CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Transcriptverslag raad 21 oktober 2024

Gemeenteraad 21 oktober 2024, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Transcriptverslag van de vergadering van 21 oktober 2024 vastgesteld in de vergadering van 13 november 202425.110 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Maar inderdaad, daarom verwijs ik in mijn betoog ook actief naar onszelf als raadsleden, dat wij zelf minder moeten vragen om dergelijke visiedocumenten, tenzij externe ontwikkelingen er ons nadrukkelijk om vragen. Dus ja, daarom begon ik mijn betoog ook met een hand in eigen boezem steken. De voorzitter: Ik zie dat mevrouw Oude Engberink blij is met uw antwoord. U bent klaar? Oké. Dan kijk ik naar de VVD, mijnheer Visscher. De heer Visscher: Ja, hij doet het. Dank u wel, voorzitter. Een illustere liberaal, thans secretarisgeneraal van de NAVO, zei ooit, voor visie moet je naar de oogarts. En daar sta ik volledig achter. En zoals de heer Kramer zei, die kwam tot dertien visiedocumenten. Nou, de gemeente Oldenzaal is heel vaak naar de oogarts geweest. Want ik tel in tien minuutjes op de iPad al vierendertig visies. En het grappige is, buiten of ze inhoudelijk tegenover elkaar staan, zie ik ook visies over onderwerpen die ook elkaar overlappen. Dus er zit heel wat werk nog aan visies om die een beetje te separeren. Als we naar deze specifieke visie kijken, dan zien we heel veel zaken die helemaal niet nieuw zijn. -18-

Sterker nog, er zitten hoofdstukken in, die had ik misschien zelf wel op kunnen schrijven. Omdat alles wat daarin staat, al een keer door ons bepaald is en door ons is vastgesteld. En als je dan een externe partij inzet, dan vraag ik me af, waarom zet je die dan precies in? Het is een dure hobby, een externe partij. Het zijn namelijk vaak de duurste bureaus die dit soort visies maken. Het kost ook tijd om zo'n externe partij in te zetten. En wat is nou eigenlijk het resultaat? En in dit geval denk ik dat het resultaat vrij beperkt is. En dat we het zelf eigenlijk ook wel hadden kunnen doen. Ik was toevallig vanmiddag op een bijeenkomst over AI. En nog niet wat de heer Kramer heeft gedaan, maar daar ga ik straks even naar kijken. Maar daar waren toevallig ook twee ambtenaren van de ambtelijke organisatie Noaberkracht, ons wel bekend als ooit de gedroomde samenwerkingspartner van de gemeente Oldenzaal. En zij vertelde mij dat zij in Noaberkracht inmiddels bezig zijn om beleidsdocumenten en visies te ontwikkelen via AI. Dus niet met externe bureaus, maar gewoon op een goede manier input geven en dan het systeem laten bepalen wat daar dan uitkomt. En daar kun je uiteraard weer mee aan de slag. Dat vond ik eigenlijk wel een grappige discussie, die misschien ook hier interessant is om eens naar te kijken. Zeker voor visies waarvan we de inhoud eigenlijk met zijn allen al weten.

Dus mijn oproep aan het college, en ik steun de motie van de heer Kramer van harte, is ga nou eens kijken met je organisatie naar iets minder beleid, iets minder visie, en iets meer actie en iets meer uitvoering. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Visscher, dank u wel voor uw bijdrage. Ik zie alleen nog een interruptie van de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik ga met enige regelmaat naar een opticien om een betere visie te krijgen. Maar dat is een visie in de zin van het woord scherp zien. Er zijn meer woorden die verschillende betekenissen hebben. Als ik het heb over het woord raden, dan heb ik het niet over het meervoud van datgene wat hier zit. Maar dat is ook dan het gissen. En op het moment dat je met elkaar beslist welke richting je opgaat, waar je ongeveer uit wilt komen, dan heb je een visie nodig. Dat heet een visie. Dus in die zin vind ik het woord visie als zodanig wel een goed item. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, dank u wel. Mijnheer Visscher, als u wilt reageren, dan alsjeblieft weer terug naar het spreekgestoelte. Kijk, zo houden we het tempo erin. Dan kijk ik naar GroenLinks. Mijnheer Snijders, uw bijdrage. De heer Snijders: Dank u wel, voorzitter. Ja, als je aan het eind bent, dan is er al heel veel gezegd natuurlijk. Ook over visie.

Ik zat mij bij de voorbereiding zat ik mij zo voor te stellen, als je in een boot stapt en je vaart gewoon een beetje en je komt op de Zuidpool uit, dan denk ik, verdomme, ik had eigenlijk naar de Noordpool gewild. Dan had je misschien beter eerst even kunnen nadenken van tevoren, waar wil je eigenlijk naartoe. En dat is dan een visie, dat is een voorstelling van de toekomst. En wij als GroenLinks vinden het heel belangrijk dat je een globaal zicht hebt op waar je naartoe wilt. Zo heb je de visie bijvoorbeeld 2040. Nou had ik het betoog van de heer van de PvdA, de heer Kramer, had ik…We zijn al in elkaar, zie ik, ja. Ja, dat heeft mijn betoog wel een beetje veranderd, want ik heb begin dit jaar, ik heb het opgezocht, 9 april in het presidium een vraag gesteld. Een informatievraag eigenlijk. Dat was naar de ene laatste visie, dus niet deze, maar die ervoor lag. Ik meen dat het de energievisie was, maar ik weet het niet meer zeker. Of we een overzicht konden krijgen van alle visies die er zijn. En dat was mijn in eerste instantie de bedoeling om te kijken of er een stuk niet was afgedekt door de visie. Maar ik ben niet zo handig met kunstmatige intelligentie en ik heb er ook nog niet zoveel tijd in gestopt om dat bij elkaar te zoeken. Ik zou er wel steun van krijgen. Maar het is ook zo dat je geen overlap moet hebben en al helemaal niet tegenstrijdig.

En als dat al wel zo is, dan moet je daar een duidelijke reden voor aangeven. Dus ik ben heel erg benieuwd naar het onderzoek van de heer Kramer. En dat is blijkbaar niet volledig, want de heer Visscher heeft -19-

ook al onderzoek gedaan. Het is blijkbaar van belang om eens goed te kijken wat er in Oldenzaal allemaal aan visiedocumenten is, hoe oud die zijn en hoe vaak we die jaarlijks willen vervangen. Voor deze visie, ook al is het niet ons kernthema economische visie, we zien in liever gewoon veel parken. Maar ja, dat is niet alleen goed voor de welvaart. Ecorys heeft ons bevestigd dat ze alle beleidsdocumenten van de gemeente hebben meegenomen in het document. Ik heb dat niet allemaal gecontroleerd. Dan, met de PvdA ‘…’ ik ga niet voor die motie stemmen. Maar we zijn er, tenzij ik zeker weet dat alles al is afgedekt. Dan hoeft er namelijk niks meer gedaan te worden. Wat we wel vinden, is dat sommige langlopende projecten die ook in deze visie staan, bijvoorbeeld de fietsentoestand in de binnenstad, of net buiten de binnenstad, dat is misschien wel die fietsenstalling die nog steeds er niet is, en het Singelpark, daar zou wel wat meer daadkracht mogen zijn. Dat is hem eigenlijk. Kan kort. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Snijders. Kijk ik naar de WG. Mijnheer Wienk, aan u het woord. De heer Wienk: Voorzitter, dank. En het woord visie is al heel vaak gevallen, ook wij van de WG hebben een visie op de visie, laat ik het maar even zo zeggen. Een moment, een beetje met de apparatuur aan het knoeien. Nou jongens, kom op.

Voorzitter, eigenlijk wilde de fractie van de WG Oldenzaal deze visie echt conform doorgeleiden naar deze vergadering. Echter, wij hebben ook ondanks dat er heel veel opmerkingen over gedaan zijn, hebben we hiermee, denk ik, doen we hier onze de visie eigenlijk iets mee tekort. Nogmaals willen we benadrukken dat deze visie een goed leesbaar stuk is, waarbij de samenvatting van elk hoofdstuk de essentie weergeeft. In het politiek forum ontstond inderdaad een discussie of wij deze visie nu echt nodig hebben. Ook nu, de fractie van WG is van mening van wel. De vorige visie is al vijftien jaar oud en dan moet je toch echt wel een keer je visie gaan herijken. Zaken als bijvoorbeeld netcongestie en ontwikkelingen op arbeidsmarkt waren toen niet aan de orde of speelden niet in een heel ander context. De behoefte aan actualisering naar de huidige en toekomstige tijdgeest, daar heeft het college wel zijn best op gedaan. En ja, sommige zaken vinden we misschien in andere visies terug. Maar het zou toch ook gek zijn dat de hele visie bol zou staan van zaken die nieuw zijn en/of zaken die we nog niet weten. In die zin moeten we als raad, echt als raad zijnde, door al onze visies die we vragen aan het college, een satéprikker halen om het grote geheel bij elkaar te brengen en daar inderdaad kaderstellend voor bezig te zijn. De voorzitter: Mijnheer Wienk, interruptie voor u.

Mijnheer Van der Waal, gaat uw gang. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. U zegt, de visie moet worden aangepast omdat er actuele zaken veranderd zijn. Dat is zo, maar horen actuele zaken in de visie? Deze visie is bedoeld om te gelden tot ongeveer 2050, laat het desnoods zijn 2040. In die tijd zullen een heleboel dingen ook weer veranderen. Er zullen periodes van werkloosheid zijn, er zullen periodes van andere arbeidstekorten zijn. En de netcongestie daar wordt hard aan gewerkt, die zal tegen die tijd misschien voorbij zijn. In het algemeen zullen er gezamenlijke problemen zijn van ondernemers en die moeten worden aangepakt. Maar dan kan dat algemeen geformuleerd worden, niet heel specifiek op het probleem van nu. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, dank u wel. De heer Wienk: Mijnheer Van der Waal, ik ben het helemaal met u eens. Dat is ook de reden dat we…Sorry. De voorzitter: Mijnheer Wienk, aan u het woord. -20-

De heer Wienk: Mijnheer Van der Waal, ik kan het ondersteunen, want één keer in de vijftien jaar moet zoiets inderdaad worden herijkt om te kijken wat we met de moderne markten aankunnen. Kan ik verder gaan als… Ja, even kijken… De voorzitter: Mijnheer Wienk, er is nog een interruptie. Deze keer van de heer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. De heer Wienk noemt twee heel concrete voorbeelden waaruit de urgentie voor een herijkte economische visie zou blijken. Namelijk netcongestie en veranderende ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Laat die energiecongestie nou net onderwerp van gesprek zijn in de energievisie die onlangs is vastgesteld. En de arbeidstekorten en arbeidspotentieel en alles wat met arbeidsmarkt te maken heeft, wordt ook aangestipt in de stadsvisie. Als die voorbeelden daarmee komen te vervallen, wat is dan specifiek de toegevoegde waarde van deze economische visie die nu voor ligt? De voorzitter: Het woord is aan de heer Wienk. De heer Wienk: Dank u wel, voorzitter. In principe moet je dit document zien als een soort leidraad waar andere visies bij aan moeten sluiten. Waar je onderdelen van deze visie ook in andere visies terugvindt. Maar de samensmelting van die visies moet het beleid zijn van de gemeente Oldenzaal. Het college voor de toekomst. Want dat hebben we als raad ook gevraagd aan het college. De voorzitter: Mijnheer Wienk, gaat u door.

De heer Wienk: Oké. Even kijken. We pleiten er natuurlijk wel voor dat het uitvoeringsprogramma hier krachtig, maar vooral beknopt wordt gehouden. Het gaat immers om de daden en niet om het papier op de visie. Dat roept overigens bij ons wel de vraag op wanneer het uitvoeringsprogramma klaar is en op welke wijze wij hier als raad worden geïnformeerd. Als fractie van de WG zien we ook in het document opgenomen dat wij als gemeente willen groeien naar 40.000 inwoners. Als leukste gemeente van Nederland zal dat moeten lukken. En we zijn ook voor de senioren de meest interessantste stad van Nederland. Dat is ook nodig om juist die voorzieningen als zwembad, sportaccommodaties en andere voorzieningen in stand te houden. Maar bij het realiseren van de economische visie hebben wij ook jongeren nodig. En daarom willen we één- en tweepersoonswoningen die betaalbaar zijn voor de jongeren. Zo bereiken wij in onze optiek de groei. Of zoals wij in de katholieke stad ook vaker zeggen, of de pastoor moet even langs komen. Echter deze groei levert ook een extra aandachtpunt op. En dat is de zorg. Voor ons een economie op zich. Maar in dit visiedocument voor ons te weinig inbreng is geweest.

En de vraag aan het college is dan ook, hoe gaat het college de verhoogde vraag naar zorg verder opvangen? Voorzitter, er is in dit visiedocument een goed economisch wensbeeld, een perspectief van onze stad weergegeven. Vormgegeven door de stakeholders, de ondernemers en de maatschappelijke organisaties. Mooi dat er zoveel betrokkenen input hebben willen leveren ten behoeve van deze economische visie. En ook dat geeft de betrokkenheid van onze stad aan. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Wienk, dank u wel voor uw bijdrage. Dan constateer ik dat het CDA heeft afgezien van de eerste termijn en dat dat ook geldt voor Solidair Oldenzaal. Dan geef ik het woord aan het college. De heer Christenhusz: Voorzitter, gezien de discussies willen we graag even vijf minuten schorsen, even ons ergens op beraden en dan als het u goed vindt de vergadering laten hervatten.

-21-

De voorzitter: Prima. Een schorsing van vijf minuten tot drie. Ik heropen de vergadering, maar ik wil nog even één opmerking maken en dat gaat over het interrumperen. Als je wilt interrumperen, druk dan de knop in voor het spreken. Dan gaat het lampje groen branden en dan kunnen wij zien, ook in volgorde, wie aan de beurt is. Te kort indrukken, dan gebeurt er niks. Dan flitst hij hier even op en dan zien we helemaal niks. Dus dat is even lastig. Dus doe het op deze manier. Goed, ik geef het woord aan de heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Ondanks het feit dat de economische visie tot nu toe veel spreektijd in deze raad al gekost heeft, komen we ook tot de conclusie dat niet zoveel vragen in de richting van het college zijn gesteld. Dus ik heb, net als mijn collega's volgens mij, niet zo heel veel vragen te beantwoorden. Ik ga dus ook maar gewoon beginnen met de amendementen van D66. Het eerste amendement, volgens mij is dat een politieke opvatting van u. Het college ontraadt het amendement wel, maar de discussie, dat is natuurlijk ook in deze raad ook al gebeurd, die moet u vooral onderling laten plaatsvinden. Het tweede amendement ontraadt het college ook. Ik heb ook al tijdens het politiek forum aangegeven dat je moeilijk een hek om Oldenzaal heen kunt zetten. En dat is ook in de discussie volgens mij in deze raad al aan de orde geweest.

De arbeidsmarkt die wij kennen is niet alleen lokaal, is ook subregionaal, regionaal en zelfs landelijk. Hetzelfde geldt voor… De voorzitter: Mijnheer Christenhusz, er is een interruptie van de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal, gaat u gang. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. Het verschijnsel hek om Oldenzaal heb ik in zoverre ontkracht, dat is helemaal niet een onderdeel van mijn visie, niet een onderdeel van mijn amendement. Het gaat om het gezamenlijk met andere plaatsen oplossen van de behoefte aan werkgelegenheid. Waarbij elke inwoner van elke plaats de vrijheid heeft om in zijn eigen plaats of een andere plaats werk te zoeken. De voorzitter: Dank u wel voor deze toelichting, mijnheer Van der Waal. Het woord is aan de heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Voorzitter, volgens mij is deze vraag ook al in het politiek forum aan de orde gekomen. En ook de heer Visscher refereerde daar, we hebben nu eenmaal een stad met een industrie die sterk vertegenwoordigd is. En waar ook inwoners van kleinere buurtgemeenten om ons heen werkzaam zijn. En ja, dat is die centrumfunctie die we vervullen. En ik denk dat we trots mogen zijn op het Oldenzaalse bedrijfsleven, dat we die functie kunnen vervullen in Twente. Voor amendement drie geldt dezelfde motivatie. Die ontraden wij dus als college ook.

Amendement vier, dat laten we eigenlijk een beetje aan de stemming van de raad over. Wat ons betreft mag de toevoeging die door D66 wordt ingebracht, worden overgenomen. Wij snappen ook wel de opmerking die de heer Visscher maakte. Dus in die zin is dat aan u als raad. Amendement vijf, politieke opvatting, ontraden wij wel als college. Discussie moet onderling plaatsvinden. Amendement zes gaat collega Zinkweg straks nog iets over vertellen. En amendement zeven, politieke discussie. Het college ontraadt het amendement, maar de discussie moet en heeft volgens mij al onderling plaatsgevonden. Dan, naar aanleiding van het betoog van de heer Van der Waal, kwam er nog een vraag van GroenLinks rondom Hanzepoort West. En Hanzepoort West, de afspraken die met de provincie zijn gemaakt, betekent dat we dit gebied tot, in het kader van de programmering van bedrijventerreinen nog mogen ontwikkelen tot industriegebied. En ik denk dat we dat naar de toekomst als Oldenzaal ook moeten koesteren. Dan de hele discussie over…

-22-

De voorzitter: Mijnheer Christenhusz, nog moment. Ik zie dat de heer Snijders hier toch nog op wil reageren. Mijnheer Snijders, gaat uw gang. De heer Snijders: Ik heb, bedankt voor het beantwoorden van de vraag, maar ik heb hem eigenlijk niet helemaal begrepen. Hebben wij nou een afspraak met de provincie over dat we Hanzepoort West inzetten als energieterrein of hebben we dat nog niet? De heer Christenhusz: Die hebben we. Dat is iets wat geldt, afspraken tussen de programmering van bedrijventerreinen over de veertientwintig gemeenten onderling in samenwerking met de provincie. En daar is dit gebied op groen gezet om tot ontwikkeling te mogen brengen als bedrijventerreinen. Dan de discussie, voorzitter, over visies. En wie is daar nu verantwoordelijk voor? Hebben we er te veel of te weinig? Ik denk dat we inderdaad veel visies hebben. Soms zijn die op basis van wet- en regelgeving ook noodzakelijk. Soms vraagt u er zelf naar, want als je terugkijkt naar de economische visie, dan is die natuurlijk aangekondigd bij de programmabegroting.

En dan worden daar ook geen opmerkingen over gemaakt van, college, zult u dat nou wel of niet gaan doen? Sterker nog, ik kan mij een politiek forum herinneren, en dat was of bij de voorjaarsnota of bij de najaarsnota, waar wij de economische visie op rood hadden gezet, omdat die te laat werd opgeleverd, dat de vraag gesteld werd van, wanneer komt die nu? Dan toch nog even naar die motie toe. Visies zullen we nodig hebben. Laat ik dat voorop stellen, over de gehele linie heen, over alle domeinen heen, over alle portefeuillehouders heen. Wij snappen wel het portee van die motie. Dus op het moment dat wij hier de toezegging doen dat we in de toekomst heel goed zullen gaan nadenken of we nog een visie zullen gaan ontwikkelen. En u zou dat als raad ook scherp in zijn, want dat is dan echt wel een wisselwerking. Dan wil het college die handreiking in uw richting doen. En dan zou dat in feite ook betekenen, als we daar met elkaar scherp op blijven, dat de motie dan in die zin ook zelfs overbodig zou zijn. De voorzitter: Interruptie van de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman, gaat uw gang. De heer Bouwman: Ja, dat is niet zozeer een vraag, maar toch een opmerking. Onder de Omgevingswet moeten we ook als gemeente een omgevingsvisie vaststellen. En daarin is juist de bedoeling dat we alle sectorale beleidsvisies integraal opnemen in een omgevingsvisie.

Dus eigenlijk is discussie ook misschien een beetje mosterd naar de maaltijd. Maar ik heb ook wel even een vraag. Op het moment dat er ontwikkelingen aandoen binnen Oldenzaal, en we hebben een omgevingsvisie, we hebben een economische visie, we hebben een mobiliteitsvisie, we hebben een, noem alles maar op. Maar hoe gaat het college een ontwikkeling of initiatief toetsen? Heeft het daar ook een volgordelijkheid in, dat bijvoorbeeld de omgevingsvisie prevaleert boven de economische visie? Of pakt het zomaar wat visies uit de kast en beoordeelt het aan de hand van alle visies? De heer Christenhusz: Voorzitter, volgens mij hebben we aangegeven dat onze stadsvisie en straks ook onze omgevingsvisie, dat die de paraplu zijn en dat alle andere visies die hangen daar dan in feite onder. Dus dan begin je bij de paraplu visies. Ik ben het overigens wel, en terecht dat u die opmerking maakt, wel met u eens dat een oproep tot minder visies, hoe vreemd het nu ook klinkt, onze omgevingsvisie daar wel behulpzaam bij kunnen zijn. Omdat een aantal elementen die we nu soms in die kolommenvisies hebben, laat ik het maar even zo omschrijven, uiteindelijk wel in die omgevingsvisie straks een positie moeten krijgen. Dus inderdaad, die opmerking van u is een hele terechte en onderschrijft het college ook. Visies ontwerpen via AI.

Een waardevolle suggestie, ik denk dat we die nog eens mee moeten nemen. En hoe AI ons daarbij behulpzaam kan zijn. Waarom dan een extern bureau ingeschakeld? Op dat moment dat we met deze economische visie, die overigens terecht ook een aantal keren is opgemerkt, vijftien jaar oud is, ontbrak het intern aan de menskracht -23-

om die daarop in te gaan zetten. De heer Wienk, uitvoeringsprogramma. Dat past in de lijn om uiteindelijk ook minder visies op te stellen. Laten we het vooral de handen uit de mouwen steken en wat minder aan papier toevertrouwen. Dus ik denk dat een beknopt uitvoeringsprogramma echt aan de orde is. Daar willen we in het eerste kwartaal van volgend jaar mee gaan starten. Dat heeft er ook mee te maken met het feit dat ook in de ambtelijke organisatie weer iemand beschikbaar is op het terrein van EZ. En zo gauw het uitvoeringsprogramma beschikbaar is, dan gaan we u daar natuurlijk via de geëigende wegen over informeren. Te weinig inbreng voor de zorg. Als u daarmee bedoelt dat de vergrijzing en de dubbele vergrijzing in het Oldenzaal een hogere zorgvraagstuk met zich meebrengt, dan kan collega Yildirim daar waarschijnlijk nog wel iets over vertellen. Wat we dan doen daarmee in het kader van onder meer de Twentse koers. Want dat is denk ik echt wel een aandachtspunt wat niet alleen voor Oldenzaal geldt, maar waar we echt regionaal in moeten gaan samenwerken. Volgens mij ligt die vraag er dan nog, voorzitter, en ligt de vraag rondom amendement zes, de horeca voor jeugdigen, jongeren er ook nog. Die laatste om daarmee te beginnen, voorzitter, als u dat goed vindt, zal collega Zinkweg beantwoorden. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Christenhusz.

Ik vind het goed dat mevrouw Zinkweg deze vraag gaat beantwoorden. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Dank u wel, voorzitter. Even een reactie op amendement zes van D66. Daarin geeft u aan dat u graag ziet dat we in de samenvatting opnemen dat we ook een stimulerende rol zouden moeten vervullen als het gaat om het aantrekken van meer uitgangsgelegenheden voor jongeren. Zoals u wellicht heeft kunnen zien, staat in het hoofdstuk dat de gemeente al een uitnodigende en faciliterende rol zou willen vervullen in de toename van het aantal uitgangsgelegenheden. En dan met name weer voor jongeren. Wat wij hebben gedaan is in die samenvatting kort en bondig verwoorden wat we gaan doen. Dus daar ziet u dat niet terug. Dat doen we echt op die hoofdlijnen. Dus dan gaan we dat niet nog een keer allemaal weer herhalen. Maar wij zijn ook van mening als college dat we niet moeten gaan stimuleren. En eigenlijk, de vraag werd zojuist al gesteld, wat verstaat u dan onder stimuleren? Want ik zie stimuleren en het college ook, als het bevorderen van iets om dat actief daadwerkelijk te gaan bewerkstelligen. Maar als ik u zo hoor, dan gaat het om vragen in de markt of iemand niet naar ons toe wil komen. Dat is wat wij dus verstaan onder die uitnodigen en die faciliterende rol vervullen. Dus volgens mij doen we wat u vraagt, alleen noemen wij dat anders. Wij noemen het echt niet stimuleren.

Stimuleren zien wij als bijvoorbeeld met een subsidie mensen aantrekken. En dat is niet wat wij op dit gebied willen doen. Dat willen we echt aan de markt overlaten. Dus amendement zes, zoals u hem heeft opschreven, willen we ontraden als college. Dan nog even een reactie op de heer Kramer, want we hebben het toch inderdaad gehad over wellicht verschil van inzicht. Ik denk dat als ik dat weer ga herhalen dat we dan weer in hetzelfde welles-nietes verhaal gaan komen, dus ik wil daar best wel met u nog over van gedachten wisselen, maar volgens mij nu niet meer te herhalen wat ik tijdens het politiek forum hem heb gezegd. Dus dat nog even als reactie daarop. De voorzitter: Goed, dank u wel. Excuus. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Want er is nog een vraag open rondom de verhoogde vraag naar zorg en hoe we die ook willen opvangen. Op lokaal gebied doen wij veel op wonen, welzijn en zorg gebied. Daar hebben we toch nog weer een visie op geschreven, die ook door u is vastgesteld als raad. Wij doen ook in de regio hier heel veel op, op het gebied van ‘…’ moment, maar ook met name samenwerking. Samen14, Twentse koers werd al net genoemd, dus daar wordt heel veel aandacht geschonken ook aan juist het ontzorgen van de mensen, zodat we straks de minder

-24-

beschikbare capaciteit ook efficiënt kunnen gaan inzetten. Dus er is voldoende aandacht, lokaal als regionaal, op dit gebied. De voorzitter: Ik zie dat de heer, wethouder Yildirim klaar is met zijn bijdrage vanuit de eerste termijn, beantwoording. Ik ga over naar de tweede termijn. We houden dezelfde spreekvolgorde aan. Dan kijk ik naar de heer Van der Waal. Wilt u het woord? De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Er wordt gesproken door de wethouder, het zal terecht zijn, neem ik aan, dat Oldenzaal een centrumfunctie heeft, een functie voor omliggende dorpen. Dan is mijn vraag, waarom is dat in de visie nergens terug te vinden? Niet in de bijlage, niet in de tekst. Wij zijn dus op het verkeerde been gezet. Of de visie is onvolledig. De visie hoort uit te gaan van een goede analyse en een goede uitwerking. Wat betreft amendement zeven, dat wordt afgeraden op basis van afspraken met de provincie. Mijn vraag is, heeft de provincie bepaald dat precies van grasspietje tot grassprietje het weiland achter de Hanzepoort moet worden ingevuld of gaat het om een aantal vierkante meters? Ten slotte, de motie van de PvdA. Daar zullen wij in meegaan, hoewel we daar wat moeite in hebben. Maar het is voor het bestaande ambtenarenapparaat zinvol om tijd vrij te krijgen om het werk goed te doen en niet, laat ik even ten onrechte zeggen, afgeleid te worden door het maken van visies.

Dus op die manier komt er tijd beschikbaar om dingen af te maken. Maar we gaan met de motie mee. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, dank u wel. Ik ga over naar de heer Kramer van de PvdA. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Het college reikt ons de hand en die uitgestoken hand neem ik graag aan. Tegelijkertijd geloof ik in de schoonheid van besluitvorming. In het verlengde daarvan lijkt het me goed om de wederzijds uitgestoken handen ook als zodanig te verankeren als raad. Dus ik handhaaf het voorstel daarom met dien verstande dat ik de woorden van de heer Christenhusz ook interpreteer als een aanmoediging aan ons als raad als geheel om voor die motie te stemmen. Wolliger dan dat kan ik het niet zeggen. Verder, het college refereerde al in de vorm van mevrouw Zinkweg even aan de welles-nietes-discussie die twee weken geleden gevoerd is. Ik concludeer dat we daar niet uit gaan komen met elkaar. Maar toch een vraag, omdat deze avond al bol staat van zelfreflectie, is het college het met mij eens dat het zeer zorgwekkend is dat talige documenten aan interpretatie onderhevig zijn. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Kramer, dank u wel voor uw bijdrage. De VVD, mijnheer Visscher. Niet. Dan GroenLinks, mijnheer Snijders. De heer Snijders: Ja, ik ga nee op alles stemmen, behalve op de economische visie.

En van het voorstel van de PvdA wil ik nog toevoegen dat ik, zonder dat ik zicht heb op dat alles is afgedekt met visies, niet met het voorstel in ga stemmen. De voorzitter: Mijnheer Snijders, dank u wel voor uw bijdrage. Dan de heer Wienk, ziet af van een tweede termijn. Dan kijk ik nog even. CDA, mijnheer Gelevert. De heer Gelevert: Dank u wel, voorzitter. We vinden de visie zoals die is opgesteld prima document op basis waarvan bij de uitvoering de juiste afwegingen kunnen worden gemaakt door het college en de raad. Ik constateer dat de heer Van der Waal de economische visie niet zorgvuldig genoeg heeft gelezen, ofwel de brede strekking ervan niet helemaal inziet. De amendementen vernauwen de visie op bepaalde punten en dat vinden wij geen verbetering. En de heer Van der Waal lijkt eraan voorbij te gaan dat het document nadrukkelijk ook de brede welvaart aangeeft als afweging. Wij zijn tegen de

-25-

voorgestelde amendementen. We zijn het met de VVD eens dat er de komende tijd met name gewerkt moet worden aan de uitvoering, maar we steunen de afkeer van visie in het algemeen bij de VVD niet. Wat betreft de motie van de PVDA wil ik opmerken dat visies op verschillende terreinen elkaar kunnen het tegenspreken en die vragen daarna dan ook bij de uitvoering om afwegingen en dan komt de raad ook weer aan zet. Tegenstellende doelen en afwegingen in visiedocumenten betekent niet per se, niet per definitie dat de raad niet in control is, zoals werd opgemerkt. Wij steunen deze motie ook dan niet. De voorzitter: Mijnheer Gelevert, dank u wel voor uw bijdrage. Dan kijk ik nog even naar Solidair Oldenzaal, mijnheer Bouwman, voor u de tweede termijn. De heer Bouwman: Dank u. De heer Kramer deed achter de spreekstoel zijn oproep. Wij konden het betoog goed volgen. We zullen ook tegen het voorstel stemmen, an sich. De motie van de PvdA steunen wij. We hebben even getwijfeld of we amendement vijf zouden steunen, omdat wij ons volledig konden vinden in de laatste overweging. Echter, de tekstuele wijzigingen die u wilt wijzigen, daar kunnen we ons niet in vinden. Dus helaas gaan we daar ook niet in meer en de rest van de amendementen ook niet. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Bouwman, dank u wel voor uw bijdrage. Ik zie dat er nog een interruptie op volgt door de heer Van der Waal.

De heer Van der Waal: Voorzitter, de heer Bouwman geeft aan dat hij graag had meegegaan met amendement vijf, maar op basis van de tekst die weggehaald wordt, gaat hij niet mee. Waar is het bezwaar van de weggehaalde tekst, is mijn vraag? De voorzitter: Mijnheer Bouwman, aan u het woord De heer Bouwman: Ja, de tekst, ik ga hem er even bij pakken, een moment. Ah, u heeft hem hier, dank u wel. Het is toch handig als je naast elkaar zit. Even kijken, wat ons betreft is dit juist een opmerking waar we nog, het is niet echt een punt waar voor Solidair Oldenzaal, waarvan wij zeggen dat dit heel erg bezwaarlijk is om dit nu in de visie te laten staan als die aangenomen wordt. Hier kan de raad nog alle kanten mee op, op het moment dat wij de position paper gaan bespreken. Dus vandaar onze overweging. De voorzitter: Oké, mijnheer Bouwman. Dan zijn we nu gekomen aan het eind van de tweede termijn. En dan gaan we over naar stemming. Dus dan gaan we eerst…Sorry, excuus. Slaan we zo maar het college over. Het woord is aan het college, de heer Christenhusz. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij staan er nog twee vragen open. Centrumfunctie. Ik denk dat je als gemeente Oldenzaal echt wel aan kunt geven dat je een centrumfunctie hebt op het moment dat je meer arbeidsplaatsen hebt dan de beroepsbevolking groot is.

Centrumfunctie is overigens geen juridisch begrip, in tegenstelling tot centrumgemeente. Dat is wel een juridisch begrip. In sommige regelgeving is de gemeente Enschede centrumgemeente namens ons. Maar centrumfunctie is dat niet. Dus het is maar hoe je een woord wil gaan uitleggen. Daar waar het gaat om Hanzepoort West is het… De voorzitter: Mijnheer Christenhusz, er is een interruptie van de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel. De visie geeft achteraan een analyse van het aantal beschikbare arbeidsplaatsen en het overzicht van het aantal beschikbare werknemers, maar dan alleen voor -26-

Oldenzaal. Waarom wordt er niets gesproken over welke behoefte dan ook in de omgeving van Oldenzaal? De voorzitter: Mijnheer Christenhusz, aan u het woord. De heer Christenhusz: Omdat het de visie van Oldenzaal betreft en niet de visie van noordoost Twente, voorzitter. En als het gaat om Hanzepoort West, dat is door de provincie samen met de Twentse gemeenten vastgesteld als beleid dat we dit mogen gaan uitgeven. Gelukkig gaat de provincie niet over grassprietjes in deze. En als de heer Van der Waal wil weten hoe ver het gebied reikt, zit een kaartje in de economische visie. Maar als dat voor hem leidt tot onduidelijkheden, dan zou ik zeggen, neem contact met de ambtelijke organisatie. Dan zullen ze u exact uit kunnen leggen wat tot het grondgebied van Hanzepoort West behoort. De voorzitter: Mijnheer Christenhusz, dank u wel. Het woord is aan mevrouw Zinkweg. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Volgens mij was er ook voor mij nog een vraag, dat ging even over de welles-nietes-discussie en daarbij ook de vraag vanuit de PvdA of het college het dan mee eens is dat het zorgwekkend is dat er documenten zijn waaraan een verschil aan interpretatie aanwezig kan zijn. Volgens mij is het inderdaad verstandig dat er zo weinig mogelijk verschillen van interpretatie kunnen zijn, zodat u ook weet waar wij mee bezig gaan en wat u vaststelt.

Dus we zullen volgens mij naar de toekomst toe zo duidelijk mogelijk daarin moeten zijn dat we die welles-nietes-discussie niet hoeven te voeren. Dus daarmee kan het college het wel eens zijn met u. De voorzitter: Mevrouw Zinkweg, dank u wel voor uw bijdrage. Goed, dan zijn we nu dus wel aan het eind gekomen van de tweede termijn. Dan gaan we over tot stemming. Dan als eerste gaan we stemmen over het amendement één van D66, groei van de beroepsbevolking. Er is een probleem bij het CDA. Goed, dames en heren, een klein beetje aandacht. Er is zo net gestemd en de stemverhouding is één voor, twintig tegen. Dan gaan we over naar amendement nummer twee, kwaliteit arbeidsplaatsen. Uitslag amendement twee, één stem voor, twintig tegen. Dan gaan we over naar amendement nummer drie, onderzoek kwaliteitsbehoeften. Uitslag van amendement nummer drie, één voor, twintig tegen. Amendement nummer vier, robotisering. Uitslag robotisering, één voor, twintig tegen. Het volgende amendement is bevolkingskrimp. Uitslag amendement nummer vijf, stemming is één voor, twintig tegen. Amendement nummer zes, uitgaansgelegenheid. Ook hier dezelfde stemverhouding, één voor, twintig tegen. En dan amendement nummer zeven, Hanzepoort West. Eén voor, twintig tegen. En dan brengen we nu de economische visie van Oldenzaal in stemming. De uitslag van deze stemming...Dan gaan we even naar de tafel hierachter.

Eén moment. Om dit probleem op te lossen, moeten we dit voorstel opnieuw in stemming brengen. Dus dat gaan we nu doen. Dan is nu de uitslag 76 procent voor en 24 procent tegen. Aangenomen. Dan gaan we nu over naar de direct voorstellen. Eigen partij. Dan nog de motie. Die gaan we nu in stemming brengen. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Ja, namens WG Oldenzaal willen we graag een stemverklaring inbrengen. Wij kunnen ons in heel veel onderdelen van de motie kunnen we ons vinden in de strekking zoals de heer Kramer dat ook heeft toegelicht. Wij zijn heel erg blij met de toezegging van het college om daar een handreiking in te doen, om daarin al een aantal stappen te zetten. En met die handreiking nemen wij genoegen en daarom gaan wij tegen deze motie stemmen. Dank u wel.

-27-

De voorzitter: Oké, dat is duidelijk. Prima. Verder geen reactie hierop? Dan gaat die nu in stemming worden gebracht. Ik zie hier dat deze motie geen meerderheid heeft gekregen. In de geest wel. Oké, prima. D(irect)-voorstellen 7. Voorstel tot het vaststellen van de herziening Archeologische waardenkaart De voorzitter: Goed, dan gaan we over naar het volgende onderdeel. Voorstel tot het vaststellen van de herziening Archeologische waardenkaart. Niemand? Dan brengen we dit voorstel in stemming. Een rondje doen. Dit voorstel is met 100 procent stemmen aangenomen. 8. Voorstel tot het vaststellen van de wegenlegger met bijbehorende wegenkaart De voorzitter: Dan over naar het vaststellen van de wegenlegger en bijbehorende wegenkaart. Die gaan we nu in stemming brengen. Ook dit voorstel is met 100 procent van de stemmen aangenomen. Dan gaan we over…Oh, wacht even, sorry. Aangenomen. 9. Motie vreemd Motie vreemd - VVD - Experiment woningvergunningen De voorzitter: Dan motie vreemd. Motie vreemd van de VVD. Daarvoor geef ik het woord aan de heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, wachten we op de heer Maartens of zal ik beginnen? Nee, ik ga wel beginnen. Voorzitter, langzamerhand begint het een beetje de traditie te worden bij ons als Oldenzaalse VVD. Een raadslid die een goed idee van een forumlid mag presenteren in een raadsvergadering.

Dus het feit dat ik hier nu sta, ontslaat mij niet van de plicht om de geestesvader van deze motie, Erwin Iepma, te bedanken. Oktober is woonmaand. En hoe fijn zou het zijn dat iedereen zou kunnen wonen in een woning op een plek waar hij of zij wil wonen. Dit begint met een van de meest kwetsbare groepen in de Oldenzaal zaal, de starters. Daarom vinden wij als Oldenzaalse VVD tijd voor actie. En waarom actie? Momenteel zien we dat Oldenzaal langzamerhand aan het vergrijzen is. Het inwoneraantal blijft stabiel of neemt zelfs af op lange termijn. En dat is, zoals de heer Wienk al net zojuist zo mooi zei, niet iets dat we zouden moeten willen. Om een stad te blijven met voorzieningen als een zwembad, een rijk verenigingsleven en vele mooie werkgevers, is het belangrijk om te blijven groeien en verjongen. We moeten ervoor zorgen dat een steeds grotere groep gepensioneerde Oldenzalers, voor een steeds grotere groep gepensioneerde Oldenzalers, een jonge groep mensen klaarstaat die bijdragen aan de lokale economie en vitaliteit. Als lokale overheid zijn we nu in staat om daarop te sturen. Met een woningmarkt als de huidige is dat natuurlijk erg lastig. Woningen worden steeds moeilijker te betalen en er komen steeds meer geïnteresseerden voor hetzelfde huis. Daarom is het belangrijk om het aantrekkelijker en gemakkelijker te maken voor starters om een huis te kopen.

Gelukkig biedt de gewijzigde Woningwet 2014 hier een mogelijkheid voor. Via een huisvestigingsverordening kunnen wij een systeem instellen waarbij voorrangsrecht kan gelden voor bepaalde woningen. Dit voorrangsrecht kan dan verlopen via een stelsel van vergunningen. Alleen personen die die specifieke vergunningen hebben krijgen dan voorrang bij het kopen van een nieuwbouwhuis. Natuurlijk willen wij dit niet voor de gehele Oldenzaalse woningmarkt ongebreideld openzetten. Dit zou namelijk de markt ernstig verstoren. Bovendien zit er ook een limiet aan wat de gewijzigde

-28-

Woningwet allemaal toestaat en wat realistisch is om te kunnen financieren. Dit zijn respectievelijk bedragen van 390 en 428.000 euro. Bovendien ligt het ook in de lijn met de huidige verkoopprijzen van starterswoningen en woningen van een Oldenzaal in het algemeen. Deze liggen namelijk op 398.000 euro. Ook willen we het afkaderen op specifieke nieuwbouwwoningen binnen projecten en starters limiterend op personen tot 35 jaar met een lokale binding. En dan is dit het punt om ons toe te lichten waarbij we aan de portefeuillehouder gaan vragen om de huisvestigingsverordening aan te passen, zodat we daarmee het voorrangsrecht kunnen gaan regelen. Maar dit is geen oplossing. Dit is geen snelle oplossing. En zoals we eerder hebben aangegeven, het is nu tijd voor actie. Daarom vragen we om iets anders. Iets wat eenvoudiger en vooral sneller uit te voeren is. Wij vragen om een experiment om te kijken in hoeverre het werken met voorrangsrecht de doelen die ik eerder benoemde kan verwezenlijken. Geen uitgebreide procedures, maar eerst kijken of het werkt om vervolgens over te gaan naar borging in de wetgeving. Natuurlijk hebben we ook eerst naar andere gemeenten gekeken die een vergelijkbaar experiment hebben uitgevoerd. Echter, de resultaten zijn niet onverdeeld in onder andere Utrecht en Terschelling.

Daarom moeten wij met ogen open kijken naar de hopelijk positieve impact die het heeft op de Oldenzaalse woningmarkt door te kijken naar een aantal van tevoren gedefinieerde succesfactoren. Samenvattend roepen we op tot het volgende. Eén, een experiment uit te voeren die het effect van een voorrangsrecht gaat testen waarbij er maximaal drie nieuwbouwprojecten met betaalbare koop in dit experiment opgenomen worden. Twee, middels dit experiment startende woningzoekenden de mogelijkheid te geven door het aanvragen van een huisvestigingsvergunning bij de gemeente Oldenzaal en zodoende deze specifieke doelgroep voorrang te verlenen. Drie, bij deze doelgroep minimaal rekening te houden met het feit dat de aanvrager meerderjarig moet zijn en een geldige verblijfstatus moet hebben. Ook zal een leeftijdsgrens tot 35 jaar en een inkomenseis gedefinieerd moeten worden. Bovendien moet de aanvrager een sociale of economische binding met de gemeente Oldenzaal hebben. Vier, eenmalig 100.000 euro uit de algemene reserve te onttrekken en deze gelden aan te wenden als innovatiebudget. En hier, indien blijkt dat het verstrekte innovatiebudget ontoereikend is, over te rapporteren aan de raad. Vijf, dit experiment een doorlooptijd te laten hebben van twee jaar en het vervolgens te evalueren aan vooraf geïdentificeerde succescriteria.

Zes, indien het een succes is een nieuwe huisvestigingsverordening te creëren en deze door de gemeenteraad te laten vaststellen. Kortom, laten we kijken en deze uitdaging aangaan en daarmee het mogelijk maken voor starters en ze meer mogelijkheden geven op de Oldenzaalse woningmarkt om onze mooie stad levendig te houden. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp, dank u wel voor de inbreng. En ik zie, dat is heel mooi, ik zie heel wat. Ik zie de heer Yildirim, die is de enige die dat netjes heeft gedaan, dus die mag als eerste het woord. Dank u wel. De heer Snijders: Oh ja? Waarom is die van mij dan rood? De voorzitter: Ik denk omdat je een groen shirt aan hebt. We hebben een winnaar. De heer Snijders: Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het een sympathiek voorstel vind. Ik vraag me alleen af waarom dat drie weken voor de begrotingsbehandeling wordt ingediend. Ik vraag me af waar die 100.000 euro op gebaseerd is. Ik vind dat een redelijk bedrag. We gaan naar een ravijnjaar. Over drie weken hebben we een begrotingsbehandeling. En dan kunnen we integraal afwegen wat we wel en wat we niet willen. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp, u heeft het woord. Moment, de heer Mekelenkamp heeft het woord op het eerste deel van uw vraag. -29-

De heer Mekelenkamp: Voorzitter, daar zijn we dan. Ik hoop dat u een fotografisch geheugen heeft, want ik weet niet meer wie er als eerste was en wie er daarna was. Dus ik hoop dat de griffie u daar goed in gaat ondersteunen. Mijnheer Snijders, oktober is woonmaand en wij behandelen de begroting in november. De voorzitter: Dank u wel voor dit korte antwoord. De heer Snijders krijgt nog een tweede termijn. De heer Snijders: Dat is natuurlijk een ‘…’ antwoord, maar goed. Dat slaat nergens op. Daar heb ik nog de vraag waar die 100.000 euro op gebaseerd is. En wat ik vergeten was, er staat inkomenseis. Is dat een onder- en een bovengrens of alleen een ondergrens? De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp, aan u het woord. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, die 100.000 euro, dat is momenteel een schatting. Ik kan er geen uitspraken over doen, anders had ik hier in het huis gewerkt waarschijnlijk. Als ik een reëel bedrag had kunnen noemen, dan had ik het u helemaal tot achter de komma netjes gegeven. Wij vertrouwen er in ieder geval op dat de portefeuillehouder goed en verstandig met de middelen omgaat. En op het moment dat er meer middelen nodig gaan zijn, dan zoals de motie voorschrijft, dan zal hij bij ons terugkomen. En, ben ik heel even aan het nadenken over uw tweede vraag. Over de inkomenseis, ja.

Ja, de inkomenseis, we willen natuurlijk voorkomen dat wij de mensen, we willen juist hiermee starters in staat stellen om een eerste woning te kunnen kopen. En starters die niet per se van dit voorrangsrecht gebruik hoeven te maken, die wel de middelen hebben, zouden wij daarmee dus eigenlijk willen ontmoedigen in de belangrijkste zin. De voorzitter: Nou gaan we oppassen dat het geen pingpong wordt. Een laatste vraag. De heer Snijders: Ja, ik heb nog heel veel reserve tijd over. Die begrijp ik niet helemaal. U heeft het over starters. Is een starter altijd iemand met een laag inkomen? Kun je als miljonair niet je eerste huis kopen? Waarom sluiten we die dan uit of omdat die dan maar een ander huis moet kopen? Maar zijn die er dan? De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp, aan u het antwoord. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, we hebben voornamelijk gekeken dan als je het hebt over inkomenseis aan een maximum inkomenseis en niet aan een minimum inkomenseis. Ik denk dat dat de vraag van de heer Snijders beantwoord. De voorzitter: Goed, dan was de volgende in de lijst, die heb ik wel heel goed onthouden, raadslid Yildirim. Aan u het woord. De heer Yildirim: Dank u wel voorzitter. Dat is op zich wel een interessant punt wat u als laatste maakt, want u wilt een maximum gaan stellen.

Maar heeft u uitgerekend hoeveel een gezin moet verdienen om 4 ton te lenen? De voorzitter: Mijnheer Yildirim. De heer Mekelenkamp: Dat zou ik even uit mijn hoofd moeten noemen. Uit mijn hoofd is dat, ik zal voor 4 ton denk ik tussen de 80, plusminus 80.000 euro bruto per jaar. De voorzitter: Raadslid Yildirim, u mag nog een keer reageren. -30-

De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Dat is misschien wel een best accurate schatting. Dat komt dan neer op ongeveer 7000 euro per maand. Begrijp ik dan goed dat de heer Mekelenkamp voorrang wil verlenen aan gezinnen die 7000 euro per maand verdienen? De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, we hebben het over een verzamelinkomen dan, inderdaad, van een heel gezin. We hebben het niet hier sec alleen over instarters, laten we dan even de vakterm er voor gebruiken. Instarter, dus mensen die alleen een huis zoeken. We hebben het ook over mensen die, een jong stel, wat nu allebei bij wijze van spreken thuis woont, of wat nu in een huurwoning van de WBO woont, en die dan gezamenlijk met zijn tweeën op zoek gaan naar een eerste koopwoning. Bovendien, als wij dan deze mensen in een bevoorrechte positie kunnen zetten, betekent het ook dat er verderop in de woningmarkt de trein aan het rijden komt, en dat er dus meer mensen in kunnen stappen en dat meer mensen kunnen wonen in de woningmarkt. De voorzitter: Uw antwoord roept nog een laatste vraag op bij de heer Yildirim. De heer Yildirim: Even een laatste opmerking voorzitter, dank u wel. Dan ben ik wel echt benieuwd dat als 7000 minimum is om 4 ton te kunnen lenen, wat dan uw voorgestelde maximumprijs is. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp al, nog één keer een reactie.

De heer Mekelenkamp: Voorzitter, dan zou ik raadslid Yildirim willen verzoeken om in ieder geval de motie te lezen. Want wij spreken dan over een maximumgrens in de motie. Een maximumgrens van 400.000 euro. Maar er zijn in Oldenzaal ook de afgelopen jaren ontwikkelingen geweest, plannen geweest op Stakenbeek. Waar ook gewoon, bij wijze van spreken hoekwoningen, tussenwoningen voor 325.000 euro. En die zouden hier dan juist expliciet onder gaan vallen. Maar op het moment dat we het niet gaan doen, dan betekent dat gewoon Jan en alleman er naartoe kan. Terwijl wij juist hebben, wij willen juist dat soort woningen beschikbaar worden gesteld voor mensen die nu en in de toekomst een bijdrage kunnen leveren aan een vitaal Oldenzaal. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp, bedankt. Oh, ik zie nog een interruptie. Dan is het blijkbaar heel duidelijk geweest. Toch. Mijnheer Bouwman, aan u het woord. De heer Bouwman: Oh, toch wel. Ja, toch wel op het knopje moeten drukken. Ja, maar…Goed, dan laat ik eventjes mijn punt maken. Onze fractie steunt elk voorstel dat enigszins, ook maar enigszins de woningmarkt helpt. Wij denken dat deze motie ten dele de woningmarkt helpt, maar we hebben nog wel een aantal vragen. Ten eerste, u heeft het over maximaal 390.000 euro.

Heeft u er ook aan gedacht om die prijs iets naar beneden te brengen, zodat we in de sociale koopsfeer komen, rond de 3 ton, 320? Heeft u daar aan gedacht? En ten tweede zet u in punt twee, geeft u aan dat startende woningzoekenden een huisvestingsvergunning kunnen aanvragen. En zodoende deze specifieke doelgroep voorrang te verlenen. Maar ik vraag me even af, op basis waarvan zou het college een vergunning moeten afgeven? Want we moeten de huisvestingsverordening dan nog wijzigen. Heeft u daar ook een idee bij hoe u dat geregeld wilt zien? De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp, aan u het woord. De heer Mekelenkamp: De eerste vraag, mijnheer Bouwman, over de maximum 320.000 euro. Wij spreken hier in deze motie spreken we sec over nieuwbouwwoningen. En dan zeker voor dat soort bedragen kom je heel snel op het gebied van projectmatige nieuwbouw. Wij willen juist de grens iets -31-

omhoog trekken, zodat we het ook voor meer mensen mogelijk gaan maken. En bovendien is dit ook in lijn met zowel de gewijzigde Huisvestingswet als ook de NHG-grens. Die daarbij ook voor geldt. En uw tweede vraag, ik merk dat het een beetje laat begint te worden, de avond. De voorzitter: Mijnheer Bouwman, nog een keer het woord aan u. De heer Bouwman: Begrijp ik. Nee, u geeft aan in punt twee dat woningzoekenden een huisvestingsvergunning kunnen aanvragen. Maar ik zit een beetje met de volgordelijkheid, want volgens mij moet je eerst een huisvestingsverordening hebben voordat je een vergunning kan aanvragen op basis van wat u met deze motie wilt. Dus volgens mij heeft het college straks geen handvaten op het moment als deze motie technisch uit wordt gevoerd zoals die op papier staat. Maar goed, het is ook even aan het college hoe ze daar zelf op naar kijken. Maar mijns inziens moet daar eventueel nog aan gesleuteld worden. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Ik denk dat het portefeuillehouder daar een heel mooi poëtisch antwoord op gaat geven, of kan geven. De voorzitter: Mijnheer Bouwman, nog een laatste reactie. De heer Bouwman: Ja. Wij gaan deze motie straks zeer waarschijnlijk steunen. Maar onze fractie heeft één wens. Want de afgelopen tweeënhalf jaar hebben we heel veel moties over woningbouw zijn aangenomen, unaniem.

Er is een initiatiefvoorstel aangenomen, unaniem, door onze raad over flexwoningen. We zijn tweeënhalf jaar verder en onze fractie bemerkt dat geen van die moties of initiatiefvoorstellen tot nu toe tot een gewenst resultaat heeft geleid. Dus ik hoop van harte dat er eindelijk een keer een resultaat komt van alles wat hier in de raad naar voren wordt gebracht. En vandaar dat we ook zo meteen zeer waarschijnlijk met uw motie meegaan. De voorzitter: Deze toezegging heeft u. Ik kijk even, er is een klein beetje verontrusting over de volgorde. Daar waren een aantal mensen die waren net wat eerder, bij de allereerste keer. Dus ik wil nu het woord geven aan de heer Wagelaar. De heer Wagelaar: Dank u wel, voorzitter. Fijn dat het gelukt is. ik weet dat het een pilot is, maar wat is uw verwachting hoeveel mensen we hiermee gaan verblijden op basis van bijvoorbeeld ervaring elders? Tweede vraag, het is een individuele maatregel. Zou u het niet veel krachtiger vinden om meer initiatieven tegelijkertijd in te zetten en te piloten om zo op de trein op de woningmarkt echt te laten rijden. Dus ook in een keer de huisvestingsverordening aan te laten passen. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp, aan u het woord. De heer Mekelenkamp: Een tweetal dingen. Natuurlijk, ja, we kunnen meerdere dingen tegelijk piloten.

Dan is alleen wel de vraag van, stel we zien daar een verbetering, waar komt het door? Stel je gaat twee dingen tegelijk testen, bij wijze van spreken kamerbewoning en dit voorstel. Stel, de Oldenzaalse woningmarkt wordt er beter van, geen idee hoe we het gaan meten, maar dat is ook een van de oproepen in deze motie, waar komt het dan door? Komt het doordat we kamerbewoning toe gaan staan of dat we met vergunningen gaan werken? Anderzijds, wat kunnen we bereiken? Dat hangt ook een beetje eigenlijk af van wat we hier weten te realiseren als raad en wat we hier…Als er niks gebouwd wordt, niks nieuws gebouwd wordt, dan kunnen we ook niets realiseren en dan kunnen we ook, zullen we ook het experiment niet kunnen starten en uit kunnen voeren. Dus dat dat is -32-

eigenlijk mijn grootste zorg eigenlijk. Dus daarom hebben zoiets van, als we actie erop gaan zetten, focus op gaan zetten, dan hoop ik in ieder geval een grote groep Oldenzalers hiermee te gaan bereiken.’…’ Ik kan wel een getal gaan noemen, maar dat is niet op waarheid berust. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp, bedankt voor dit antwoord. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Ik zal hier en daar wat plagerig formuleren, maar het is niet bedoeld als beledigend. De vraag is, in deze enigszins communistische motie, mis ik de wooneis. Stel, een liberaal zonder sociale achtergrond koopt op deze manier, volgens de regels terecht, een woning en gaat er niet in wonen, maar zal de woning gaan verhuren aan tot slaaf gemaakte buitenlanders. Is het mogelijk om in deze regels op te roepen om ook een wooneis op te nemen? De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp, ik weet niet of hier op wilt antwoorden. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, gezien de woorden die de heer Van der Waal in zijn vraag gebruikt, weiger ik zijn vraag te beantwoorden. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, aan u nog een keer, één keer het woord. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik heb aangegeven dat de woorden plagerig gebruikt worden.

De vraag is, kan er een wooneis worden opgenomen om misbruik van deze regeling tegen te gaan? De voorzitter: Dit lijkt me een iets betere formulering. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Ondanks de andere bewoording die de heer Van der Waal gebruikt, heb ik er toch wel moeite mee om deze vraag te beantwoorden. Ik vind de insinuatie die er onder aan ten grondslag ligt, die vind ik van dermate niveau, dat ik hier mij verre van af hou, omdat ik alsnog besluit om deze vraag niet te gaan beantwoorden. De voorzitter: Dat is prima. Dat antwoord, daar moet de heer Van der Waal het dan mee doen. Dan kijk ik naar de overkant, dat was de heer Winkelhuis. In eerste instantie was het de heer Winkelhuis. Bij deze. Aan u het woord. De heer Winkelhuis: Dank u wel, voorzitter. Dat het me toch gelukt is. De eerste keer op het knopje drukte lukte, niet de tweede keer, niet de derde keer, maar hier zijn we dan. Nee, een vraag aan de VVD en aan de heer Mekelenkamp in dit geval. Het is natuurlijk een supersympathieke gedachte dat we zoveel mogelijk Oldenzalers hier willen houden. Solidair Oldenzaal refereerde al aan de discussies die we hebben gehad over, waar zijn we naar op zoek voor die starters. Zijn dat nou ruime woningen, eengezinswoningen, of zijn er ook jongeren die graag bij pa en ma een keer aju willen zeggen, en zeggen, ik wil op mezelf gaan wonen.

En volgens mij en volgens onze fractie is er dringend behoefte aan woningen voor één- en tweepersoons huishoudens. Deze motie gaat over nieuwbouw. En de vraag die wij hebben is van, in hoeverre krijgen we met deze motie ook werkelijk die woningen die wij zoeken. Want ik hoor u spreken over woningen van 4 ton, voor starters. Dat zijn, ik heb het net nog een keer meegekregen, enorme bedragen voor starters. Hoe krijgen wij het voor elkaar dat we die groep die daaronder zit, met deze motie toch ook werkelijk zover krijgen. Dus hoe krijgen wij eigenlijk projectontwikkelaars zover dat ze zeggen, oké we gaan kleinere woningen bouwen voor een categorie die het echt kan betalen. Ik hoor u zeggen van betaalbare woningen, daar hebben we nu discussie over, we hebben er al vaker discussie over gehad, wat is nou betaalbaar

-33-

voor wie. Ik hoor bedragen van 350 net, wat betaalbaar is. Ik ben benieuwd wat jullie nu echt als betaalbare woningen zien, die hier ook werkelijk onder vallen. De voorzitter: Mijnheer Winkelhuis, dank u wel. Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, dan ga, trap ik bijna in een valkuil om mezelf te gaan herhalen. Het is een maximumbedrag. Dus hoe hoger we het maximumbedrag zetten, hoe meer Oldenzalers we kunnen helpen. En hoe meer nieuwbouwwoningen we eigenlijk kunnen laten vallen onder deze vergunningsplicht. En hoe meer woningen dat dus zijn, hoe meer jongeren bij pa en ma weg kunnen. Hoe meer jongeren van een, stelletjes kunnen van een huurwoning naar een starterswoning gaan. En hoe meer doorstroom we kunnen creëren op de Oldenzaalse woningmarkt. Tegelijkertijd zijn we ook hier als raad aan zet. Ik bedoel, heel simpel, als wij voor Stakenbeek fase 2, ik noem maar wat. Als wij dan zeggen, weet je wat het is, we willen allemaal woningen hebben van minimaal 4,5 ton. Ja, dan gaat deze vlieger, nooit vliegen. Dus ook daarin zullen wij onszelf als raad echt aan moeten kijken. Dat we ook gaan zeggen, ook bij Stakenbeek, ook bij Gravenweide, ook bij alle nieuwe ontwikkelingen die in onze stad gaan komen zullen wij dan moeten kijken.

Hoe kunnen we daar zoveel mogelijk, en dat kunnen we doen met projectontwikkelaars, misschien, ik ga niet zeggen dat we korting moeten gaan geven op de grondprijs, maar hoe kunnen we het door misschien kleinere kavels aantrekkelijker te maken, bouwen aantrekkelijker maken daardoor, dat de woningen goedkoper worden. En ik denk dat dat voornamelijk een hele grote zoektocht is, maar dat is een zoektocht die we met zijn allen aan moeten gaan hier. De voorzitter: Mijnheer Mekelenkamp, dank u wel. Dan kijk ik nu nog even naar mevrouw Oude Engberink, aan u het woord. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Ik sluit even aan bij de andere collega's van WG Oldenzaal, die net ook al vragen hebben gesteld. Want in de ontvangst van de motie hebben we die vrij nauwkeurig doorgenomen. Ondertussen is die ook een keer aangepast. Dus de vorige versie die we in eerste instantie kregen was wat magerder. En ik vind hem nu echt al wel wat aangescherpt. Er zit ook echt wel wat, in de oproep naar het college wat verduidelijking in. Maar toch puzzelt het ons wel. Want ja, wij zijn voorstander van het initiëren van moties die helpen om starters sneller, beter, mooiere plek op de woningmarkt te kunnen krijgen. En de heer Winkelhuis gaf dat net ook al aan, het gaat ook om die één- en tweepersoonshuishoudens.

De voorzitter: Ik hoor een punt en dat is ook het punt waar ik de heer Van der Waal het woord geef. Die wil interrumperen. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor, dat is geen aanval op u, maar ik hoor een andere versie. Ik ken maar één versie, dat is deze. Is die aangepast? Zo ja, wanneer is die aangepast? Ken ik de laatste versie of moet ik me eerst voorbereiden? Dat is even de vraag. De voorzitter: Ja, ik weet niet aan wie u die vraag stelt. Oké, mevrouw Oude Engberink, aan u het woord. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: In collegiale consulten hebben raadsleden af en toe ook met elkaar onderling contact voordat er een motie of amendement of voorstel of bijdrage of, wat voor soort bijdrage hier in het openbaar wordt gedeeld, hebben collega's ook wel eens contact met elkaar. En vanuit dat contact, daar refereer ik aan.

-34-

De voorzitter: Dank u wel voor het antwoord. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Kan ik verder met mijn… De voorzitter: U mag verder met uw betoog. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel. En vervolgens zijn wij, wat ik in ieder geval aan de heer Mekelenkamp mee kan geven, is dat wat u constateert in uw motie, dat we daar zeker ook achter kunnen staan. Vervolgens geeft u een overweging mee. Daar in de strekking kunnen we ook zeker ons wel in vinden, want het zijn gewoon feiten die u weergeeft. Maar vervolgens zoekt u een oplossing en geeft u daarin met zes verschillende oproepen naar het college een richting aan om voor een bepaalde groep woningen en een bepaalde groep inwoners van Oldenzaal een oplossing te vinden. En wat ons daaraan opvalt is dat u daarmee een hele grote groep inwoners afblokt die niet de mogelijkheid hebben om aan dit experiment mee te doen. En vervolgens heb ik een aantal vragen. En een aantal zijn hier in de zaal al wel genoemd, maar ik wil ze toch aan u meegeven in de hoop dat u die ook kunt beantwoorden. Want u geeft bijvoorbeeld aan dat het experiment, dat is in uw bijdrage, dat elders in het land experimenten lopen om effect van het voorrangsrecht te toetsen. U noemt Utrecht en Terschelling. Daarin geeft u aan dat het niet onverdeeld zijn, die reacties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14835790/1