CConstaterende datOmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Beleidsuitgangspunten Nieuwe wet inburgering

Gemeenteraad 28 oktober 2021, gemeente OmmenBij agendapunt: Beleidsuitgangspunten nieuwe wet Inburgering (234711)1.071 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1.

Beleidsuitgangspunten Nieuwe wet inburgering Inleiding Op 1 januari 2022 gaat de nieuwe Wet inburgering in en wordt de gemeente verantwoordelijk voor de inburgering van onze inwoners met een inburgeringsplicht. Het inwerking treden van de Wet inburgering betekent zowel voor de inburgeraars als de gemeente een verandering. Hiermee krijgen wij een nieuwe maatschappelijke opgave binnen het sociaal domein. Met de nieuwe Wet inburgering wijzigt het inburgeringsstelsel. Voor mensen die inburgeringsplichtig zijn, is dit een positieve verandering. Het oude stelsel bevat voor veel mensen namelijk belemmeringen voor een goede inburgering. De leningen die inburgeringsplichtigen in dit stelsel afsluiten voor een inburgeringscursus leiden vaak tot schulden en de juiste taalaanbieder vinden blijkt nog wel eens een probleem. In het nieuwe stelsel krijgt de gemeente de regie over de inburgering en koopt zelf inburgeringstrajecten in. Inburgeringsplichtige statushouders hoeven hiervoor geen lening meer af te sluiten.

Het nieuwe inburgeringsstelsel kent drie leerroutes om de Nederlandse taal te leren: de Onderwijsroute gericht op het behalen van een schooldiploma, de Zroute voor mensen die onvoldoende leerbaar zijn en de B1-route voor alle overige inburgeraars Ten slotte is in de nieuwe Wet inburgering opgenomen dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het afnemen van de brede intake, het opstellen van een Persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP), aanbieden van maatschappelijke begeleiding en het financiële ontzorgen van inburgeringsplichtige statushouders. De maatschappelijke begeleiding betreft begeleiding en ondersteuning bij praktische zaken en bij de kennismaking met de Nederlandse samenleving en specifieke lokale omgeving. Financiële ontzorging houdt in dat de gemeente de eerste zes maanden na binnenkomst in de gemeente een aantal vaste lasten voor statushouders betaalt (huur, energiekosten en verplichte verzekeringen). Het bedrag voor deze lasten wordt verrekend met de bijstandsuitkering.

Beleidsuitgangspunten voor uitvoering -

Beleidsuitgangspunt 1: Integrale aanpak

Inburgering staat niet op zichzelf. We kunnen inburgeringsplichtigen alleen snel en volwaardig laten meedoen aan onze samenleving als we de

inburgeringsvoorzieningen verbinden met de voorzieningen van het sociaal domein. Met de regierol die gemeente in het nieuwe inburgeringsstelsel krijgt, kunnen we deze gewenste verbindingen in de uitvoeringspraktijk leggen. Inburgering wordt hiermee onderdeel van onze integrale aanpak in het sociaal domein.

De eerste stap hiertoe is dat we in het intakegesprek (brede intake) komen tot de best passende leerroute en ook aandacht hebben voor hulpvragen die aansluiten op voorzieningen vanuit de Wmo en de Jeugdwet. In het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie combineren we vervolgens de afspraken over de te volgen taalleerroute met afspraken over participeren. Dit vereist een duaal karakter van inburgeringstrajecten. Door de combinatie van deze afspraken krijgt leren ook een meer praktische kant. Hierdoor leren inburgeringsplichtigen de Nederlandse taal sneller en beter en hebben zij meer maatschappelijke contacten. Het leren van de Nederlandse taal en het participeren versterken elkaar, waardoor de toeleiding naar arbeid sneller en effectiever verloopt. -

Beleidsuitgangspunt 2: Direct aan de slag

De VNG, het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en het COA hebben een drietal scenario’s opgesteld voor de start van de inburgering, te weten: 1. de gemeente start na koppeling snel – al vóór daadwerkelijke huisvesting – met de voorbereiding op en het uitvoeren van het reguliere inburgeringstraject. De statushouder volgt dan geen programma Voorinburgering bij het COA. 2. De gemeente start tijdens verblijf in het AZC met de Brede intake en het Plan Inburgering en Participatie (PIP). De statushouder volgt in principe het programma Voorinburgering bij het COA. Het reguliere inburgeringstraject start na de verhuizing naar de gemeente. 3. De gemeente start na de verhuizing naar de gemeente met het reguliere inburgeringstraject (inclusief Brede intake). De statushouder volgt in principe het programma Voorinburgering bij het COA.

Wij kiezen voor scenario 2. Dit betekent dat we het brede intakegesprek al voeren wanneer de inburgeringsplichtige nog in het asielzoekerscentrum verblijft. Op deze manier wordt er zo snel mogelijk gestart met het leren van de taal en de participatie. Hierdoor stoppen of voorkomen we ‘de wachtstand’ en dragen we bij aan een actieve houding van deze mensen. Dit alles draagt bij aan het kunnen doorgroeien naar een betaalde baan. Vanuit de participatieplek, kan gekeken worden welke werkzaamheden en/ of sector het beste bij iemand past. Indien betaald werk niet mogelijk is,

kijken wij naar welke vorm van participatie wel mogelijk is. Vrijwilligerswerk kan ook een optie zijn. -

Beleidsuitgangspunt 3: Duurzaam maatwerk

Binnen het nieuwe inburgeringsstelsel zijn er drie verschillende leerroutes. Dit zorgt ervoor dat inburgeraars een inburgeringstraject op maat kunnen volgen. Voorkomen moet worden dat in een momentopname te snel tot een onjuiste beslissing over een leerroute wordt overgegaan en niet de best passende leerroute wordt aangeboden. Maatwerk wordt geleverd door de informatie uit de brede intake, de Voorinburgering van het COA, de uitslag van de leerbaarheidstoets en andere beschikbare informatie van de inburgeringsplichtige zelf te vertalen in een PIP. Door het realiseren van een goede aansluiting van de taal en de participatietrajecten wordt voorkomen dat hetgeen de inburgeringsplichtige leert in een leerroute niet of nauwelijks in de praktijk voorkomt en andersom. -

Beleidsuitgangspunt 4: Regie over inkooptrajecten

De gemeente wordt verantwoordelijk voor het inkopen van de leerrouten en de participatietrajecten en de kwaliteit daarvan. Naast het blik op werk keurmerk kunnen er nog bepaalde, voor de gemeente, belangrijke kwaliteiten van aanbieders gevraagd worden. -

Beleidsuitgangspunt 5: Opstellen beleidsregels

De nieuwe Wet inburgering kent geen verordeningsplicht. De onderwerpen worden bij het nieuwe inburgeringsstelsel al door de wet zelf geregeld en de uitvoering daarvan bij het College belegt. Het opstellen van beleidsregels biedt ruimte om vast te leggen hoe om te gaan met de door de wet gegeven bevoegdheid over bijvoorbeeld de brede intake, de PIP, de maatschappelijke begeleiding enz. -

Beleidsuitgangspunt 6: Toekennen budgetten

Het uitvoeren van de wet Inburgering per 1 januari 2022 is een wettelijke verplichting. De beschikbaar gestelde budgetten voor de uitvoering worden dan ook volledig ingezet voor het doel waarvoor ze beschikbaar worden gesteld. Het implementeren van de wet, het opleiden van medewerker(s), inkoop en beleidsondersteuning, brede intake, opstellen PIP, het houden van voortgangsgesprekken, financieel ontzorgen. -

Beleidsuitgangspunt 7: Evaluatie plan van aanpak

De uitvoering van de nieuwe wet Inburgering is een nieuwe verantwoordelijkheid binnen de gemeente en het sociaal domein. Om het beoogde doel te behalen: "elke nieuwe inburgeraar doet binnen 3 jaar naar hoogst mogelijke draagkracht mee in de maatschappij door middel van betaald werk, vrijwilligerswerk of een andere vorm van dagbesteding" is een evaluatie na 2 jaar wenselijk. De uitkomst van de evaluatie biedt inzicht of het beoogde doel binnen 3 jaar behaald zal worden en wat daar eventueel nog extra voor nodig zal zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10576628/2