Transcriptverslag raadsvergadering 8 juli 2024 vastgesteld in de vergadering van 23 september 2024
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN DE GEMEENTE OLDENZAAL van 8 juli 2024
Aanvang 14.00 uur Aanwezig:
de heer P.G. Welman, voorzitter
de dames:
R. Berger, J.M. Egbers, N. Nevels-ter Brake, E.G. Nijendijk, P.J.H. Oude EngberinkWeideveld en M.J. Seijger
de heren:
J.A.M. Bekke, R. Bouwman, L.J. Gelevert, E. Kangus, N. Kramer, Y.B. Liebrand, L.T. Lulofs, H.J.M. Maartens, Y.B.S. Mekelenkamp, G.F.M. Nijland (vanaf 19.15 uur), H.W.M. Snijders, X.E.N. Visscher, M.J. van der Waal, A.A.M. Wagelaar (vanaf 17.24 uur), R.T. Wienk, H.H.W. Winkelhuis en M. (Mevlid) Yildirim de heer B.C. de Groot, griffier de heer R.G.H. Christenhusz, wethouder mevrouw M.E.A. Rödel, wethouder de heer M. (Murat) Yildirim, wethouder mevrouw E.C. Zinkweg-Ankone, wethouder
Afwezig:
--
Algemeen 1. Opening De voorzitter: Goed, van harte welkom allemaal bij de raadsvergadering van de gemeente Oldenzaal, 8 juli 2024. Zoals u ziet, we zijn eerder begonnen, dat heeft tot gevolg dat we nog twee raadsleden missen, maar die zullen later aansluiten. Ik heb mij laten vertellen dat dat zo rond de klok van vijf zou zijn en dat betreft de heren Wagelaar en Nijland en als u om u heen kijkt dan ziet u dat die feiten kloppen met de feitelijke situatie. Dat betekent dat we daarmee van start kunnen gaan en voordat we dat doen, wil ik nog bij een bijzonder moment stilstaan en daar pak ik even de stukken voor. Als ik alle aanwezigen mag verzoeken om te gaan staan, voor zover dat natuurlijk mogelijk is, want zondag 23 juni is een zeer gewaardeerde collega van ons, Gerjan Lentfert, ons ontvallen. Hij is onverwacht komen te overlijden. Zijn glimlach gaan we in het stadhuis en zeker ook tijdens de vergadering van de gemeenteraad missen. Gerjan was 43 jaar in dienst van de gemeente Oldenzaal. Zijn overlijden heeft een grote impact op onze organisatie, het was dan ook hartverwarmend om te zien hoeveel collega's een erehaag bij zijn laatste reis hebben gevormd. In de collegekamer is een gedenkboekje aanwezig, mocht u daar gebruik van willen maken dan is die gelegenheid er. Wij wensen zijn vriendin Sandra heel veel sterkte bij het dragen van het verlies van Gerjan.
Laten we samen te nagedachtenis van Gerjan één minuut stilte in acht nemen. Dank u wel. 2. Vaststellen agenda De voorzitter: Ik kom bij het volgende punt op onze agenda en dat betreft het vaststellen van de agenda. Zoals u heeft gezien heeft het college een raadsinfobrief naar u toegestuurd met als strekking om het -1-
agendapunt 5, de jaarstukken 2023 van de agenda te halen, met als reden dat de accountant nog niet met zijn werkzaamheden klaar is en u dus ook nog niet in de gelegenheid bent om de jaarstukken te bespreken met een verklaring van de accountant daarbij. Ik weet niet of naar aanleiding daarvan nog vragen of opmerkingen van uw zijde zijn? Zo niet, dan wil ik voorstellen om de jaarstukken van de agenda te halen. Het is uw agenda, dus moet u wel mee instemmen. Ik kijk even rond of er behoefte is om een reactie te geven? Niet akkoord om het van de agenda te halen, dan doen we dat, conform, dan is het van de agenda gehaald. Dank. 3. Vragenuur – Geen De voorzitter: Van het vragenuur is vooraf geen melding gemaakt dat daar gebruik van gemaakt wil worden, dus vandaar dat we dat ook niet hoeven te doen. Mooi. 4. Vaststellen notulen van de vergadering van 17 juni 2024 De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 4, dat is het vaststellen van de notulen van de vergadering van 17 juni 2024 en vooraf had de heer Winkelhuis bij mij aangegeven dat hij daar nog een punt van bij wilde maken. Mijnheer Winkelhuis, ga uw gang. De heer Winkelhuis: Voorzitter, dank u wel.
Twee korte opmerkingen, op de eerste plaats, blij dat het Twents nu van de transcriptie wat verbeterd is, want naoberschap is wel opgenomen op dit moment in het verslag, terwijl het vorige verslag van ons daar ontbrak, onze Twentse bijlage helaas bij de vorige raadsvergadering. Het tweede was, en dat moet me toch wel even diep van het hart, gaat over een bekende oud voetballer die wij geciteerd hebben hier en die wordt genoteerd hier als Abel Endstra en de goede benaming van die topvoetballer van toen was toch echt wel Abe Lenstra. Dus die correcties ook graag opgenomen willen zien. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij moet dat dit keer met de articulatie die u heeft gebruikt, zeker gaan lukken. Ik kijk even rond of er nog meer opmerkingen bij de notulen van de vorige keer 17 juni te maken zijn. Niet? Mooi, dan met de opmerking die gemaakt zijn, conform. 5. Jaarstukken 2023 (voorstel afgevoerd bij vaststellen van de agenda) 6. Voorjaarsnota 2024 De voorzitter: Goed, dat betekent dat ik alweer bij agendapunt 6 kom, want 5 zoals net al afgesproken, dat slaan we over en dan kom ik bij de Voorjaarsnota van 2024. Ik heb drie fracties genoteerd staan die daar het woord bij willen voeren, althans die hebben aangegeven in het politiek forum dat ze hier nog wat over willen zeggen middels een tekenen van een bespreekstuk, dus dat zal ik dan nu ook in acht nemen.
Ik begin bij de WG, ik zie mevrouw Oude Engberink aanstalten maken. Mevrouw Oude Engberink, u heeft het woord. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Wij gaan niet uitgebreid stilstaan bij de Voorjaarsnota 2024, voorzitter. De nota laat een enorme lijst met taken, programma's en plannen zien waarmee de gemeente bezig is. En wij trekken er de conclusie uit dat er hard gewerkt is. Hard gewerkt wordt en dat het hoge ambitieniveau van de raad goed wordt opgepakt door de organisatie. Wij maken ons wel zorgen over het capaciteitsgebrek dat een aantal keren genoemd staat in de nota. En als we naar de huidige en toekomstige arbeidsmarktsituatie kijken, denken we dat we daaraan zullen moeten wennen. Laten we daarom met elkaar het open gesprek blijven voeren. Waar knelt de capaciteit van onze -2-
organisatie versus ons ambitieniveau? Maar ook welke oplossingen of alternatieven kunnen daartegenover gezet worden? En ja, er is het nodige op te merken over de vorm van de nota en de kwalificatie, zogenaamde kleurtjes van de batterijtjes, die aan de afzonderlijke posten zijn toegekend. Maar dat is iets met elkaar te bespreken in de auditcommissie. Graag staan wij kort stil bij één onderwerp die in de nota staat, het Natuur en Milieu Educatief Centrum De Höfte. Daarover willen wij graag benadrukken dat WG Oldenzaal De Höfte altijd heeft willen steunen. Vorig jaar konden we niet zomaar meegaan met het verhogen van de jaarlijkse bijdrage zonder eerst een goed gesprek aan te gaan. Wij vinden het ontzettend mooi dat er door een aantal goede gesprekken tussen het bestuur van De Höfte en de portefeuillehouders gekozen is om samen een oplossing te zoeken. Door de inzet van Robert Monninkhoff hebben alle partijen samengewerkt en is het gelukt alsnog een sluitende meerjarenbegroting te presenteren vanaf 2025. Dat is precies waar wij op aan hebben willen sturen. Helemaal super dat er nu een situatie gevonden is waarin scherpe keuzes met visie gemaakt kunnen worden. Wij zijn het eens met het vergoeden van de frictiekosten voor dit centrum. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de VVD, mijnheer Mekelenkamp.
De heer Mekelenkamp: Voorzitter, mevrouw haar inbreng zegt, we gaan er niet lang bij stilstaan bij als fractie, we gaan als fractie proberen om nog korter bij stil te staan. We hebben vorige week een aantal vragen gestuurd naar de portefeuillehouder en die zijn naar volle tevredenheid beantwoord. En als dat niet zo zou zijn geweest, had ik hier gestaan, had ik in heel betogen gehouden, maar dan ga ik niet doen omwille van de tijd. De voorzitter: Dank u wel. Dan kom ik tot slot bij D66, mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. We hebben wat andere puntjes, zodat we daarmee toch de hele Voorjaarsnota behandelen. In het politiek forum heeft D66 een aantal vragen gesteld over de Voorjaarsnota, de meeste vragen zijn al dan niet naar onze tevredenheid, maar in ieder geval voldoende beantwoord. Een drietal vragen heeft echter nog wat verdere toelichting nodig. D66 heeft de wethouder gevraagd hoe de uitspraak in de Voorjaarsnota over de invoering van de stimuleringsregeling Water en Klimaat geïnterpreteerd moet worden. Invoering is wegens een capaciteitsgebrek en prioriteitstelling in werkzaamheden, ook al genoemd als het generaal probleem door de WG, gepauzeerd afweging over de uitvoering volgt in 2024. Deze tekst zou ook kunnen betekenen dat de regeling ook geschrapt zou kunnen worden.
Kan de wethouder aangeven dat er alleen sprake is van pauzering, noodzakelijke pauzering en niet van mogelijk afstel. Het tweede onderwerp gaat over Glinde Hooiland. Het komt D66 voor dat gezien de start van uitvoering in 2025 van het integraal wijkplan Glinde Hooiland geen uitstel van de eerste voorbereiding wenselijk is. Daarom vraagt D66 het college met een plan te komen hoe de participatie met de inwoners van de Zeeheldenbuurt wordt geregeld. De Zeeheldenbuurt is de eerste buurt die wordt aangepakt. Ons bereiken signalen dat inwoners van deze wijk contact hebben gezocht met de projectleider en te horen hebben gekregen dat ze te zijner tijd nadere informatie over krijgen. Deze inwoners hebben wensen en voorstellen die deels wel en deels niet in het plan passen, maar willen voorkomen dat ze straks worden geconfronteerd met een uitgewerkt plan, waar misschien alleen maar marginale aanpassingen aan mogelijk zijn. Vanuit het oogpunt van goede, dus tijdige participatie, verzoeken wij het college tijdig aandacht aan te besteden. Laat alstublieft betrokken inwoners in een zo vroeg mogelijk stadium meedenken. Kan het college het plan voor participatie in deze raad toelichten? Ik kan mij voorstellen dat het college dat nu nog niet kan, maar kunnen ze dat binnenkort aan de raad doen toekomen?
-3-
De voorzitter: Ik zie een interruptie. Ik heb even gewacht dat u uw betoog op dit onderdeel afmaakte, nu zie ik de heer Mekelenkamp. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Dank u, voorzitter. Voorzitter, voordat ik op de zaken vooruit ga lopen, ik ben wel benieuwd waarom de heer Van de Waal nu betoogt dat wij meer moeten ingezet op participatie, zeker met betrekking tot de Zeeheldenbuurt, maar tegelijkertijd bij de kadernota dat er een motie van D66 ligt, waarbij wij de inzet voor de participatiemedewerker moeten gaan wijzigen. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: De inzet van de participatiemedewerker gaan wij in onze motie zodanig wijzigen dat wij de aanwezige personeelsleden meer voorstellen te trainen in de gewoonte te participeren dan dat er een twee derde personeelslid wordt aangenomen. Dus het staat enigszins los hiervan overigens. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Dus als ik het goed begrijp, gaat de motie erover om te vragen of wij onze medewerkers de honderd meter sneller kunnen aflaten leggen, in plaats van een extra poppetje erbij te zetten die mee kan helpen rennen? De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Als training daarvoor helpt, ja. Daar is in het algemeen training voor. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Van der Waal: Het volgende onderwerp gaat over een vraag die al heel lang staat.
D66 heeft de wethouder vragen gesteld in het forum van 16 oktober en verwoord in een mail van 23 oktober 2023 en daarop hebben we nog geen juist antwoord gekregen. We vroegen enerzijds kan en mag het contract van kleinverbruik worden verlengd onder dezelfde condities als we overgaan van WKK naar een hoog rendement ... De voorzitter: Maar mijnheer Van der Waal, welke wethouder bedoelt u? Want ik begrijp wat verwarring aan de tafel van het college. Welke wethouder, want u had het over de wethouder, we hebben er vier, dus welke wethouder bedoelt? De heer Van der Waal: Ik neem aan dat het gaat over wethouder Christenhusz, maar het kan zijn dat ik me daarin vergis. De voorzitter: Ik weet niet of de verwarring nu kleiner wordt, maar dat merken we dan zo dadelijk wel. Gaat u verder. De heer Van der Waal: Het gaat over het project Vondersweijde. Excuseer, dat stond er niet bij. Wat is bij benadering het ideale aantal panelen waarbij Vondersweijde niet van toepassing is? Vondersweijde, dan komt dat woord, is een grote verbruiker waarbij aangenomen kan worden dat saldering niet altijd van toepassing hoeft te zijn, et cetera, et cetera. Daarnaast is nog de vraag in hoeverre panelen verhuurd zouden kunnen worden aan bijvoorbeeld Boeskoolstroom. De wethouder was in de veronderstelling dat deze vragen beantwoord waren en zou erop terugkomen.
In de beantwoording die wij deze week hebben gekregen wordt een motie van WG als ook een raadsmemo -4-
toegevoegd die op deze vragen niet het juiste antwoord geven. Kan de wethouder de genoemde vragen alsnog beantwoorden? Daarbij heb ik dan een laatste aanvullende vraag, laatste zin ook. Kan de wethouder aangeven welke aantal panelen voor 1 januari 2021, het moment tot besloten moest zijn, is gekozen en is de raad hierover ingelicht? Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik heb wel de indruk dat ook wat technisch van aard was, dus u had ze volgens mij ook vooraf kunnen stellen, dat was misschien wel iets efficiënter geweest, maar dat terzijde. Ik kijk even rond, want volgens mij hebben we daarmee de eerste termijn van de raad gehad, althans de partijen die hebben aangegeven om dit te willen bespreken. En dan ga ik nu naar het college en dan begin ik bij mevrouw Zinkweg. Wethouder Zinkweg. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Dank u wel, voorzitter. Allereerst vanuit WG, volgens mij geen directe vragen aan het college, maar vooral ook, blijf in gesprek als het gaat over capaciteitsproblemen. En de presentatie zoals we die op dit moment hebben van de Voorjaarsnota, daar kan ik me in vinden dat de auditcommissie een juiste plek is om het daar nog eens over te hebben. VVD geen vraag gesteld. D66, de invoeringsregeling Water en Klimaat, dat is inderdaad een kwestie van pauze en niet een kwestie van schrappen, dus daar volgt nog een voorstel voor die regeling.
Dan Glinde Hooiland, daar vraagt u hoe die participatie nou plaatsvindt met de Zeeheldenbuurt. We zijn op dit moment bezig met de Primulastraat, Gammelkerstraat, Hyacinthstraat. Dat is een proces waarbij we de buurt nauw betrekken, dus waar participatie echt goed plaatsvindt. Dus de ideeën worden opgehaald en dat verwerken wij weer in het daadwerkelijke plan. Op dit moment zijn we dus nog niet bezig met die Zeeheldenbuurt en dat is ook de reden dat we daar terugkoppelen dat we op dit moment die input nog niet kunnen gebruiken, want we zijn nog niet zover. Op het moment dat we zover zijn zullen we participatie toepassen zoals we ook in het wijkplan hebben opgenomen die u heeft vastgesteld. Dus daar mag u van uitgaan en wij komen niet met een apart plan voor participatie, want we houden gewoon aan wat u heeft vastgesteld in het wijkplan. Zijn dat even de vragen voor mij. De voorzitter: Goed. Dan ga ik even kijken wie de vanuit zijden van het college nog meer wil reageren. Niet? Dan ga ik naar de tweede termijn. Mag u vanaf hier doen, net zoals uw collega. De heer Christenhusz: De vragen van D66 zal ik doorzetten naar de ambtelijke organisatie. De voorzitter: Goed, dan ga ik kijken of er behoefte is aan een tweede termijn. Ik kijk even rond, ik zie dat dat niet het geval is. Dan breng ik of dan beëindig ik de beraadslagingen en dan gaan we over tot stemming.
Wil iemand een stemverklaring uitbrengen? Ik zie mevrouw Berger. Mevrouw Berger, u mag vanaf die plek. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Ik had verteld dat ik niet wilde inspreken. Onze enige opmerking voor de Voorjaarsnota is het groene batterijtje bij de live te volgen fora, wat nog niet zo is. We hebben vernomen dat het spoedig mogelijk zo zou zijn. Dat was ons enige punt van kritiek, waarvan akte. De voorzitter: Helder. Nog anderen die een stemverklaring? Niet? Dan breng ik het voorstel de Voorjaarsnota 2024 in stemming. U ziet het raadsvoorstel met daarbij het dictum, wie is tegen dit voorstel? Niet het geval. Dat betekent dat de aanwezigen, dat zijn er 21, voor gestemd te hebben, dan is het voorstel aangenomen. Bij deze.
-5-
7. Kadernota 2025 (Algemene beschouwingen) en Ambities & Middelen in balans De voorzitter: Dan ga ik met gezwinde spoed door na het volgende agendapunt. En dat betreft de Kadernota 2025. U ziet dat we daar twee voorstellen hebben liggen die ook apart om besluitvorming vragen. Allereerst de Kadernota en het tweede zijn de Ambities & Middelen in balans. Beiden kennen ook een eigen raadsvoorstel met dictum en ik zal ervoor zorgen dat we dat aan het eind van de beraadslagingen ook zo in stemming brengen. Verder zie ik allerlei moties en amendementen en ook die hebben weer betrekking op de verschillende voorstellen. U ziet, wij hebben op het scherm een tijd, tien minuten. U heeft met elkaar afgesproken dat elke fractie in deze gemeenteraad voor de algemene beschouwingen tien minuten heeft, op het moment dat u interrumpeert dan gaat de klok en dat zal de griffie voor zijn rekening nemen, maar met deze tafel kan niet gecorrespondeerd worden, ook niet via de telefoon of via appjes, dan weet u dat vast, maar dan gaan we op de pauze-stand drukken en op moment dat u met uw beschouwingen weer van start gaat, dan gaat de tijd weer lopen. En zo proberen we toch zo effectief, efficiënt maar ook inhoudelijk mogelijk met elkaar te debatteren. Goed.
En er zijn ook een paar onderwerpen die uw voorzitter, maar dan in zijn rol als burgemeester, portefeuillehouder betreft, dan zou de heer Lulofs de voorzittershamer van mij figuurlijk overnemen. Dat op voorhand en dat betekent dat we volgens het spoorboekje van start kunnen gaan en de heer Visscher maakt al aanstalten. Heel goed. We beginnen met de VVD, mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Ik zou het college willen aanraden om lekker te twitteren tijdens mijn betoog en tijdens alle betogen, want ik heb vorige week gezien dat het tot hele leuke discussies leidt, dus misschien is dat wel leuk tipje, voorzitter. De voorzitter: Daar is de voorzitter geen voorstander van. De heer Visscher: Voorzitter, we zijn beland op een keerpunt. Een keerpunt in de veronderstelling dat we met kleine aanpassingen in onze begroting alles weer mooi sluitend kunnen krijgen. De aanleiding van dit keerpunt is deels de aangepaste begrotingssystematiek van onze Rijk. Het Rijk was al niet de meest betrouwbare partner van de gemeenten, maar zet ons nu ook voor een behoorlijk blok. Maar we kunnen het Rijk zeker niet alleen verantwoordelijk stellen, want ook ons eigen huishoudboekje begint uit zijn voegen te barsten. We hebben namelijk nogal wat investeringen nodig om onze voorzieningen op peil te houden.
En als ik een lijstje maak met Vondersweijde, Carmel college, de basisscholen, de sportaccommodaties en ons stadhuis, ben ik de honderd miljoen al ruim gepasseerd. Wij zijn verkozen tot de leukste gemeente van Nederland, maar als we dat willen blijven, is een forse investering in onze voorzieningen meer dan nodig. Het is ook een keerpunt in onze houding ten aanzien van de OZB verhoging. Jarenlang was ons devies steevast hetzelfde, zoek eerst maar in onze eigen kosten, voordat we de rekening bij de inwoners neerleggen. Die houding heeft Oldenzaal, de inwoners van Oldenzaal al veel geld bespaard. Voor de tekorten van de aankomende jaren is al diep gezocht in de begroting van de gemeente en die zoektocht zorgt helaas al voor forse bezuinigingen op diverse instanties en verenigingen, dus meer kunnen we van die kant niet verwachten. De slotsom is eenvoudig. Om de voorzieningen op peil te houden, zullen we ook de rekening bij onze inwoners moeten gaan neerleggen. We zijn wel blij met het college dat ze een plan hebben geuit om de extra inkomens en vanuit het Rijk vijftig procent te besteden aan de verlaging van de OZB en vijftig procent in mindering te brengen op de voorgenomen bezuiniging. Bezuinigen doet pijn en dit jaar vrijwel bij iedereen.
Dat verenigingen opkomen voor hun inkomsten is begrijpelijk, maar helaas zien wij geen openingen, behalve dan eventueel extra inkomsten vanuit het Rijk. Helaas zullen de verenigingen en instanties de tering naar de nering moeten zetten en andere inkomstenbronnen moeten aanboren om een toekomst zeker te stellen. We zijn er als VVD van -6-
overtuigd dat dit mogelijk is en het voorbeeld van De Höfte is daar een levend bewijs van. De Höfte eiste meer geld van de gemeente en gaf aan dat ze bij geen honorering daarvan het bijltje erbij neer zouden leggen. Gelukkig was dit een wake-up call voor zowel het bestuur als inwoners. Het bestuur heeft zich opengesteld voor nieuwe inkomstenbronnen en de inwoners hebben erkend dat hun inspanning ook nodig is om deze maatschappelijk relevante voorziening in de benen te houden. Dat is feitelijk de kern van de situatie. Voor maatschappelijk relevant geachte voorzieningen zullen inwoners, maar ook bedrijven, zeker de buidel willen trekken, maar voor zaken waar niemand een toegevoegde waarde in ziet, die zaken zullen dan verdwijnen. En we zijn heel eerlijk, bij de bezuinigingen staan zeker zaken die wij als VVD niet zullen gaan missen. Hoe dan ook, wij hopen dat de instantie die gekort worden de creativiteit zullen vinden om de te missen inkomsten via andere bronnen te kunnen compenseren. In dit kader wil ik één opmerking maken over de subsidie voor OTDIB en SAVO. Een belangrijk doel van deze subsidie is het vergroten van de integratie van deze doelgroepen. Wij vragen ons als fractie af of het oormerken van gelden voor specifieke doelgroepen de integratie niet juist in de weg staat.
Wij zouden graag van het college willen horen of zij daar ook zo over denken en of het niet veel beter zou zijn om subsidie over te hevelen naar onze welzijnsorganisatie om via die kant de integratie te bevorderen? De voorzitter: Ik zie een interruptie en volgens mij moet de tijd nu stilgezet worden. Heel goed. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Ik stel voor dat de heer Visscher nog vier seconden extra krijgt. Ik vroeg mij even af, u geeft aan dat op de subsidie de integratie niet in de weg staat. Dat vind ik een bijzondere stelling. En ik ben eigenlijk benieuwd hoe u dat ziet in relatie tot de activiteiten die de verenigingen ontplooien. De voorzitter: Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Volgens mij staat het er eigenlijk, heb ik het eigenlijk ook wel gezegd maar deze instanties ... De voorzitter: De tijd moet gewoon stilstaan blijven. Nou krijgt u er nog tien seconden bij. Goed, pas als we verder gaan, u ziet het, we moeten nog een beetje wennen, maar mijnheer Visscher, gaat u verder. De heer Visscher: Deze instanties organiseren activiteiten alleen maar voor hun eigen doelgroep. En dat is volgens ons niet, komt niet ten goede aan een integratie. Want dan zou je moeten zeggen, nee, hevelt over naar een welzijnsorganisatie en we laten dat voor iedereen organiseren. Dat is mijn, dat is ons punt. De voorzitter: Mijnheer Bouwman.
De heer Bouwman: Daar ben ik dus niet helemaal mee eens, want ook in de brief van SAVO zie je duidelijk dat zij niet alleen voor hun eigen doelgroep een activiteiten organiseren, maar ook bijvoorbeeld voor de Eritrese gemeenschap om die op een goede manier te laten integreren. Dus zij pakken bredere groep dan alleen de SAVO en alleen de Suryoye Aramese gemeenschap in Oldenzaal, dus wij zijn niet eens met de stelling die de VVD hier deponeert. De voorzitter: Mijnheer Visscher, gaat uw gang.
-7-
De heer Visscher: Maar we hebben het over, zij leven in een multiculturele samenleving, maar zij doen het dan voor Eritreeërs, maar dat leidt nog steeds niet tot verhoging van de integratie, want er is nog steeds geen contact met Nederlanders. De voorzitter: Mijnheer Visscher, gaat u verder. Maakt nu zijn vertoog verder af en dan zien we zo dadelijk wel weer. Gaat u verder, mijnheer Visscher. De heer Visscher: Voorzitter, een belangrijk onderwerp van de kadernota is ook de verbouwing van ons stadhuis en het realiseren van een nieuw Sociaal Plein. Lange tijd waren wij er voorstander van om dat te combineren met elkaar, om van het stadhuis en het Sociaal Plein samenvoegen tot een Huis van de Stad. Maar blijkbaar is een dergelijk project, gezien de moeizame discussie die we daarover gehad hebben, te complex om te realiseren. Daarom zijn we eigenlijk wel gelukkig met de voorgestelde ontvlechting en het huisvesten van het Sociaal Plein op Ganzenmarkt 11 in de voormalige bibliotheek. Ten aanzien hiervan, kan het college ons aangeven hoe het traject richting het Sociaal Plein er nu uit gaat zien en aangeven welke domino effecten van andere gebouwen hier ook aan ontstaan en onder welke financiële implicaties? De voorzitter: Momentje, want volgens mij hebben we weer een interruptie. U mag de tijd weer stilzetten. Mijnheer Van der Waal.
De heer Van der Waal: Af en toe gaan springen we even op tilt en dan moeten we even iets zeggen. Het gaat over het stadhuis, u zegt, we hebben daar een discussie over gehad. Kunt u aangeven wanneer die discussie is geweest? En als u dit antwoord hebt gegeven, heb ik ongetwijfeld weer een vraag daarover. De voorzitter: Dat gaan we zien. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Volgens mij hebben wij drie forum bijeenkomsten gehad over verbouwing stadhuis en over Sociaal Plein, waar het altijd dit onderwerp ter sprake is gekomen, waarbij ook gevraagd is, kunnen we bijvoorbeeld meer inzicht krijgen in hoe die twee zaken parallel lopen en hoe ze in elkaar gevlochten kunnen worden? En daar is altijd gebleven bij een hele complexe discussie, dus daarom zijn we blij met ontvlechting. De voorzitter: Mijnheer van der Waal, nog één keer. De heer Van der Waal: ik herinner me een vergadering die niet openbaar was, waar u ook aanwezig was en ik ook en zeker niet de helft van de overige raadsleden, een politieke avond waarin het college mededelen dat er een Sociaal Plein op het op de Ganzenmarkt nummer 11 ging plaatsvinden. U hebt toen zelf aangegeven, ik vind de argumentatie nogal dun. Ik denk, dan komt er een beetje discussie over en zonder discussie gaat u nu akkoord, hoor ik. De voorzitter: Mijnheer Visscher.
De heer Visscher: Dat wij de argumentatie wat dun vonden, wil niet zeggen dat we uiteindelijk alles beschouwd hebbende, ook naar aanleiding van de kadernota, dat we er toch mee in kunnen stemmen en eigenlijk toch blij mee kunnen zijn. Dus eens, wij vonden het dun, ik vind het nog steeds dun, maar ik ben eigenlijk wel blij dat we die twee projecten nu uit elkaar getrokken hebben. Dat zal de voortgang bespoedigen. De voorzitter: Mijnheer Visscher, gaat u verder met uw betoog. -8-
De heer Visscher: Kadernota is ook bedoeld om het college kaders mee te geven voor de begroting van 2025 en wij willen drie kaders meegeven. Eerste kader is op het gebied van ons parkeerbeleid. Ondernemers, maar ook inwoners schreeuwen al heel lang om verbeteringen op dit vlak en die zijn ook wat ons betreft heel hard nodig. Parkeren wordt steeds lastiger, vooral als we kijken naar de parkeerplaats bij De Vijfhoek. En we weten natuurlijk er is een onderzoek geweest en daar komt binnenkort de uitslag van, maar we willen toch inmiddels een motie het college een aantal kaders meegeven. Die kaders zijn namelijk, één, ervoor te zorgen dat parkeerplaatsen in onze binnenstad voornamelijk beschikbaar zijn voor bezoekers en kopende klanten en dat er voor bewoners andere alternatieven worden gezocht. Twee, de tariefstelling zodanig te maken dat er ruimte is om het eerste uur gratis parkeren aan te kunnen bieden. En drie, in gesprek te gaan met de nieuwe eigenaar van De Driehoek om te bespreken of de onderste laag van de parkeergarage die nu niet benut wordt, wellicht ingezet kan worden om bovenstaande te realiseren. Dat is inmiddels de motie die ik bij deze indien. Tweede kader betreft woningbouw. Onze ambities als stad reiken verder dan duizend woningen die we in de komende zes jaar nog moeten realiseren.
Als we echt serieus willen groeien, dan zullen we ook serieuze bouwplannen moeten gaan ontwikkelen. We zien als fractie hiervoor met name kans in het zuidwestelijk deel van Oldenzaal. Het moge duidelijk zijn dat planvorming van partijen soms parallel lopen, want ook de WG heeft zich onlangs uitgesproken over bouwen in deze hoek. Dus ik vermoed dat de meerderheid voor deze motie binnen is. Samen met de PvdA zullen wij deze motie indienen, PvdA is daar ook al bezig geweest met dit verhaal. We dienen een motie in waarbij wij het college oproepen tot het opstellen van een masterplan ‘Zuidelijk Entree’ met als doel om de zuidwestkant van Oldenzaal te transformeren naar woningbouwlocaties die bij de volgende locaties mee te nemen, de locatie van de voormalige houtzagerij Bulthuis, het gebied tussen Eekboerstraat, Schuttersveldstraat en Schelmaatstraat en het gebied Jufferbeek-Noord. Het geldende adagium van drie woonlagen en een kap expliciet weg te laten en de raad en inwoners hier in een vroeg stadium actief bij te betrekken. Dat is de tweede motie die wij indienen. Derde en laatste kader, betreft het sociaal domein. Deze motie zal straks ingediend worden door de Partij van de Arbeid, maar ik wil er wel kort iets over zeggen.
Wij constateren dat het verlenen van toegang tot ondersteuning en begeleiding voor mensen met ondersteuningsbehoefte 1 en 2 op dit moment niet doeltreffend en efficiënt is geregeld. De belangrijkste redenen hiervoor zijn het gebrek aan autonomie voor professionals en het feit dat het huidige systeem toch enige perverse prikkels bevat, waaronder bijvoorbeeld het onnodig lang ondersteuning of zelfs de verkeerde ondersteuning aan te bieden. We willen derhalve inzetten op het realiseren van sterke sociale basis, ten kracht zetten van professionals en innovaties en nog meer samenwerken met de bestaan en bekende partijen, waarbij we oproepen, en ik zal het heel kort doen, de heer Lulof zal dat uitgebreid doen zo meteen, een systeem te werken waar met één hoofdaannemer wordt gewerkt, te gaan werken met een systeem waarin geen beschikking meer afgegeven worden, maar waardoor organiseren van algemene voorzieningen de ondersteuningsaanvraag kunnen worden opgevangen en te gaan werken met een nieuw financieringssysteem waar de verkeerde prikkels uit worden weggenomen. Gezien de complexiteit van dit onderwerp wil het college daar ruim de tijd voor geven of een nieuw systeem haalbaar is en ook eenmalig een bedrag van 250.000 aan een soort van innovatiegeld beschikbaar te stellen.
Tot slot voorzitter, ik dreig het te gaan halen, is men natuurlijk van ons gewend dat wij ook iets doen wat niet bij de orde hoort, mijn buurman, mijn tijdelijke buurman, de heer Nijland hier links zei al, daar komt weer wat, nou daar komt uiteraard ook wat, wij spreken de laatste tijd als raad vaak over onze eigen orde en dan hebben we het vooral over de ruime spreektijd die de oppositiepartijen aan die kant nodig hebben om hun eigen standpunten kenbaar te maken. Wij zijn als VVD geen voorstander van gedifferentieerde spreektijden, wij gaan zelfs een stap verder, wij willen de oppositie namelijk bedanken en belonen voor hun lange spreektijd. We hebben heel goed gekeken wie van de oppositie in aanmerking komt van een bijzondere prijs en daar is een hele jury is daarmee bezig geweest. En het juryrapport die schrijft over deze persoon, de persoon in kwestie, communiceert te -9-
uitvoerig, hij besteedt veel te veel woorden aan ogenschijnlijk simpele onderwerpen, hij komt vaak niet tot de kern en is vooral erg omslachtig in de communicatie. Maar bovenal is hij ook een fijne collega of ik moet zeggen ambtsgenoot. Beste leden van de raad, de allereerste Lang van Stof Award is voor niemand minder dan Maarten van der Waal en ik ga het nu even uitreiken. De voorzitter: Ik schors de vergadering even voor een kort moment. De heer Visscher: En voorzitter, ruim binnen de tijd. De voorzitter: De vergadering is weer heropend. U bent keurig binnen de tijd. De heer Visscher: Dit was het einde van mijn betoog. De voorzitter: Mooi, dank u wel. En had nog wel wat extra seconden gekregen. Maar ik zie nog wel een interruptie, interrupties, ik moet in meervoud spreken. Ik begin bij de heer Yildirim, de raadslid Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Ik lees hier dat de heer Visscher drie woonlagen en een kap wil loslaten. Dus mijn vraag is dan, hoe bedenkt u het en heeft de afgelopen tijd misschien een heldere ingeving gehad? De voorzitter: Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Ik snap wat u hier bedoeld, maar dat was vooral technische discussie, maar we zijn het wel met elkaar eens dat we niet beperkt zijn in hoogbouw. Dus dat zijn we met elkaar eens. De voorzitter: Nou zag ik volgens mij de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal.
De heer Van der Waal: Voorzitter, ik probeer kort van stof te zijn in dit geval. Bij het masterplan Oldenzaal-Zuid, of de naam schiet mij even niet te binnen, wordt ook Jufferbeek-Noord genoemd. Nou grenst dat niet aan de terreinen die verder genoemd worden en voor Jufferbeek-Noord is al een bestemmingsplan, hoe denkt u Jufferbeek-Noord toch in dit plan te krijgen? De voorzitter: Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Volgens mij zijn we nog heel druk bezig met de Omgevingswet op dit vlak en hebben we nog geen bestemmingsplan vastgesteld voor Jufferbeek-Noord, dus volgens mij kunnen wij nog alle kanten op en ook nog echt wel de kans hebben om daar misschien een woonwijk te bouwen en de WG heeft dat recent ook in een artikel in de kranten geschreven dat daar echt wel ruimte is om aan woningbouw te doen, dus volgens mij zit dat nog niet in beton gegoten. De voorzitter: U heeft een antwoord, dan ga ik naar de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik heb even een vraag over de 250.000 euro die u wilt uit algemene reserve wil halen voor innovatiegeld. Ik ben toch even benieuwd, is dat een gevoel of komt dat ergens uit een expertise vanuit andere gemeenten of ... ? De voorzitter: Mijnheer Visscher.
-10-
De heer Visscher: Ik ben niet de specialist op dit onderwerp, maar ik weet dat de heer Kramer en mevrouw Nevels daar al heel lang mee bezig zijn en die hebben ook andere gemeenten hierover gesproken. Dit is een niet een gok dit is een serieus gesteld bedrag wat als innovatiegeld zou kunnen dienen om in de komende jaren daar planvorming op te maken. Dus het is niet uit de luchtige lucht gegrepen in ieder geval. De voorzitter: Goed, dank u wel. Dan ga ik naar de volgende algemene beschouwing en die is van de Partij van de Arbeid. Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. De Partij van de Arbeid staat voor een eerlijke en rechtvaardige verdeling van kennis, geld en macht. Anno 2024 heeft de Partij van de Arbeid Oldenzaal dit credo doorgetrokken. Wij staan voor een gelijke verdeling van kennis, geld, macht, welzijn, maar bovenal een eerlijke verdeling van perspectief en juist daaraan schort het in deze kadernota. Perspectief hebben of een stip op de horizon hebben, is iets dat elke Oldenzaler nodig heeft. Perspectief krijg je wanneer je weet dat je altijd op de samenleving terug kunt vallen en dezelfde samenleving jou motiveert om er wat van te maken. In zo'n samenleving dient de lokale politiek te investeren en dat is ze nu onvoldoende voornemend te doen. Voorzitter, u kent onze fractie als een fractie die constructief oppositie voert.
Deze kadernota is voor ons aanleiding om deze opstelling te heroverwegen. Wij vragen ons namelijk af, staat dit college nog wel in verbinding met de samenleving? Het college komt bijvoorbeeld met een voorstel om partners en verenigingen te korten op hun subsidie, terwijl zij aantoonbaar een significante bijdrage leveren aan het welbevinden van onze inwoners. Het is dan toch te gek voor woorden dat deze partners op moeten draven om geld te vragen, zodat zij door kunnen gaan met het leveren van een bijdrage aan het welbevinden van onze inwoners? Of misschien in een taal die het college wel spreekt, om uiteindelijk geld te besparen? Want voorzitter, we leven in een realiteit waarin we dezelfde diensten moeten leveren aan meer mensen met steeds minder middelen. Juist dan is investeren in dat voorliggende veld of de algemene voorzieningen in onze wijk van levensbelang. Dat doen we niet alleen omwille van preventie, dat doen we ook omdat elke Oldenzaler recht heeft op een bepaalde mate van welbevinden. In tijden als deze is het allerminst verstandig om alleen te kijken naar zaken waartoe wij wettelijk verplicht zijn en dus voor aan de lat staan. Waar die lat ligt, dat bepalen wij namelijk zelf. Voorzitter, wij zouden de Partij van de Arbeid niet zijn als we niet met een mogelijke tijdelijke oplossing zouden komen.
Tijdens de raadsvergadering van 7 november 2022 heeft de gemeenteraad het amendement noodfonds van de Partij van de Arbeid en het CDA voor energie armoede aangenomen. Vandaag komen wij met het voorstel om de voorwaarde om in aanmerking te komen voor dit noodfonds te verruimen, zodat de voorgenomen bezuinigingen getroffen verenigingen een beroep kunnen doen op gelden uit het noodfonds. Oldenzaal kent namelijk twee diepgewortelde verenigingen die zich aantoonbaar inzetten voor verschillende gemeenschappen. Dit doen zij belangeloos, doeltreffend en vooral vol passie, zo hebben we de afgelopen maandag gehoord. Wij gunnen onze stad verenigingen als deze, die een positieve impact hebben op de lokale samenleving als geheel. Wij dienen daarom de volgende motie in en dan beperk ik mij tot het dictum, roept het college op de voorwaarde van het noodfonds te verruimen opdat SAVO en OTDIB een eenmalig beroep kunnen doen op de gelden uit het noodfonds, waarin mee in ieder geval één jaar overbrug kan worden. Culturele instellingen die genoemd worden in voorgenomen keuzes indien het Rijk tekortschiet, een eenmalig beroep kunnen doen op gelden uit dit noodfonds, waarmee in ieder geval één jaar overbrugt kan worden en tot slot in gesprek te gaan met SAVO en OTDIB opdat in gezamenlijkheid kan worden toegewerkt naar een financieel duurzamere bedrijfsvoering. Ik vervolg mijn ...
De voorzitter: Dan zetten wij even de klok stil, want ik zie twee interrupties. Ik begin bij de heer Bouwman. -11-
De heer Bouwman: Dank u wel. De eerste, begin van uw betoog stemt mij uiterst tevreden, dat is ook de lijn die wij zo meteen oppakken. Maar dan komt er vervolgens een motie dat ik denk, dat strookt niet helemaal met wat u in de eerste zinnen zegt, dat u vindt dat lokale samenlevingen en verenigingen die veel activiteiten ontplooien, meer steun moeten krijgen. U stelt nu voor om een noodfonds in te richten. Zou u iets duidelijker kunnen zijn waarom u kiest voor alleen een noodfonds waarbij zij dus nu dus eenmalig een beroep kunnen doen om het komende jaar dan te overbruggen en waarom niet een volle steun zoals wij het hebben ingediend om de subsidie te behouden? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Wat we met de voorgenomen bezuinigingen doen is in feite het afwentelen van onzekerheid op onze verenigingen en sociale partners. Tegelijkertijd moeten we met elkaar erkennen dat er wellicht een hele andere toekomst ontstaat op een moment dat het Rijk wel degelijk tegemoet komt. Daarom zeggen we, laten we nu in ieder geval op de korte termijn kijken hoe we dat jaar kunnen overbruggen om vervolgens in gezamenlijkheid met die verenigingen te kijken, hoe kunnen wij de bedrijfsvoering duurzamer inrichten? Want de heer Bouwman die noemt net, dat strookt niet helemaal met de inleiding van uw betoog, juist wel.
De Partij van de Arbeid gelooft in een zo veerkrachtige samenleving dat het uiteindelijk de verenigingen en sociale partners zijn die zelf die handschoenen oppakken. Dus het sluit juist perfect op elkaar aan, zou ik zeggen. De voorzitter: Nog één keer, mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Vanuit dat licht, misschien kan ik redelijk met u meegaan. Echter, dat hebben de verenigingen ook wel aangedragen afgelopen maandag dat het minimale bedrag dat zij per jaar ontvangen, 24.000 nog wat voor twee verenigingen, dat dekt bij lange na niet de activiteiten die zij ontplooien. Er wordt nu echt gekort op iets waar wij van vinden dat ze eigenlijk al tekort worden gedaan. Maar goed, dat is een andere discussie. Maar wil dat signaal toch even afgeven. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. De inneming van de subsidie heeft betrekking op de lijst van voorgenomen handelingen die pas ingaat in 2026. Bedoelt u dan het eerste jaar 2026 of bedoelt het eerste jaar 2025? Dat is de eerste vraag. Tweede vraag is, komt het uit het noodfonds zoals dat dit jaar gekort zal zijn of althans als het aangenomen wordt, of uit het noodfonds met het volle bedrag? De voorzitter: Mijnheer Kramer, twee vragen.
De heer Kramer: Het noodfonds suggereert dat je daar een beroep op kunt doen zodra er sprake is van een financiële noodsituatie. Dus het antwoord op beide vragen is in feite op het moment dat de verenigingen blijk kunnen geven van het feit dat financiële middelen onvoldoende aanwezig zijn, dan kan men in dat geval een beroep doen op dat noodfonds, indien uiteraard de criteria verruimd worden, is ook meteen het antwoord op de eerste vraag, op het moment dus dat financiële nood ontstaat. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. De vraag is natuurlijk, stel ik aan de heer Kramer, of elke subsidie dan ook doeltreffend is, want ik heb daar net al een opmerking over gemaakt over twee instanties waarvan wij denken, dat dient niet het doel wat wij daarvoor bedoeld hebben. En dan is -12-
mijn tweede vraag, noodfonds, dat dat klinkt leuk, maar dat is een eenmalig iets. Wat gaat u dan verwachten van het noodfonds? Want dat betekent dat het een jaar eerder ingaat. En volgens mij zijn dit de kaders voor de begroting van 2025 en het is nog lang geen 2025, dus is minimaal nog een half jaar de tijd om correcties aan te brengen door de club zelf. De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Vraag één, dat is misschien wel de moeilijkste vraag die de hedendaagse wetenschap bij met zich meebrengt. Hoe kunnen we in vredesnaam meten of sociaal beleid inderdaad doeltreffend is? Daar is geen eenduidig antwoord op en dat ga ik hier ook zeker niet verzinnen. Voor wat betreft de tweede vraag van de heer Visscher, dan gaat het een jaar eerder in, dus de heer Visscher suggereert omdat het dan incidenteel is, dan stellen we eigenlijk het moment waarop het doek wellicht valt een jaar uit. Mijn hoop zit in het tweede punt waartoe wij oproepen, namelijk dat wij in gesprek moeten gaan met die vereniging om te kijken dan is het misschien mogelijk om een duurzamere bedrijfsvoering neer te zetten, iets wat we in het verleden met De Höfte ook gedaan hebben waar WG ook al meermaals aan gerefereerd heeft. Dus het zit hem in én én. De voorzitter: Mijnheer Visscher.
De heer Visscher: Zou de heer Kramer het dan met mij eens zijn om het geld over te hevelen naar een meer organisatie van algemeen nut? De voorzitter: Mijnheer Kramer. En daarna ga ik naar de heer Maartens. De heer Kramer: Het maakt mij eerlijk gezegd niet zoveel uit waar dat geld vandaan komt, als het maar terechtkomt bij de verenigingen die genoemd zijn. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Maartens. De heer Maartens: Dank u wel, voorzitter. We hebben het over een noodfonds, dat hebben we ingesteld destijds naar aanleiding van energiearmoede, u hebt het daar zelf net over gehad. Maar dan zitten we in onze samenleving nog met een andere groep die het ook steeds moeilijker krijgt. Het zijn de middeninkomens. Je leest toch bijna dagelijks over in de krant. Ik zou me ook kunnen voorstellen als je het over een noodfonds hebt, dat je eerder zegt, mensen die de echte omstandigheden daar in de problemen komen, daar gaan wij het noodfonds voor gebruiken. En als je met dit soort dingen iets wilt, moet je misschien wel structureel. Ben wel benieuwd hoe u daar tegenaan kijkt. De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Nogmaals, inderdaad, ik ben het ook met de heer Maartens eens, het gaat dan om incidentele gelden. Maar mijn hoop is gevestigd dat wij in gezamenlijkheid kunnen komen tot een duurzamere bedrijfsvoering.
En het eerste deel van de vraag van de heer Maartens gaat over, hoe kunnen we iets voor die middeninkomens doen? Ik vraag me af of wij als lokale politiek dusdanig economisch beleid kunnen voeren op dat we ook voor die groep wat kunnen betekenen, dat allereerst en ten tweede vraag ik me af of je daar dat noodfonds voor aan moet wenden. De voorzitter: Nog één keer de heer Maartens. En dan zou ik willen voorstellen nog een keer mevrouw, ik had u nog niet de gelegenheid, maar dan is weer om de heer Kramer zijn betoog te laten vervolgen. Mijnheer Maartens. -13-
De heer Maartens: Wat ik uitdrukkelijk bedoel, voorzitter, is niet ingrijpen in de economische omstandigheden. Maar wij kennen voorbeelden van mensen die door privé-omstandigheden in de problemen komen. Je zult maar ontslagen worden en de hypotheek moeten blijven betalen. Ook dat vind ik iets wat van toepassing zou kunnen zijn voor een noodfonds. De voorzitter: Ik weet niet of de heer Kramer daar nog wil reageren. En dan ga ik daarna naar mevrouw Oude Eng... De heer Kramer: Daar wil ik wel op reageren, want dat is volgens mij gratis tijd dus. De voorzitter: Ik hou het in de gaten. De heer Kramer: Daar was ik al bang voor. Dan maak ik even een uitstapje naar het slot van mijn betoog. Wij hebben het in Oldenzaal, als we kijken naar de sociaal economische ongelijkheid, hebben we het best wel goed voor elkaar. Tegelijkertijd ben ik het met de heer Maartens eens dat we voor die groep inwoners er altijd moeten staan als lokale samenleving, dus in die zin zijn we het gewoon met elkaar eens. De voorzitter: Dan ga ik nu naar mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Graag zou ik op beide oproepen een reactie willen plaatsen, want en dan ga ik even in op de tweede, daarin geeft aan dat u het college oproept om in gezamenlijkheid in gesprek te gaan om toe te werken naar een financieel duurzamere bedrijfsvoering.
Maar als ik goed heb geluisterd naar de beantwoording van de portefeuillehouder vorige week, is dat ook nu juist wat er nu aanstaande is dat er gesprekken worden gevoerd om te kijken welke ruimte daar is om eventueel nog tot bezuinigingen te komen en om te kijken hoe we daarin zitten de begrotingen sluitend kunnen krijgen. Onze inschatting is dat die overbodig is, omdat dat toch al gebeurt en als het gaat om die tweede, daarin geeft u aan dat het noodfonds wordt verruimd, ook voor dit thema en dat daarmee financiering voor één jaar wordt overbrugt, ik vraag me even af of u daar nu niet te vroeg mee bent, omdat nu de gesprekken plaatsvinden. De financiële mist die op dit moment is rondom de, ik kom daar zo dadelijk in ons betoog ook nog op terug, hoofdlijnen besluiten doorrekening daarvan, daar is nog geen duidelijkheid over. Dus of we die bezuinigingen moeten doorvoeren, daar is nog geen honderd procent zekerheid over. En als die doorrekening er komt en de verenigingen moeten bezuinigen, dan stelt u alsnog maar voor één jaar te overbruggen met een noodfonds. Ik vraag me echt oprecht af wat de vereniging daar dan mee opschieten. De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Mevrouw Oude Engberink vraagt zich af of we niet te vroeg zijn met het voorstel.
Dan zou ik even in herinnering willen roepen, het afgelopen politieke forum dat we met elkaar belegd hebben en de tribunes overvol zaten, daar heerst onzekerheid, daar heerst de vraag, kunnen wij nu nog wel doorgaan met de activiteiten die we nu gepland hebben? Daar zit een hele organisatie omheen, met enthousiaste wijkbewoners die wat willen betekenen voor hun lokale samenleving. Dan zijn we absoluut niet te vroeg, dan zijn we bijna te laat als de onzekerheid daaraan is door gedruist, dan moeten we nu een signaal afgeven als lokale politiek dat we die voor die mensen staan die wat voor onze samenleving willen betekenen. De voorzitter: Volgens mij kunt u verder met uw betoog, mijnheer Kramer.
-14-
De heer Kramer: Dank u wel. Nou vervolg ik mijn betoog. Ik noemde net al dat de voorgenomen bezuinigingen op culturele en maatschappelijke instellingen niet strookt met de visie en de ambitie van dit college. De visie behelst voornamelijk het investeren in een krachtige sociale basis voor elke Oldenzaler. Deze investering zal in de nabije toekomst alleen maar belangrijker worden. Het is daarom opmerkelijk om te zien dat het college enerzijds voornemend is om te stoppen met het subsidiëren van diepgewortelde verenigingen en anderzijds twee wethouders zijn die kosten nog moeite sparen om die sociale basis te versterken. Dit is belangrijk omdat een sterke sociale basis ervoor kan zorgen dat inwoners meer welbevinden ervaren en daarom geen beroep hoeven te doen op de Wmo, de Jeugdwet of de Participatiewet. De voorzitter: Ik zie een interruptie. Dus als we de tijd nog even weer stilzetten en dat is gelukt. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Ik bedacht me net nog een opmerking, maar hij was al door met zijn betoog. Maar nu komt het weer iets over de diepgewortelde verenigingen. Ik wil eigenlijk nog één opmerking maken richting de heer Kramer of de heer Kramer er bewust van is dat er heel veel verenigingen in Oldenzaal zijn die helemaal geen subsidie krijgen, maar die wel gewoon zelf hun broek ophouden.
Want die zijn er namelijk ook en we hebben het nu over toevallig een paar verenigingen die wel subsidie krijgen, maar er zijn heel veel die niks krijgen. De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: En dat is ook de droom van de Partij van de Arbeid, die samenleving die zo veerkrachtig is, dat er een organisatie kan staan die belangeloos iets doet voor de lokale samenleving. Dat is ook onze droom. Tegelijkertijd moeten we erkennen dat er voor bepaalde activiteiten nou eenmaal financiële bijdrage nodig is om die activiteiten ook te kunnen organiseren. En daarmee grijp ik nogmaals terug op hetgeen wat ik net ook zei, ik lijk Dick Schoof wel, maar het zit voornamelijk in dat tweede punt, dat we dus eerst die zekerheid afgeven, dat we zeggen in ieder geval de komende periode mochten we moeten bezuinigen, dan staan we er nog voor jullie, maar dan moeten we echt met elkaar de koppen bij elkaar steken om te kijken hoe we dat in de middelen op de middellange termijn gaan organiseren. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Kramer: Dan kom ik weer bij die droom van de Partij van de Arbeid. Dat is namelijk een samenleving die zo veerkrachtig is, waardoor de lokale overheid en de welzijnsorganisaties kunnen doen waarvoor ze bestaan. Respectievelijk fungeren als vangnet en vanuit professionele autonomie, ondersteunen, begeleiden en zorgen. Met dromen alleen komen we echter niet .
Investeren in die veerkrachtige samenleving betekent op de korte termijn dat wij het college moeten aanmoedigen om vooral door te gaan met het versterken van die sociale basis waar ze nu zo goed mee bezig is. Op de lange termijn betekent dit dat we het systeem in het sociaal domein moeten heroverwegen. Het huidige systeem dat we onbedoeld met elkaar hebben opgetuigd bevat namelijk perverse prikkels, PxQ wordt dit ook wel genoemd of inspanningsgerichte bekostiging. En bij inspanningsgerichte bekostiging ligt het gevaar op de loer dat inwoners te lang de verkeerde ondersteuning ontvangen, omdat welzijnsorganisaties onbedoeld de verkeerde ondersteuning inzetten of de professionele autonomie van sociaal werkers onvoldoende wordt benut. Het wordt daarom tijd om over een aantal jaren heen te kijken en dit systeem te heroverwegen in het licht van de alsmaar toenemende druk op datzelfde sociaal domein. Samen met de Oldenzaalse VVD en verschillende welzijnsorganisaties hebben wij de afgelopen maanden uitvoerig onderzoek gedaan naar alternatieven voor dit systeem. -15-
We zijn het unaniem eens dat de toekomst ligt in taakgerichte bekostiging met één hoofdaannemer, een systeem waarbij één hoofdaannemer een budget krijgt voor het leveren van een taak, bijvoorbeeld voor een specifieke groep inwoners. Het voordeel van dit systeem is dat de autonomie wordt neergelegd op de plek waar ze hoort, namelijk bij de welzijnsorganisaties en de sociale partners. Daarnaast neemt dit systeem een perverse prikkel om inwoners onnodig lang te ondersteunen weg. Samen met de Oldenzaalse VVD dien ik daarom de volgende motie in, roept het college op samen met de sociale partners tijdens de nieuwe duur van de nieuwe raamwerk overeenkomst een plan van aanpak te ontwikkelen dat in ieder geval resulteert in een nieuw systeem waarin gewerkt wordt met één hoofdaannemer, gedragen en uitvoerbaar plan van aanpak te presenteren voor de bespreking van de Kadernota 2027, eenmalig 250.000 uit de algemene reserve te onttrekken en de deze gelden aan te wenden als innovatie budget en tot slot in opmaat naar de realisatie van dit systeem door te gaan met het realiseren van de sterke sociale basis en samenwerking binnen het netwerk, opdat de implementatie van een nieuw systeem vergemakkelijkt wordt. De voorzitter: We zetten de tijd weer even stil, want ik zie een interruptie van de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u, voorzitter.
We hebben over dit onderwerp eerder al samen gesproken. Bent u niet bang dat met het plan bovenop de piramide van die twee organisaties een extra managementlaag bij komt, waardoor de kosten omhoog gaan in plaats van omlaag? De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Nee. Ik wil dat overigens wel even toelichten, want het is inderdaad ingewikkelde kost. Daar ben ik absoluut niet bang voor, want we moeten eigenlijk nu nog niet zover in de toekomst na gaan denken over dat wij invulling willen geven aan de governance van het sociaal domein. We moeten nu eigenlijk met elkaar de uitspraak doen dat we de bekostigingsmethode willen heroverwegen in het licht van de alsmaar toenemende druk op het sociaal domein. En dan moeten we met de gemeente als regie voeren en de welzijnsorganisaties in gezamenlijkheid gaan kijken hoe we invulling gaan geven aan die opgave die ons staat te wachten of die ons eigenlijk al bereikt heeft. Dus het antwoord is kort gezegd nee, daar ben ik niet bang voor. De voorzitter: Dank u wel. Gaat u verder met uw betoog. De heer Kramer: Voorzitter, perspectief gaat ook over wonen. Een twintiger die hunkert naar perspectief op de woningmarkt of de ouder wordende Oldenzaler die voorzorgsmaatregelen wil treffen voor de oude dag. De woningmarkt bepaalt daarmee in belangrijke mate het perspectief van onze inwoners.
De woningmarkt werkt daarmee door in alles wat we doen. Passende huisvesting draagt bij aan het welbevinden van onze inwoners, maar stelt ons tegelijkertijd in staat om ons voorzieningenniveau op orde te houden, zodat wij meer kunnen dan datgeen waarvoor we wettelijk aan de lat staan, want dat maakt Oldenzaal bijzonder. Dat de gehele raad dit vandaag de dag met ons eens is, is geen geheim meer. Treffend hiervoor is dat de gehele raad zich op 13 november 2023 achter ons voorstel heeft geschaard om de transformatie van leegstaande locaties te bevorderen. Dit voorstel ging echter niet enkel over het transformeren van leegstaande locaties, het voorstel ging ook over het aanknopen van een dialoog met buurgemeenten om te bezien of eventuele uitbreidingslocaties over de gemeentegrenzen van Oldenzaal bij kunnen dragen aan het Twentse gebied als geheel. In een raadsinfobrief van 2 juli laat het college weten dat deze dialoog inmiddels gestart is en er in het derde kwartaal van 2024 gerapporteerd kan worden over de eerste resultaten -16-
van dit initiatief. De Oldenzaalse VVD heeft daarnet een mooi voorstel voor ingediend, dat ook weer inhaakt op deze ontwikkeling, dus hartstikke mooi. Voorzitter, kent u dat, kleinzerig leed dat aangekaart dient te worden, maar niet binnen de betoog lijn past? Nou, hou u vast, middels gesprekken met bewoners en winkeliers in de binnenstad hebben ons geluiden bereikt over het ontbreken van speelgelegenheden voor kinderen in de binnenstad. Daarom is de vraag aan het college met het toenemende aantal woonhuizen in de binnenstad in het achterhoofd, is het college zich ervan bewust dat het aantal speelplaatsen niet is meegegroeid met deze trend? Is het college op de korte termijn van plan om hier wat aan te doen? Ik zie de wethouder al lachen. Voorzitter, ik kom tot een afronding. Volgens de laatste cijfers gaat het goed met de inkomensverschillen in Oldenzaal. De economische ongelijkheid is in onze stad relatief klein. Met de kadernota in ons achterhoofd maken wij ons zorgen over de weg die het college wenst in te slaan. Met de voorgenomen bezuinigingen op diepgewortelde verenigingen en culturele instellingen geeft het college het verkeerde signaal af aan onze veerkrachtige samenleving en is het zich niet bewust van het feit dat een economische ongelijkheid die nihil is, iets is waar we ontzettend trots op mogen zijn. Sterker nog, dit is iets wat we moeten koesteren met elkaar.
Alleen zo kunnen we onze titel als leukste gemeente van Nederland blijven verdienen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog twee interrupties. Ik begin bij de heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Voorzitter, dank u wel. Bedankt voor de prachtig mooie bijdrage. Ik luister altijd ademloos als u aan het woord bent, collega Kramer. Maar ik heb toch nu één vraag en u begon met een vraag zelf te stellen, vrij aan het begin. Wij vragen ons namelijk af, staat dit college nog wel in verbinding met de samenleving? Ik heb u net een heleboel positieve dingen horen zeggen, ook een aantal opmerkingen waar u zei, zo anders in onze beleving moeten of verbeterd moeten worden. Maar ik ben benieuwd naar uw conclusie. De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Neem ik de heer Winkelhuis even mee in mijn gedachtegang. Als je voornemend bent om keuzes te maken en wilt snijden in de subsidies die naar diepgewortelde partijen uitgaan, dan ben je volgens mij niet bewust van de positieve impact die die verenigingen hebben op die veerkrachtige samenleving en daarmee zou je kunnen veronderstellen dat je eigenlijk de verbinding met de samenleving verloren bent. De voorzitter: Ik zie de heer Winkelhuis voor een tweede keer. Ga uw gang, mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Het gaat over een aantal groepen die u specifiek noemt.
En wij hebben al aangegeven, ook straks in onze bijdrage, die mogelijke bezuinigingen gaan pas over anderhalf jaar in. Het geeft ons nog heel veel tijd om in gesprek te gaan. Hebben we allemaal herhaald. Dus dat dat definitief is, weten we nog niet. Ik snap wel wat u zegt, je wil ze niet in onzekerheid laten. Maar anderhalf jaar is best wel lang. Volgens mij zijn we met zijn allen een gemeenteraad die goed dingen afweert. Dus het is ook maar net hoe je de boodschap brengt en dan moet het natuurlijk ergens vandaan komen en we hebben het hierover over balans. Wij gaan daarstraks zo dadelijk in onze bijdrage nog wel iets van vinden en wellicht vinden we elkaar dan toch nog wel op een aantal punten. De voorzitter: Dat als statement. Ik kijk even, volgens mij de heer Van der Waal en dan ga ik naar de volgende fractie. Mijnheer Van der Waal.
-17-
De heer Van der Waal: Voorzitter, ik maak me klein beetje zorgen over een tekst die helemaal aan het eind genoemd werd. Economische ongelijkheid in onze stad is relatief klein, heel mooi. Pagina verder zie ik een economische gelijkheid die nihil is. Ik denk dat dat een en een typefout is. Daarnaast wil ik benadrukken dat ook al is die economische ongelijkheid relatief klein, mensen die het arm hebben, die voelen zich klein. En wat kunnen we daaraan doen? Komt later ook in mijn eigen beschouwing nog voor. De voorzitter: Mijnheer Kramer. De heer Kramer: De tikfout, daar ben ik me niet van bewust, want als wij voor economische ongelijkheid waren, dan heten we niet de Partij van de Arbeid, maar de Partij tegen de Burger. Dat zijn we niet. En de tweede vraag van de heer Van der Waal begrijp ik gewoon niet. Zou de heer Van der Waal nog één keer willen proberen? De voorzitter: Een goede vraag, mijnheer Van der Waal. Zou u dat nog een keer willen toelichten? De heer Van der Waal: Ik zie je toch echt het feit dat een economische ongelijkheid die nihil is, iets is om ontzettend trots op te zijn. Maar het gaat mij om de mensen die het minder hebben in Oldenzaal en dat zijn er. Noodzakelijkerwijs om een economische ongelijkheid te hebben, maar dat is niet ons doel. Maakt u zich geen zorgen over de mensen die het moeilijk hebben in Oldenzaal? De voorzitter: Mijnheer Kramer.