CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcriptverslag raad 22 mei 2023 vastgesteld in de vergadering van 26 juni 2023

Gemeenteraad 22 mei 2023, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Notulen van deze vergadering15.617 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

overdrachtsmaatregelen. Mocht dat ook niet mogelijk zijn, dan pas zijn maatregelen aan de gevel noodzakelijk. Nergens in de volumestudie wordt ingegaan op eventuele bron- en overdrachtsmaatregelen. Het college heeft niet eens inzichtelijk gemaakt of überhaupt maatregelen getroffen moeten worden als er woningbouw wordt gereduceerd. En zo wordt sociale woningbouw waar enorme vraag naar is in Oldenzaal, zomaar weggeschreven op het aspect geluid en krijgt het in tabel en hoofdstuk zeventien van de volumestudie een veel lagere score toegekend. Het is in onze ogen enorm onzorgvuldig er ontbreekt essentiële informatie en wat ons betreft is dat kwalijk. Het college handelt hiermee ook in strijd met artikel 3.2 algemene wet bestuursrecht. Dat schrijft voor dat bij de voorbereiding van een besluit het bestuursorgaan alle vergader kennis moet vergaren en daarna de belangen dient af te wegen. De benodigde kennis is hier niet vergaat. Vervolgens zijn wel de belangen afgewogen en vervolgens wat in hoofdstuk zeventien van de volumestudies plusjes en minnetjes gezet per scenario het zetten van plusjes en minnetjes, hoorden we in Politiek Forum van acht mei, is volgens de wethouder arbitrair en dat ben ik volledig met hem eens. Maar het kan niet zo zijn dat een bepaald is dat een scenario twee plusjes krijgt als er winst wordt gemaakt van minimaal 250.000 euro.

Wie maakt deze afweging en waarom is de grens met 250.000 euro gelegd? Graag hoor ik daarom nog even een reactie op van de portefeuillehouder, want was er niet uitgegaan van winstbejag, dan viel de score heel anders uit en was er waarschijnlijk wel woningbouw mogelijk. Het is dus maar net hoe je ernaar kijkt. En het had het college ook gesierd als dit soort kaderstelling aan de raad was voorgelegd, zo wordt de raad als kader stellend orgaan voor het college ook goed in positie gebracht. En nu moeten we het met een motie achteraf. Is niet gebeurd en dat vinden wij dus nu een gemiste kans. Helemaal nu blijkt dat het allemaal erg mager is onderbouwd. En dan het volgende in forum van acht mei jongstleden, kwam prompt ook nog een negende scenario naar voren. Het realiseren van de waterberging aan de Vondellaan. Het college maakt melding dat dit scenario financieel een negatief resultaat oplevert van circa 300.000 euro Wat ons betreft wel een hele vreemde gang van zaken, voorzitter. Er wordt dus out of the blue nog een scenario benoemd die nergens is terug te vinden in de volumestudie of de raadsinfobrief. Wat ons betreft is dit wat degelijk een reëel scenario dat opgenomen had moeten worden in de volumestudie, want het is blijkbaar onderzocht, want het college wist een getal te noemen. Dat het op zijn minst in de volumestudie had moeten staan.

De raad heeft hierin dus geen inzage in kunnen krijgen in alle scenario's die onderzocht zijn. Wederom jammer. De conclusie van het college waterberging in parkachtige setting levert het meeste op voor de gemeente. Maar je kunt net zo goed andersom redeneren. In tijden dat we alles op alles moeten zetten om de woningnood te beteugelen verdienen scenario's waarbij gronden die geschikt zijn voor woningbouw anders ingevuld worden minstens drie of vier minnetjes. Maar dat gebeurt niet, laat staan dat de raad in stelling is gebracht om hier zelf de kaders voor te bepalen. Kortom we hebben met zijn allen de mond vol over de woningnood en dat we moeten bouwen. Nu ligt er een kans voor op een gunstige plek woningbouw toe te voegen. In welk geval dan ook en we doen het niet, Zoals gezegd, als die dan op een juiste manier onderbouwd waarbij geen speld tussen te krijgen is, dan kan onze fractie er nog mee leven. Maar dat is dus niet het geval. Al met al concludeert onze fractie dat de raad essentiële informatie mist om het college goed kunnen controleren. Conclusies en onderbouwingen zijn daarnaast niet gebaseerd op feiten, maar op aannames en daardoor mist het besluit een deugdelijke motivering. Het kunnen motiveren van een besluit is echter wel de taak van het college.

Gelet op artikel 3.46 algemene wet bestuursrecht, waarin staat dat een besluit dient te berusten op een deugdelijke motivering. Alles op een rijtje zettende, kunnen wij niet anders concluderen dat het college hier voorbij is gegaan en zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel. En wij zouden graag zien dat het college de volumestudie aanpast door toevoegen van een akoestisch onderzoek verkeerslawaai, waarin de verschillende scenario's worden doorgerekend op aspect geluid en waarbij wordt uitgegaan van de stappen die de doorlopen moeten worden zoals opgenomen in de wet geluidshinder en twee inzichtelijk te maken waarom dan echt zoveel kuub waterberging daar noodzakelijk is. En de keuzes -18-

voor de plusjes en minnetjes te beargumenteren in de volumestudie en alle scenario's die zijn besproken, onderzocht op te nemen in volume studie, waaronder dus het scenario van waterberging aan de Vondellaan. En vervolgens zien we graag dat de aangepaste volumestudie in de raadszaal wordt besproken. En ga ik eigenlijk met de motie dat laatste een beetje herhalen. Roept het college op de volumestudie nader te onderbouwen door toevoegen van akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai. De behoefte aan het aantal kubieke meter waterberging inzichtelijk te maken in de volumestudie. Gemaakte keuzes per beoordelingsaspect. En dan bedoel ik de plusjes en minnetjes van tabel in hoofdstuk zeventien te beargumenteren. Alle onderzochte en besproken scenario's op te nemen in de studie en de raad de aangepaste volumestudies ter bespreking voor te leggen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even naar de raad of er behoefte is aan inbreng. Die is er. De heer Van der Waal. Gaar uw gang. Is het een interruptie of is het gewoon een eerste termijn naar aanleiding van de … De heer Van der Waal: Het is een interruptie. De voorzitter: Dan blijft de heer Bouwman staan. De heer Van der Waal: U zegt als alternatief voor de waterberging zou de Vondellaan als een terrein daar gebruikt kunnen worden.

Is dat een alternatief? Dan betekent dat dat u woningbouw wilt hebben op de Quickvelden en een waterberging op de Vondellaan. Kunt u zich ook voorstellen dat het omgedraaid is? Dat de waterberging op de Quickterreinen gebeurt en extra woningbouw aan de Vondellaan? De voorzitter: de heer Bouwman. De heer Bouwman: Ja, maar ik heb geen uitspraak gedaan dat als eventueel waterberging aan de Vondellaan gedaan zou moeten worden, dat dan pertinent gebouwd ... Het gaat mij erom dat het besluit deugdelijk gemotiveerd moet zijn. En daarom denk ik dat het goed is, als alle scenario's die onderzocht en besproken zijn op worden genomen in studie. De voorzitter: De heer Van der Waal nog een keertje. De heer Van der Waal: Ik heb in mijn werkzame leven regelmatig voorstudies moeten doen en dan maak je hele grove schattingen. Wordt iets betaalbaar of wordt dat te duur? Je treft het zo naar mogelijke oplossingen. Ik denk dat het college iets dergelijks heeft gedaan. De voorzitter: Ik heb niks … U wilt toch reageren. De heer Bouman. Gaat uw gang. De heer Bouwman: Dat is inderdaad de werkwijze die is hier is gehanteerd, maar er worden wel erg veel aannames gedaan in het stuk. Dat ik denk ja dat had wel wat beter geargumenteerd kunnen worden en dan denk ik ook aan al die zoekenden in Oldenzaal die op deze manier aan moeten horen dat daar waterberg moet komen op basis van aantal aannames.

Ik vind het heel moeilijk uit te leggen aan onze inwoners. De voorzitter: Dan ga ik naar de heer Nijland. De heer Nijland. Ik neem aan ook een interruptie op de heer Bouwman.

-19-

De heer Nijland: Ja, voorzitter. Eigenlijk twee vragen. Ten eerste, betreft het de aanname van winstbejag. Ik wil even vragen aan de heer Bouwman, voorzitter, hoe hij kijkt naar de definitie van de gemeente Oldenzaal met haar maatschappelijke betrokkenheid en interesse richting de inwoners. Is het gemeente Oldenzaal of is het de gemeente Oldenzaal B.V.? Want dan kunnen we misschien over winst en verlies praten. Dat is vraag een. En vraag twee, de heer Bouwman heeft steeds over aannames. De heer Bouwman doet nu de aanname dat de sportvelden vol moeten worden gebouwd met onder andere onder andere geschikt voor sociale woningbouw. Waar is die aanname van mijnheer Bouwman op gebaseerd uitgaan van het feit dat wij al een woningbouwplan hebben voor de komende jaren. Dat is de vraag, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Bouwman. De heer Bouwman: De eerste vraag. Wij vragen ons ook af inderdaad waarom het college hier heeft besloten om plusjes te geven als er winst wordt gemaakt op hun, op een plan. Dat staat letterlijk in tabel zeventien. Dat is een. En twee. Ik geef aan dat er ruimte is voor twintig woningen. Ik zeg niet dat dat moet komen. Die afweging is niet gemaakt. Er is specifiek toegewerkt naar waterberging op die plek, op basis van een aantal aannames. Terwijl we zien dat een aantal scenario's met woningbouw dus ook rendabel zijn.

Dat levert ook geen verlies op voor de gemeente, maar dat wordt niet gedaan. Alles wordt toegeschreven op waterberging op die plek. En ik heb een aantal voorbeelden in de volumestudie die ik aan kan halen waaruit blijkt dat dat zo is. Ik weet niet of u daar geïnteresseerd in bent, maar dan hoor ik het graag. De voorzitter: De heer Nijland. Gaat uw gang. De heer Nijland: Voorzitter, het woord winst, dat kom ik zelf niet tegen. Vraag aan mijnheer Bouwman, voorzitter, had hij deze motie ook ingediend? Als de voorkeur was uitgesproken voor sociale woningbouw op de Quickvelden. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ik denk dat de heer Nijland de strekking van mijn verhaal mist, want ik kan met elk scenario leven op moment als het college dit op een deugdelijke manier had gemotiveerd. En dat is niet gedaan. Als het college had gezegd met de juiste argumenten dat woningbouw hier niet geschikt is en waterberging echt zoveel meerwaarde oplevert voor Oldenzaal, dan had ik hier niet gestaan. En ten tweede u gaf aan dat het woord winst niet heeft gelezen. Ik zie hier in de legenda staan, is een kleine verbetering ten opzichte van de huidige situatie of levert financieel een winst op tot 250.000 euro. Dus het woord winst wordt hij wat degelijke aantal keren gebruikt. De voorzitter: Ik ga naar mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink.

Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Ik heb de bijdrage van de heer Bouwman beluisterd en in een aantal van de elementen die u noemt, begrijp ik wat u zegt. Alleen ik hoor in uw betoog ook een aantal keren noemen van het college heeft besloten, het besluit wat voorligt, er zijn keuzes gemaakt. Even voor mijn beeldvorming. Er wordt volgens mij nog geen voorstel voorgelegd of besluit genomen of besluit voorgelegd aan ons als raad om daarin te besluiten. Volgens mij hebben wij tijdens de Politiek Forum ruimte gekregen om informerend, opiniërend met elkaar over dit onderwerp in gesprek te gaan. En u geeft nu aan middels de motie dat u bepaalde richting wil geven over besluit wat genomen moet worden, maar volgens mij zijn we nog niet in die fase om daar nu al met elkaar over in debat te gaan. Volgens mij is nu door het college …

-20-

Zijn nog de scenario's voorgelegd en volgens mij komt er nog een heel staartje aan gesprekken achteraan. Ik ben benieuwd hoe u daarnaar kijkt. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dat zie ik echt anders. Het college heeft besloten in een college besluit dat de waterberging op die plek wordt gereduceerd. En de raad is daar via een raadsinfobrief over geïnformeerd met alle scenario's die daarbij horen. Met de bijlage van de volumestudie. Die hebben wij besproken. En dat is hetzelfde verhaal als wij in een vorige raadsvergadering hebben gehad. Wij worden via een raadsinfobrief geïnformeerd. Mochten wij daar wat van vinden, dan moeten wij dus op deze manier moeten wij dit aankaarten en dat doe ik op dit moment. Dus het college heeft daar wel een besluit over genomen. De voorzitter: Wellicht dat het college zo dadelijk nog een reactie wil geven. Ik ga naar de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voortbouwend op de laatste woorden van mijnheer Bouwman. Op het moment dat een raadsinfobrief ter discussie wordt gesteld, dan is het informerend in het forum. En dan loop je, vergeef me de woorden, ik probeer niemand te beledigen, maar om formele reden loop je dan tegen een rubberen muur aan. Je kan er niks meer mee, want het kan geen besluit genomen, het kan niet automatisch doorgeleid worden naar de raad.

Dus wat kunnen we op dat moment? Dat is even mijn open vraag aan de raad. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ik ben het eens met mijnheer Van der Waal. De voorzitter: Goed. Ik zie nog een vinger. Ja, is wel bijzonder om op uw eigen fractievoorzitter of … Ik zie het verkeerd. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Er was even een reactie nog mevrouw Oude Engberink. Verder niks vervelends bedoeld, maar het was een raadsinfobrief, de heer Bouwman heeft daarop geageerd, heeft een forum over aangevraagd dus. Het feit dat ze überhaupt een forum overkwam, komt door de fractie van Solidair Oldenzaal. En daarom hebben we geen opiniëren. Het was een informerend forum waar wij dus achter informatie kwamen die wij nog niet mee konden nemen. Wij konden hier verder geen besluit over nemen dus vandaar onze inbreng nu. De voorzitter: Zullen we naar het college gaan kijken wat het college nog kan toevoegen aan de discussie? Aan feiten. Misschien dat dat een goed idee is. Ik zie dat de heer Bouwman naar zijn plek is, dus ik neem aan dat dat het non-verbale is dat om het college de gelegenheid te geven. Dus bij deze, het college. De heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Ik probeer niet iets toe te voegen aan de discussie. En zal het dus in die zin ook kort houden.

Het college blijft gewoon bij het standpunt om te kiezen voor scenario een en dit is in de lijn van eerder door uw raad vastgesteld beleid. En dan verwijs ik alleen nog maar even naar de nota klimaatverandering 2018 waar al gesproken werd om op deze plek t.z.t. een waterberging te realiseren. Veld negen en tien is niet opgenomen zeg maar in gemeentelijk beleid door uw raad vastgesteld als inbreidingslocaties en wat we met scenario vijf aangegeven hebben. Alleen hebben we dat niet becijferd, omdat dat nog niet kon dat dat te maken heeft met de planontwikkeling in Glinde-Hooiland dat we t.z.t. kunnen gaan kijken om op een deel van het terrein -21-

negen en tien waar niet die waterberging in parkachtige setting komt om daar nog woningbouw te realiseren. Het college ontraadt daarmee ook de motie op dit punt. En mevrouw Oude Engberink van WG-fractie heeft in die zin gelijk dat er straks nog een bestemmingsplan uw kant op komt, want dat heeft te maken met de waterberging die we daar nog moeten realiseren en daar zou u die politieke discussie, als u die zou willen voeren met elkaar, alsnog willen voeren en daarmee heb ik de vragen volgens mij, in ieder geval de inbreng van de kant van het college afgerond. De voorzitter: Wethouders, als u nog een momentje heeft. Want ik zag dat de heer Van de Waal nog een interruptie wilde plaatsen. De heer Van der Waal. Gaat uw gang. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat de wethouder zichzelf een beetje tegenspreekt, want hij heeft het over scenario een, volledige waterberging. Hij heeft het in het andere onderwerp wat in het forum ter sprake was en nu ook, aangegeven er komt een beperkte hoeveelheid woningbouw. Scenario een heeft het over waterberging. Punt. En er zijn wat andere scenario's waarbij gesproken wordt over beperkte woningbouw. Dus wat is het nu? En dan kom ik wel terug op de wens van mijnheer Bouwman om de optie dat er wat kleinschalige sociale woningbouw op het terrein wordt opgenomen. Omdat ook in het rapport op te nemen. De voorzitter: De wethouder.

De heer Christenhusz: Voorlopig kiest het college voor scenario één. Dat is die waterberging in parkachtige setting. Er is een scenario vijf opgenomen wat daarnaast in de toekomst mogelijk maakt om een deel van het gebied om daar ook nog woningbouw te realiseren. Maar dat willen we graag betrekken bij de planontwikkeling van Glinde-Hooiland. Zo heb ik het in het Politiek Forum ook aangegeven. Daar zijn we nu mee gestart. Daar kunnen we dus ook nog geen kostenplaatje onder hangen. Dus scenario vijf wordt actueel op moment zeg maar dat het project van Glinde-Hooiland klaar en afgerond is. En zo heb ik het in het Politiek Forum ook benoemd. De voorzitter: Dank u wel. Ja. Ik zag uw vinger. De heer Bouwman, ook per interruptie op de wethouder. De heer Bouwman. De heer Bouwman: De wethouder gaf aan dat er straks dan een bestemmingsplan onze raad komt en dat we dan de politieke discussie moeten voeren. Maar dat is volgens mij echt in een heel laat stadium. Het is en snijdt aan beide kanten volgens mij, als we die discussie nu voeren in plaats dat we eerst het college een bestemmingsplan laten opstellen met alle kosten en tijd dat het oplevert. Of kost. En dat we dan die discussie gaan houden lijkt mij heel inefficiënt. Dus mijn oproep om de discussie nu te voeren. De voorzitter: De wethouder.

De heer Christenhusz: Ik kan u niet ontraden om met uw collega raadsleden in deze raad een discussie te voeren. Maar de inbreng van het college is helder. De voorzitter: Ik kijk even rond of er nog andere fracties zijn die raadsleden die bij dit onderwerp het woord willen voeren. Anders wil ik de beraadslagingen beëindigen. U wilt nog een tweede ronde? Dat mag. Dat was de verwarring net ook. Ik ging ervan uit dat de inbreng meteen geleverd wordt, maar wat mij betreft, die tijd is nog wel. Dus als u nog een inbreng wilt leveren dan zie ik dat maar meteen ook als de tweede ronde. Dan ga ik naar de heer Van der Waal. De heer van de Waal.

-22-

De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. Solidair Oldenzaal betwijfelt aan het nut van opvang voor een hoeveel het water zoals in rapport is aangegeven. D66 kan wel meegaan met de schatting. Hij is ietsjes ruimten opzette van de berekeningen. Het gaat om een bui met een zekere hoeveelheid water. Dan kom je op een behoorlijke hoeveelheid water. En het is een statistisch gegeven dat zo'n bui kan optreden. Er kunnen ook grotere buien optreden. Dus het is goed om dat water te kunnen opvangen en dat het niet in een lelijke vierkante bak komt, maar in een parkachtige wadi vormige setting, zoals ik dat voor me zie. Daar kan D66 goed mee Leven. Kom ik even terug op het gegeven dat we de vorige raadverkiezingen, althans naast Solidair Oldenzaal een bespreking in het forum hebben aangevraagd om te zien of er wat huizen op konden komen. Het argument wat de wethouder ontkent en tegelijkertijd toekent dat daar wat vervangende woningen voor Glinde-Hooiland gebouwd zouden gaan worden. Heeft mij doen besluiten om ons argument van toen volledig in te trekken. We zouden het wel fijn vinden als dat helder in een studie wordt opgenomen. Daarnaast in de motie wordt gesproken over het opnemen van geluidswerende maatregelen. Dat vinden we voorlopig … Ik zie u nee schudden, dus daar vergis ik mij, dus de zin is daarmee beëindigd. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel.

Ik ga naar de heer Bouwman voor deze ronde en dan kijk nog even rond voor de zekerheid of er nog andere leden van de raad zijn die het woord willen voeren. De heer Bouwman. De heer Bouwman: We hebben net in ons betoog aangegeven dat zo'n volume studie dus eigenlijk is gebaseerd op een heleboel aannames. Van zal wellicht of zeer waarschijnlijk, maar het wordt niet onderbouwd en ik ben eigenlijk wel benieuwd voor overige fracties hoe zij bij toekomstige volume studies aankijken tegen het feit dat dit soort dingen op deze manier worden beoordeeld. Zijn jullie het daarmee eens of niet? Of zouden jullie liever echt op basis van feiten en cijfers en doorberekeningen een volumestudie onder ogen willen zien. Ik hoor het graag. De voorzitter: Ik zie dat de heer Maartens daarop wil reageren. De heer Maartens. De heer Maartens: Voorzitter, wij zijn gewend vanuit onze fractie in onze partij om in een raadsvergadering met elkaar te spreken over hoofdlijnen. En ik ga mij dus ook absoluut niet verdiepen tot in details van volume studies of welke andere ingewikkelde studies dan ook. Ik vind dat ik moet vertrouwen op het ambtelijk apparaat. En het college dat ze zich op die manier verdiepen in dingen waar nodig extra deskundigheid inschakelen en ons van goede adviezen voorzien. Dat geldt ook wat ons betreft in dit geval. En daar wil ik het graag bij laten. De voorzitter: Dank u wel.

Ik kijk nog even rond mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engbrink-Weideveld: Dank u wel. In dezelfde strekking sluit de fractie WG Oldenzaal zich daarbij aan. En naast dat wij hier met elkaar het gesprek voeren, hebben we ook andere manieren om aan dat soort informatie te komen in een gesprek met het college aan te gaan, dus wij voelen ook niet de behoefte om daar hierover op dit moment gesprekken aan te gaan of om die informatie verder te vragen. Dank u wel. De voorzitter: Ik kijk rond of er nog behoefte is om te reageren dan wel om nog het woord te voeren, want die gelegenheid wil ik graag geven en dan tot slot ga ik dan nog naar de indiener van de motie. Maar ik kijk nog even voor zekerheid rond. Dan ga ik tot slot naar de indiener van de motie. De heer Bouwman.

-23-

De heer Bouwman: Dat de fracties dit gewend zijn, ja, dat kan ik nog begrijpen, maar ik kan echt niet begrijpen dat als wij gewoon een oproep doen voor het verkrijgen van meer informatie op dingen te verduidelijken, dat is ons informatierecht als een raadslid, dat jullie daar allemaal tegen gaan stemmen. Mevrouw …: Heel bijzonder. De heer Bouwman: Dank u. De voorzitter: De heer Winkelhuis als reactie. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Nou triggert u mij toch met deze opmerking. Want het gaat er niet omdat wij dat niet zouden willen. Wij vinden dat wij met deze informatie die ons door dit college is aangeleverd heeft voldoende geïnformeerd zijn om besluiten te kunnen nemen. En als u daar behoefte aan heeft om nog meer details daarvan te weten is dat uw goed recht. U weet de weg te vinden om daar verder nog wat meer informatie … Voor ons is dit dus voldoende en ik hoef daar verder dus niet nog meer van te weten. Volgens mij sluit ik mij daarbij ook aan bij de woorden van de heer Maartens. We zijn al eerder over bezig geweest. Je moet ook vertrouwen hebben in datgene wat hier in het huis gebeurt en als ik bij alles wat er gebeurt na moet denken. Maar klopt het wel? Ik ben geen expert op alle gebieden. Ik moet erop kunnen vertrouwen dat datgene waardoor het college aan ons wordt medegedeeld dat dat klopt. En anders zijn we echt … Nou genoeg er over.

De voorzitter: Ik ga nog even naar de heer Nijland en dan ga ik naar mijn rechterzijde. De heer Nijland... De heer Nijland: Aanvullend op collega's Maartens en Winkelhuis, wij staan zo in de wedstrijd. Bij ons gebeurt alles op basis van vertrouwen. Dat is primair. En het primaire wantrouwen is niet aan de orde. En dat geld denk ik ook voor vanavond. Wij hebben het volste vertrouwen dat dit correct objectief is behandeld. Wij kunnen met informatie, kunnen wij verder. En nogmaals vertrouwen verkiezen wij boven wantrouwen. Dat is het voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Van der Waal. En dan wil ik echt tot slot naar de heer Bouwman. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik proef uit de motie van Solidair Oldenzaal, ondanks dat wij niet meegaan, geen wantrouwen. Ik voel daar meer in een wens tot informatie om kaders te vormen voor dit niet heel erg kleine terrein. En daar is de raad voor. U kunt zeggen het zijn details. Ja, wanneer hebben we het over een detail wanneer hebben we het over een kader stellend iets? Solidair Oldenzaal doet hier zijn best om een kader vormend document te krijgen. Ik denk dat ze daar het goed recht aan hebben. De voorzitter: Ja. Ik neem aan dat de heer Maartens nog wil reageren op de heer Van der Waal. En dan ga ik echt tot slot naar de heer Bouwman als indiener van de motie. De heer Maartens.

De heer Maartens: Ik vind het wel steeds ingewikkelder worden. Ik word heel erg door mijnheer Nijland, die ook zegt van wij werken op basis van vertrouwen en ik hoor daar zeggen ik werk niet op basis van wantrouwen. Maar er zit voor mij iets van achterdocht in van wat het college ons presenteert, wat het ambtenarencorps ons presenteert, daar vertrouwen wij niet voldoende op. En daar wil ik absoluut niet in meegaan. Daar wil ik heel helder in zijn. Wij vertrouwen het

-24-

ambtenarencorps, wij vertrouwen het college in datgene wat ze aan ons voordraagt. En ik zou heel graag van collega's een bevestiging horen dat dat ook gebeurt. De voorzitter: Ik ga naar de heer Bouwman. Die had ik nu een paar keer genoemd dus nu ga ik ook naar daartoe. De heer Bouman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik vind het echt heel erg jammer en dan druk ik me nog zacht uit dat op moment als wij gewoon normaal vragen stellen over een stuk dat we iedere keer worden aangewreven alsof wij wantrouwen zouden hebben. De raadsleden hebben drie taken. Kader stellende taak, controlerende taak en een aanmoedigende taak. Op moment als ik hier sta om een aantal vragen te stellen op basis van een stuk die ik voor me heb, die ik heb gelezen en ik heb daar een aantal vragen over, ik heb daar vraagtekens bij, heb ik beargumenteerd. Ik heb nergens in mijn hele betoog aangegeven dat ik ergens wantrouwend naar kijk. Ik heb alleen aangegeven wat ik zie en wat ik ervan vind. Iedere keer wordt in deze raadzaak benoemd op moment als ik een mening geef die niet bevalt bij de coalitiepartijen, dat wij dat doen op basis van wantrouwen. Ik ga neutraal altijd zo'n stuk in. Ik lees dat, ik denk ja, maar hier heb ik echt wel mijn vraagtekens bij en dan ga ik dat bespreekbaar maken in de raadszaal waar het hoort. Dus ik zou graag willen dat dit soort insinuaties richten onze kant een keer stopt.

Dank u wel. De voorzitter: Ja, beste mensen. Ik merk dat er nu wat emotie, maar volgens mij is dat helemaal niet de intentie. Volgens mij begrijpen van elkaar ook niet helemaal goed. Maar goed ik wil wel tot een langzamerhand tot een afronding komen. Ik ga nog naar de heer Winkelhuis en ik zie de heer Van der Waal ook nog met een vinger omhoog, maar ik ga naar de heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Laat duidelijk zijn iedereen heeft hier in deze Raad zal het volste recht om vragen te stellen, om verduidelijking te vragen en om al dat soort zaken nog beter voor het voetlicht te krijgen. Die mogelijkheid moet ook gebruiken. En volgens mij doen we dat hier inderdaad zal hartstikke goed. U heeft een enorm pleidooi gehouden. En u heeft ons niet kunnen overtuigen van de noodzaak om antwoord te krijgen op uw vraag en daar moet het dan ook mee doen. En volgens mij is dit de tweede keer dat dat wij in deze raadzaal, in deze periode het woordje vertrouwen hebben gebruikt. Dat is een aantal maanden is dat een keer gebeurd en dat is nu op dit moment komt dat ook weer naar boven en dat komt, omdat er geen einde komt aan die discussie. En op een gegeven moment, de voorzitter heeft al aangegeven we moeten er ook een keer mee stoppen. Maar volgens mij is dat de conclusie. vindt dat u meer informatie nodig heeft.

Wij zeggen nee, dat is voor ons genoeg en eigenlijk is daarmee de discussie gesloten. En kunnen we nog een half uur doorkletsen, maar dat helpt niet meer. Wij komen niet tot elkaar. U vindt dat, wij vinden dit en daar moeten we het dan meedoen, zeggen ze. Geloof ik. De voorzitter: Ik ga naar de heer Van de Waal, want dat had ik beloofd en dan ga ik tot een afronding komen. De heer Van De Waal. De heer Van der Waal: Winkelhuis zegt het grotendeels goed. Ik wilde even reageren op de woorden van de heer Maartens. Die kwam terug met dat wij de zaak wantrouwen, terwijl ik eerder in een reactie heb aangegeven, wij vertrouwen het college, maar wij hebben een ander idee van kaders. Dat is wat ik even in wil brengen. Dank u. De voorzitter: Volgens mij is er genoeg gezegd. Ik wil tot een afronding van de beraadslagingen komen. En ik wil de motie in stemming brengen. Ok breng de motie in stemming. Wie is voor deze motie? Ik zie de fractie van Solidair Oldenzaal. Daarmee is die verworpen. -25-

11. Sluiting De voorzitter: Ik kijk naar wat er nog meer op de agenda staat en ik concludeer dat dat niet het geval is. Ik kom tot een sluiting van deze avond. Ik wens u allen nog een prettige avond, wel thuis en tot een volgende keer. Tot ziens. Afsluiting om 20.59 uur.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 26 juni 2023 de griffier,

de voorzitter,

J.H. Brokers

P.G. Welman

-26-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13023779/1