CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Reactienota zienswijzen Bomenbeleidsplan (1)

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente OmmenBij agendapunt: Bomenbeleidsplan 2026-2036 (1003029)1.798 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bomenbeleidsplan Reactienota zienswijzen

Inhoudsopgave Bomenbeleidsplan Reactienota zienswijzen............................................................................................................1 Inleiding.............................................................................................................................................................................3 Aanleiding................................................................................................................................................................3 Ontvangen reacties en wijze van beantwoording..........................................................................................3 Reactie...............................................................................................................................................................................4 Zienswijze 1.............................................................................................................................................................4 Zienswijze 2.............................................................................................................................................................4

Inleiding Aanleiding Het huidige Bomenbeleidsplan (2011-2024) is verouderd en dient te worden vervangen. Daarom is een nieuw bomenbeleidsplan opgesteld: ‘Bomen van de Vechtdalgemeente’. Het conceptbomenbeleidsplan is in december 2024 door het college van burgemeester en wethouders vrijgegeven voor inspraak. Ontvangen reacties en wijze van beantwoording Het concept-bomenbeleidsplan heeft ter inzage gelegen van 14 januari 2025 tot en met 19 februari 2025. Binnen deze periode zijn twee zienswijzen ingediend: Zienswijze 1 Zienswijze 2 Wij danken de indieners van de zienswijzen voor het constructieve meedenken over de inhoud van het bomenbeleidsplan. In het volgende hoofdstuk wordt inhoudelijk ingegaan op de zienswijzen. Daarbij wordt tevens aangegeven of en op welke wijze deze hebben geleid tot aanpassingen in het bomenbeleidsplan.

Reactie Zienswijze 1 De Gemeente is met een stichting verantwoordelijk voor het beheer van de molens in Ommen en is ook verantwoordelijk voor het bewaken van de biotoop van de molens. De daarbij geldende regels zijn vastgelegd in het document: “Molens in Ommen en hun bestemmingsplannen” (April 2012). Hierin is vastgelegd wat de hoogte van bebouwing en groene voorzieningen in 3 trajecten (0-100, 100-200 en 200 tot 300 meter) mag zijn. Het is aan de gemeente om de werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor het op niveau houden van de groenvoorziening te faciliteren en te laten uitvoeren. In het nieuwe voorgenomen Bomenbeleidsplan zijn de noodzakelijke werkzaamheden ondergebracht onder punt 3. Het is dus van belang dat in de formulering van hinder zodanig wordt bepaald dat het geen belemmering kan zijn voor het handhaven van de hoogte en aanwezigheid van groenvoorzieningen zoals bepaald in het genoemde document. Verzoek om bovenstaande op te nemen in het Bomenbeleidsplan Reactie gemeente: Als gemeente onderschrijven we het belang van molens. Tegelijk zien we ook het belang van groen en bomen. Soms kunnen deze twee belangen met elkaar botsen, evenals bijvoorbeeld woningbouw of een infrastructureel project kan botsen met het behoud van bestaand groen. Door specifiek dit conflict (bomen en molenbiotoop) te benoemen, kan dit als willekeurig overkomen.

Dergelijke situaties zijn immers niet uitputtend te benoemen en vaak zijn specifieke omstandigheden van toepassing, waardoor een algemene regel of afweging niet mogelijk is. Daarnaast is in deze gevallen maatwerk nodig en moet een afweging tussen meerdere belangen worden gemaakt. Daarbij speelt bijvoorbeeld ook de waarde (formaat, zeldzaamheid, leeftijd enz.) van de boom in het betreffende biotoop mee. Conclusie: We besluiten het aspect ‘bomen en molenbiotoop’ niet als een afzonderlijke vorm van hinder te beschrijven (waar het gaat over bestaande situaties) en daar dus geen algemeen geldende en bindende conclusie aan te verbinden. We besluiten in paragraaf 5.3 onder het kopje ´Voorkomen van hinder en overlast´ een zinsnede op te nemen waarin we aangeven bij aanplant van bomen rekening te houden met het molenbiotoop.

Zienswijze 2 1. Wij ondersteunen van harte uw ambitie om de landschappelijke kwaliteiten in de gemeente te behouden en te versterken. Hierbij geeft u terecht aan dat bomen en boomstructuren de waardevolle dragers zijn van onze groene omgeving omdat zij allerlei functies vervullen voor mens en dier. 2. Wij complimenteren u dat u het bomenbeleid benadert vanuit een breed perspectief. Niet alleen het behoud van waardevolle bomen staat centraal maar u geeft terecht aan dat bomen en boomstructuren van groot belang zijn voor onze cultuurhistorie, biodiversiteit, leefbaarheid, bijdragen aan het herstel van bodem en het matigen van de effecten van klimaatverandering. Ook gaat u in op de essentiële factoren die bepalen dat de bomen in stand gehouden kunnen worden. Zo wordt bij de keuze van bomen aandacht geschonken aan de bodem- en groeiplaatsfactoren. Ook is uw beleid gericht op meer variatie in het bomenbestand en op het natuurvolgend en ecologisch beheer. Dat ondersteunen we van harte omdat het ook de biodiversiteit ten goede komt.

3. Uw uitgangspunten voor het Bomenbeleid (hoofdstuk 3), te weten behouden, beschermen en versterken, resulterend in 10 uitgewerkte thema’s of uitgangspunten, ondersteunen we van harte. Reactie gemeente: 1/3. Dank voor de waardering en de ondersteuning van onze beleidsuitgangspunten. 4. Uit de inventarisatie van alle bomen in de gemeente (hoofdstuk 4 Inventarisatie blz. 3 e.v.) geeft u aan dat het beleid vooral bomen betreft die als individu worden beheerd, in eigendom zijn van de gemeente en gelegen zijn in de bebouwde kom en kernen. Dat wekt de verkeerde indruk. Uw beleidsplan heeft ook betrekking op bomenrijen, houtsingels en houtwallen in eigendom bij zowel de gemeente als bij derden, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. In het vigerend plan is dat ook al van toepassing. Wij zien dit graag in de tekst vermeld. Reactie gemeente: Het klopt inderdaad dat de afbakening/scope van het plan breder is. In het plan stond vermeld dat het ‘vooral’ gaat om de individuele bomen in beheer en eigendom van de gemeente. We realiseren ons dat dit verwarrend kan overkomen. Conclusie: We hebben de tekst op dit punt uitgebreid door specifieker te benoemen welke delen van het beleid voor welke bomen gelden. 5. Uit uw analyse van de bomenkaart (blz. 20) blijkt dat er op dit moment geen actuele gebiedsdekkende lijst Beschermwaardige bomen in grote delen van de gemeente is.

U heeft het voornemen deze inventarisatie alsnog te willen uitvoeren zonder daarbij een tijdpad aan te geven. In het vigerende Bomenbeleidsplan staat dit voornemen ook al vermeld. Wij betreuren het dat daar geen invulling aan is gegeven. Wij pleiten er voor deze inventarisatie in het landelijk gebied in 2025–2026 uit te voeren. Wij vinden dit urgent omdat de afgelopen jaren meermaals door ons bij u is gemeld dat waardevolle en beschermwaardige bomen en singels in het buitengebied, al of niet met vergunning, zijn gekapt. De bomen, bomenrijen of houtwallen die voldoen aan de criteria zouden alsnog toegevoegd moeten worden aan de lijst Beschermwaardige bomen. Uit kostenefficiëntie adviseren wij een dergelijke inventarisatie, als studieopdracht, te laten uitvoeren door studenten van een MB-vakopleiding Groen met kennis van bos en natuur. Reactie gemeente: Als gemeente onderschrijven we uw wens om de inventarisatie van de waardevolle bomen op korte termijn uit te voeren. Vanwege de recente wisseling van de werkwijze (scheiding tussen gemeente Ommen en Hardenberg) is het nog niet mogelijk om concrete uitvoeringstermijnen te noemen bij het uitvoeringsprogramma (hoofdstuk 8). De exacte details over de wijze van inventariseren zijn nu nog niet bekend. Conclusie: We onderschrijven het belang van de snelle inventarisatie, maar nemen geen concrete uitvoeringstermijn op. 6.

Het gebruik van autochtoon plantmateriaal krijgt in het plan onvoldoende aandacht. Veel van de nog overgebleven houtwallen, houtsingels en wegbeplantingen in het buitengebied worden gekenmerkt door een geringe soortensamenstelling van opgaande bomen met relatief lage diversiteit in de ondergroei. De oorspronkelijke (oer)begroeiing en de daaraan gerelateerde ongewervelden, kevers, bestuivers en bloeiende kruiden zijn nagenoeg verdwenen en komen slechts op een paar plekken in Ommen voor.

Om de biodiversiteit te verhogen is het wenselijk om bij aanplant en herplant waar mogelijk gebruik te maken van autochtoon plantmateriaal. Dat is plantgoed opgekweekt uit de laatste wilde populaties in Nederland. Reactie gemeente: Het gebruik van autochtoon plantmateriaal is benoemd in paragraaf 6.3 onder het kopje ‘inheems en klimaatbestendig’ en kreeg dus al wel aandacht. Conclusie: We hebben dit aspect op enkele andere plaatsen in het bomenbeleidsplan toegevoegd, waaronder paragrafen 5.2 en 6.1. 7. Ook missen wij de inclusie van struiken c.q. lage bomen in dit concept-beleidsplan. Er wordt snel in laanbomen en opgaande bosbomen gedacht, terwijl een ander belangrijk deel van de houtige gewassen middelhoge bomen (mantelvegetatie) en struweel betreft. Struweel wordt veel toegepast in gemeentelijke groen. Daar zou ten aanzien van ecologie en streekgebonden identiteit veel te winnen zijn door voortaan beleidsmatig te kiezen voor échte Vechtdalsoorten (bloeiende stroomdalvegetatie) van lokale genetische herkomst (‘autochtoon’ plantgoed). Reactie gemeente: Het klopt inderdaad dat struiken relatief weinig aandacht krijgen in het bomenbeleidsplan. Dit is een bewuste keuze geweest, aangezien dit buiten de afbakening van het bomenbeleidsplan valt. Wel benoemen we in diverse paragrafen de ondergroei en struiken, als dit een direct raakvlak heeft met het beleid over de bomen.

Conclusie: Struiken worden alleen benoemd waar dit een direct raakvlak heeft met het bomenbeleidsplan. Wel is de meerwaarde van de bloeiende stroomdalvegetatie aanvullend benoemd. 8. Daar hoort bij dat we graag een betere definitie zien van unieke Vechtdalnatuur, als inspiratiebron voor gemeentelijk bomenbeleid. We zien nog niet benoemd dat de gemeente Ommen met de Prathoek, Junner Koeland en Arriër Koeland drie uitzonderlijke nationale sterlocaties* (*definitie Bert Maes et al., Atlas van genetisch erfgoed) op het grondgebied heeft. *Die sterlocaties voor zeldzame wilde bomen en struiken moeten vanzelfsprekend behouden worden, maar ook gezien worden als inspiratiebron voor gemeentelijk groenbeleid met een streekeigen identiteit. Het zou daarom volgens ons passend zijn als de gemeente Ommen ook enkele kenmerkende Vechtdalsoorten zou omarmen als icoonsoorten voor toepassing in gemeentelijke plantsoenen. Dat gaat dan onder andere om de wilde (lees: autochtone!) sleedoorn, de zeldzame tweestijlige meidoorn, diverse zeldzame wilde rozen zoals de heggenroos en bijvoorbeeld de bittere wilg. Wij zouden die soorten graag bij naam genoemd zien als wenselijke voorkeursoorten voor (bloemrijke) gemeentelijke plantsoenen waarbij gebruik van autochtoon plantgoed cruciaal is om de unieke genenbronnen van het Vechtdal te beschermen en versterken.

Een mooi voorbeeld voor verhoging van de biodiversiteit is onze samenwerking met u in een pilotproject bij het gemeentelijk bos aan de Grensweg. Hier is in het kader van 775 jaar stadsrechten begin 2024 een 'biodiversiteitsbosje' aangeplant. Dit sluit goed aan op de door u reeds benoemde zoektocht naar diversificatie van het bomenbestand, waarbij wij in bossetting pleiten voor zogeheten rijk strooisel-soorten die van oorsprong thuishoren op de oostelijke zandgronden, maar door diverse redenen schaars zijn geworden. Hier benoemen we ook expliciet enkele wenselijke soorten voor toekomstige aanplant (ook in lanen), waaronder fladderiep, winterlinde, waar mogelijk zomerlinde en (wilde) zoete kers. Deze benadering sluit ook soorten uit, zoals tamme kastanje, beuken, naaldbomen en eiken – naast de in de gemeente toegepaste steriele cultivars zoals Hollandse linde en iep, en toegepaste exoten zoals zwarte berk en rode esdoorn.

Wij stellen voor om samen met u te bezien op welke locaties door middel van aanplant verdwenen of inmiddels zeer zeldzame soorten geherintroduceerd kunnen worden. Daarmee kunnen we met kleine aanpassingen een wezenlijke bijdrage leveren aan versterking van onze streekidentiteit en verhoging van de biodiversiteit in de gemeente Ommen. Reactie gemeente: Deze suggestie bevat wat overlap met de voorgaande punten. De gemeente zal op een later moment terugkomen op uw voorstel voor een selectie van locaties zoals het ‘biodiversiteitsbosje.’ Dit valt buiten het proces voor het opstellen van het bomenbeleidsplan. Conclusie: Aanvullend nemen we in het beschermingsbeleid de autochtone bomen (vermeld op de Kaart Groen Erfgoed met link: https://rce.webgis.nl/nl/map/groen-erfgoed) op, op de Lijst beschermwaardige bomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16248400/2