CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Printversie Transcript

Gemeenteraad 10 juli 2023, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Programma raadsvergadering55.791 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Ik hoor alleen vaker van het college dat dat op een aantal punten een probleem is. Ik kan niet beoordelen of dat op dit punt ook een probleem is. Die beantwoording laat ik graag over aan het college. Die hoort daar ook thuis, denk ik. En dan zag ik mevrouw Berger. Mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel, voorzitter. Nog even terugkomen op mevrouw Nevels, over uit welke koker komt dat? Volgens mij hebben de zorgpartners heel duidelijk aangegeven dat de gemeente de regie in hand dient te nemen, want iedereen ... Tenminste wat ik er destijds van heb begrepen, is dat iedereen van alles wil, maar het komt niet tot zijn recht. Maar ik ben het wel duidelijk met u eens dat dit ook echt daadwerkelijk zo in

het raadsprogramma staat geschreven. Waarom dan precies het Sociaal Hart? Wel een mooi initiatief hoor, maar hier zijn we zo lang mee bezig geweest. Hadden we het toch beter hier al in kunnen ... Maar dat moest allemaal op hoofdlijnen. Ik begrijp niet zo goed waar dit vandaan komt. De voorzitter: De heer Maartens. De heer Maartens: Volgens mij is het niet strijdig met het raadsprogramma. De voorzitter: Dan concludeer ik dat dit de bijdrage was vanuit het CDA. Dank u wel. c.

GroenLinks

De voorzitter: Dan ga ik na de volgende op het lijstje. Dat was GroenLinks, maar het is de VVD. Wat is het verschil? De heer Visscher: Voorzitter, heeft u nog een half uur? De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Ik heb maar tien ... De voorzitter: Ik wilde even checken of u wakker was, maar daar bent u. En nog even voor de mensen thuis, maar ook voor het verslag, inmiddels ook de heer Mekelenkamp, zoals al aangekondigd, om ongeveer vijf uur de zaal binnengetreden en doet ook mee in de beraadslaging. De heer Visscher. De heer Visscher: Ik heb maar tien minuten. Ik zal er maar niet op ingaan. Voorzitter, we hebben het afgelopen jaar wederom veel geld overgehouden van onze begroting. En dat is vanuit procesmatig perspectief wellicht niet optimaal, maar financieel gezien is het op zich prima. Natuurlijk zien we dat veel zaken zijn uitgesteld door allerlei oorzaken, maar het is op zich niet vervelend dat we nu onze reserves verder kunnen opbouwen. Er komt namelijk nogal wat op ons af de komende tijd, zeker ook wanneer we kijken naar het afgrondjaar 2026, waarop de financiering door het Rijk te wensen overlaat. Ergens verwachten wij dat dat gerepareerd wordt, maar met het Rijk weet je het nooit. Daarom reserves opbouwen is altijd verstandig voor de toekomst.

Belangrijk is ook de vraag, wat gaan we dan met dat geld doen? Afgelopen jaar hebben we reserves gevormd voor de uitvoering van ons raadsakkoord, raadsprogramma. En voor de besteding van het huidige overschot hebben wij een aantal denkrichtingen. En daar zullen wij ook een paar moties bij indienen. Eerste denkrichting is om te investeren in zaken die onze lasten kunnen verlagen. Daarbij denken we aan bijvoorbeeld de verdere verduurzaming van onze gemeentelijke accommodaties, maar ook van bijvoorbeeld straatverlichting, elektrificeren van ons wagenpark en investeren uiteindelijk ook in het eenvoudiger maken en bestendiger maakt van onze zorgopgave. Voor wat betreft de eerste twee zaken horen we graag van het college welke stappen hierin gezet kunnen worden en of de kosten hiervoor in beeld zijn. Voor wat betreft het Sociaal Domein denken we aan het verder doorvoeren van de zelfindicering door instanties. Proeven op dat gebied zijn succesvol geweest en hebben bewezen dat we hier tijd en geld mee kunnen besparen, zonder in te boeten op de kwaliteit van de zorg. En daarnaast zou het ook mooi zijn, daar hebben we het net ook al uitgebreid over gehad, wanneer we versnelt het Sociaal Plein kunnen verbeteren.

Dat zal wellicht geen direct voordeel in onze lasten betekenen, maar het is wel heel erg belangrijk dat onze inwoners op een fatsoenlijke manier ontvangen kunnen worden op het Sociaal Plein. Van het gesprek dat wij gevoerd hebben met een aantal instanties komt de motie over het zelf indiceren. En ik zal daarbij het dictum voorlezen. Om een eenmalig bedrag van 50.000

euro beschikbaar te stellen aan de zorgpartners, zodat de zorgpartners een plan kunnen ontwikkelen om het anders indiceren te verbreden. Deze investering ten laste te laten komen van de algemene reserves. Tijdens de ontwikkeling van dit plan zich te laten informeren door de zorgpartners en de raad in het voorjaar 2024 te informeren over de voortgang. Als we kijken naar maatschappelijk vastgoed dienen we ook een motie in met als dictum, om een revolverend fonds op te zetten dat ingezet kan worden om maatschappelijk vastgoed te verduurzamen, waarbij investering via besparing vervolgens weer terugvloeit naar het fonds. Dit revolverend fonds niet alleen voor gemeentelijk vastgoed te gebruiken, maar ook de doelgroep van DUMAVA, oftewel het duurzaam maatschappelijk vastgoed, aan te houden. En bij ontwikkelingen daarnaast ook gebruik te maken van beschikbare regelingen. Een tweede denkrichting voorzitter, is het meer investeren, tijdelijk investeren in menskracht. Bij veel opgaven in dossiers zien we gebrek daaraan. Daardoor worden projecten later opgestart en lopen ze uit. Zouden er mogelijkheden zijn om extra tijdelijke menskracht in te huren? En zou ons dat bij projecten ook echt vooruit kunnen helpen? En die vraag stel ik aan het college. Onze laatste denkrichting heeft alles te maken met Oldenzaal 2040.

We gaan een langetermijnvisie voor de stad maken en dat is belangrijk voor iedereen in onze stad. En daarbij willen wij vooral inbrengen om groot te denken. En aan groot denken hangt vaak ook een groot kostenplaatje. In de Stadsvisie die we recent, nou recent, in 2008 gemaakt hebben, en de heer Lulofs heeft er laatst ook al aan gerefereerd, hebben we op één vlak ook groot gedacht, namelijk het afbreken van De Vijfhoek wanneer dat mogelijk zou zijn. Die kans hebben we gehad, maar die kans hebben we helaas ook laten lopen. Het is daarom ook goed om te vermijden dat we straks te veel kaders stellen bij de totstandkoming van onze nieuwe Stadsvisie. We moeten echt de creativiteit het werk laten doen. Bij grote projecten denken wij dan vanzelfsprekend aan projecten die ons verder helpen als stad. En dan kunnen we denken aan de verdere verduurzaming, maar ook de aantrekkelijkheid van onze stad en ook het verdienvermogen van onze stad. Wij hopen van harte dat er vanuit de samenleving grote ideeën komen die we als raad en college kunnen omarmen en waar we de mogelijkheden goed van kunnen afwegen en bekijken. Voorzitter, ik kom tot een aantal specifiekere onderwerpen. In eerste instantie de binnenstad. We zijn blij dat onze StadsNoabers de vaart erin hebben en gekomen zijn tot een prioriteitenlijst voor projecten in de binnenstad. Eén van die projecten betreft parkeren.

Een dossier wat al heel lang boven de markt hangt. Het is ons nog steeds onduidelijk wat eigenlijk de juiste koers moet zijn. Zijn dat de flitsparkeerplaatsen of is dat toch een uur gratis parkeren? Vanuit de StadsNoabers hebben wij vernomen dat er ideeën zijn om alsnog te gaan kijken naar een uur gratis parkeren, het eerste uur gratis parkeren, maar met aanpassing in de vervolguren, zodat dit kostenneutraal zou kunnen. In andere steden, zoals ook in Enschede, schijnt dat goed te werken. Vraag is aan het college, is op dit moment helder wat de voorkeur heeft van de binnenstadondernemers? Is dat flitsparkeren of is dat een eerste uur gratis? Er loopt ook een onderzoek naar de parkeerdruk. En we zijn benieuwd wanneer wij hiervan de eerste resultaten kunnen verwachten. Ons recente debat over het zonneveldenbeleid staat bij ons zeer positief op het netvlies. Een mooie inhoudelijke discussie, zo is wat ons betreft de politiek bedoeld. Toch beklijft vooral één ding, de netcongestie. Recent heb ik samen met de VVDbestuurders en raadsleden een gesprek gehad met de inmiddels demissionair minister van Economische Zaken Micky Adriaansens. En zij gaf aan dat er op dit punt veelvuldig met de netbeheerders wordt gesproken om te kijken naar de oplossing hiervan. Ook wordt er nadrukkelijk gekeken naar maatwerk als het gaat om stikstofuitstoot bij de uitbreiding van het net.

Want wij vinden het een erg bijzondere paradox dat maatregelen om ons klimaat te helpen niet uitgevoerd kunnen worden door andere maatregelen die ons klimaat ook weer moeten helpen. En de vraag concreet is, we gaan niet over het land, maar kan het college aangeven wat de status op dit moment is van ons eigen netwerk? Een zaak die Oldenzaal behoorlijk bezighoudt, is de ontwikkeling op het spoor. Bij de recente informatiebijeenkomst is duidelijk dat mensen zich daar erg veel zorgen over maken. Ik moet daarbij ook wel eerlijk zijn, want ik ben zelf ook bij die bijeenkomst geweest, het verhaal wat ProRail daar hield was klip en klaar en ook geldt dat voor de reactie van ons college. Sommige zorgen die mensen maken zijn echt onnodig. We moeten met elkaar ook iets beseffen, namelijk dat

de spullen die wij vervoeren over het spoor dat die, zoals letterlijk door ProRail gezegd, ook in ons eigen keukenkastje staan. En als we nadenken om eventueel spoorvervoer weer over de weg te laten gaan, dan is de ellende helemaal niet meer te overzien, want dan loopt de A1 weer vast, met alle onveiligheidsresultaten als gevolg. Duidelijk is ook dat onze invloed als Oldenzaal en als gemeenteraad, maar ook als college beperkt is, eigenlijk zeer beperkt is. Het is duidelijk dat we moeten samenwerken met Twente en eigenlijk zelfs ook met gewoon heel Oost-Nederland. Desondanks lijkt het ons goed om toch een statement te maken richting al die instanties die betrokken zijn bij dit dossier, zowel de Rijksoverheid als ProRail. En om die reden dienen wij de volgende motie in met het dictum, om samen met betrokken gemeente in Oost-Nederland een gezamenlijke verklaring op te stellen waarin de zorgen omtrent de toename van het spoor worden geuit. Inzichtelijk te krijgen waar de knelpunten zich binnen deze gemeente bevinden. Deze verklaring actief te verspreiden onder de betrokken instanties, belanghebbenden en andere besluitvormingsorganen, maar met name onder het ministerie van Verkeer en Waterstaat. Het belang van de leefbaarheid, veiligheid en welbevinden in betrokken gemeenten te benadrukken en in te zetten op passende maatregelen om de negatieve effecten tot een minimum te beperken.

In overleg te treden en te blijven met betrokken partijen en te streven naar een constructieve dialoog, waarbij de belangen van betrokken gemeenten en haar inwoners centraal staan. En ik besef ook, mocht die vraag straks gesteld worden, dit is een druppel op een gloeiende plaat. Maar ik vind dat wij naar onze inwoners toe de plicht hebben om in ieder geval duidelijk te maken hoe wij daar als gemeenteraad instaan. Volgende onderdeel is de asielcrisis. Wij vangen op dit moment diverse groepen op, zowel vluchtelingen als statushouders. En de verwachting is dat dat nog verder zal moeten worden uitgebreid. En wij zijn eigenlijk wel benieuwd naar het integratieproces. Kan het college ons inzicht geven, en dat wellicht niet meteen vandaag, maar misschien na de zomervakantie, in het integratieproces. Wij zien eigenlijk zelf een hele actieve groep Oekraïners die zich op allerlei manieren inzet voor de samenleving en zich betrekt. Maar geldt dit ook voor de andere groepen die wij opvangen? Daar graag een reactie. Tot slot, voorzitter, financieel gezien gaat het ons op dit moment crescendo. Maar hoe gaat dat in de verdere toekomst? De reserves die we nu hebben en die we nu opbouwen zijn hard nodig voor alles wat we nog moeten doen. Verduurzamen, IHP, binnenstad en al die andere projecten die we graag met elkaar willen.

Daarom is het goed te blijven kijken naar componenten om onze reserves juist verder te vergroten. En kan het college in dat kader aangeven wat de status is van de verkopen van ons gemeentelijk vastgoed en onze aandelen Twence? In het kader van het vergroten van ons kapitaal zien wij ook nog mogelijkheden om meer gebruik te maken van SPUK-subsidies. En zoals de fractie dat had bedacht, om Oldenzaal een SPUK-je mooier te maken. Dienen wij ook daartoe een motie in met het volgende dictum. Uit te zoeken welke aanvullende SPUK aangevraagd kunnen worden voor het verlagen van onze structurele lasten. Daarbij ook mee te nemen hoe waarschijnlijk het is dat een SPUK verleend wordt. En de raad hierover bij de begrotingsbehandeling te informeren. Voorzitter, dan zal iedereen natuurlijk de vraag stellen, gaat er nog wat geks gebeuren? Uiteraard. Komt er nog een cadeautje? Ja, maar die is niet voor het college, ook niet voor de raad, maar voor één van onze vaste toehoorders. Recent heeft de persoon in kwestie, hij zit daar, een column geschreven over een onderwerp waar wij het, laten we het netjes zeggen, niet met elkaar eens zijn. En de persoon in kwestie was zelfs dusdanig geschokt dat hij er ook niet zonder kleerscheuren van af is gekomen. Sterker nog, wij schijnen zelfs kledingstukken van hem kapot gemaakt hebben.

Geachte heer Scheper, daarom hopen we met dit cadeautje het weer een klein beetje met u goed te maken. Tot slot, voorzitter, toch nog een persoonlijk dingetje. Het is vandaag toch wel een bijzondere dag gebleken met het aftreden van onze minister-president. En ik vind dat ik in ieder geval als aanvoerder van de Oldenzaalse VVD hem moet bedanken voor dat hij dertien jaar lang met ziel en zaligheid ons land geleid heeft. Dat heeft hij niet altijd goed gedaan, maar over het algemeen wel. En we moeten maar zien, over een half jaar, wat we daarvoor terugkrijgen. Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel. Ik zie een aantal leden van de raad die graag nog met u in gesprek ga. Ik begin bij de heer Yildirim. De heer Yildirim. De heer Yildirim: Dank je wel, voorzitter. Wij hebben twee vragen over het verduurzamen van maatschappelijk vastgoed. Verduurzamen kunnen we alleen maar toejuichen. De eerste vraag is, met welk bedrag dient het fonds gevuld te worden? Want dat is wel belangrijk om mee te kunnen stemmen of niet. En verwacht de heer Visscher dat de opbrengst van de opgenomen maatregelen voldoende is om daadwerkelijk te revolveren? Dat was hem, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Visscher. De heer Visscher: Dat geldt eigenlijk net zoals bij de vorige spreker, om hoeveel geld? Dat is moeilijk te zeggen. Daarom ook de vraag aan het college van, hebben ze in beeld wat die maatregelen gaan kosten? En ik denk dat als we dat weten, dat we dan kunnen bepalen wat er in dat fonds moet gaan. En ik denk dat daar zeker een revolverende oplossing voor is. Want er is heel veel maatschappelijk vastgoed. En als je de DUMAVA-norm hanteert, gaat het echt niet alleen om de gebouwen van de gemeente zelf, maar gaat het om heel veel gebouwen in de stad. Ik ben ervan overtuigd dat daar voldoende capaciteit inzit om daadwerkelijk te revolveren. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even, de heer Lulofs. De heer Lulofs: Dank u wel, voorzitter.

Ik heb met interesse geluisterd en ik vond het wel mooi. Investeren om daarmee de lasten te kunnen drukken, was ook het adagium wat wij in de vorige periode, bij de behandeling van de Kadernota en de begroting in 2018, ‘19 en ’20, elke keer terug hebben laten komen. Blijkbaar zijn we toen wel gehoord, maar werd er niet geluisterd. En ik vind het wel heel mooi dat het nu gewoon terugkomt bij een andere partij. En ik hoop dat we hier ook de handen voor elkaar gaan krijgen. En wat ik ook goed vind aan de bijdrage van de VVD, dat is dat ze nu ook wel gaan merken dat we een beetje de onderkant van de personele bezetting van dit stadhuis hebben bereikt en dat we daar echt goed met elkaar over na moeten denken dat we dat op een goed en kwalitatief goed peil gaan houden. Ik ben nog niet zozeer voorstander van inhuur. We hebben wel vaker discussies gehad hier in de raad. En als het zover is, dan zullen we toch maar weer een klein beetje moeten uitbreiden met alle taken die we hier in Oldenzaal hebben. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik merkte geen vraag, meer een opmerking van algemene aard. De heer Maartens. En ik wil u allen wel vragen om het ... Want anders hebben we zo meteen geen tweede termijn, dat zou ik jammer vinden. Maar ik ga naar de heer Maartens. De heer Maartens: Twee vragen.

Zorgpartners anders indiceren, is ons uit het hart gegrepen, maar dat weten jullie, denk ik. 50.000 euro daarvoor, ik denk dat je misschien dan ook wel iets meer kunt doen. Namelijk eens gaan kijken als zorgpartners hoe je met elkaar daadwerkelijk nog meer kunt gaan samenwerken dan je nu al doet. Ik hoor graag uw reactie daarop. En het tweede, het parkeren. Is het flits of is het eerste uur gratis? Volgens mij, wij hadden in ieder geval in ons verkiezingsprogramma staan, parkeren mag van ons gratis. Is dat ook een optie? De voorzitter: De heer Visscher, ga uw gang. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Interessante vraag. De eerste, ik denk dat dat helemaal past ook in wat jullie zelf net hebben ingebracht ten aanzien van het Sociaal Hart. Dit komt vanuit de zorgpartners. We

hebben overleg gehad daarover met de zorgpartners. Die hebben gezegd, als we 50.000 euro daarvoor krijgen, dan kunnen wij met een uitgewerkt plan komen om dit in gang te zetten. Er kan altijd meer wat samenwerking betreft. Ik bedoel, daar zijn wij alleen maar voorstander van. Maar goed, we wachten ook nog even de beantwoording van het college af daarin. Maar uiteraard, hoe meer samenwerking, hoe beter. En parkeren gratis. Op dit moment niet, want we gaan op 2026 af. Het is nu allemaal nog mooi, positief, maar we gaan straks een ravijn in. Het lijkt me niet verstandig om nu al zes ton op het spel te zetten. Maar wat ik zelf ook vanuit StadsNoabers gehoord heb, er zijn echt wel mogelijkheden om een uur gratis te doen, zonder dat dat ons geld gaat kosten. Volgens mij moeten we ook eerst maar eens vragen aan de ondernemers van, wat wil je eigenlijk? Want eerst was het flitsparkeren. Het wordt geregeld, flitsparkeren. En nu zeggen ze, we willen geen flitsparkeren, we willen toch gewoon een uur gratis parkeren. Ik denk dat het ook heel belangrijk is dat de ondernemers zich duidelijk uitspreken wat hun voorkeur heeft. De voorzitter: De heer Maartens. En dan ga ik door. De heer Maartens.

De heer Maartens: Dat laatste, dat ondernemers zich duidelijk uitspreken, want het flitsparkeren heeft ook mij bereikt dat daar toch uiteindelijk de oplossing niet blijkt te zijn, dan denk ik, dat moet je vooral doen. En ik wil daar graag nog één ding aan verbinden. Mijnheer Visscher maakte een opmerking over de heer Rutte. En ik wil heel graag ook hier gezegd hebben dat natuurlijk zijn er dingen fout gegaan, maar hij heeft wel meer dan tien jaar het landsbelang gediend. En ik mis dat zo nu en dan in de publiciteit, laat ik het maar zo zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Bouwman. Die had ik beloofd. De heer Bouwman en dan kom ik bij de heer Van der Waal. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Ik wilde nog heel even terugkomen op de vorige discussie over parkeren de term gratis parkeren. Dat bestaat niet, want parkeren kost altijd geld. Linksom, rechtsom, dat geld moet ergens vandaan komen. Dat wil ik even gezegd hebben. En de tweede, we hadden het net over het bedrag van 600.000 extra voor de parkeergelden.

Die vraag ga ik ook aan u stellen, waar komt die 50.000 euro vandaan? Gaan we die alleen aan het plan besteden of worden die ook ergens anders voor gebruikt, die gelden? Dan zijn wij heel blij om te zien dat u de contradicties ziet tussen enerzijds de netcongestie die een probleem is, anderzijds de stikstofmaatregelen die die uitbreiding en de verbetering daar weer van blokkeert, want dat is precies waarom wij tegen The Global Goals zijn, want The Global Goals geven aan dat de ene doelstelling de andere niet mag bijten. Dat betekent dat je op dit soort dossiers nooit verder komt, omdat de ene doelstelling de ander niet mag bijten. Zo staat het letterlijk in The Global Goals. Mooi om te zien dat de VVD nu met een praktisch voorbeeld dat ook nu eindelijk ziet. En de motie spoor, wij vinden dit eigenlijk wel een mooie motie, maar we vragen ons af, zijn de zorgen al niet bekend bij eenieder en worden die niet vanuit collega al richting ministerie geuit? De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel. Ik ga de vraag over de 50.000 even doorverwijzen naar mijn secondant, mevrouw Nevels. De ander vraag over het spoor, ik denk dat de zorgen op zich wel bekend zijn, maar wij hebben ons als raad nooit echt krachtig uitgesproken. En ik denk dat het daar tijd voor is om dat gewoon te doen. En daar kan het college mee aan de slag. Dat zal een steun in de rug voor ze zijn.

Maar ik vind wel dat wij naar de inwoners toe duidelijk moeten maken dat wij er ook zorgen over hebben. Mevrouw Nevels: Even over die 50.000 euro. In het gesprek met de zorgpartners is gebleken dat zij een afgekaderd iets willen gaan doen, een plan willen maken om het indiceren te verbreden. We zijn gestart met

anders indiceren voor de dagbesteding. Dat willen we uitbreiden of dat willen zij graag uitbreiden. Zij denken dat zij daarvoor echt de juiste capaciteit en middelen hebben om dat te doen. En om dat plan op te stellen, daarvoor een bedrag van 50.000 euro beschikbaar te stellen. Om het plan op te stellen. De voorzitter: Dan ga ik weer terug ... Mevrouw Nevels: Niet om het uit te werken. De voorzitter: Dan kom ik weer terug bij de heer Visscher, want ik begrijp dat u nog een nog een aanvulling had? De heer Visscher: Even een omissie, de spoormotie is ook namens CDA en WG. Dat was ik even vergeten te melden. Excuus. De voorzitter: Helder. Dan ga ik naar de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u, voorzitter. Ik heb drie vragen. Ik denk dat ik ze weer een-voor-een stel met een antwoord daarna. Allereerst even de complimenten voor de inbreng. Mijn voorganger zou hier ook heel tevreden over zijn. En omdat de rollen hierbij een klein beetje lijken te zijn omgedraaid, wil ik ook omgedraaide vragen stellen. Bij de indiceringsmotie is de vraag die u gesteld zou hebben, wat is de onderzoeksvraag die gesteld wordt voor het onderzoek en wie gaat penvoerder zijn? Dat is de eerste vraag tot nu toe. De voorzitter: Dan kan de heer Visscher die direct beantwoorden.

De heer Visscher: De belangrijke vraag is, hoe kunnen zorgpartners het project zelf indiceren uitbreiden? We hebben wat proeven gedaan. En die proeven lijken heel erg goed te zijn uitgepakt. Hoe kunnen ze dat gaan uitbreiden? En dat lijkt me de belangrijkste onderzoeksvraag in deze. De voorzitter: Vraag twee. De heer Van der Waal: Vraag twee gaat over het tweede voorstel met het revolverende fonds voor de verduurzaming. Mijn vraag is, is een revolverend fonds niet te traag voor de snelheid die we moeten hebben in dit geval. De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Dat ligt eraan hoeveel we erin stoppen uiteraard. Kijk, als we er heel veel instoppen, dan kunnen we heel veel vaart maken. En als we er minder instoppen, kunnen we minder vaart maken. Dat ligt eraan. De voorzitter: En dan kom ik weer bij de heer Van der Waal, want u had nog een derde vraag. De heer Van der Waal: Dank u wel. Revolveren betekent in feite van, we investeren, want we krijgen daar wat van terug. Dat is een helder antwoord. Laatste is, is er een reden om aan te nemen dat er door Oldenzaal te weinig SPUK-subsidie wordt aangevraagd? Eigenlijk is dat de volledige vraag die ik heb. Dank u. De voorzitter: Mooi. Kort. De heer Visscher.

De heer Visscher: Die hebben wij omgedraaid binnengekregen. Wij hebben namelijk de vraag gekregen dat er meer mogelijkheden zijn. Ik weet niet of we te weinig aanvragen, maar er zijn in ieder geval mogelijkheden om meer aan te vragen. Dat is eigenlijk wat wij terugkregen hebben. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er ... De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Kunt u een indicatie geven van de bron die dit heeft aangegeven, want het antwoord geeft bij mij wat vraagtekens. De voorzitter: De heer Visscher. De heer Visscher: Ik geef hem door aan secondant Mekelenkamp. De voorzitter: De heer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Dank u wel, voorzitter. Maar goed dat ik op tijd was in ieder geval, dan kan ik deze vraag antwoorden. Wij hebben erbij onder andere gekeken naar de rapportage die de minister van BZK heeft aangeleverd aan de Tweede Kamer over 2022. Daar zien we, uit mijn hoofd, dat we ongeveer ... In Oldenzaal maken we tussen 25 en 35 SPUK-regeling, -subsidies, hoe je het wil noemen, maken we van gebruik. En er is een landelijk aantal wat ruim boven de 100 ligt. Natuurlijk zitten er een aantal hele specifieke, maar het is niet voor niets een specifieke uitkering namelijk, want we kunnen wel een subsidie aanvragen voor een SPUK die voor Breda geldt, maar ik denk niet dat wij als Oldenzaal daar dan iets verleend over zullen krijgen.

Maar in ieder geval, er is een aantal niet specifiek genoeg, waar wij nog zeker aanspraak op kunnen maken. De voorzitter: Dank u wel Dan dank u wel, de heer Visscher. d.

PvdA

De voorzitter: En dan ga ik door en kom ik bij SO. Zeg ik dat goed? Dat zeg ik goed. Nee, excuus, de Partij van de Arbeid. Die zie ik staan. En ik moet wel het lijstje langslopen. De heer Lulofs of de heer Kramer? De heer Kramer, ga uw gang. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Op 1 mei vieren mijn soortgenoten en ik de Dag van de Arbeid. Dat is de dag waarop wij stilstaan bij de introductie van de acht uur durende werkdag. En deze feestdag is vandaag de dag misschien wel urgenter dan ooit. Niet omdat onze rechten als werknemers verder onder druk komen te staan, maar juist omdat we vandaag de dag moeten beseffen dat verandering niet vanzelf gaat. Of belangrijker nog, dat verandering iets is dat bij jezelf begint. Een voorbeeld komt uit mijn eigen persoonlijke leven. Toen ik 23 jaar was, wilde ik dingen veranderen. Ik ben bij de Partij van de Arbeid gegaan en nu sta ik hier. In de afgelopen maanden hebben we meermaals gehoord dat het vertrouwen in het openbaar bestuur, gevestigde instituties en voornamelijk politici is gedaald tot een bedroevend niveau. Wij hebben genoeg redenen om deze opvattingen blindelings te delen, temeer omdat het systeem geresulteerd heeft in verschrikkelijke taferelen. Denk daarbij aan de kindertoeslagaffaire, de zogeheten stikstofcrisis of aan de schade-afhandeling in Groningen.

Dit zijn stuk voor stuk gevolgen van een systeem dat we met zijn allen onbedoeld in het leven hebben geroepen. Tegelijkertijd hebben we er een volkssport van gemaakt om te mopperen op lieden die we zelf hebben aangesteld. Daarnaast wijzen we steeds makkelijker naar diezelfde lieden op het moment dat wij ongemak ervaren in onze eigen directe invloedsfeer. Dit is zorgelijk, niet alleen omdat de uitspraak ‘ze maken er een potje van’ daarmee verder aan inflatie onderheviger raakt, maar vooral omdat we daarmee

verandering buiten onszelf plaatsen en hierdoor de verantwoordelijkheid verschuiven. De puinhoop in de tuin van uw buurman of de zichtbare eenzaamheid van uw buurvrouw is hierdoor straks niet langer uw verantwoordelijkheid, maar die van de politiek. Wij laten u graag zien hoe het ook kan, want er zijn ook Oldenzalers die de boodschap ‘verandering begint bij jezelf’ wel begrepen hebben. In april 2023 ontving de gemeente Oldenzaal een brief van een bezorgde inwoner uit de Hofmeijerstraat. Deze inwoner wilde graag een geveltuin aanleggen, omdat zijn voordeur direct grenst aan het trottoir. Een geveltuin zou niet alleen resulteren in meer groen in de stad, maar ook in een meer veilige situatie, omdat er geregeld mensen waren die over de stoep fietsten. De gemeente wees het verzoek af, omdat geveltuintjes maximaal 45 centimeter diep mogen zijn. De betreffende inwoner kon zich niet vinden in het besluit van de gemeente, hetgeen hem ertoe bewoog om een brief te schrijven aan de gemeente. Hierdoor werden zijn bezwaren en behoeften in de gemeenteraad van Oldenzaal besproken, met als gevolg dat het geveltuintje inmiddels is aangelegd. Daarmee heeft het initiatief, hoe klein dan ook, Oldenzaal weer een beetje mooier en veiliger gemaakt. Een ander voorbeeld komt uit mijn eigen wijk, Zuid-Berghuizen. Sorry mijnheer Maarten.

Zuid-Berghuizen positioneert zich als een heus dorp binnen de stad. Deze geuzentitel is terecht, in die zin dat Zuid-Berghuizen een zeer hechte sociale infrastructuur kent. Zuid-Berghuizen kent een zeer gedreven stichting, namelijk Kansrijk Berghuizen. Kansrijk Berghuizen zet zich in om de straten, buurten en wijken actief en vroegtijdig aan te moedigen om mee te denken over hun eigen woonomgeving. In het kader daarvan werd ik onlangs benaderd door de stichting om een informatiebijeenkomst bij te wonen over een dorpsondersteuner, omdat de stichting zo'n dorpsondersteuner al rond zag fietsen door de wijk. Na afloop van de betreffende informatiebijeenkomst sprak ik een lid van de stichting aan over mijn serieuze bedenkingen bij het initiatief. Zijn antwoord, dat kan wel zijn, maar die dorpsondersteuner gaat er komen. Een laatste voorbeeld is actueler dan ooit. Het Vondelpark. De initiatiefnemer achter het Vondelpark heeft laten zien dat het met beperkte middelen, maar met een hoge dosis doorzettingsvermogen, mogelijk is om in samenwerking met lokale partners de stad mooier te maken. Voor die initiatieven dient de gemeente altijd klaar te staan om als faciliterende actor op te treden, want daarmee laten we zien dat verandering bij jezelf begint, maar de politiek er is om je te helpen. In het kader daarvan een aantal vragen.

Is het college het met ons eens dat het StadsID zich niet laat lenen voor grotere initiatieven, initiatieven die meer kosten dan 25.000 euro? Uit het feit dat het Vondelpark dit proces doorlopen heeft, blijkt dat er behoefte is aan een plek alwaar deze initiatieven ingebracht kunnen worden. Welke mogelijkheden hebben inwoners op dit moment om dergelijke initiatieven aan de man te brengen? Hoe kan het college er op de middellange termijn voor zorgen dat er ook voor dergelijke initiatieven een plek komt, alwaar deze besproken kunnen worden? In het verlengde daarvan. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat inwoners het proces, bijvoorbeeld van StadsID, naar voorstel makkelijker kunnen doorlopen, zonder geconfronteerd te worden met bureaucratische barrières? We zijn er immers om te helpen. Laten wij vooropstellen dat veel mensen in Nederland, maar ook in Oldenzaal, niet het leven leiden dat ze gehoopt hadden, omdat ze geconfronteerd worden met verschrikkelijke situaties die buiten hun invloedsfeer liggen. Denk daarbij aan leven in armoede of het niet kunnen vinden van passende huisvesting. Voor die mensen dient er ten alle tijden een lokale overheid klaar te staan die hen een helpende hand aanreikt. Voor hen hebben wij onszelf, samen met anderen, het afgelopen jaar hard gemaakt. Denk daarbij aan de totstandkoming van het Noodfonds bijvoorbeeld.

Daarom wordt het meer dan tijd dat we onze basis op orde krijgen, ons vertrouwen uitspreken in de richting van het college en erop toe gaan zien dat de 62 miljoen euro ten behoeve van diverse projecten op korte termijn op de juiste plekken terecht zal komen. De wethouder heeft in het Politiek Forum aangegeven dat de middelen voldoende zijn, zowel in financieel als in personeel opzicht. We zullen er daarom op toezien dat de geplande projecten binnenkort tot uitvoering zullen komen. We moeten ons namelijk klaarmaken voor grote maatschappelijke problemen die nu al de revue passeren of binnenkort de kop op zullen steken, zoals de woningmarktproblematiek en de problematiek rondom het beperkte aantal Oldenzalers dat zijn weg weet te vinden naar onze voorzieningen. In het kader daarvan, stel

we zouden de projecten en initiatieven, zoals beschreven in de kredietaanvraag 2023, benaderen als het programma De basis op orde. Kan het college ons dan toezeggen dat er een tijdspad komt, zodat de gemeenteraad in staat wordt gesteld om te sturen op de voortgang, waarbij de einddatum van het programma binnen de huidige collegetermijn ligt? Voorzitter, ik rond af. Wij vertrouwen erop dat de geplande projecten binnen niet al te afzienbare tijd worden afgerond, zodat we de basis op orde hebben en kunnen bouwen aan oplossingen voor maatschappelijke problemen die binnenkort de kop op zullen steken. Tot slot wensen wij daarmee het college veel succes en zeggen wij tegen onze inwoners, sta in de komende maanden vooral stil bij de zaken die moeten veranderen en de invloed die je daar zelf op hebt. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond. Het is niet het geval. De heer Van der Waal. Als u nog even geduld heeft. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Een heel korte partijpolitieke vraag. Is dit een inbreng van de PvdA, gezamenlijk met de GroenLinks-fractie of ... Dat is eigenlijk de vraag. De voorzitter: De heer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel. Ik vraag me af of ze bij GroenLinks de Dag van de Arbeid vieren. Het is echt een inbreng vanuit de Partij van de Arbeid. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar Solidair ... De heer Visscher: Voorzitter.

De voorzitter: Excuus, dat zag ik niet zo snel. De heer Visscher. De heer Visscher: Ik heb eigenlijk één vraag. Ik ben eigenlijk wel benieuwd wat de visie van de heer Kramer is op die dorpsondersteuner, want wij hebben dat ook voorbij zien komen. Ik ben toch al benieuwd wat er nog qua overweging achter zit. De voorzitter: De heer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel. Het was niet helemaal mijn punt om de dorpsondersteuner aan te halen hier als onderwerp om daar de discussie over met elkaar aan te gaan. Het ging mij meer om het proces daaromtrent. Dat ik aangesproken werd door een enthousiaste initiatiefnemer die het in eerste instantie niet zo heel veel uitmaakte wat de politiek ervan vond, maar dat hij meer geïnteresseerd was in het feit wat de gemeenschap ervan vond en vanuit die hoedanigheid zei, die dorpsondersteuner gaat er komen. Ik word op dit moment niet beperkt door ook maar enige kennis van zaken omtrent die dorpsondersteuner, maar het ging mij meer om de vorm. Ik vrees dat dit het antwoord is op uw vraag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. e.

SO

De voorzitter: Dan kom ik bij de heer Bouwman namens Solidair Oldenzaal. De heer Bouwman: Dank u wel. Onze eerste volledig politieke jaar nieuwe partij in de gemeenteraad van Oldenzaal. En daar valt wel iets over te beschouwen, want een aantal zaken vragen wat ons betreft echt

aandacht. Maar voordat we daaraan beginnen even een vraag vooraf. Want in de Kadernota werd aangegeven dat het college nog in afwachting is van de meicirculaire en dat het streven was om deze informatie voor de beraadslaging van deze Kadernota te bespreken. We hebben echter niets voorbij zien komen. Dat kan natuurlijk, maar we zijn nog wel even benieuwd of het college al informatie hierover heeft en wanneer wij daarover geïnformeerd gaan worden. Dan de algemene beschouwingen, wantrouwen of gezond kritisch? Want wij merkten vooral in de beginfase van deze raadsperiode de nodigde scepsis onder de fracties richting onze partij. We lieten een ander geluid horen, stelden kritische vragen en dat werd niet altijd gewaardeerd. Met tromgeroffel werden onze vragen over de gevolgen en haalbaarheid van opvang van statushouders gekwalificeerd als wantrouwend. Onze zorgen van destijds, en die hebben we eigenlijk nog steeds, zien we nu, maanden later, in alle hevigheid losbarsten in de landelijke politiek. Waar we in september vorig jaar nog werden weggehoond om onze kritische vragen, is afgelopen vrijdag het kabinet gevallen over hetzelfde onderwerp en waarbij dezelfde vragen werden gesteld over de haalbaarheid van de maatregelen. En zo is dat wel vaker gebeurd. Wij constateren zaken die niet in het belang zijn van onze Oldenzalers. We stellen daar kritische vragen over.

En vervolgens ontstaat het beeld dat we wantrouwend of niet constructief zijn. Wij blijven kritisch op dit dossier. Want wat zijn de lange termijn gevolgen voor Oldenzaal en hoeveel rek zit er nog in? We hopen echter dat de statushouders die zich in Oldenzaal hebben gevestigd zich snel thuis zullen voelen in onze stad en een plek kunnen bemachtigen binnen de maatschappij en de lokale arbeidsmarkt, want dat vinden wij heel belangrijk. Want wij maken ons wel zorgen om de integratie en de mogelijkheden die we daartoe lokaal kunnen bieden. Want opvang is één, goede integratie is twee. En wat ons betreft moet daar ook prioriteit liggen. We zijn bijvoorbeeld benieuwd naar de arbeidsparticipatiegraad van statushouders. Wellicht dat de portefeuille ons daar iets over kan vertellen. En ook zijn we benieuwd naar de hulp en begeleiding die statushouders kunnen krijgen. Denk aan het machtig maken van de taal, het op orde krijgen van de financiën en alle andere facetten die horen bij een goede inburgering. Graag horen we daar ook een reflectie op van de portefeuillehouder. En er wordt vaak de vraag gesteld, waarom zijn we kritisch op dit dossier? Dat is niet vanwege de statushouders, maar omdat wij een disbalans zien in aandacht voor doelgroepen. Statushouders worden in alle voorzieningen geholpen en gefaciliteerd. En het is ze echt van harte gegund, daar gaat het ons ook echt niet om.

Het gaat erom dat het in schril contrast staat met bijvoorbeeld al jaren durende bezuinigingen in de ouderenzorg. Want het is mensonterend hoeveel ouderen in onze verpleeghuizen hun oude dag moeten slijten. Dat ligt zeker niet aan het liefdevolle personeel, die vaak het werk voor drie doen, maar wel aan alle bezuinigingen en de krapte op de arbeidsmarkt. Veel ouderen zijn financieel niet in staat om extra dagbesteding te kunnen betalen. Het resulteert in afhankelijkheid van en tijd voor activiteiten binnen het verzorgingstehuis. Door het bekende personeelstekort schiet dit er weleens bij in. Dat is logisch en zeker niet verwijtbaar. Hoewel we als gemeente hier geen wettelijke taken hebben, hoopt onze fractie dat we eens proberen te zoeken naar mogelijkheden om onze ouder wordende zorgbehoevenden Oldenzaler een betere oude dag te kunnen geven. Want wij hebben echt het gevoel dat dat soms nog wel eens vergeten wordt. Graag horen we hoe de portefeuillehouder aankijkt tegen het pakken van meer lokale regie op de levenskwaliteit van onze oudere zorgbehoevende inwoner. Een disbalans zien we ook in de opstelling van het college richting andere doelgroepen.

Waar de opvang van statushouders tot in de puntjes en met de nodige urgentie goed en snel geregeld werd, zien we de wettelijke taakstelling voor onze woonwagenbewoners verhuld in niet concreet woonwagenbeleid waar een zeer minimaal begin is gemaakt voor de realisatie van één kleine locatie. Veel te weinig. En daar hebben we in het debat destijds al genoeg over gezegd. We willen alleen aangeven, hier in de algemene beschouwingen, dat we het bijzonder jammer vinden om de scheve verhoudingen in taakstelling te zien. En dat kan wat ons betreft niet gebeuren. En we blijven ons daar tegen verzetten. Dan zien we niet alleen in Oldenzaal, maar in het algemeen, een individualisering van de maatschappij. Want het is algemeen bekend dat dit speelt. Helaas merken we dat ook in Oldenzaal. Want we pretenderen het stadje van plezier te zijn, waarbij een Noaberschap hoog in het

vaandel staat. Maar als het erop aankomt om echte handmannen het hout te steken voor een beter Oldenzaal, dan is het toch lastig om mensen te vinden. Sportclubs hebben moeite om hun vrijwilligers te behouden. Nog moeilijker is het vinden van vrijwilligers. En dat vinden we betreurenswaardig, want een gezonde sociale structuur valt of staat bij naar elkaar omkijken en vrijwillig een aantal taken oppakken ten gunste van de gemeenschap. En onze fractie kan zich niet aan de indruk onttrekken dat dit deels komt door de coronaperiode, waar in onze ogen de maatregelen meer kwaad dan goed hebben gedaan. Bijzonder jammer dat de parlementaire enquête naar het handelen van de regering bij de coronapandemie voorlopig niet doorgaat. Als er een periode in de geschiedenis is geweest waar we van kunnen leren, en zeker ook lokaal, dan is dat deze periode wel geweest. Want ook lokaal kunnen we van zo'n uitkomst van zo'n parlementaire enquête zeker de vruchten plukken. Hoewel voor de meeste mensen corona een gesloten boek lijkt, ziet onze fractie dat toch echt anders. Want in november hebben we een debat gevoerd over The Global Goals en de verwevenheid met de agenda van het ondemocratische World Economic Forum. We hebben destijds een documentatie geschreven waarin wij onze zienswijze met bronnen probeerden te duiden.

En wij hebben onlangs dit document nog eens een keertje nagelezen, want staan wij hier nog steeds achter of zijn er misschien redenen om onze mening hierover te herzien? En onze conclusie is nee, want afgelopen maanden is alleen nog maar duidelijker geworden dat onze zorgen hierover terecht zijn. Want we zien in de afgelopen maanden die contouren steeds zichtbaarder worden. Mooi voorbeeld was net bijvoorbeeld al wat de VVD aanhaalde. We kunnen hier op dit moment lang en breed bij stilstaan, maar wordt te uitvoerig voor deze algemene beschouwingen. Maar we doen nu een nadrukkelijke oproep nog een keer aan u, ook aan het college, mocht de raad of het college oprecht geïnteresseerd zijn, voel u dan vrij om hier nog een keer met ons over in gesprek te gaan. En we snappen dat dat in politieke context dan vaak lastig ligt. Kom gewoon een keer langs. De koffie staat klaar. Dan hebben we het er nog een keer over. Want wel hebben we nog een aantal vragen over The Global Goals. Want tijdens het Politiek Forum over dit onderwerp werd de raad geïnformeerd dat The Global Goals verder gestalten zouden krijgen in de organisatie. Kan de portefeuille aangeven, wat sinds november aan deze implementatie is gebeurd en wat er nog staat te gebeuren? Dan dienstverlening en verantwoordelijkheid.

Want onze fractie vindt dat we als gemeenteraad en ook als college veel meer zelf de regie moeten pakken op verschillende thema's. Helaas is dat niet alleen een lokaal probleem, ook landelijk zien we dat de problemen niet opgelost worden. Niemand lijkt meer verantwoordelijkheid te durven nemen. Als zaken lastig of gevoelig liggen, blijft het liggen en wordt er geen klap op gegeven. Risico's wordt in onze ogen het liefst vermeden. Bijvoorbeeld de brief van de sportclubs die onlangs geschreven is aan het college, waarin ze hun zorgen uiten over de alcoholverordening, hoe dat zich verhoudt tot de openingstijden van de kantines. Deze brief dateert van begin maart. En we zijn nu al ruim vier maanden verder en de sportclubs wachten nog steeds op een reactie. En we zitten vlak voor het reces en we gaan over twee maanden weer verder. Dan zijn we zo een half jaar verder. En dat is onvoorstelbaar, wat ons betreft, in een tijd dat we meer aandacht willen besteden aan dienstverlening. Kan de portefeuillehouder aangeven waar dat aan ligt en waar het wachten op is voor het geven van een reactie? Neem bijvoorbeeld ook het Oldenzaals paasvuur. Een prachtig evenement dat dreigde niet door te gaan zonder garantstelling.

Want onze fractie was de enige partij hier in de raad die daarover hun verantwoordelijkheid wilde pakken, want in onze ogen was garantstaan echt geen onmogelijke opgave voor een evenement waarin alle risico's al in de vergunning afgedekt konden worden. Helaas durfde het college en de raad het niet aan en we missen daarin daadkracht en het nemen van verantwoordelijkheid. En dan, waar we ons ook aan storen, en dat moet ons toch echt van het hart, is de afhandeling van schriftelijke vragen. Want het is tegenwoordig al de normaalste zaak van de wereld om schriftelijke vragen af te doen met een uitstelbrief. En die uitstelbrief wordt dan vaak niet vergezeld met opgave van redenen waarom het langer duurt. Op het moment dat de fractie na weken eindelijk een antwoord ontvangt, dan zijn de antwoorden vaak weinig concreet, niet meer actueel en we kunnen er niks meer mee. Wij ergeren ons hieraan en vinden dat hiermee ook een belangrijk instrument, dat op papier echt

wel goed is geregeld in het reglement van orde, in de praktijk dat bovengenoemde nauwelijks een te gebruiken instrument is geworden. En dat is ook de reden, want we horen vaak, waarom stel je die vragen in het vragenuurtje, en dat doen wij juist om deze reden, omdat die vragen op dat moment actueel zijn. Die willen we op dat moment stellen, willen op dat moment een antwoord. En daarom stellen wij zo af en toe vragen in het vragenuurtje. Maar wij roepen het college hierbij dan ook op om zich aan de termijn van beantwoording van dertig dagen te houden. En kan het echt niet binnen deze termijn, dan gaarne de indiener in ieder geval gemotiveerd daarvan in kennis te stellen. En dan over dienstverlening gesproken. Want we zien in de Kadernota dat er structureel 65.000 euro bij moet naar de Omgevingsdienst. We ontvangen steeds vaker geluiden van ondernemers die door de bomen het bos niet meer zien en belanden in een web van onduidelijke regelgeving en lange wachttijden. Adviezen van de Omgevingsdienst worden soms niet als duidelijk en helder beschouwd en de rol van de Omgevingsdienst en gemeente is ook niet altijd helder. En we zijn eigenlijk wel benieuwd of het college deze geluiden ook ontvangt. En wij vragen ons af of de dienstverlening richting onze ondernemers wel meegewogen wordt in de advisering.

En wij zijn benieuwd of het college er ook over nadenkt om de expertise, die belegd is bij de Omgevingsdienst, weer terug of deels in eigen huis te halen. Want daarmee wordt in onze ogen namelijk betere en snellere interne afstemming mogelijk. En dat komt alleen maar, denk ik, ten goede van onze ondernemers. Over verantwoordelijkheid nemen gesproken, de conclusies en aanbevelingen van de Rekenkamercommissie over het Rapport Binnenstad werd slechts bij amendement voor kennisgeving aangenomen. Wat ons betreft echt een gemiste kans, want hadden we de conclusies en aanbevelingen van de Rekenkamercommissie overgenomen, zoals dat geadviseerd werd, dan konden we als raad en college hiermee fatsoenlijk aan de slag. Nu hebben we het in feite naast ons neergelegd en is ook geen inspanningsverplichting. Dit vonden we ronduit teleurstellend dat we zo omgaan met een instrument van de raad, waar we notabene het budget ook nog eens voor verhoogd hebben. En we hopen dat dit instrument toch echt serieuzer wordt genomen in de toekomst. We hebben het er net ook al een aantal over gehad, maar hier komt hij, het zwembad. We beginnen ons langzamerhand toch wel echt zorgen te maken om het dossier zwembad. Want tot onze verbazing, tussen neus en lippen door wordt een bedrag van een half miljoen aan voorschotten beschikbaar gesteld om het zwembad draaiende te houden.

Wat ons betreft, zo'n ingreep had op zijn minst een raadsinfobrief verdiend, want we beginnen nu al gaten te dichten terwijl voor de echte problemen nog geen oplossing voorhanden is. Kan de portefeuillehouder ons toezeggen zo snel mogelijk een raadsinfobrief of het dossier zwembad toe te sturen, zodat de raad volledig op de hoogte is van de laatste stand van zaken. En dan die vragen die de PvdA net stelde, daar staan wij ook achter. Welke gesprekken lopen er? Wat zijn de verwachtingen et cetera? Er wordt namelijk veel gezegd en geschreven, maar dat blijft allemaal buiten de scoop van de gemeenteraadsvergaderingen. En goede informatievoorziening richting de raad is wat ons betreft gewenst. En dan sluit ik af met initiatieven vanuit de raad. Want onlangs werd ons initiatiefvoorstel voor de realisatie van flexwoningen aangenomen. Mooi om te zien dat we als oppositiepartij toch belangrijke thema's kunnen beïnvloeden. De VVD timmert al langer aan de weg met initiatiefvoorstellen. En we dagen ook de andere partijen uit om zelf ook met mooie initiatiefvoorstellen te komen. Niet alleen reageren op wat er vanuit het college komt, maar zelf aan de slag met goede voorstellen. Dat zullen we echt van harte hopen, want er komt ook wat meer debat in de raad. En niet alleen op de thema's die voorliggen in de raadsvergadering, maar ook over zelfgekozen thema's.

Want daar wordt Oldenzaal beter van, maar het versterkt en verlevendigd ook de lokale democratie. Dank u. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er vanuit de raad wens ... Dat is er. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Dank u wel, voorzitter. Bedankt voor de bijdrage, mijnheer Bouwman. Beetje zuur. Beetje aan de zure kant, maar dat is wat het is. Ik heb even een vraag over, u noemt de ouderenzorg in Oldenzaal

mensonterend. Ik wil graag van u weten bij welke instelling dat is geconstateerd, hoe die informatie tot u is gekomen. Dat wil ik graag van u weten. Dan geeft u aan dat het voor inwoners van Oldenzaal niet mogelijk is om extra dagbesteding te krijgen. De dagbesteding wordt in Oldenzaal gefinancierd vanuit de Wlz, Wet langdurige zorg. Zonder indicatie Wet langdurige zorg kan een inwoner immers geen dagbesteding krijgen. Bent u daarvan op de hoogte? Dat is mijn vraag. En als u daar dan van op de hoogte bent, dan weet u ook dat een extra dagbesteding geen extra geld kost voor de inwoner. Ik vraag mij af wat u dan bedoelt dat de inwoner geen extra dagbesteding kan krijgen. Want volgens mij is dat dan niet mogelijk. U vraagt om meer lokale regie. Dan is mijn vraag aan u, hoe dan? Want sommige dingen gaan wij helemaal niet over. Dan even over de brief van de sportclubs. Daar hebt u mij geheel aan uw zijde, dat ook wij onze zorgen uiten dat dat zo lang duurt. Dat vinden wij ook onacceptabel lang. Daar sluiten ons graag bij aan. Dat even mijn vragen, tot voor nu. De voorzitter: Dank u wel. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Er zijn een aantal vragen gesteld. De eerste, mensonterend. Ik weet niet of u weet hoe het met de ouderenzorg in Nederland gesteld is door het personeelstekort.

De verhalen die wij vanuit de zorgverleners überhaupt landelijk via de media krijgen, is dat er maar zoveel personeel beschikbaar is op de mensen die zorg nodig hebben, dat er mensonterende situaties ontstaan waarbij mensen moeten wachten voordat ze naar de wc kunnen, terwijl ze wel naar de wc moeten. Ik denk dat die verhalen ook bij u wel bekend zijn. Wil ik niet zeggen dat dat in elk verpleeghuis hetzelfde is, maar het algemene beeld is dat er te weinig personeel is, te weinig handen voorradig om mensen een goede oude dag in verzorgingstehuizen te geven. De voorzitter: Ik zag dat mevrouw Nevels daar al op wilde reageren. Mevrouw Nevels: Zowel privé als ook uit mijn interesse bezoek ik veel verzorgingshuizen, praat ik veel met personeel en met mensen die daar aan het roer staan. Het is nooit bij mij binnengekomen dat dit ook aan de hand is in Oldenzaal. En ik vind niet dat wij hier over de landelijke norm gaan. Wij gaan over de inwoners van ons Oldenzaal en wij gaan niet over de inwoners van heel Nederland. Dan vind ik in uw bijdragen dat u iets verkeerds schetst voor Oldenzaal. Daar kan ik niet mee akkoord gaan. Het spijt me. De voorzitter: De heer Bouwman.

De heer Bouwman: Ik probeer een beeld te schetsen waarbij we aan de ene kant heel veel tijd en energie steken in alle faciliteiten voor statushouders en andere doelgroepen en we vergeten een hele belangrijke doelgroep die wat ons betreft veel meer liefde, aandacht en tijd verdient dan dat op dit moment in Nederland gaande is. Ik snap dat u zegt, we kunnen niet over de landelijke normen gaan, maar we hebben wel een verantwoordelijkheid dat we kunnen zeggen van, we signaleren dingen, er gebeuren dingen. Is het geen mooie gedachte om lokaal proberen ergens een stapje extra te zetten dan vanuit alle regelingen geregeld wordt? Dat is de gedachte die wij proberen ... En ik stel hier niks concreets voor op dit moment. Ik vraag alleen aan de portefeuillehouder of er ergens ruimte is om de kwaliteit in verzorgingstehuizen te verbeteren. Dat is wat ik hier voorstel, of in ieder geval vraag. En dan kunnen we later altijd eventueel met een voorstel komen. Ik kom niet met een concreet voorstel hieromtrent. Het is alleen dat wij zien dat de verhoudingen in aandacht voor aandachtsgroepen volledig uit het lood is geslagen in Nederland. En dat zien we lokaal ook. Dan denk ik, kunnen we hier nog wat mee of laten we het dan aan de landelijke normen? En ik probeer echt oprecht voor onze ouder wordende Oldenzaler die verzorging nodig heeft een goede oude dag te realiseren. En of dat dan op ...

Tot zover.

De voorzitter: Ik dacht dat mevrouw Nevels nog meer vragen aan uw had gesteld, maar ik kan me indenken dat u die even door dit debatje vergeten bent. Maar wellicht zou u die nog kunnen beantwoorden. De heer Bouwman: U had een vraag over lokale regie, als ik het goed begrepen heb. Dan mag u de vraag nog even stellen, want ik ben ze even kwijt. De voorzitter: Dat snap ik. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Was mijn vraag over de extra dagbesteding. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Extra dagbesteding. Volgens mij is het zo geregeld dat op het moment als ouderen die in de verzorgingshuizen zitten extra dagbesteding willen, wat ze ook kunnen, dat buiten de dagbesteding valt van de WOZ, dat ze dan daar gebruik van kunnen maken. Maar dat betekent dat je daar extra voor moet betalen. U knikt nee, maar ik ken ook verhalen dat het wel zo is. Mijn vraag is, kunnen wij daar misschien als lokale overheid iets in betekenen? De voorzitter: Ik kijk even rond of er nog anderen ... De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. Waardering voor uw allerlaatste oproep om initiatiefvoorstellen te brengen. Ik hoop daar ooit aan toe te komen, maar dat zal dit jaar waarschijnlijk nog niet gebeuren. Ik ga mijn vraag inleiden. U zegt dat het vallen van het kabinet een bewijs is dat het asielprobleem een onoplosbaar probleem is, in ieder geval niet houdbaar.

Ik waag dat te bestrijden. Er is onenigheid geweest in de club van partijen die het kabinet vormden. En de verschillende standpunten maakten het vasthouden van het kabinet onhoudbaar. U koppelt dat tegelijk aan de disbalans in aandacht voor verschillende doelgroepen. Verschillende doelgroepen hebben verschillende hoeveelheden aandacht nodig. En er is een beperkte hoeveelheid menskracht daarvoor. Ik vind het onterecht, onredelijk, et wat je wil, om dat aan de asielzoekers te wijten. Enerzijds omdat de asielzoekersstroom binnen Nederland tien procent, misschien twintig procent, afhankelijk van hoe je rekent, betreft van het aantal mensen wat binnenkomt. Daarnaast is het zo dat de asielzoekers, en daar kan Oldenzaal jammer genoeg niets aan doen, bij binnenkomst gedurende een hele lange tijd niet mogen meedoen aan het arbeidsproces, waardoor ze een arbeidsverleden gaan missen. Kunt u daarop commentaar geven. De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: Het is een heel lange inleiding. Ik heb eigenlijk geen vraag gehoord. Wat is uw vraag exact, want ik ben het even kwijt. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik vraag commentaar op uw constatering wat hier staat, dat het disbalans is in aandacht voor verschillende doelgroepen.

U noemt aan de ene kant de statushouders, aan de andere kant de mensen die zorg nodig hebben in het algemeen, oudere mensen of zieke mensen, waarbij u zich zorgen maakt over het probleem van asielzoekers. De voorzitter: De heer Bouwman.

De heer Bouwman: Er zijn verschillende wettelijke taakstellingen die de lokale overheid op moet pakken. En we zien bij de ene doelgroep dat dat in alle urgentie en snelheid goed geregeld wordt. Hebben we verder geen commentaar op. Maar aan de andere kant wachten woonwagenbewoners al sinds 1999 op fatsoenlijke huisvesting, ondanks dat ze hier keer op keer aan de poort staan om te vragen voor fatsoenlijk beleid voor het toewijzen van woonwagenstandplaatsen. Dat is één. Vervolgens maakte ik net het vergelijk met de verzorgingstehuizen, de ouderen die we binnen Oldenzaal ook nog hebben, die een goede oude dag verdienen. Bedoel ik van, er ligt geen wettelijke taak, maar vergeten wij niet een aantal doelgroepen waar wij ook aandacht aan moeten besteden en schenken. Dat is een misschien ethische vraag wat ik hier in de raad stel, is dat niet iets waar we als lokale overheid ook eens over na moeten denken, of dat we alles in een landelijke regeling op ons af laten komen, met alle regeldruk die daar bijkomt. De voorzitter: Ik zie geen aanstalten meer bij de heer Van der Waal. Ik kijk nog even rond of ik naar de volgende fractie ... De heer Maartens. De heer Maartens: Een wat simpeler vraag, denk ik. Het Oldenzaals paasvuur. Wij vinden dat allemaal een prachtig evenement en het is ook gewoon doorgegaan, zonder garantstelling, omdat bleek dat verzekeren gewoon mogelijk was.

Ik vind dat u ten onrechte het college en de raad het verwijt maakt dat wij daarin geen daadkracht en verantwoordelijkheid hebben genomen. De voorzitter: Ik weet niet of de heer Bouwman daar nog op wil reageren. De heer Bouwman: We hebben destijds een motie ingediend om garant te staan als gemeente. Op dat moment was er nog niet bekend of het paasvuur door kon gaan. En wij zien graag op dat moment dat wij dan een daadkrachtige houding aannemen, waarvan we zeggen, wij vinden dit dusdanig belangrijk voor Oldenzaal. Dit is een activiteit dat al sinds 1990 wordt georganiseerd. Het brengt heel veel ... Staat ook volgens mij op het immaterieel cultureel erfgoedlijst. Dat vinden we dusdanig belangrijk, daar gaan we voor. Ik vind het een beetje flauw om te zeggen, het is toch goed geregeld en we ... U verwijt ons iets. Maar dat is toch een duidelijk verhaal hoe dat gelopen is destijds in december. De voorzitter: De heer Maartens. De heer Bouwman: Ik ben een voorstel gedaan en de raad heeft gezegd, dat willen we niet. En dan is het een geluk, denk ik, voor het raad en het college dat dat paasvuur uiteindelijk toch zonder hulp van de gemeente heeft door kunnen gaan. De voorzitter: Dan ga ik nu naar de heer Maartens. De heer Maartens:. Dat ben ik van harte met u oneens. Ik heb zelf ook te maken met evenementenverzekeringen.

Ik heb onze eigen verzekeraar gevraagd, en dat ook hier ingebracht, of dat bij hun mogelijk zou zijn. En dat was voor ons een reden om tegen de motie te stemmen. En ik vind dan het verwijt naar deze raad en naar ons toe onterecht. En dat wil ik ook graag zo benoemd hebben. De voorzitter: Dan kijk ik even rond of er nog anderen ... U mag daar uiteraard op reageren. Dan kijk ik meteen even rond of er nog anderen ... Zo niet, dan wil ik graag zo dadelijk naar de WG-bijdrage gaan. Maar u mag nog reageren.

De heer Bouwman: Jammer dat het dan als een verwijt overkwam. Ik zeg alleen wat ik signaleer en wat ik jammer vind en wat ik graag anders zou willen. U moet het niet als een verwijt zien, want u heeft alle recht om een bepaalde stemming of een bepaalde keuze te maken ergens in. Maar het is meer hoe wij ... Het is een algemene beschouwing. Het is hoe wij aankijken tegen dit soort zaken dat we denken, iets meer spierballen tonen soms, zodat we ook wat meer staan achter ons eigen evenementen. De voorzitter: De heer Maartens, tot slot. En dan ga ik echt naar de heer Van der Waal en dan ga ik naar de bijdrage van de WG. De heer Maartens. De heer Maartens: De laatste opmerking. Het is duidelijk dat wij van mening verschillen over dit onderwerp. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik ga even door op het onderwerp paasvuur. Elk raadslid maakt zijn eigen afweging of hij ergens in mee wil gaan, op basis van zijn eigen overtuiging en inschattingen, of niet. In dit geval gaat het om het afdekken van een risico, ook al is het risico in de vergunning afgedekt. Het risico blijft bestaan, maar is zo klein mogelijk. En wil je als verzekeraar optreden of niet, dat was eigenlijk de vraag. De voorzitter: Volgens mij kunnen we dit afronden. Dank u wel. f.

WG

De voorzitter: En dan ga ik naar de WG. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Het is me gelukt om snel hier te komen staan zonder onder het spreekgestoelte te duiken. Voorzitter, leden van de gemeenteraad van Oldenzaal, tijdens het behandelen van de Kadernota 2023 heeft WG Oldenzaal in de beschouwingen stilgestaan bij vier inhoudelijke kwesties, armoedebeleid, energietransitie, Kijk op de Wijk en een inclusieve samenleving. We zijn nu een jaar verder en we uiten nog steeds onze bezorgdheid over deze belangrijke onderwerpen, omdat die onze stad nog steeds beïnvloeden. In deze bijdrage gaan we deze onderwerpen nogmaals benoemen en voegen wij er twee extra aan toe. Dat zijn wonen en Vondelpark 2.0. Wij zijn van mening dat het aanpakken van deze onderwerpen essentieel is om de aankomende jaren in te investeren voor het creëren van een leefbare en duurzame toekomst voor alle inwoners van Oldenzaal. Allereerst willen wij het hebben over het nieuw toegevoegde thema wonen. Het is cruciaal dat we onze stad ontwikkelen om tegemoet te komen aan de behoefte van verschillende huishoudens, met speciale aandacht voor een- en tweepersoonshuishoudens en jongeren. Wij moeten ervoor zorgen dat voldoende betaalbare woningen beschikbaar zijn voor deze doelgroepen, zodat zij kunnen blijven wonen in onze prachtige stad.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13027883/1