1. Brief aan de raad bij onderzoeksrapport Vitale Kernen in Ommen
Tekst van het document
REKENKAMER OMMEN 21 augustus 2025
Aan de gemeenteraad van Ommen
Geachte leden van de raad, Hierbij stuurt de Rekenkamer Ommen u het rapport “Vitale kernen in Ommen”. In deze brief vindt u de conclusies en aanbevelingen en in de bijlage de nota van bevindingen. De presentatie van het onderzoeksrapport staat gepland voor uw raadscommissievergadering van 11 september a.s.
Conclusies op de onderzoeksvragen Hoe verloopt het proces van de totstandkoming van de dorpsvisies? Hoewel het onderzoek aangeeft dat er een aantal verbeterpunten zijn is de conclusie dat het proces van totstandkoming van de dorpsvisie over het algemeen succesvol is. De gemeente heeft in haar beleid goede voorwaarden geschapen om de Plaatselijke Belangen in staat te stellen dorpsvisies op te stellen en veel Plaatselijke Belangen zijn vervolgens enthousiast aan de gang gegaan met het opstellen van dorpsvisies. Over de communicatie tussen de Plaatselijke Belangen en de gemeente wordt verschillend gedacht. De gemeente is hier positief over, bij de Plaatselijke Belangen is dat niet altijd het geval. Zij plaatsen kanttekeningen bij de bereikbaarheid vanen de gemeentelijke ambtenaren en de geleverde ondersteuning. Wat is de stand van zaken met betrekking tot de dorpsvisies? Het resultaat is dat 11 van de 12 Plaatselijke Belangen een dorpsvisie hebben opgesteld of hiermee aan de slag zijn of gaan. De dorpsvisies die nog moeten worden opgesteld betreffen kleine buurtschappen, waarbij de betreffende Plaatselijke Belangen nut en noodzaak van een dorpsvisie aanvankelijk niet inzagen maar bij nader inzien nu toch aan de slag gaan. De dorpsvisies verschillen onderling in de thema’s die aan de orde komen, maar ook in de opzet en mate van uitvoeringsgerichtheid.
Hierbij speelt mee dat de gemeente bewust geen strak kader heeft meegegeven om de Plaatselijke Belangen alle vrijheid te geven en het bovendien om een leerproces gaat. De dorpsvisies kunnen op veel draagvlak rekenen, omdat bij de totstandkoming de inwoners nauw zijn betrokken. Voor de uitvoering van de dorpsvisies zijn veel werkgroepen opgericht, waarin de inwoners zijn vertegenwoordigd.
1
Hoe worden de dorpsvisies vertaald in concrete acties? Hoewel de Plaatselijke Belangen stappen hebben gezet in de uitvoering van de dorpsvisies, is dit voor hen niet eenvoudig. Naast de benodigde kennis en ervaring speelt ook de afhankelijkheid van het gemeentelijke en provinciale beleid een rol. Uit het onderzoek blijkt dat Plaatselijke Belangen behoefte hebben aan ondersteuning en begeleiding door de gemeente, maar dit moet niet tot een keurslijf leiden. Financiële ondersteuning is niet alleen bij het opstellen van de dorpsvisies maar ook bij de uitvoering van belang. Op dit moment is nog onvoldoende duidelijk hoeveel beleidsruimte de Plaatselijke Belangen krijgen bij de uitwerking van de dorpsvisies in maatregelen en de uitvoering daarvan. Een acceptabel uitgangspunt voor de Raad is wanneer maatregelen uit de dorpsvisies, die niet strijdig met het gemeentelijk beleid zijn, in ieder geval uitgevoerd zouden moeten worden. Daarbij gelden wel financiële, organisatorische en (planologisch) juridische randvoorwaarden. Ook bredere publieke belangen kunnen een rol spelen. In ieder geval zouden de Plaatselijke Belangen met ‘laag hangend fruit’ aan de slag moeten kunnen gaan wanneer deze randvoorwaarden geen beletsel vormen.
Het is van belang dat de gemeente voldoende doet aan verwachtingsmanagement, waarbij het voor de Plaatselijke Belangen duidelijk wordt wat zij redelijkerwijs wel en niet bij de uitvoering van maatregelen mogen verwachten. Hoe staat het met de monitoring van de voortgang en de ontwikkeling van de leefbaarheid in de kernen? Opvallend is dat de Plaatselijke Belangen en de gemeente zich beide niet bezighouden met monitoring. De Plaatselijke Belangen als het gaat over de uitvoering van hun dorpsvisie en de gemeente als het gaat om de voortgang van alle dorpsvisies en het opzetten en bijhouden van een (eenvoudig) monitoringssysteem. Een belangrijk doel van de dorpsvisies is het verbeteren van de leefbaarheid. In 2022 was de leefbaarheid uitgaande van de informatie van de Leefbaarometer in de dorpen al goed, zeker ook in vergelijking tot het landelijk gemiddelde en andere dorpen in de provincie Overijssel. Een toekomstige meting van de Leefbaarometer kan in beeld brengen of de leefbaarheid per onderdeel (bijvoorbeeld wonen) verder is verbeterd. Mogelijk kan daarbij een relatie worden gelegd met de uitvoering van de dorpsvisies. In hoeverre is de Raad betrokken bij de totstandkoming en de uitvoering van de dorpsvisies? De Plaatselijke Belangen en de Raad hebben hier een verschillend beeld bij. De Plaatselijke Belangen zouden graag meer betrokkenheid van de Raad zien.
In de discussiebijeenkomst met de Raad kwam naar voren dat zij wel degelijk betrokkenheid gedurende het gehele proces hebben getoond. Zeker bij de uitvoering van de dorpsvisies, waarbij de Raad met haar besluitvorming een rol speelt, lijkt dit een belangrijk punt.
2
De eindconclusie is dat grote en succesvolle stappen zijn gezet met het komen tot dorpsvisies en soms ook tot de uitvoering daarvan. Maar vooral de communicatie tussen partijen, het komen tot concrete uitvoeringsprogramma’s (inclusief de mate waarin de Plaatselijke Belangen autonoom zijn in de uitvoering), de monitoring van de voortgang van de uitvoering van het proces vanen de voortdurende betrokkenheid van de Raad vragen de aandacht. Daarom doet de Rekenkamer de volgende aanbevelingen voor het verder verbeteren van het proces van totstandkoming en uitvoering van dorpsvisies.
Aanbevelingen We zijn positief over het beleid ten aanzien van de kleine kernen in Ommen. Tegelijkertijd zien wij ook ruimte voor verdere verbetering in het proces en de uitvoering van het beleid ten aanzien van de kernen. Daarvoor formuleren wij de volgende aanbevelingen.
1. Meer helderheid creëren over de status van dorpsvisies Op dit moment hebben de dorpsvisies geen status. Daar is in de ontwikkelfase bewust voor gekozen en dat gaf partijen ook comfort. We pleiten er voor om in de vervolgstappen (uitvoering) die nu gaan plaatsvinden de dorpsvisies wel een status te geven. Niet in de zin van het officieel vaststellen door de gemeente(raad), maar wel als een belangrijk uitgangspunt voor beleid. Het zou uitdagend zijn om de visies en de daarop gebaseerde uitvoeringsmaatregelen meer status te geven. Dat kan door het uitgangspunt te hanteren dat maatregelen uit de dorpsvisies worden uitgevoerd, tenzij overig beleid (zoals omgevingsvisie, juridische kaders, financiën of bredere publieke belangen) zich hiertegen verzetten. Dit leidt tot een kanteling van de discussie. Niet in de zin van “u vraagt en wij draaien”, maar wel dat er (beargumenteert) goede redenen moeten zijn om voorgestelde maatregelen niet uit te voeren.
2. Bij alle beleidsstukken belangen kernen meewegen Veel gemeentelijk beleid gaat niet direct over de kleine kernen, maar heeft impliciet of expliciet wel consequenties voor (één of meerdere) kernen. Bij het maken van beleidsstukken zou het goed zijn als (indien enigszins van toepassing) expliciet aandacht te besteden aan de gevolgen voor kleine kernen, waarbij de dorpsvisies als hulpmiddel kunnen dienen voor input.
3
3. Verdere verbetering contact ambtenaren en Plaatselijke Belangen In de meeste gevallen zijn zowel de gemeente als Plaatselijke Belangen tevreden over het contact en de samenwerking rondom de dorpsvisies. Soms zit hierin een verschil van inzicht. De contactambtenaar kan het idee hebben dat samenwerking goed verloopt, terwijl de Plaatselijke Belangen een andere mening hebben, of andersom. Daarom is het belangrijk om de samenwerking tussen contactambtenaar en Plaatselijk Belang eens in de zoveel tijd (bijvoorbeeld jaarlijks) te evalueren. We stellen voor om tijdens de jaarlijkse bijeenkomsten (of wellicht frequenter) themasessies te houden. Onderwerpen daarbij kunnen zijn: inzoomen op gemeentelijk beleid op een bepaald terrein, leren van elkaar over het maken en uitvoeren van dorpsvisies en provinciale subsidiemogelijkheden. We hebben signalen gehad dat provinciale subsidieregelingen nog niet optimaal gebruikt worden.
4. Stimuleren om de visie te vertalen naar uitvoering Idealiter zou een dorpsvisie de basis moeten zijn voor de toekomstige ontwikkelingen in een kern. Dat betekent dat uit de dorpsvisie maatregelen volgen die zouden moeten leiden tot uitvoering op korte, middellange of lange termijn. In de huidige gang van zaken zien we dat echter maar beperkt terug. Het zou helpen als er (in samenspraak met de gemeente) een uitvoeringsprogramma gemaakt wordt van wenselijke maatregelen. Daar hoeft niet de handtekening van de gemeente onder te staan, maar helpt wel om de gesprekken tussen Plaatselijke Belangen en de gemeente meer inhoud te geven.
5. Monitoring van de uitvoering Raadsleden worden via raadsbrieven op de hoogte gehouden van de voortgang van de dorpsvisies. Er is echter geen monitoring van de uitvoering. We bepleiten zeker geen uitgebreid monitoringssysteem (“papier is geduldig”). Wel zou in een jaarlijkse raadsbrief een beknopt overzicht gegeven kunnen worden van opgestelde acties en de voortgang van de uitvoering. Hierin zouden ook de bevindingen van de meest recente Leefbarometer kunnen worden meegenomen. Voor de Gemeenteraad kan deze brief aanleiding zijn om over een of meerdere onderwerpen in gesprek te gaan met het College van B&W.
4
Wij hopen hiermee een aantal goede aanbevelingen mee te geven om het beleid ten aanzien van de kernen nog verder te verbeteren.
Met vriendelijke groet,
Namens de Rekenkamer Ommen Ronald Paping (Voorzitter)
5