CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Buitengebied, herziening Langsweg 1, Dalmsholte, Toelichting

Gemeenteraad 8 mei 2025, gemeente OmmenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte (889311)21.382 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving

4.2.5.1 Algemeen De kwaliteit van het Overijsselse landschap en de sociaaleconomische ontwikkeling van het landelijk gebied BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld gaan hand in hand en vormen de basis voor allerlei ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen moeten mogelijk zijn onder voorwaarde dat ze bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving. Met de kwaliteitsimpuls Groene Omgeving biedt de provincie Overijssel beleidsruimte aan gemeenten voor ontwikkelingen in de groene ruimte. In het buitengebied is ruimte voor grootschalige uitbreidingen en nieuwe ontwikkelingen mits die gelijk opgaan met verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit wordt gerealiseerd door naast bescherming vooral in te zetten op het verbinden van bestaande gebiedskwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen, waarbij bestaande kwaliteiten worden beschermd en versterkt en nieuwe kwaliteiten worden toegevoegd. 4.2.5.2 Methodiek De methodiek voor het bepalen van de balans tussen ontwikkelingsruimte en de gevraagde investering in de groene omgeving, is gericht op het volgende: hoe meer de ontwikkeling als gebiedsvreemd te beschouwen is en /of hoe groter de schaal en impact op de ruimtelijke kwaliteit is, des te zwaarder weegt dat aan de ontwikkelingskant van de balans en hoe hoger de aanvullende kwaliteitsprestaties dan dienen te zijn.

Als het gaat om een gebiedsvreemde ontwikkeling van een grote schaal en met een grote impact op de omgeving, dan zal een forse investering in het landschap nodig zijn. Om te beoordelen of medewerking kan worden verleend aan het verzoek, dienen het volgende model gevolgd te worden:

Afbeelding 4.5

Modelschema Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (Bron: Provincie Overijssel)

Generiek beleid Zoals blijkt uit de toetsing aan de generieke beleidskeuzes, brengen deze generieke beleidskeuzes geen belemmering met zich mee. Kortheidshalve wordt verwezen naar deze subparagraaf. Ontwikkelingsperspectieven In paragraaf 4.2.4.2 is getoetst aan het ter plekke geldende ontwikkelingsperspectief. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling passend is binnen het geldende ontwikkelingsperspectief, mits geïnvesteerd wordt in de ruimtelijke kwaliteit. Kortheidshalve wordt verwezen naar deze paragraaf. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld

Gebiedseigen of gebiedsvreemd Onderscheid in gebiedseigen en gebiedsvreemde functies geeft een indicatie voor de mogelijke bijdrage vanuit de functie zelf aan behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Een gebiedseigen functie past in de beleidsdoelstellingen ofwel het ontwikkelingsperspectief van een gebied. Bij een gebiedsvreemde functie is er eerder sprake van gebruikseffecten die een negatieve invloed kunnen hebben op (ontwikkelingsmogelijkheden van functies in) de omgeving (verkeer, milieu, geurgevoeligheid, e.d.). Het plangebied ligt in het buitengebied van Ommen en krijgt overwegend een woonfunctie. Dit betreft een gebiedseigen functie. Het initiatief voorziet in een toekomstbestendige functie voor het voormalig agrarische erf en draagt daarmee tevens bij aan het sociaal en economisch vitaal houden van het buitengebied. Schaal en impact op de omgeving De schaal is klein en de impact op de omgeving is, door de sloop van landschapsontsierende bebouwing positief te noemen. Eigen belang en maatschappelijk belang Er is sprake van een eigen belang, maar tevens ook een maatschappelijk belang. Op het erf aan de Langsweg 1 staat landschapsontsierende bebouwing met asbest. Door de sloop van deze bebouwing, en het opruimen van de verharding zal de ruimtelijke kwaliteit van het erf en de directe omgeving verbeteren.

Dit is goed voor de leefomgeving en het landschap. Tegenprestatie Al met al worden er boven op de basisinspanning aanvullende kwaliteitsprestaties gevraagd, die bijdragen aan de versterking van de gebiedskenmerken uit het landschapsontwikkelingsplan en de ontwikkelingsrichting uit de ontwikkelingsvisie. Deze tegenprestatie zal bestaan uit: • het slopen van circa 804 m2 landschapsontsierende bebouwing; • het opruimen van bijbehorende overtollige erfverharding; • het landschappelijk inpassen van de nieuwe woonerven. 4.2.6

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het in de Omgevingsvisie Overijssel verwoorde en in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid.

4.3

Gemeentelijk beleid

4.3.1

Omgevingsvisie Ommen

4.3.1.1 Algemeen De gemeente Ommen heeft in 2021 een nieuwe omgevingsvisie vastgesteld. Met als thema ‘Ommen jouw toekomst’ is de gemeente samen met inwoners, plaatselijke belangen, ondernemers en maatschappelijke organisaties en partners de toekomst gaan verkennen. De ambitie hierbij is dat Ommen zich ontwikkeld tot een groene, gastvrije, geïnspireerde en gezonde verblijfsgemeente. De omgevingsvisie betreft een integrale visie voor de toekomst. De visie vervangt het GOP. Nieuwe ontwikkelingen, transities en opgaven hebben impact op de economie, omgevingskwaliteit en samenleving. Het maakt een actualisatie van de visie op de toekomst wenselijk. Het behouden en verder versterken van de omgevingskwaliteit in het gevarieerd landelijk gebied, Ommen en de kernen staat voorop. Nieuwe opgaven en transities wil de gemeente inpassen met behoud van de omgevingskwaliteit die zo kenmerkend is voor de gemeente. Met deze omgevingsvisie geeft de gemeente ook invulling aan de eisen die de nieuwe Omgevingswet stelt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld 4.3.1.2 Missie en ambitie Ommen ontwikkelt zich op basis van haar kernkwaliteiten tot een groene, gastvrije, geïnspireerde en gezonde woon- en verblijfsgemeente. Ommen ontwikkelt zich op basis van haar sterke en kenmerkende kwaliteiten, het groene en gastvrije toeristische karakter. Ommen is een plek waar het aangenaam wonen en verblijven is. Een woon- en verblijfsgemeente met een evenwichtige bevolkingsopbouw, een aantrekkelijke omgevingskwaliteit en vitale leefbare kernen. Het duurzaam behouden en verder ontwikkelen van de kernkwaliteiten, met als basis de 4 G’s: groen, gastvrij, geïnspireerd èn gezond. Een innovatieve gemeente op het gebied van recreatie en toerisme, in samenhang met het bieden van ontwikkelmogelijkheden voor Agro & Food, landschap en natuurwaarden. Een gemeente waar ontspanning, welzijn en sport verbonden zijn met educatie en zorg. 4.3.1.3 Ambitie ten aanzien van het landelijk gebied De ontwikkeling van onze kernen zijn niet los te zien van ontwikkelingen in het buitengebied met agrarische activiteiten, landgoederen en bos- en natuurgebieden. Er liggen kansen om in deze kernen om wonen als vliegwiel in te zetten voor het versterken van de vitaliteit van kernen en omliggend landelijke gebied.

In dat landelijk gebied spelen ook het hergebruik van leegkomende agrarische gebouwen voor wonen of werken en de bouw van compensatiewoningen in het kader van rood voor rood. Herontwikkeling van bestaande vrijkomende gebouwen biedt mogelijk ook kansen. Als gemeente geeft Ommen ook vanuit de nieuwe rood-voor-rood regeling meer mogelijkheden om compensatiewoningen in of aan de rand van onze kernen te ontwikkelen. Kenmerkend voor Ommen is de grote variatie in landschappen. Een variatie en ook kwaliteit die Ommen graag wil behouden. Op relatief kleine schaal wisselen rivieren, bos, heide, open en halfopen agrarisch gebied elkaar af. Binnen de gemeente Ommen zijn twee grotere landschappelijke eenheden te onderscheiden: het oude cultuurlandschap en het jongere ontginningslandschap. Het landschap zoals het er nu ligt, is grotendeels een cultuurlandschap dat onder invloed van menselijk handelen en door landbouw is ontstaan. Het landschap vraagt om onderhoud en beheer, om de landschappelijke kwaliteit en de variatie in ons landschap te kunnen behouden. Natuurbeheerders, landgoederen, landbouw en de waterschappen leveren daarin een aandeel, maar hun activiteiten hebben tegelijkertijd soms ook minder gunstige effecten op het landschap en de kwaliteit ervan. Leegstand en verpaupering van agrarische gebouwen en vakantieparken is onwenselijk.

De effecten van andere opgaven zoals het peilbeheer, schaalvergroting in de landbouw of de aanleg van een windpark worden door verschillende partijen verschillend gewogen. Ommen wil de leefbaarheid bevorderen en daartoe agrariërs, recreatiebedrijven en landgoederen in staat te stellen toekomstbestendig in het gebied te blijven opereren. De gemeente houdt daarbij rekening met de specifieke mogelijkheden van de verschillende landschappen, natuurwaarden en samen met de waterschappen de waterhuishouding. 4.3.1.3 Spelregels Het bieden van meer ontwikkelruimte en stellen van minder regels doet nadrukkelijk ook een beroep op initiatiefnemers die daar gebruik van willen maken. Daarom is in de omgevingsvisie een aantal basale spelregels opgenomen waaraan alle partijen en initiatiefnemers zich moeten houden om aanspraak te kunnen maken op deze ontwikkel- en gebruiksruimte en daartoe benodigde of gewenste flexibiliteit. Het gaat om de volgende spelregels: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Het tijdig informeren van belanghebbenden over voorgenomen initiatieven. Het verkrijgen van acceptatie/draagvlak voor het initiatief bij belanghebbende partijen; Het aantoonbaar op duurzame wijze realiseren van het voorgenomen initiatief; Het vanuit het initiatief bijdragen aan het versterken van de omgevingskwaliteit; Het vanuit het initiatief bijdragen (Naoberschap) aan de leefbaarheid van wijk of buurt; Het adequaat compenseren van eventuele negatieve effecten op de omgevingskwaliteit, leefbaarheid of duurzaamheid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld 4.3.1.5 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Met voorliggend project wordt bijgedragen aan het streven van de gemeente om het landelijk gebied vitaal te houden. Leegstand is immers onwenselijk. Ommen wil de leefbaarheid bevorderen en agrariërs in staat stellen toekomstbestendig in het gebied te laten opereren. Met deze rood voor rood ontwikkeling wordt leegstand opgelost en het buitengebied gevitaliseerd. Omliggende agrarische bedrijven worden daarbij niet beperkt, zie hiervoor ook hoofdstuk 5. Ten aanzien van de spelregels geldt het volgende: 1. 2.

Belanghebbenden zijn tijdig geïnformeerd over het project; Er is in de omgeving voldoende draagvlak voor de ontwikkeling. De bewoners van Vilstersedijk 19 hebben wel bezwaren tegen de ontwikkeling. In hoofdstuk 9 wordt nader ingegaan op het gevoerde participatietraject; 3. Het initiatief wordt op duurzame wijze gerealiseerd. Allereerst is de omvorming van agrarisch bedrijf naar een woonerf een duurzame ontwikkeling. De te realiseren natuur draagt bij aan duurzaamheid. Tot slot zal de nieuwbouw duurzaam en in ieder geval gasloos worden gerealiseerd; 4. De omgevingskwaliteit wordt fors versterkt, dit blijkt onder andere uit bijlage 1. 5. Door het realiseren van natuur/groen wordt bijgedragen aan de leefbaarheid van de omgeving; 6. Er is geen sprake van negatieve effecten, maar enkel van positieve door het stoppen van een veehouderij en het realiseren van een duurzame woningen en meer groen. Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de Omgevingsvisie Ommen. 4.3.2

Toekomstvisie “Het Ommer Motief”

4.3.2.1 Algemeen Het Ommer Motief bevat de strategische koers van de gemeente Ommen tot en met 2020. Deze toekomstvisie is vastgesteld door de raad op 18 december 2008. Het Ommer Motief is samen met bewoners, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven opgesteld. Het doel van Het Ommer Motief is om een betekenisvol kader te bieden dat mede richting geeft aan de besluiten en het handelen van de gemeente, maar dat ook bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties prikkelt tot het (mede) ontwikkelen en uitvoeren van plannen. 4.3.2.2 Toekomstperspectief Ommen zet in op ontwikkeling op basis van haar sterke en kenmerkende kwaliteiten, het groene en gastvrije toeristische karakter. Een plek waar het aangenaam wonen en verblijven is. Deze kernkwaliteiten vormen het fundament voor nieuwe ontwikkelingen. Eén en ander is uitgewerkt in een aantal speerpunten, te weten: leven, wonen, werken en landschap. Met betrekking tot voorliggend bestemmingsplan zijn de thema’s ‘wonen’ en ‘landschap’ van belang. Wonen In 2020 biedt Ommen volop ruimte om te wonen. Ruimtelijk zet Ommen in op campusachtige ontwikkelingen met nieuwe woningen in een groene setting. Streefbeeld is een zo evenwichtig mogelijke bevolkingsopbouw, zonder dat de gemeente de kop in het zand steekt voor de gevolgen van ontgroening en vergrijzing.

Het ingezette woningbouwbeleid voor starters en senioren wordt voortgezet. Dat betekent doelgroepneutrale en levensloopbestendige woningen nabij voorzieningen, zowel in het bereikbare als het luxe segment. Ook wordt door het aanbieden van woningen in een aantrekkelijke omgeving geïnvesteerd in het behouden en aantrekken van jonge gezinnen. Voorzieningen als sport, kinderopvang en onderwijs ondersteunen het woningbouwbeleid. Landschap Het Ommer landschap vormt een kwalitatief toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen. Het gaat om een goede balans tussen ruimte voor landbouw, toerisme & recreatie, water en natuur. Door een slimme wisselwerking tussen deze functies ontstaat letterlijk ruimte voor nieuwe ontwikkeling en kwaliteitsversterking.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

29

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld 4.3.2.3 Toetsing van het initiatief aan de Toekomstvisie “Het Ommer Motief” Wanneer de gewenste ontwikkeling wordt getoetst aan het bovenstaande, wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling aansluit bij de gemeentelijke beleidsambities op het gebied van wonen en de gemeentelijke ambities ten aanzien van het versterken van het landschap. Het initiatief voorziet door sloop van landschapsontsierende bebouwing namelijk in een kwaliteitsversterking van het landschap, waarbij tevens een woning in een aantrekkelijk omgeving wordt gerealiseerd. De gewenste ontwikkeling sluit goed aan bij de “Toekomstvisie Het Ommer Motief”. 4.3.3

Landschapsontwikkelingsplan (LOP)

4.3.3.1 Doelstelling De doelstelling van het landschapsontwikkelingsplan (LOP) is om aan te geven hoe het landschap kan worden ontwikkeld, gebruikmakend van kwaliteiten en potenties. Daarnaast heeft het LOP een aantal nevendoelstellingen: • • • • •

organiseren en financiering van aanleg, onderhoud en beheer van het landschap; verbeteren van de beleefbaarheid en de toegankelijkheid van het landschap; toetsingskader voor de ruimtelijke kwaliteit, als reactie op de provinciale omgevingsvisie en de daarbij behorende kaarten; aansluiting bij ontwikkeling en initiatieven binnen het Vechtdal Overijssel; een interactief proces met werkveld en raad.

4.3.3.2 Landschapstypen Binnen de gemeente Ommen zijn twee grotere landschappelijke eenheden te onderscheiden, het zandgebied en het veengebied. Deze zijn weer onder te verdelen in landschapstypen met een duidelijk te onderscheiden verschijningsvorm: 1.

2.

het zandgebied: a. rivierenlandschap; b. essen- en kampenlandschap; c. jonge ontginningslandschap; d. bos- en landgoederenlandschap; e. vlierenlandschap. het veengebied: a. veenontginningslandschap.

Het plangebied ligt in het ‘jong ontginningslandschap’. In afbeelding 4.6 is dit weergegeven. Het plangebied is met de rode ster aangeduid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld

Afbeelding 4.6

Uitsnede LOP (Bron: gemeente Ommen)

Jong ontginningslandschap Het jonge ontginningslandschap, de heide- en broekontginningen, zijn ontstaan uit de vroegere gemeenschappelijke ‘woeste gronden’. Dit landschapstype beslaat een groot deel van het plangebied en bestaat zowel uit agrarische gebieden als uit grote bos- en heidecomplexen. De agrarische gebieden liggen op enige afstand van de rivier, maar zelfs hier, op vele kilometers van de Vecht is de richting van het wegenpatroon (en daarmee van de andere patronen) direct te herleiden tot de rivierloop. De agrarische gebieden zijn rationeel verkaveld door een wijdmazig wegenpatroon met verspreide bebouwing en met langgerekte percelen. 4.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan het Landschapsontwikkelingsplan Zoals hiervoor reeds aangeven is de inrichting van de nieuwe erven vormgegeven conform de gebiedskenmerken van het ‘jong ontginningslandschap’. In het Ruimtelijk kwaliteitsplan, opgenomen in bijlage 1 van deze plantoelichting, wordt nader ingegaan op landschapsmaatregelen. Geconcludeerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het gestelde in de “Landschapsontwikkelingsplan”. 4.3.4

Beleidsnotitie Rood voor rood gemeente Ommen (2021)

4.3.4.1 Algemeen De gemeenten in Overijssel hebben van de provincie enige beleidsruimte gekregen om hun eigen invulling te geven aan het Rood voor Rood-beleid. Het gemeentelijk beleid van de gemeente Ommen met betrekking tot Rood voor Rood is beschreven in de ‘beleidsnotitie Regeling Rood voor Rood gemeente Ommen’. De in deze notitie beschreven beleidslijn wordt gebruikt als toetsingskader voor aanvragen. De beleidsnotitie wordt in samenhang gebruikt met het Welstandsplan, het Landschapsontwikkelingsplan en het bestemmingsplan Buitengebied. In de notitie staat beschreven wat de uitgangspunten zijn en aan welke voorwaarden dient te worden voldaan om in aanmerking te komen voor de regeling. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld 4.3.4.2 Beleidskaders Het hoofddoel van de regeling Rood voor rood met gesloten beurs is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied. Ter compensatie van de sloop van minimaal 850 m² landschapontsierende bedrijfsgebouwen kan onder voorwaarden een bouwkavel voor een woning worden toegekend. De inhoudsmaat van de woning op de bouwkavel mag niet meer bedragen dan 750 m³ en het maximum oppervlakte aan bijgebouwen en overkappingen op de bouwkavel mag niet meer bedragen dan 150 m². Bij de omvang van de compensatiekavel wordt in principe uitgegaan van 1.000 m². Uitgangspunt van de gemeentelijke regeling is het terugbouwen van de woning op de slooplocatie. Ten aanzien van de situering van de bouwkavel wordt daarbij de volgende gebiedsdifferentiatie gehanteerd: In de volgende gebieden is compensatie op de slooplocatie zelf in principe niet wenselijk, tenzij in een ruimtelijke onderbouwing wordt onderbouwd dat in de specifieke situatie geen afbreuk wordt gedaan aan de doelstellingen van de betreffende gebieden: • Landbouwontwikkelingsgebieden; • Zone rivieroevers met natuurwaarden; • Beschermde dorpsgezichten; • Buurtschappen Stegeren, Varsen, Arriën en Junne. In de resterende gebieden geldt een “ja, mits-beleid”.

In deze gebieden wordt de compensatiekavel in principe ter plekke (op de slooplocatie) toegekend, op voorwaarde dat voldaan wordt aan de overige randvoorwaarden in deze regeling. Toepassing van deze regeling dient te leiden tot een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied. In het kader van de Rood voor rood-regeling wordt hieronder in ieder geval verstaan: 1. 2. 3.

4.

een aanzienlijke reductie van bouwoppervlak en -volume; dit door middel van sloop van landschapsontsierende bedrijfsgebouwen; de realisering van nieuwe bebouwing met een goede architectonische en landschappelijke inpassing. Aspecten die daarbij een rol spelen zijn: zichtlijnen, ritme van de bestaande bebouwing en de afstand tot de weg, cultuurhistorie, erfinrichting, groene inpassing etc. overige investeringen in de ruimtelijke kwaliteit.

4.3.4.3 Toetsing van het initiatief aan de beleidsnotitie rood voor rood gemeente Ommen Omvang te slopen en nieuwe bebouwing In voorliggend geval wordt alle landschapsontsierende voormalige agrarische bedrijfsbebouwing aan de Langsweg 1 gesloopt. Hiermee is sprake van een sloopoppervlak van 804 m², en is er in beginsel sprake van een tekort van circa 46 m² aan sloopoppervlak. Hiermee wordt niet volledig voldaan aan deze basisvoorwaarde. Locatie nieuwbouw Het nieuwe (compensatie)erf wordt gerealiseerd in directe aansluiting op de locatie waar de voormalige agrarische bebouwing wordt gesloopt. Hiermee wordt voldaan aan deze basisvoorwaarde. Toevoegen omgevingskwaliteit Het nieuwe woonerf dat ontstaat als gevolg van deze ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast, rekening houdend met het gemeentelijke welstandsbeleid en de door de gemeente vastgestelde en/of aangehouden landschapstypering. Hierbij is ook aandacht worden besteed aan een aantrekkelijke erfstructuur. Hiermee wordt het plangebied en de directe omgeving voorzien van een aanzienlijke kwaliteitsimpuls. Hiervoor wordt verwezen naar het ruimtelijk kwaliteitsplan dat als bijlage 1 bij deze plantoelichting is gevoegd. Hiermee wordt voldaan aan deze basisvoorwaarde.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld Maatschappelijk draagvlak Initiatiefnemer heeft de plannen voorbesproken met de directe omwonenden/omgeving. Uit dit vooroverleg is gebleken dat de bewoners van de Vilstersedijk 19 bezwaren hebben tegen het plan. In paragraaf 9.2 wordt nader ingegaan op het participatietraject, het bezwaar en de wijze waarop het plan is gewijzigd naar aanleiding van dit bezwaar. Overigens wordt opgemerkt dat de bestaande gesplitste woning Langsweg 1 en 1a gedurende het planproces zijn verkocht. De nieuwe bewoners zijn dan ook op een later moment op de hoogte gebracht van de plannen. Na enkele verduidelijkingen in het Ruimtelijk Kwaliteitsplan zijn zij akkoord met de plannen. Gesteld wordt dat in voldoende mate is voldaan aan deze basisvoorwaarde. Afwijkingsmogelijkheid/Hardheidsclausule In voorliggend geval wordt niet volledig voldaan aan alle basisvoorwaarden. Er is sprake van een tekort van 46 m² aan sloopoppervlak. Ten behoeve van dit plan wordt maatwerk geleverd conform artikel 9 van het beleid. Ter compensatie van het tekort aan sloopmeters wordt in voorliggend geval een compensatiewoning toegestaan met een maximale inhoud van 600 m³ in plaats van maximaal 750 m³, een en ander in overeenstemming met het principebesluit van de gemeente Ommen. Hiermee wordt voldaan aan de geboden mogelijkheden tot afwijking.

Enkele algemene uitgangspunten Voorliggend bestemmingsplan maakt één woning mogelijk met maximaal 150 m² aan bijgebouwen. Hiermee is planologisch uitgesloten dat het voormalig oppervlak aan bijgebouwen terugkeert op deze locatie. In deze plantoelichting wordt aangetoond dat het plan voldoet aan alle overige regels uit beleid van de overheid of uit wettelijke voorschriften. Hiermee wordt voldaan aan deze uitgangspunten. Geconcludeerd wordt dat voorliggende rood-voor-rood ontwikkeling past binnen de uitgangspunten van het beleid. 4.3.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het gemeentelijk beleid.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreft de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid

5.1.1

Algemeen

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

5.1.2.1 Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt in de nabijheid van de Langsweg en de Vilstersedijk. Dit betreffen eenbaanswegen waar een snelheidsregime van 60 km/uur geldt, en die hiermee in buitenstedelijk gebied beschikken over een wettelijke geluidszone van 250 meter op basis van de Wgh. Het projectgebied valt binnen de wettelijke geluidszone van deze twee wegen. Binnen een straal van 250 meter rondom het projectgebied bevinden zich geen andere wegen. Ten behoeve van voorliggend plan heeft BJZ.nu een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd in relatie tot de hiervoor genoemde wegen. Hierna wordt kort ingegaan op de belangrijkste onderzoeksconclusies van het onderzoek. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar bijlage 2 bij deze plantoelichting. Ter plaatse van de nieuwe woning wordt in alle gevallen voldaan aan de wettelijke voorkeurswaarde van 48 dB. Een hogere waarde is hiermee niet benodigd. 5.1.2.1 Industrielawaai en railverkeerslawaai In de nabijheid van het plangebied zijn geen gezoneerde industrieterreinen als bedoeld in de Wgh aanwezig. Industrielawaai wordt daarom buiten beschouwing gelaten. De invloed van individuele bedrijven op het plangebied wordt beschreven in paragraaf 5.5 (milieuzonering). Tevens ligt het plangebied niet in de nabijheid van een spoorweg.

Het aspect railverkeerslawaai vormt daarom geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling. 5.1.3

Conclusie

De Wet geluidhinder vormt geen belemmering voor dit plan.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient een bodemonderzoek te worden verricht. 5.2.2

Situatie plangebied

In het kader van voorliggend plan heeft Terra Agribusiness ter plaatse van het plangebied een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Hierna wordt beknopt ingegaan op de belangrijkste onderzoeksresultaten. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar bijlage 3 bij deze plantoelichting. Verkennend bodemonderzoek NEN5740 Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn boringen en inspectiegaten uitgevoerd ten behoeve van een bodemonderzoek conform de NEN5740 en NEN5707. Gehele locatie In het bovengrondmengmonster BM1 zijn lichte verhogingen PCB, zink, lood, minerale olie en PAK 10 VROM aangetroffen. In het bovengrondmengmonster BM2 zijn lichte verhogingen zink en PAK 10 VROM aangetroffen. In de bovengrondmengmonsters (BM3 en BM4) zijn geen verhogingen aangetroffen. In het grondwatermonster (PB1 WM1) is een lichte verhoging barium aangetroffen. Op basis van onderhavig onderzoek wordt voor dit onderdeel een nader bodemonderzoek voor deze locatie niet noodzakelijk geacht. De onderzoekslocatie wordt vanuit milieuhygiënisch oogpunt voor dit onderdeel geschikt geacht voor het beoogde gebruik. Verkennend bodemonderzoek NEN5707 "asbest in bodem" Tijdens de maaiveld- inspectie zijn op het noordoostelijke deel van de onderzoekslocatie asbestverdachte materialen op het maaiveld aangetroffen, ter plaatse van het braakliggend stuk terrein.

Het aangetroffen materiaal bevat 12,5% chrysotiel en is volledig hechtgebonden. Geadviseerd wordt om dit deel van het terrein middels handpicking te saneren. Gehele locatie Ter plaatse van de locatie zijn meerdere inspectiegaten gegraven, bemonsterd en geanalyseerd op de aanwezigheid van asbest. De mengmonsters MM1 en MM2 zijn licht asbesthoudend; de gewogen asbestgehalten zijn ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Er dient opgemerkt te worden dat er asbestverdachte vezels zijn aangetroffen in de fractie <0,5mm van MM1. Er wordt echter niet verwacht dat de interventiewaarde zal worden overschreden middels een SEM-analyse. In de mengmonsters van MM3 en MM4 is analytisch geen asbest aangetroffen. Druppelzones Ter plaatse van elke druppelzone zijn twee inspectiesleuven gegraven en is er een mengmonster samengesteld. Op het maaiveld is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het mengmonster van DZ2 is licht asbesthoudend; het gewogen asbestgehalte is ruim lager dan de toetsingswaarde voor nader asbestonderzoek. Er dient opgemerkt te worden dat er asbestverdachte vezels zijn aangetroffen in de fractie <0,5mm. Er wordt echter niet verwacht dat de interventiewaarde zal worden overschreden middels een SEManalyse. De gewogen asbestgehalten in DZ1 en DZ3 zijn hoger dan de interventiewaarde (100 mg/kg ds).

Er dient opgemerkt te worden dat er asbestverdachte vezels zijn aangetroffen in de fractie <0,5mm. Formeel geven de aangetroffen verhogingen aanleiding tot het uitvoeren van een nader onderzoek.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld Er is echter een reden om af te zien van een nader onderzoek ter plaatse van de druppelzones 1 en 3. Het "Bijzonder inventariserend onderzoek, erosie van asbestdaken" van Geofox-Lexmond (20131980/JOOS, d.d. 29-9-2014) heeft onderzocht dat de verontreiniging in de bodem van de afwateringszone van dakgootloze asbestdaken zich lijkt te beperken tot een diepte van 10cm bij een horizontale spreiding van circa 1 meter. 5.2.3

Conclusie

De (asbest)daken van de bebouwing behorend bij de gebouwen waarbij sprake is/was van een druppelzone zijn inmiddels verwijderd. De bron van de verontreiniging is hiermee reeds verwijderd. Geadviseerd wordt geen nader onderzoek uit te voer en, maar direct over te gaan tot sanering van deze deellocaties middels een BUS-melding. In de planregels van dit bestemmingsplan is gewaarborgd dat de bedoelde druppelzones en de asbesthoudende materialen op het maaiveld worden gesaneerd. Het aspect bodem vormt, rekening houdend met het bovenstaande, geen belemmering voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Algemeen

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. In de Wet milieubeheer staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Op grond van de Wet milieubeheer, gelet op artikel 5.16 lid 4 Wet Milieubeheer geldende de volgende regelingen:  

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet milieubeheer vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn:   

woningen: 1500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet milieubeheer nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot de categorieën van gevallen zoals beschreven in 5.3.1.1, kan worden gesteld dat voorliggend project ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader van ‘Besluit gevoelige bestemmingen’. 5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

De regelgeving omtrent het vervoer van gevaarlijke stoffen via buisleiding is vastgelegd in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

Situatie plangebied

5.4.2.1 Algemeen Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (met een zwarte ster aangegeven) en de omgeving weergegeven.

Afbeelding 5.1 Uitsnede Risicokaart (Bron:Risicokaart.nl)

Uit de inventarisatie blijkt dat het plangebied: • • • •

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich enkele risicovolle functies. Hier wordt hierna nader op ingegaan. Aardgasleidingen Gasunie Ten oosten van het plangebied bevinden zich twee NEN 3650-aardgasleidingen van de Gasunie. Het betreft de leidingen A-511 en A-522. Het betreft buisleidingen met een maximale uitwendige diameter van 1.219 mm en een maximale werkdruk van 66,3 bar. De bijbehorende 1% en 100% letaliteitsafstand bedraagt respectievelijk maximaal 540 en 210 meter. De afstand tussen deze buisleidingen en het plangebied bedraagt echter minimaal 750 meter. Een nadere (groeps)risicoverantwoording is hiermee niet noodzakelijk. N348 Ten oosten van het plangebied bevindt zich de provinciale weg N348. Op basis van de risicokaart is deze weg aangeduid als een weg waar een ongeval op het land kan voorkomen. Voor deze weg gelden geen risicoafstanden. Deze weg vormt dan ook geen belemmering voor deze ontwikkeling. Een nadere (groeps)risico)verantwoording is hiermee niet noodzakelijk. Zweefvliegveld Aan de Langsweg 28 in Lemelerveld (gemeente Dalfsen bevindt zich zweefvliegvereniging Aero Club Salland. Het externe veiligheidsbeleid voor luchthavens (vliegverkeer) is geregeld in de Wet luchtvaart.

Binnen deze wet wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende categorieën luchthavens, te weten militaire luchthavens, Schiphol en de overige burgerluchthavens, waarvoor een luchthavenregeling van toepassing is. In deze regeling wordt aandacht besteed aan de externe veiligheidsrisico’s. Binnen de plaatsgebonden risicocontouren

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

38

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld 10-5/jr is nieuwbouw niet toegestaan. Binnen de plaatsgebonden risicocontouren 10-6/jr is nieuwbouw van een gebouw niet toegestaan, tenzij een verklaring van geen bezwaar wordt afgegeven. Uit de Luchthavenregeling voor het Zweefvliegterrein Lemelerveld, blijkt dat de plaatsgebonden risicocontouren 106/jr binnen het luchthavengebied liggen. De compensatiewoning ligt buiten het luchthavengebied. Daarmee wordt voldaan aan de normering voor externe veiligheid voor luchthavens. 5.4.3

Conclusie

Eén en ander brengt met zich mee dat het plan in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden.

De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. 5.5.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNG-uitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. Het omgevingstype ‘gemengd gebied’ wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ als volgt omschreven: ‘Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen.

Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.’ De richtafstanden (met uitzondering van het aspect gevaar) uit het omgevingstype rustige woonwijk kunnen , zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat, met één afstandsmaat worden verlaagd indien sprake is van gemengd gebied. Daarbij wordt in de VNG-uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgemerkt dat het vanuit het oogpunt van efficiënt ruimtegebruik de voorkeur verdient functiescheiding niet verder door te voeren dan met het oog op een goed woon- en leefklimaat noodzakelijk is.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

39

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld Het plangebied ligt in het buitengebied, waar geen sprake is van een matige tot sterke menging van functies. Daarom wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

5.5.3

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Beoordeling

5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe functies gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functies gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast. De functie ‘wonen’ wordt niet als een milieubelastende functie gezien en heeft daarmee geen effect op het woon- en leefklimaat van omwonenden. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. En omgekeerd of bestaande functies in de omgeving vanwege de ontwikkeling worden belemmerd in hun bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmogelijkheden. In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich meerdere agrarische bedrijven. Opgemerkt wordt dat de grootste richtafstand bij veehouderijen veelal geldt voor het aspect geur. Bij veehouderijen zijn echter niet de adviesafstanden, maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunningplichtige veebedrijven bepalend. Hier wordt in de paragraaf geur (5.6) nader op ingegaan. Er is in onderstaande tabel getoetst aan de overige aspecten ‘stof’, ‘geluid’ en ‘gevaar’ in relatie tot de omliggende agrarische bedrijven.

In onderstaande tabel staan de dichtstbijzijnde bedrijven en bijbehorende planologische mogelijkheden weergegeven en is de afstand tot de nieuw te bouwen woning weergeven. Dit omdat deze woning het nieuwe milieugevoelige object betreft. De bestaande gesplitste woning is een bestaand milieugevoelig object waar omliggende veehouderijen reeds rekening mee dienden te houden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

40

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld

Locatie/functie

Categorie

Vilstersedijk 19 Agrarisch bedrijf intensieve veehouderij Langsweg 2 Agrarisch bedrijf intensieve veehouderij Langsweg 3 Agrarisch bedrijf intensieve veehouderij Vilstersedijk 17A Agrarisch bedrijf intensieve veehouderij Langsweg 28 Zweefvliegveld

4.1

Tabel 5.1

4.1 4.1 4.1 *

Grootste afstand 50 m (geluid) 50 m (geluid) 50 m (geluid) 50 m (geluid) 300 m (geluid) en 100 m (gevaar)

Afstand tot nieuwe woning Ca. 60 m Ca. 150 m Ca. 350 m Ca. 290 m Ca. 160 m

Milieubelastende activiteiten nabij plangebied

Zoals blijkt uit de tabel, wordt in voorliggend geval aan alle richtafstanden voldaan in relatie tot de agrarische bedrijven. Omgekeerd levert deze ontwikkeling geen belemmering op voor de bedrijfsvoering en/of ontwikkelmogelijkheden van de betreffende agrarische bedrijven. Ten westen van het plangebied bevindt zich een zweefvliegveld aan de Langsweg 28. De afstand tussen de inrichtingsgrenzen van het zweefvliegveld en het nieuwe woonperceel bedraagt circa 160 meter. Het zweefvliegveld betreft een functie die niet expliciet is opgenomen in de VNG-uitgave. Tevens is deze functie slecht te vergelijken met functies die wel zijn opgenomen in de VNG-uitgave. De functie ‘Modelvliegtuig-velden’ is wel opgenomen, maar is niet goed te vergelijken met een zweefvliegveld. Modelvliegtuigen maken immers gebruik van een interne motor, welke kan zorgen voor de nodige geluidshinder. Vandaar dat dit in het kader van de VNG-uitgave een relatief zware functie (milieucategorie 4.2) betreft met een grootste richtafstand van 300 meter voor het aspect ‘geluid’. De meeste zweefviegtuigen maken echter geen gebruik van een motor. Wel is er sprake van enkele andere geluidsbronnen. Het ter plaatse van de Langsweg 28 gevestigde zweefvliegveld (Aero Club Salland) maakt hoofdzakelijk gebruik van de lierstartmethode).

In de lierstart wordt het zweefvliegtuig door een speciaal voor het zweefvliegen gebouwde lier aan een kabel 'omhoog getrokken'. Zie ook afbeelding 5.2.

Afbeelding 5.2

Weergave lier Aero Club Salland (Bron: www.aeroclubsallend.nl)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

41

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld De lier staat afhankelijk van de windrichting westelijk of oostelijk gepositioneerd op de startbaan. Na ontkoppelen van het zweefvliegtuig wordt de lier met hogere toeren opgerold. De tweede geluidsbron betreft de voertuigen die de lier weer uitleggen naar de startplek. Tot slot is er sprake van verkeersbewegingen van clubleden en overige bezoekers van en naar het zweefvliegveld. Hoewel dus hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van zweefvliegtuigen zonder motor, beschikt Aero Club Salland ook over een zweefvliegtuig met motor ondersteuning. Deze motorondersteuning wordt in de praktijk pas ingeschakeld nadat het vliegtuig het zweefvliegveld / de milieu inrichting heeft verlaten. Op basis van het bovenstaande wordt geconcludeerd dat de meest relevante geluidsbronnen zich bevinden en blijven bevinden binnen de contouren van de inrichting (zweefvliegveld). Gezien de onderlinge afstand tussen de woning en het zweefvliegveld, en de opstelling van de lier, wordt op basis van een IL scan (Indicatieve berekening geluidsniveaus) (uitgevoerd door Omgevingsdienst IJsselland) verwacht dat aan de geluidvoorschriften Activiteitenbesluit en de richtwaarden VNG bedrijven en milieuzonering wordt voldaan. Deze conclusie is getrokken in samenspraak tussen Gemeente Ommen, Omgevingsdienst IJsselland en Provincie Overijssel.

Samenvattend wordt geconcludeerd dat ter plaatse van de nieuwe woning een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te verwachten is. Daarnaast worden omliggende bedrijven niet verder in de bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmmogelijkheden beperkt dan waar reeds sprake van is. In dit kader zijn namelijk bestaande op kortere afstand gelegen milieugevoelige functies (woningen) maatgevend en/of wordt voldaan aan de geldende richtafstanden. 5.5.4

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.6

Geur

5.6.1

Algemeen

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Voor meldingsplichtige veehouderijbedrijven gelden tevens vaste afstandseisen. Deze eisen zijn gebaseerd op en komen overeen met de vaste afstanden zoals opgenomen in de Wgv. 5.6.2

Situatie plangebied

Zoals reeds bleek in paragraaf 5.5 zijn er in de directe omgeving van het plangebied meerdere (intensieve) veehouderijen gevestigd. Ten behoeve van voorliggend plan heeft Kragten een geuronderzoek uitgevoerd. Hierna wordt kort ingegaan op de belangrijkste onderzoeksresultaten. Voor de volledige onderzoeksrapportage wordt verwezen naar bijlage 4 bij deze plantoelichting. Voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat is zowel de voorgrondgeurbelasting als de achtergrondgeurbelasting berekend. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

42

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld Uit de berekening van de voorgrondgeurbelasting volgt dat deze ten gevolge van de veehouderij aan de Langsweg 2 ten hoogste 12,5 OUE/m³ bedraagt ter plaatse van de woning binnen het plangebied. Het woonen leefklimaat als gevolg van de voorgrondgeurbelasting is te kwalificeren als ‘tamelijk slecht’ ter plaatse van de woning binnen het plangebied. Uit de berekening van de achtergrondgeurbelasting volgt dat de achtergrondgeurbelasting ten hoogste 17,5 OUE/m³ bedraagt ter plaatse van de woning binnen het plangebied. Op basis van de berekening is het woonen leefklimaat als gevolg van de achtergrondgeurbelasting te kwalificeren als ‘matig’ ter plaatse van het plangebied. Conform de vuistregel ‘dat de voorgrondgeurbelasting maatgevend is indien die tenminste de helft bedraagt van de achtergrondbelasting; is in onderhavige situatie de voorgrondgeurbelasting maatgevend voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat. De vaste wettelijke waarden (normen en afstanden) en de bandbreedten (afwegingsruimte gemeente) verschillen voor gebieden met veel (intensieve) veehouderijen, de zogenaamde concentratiegebieden en de overige gebieden (niet concentratiegebieden). De Gemeente Ommen ligt in het concentratiegebied.

De wettelijke normen, vaste afstanden en de bandbreedte voor concentratiegebieden zijn opgenomen in de onderstaande tabel.

In relatie tot het agrarische bedrijf aan de Vilstersedijk 19 wordt tot slot pgemerkt dat dit agrarisch bedrijf door de Omgevingsdienst IJsselland niet is opgegeven als een veehouderij met OU-dieren. Uitgaande van enkel VAdieren is toetsing aan de vaste richtafstanden uit de Wgv voldoende. Voor VA-dieren geldt conform de Wet geurhinder en veehouderij een vaste afstand van 50 meter tussen het emissiepunt van het dierenverblijf en het geurgevoelig object. Hier wordt in dit geval aan voldaan. Met een voorgrondgeurbelasting van ten hoogste 12,5 OUE/m³ in het buitengebied is er sprake van een situatie die nog past binnen de wettelijke geurnorm en de range van de gemeentelijke geurnormen. Hoewel het bijbehorende woon- en leefklimaat als ‘tamelijk slecht’ te beoordelen is, is een dergelijke (hogere) geurbelasting op deze specifieke locatie wel “afweegbaar”. Het gaat immers om een zeer kleinschalige ontwikkeling in een agrarisch gebied waar reeds sprake is van een menging van woon- en agrarische functies. In deze wordt de toevoeging van één woning op deze locatie in geurconcentratiegebied acceptabel geacht. Woon- en leefklimaat inzake de advieswaarde van de GGD. De wettelijke norm van 14,0 OUE/m³ vanuit de Wgv ligt hoger dan de gezondheidskundige advieswaarde welke de GGD hanteert.

In onderhavige situatie ligt de feitelijke geurbelasting op de planlocatie hoger dan deze advieswaarde en lager dan de wettelijke norm. Echter deze advieswaarde heeft geen harde status in de jurisprudentie als zijde grens voor een acceptabel “woon- en leefklimaat”. Een hogere geurbelasting kan dan ook als zijnde acceptabel en goed “woon- en leefklimaat” worden geacht. Een gemotiveerde afwijking van de adviesnorm is dan ook zeker toegestaan, dit zoals blijkt uit bestaande jurisprudentie. In onderhavige situatie ligt de voorgrondbelasting op 12,4 OUE/m³, hetgeen reeds meer dan 10% lager ligt dan de “basis” wettelijke norm van 14,0 OUE/m³. Dit resulteert er in dat de geurbelasting in een later stadium altijd door een bedrijf in de nabije omgeving opgevuld mag worden tot de grens van 14,0 OUE/m³. Het vasthouden aan een lagere advieswaarde bij de vaststelling van een bestemmingsplan is naast dat het juridisch niet noodzakelijk is dan ook geen borging voor de toekomst. Immers nadien kan de geurbelasting verder toenemen tot aan de wettelijke grens. Afwijken van de advieswaarde heeft mits er sprake is van een acceptabel “woonen leefklimaat” dan ook geen nadelige effecten voor de planlocatie.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

43

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld Bij de huidige voorgrondbelasting van 12,4 OUE/m³ ligt de geurbelasting lager dan de wettelijke norm uit de Wgv en hoger dan de advieswaarde. Echter uit veelvuldige jurisprudentie van de Raad van state blijkt dat situaties met een veel hogere geurbelasting als zijnde een acceptabel “woon- en leefklimaat” kunnen worden geacht. Het eenvoudigst is de aansluiting bij de wettelijke norm, echter in specifieke situaties zijn geurbelastingen tot wel het dubbele als acceptabel geacht. In deze door jurisprudentie acceptabel geachte situaties is er tevens sprake van wetgeving technisch forse geur overbelaste situaties. Bij onderhavige planlocatie is er sprake van een veel lagere geurbelasting, daarmee is het evident dat deze lagere geurbelasting welke tevens voldoet aan de wettelijke norm gezien kan worden als zijnde een acceptabele geurbelasting en “woon- en leefklimaat”. Naast de voorgrondbelasting is de achtergrondbelasting een relevante parameter. Het is correct dat de voorgrondbelasting leidend is. Echter het is noemenswaardig dat de achtergrondbelasting met amper 17,5 OUE/m³ zeer laag is. Hieruit valt te herleiden dat er minimaal sprake is van cumulatie van geur van meerdere bedrijven uit de omgeving. Dit maakt dat “risico’s” van een hogere geurbelasting in de nabije toekomst minimaal zullen zijn.

Agrarische bedrijven in de omgeving voldoen vandaag de dag reeds aan de best beschikbare technieken. De milieucriteria worden juist steeds ambitieuzer en het aantal veehouderij neemt gestaag af. Het is reëel te veronderstellen dat juist de totale geurvracht in het buitengebied en op onderhavige planlocatie in de nabije toekomst verder zal afnemen. Dit zal uiteraard de geurbelasting doen afnemen en het woon- en leefklimaat nog verder verbeteren. Na de vaststelling van de gezondheidskundige advieswaarden zijn er forse aanpassingen gedaan in de geuremissienormen bij een aantal emissiearme stalsystemen. Hierdoor zijn huidige rekenkundige emissiewaarden en daarmee de achtergrondbelasting aanzienlijk hoger dan ten tijde van de bepaling van de advieswaarden. De GGD geeft dan ook aan dat er ‘nu waarschijnlijk een overschatting van het aantal gehinderden is’. Bij de beoordeling van de vraag of er bij de realisatie van een nieuw voor geurhinder gevoelig object sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, is een afweging met betrekking tot de hoogte van de geurbelasting (en de daarmee samenhangende kans op hinder) in relatie tot de aard van het gebruik van belang. Ook de te verwachten ontwikkeling van de geurbelasting dient hierbij betrokken te worden.

In onderhavige situatie is de hoogte van de geurbelasting met 12,4 OUe beperkt, de compensatiewoning komt voort uit het agrarische bedrijf en bewoners zullen bewust in het buitengebied gaan wonen in de nabijheid van een agrarisch bedrijf. De verwachte ontwikkeling qua geurbelasting is juist afnemende gelet op milieueisen en ontwikkelingen (trend) in de agrarische sector. Het woon- en leefklimaat is meer dan enkel geur, de luchtkwaliteit betreft tevens een voornaam criterium. Onder 5.3.3 is de situatie omtrent de luchtkwaliteit voor de planlocatie inzichtelijk gemaakt. Voorgaande afwegende is er op de planlocatie sprake van een acceptabel “woon- en leefklimaat”. 5.6.3

Conclusie

Het aspect geur vormt geen belemmering voor dit plan.

5.7

Ecologie

5.7.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland. Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

44

Bestemmingsplan Buitengebied, herziening Langsweg 1 Dalmsholte Vastgesteld 5.7.2

Gebiedsbescherming

5.7.2.1 Algemeen Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen Ecologische Hoofstructuur) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het NNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. 5.7.2.2 Natura 2000 gebieden Het plangebied bevindt zich op circa 2,5 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied ‘Vecht- en Beneden-Reggegebied’. Voor elk Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor alle beschermde soorten en habitats die daar aanwezig zijn. Per soort of habitat is aangegeven of behoud van de huidige aantallen/arealen voldoende is, danwel of uitbreiding of een verbetering nodig is. Niet alleen activiteiten binnen een Natura 2000-gebied maar ook activiteiten buiten een Natura 2000-gebied kunnen de instandhoudingsdoelstellingen in gevaar brengen. Dit wordt externe werking genoemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15291204/1