderzoek van het Geluidsburo heeft adviesbureau de Haan een aanvullend akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 5 toegevoegd aan deze onderbouwing. In dit aanvullend onderzoek is gekeken naar geluid van verkeer, stemgeluid en installatiegeluid (warmtepompen). Voor wegverkeergeluid is naderhand een uitgebreider onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 6 toegevoegd aan deze onderbouwing. In paragraaf 4.2 wordt dit aspect specifiek besproken.

Pagina 15 van 29

Uit het aanvullend geluidsonderzoek naar stemgeluid en geluid van warmtepompen is geconcludeerd dat het stemgeluid en het geluid van de warmtepompen aanvaardbaar is. Conclusie Het project van de 50 flexwoningen aan de Sportlaan te Ommen heeft met zorg aandacht besteed aan bedrijven- en milieuzoneringen. Gelet op de nabijheid van het sportpark met de BMX-baan, het voetbalveld en de tennisbanen zijn er maatregelen en aanpassingen getroffen waardoor het project binnen het plangebied kan worden gerealiseerd. Hierdoor wordt er een veilige en leefbare omgeving gecreëerd voor de toekomstige bewoners. Door het zachter zetten van geluid van de startprocedure wordt het maximale geluidsniveau niet overschreden. 4.2.2 Onderzoek lichthinder Lux4u heeft gelet op de ligging van de verlichting van de BMX baan nabij het projectgebied waar de tijdelijke woningen gebouwd gaan worden een onderzoek naar lichthinder uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 7 bij deze ruimtelijke motivering toegevoegd. In het onderzoek wordt voorgesteld om de bestaande lichtinstallatie aan te passen zodat voldaan kan worden aan de “Richtlijn Lichthinder”. Met het bestuur van de BMX vereniging Bissinghcrossers zijn door Vechtdal Wonen nadere afspraken gemaakt over de aanpassing van de lichtinstallatie.

Zo zal de installatie van Halogeen naar LED verlichting worden omgebouwd zodra de Flexwoningen in gebruik worden genomen. Voor de ombouw van de lichtinstallatie naar LED verlichting is door de gemeente subsidie verleend. Met de realisatie zal voldaan worden aan de Richtlijn zoals genoemd in het onderzoek van Lux4u. Ten westen van de projectlocatie bevindt zich een sportveld met veldverlichting. De verlichting van dit voormalige voetbalveld voldoet nog niet aan de lichteisen. De gemeente is in overleg met de hockey vereniging om op dit veld een extra Hockeyveld te realiseren. Plannen worden hiertoe ontwikkeld. Dit zal een aanpassing vragen van het veld. De verlichting zal bij die aanpassing van het veld aangepakt worden om daarmee te voldoen aan de lichtnormering bij de flexwoningen. Na ingebruikname van de flexwoningen zal de huidige verlichting niet meer worden gebruikt. 4.2.3 Onderzoek geurhinder Om hinder tussen bedrijven en woningen te voorkomen dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening getoetst te worden of nieuwe woning qua geur passend zijn in de omgeving. Milieuzonering zorgt ervoor dat bij nieuwe woningen voldoende afstand in acht wordt genomen tot milieubelastende activiteiten zoals een intensieve veehouderij.

Zo worden hinder en gevaar voorkomen en kunnen bedrijven zich binnen aanvaardbare voorwaarden in een gebied vestigen en activiteiten (blijven) uitoefenen. In de nabijheid van het projectgebied zijn geen geurproducerende (agrarische) bedrijven aanwezig. De afstand tot de dichtstbijzijnde agrarische bedrijven bedraagt meer dan 800 meter. Hiermee is het woningbouwplan niet in strijd met de geurwetgeving. Geluid wegverkeer De Wet geluidhinder (Wgh) biedt het toetsingskader voor het geluidniveau van wegen, spoorwegen en gezoneerde industrieterreinen op de gevels van geluidgevoelige gebouwen en terreinen (geluidsgevoelige functies). Voor de geluidsgevoelige functies die binnen bepaalde afstanden (zones) van de verschillende geluidsbronnen liggen, schrijft de Wgh voor dat een aangewezen bevoegd gezag grenswaarden bepaalt. De Wgh kent bandbreedtes waarbinnen het bevoegd gezag moet blijven. Er geldt een voorkeurswaarde

Pagina 16 van 29

(lager mag niet) en een bovengrens (hoger mag niet). Naast grenswaarden op de gevels van de geluidsgevoelige gebouwen, zijn er in de Wgh ook grenswaarden gericht op de bescherming van het akoestische klimaat binnen de bestaande gebouwen. De grenswaarden moeten bij de aanleg, dan wel wijzigingen van een (spoor)weg of industrieterrein in acht worden genomen. Dit geldt ook bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan. Op de Sportlaan geldt op dit moment een maximale toegestane snelheid van 60 km/uur. De Sportlaan is daardoor een gezoneerde weg. Op situaties waarbij niet langer dan 10 jaar wordt afgeweken van het bestemmingsplan is de Wet geluidhinder niet van kracht. Wel dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening aangetoond te worden dat er sprake is van een akoestisch goed woon- en leefklimaat. Daarom is de geluidbelasting van de omliggende wegen inzichtelijk gemaakt. Op de Arriërveldsweg bedraagt de verkeersintensiteit in 2020 in totaal 850 mvt/etmaal. Uitgerekend is dat de gemiddelde afstand tussen de Lden 48 dB(A) en de as van de weg 20 meter bedraagt. Indien de verkeersintensiteit 1000 mvt/etmaal bedraagt de gemiddelde afstand tussen de Lden 48 dB(A) en de as van de weg 27 meter.

Aangezien de voorgevel van de dichtstbijzijnde woning aan de Sportlaan verder dan 27 meter van de as van de Sportlaan ligt, er sprake is van doodlopende straat waardoor dit deel van de Sportlaan gebruikt wordt voor enkel bestemmingsverkeer kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een akoestisch goed woon- en leefklimaat ten aanzien van wegverkeerslawaai. Bodem Bij het opstellen van een ruimtelijk plan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze optimaal op elkaar kan worden afgestemd. In opdracht van Woningstichting Vechtdal Wonen is door Antea Group in maart en april 2023 een verkennend onderzoek uitgevoerd ter plaatse van Sportlaan te Ommen. Dit onderzoek is als bijlage 8 toegevoegd aan deze onderbouwing. In het uitgevoerde bodemonderzoek is overeenkomstig de NEN 5740 de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Grond In de grond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond aan de onderzochte stoffen. Toetsing Besluit bodemkwaliteit De analyseresultaten van de onderzochte grond(meng)monsters zijn indicatief getoetst aan de normen uit het Besluit bodemkwaliteit. Hieruit blijkt dat de grond voldoet aan de kwaliteitsklasse AW2000. Deze indicatieve toetsing is mogelijk niet geschikt/voldoende ten behoeve van het hergebruiken van de grond.

Afhankelijk van de omvang van de af te voeren partij(en) grond en de eisen die door de acceptant of het bevoegd gezag ter plaatse van de nieuwe toepassingslocatie worden gesteld (bijvoorbeeld aanwezigheid van een bodemkwaliteitskaart met bijbehorend bodembeheerplan), dient de grond eventueel nog conform de richtlijnen van het Besluit bodemkwaliteit te worden onderzocht. Grondwater De grondwaterstand was op 6 april 2023 0,75 m -mv. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan minerale olie aangetoond. De concentraties van de overige onderzochte stoffen zijn niet verhoogd. Voorlopige veiligheidsklasse In de onderstaande tabel is de voorlopige veiligheidsklasse weergegeven conform CROW-publicatie 400. De voorlopige veiligheidsklasse is gebaseerd op alle analyseresultaten van dit onderzoek.

Pagina 17 van 29

Toetsing hypothese De vooraf opgestelde hypothese ‘onverdachte locatie’ wordt verworpen, vanwege de licht verhoogde concentratie aan minerale olie in het grondwater. Conclusie De onderzoeksresultaten geven vanuit de Wet bodembescherming geen aanleiding tot het uitvoeren van vervolgonderzoek, omdat de gemeten concentraties kleiner zijn dan de betreffende interventiewaarde. De resultaten vormen geen milieuhygiënische belemmering voor het gebruik van de locatie als woningbouwlocatie, de uiteindelijke beslissing hiertoe is aan het bevoegd gezag. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek. Het bodemonderzoek bevestigt dat het perceel geschikt is voor woningbouw. De bodemkwaliteit voldoet aan de normen en er zijn geen belemmeringen aanwezig. Een veilige en gezonde leefomgeving voor toekomstige bewoners is gegarandeerd. Water Duurzaam schoon oppervlaktewater en bescherming van het drinkwater voor de toekomst. De Europese Kaderrichtlijn Water is richtinggevend voor de bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit in de landen in de Europese Unie. Ruimtelijk relevant rijksbeleid is verwoord in de Omgevingswet. Op provinciaal niveau zijn de Omgevingsvisie en de bijbehorende Omgevingsverordening richtinggevend voor ruimtelijke plannen.

De Provincie Overijssel heeft haar beleid vastgelegd in een omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Op 12 april 2017 zijn de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld. Hierin is het ruimtelijk beleid van de provincie vastgelegd. De Omgevingsvisie heeft tevens de status van Regionaal Waterplan onder de Waterwet en het Milieubeleidsplan onder de Wet milieubeheer. Ten slotte is het beleid van het waterschap Vechtstromen opgenomen in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Watertoets Via de digitale watertoets is het waterschap gevraagd om advies te geven op dit (tijdelijke) woningbouwproject. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de Normale procedure van het watertoetsproces moet worden doorlopen. Waterkwantiteit Het hemelwater dient zo schoon mogelijk te blijven. Het is daarom belangrijk om de waterkwaliteit te bewaken. Daartoe dient het gebruik van uitloogbare materialen (zoals zink) bij de bouw van de nieuwe woningen evenals bij toekomstige onderhouds- en renovatiewerkzaamheden zoveel mogelijk te worden vermeden. Verhardingstoename Met dit bouwplan wordt 5.383 m2 verharding toegevoegd:

Pagina 18 van 29

Noordzijde Sportlaan Bebouwd oppervlak: Terras: Paden: Parkeren: Rijbaan:

1.266 m2 248 m2 792 m2 570 m2 533 m2

Zuidzijde Sportlaan Bebouwd oppervlak: Terras: Paden: Parkeren: Rijbaan:

654 m2 128 m2 213 m2 213 m2 766 m2

Compensatie Bij dit project neemt het totaal verhard oppervlak toe met 5.383 m2. Het waterschap hanteert een bergingseis 55 mm. Binnen het plangebied neemt hierdoor het waterbergend vermogen in het noordelijke deel met 187,50 m3 en in het zuidelijke deel met 108,57 m3 af. Voor deze afname in bergingscapaciteit dient een vorm van compensatie gerealiseerd te worden. Bestaande wateroverlast Voor het deel van het plangebied ten zuiden van de Sportlaan geldt dat bij hevige buien (70 mm / 2 uur) er sprake is van een waterdiepte dieper dan 30 cm in vooral het zuidwestelijke deel (zie figuur 4.2). Bij een hevige bui van 140 mm / 2 uur geldt voor een nog groter deel van het gebied ten zuiden van de Sportlaan dat daar sprake is van een meer de 30 cm aanwezige waterdiepte (zie figuur 4.3).

Pagina 19 van 29

Figuur 4.2 Waterdiepte bij hevige bui 77 mm / 2 uur (bron: Deltares / richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR), 2018

Pagina 20 van 29

Figuur 4.3 Waterdiepte bij hevige bui 140 mm / 2 uur (bron: Deltares / richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR), 2018

4.5.1 Gevolgen voor projectgebied Om aan de bergingseis van het waterschap te voldoen zijn in de planvorming diverse maatregelen opgenomen. Noordzijde van de Sportlaan Het hemelwater vanaf de gebouwen aan de noordzijde wordt middels een regenwaterriool, afgevoerd naar de te realiseren wadi’s. In de wadi’s kan 210,10 m3 worden geborgen. Dit is ruim voldoende om aan de bergingseis van 187,50 m3 te voldoen. Het hemelwater welke op de verhardingen valt stroomt via het maaiveld af naar te graven verlagingen in het maaiveld. Vanuit deze verlagingen infiltreert het regenwater naar het grondwater of stroomt vertraagd af naar de omliggende sloten. De te graven verlagingen hebben een diepte van 0,3 en 0,4 m en worden gegraven met flauwe (maaibare) taluds.

Pagina 21 van 29

Figuur 4.4 Uitwerking benodigde berging HWA riolering nieuwbouw flexwoningen Sportlaan noord te Ommen

Pagina 22 van 29

Zuidzijde van de Sportlaan Aan de zuidzijde van de Sportlaan worden ten behoeve van de berging van het hemelwater vanaf de gebouwen vier wadi’s gerealiseerd. In deze wadi’s kan, met een maximale waterdiepte van 0,3 m tot 0,4 m 210,80 m3 worden geborgen. Dit is ruim voldoende om aan de bergingseis van 108,57 m3 te voldoen. Ook is dit voldoende rekening houdende met de bestaande waterhuishoudkundige situatie. Het hemelwater van de verhardingen stroomt via het maaiveld af naar te graven verlagingen in het maaiveld. Vanuit deze verlagingen infiltreert het regenwater naar het grondwater of stroomt vertraagd af naar de omliggende sloten. De te graven verlagingen in het maaiveld hebben een flauwe (maaibare) taluds.

Figuur 4.5 Uitwerking benodigde berging HWA riolering nieuwbouw flexwoningen Sportlaan zuid te Ommen

Pagina 23 van 29

Om grondwateroverlast te voorkomen is een minimale ontwateringsdiepte (de afstand tussen het maaiveld en de grondwaterstand) nodig. Vooral bij het gedeelte van het plangebied ten zuiden van de Sportlaan is de GHG (plaatselijk) relatief hoog, waardoor de kans op grondwateroverlast toeneemt. De voor het bouwplan noodzakelijke ontwateringsnorm wordt mogelijk niet in het hele plangebied gehaald. Voor de flexwoningen is de norm 0,3 m-mv. Deze norm is daarom de norm die voor dit bouwplan geldt. Afstemming waterschap De voorgestelde maatregelen met betrekking tot de berging van het hemelwater zijn aan het waterschap voorgelegd. Het waterschap heeft per mail laten weten dat de toegezonden berekening (figuur 4.4 en 4.5) laat zien dat er ruim voldoende waterberging in het plan zit. Omdat bij extreme neerslag ook water op het maaiveld kan staan, adviseert het waterschap om het vloerpeil voldoende hoog aan te leggen om wateroverlast in de flexwoningen te voorkomen. Dit advies is overgenomen en wordt als uitgangspunt gehanteerd bij de bouw van de flexwoningen. Ecologie 4.6.1 Gebiedsbescherming Per 1 januari 2017 is de nieuwe Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. De Wnb richt zich op de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden).

Activiteiten en ontwikkelingen die kunnen leiden tot negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000gebieden zijn in beginsel niet toegestaan, tenzij hiervoor een vergunning op grond van de Wnb is verkregen. Naast de bescherming van de Wnb kunnen waardevolle gebieden ook beleidsmatig beschermd zijn doordat zij behoren tot het Natuurnetwerk Nederland of tot de stikstofgevoelige gebieden. Uitgangspunt van het beleid is dat plannen, handelingen en projecten in het NNN niet toegestaan zijn indien zij de wezenlijke kenmerken en waarden van de NNN significant aantasten. Het NNN is in de provinciale omgevingsvisie uitgewerkt. Ook mag het aanleggen, bouwen en gebruiken van projecten en plannen niet leiden tot een significant effect op stikstofgevoelige gebieden. Dit betekent voor de meest projecten en plannen dat de stikstofdepositie niet hoger van 0,00 mol N/ha/j mag bedragen. Elk jaar zijn er nieuwe wetenschappelijke inzichten over de uitstoot en neerslag van stikstof. Het RIVM actualiseert daarom elk jaar AERIUS Calculator en onderzoekt hoe de neerslag van stikstof in Nederlandse natuurgebieden zich ontwikkelt. De nieuwe inzichten zijn verwerkt in AERIUS Calculator 2024. Sinds 1 oktober 2024, schrijft de Omgevingsregeling voor om AERIUS Calculator versie 2024 te gebruiken voor toestemmingverlening (vergunningverlening).

Bij lopende procedures, zoals de voorliggende aanvraag, betekent dit dat een berekening met Aerius versie 2024 moet worden uitgevoerd. Onderzoek Het plangebied ligt niet in NNN-gebied. Voor het aspect stikstof heeft Eelerwoude een stikstofonderzoek uitgevoerd. De stikstofrapportage is als bijlage 9 toegevoegd aan deze ruimtelijke onderbouwing. Aan de hand van de berekeningen is geconcludeerd dat zowel de bouwfase en de gebruiksfase geen stikstofdepositie tot gevolg hebben op stikstofgevoelige gebieden. Conclusie Dit woningbouwproject is niet in strijd met de wetgeving voor wat betreft stikstof.

Pagina 24 van 29

4.6.2 Soortenbescherming De soortenbescherming is eveneens geregeld in de Wnb. Het doel van de Wnb is het in stand houden en beschermen van in het wild voorkomende planten- en diersoorten. De Wnb kent zowel een zorgplicht als verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij’-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Gedeputeerde Staten kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten vrijstelling verlenen van dit verbod. In de provinciale verordening dient deze mogelijkheden dan wel opgenomen te zijn. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden nagegaan/onderbouwd, of zich in het betreffende gebied beschermde soorten bevinden. Onderzoek Eelerwoude heeft een onderzoek (quickscan flora en fauna) uitgevoerd. Dit onderzoek is als bijlage 10 bij deze ruimtelijke motivering toegevoegd. Uit dit onderzoek blijkt dat naar verwachting de ontwikkeling zal leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. Het betreft soorten als ree, haas, konijn en diverse algemene (spits)muizen.

De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Met de aanwezigheid van broedvogels dient rekening te worden gehouden. Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, als ook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. In veel situaties kan dit voorkomen worden door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Broedvogels worden binnen de agrarische percelen niet verwacht, incidentele vestiging van soorten als bijvoorbeeld graspieper kunnen echter niet geheel worden uitgesloten. Wanneer men voornemens is te starten met de bouw van de flexwoningen binnen het broedseizoen is op voorhand een check door een ter zake kundige noodzakelijk. Conclusie Nader onderzoek, maatregelen of het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming worden niet noodzakelijk geacht. Hiermee is dit project niet in strijd met de Wnb wetgeving voor wat betreft soortenbescherming.

Externe veiligheid Het externe veiligheidsbeleid stelt twee zaken centraal: 1. de bescherming van personen bij een risicobron tegen de kans op overlijden door een ongeval met gevaarlijke stoffen, een vliegtuig op of bij een luchthaven of een windturbine (PR); 2. de bescherming van de samenleving tegen het ontwrichtende effect van een dergelijke ramp met een groot aantal slachtoffers (GR). Voor het bereiken van de eerste doelstelling wordt gebruik gemaakt van het begrip plaatsgebonden risico (PR). Het PR geeft de kans per jaar aan dat een persoon op die plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij genoemde risicobronnen. De norm voor het PR is de kans van 1:1.000.000 (10-6). Het PR is alleen van toepassing indien binnen de PR contour (zone rondom een risicobron) kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woning, ziekenhuis, grote winkelcentra en bedrijven) zich bevinden. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld een kleine winkel of klein bedrijf) geldt een richtwaarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15897451/1