CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Notulen - raadsvergadering 22 maart 2021

Gemeenteraad 22 maart 2021, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Notulen31.371 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Waar staan we straks financieel voor? We hebben begrepen dat er nu ruimte zit in het budget wat nog niet geoormerkt is. We hebben ook begrepen dat dit € 68.000,00 is. Dan vragen we ook aan de wethouder: kunt u dit uitleggen? We vragen ook aan de wethouder of hij inmiddels wat meer inzicht heeft over welke aantallen we het hebben. Want we zijn het er volledig mee eens, wat de heer Lulofs net ook aangaf, dat dit niet alleen moet gelden voor ondernemers met een pand, maar ook zzp’ers die in de knel komen. Het kan niet zo zijn dat voor de één een maatregel geldt en dan de ander weer buitenspel komt te staan. Dus ja, wij zijn eigenlijk wel heel benieuwd wat dit financieel gaat betekenen. We weten ook heel goed dat niets doen geen optie is, dus vandaar dat wij ook zeggen: ja, dit amendement is nu het goede moment, maar het moet wel beheersbaar blijven. Dus graag nog even een reactie van waar we nu eigenlijk over praten financieel gezien, aantallen. Als u meer duidelijkheid heeft, zouden we die graag krijgen. We hebben bezuinigingen op sociaal domein moeten doorvoeren. Dat was ook een struikelblok. Dat hebben we gedaan, omdat Oldenzaal er financieel niet heel best voorstaat. Daarom willen we ook die duidelijkheid hebben van de wethouder wat dit betekent voor ons. Graag uw reactie. Tot zover de eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar GroenLinks. De heer Snijders.

De heer Snijders: Dat ben ik. Ben ik goed verstaanbaar? Voorzitter. Onder het motto ‘doe eens lief’. Ik ben niet zo van de complimenten als mensen gewoon hun werk doen. Dat gaat allemaal van de spreektijd af en we buitelen als raadsleden soms al over elkaar heen van de complimenten. Maar, de coronaevaluatie en de uitleg van het college was dusdanig goed, dat mijn vragen ter plekke verdampten. Daarom mijn complimenten. Ik heb dus verder geen vragen over het stuk en ik wil ook niet in herhaling vallen van andere raadsleden. Daarom wil ik deze gelegenheid graag aangrijpen om een parallel te trekken. De parallel tussen wat ons met corona overkomt en het sociaal domein. Wel met als doel iets te leren uit de coronatijd. Ik ben geen ervaringsdeskundige in het sociaal domein en ik heb het geluk dat mijn leven van origine al behoorlijk coronaproof is. Ik pas in het sociaaleconomisch systeem dat wordt opgedrongen door corona. Ik heb weinig vrienden. Ik ga niet veel uit en mijn passie is sleutelen aan motoren en motor rijden valt binnen de regels van het RIVM. Dat denk ik tenminste. Maar ik zie een parallel in hoe het is als je niet in het sociaaleconomisch systeem past. Met of zonder corona. Welke beperkingen je worden opgelegd en wat deze beperkingen financieel en psychisch met je doen. Het is heel belangrijk in hoeverre je zelf invloed hebt op de situatie. Corona overkomt ons.

Het was geen doelbewuste keuze. Althans, dat hoop ik. We kijken allemaal uit naar de tijd na corona, met of zonder het nieuwe normaal. Het sociaaleconomisch systeem, zonder coronabeperkingen, dat beter past bij onze talenten, wensen en gedragingen. Ondertussen worden we de hele dag geconfronteerd met de coronabeperkingen en de uitdagingen, en ik zie in dit licht: het denken kadert. Voorzitter, is dit niet vergelijkbaar met wat onze cliënten in het sociaal domein overkomt? Niet passen in het sociaaleconomisch systeem. Iets wat je overkomt. Niet iets waar je bewust voor kiest. Met alle gevolgen van dien. Zoals de evaluatie laat zien, doen we er alles aan om de negatieve gevolgen van corona tot een minimum te beperken. Het lijkt erop dat we daar behoorlijk in slagen. Dat is goed. Dan vraag ik me af, voorzitter, wat kunnen we hieruit leren voor de kwetsbare mensen in het sociaal domein? In de lijn daarmee kom ik op het amendement van de VVD. We hebben toegezegd dat we dit amendement gaan steunen en daar blijf ik bij, maar ik moest er wel een nachtje over slapen. Wij zijn altijd voor steun aan mensen die dat nodig hebben, maar vinden het noodfonds moeilijk te rijmen met de voorgestelde bezuinigingen in het sociaal domein die andere mensen raken die ook steun nodig hebben. Deze bedenkingen heb ik uitgesproken in de WhatsAppgroep, of uitgeschreven heet dat dan.

Daarom hebben we als voorwaarde gesteld, maar dat wil ik nog een keer benadrukken want die is geaccepteerd, dat wij vinden dat alleen niet-geoormerkte coronasteun voor dit hulpfonds gebruikt mag worden. Geen aanvulling vanuit de algemene reserves of andere budgetten. Als daarmee de € 75.000,000, dat was een mooi rond bedrag, maar zo zijn er nog wel meer mooie ronde bedragen, niet gehaald wordt, dan is wat ons betreft € 78.000,00 ook een mooi bedrag. We geven verder het college ons vertrouwen dat zorgvuldig met deze steun wordt omgegaan en wel zodanig dat het faire is naar al die andere ondernemers en inwoners die ook steun krijgen of dat nodig hebben. Tot zover. Bedankt voor uw aandacht. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik tot slot naar de WG. Mijnheer Yildirim. 16

De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Allereerst de complimenten aan de heer Snijders voor het uitbrengen van de complimenten. Dat is ook een keer leuk om te horen, natuurlijk. Dan onze bijdrage. In het politiek forum van 9 maart hebben we al aangegeven dat wij ons als WG volledig kunnen vinden in de wijze waarop het college slagvaardig en pragmatisch te werk is gegaan. Wij kunnen ons goed vinden in het stuk zoals dat voor ons ligt. Elke cent wordt weloverwogen en doelmatig uitgegeven. Hiermee willen we ons vertrouwen in het college nog een keer uitspreken en onderstrepen. Het was natuurlijk, zoals meerderen al genoemd hebben, een zwaar jaar voor ons allen. Het is echt geen makkelijke klus geweest om de crisis van het afgelopen jaar in goede banen te leiden. In deze rapportage is elk programma afzonderlijk uitgewerkt en zijn de financiële consequenties helder in kaart gebracht. De vragen die we gesteld hebben, zijn naar onze tevredenheid beantwoord. De risicoanalyse welke ons gaat helpen om een beetje vooruit te kijken, wordt opgenomen en uitgewerkt in de volgende voorjaarsnota. Hiermee wordt het geheel opgenomen in de reguliere P&C-cyclus zoals door meerdere fracties is voorgesteld. Hiervoor onze dank en complimenten. In het politiek forum hebben wij de steun aan kleine en startende ondernemers al benoemd.

De afgelopen weken heeft de media hier ook aandacht aan geschonken. Er zullen altijd ondernemers zijn die niet of onvoldoende gebruik kunnen maken van diverse beschikbaar gestelde ondersteuningspakketten. Het is als overheid onze taak om deze bedrijven in beeld te krijgen en te helpen, zodat ze kunnen blijven overleven in deze moeilijke tijden. Deze bedrijven zijn immers belangrijk voor de economie van Oldenzaal, maar ook voor het behoud van de cultuur van de Oldenzaalse binnenstad. Dan zit er niets anders op dan deze ondernemers te helpen om hun pijn toch een beetje te verlichten. Hiervoor is dan ook een gezamenlijk amendement opgezet en die wordt ingediend. Wij steunen dit amendement van harte in de hoop dat we deze ondernemers een hart onder de riem kunnen steken door een noodfonds in het leven te roepen. En als laatste voorzitter, willen we nogmaals een oproep doen aan ons allen: blijf initiatieven uit de samenleving steunen. In nood moeten we elkaar helpen en zorgen voor creativiteit. Hier hebben we gelukkig veel voorbeelden van gezien in de afgelopen tijd. We doen het samen en samen bereiken we, dat hebben we ook gezien, veel meer. Samen geven wij volgens mij allemaal om Oldenzaal. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter; Dank u wel. Daarmee is de eerste termijn vanuit de raad ten einde gekomen. Dan kijk ik naar het college.

Ik denk, ook gelet op het amendement dat voorligt, dat ik allereerst mevrouw Zinkweg, de wethouder, het woord geef. Mevrouw Zinkweg. Wethouder Zinkweg-Ankone: Dank u wel, voorzitter. Even kort nog op een andere vraag die ging even over: wanneer krijgen we die maximale risico’s nou in beeld? De heer Yildirim heeft dat ook al aangegeven. De toezegging heb ik al gedaan tijdens het politiek forum dat u dat bij een eerstvolgend P&C-document, de kadernota, in beeld krijgt. Dus die toezegging heeft u. Dan even over het amendement. Zoals u weet, hebben we gesproken met veel ondernemers. Er zijn ook veel zorgen naar voren gekomen waardoor wij ook al een brief hebben verstuurd richting Den Haag namens het team Twentse wethouders. Die oproep hebben we gedaan, omdat wij meer steun willen voor juist die ondernemers die tussen wal en schip raken. Ik ben dan ook heel erg blij dat u als raad in ieder geval dat geld beschikbaar wil stellen om een noodfonds op te richten voor die ondernemers. Dan is het wel aan ons om dan inderdaad met kaders daarvoor te komen, met beleidsregels. Samen met collega-wethouder Rob Christenhusz ben ik aan het kijken hoe we daar invulling aan kunnen geven. Dan willen we soortgelijke regels opstellen zoals die ook zijn opgesteld voor de TONK. Dat is ook een lokale regeling die wij hebben moeten opzetten. Daar zitten wij dus aan te denken.

Dus ik ben heel erg blij met het amendement zoals u die indient en waarvan u ook zegt dat die door jullie allen gesteund wordt, want daar denken wij zeker veel ondernemers mee te kunnen helpen. Ik krijg een aantal vragen van u, onder andere over welke aantallen we het nou hebben. Dat is heel erg lastig om dat in beeld te krijgen. We hebben veel vragen uitgezet, onder andere bij het ROZ, maar ook wel onze eigen mensen, bij onze binnenstadsmanager. Maar je merkt dat, op het moment dat er eigenlijk geen regelingen zijn, mensen ook niet zomaar te koop gaan lopen met hun financiële zorgen. Mensen hebben het moeilijk. Mensen willen ook niet gauw aangeven van: we hebben het echt heel moeilijk. Dus er is een aantal ondernemers zo dapper geweest om een brief naar u te stu17

ren, maar heel veel meer inzicht hebben we op dit moment nog niet. Dus wij verwachten dat, op het moment dat we een dergelijke regeling hebben, wij die aanvragen krijgen. Het lijkt me dan ook goed, en die oproep doet u ook in het amendement, om dat open te zetten en dan ook te beoordelen of die € 75.000,00 dan voldoende is en of we het daar ook mee kunnen redden. Dus die oproep nemen we graag aan en daar gaan we graag mee aan de slag. Ik heb ook even met mijn collega Christenhusz afgestemd over welke termijn we het dan hebben als je deze regels wilt vaststellen. Hij denkt aan zo’n drie tot vier weken. Dus we hopen dat we hem op kunnen zetten en in beeld kunnen krijgen over welke aantallen we het hebben en dat we dan ook zo snel mogelijk kunnen starten, want zoals u heeft kunnen lezen, is de nood gewoon bij een aantal ondernemers erg hoog. Het CDA vraagt ook nog even: hoe zit dat nou precies met die € 68.000,00? Op pagina 31 waar ook de financiële samenvatting staat, ziet u inderdaad dat we een restantbudget overhouden van een aantal gespecificeerde gelden. Dat is € 68.000,00. Dus daar zouden we het eventueel uit kunnen dekken. Maar daarnaast is er ook nog geld over, en dat ziet u bij het ‘Restantbudget verwerken in jaarrekening 2021’, € 280.000,00. Daar hebben wij als college in ieder geval nog geen bestemming voor.

Van dat geld zeggen wij: mocht er het komende jaar nog iets gebeuren, dan zouden we dat kunnen aanmerken. Dus als u het heeft over € 75.000,00 beschikbaar stellen, dan zou dat kunnen met de € 68.000,00 plus daar dan nog € 7000,00 van die € 280.000,00. Daarmee heeft u dan die € 75.000,00. Dus volgens mij zijn die budgetten er. U vraagt ook, en die kreeg ik ook nog van anderen: hoe zit dat nou precies met het sociaal domein? Daar hebben we natuurlijk flink op moeten bezuinigen. Dit zijn wel de middelen die wij vanuit het Rijk hebben gekregen. Vanuit die coronamiddelen blijft dus nog wat over. Volgens mij zijn we daar tot nu toe zorgvuldig mee omgegaan, dus met deze middelen kunt u nog een en ander doen voor wat u denkt dat belangrijk is. U geeft bij dezen aan dat u wat extra steun voor die ondernemers wilt bieden. Dus volgens mij heb ik die uitgelegd. Ik ga even kijken welke ik nog meer had staan. De Partij van de Arbeid vraagt ook nog: hoe zit het nu precies met de zzp’ers? Wat mij betreft, moeten we dus goed gaan kijken hoe we die beleidsregels op gaan stellen en die zo stellen dat alle ondernemers die buiten de boot vallen daar gebruik van kunnen maken, dus ook zzp’ers. Wat mij betreft, moeten we wel echt gaan kijken wat de vaste lasten zijn die zo’n onderneming heeft en daar een invulling voor maken, want voor de situatie thuis zijn ook weer andere regelingen.

Die beleidsregels ga ik samen met de heer Christenhusz oppakken, dus daar gaan we mee aan de slag. Maar die nemen we zeker mee. Volgens mij waren dat de vragen. Dus vanuit het college kan ik aangeven dat we blij zijn met het amendement zoals u die wilt indienen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Christenhusz. Ik zie in ieder geval mevrouw Rödel nog. Voordat ik naar de heer Christenhusz ga, ga ik eerst naar mevrouw Rödel. Mevrouw Rödel. Mevrouw Rödel-Ouwens: Misschien moet dat ook in de tweede termijn. Ik begrijp in ieder geval dat u nog geen reactie hebt uit Den Haag. Het is heel goed dat u die oproep met tien andere wethouders heeft gedaan. Dus die vraag had ik nog. En even inspelen op de vier weken. Dat is best wel lang als je heel erg in de knel zit als ondernemer. Ik snap dat het niet eerder kan gebeuren. Misschien dat daar nog iets te regelen is met een soort van lening die later vanuit die lening terug kan komen vanuit die coronagelden, maar ik weet niet of dat mogelijk is. Dus die vraag nog. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we, voordat we naar de heer Christenhusz gaan, toch nog even terug naar mevrouw Zinkweg. Wethouder Zinkweg-Ankone: Inderdaad. De eerste.

We hebben helaas nog geen antwoord gekregen vanuit Den Haag, maar ik moet eerlijk zeggen: ik denk wel dat dit soort initiatieven vanuit ons als raad misschien wel kunnen helpen dat er ook daadwerkelijk geld vanuit Den Haag gaat komen. Dus als we niets doen en alleen maar leunen en wachten op geld, dat zie ik misschien ook niet zo goed in. Dus ik denk dat dit een mooi voorstel is. Het andere, dat heeft u ook al eerder gesteld. Dat antwoord moet u ook nog van mij krijgen. Dat gaat over de leningen. U vroeg destijds ook al van: is het ook mogelijk om renteloze leningen of iets dergelijks te verstrekken? Als gemeente zelf kunnen wij dat niet. Dat mag niet vanuit ons Treasury Statuut. Wij mogen geen leningen verstrekken. Nou weet ik wel dat men vanuit het ROZ, in ieder geval vanuit de Bbz-regeling, wel leningen mogen verstrekken, alleen zijn dat geen renteloze leningen. 18

Dus op het moment dat iemand echt in de knel zit, kunnen zij daar aanspraak op maken. Maar voor nu doen we ons best om dat zo snel mogelijk te doen. Ik hoop dus dat we het sneller gaan doen dan de drie, vier weken. Maar die leningen zijn op dit moment vanuit de gemeente in ieder geval niet mogelijk. De voorzitter: Mevrouw Rödel tot slot. Mevrouw Rödel-Ouwens: Ja, heel even nog. Ik bedoel dus echt ter overbrugging, dus niet dat ze helemaal voor een procedure naar het ROZ moeten. Dat bedoelde ik ook niet. Maar als het niet kan, dan houdt dat gewoon op vanuit de gemeente. Ja. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even voor de zekerheid naar mevrouw Zinkweg naar aanleiding van. Wethouder Zinkweg-Ankone: Het is inderdaad op dit moment niet mogelijk, helaas. De voorzitter: Oké. Dan ga ik naar de heer Christenhusz. Zijn er nog vragen die hij wil beantwoorden, of opmerkingen? Ga uw gang. Wethouder Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Het begint met de opmerkingen van D66. Toch een beetje onder het kopje van ondersteuning en hulp aan kansarme kinderen. Ja, ik moet oppassen dat ik kwaad wordt, zou ik bijna willen zeggen. Want het lijkt erop alsof, maar dat zal misschien onbewust gebeurd zijn, D66 wil zeggen dat wij in zowel de eerste als tweede lockdown niet ongelooflijk ingezet hebben om juist die kansarme kinderen ook in relatie tot het onderwijs te ondersteunen.

Als dat uw beeld is, dan denk ik toch dat het ontzettend goed is dat ik dat beeld van u ga corrigeren, want ik denk dat bij de eerste lockdown en bij de tweede lockdown onze mensen in het Maatschappelijk Plein, onze jongerenwerkers, het schoolmaatschappelijk werk, de praktijkondersteuners Jeugd die wij bij de huisartsen hebben zitten, echt een cirkel om onze jongeren heen hebben getrokken om ervoor te zorgen dat we juist die kwetsbare kinderen die we in de Oldenzaalse samenleving ook kennen goed in het oog gingen houden. En ook binnen het onderwijs is bikkelhard gewerkt om per locatie die kinderen op te vangen. U merkt, dat doet het aan mij op het moment dat ik u dat op deze manier uitleg, omdat ik gewoon weet hoe onze mensen die in de dagelijkse praktijk staan hun normale werkzaamheden uit handen hebben laten vallen om juist dat te realiseren. De voorzitter: Wethouder, volgens mij wil mevrouw Ailo-Zaia naar aanleiding van reageren, dus daar kunt u dan meteen in uw verdere betoog rekening mee houden. Mevrouw Ailo-Zaia. Mevrouw Ailo-Zaia: Dank u, voorzitter. Ik denk, ik hak er maar even gelijk in. De voorzitter: Ja, ja, dat snap ik. Mevrouw Ailo-Zaia: Enerzijds ben ik heel erg blij eigenlijk dat het u wat doet, want voor ons geldt eigenlijk precies hetzelfde, anders kom je daar niet steeds op terug.

Op de tweede plaats is het zo: we beweren absoluut niet dat er niet keihard wordt gewerkt om kansarme kinderen verder te helpen. Laat dat heel duidelijk zijn. Maar wij hebben nu ook in de tussentijd echt een irritatie gekregen. Dat is zodra het onderwerp onderwijs begint, krijgen wij meteen een antwoord van: nee, nee, hier gaan wij niet over. Nee, alles gaat goed, alles werkt, iedereen is keihard bezig. Ja, dat begrijpen we. Ja, dat geloven we. Alleen, wij zijn er als raad ook om nog extra aandacht te geven aan diegenen waarvan wij vinden dat daar misschien nog wat meer aandacht aan moet worden gegeven. Dat is wat wij nu op dit moment wederom doen. We hebben het nu over een tussenevaluatie corona. Waar staan we nu? En dan vind ik, als je het hebt over kansarme kinderen die nu eigenlijk nog minder kansen hebben vanwege die corona, dat die nu ook even die aandacht mogen krijgt. Dat is de reden waarom wij dat benoemen. Het is totaal niet om irritatie op te wekken, maar ik denk dat die irritatie die u op dit moment voelt, ik die precies ook zo voel, maar dan van de andere kant. Ik denk dat dat juist goed is, zodat wij die kansarme kinderen nog verder vooruit kunnen helpen. Wij vinden het wel de verantwoordelijkheid. 19

De voorzitter: Een lange interruptie. Ik hoop dat u tot een afronding komt, want anders is het een lange interruptie. Mevrouw Ailo-Zaia: Ja, ja. Wij vinden het dus wel degelijk die verantwoordelijkheid dat je kansarme kinderen juist nu verder moet helpen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik ga weer terug naar de wethouder. Wethouder Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Volgens mij doen wij dat als gemeente Oldenzaal met verve. Als u denkt en vindt dat wij daar als gemeente steken laten vallen, daag ik u uit om die steken dan maar te benoemen en vervolgens dan ook maar met een amendement te komen om extra geld beschikbaar te stellen om die vermeende steken, laat ik het dan even zo zeggen, dan weer te kunnen dichten. Meer kan ik er op dit moment, voorzitter niet van maken. Dan ga ik door naar de opmerking van de heer Lulofs van de PvdA. Als het gaat om devices, dat hebben wij met de schoolbesturen kortgesloten en met de Stichting Leergeld. Het antwoord dat ik destijds gegeven heb, hebben wij van het onderwijs teruggekregen. Als u signalen bereikt, en dat meen ik echt vanuit de grond van mijn hart, dat het op bepaalde plekken toch niet goed gaat, mag u bij mij melden, want dan gaan wij zorgen dat daar een oplossing voor komt. Want we hebben daar leergeld voor. We hebben daar het noodfonds voor. Scholen hebben daar middelen voor gekregen.

Mocht het ergens knijpen, maar dat is net zo goed naar alle andere raadsleden toe: als u daar individuele signalen krijgt, meldt u zich maar bij mij. Dan de € 8.500.000.000,00 die het onderwijs krijgt. Dat is ook wel een beetje weer terug naar de vragen ook van D66 als het om onderwijsachterstanden gaat, zoals zij dat iedere keer aangeven. Er gaat natuurlijk een heel groot bedrag naar het onderwijs toe, € 8.500.000.000,00. Daar krijgen wij als gemeente niet wat van mee, mevrouw Rödel. Dat heb ik ook al eerder tegen u gezegd. Ik had het heel erg goed gevonden als het Rijk daar wat integraler gedacht zou hebben en een oproep had gedaan in de richting van het onderwijs om dat gezamenlijk met gemeenten op te pakken. Dat vind je in dat Nationaal Programma Onderwijs niet terug. We hebben het toch, ook mede naar aanleiding van uw oproep, voor de komende donderdag op ons OGO-overleg staan en wel met de bedoeling om met het onderwijs van gedachten wisselen van: hoe kunnen wij nu die middelen die het onderwijs krijgt met de middelen die wij als gemeente hebben om uiteindelijk van 1 + 1 geen 2 te maken, maar 3 te maken. Dus die handschoen pakken we wel degelijk op. Volgens mij vroeg u ook even naar de consequenties van corona financieel gezien binnen het sociaal domein. Dat staat volgens mij ook wel nadrukkelijk in de tussenevaluatie beschreven.

Nog niet alles rondom de consequenties binnen het sociaal domein zijn bekend bij ons. We rekenen nu de meerkosten van de jeugdzorg en de Wmo gezamenlijk met OZJT naar onze zorgaanbieders af. Dat beeld zullen wij de komende weken steeds met elkaar scherper gaan krijgen. Dat zal ook zeker in het vervolg van de Planning- en Controlcyclus op het moment dat wij daarin ook de effecten van corona meenemen wel een onderwerp zijn dat aangesneden gaat worden. Volgens mij, voorzitter, heb ik dan mijn vragen die in mijn portefeuille vallen beantwoord. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik nog even voor de zekerheid richting mevrouw Renkema. Wethouder Renkema: Voorzitter, volgens mij zijn er geen vragen richting mij gekomen. Er is alleen een opmerking over cultuur gemaakt en dat iedereen daar blij was dat die daarvoor geclaimd zijn. Dus ik heb geen vragen om te beantwoorden. De voorzitter: Dank u wel. Burgemeester Welman: Ik heb voor mezelf als portefeuillehouder bij Personeel en Organisatie nog één punt staan vanuit D66 rondom het thuiswerkbeleid. Uiteraard zullen wij, indien dat mogelijk is, gebruik maken van stagiaires. Dat is wel afhankelijk van de te formuleren opdracht of daar stagiaires van het hbo of wo, eventueel zelfs van het ROC van Twente, geschikt voor zijn. Ik denk dat we zelf ook een aantal dingen gewoon kunnen doen.

Maar mocht dat kunnen, dan zullen we dat zeker niet nalaten. Zoals al eerder toegezegd naar u: wij hebben, en dat zal ik u nog even terugkoppelen, in20

middels ook met het ROC en met Saxion gesproken. Dat zijn goede gesprekken geweest. Dus we zijn continu aan het kijken welke producten, diensten, activiteiten we hebben in de organisatie waar ook stagiaires of afstudeerders een rol kunnen vervullen. Dus die oproep die u naar mij heeft gedaan, hebben we zeker ter harte genomen. De voorzitter: Daarmee is de eerste termijn afgehandeld. Dan kijk ik even naar de raad of er behoefte is aan een tweede termijn. Ik ga gewoon even het rijtje langs. Ik zie verschillende handjes en ik merk wel of u van de gelegenheid die ik u geef gebruik wilt maken. Allereerst D66. Mevrouw AiloZaia, tweede termijn. Mevrouw Ailo-Zaia: Dank u, voorzitter. Eerst doe ik het handje weg. Laat ik maar eerst bij u beginnen. Inderdaad heel erg fijn dat er aan stagiaires wordt gedacht om dit soort onderzoeken uit te voeren. Zodra er meer informatie is, horen we dat heel graag. Even kijken. Eerst terugkomende op het amendement vanuit de VVD. Het is eigenlijk voor ons heel logisch, want je hebt het over ondernemers die uit eigen kracht hun onderneming hebben gemaakt. Die hebben het op dit moment zonder hun toedoen ontzettend moeilijk. Ik denk dat het minste wat wij als gemeente zouden kunnen doen, is dit amendement echt omarmen en hen zo de hulp bieden die ze nodig hebben.

Dat is ook de reden dat wij in de app van de fractievoorzitters meteen hebben aangegeven: prima, het is zoals het er staat. We gaan er helemaal in mee. En dan toch even terugkomend op wat de heer Christenhusz heeft gezegd. Toch even dank voor de beantwoording van mijn vragen, ook al is het af en toe wat lastig. Nou, hij heeft mij ook uitgedaagd, dus het zou ook wel heel raar zijn om daar geen reactie op te geven. We weten dat bij Impuls een aardige bezuiniging is geweest. In hoeverre hebben zij destijds dingen gedaan die nu hartstikke handig waren geweest, maar zij dus eigenlijk niet kunnen uitvoeren omdat er een bezuiniging heeft plaatsgevonden bijvoorbeeld? We zouden het heel erg op prijs stellen als we bijvoorbeeld mee waren genomen, als je het hebt over die studieachterstand, op zijn minst aangeven van: hoe zit het met bijles? Krijgen die kinderen nou bijles, ja of nee? Ik weet gewoon feitelijk dat lang niet alle kinderen geholpen zijn zoals ze geholpen hadden kunnen worden. Dat is niet te wijten aan de scholen, want die hebben ook maar te dealen met de coronamaatregelen en alles wat erbij komt. En bij de ene school valt het gewoon wat zwaarder dan bij de andere. Dat is ook waarom we aangeven dat het om de rol gaat die wij als gemeente dan hebben in een tijd van crisis voor kansarme kinderen.

Daarnaast stond in de ingekomen stukken onder andere een raadsinfobrief over Veilig Thuis Twente, die hebben we ook eerder ontvangen, waarbij stond dat ze eigenlijk wat achterliepen rondom huiselijk geweld. In de tussentijd is dat weer opgevuld met zes fte die erbij is gekomen. Ontzettend fijn. Maar dit is dus allemaal gebeurd in een tijd van corona. Dus er was gewoon hulp nodig voor mensen met huiselijk geweld, en dat kunnen ook kinderen zijn geweest, maar er was onvoldoende opvang. Dan ben ik wel ontzettend bezorgd om die mensen die die hulp dan nodig hebben. Dan kijk je toch weer naar ons als raad, als college: wat doen we hier dan aan? Dat raakt gewoon en dat is ook de reden waarom ik daar op terugval en steeds niet die antwoorden kan krijgen die ik zo graag zoek. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u. Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Lulofs, tweede termijn. De heer Lulofs: Voorzitter, dank u wel. Ik wil toch een compliment maken aan de heer Snijders van GroenLinks met zijn betoog met betrekking tot die financiering van die € 75.000,00. Een helder en duidelijk standpunt. Persoonlijk vertrouw ik erop dat die € 75.000,00 wel volledig uit de ophoging van het Gemeentefonds gefinancierd moet worden. Ik hoorde net ook de wethouder zich met dergelijke bewoordingen uitspreken, dus dat sterkt mij. Dank u wel daarvoor.

Daarnaast wil ik ook mijn dank uitspreken richting de wethouder dat zij zegt ook te willen kijken naar die ondernemers, met name startende zzp’ers. Ik heb net wel gezegd dat het ook voor hun gezamenlijk inkomen wel heel belangrijk is, want deze ondernemers zijn verplichtingen aangegaan en daar is hun huishouden ook op gebaseerd en die financiële verplichtingen voor hun investeringen lopen wel door, dus dat gaat wel knijpen. Dus goed dat u daarnaar wilt kijken. En dan de devices. Wethouder, u zegt dat dat allemaal opgelost is en dat u geen signalen krijgt. Ik zal het nog een keer checken en ik kom er bij u op terug. Als het goed is of niet goed is, ik zal het u laten weten. Dank u wel. 21

De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Visscher. Ik had u eigenlijk overgeslagen, maar ik kom bij de heer Visscher van de VVD. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Ik zal ook even gelijk het handje weghalen. Even nog een reactie op wat er allemaal geroepen is inmiddels. Ik moet eerlijk zeggen, ik heb er toch wel wat moeite mee dat de inmiddels op één na grootste liberale partij van Nederland praat over kansarme kinderen. Bij liberalen is het zo dat iedereen kansen heeft en dat we dan misschien beter kunnen spreken over kinderen die een klein beetje achterstand hebben opgelopen in corona, klinkt dat al een stuk positiever. Nou heb ik zelf het genoegen gehad om afgelopen zomer en afgelopen maand mee te werken aan de vakantieklas van Impuls. Dat was een bijzondere, geweldige ervaring om te zien hoe aan die kinderen wel degelijk aandacht besteed is in de coronatijd. Dus ik wil absoluut de woorden van heer Christenhusz hier op dit punt ondersteunen. Dan de heer Snijders. Ik vind de verbinding tussen de bezuinigingen sociaal domein en dit voorstel persoonlijk moeilijk te vinden. Ja, dat is nou eenmaal volgens mij het lot van de gemeenteraad. We zullen altijd met weinig beschikbare middelen heel veel dingen moeten doen en dan zal je keuzes moeten maken.

Wat ons betreft, kan het echt wel samen dat je bezuinigt op de één en dat je vervolgens een andere groep die ook in nood is, kan helpen. En uiteraard ben ik het ermee eens dat we dat zo veel mogelijk uit de coronagelden moeten gaan doen. Het meest belangrijke, voorzitter, ik ben heel blij met de reactie van het college. Ik hoop dat we met die drie tot vier weken aan de kant kunnen gaan zitten en dat we met een week of drie die regeling open hebben staan. Ik hoop dat we met het geld dat we beschikbaar gesteld hebben veel ondernemers het laatste zetje kunnen geven richting overleven in deze coronacrisis. Tot zover, voorzitter. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar mevrouw Rödel-Ouwens, CDA. Uw microfoon. Mevrouw Rödel-Ouwens: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Christenhusz, bedankt voor de beantwoording ook. We zijn blij om te horen dat u het op de agenda heeft gezet. Dat wil zeggen, de eventuele samenwerking met het onderwijs, want wij zijn het met u eens dat je dat integraal moet aanpakken. Dan maak je de meeste kans goede slagen te maken. Het woord achterstand, daar ben ik ook zeer allergisch voor. We hebben een andere beginsituatie, maar er zijn wel echt kinderen, leerlingen, jongeren die echt hulp nodig hebben. Dat moet van beide kanten aangevlogen worden. Dan even voor wethouder Zinkweg.

U gaf aan dat die € 280.000,00 die u benoemt natuurlijk zijn bedoeld voor Onvoorzien Algemeen en niet specifiek voor corona. Dit is toch een opschalingskorting. De vraag is: zeg ik dat zo goed, wethouder? Dan wil ik nog wel een opmerking maken. Stel je nou voor dat Den Haag heel positief reageert, wat we natuurlijk allemaal hopen, en opnieuw met geld over de brug komt voor onze ondernemers. Bent u dan bereid om het geld dat wij nu eruit halen voor die ondernemers terug te laten stromen in die coronapot, zodat die beschikbaar komt voor bijvoorbeeld het sociaal domein waar we nu nog niet inzichtelijk hebben waar het allemaal gaat betekenen voor het sociaal domein? Dus graag nog even uw reactie wat u gaat doen op het moment dat u geld ontvangt van Den Haag. Een beetje een glazen bol, maar we hopen er wel op. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Snijders, GroenLinks. De heer Snijders: Dat ben ik. Ik wil allereerst dank uitspreken aan de heer Lulofs. Dat is zeer sympathiek dat ik een complimentje krijg. En dan naar de heer Visscher, onze liberaal. Ik ben geen ervaren politicus, maar ik vind het altijd vreemd dat liberaal en staatssteun in één keer gaat. Dat lijkt me niet. Als je echt een liberaal bent, dan red je jezelf zonder dat je de steun van anderen hebt. Dan naar de wethouder. Ik ben een beetje in verwarring gebracht.

Ik denk dat ik een verspreking heb gemaakt en ik heb gezegd € 78.000,00 waar ik € 68.000,00 bedoel. Dat heb ik zelf niet gehoord, maar ik werd getipt door een informant. Voor ons is het heel erg belangrijk dat gelden niet door elkaar gehaald worden. Dus ik vind het al moeilijk dat er twee sporen zijn. Dat mensen in coronatijd worden geholpen en in het sociaal domein we net hebben zitten schrappen, want dat moest wat geld opleveren. Dus ik wil niet dat het door elkaar loopt. Ik wil niet dat de witgoedregeling bij een onder22

nemer terechtkomt die het moeilijk heeft. Dus ik wil eigenlijk wel graag de toezegging dat dat geld wat daar wordt ingezet voor het noodfonds, zeg maar die € 75.000,00 omdat het zo’n mooi rond getal is, dat mag van mij ook € 68.000,00 zijn. Dat potje wat er is, die € 280.000,00, ik vraag me af of dat een coronapotje is of dat het een ander potje is. Als dat geen coronapotje is, dan mag dat ook niet voor corona worden ingezet. Dat was vanaf het begin in de WhatsAppgroep mijn voorwaarde om het amendement te kunnen steunen. Als ik daar geen toezegging in krijg, dan steun ik het amendement niet. Tot zover, voorzitter. We moeten hard zijn inderdaad. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik naar de WG en ik zie daar de heer Winkelhuis. Mijnheer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Ja, voorzitter. Collega Rödel had het erover dat ze allergisch wordt van sommige woorden. Dat is bij mij een eufemisme want ik word er onmeunig hellig van. Ik zeg maar precies hoe ik erover denk, want ik word echt heel kwaad als mensen zeggen over achterstanden, kansarme kinderen, is daar wel voldoende aandacht voor? Ik zit hier nu een beetje met twee petten op, maar ik doe het toch omdat ik nu ook wel een beetje voor het onderwijsveld wil spreken, want er wordt gesproken over onderwijsachterstanden. Het is net alsof wij al die weken dat we dus voor die glasplaat hebben gezeten niets hebben gedaan.

Ik denk dat we dubbel zo hard gewerkt hebben dan dat we normaal gesproken gewerkt zouden hebben. Dat er achterstanden zijn op het gebied van sociale factoren, ben ik volledig met u eens. En dat daar ook enorm veel energie wordt gestoken, dat is net ook wel gezegd, door gemeenten en Impuls en noem ze allemaal maar op, is werkelijk waar. Daar zijn we nu al mee bezig. Maar zullen we nu alstublieft een keer ophouden over onderwijsachterstanden, over kwetsbare kinderen die onvoldoende aandacht krijgen? Want ik word er echt een beetje pissig van. U treft mij vol in mijn ziel als u dit soort dingen zegt, want we zijn daar in Oldenzaal zo ongelofelijk hard mee bezig om juist kinderen, en dan moet u geen kansarme kinderen zeggen, maar die op school zitten allemaal op een gelijke manier te behandelen. Niet de een-op-een manier, maar om ze echt hun talenten te laten ontwikkelen. U doet het onderwijsveld tekort als u dit soort uitspraken met vaste regelmaat blijft herhalen. Ik moest dit even kwijt en dat ben in nu. De voorzitter: Dat heeft u gezegd als raadslid en zo hebben we het ook genoteerd. Dank. Mevrouw Rödel was als eerste en toen zag ik mevrouw Ailo-Zaia. Mevrouw Rödel-Ouwens. Mevrouw Rödel-Ouwens: Ik snap de reactie wel als raadslid inderdaad en de andere helft laat ik dan maar even weg. Ik zei allergisch. Nou, ik snap uw kwaadheid, want je kunt niet spreken van achterstand.

Helemaal mee eens. De voorzitter: Dank u wel. Als u uw handje nog weghaalt, dan weet ik dat u. Ja, dank. Mevrouw AiloZaia. Mevrouw Ailo-Zaia: Dank u, voorzitter. Ik schrik hier eigenlijk best wel van, want het lijkt alsof er geen enkel probleem is en daar ben ik het dus pertinent niet mee eens. Want als dat zo zou zijn, dan zou de krant liegen. Dan zou de tv, alles wat je op tv ziet, liegen. Dan zouden kinderen liegen die het erover hebben. Dan zouden ouders erover liegen die het erover hebben. Al die mensen die ze helpen. Iedereen is aan het liegen? Of zijn wij nou hier diegenen die echt gewoon een zwarte vlek voor onze ogen hebben? Ik geef aan dat ik echt gevallen heb gezien in Oldenzaal die meer hulp nodig hadden. Ik kan hier nu ook heel irritant gaan staan worden, want het doet mij zeer zeker wat. En om continu te zeggen dat dat niet bestaat, daar kan ik niet tegen. Mijn excuus. De voorzitter: Ik merk dat het over en weer wat scherper wordt. Ook in de woorden die gebruikt worden. En helaas, deze weg die wij gebruiken om met elkaar in gesprek te zijn, helpt ook niet echt mee om het goede gesprek te voeren. Dus wellicht geef ik iets meer ruimte ook om wat scherpere woorden te gebruiken dan we in deze raad van Oldenzaal gewend zijn. Dus als u daar moeite mee heeft, mag u mij aankijken.

Maar volgens mij is de boodschap wel overgekomen die u over en weer aan elkaar heeft mee willen geven. Ik kijk nog even tot slot naar mevrouw Rödel-Ouwens, want ook zij wil graag nog interrumperen. Mevrouw Rödel-Ouwens.

23

Mevrouw Rödel-Ouwens: Het is helemaal niet bedoeld om iemand af te vallen of wat dan ook. Ik denk dat we het gewoon hebben over twee verschillende dingen, want uit de achterstanden haal ik op, en dat komt ook vanuit strak onderwijs, daar heb ik het over onderwijsachterstand en dan bedoel ik op het gebied van leren. De problemen hier benoemd, daar heb ik het niet over. Die zijn er ook wel, maar daar wordt ook heel hard binnen het onderwijs hun best gedaan om dat te signaleren. Daarvoor heb ik ook de oproep gedaan om dat samen met de wethouder, met de gemeente, met Welzijn op te pakken. Dus dat wilde ik nog even toevoegen. De voorzitter: Het lijkt tegenstellingen, maar wellicht is de tegenstelling kleiner dan we wellicht nu denken. Dat is mooi. Ik zie u ook non-verbaal instemmen. Het is goed om elkaar dan ook nog even buiten deze digitale snelweg ook op te zoeken. Ik kijk even, want volgens mij zijn we daarmee aan het eind gekomen van de tweede termijn van de raad. Ik kijk nog even richting het college. Ik kan me indenken dat vanuit de zijde van de heer Christenhusz, maar ook zeker mevrouw Zinkweg, want beiden zijn qua thematiek genoemd. Ik kijk eerst naar mevrouw Zinkweg. Wethouder Zinkweg-Ankone: Dank u wel, voorzitter. Nog even een aantal vragen inderdaad over hoe dat nou precies zit met die budgetten.

De heer Snijders had het inderdaad over € 78.000,00, maar ik begreep wel dat u het over € 68.000,00 had. Dan kijk ik even naar hoe het zit. We hebben vanuit het Rijk meerdere keren geld gekregen, omdat er problemen zijn met corona. Sommige dingen waren daarbij gelabeld. Die kunt u ook zien. Dat zijn eigenlijk allerlei nummertjes: toeristenbelasting, de inhaalzorg, bijzondere bijstand, van alles en nog wat, cultuur. En daar was er eentje bij, die is best bijzonder. Dat was namelijk de opschalingskorting, want we hebben in onze begroting ieder jaar iets meer staan waarbij we met de opschalingskorting te maken hebben, maar daarvan heeft het Rijk gezegd: omdat gemeenten het lastig hebben in deze coronatijd, gaan we die even schrappen. Dus die hebben wij onder het kopje Coronageld gekregen en dat is dus de opschalingskorting die wordt geschrapt. Dat is niet zozeer ergens voor bedoeld, maar het is dus wel coronageld. De heer Snijders zegt: ik wil het alleen maar vanuit de ongelabelde gelden doen, maar wat niet eigenlijk is dat we zeggen: iets waar we eerst hebben bezuinigd, gaan we dan nu maar inzetten voor deze hulp. Dat is dit ook niet. Dit is echt extra geld wat we vanuit Den Haag hebben gekregen in het kader van corona, maar dit is dus niet gelabeld aan een product die wij normaalgesproken verstrekken.

Dus wat ons betreft, wat het college betreft, zou daar prima die € 75.000,00 uit kunnen, omdat die nog niet zijn gelabeld. Of uit de € 68.000,00 die wel zijn gelabeld, maar waarvan wij dus zeggen dat dat over is. Dat zou dus beschikbaar kunnen zijn voor andere zaken. Dus dat zijn de twee opties. Wat ons betreft, kan dat dus echt uit deze middelen. Dus volgens mij heb ik daarmee ook de vragen van het CDA beantwoord. U vroeg ook nog over het geld terugstromen voor de coronapot. Even kijken wat u daar precies mee bedoelde. Kunt u die vraag nog herhalen, mevrouw Rödel? Die heb ik niet helemaal goed opgeschreven volgens mij. Mevrouw Rödel-Ouwens: Sorry. Als u zegt. Sorry, voorzitter. De voorzitter: Mevrouw Rödel. Mevrouw Rödel-Ouwens; Sorry, voorzitter. Ja, die vraag ga ik herhalen. Als u bericht krijgt vanuit Den Haag en het is een positief bericht en u krijgt gelden specifiek voor deze groep, laat u dan de gelden terugstromen – en misschien neemt u dan ook wat bezorgdheid van de heer Snijders weg – zodat wij dat geld weer beschikbaar hebben voor wanneer andere mensen het nodig hebben? De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw Zinkweg. Wethouder Zinkweg-Ankone: Ja inderdaad, de vraag is me weer duidelijk. Volgens mij is dat inderdaad een heel goede actie als we het op die manier zouden doen, want dan heb je het ook weer gewoon op de plek waar het hoort.

Nu halen we daar eigenlijk iets van weg en dan zou je het weer terug kunnen storten. Dus wat mij betreft prima als dat geld komt, en ik hoop dat er nog meer geld komt, dat het dan op die manier weer terug kan vloeien.

24

De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Christenhusz. Wethouder Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Dan ga ik toch proberen om nog even weer een bruggetje te slaan, ook naar mevrouw Ailo-Zaia toe. Natuurlijk hebben wij ook best wel oor en oog voor de sociale noden om het maar even zo te omschrijven, dat deed mevrouw Rödel ook, die er op dit moment bij onze jeugd leven. Daar zijn onze professionals bij wijze van spreken dag in dag uit mee aan de slag. Maar afgelopen week heb ik zelf ook een aantal gesprekken gevoerd op diverse scholen, dat ga ik straks ook nog op andere scholen in Oldenzaal doen, om vooral op te halen wat er nu leeft bij de jeugd. Eén jaar corona, wat heeft dat met de jeugd gedaan? We zijn continu wel aan het kijken om aan kansen die er best wel zijn invulling te gaan geven. Actief na School, dat hebben we al een aantal keren in onze raad benoemd, is inmiddels ook al Actief in de Wijk geworden. Daar hebben we inmiddels ook een sportprogramma door middel van een Outdoor Challenge Park aan gekoppeld. En daar zoeken we best wel de verbinding met ook die € 8.500.000.000,00 die in dat Nationaal Onderwijsprogramma komt. Dat geld landt bij individuele scholen. Daar moeten individuele scholen programma’s voor maken. Daar ga ik bestuurlijk het gesprek aan met de schoolbesturen om te kijken of je van 1 + 1 geen 2 kunt maken, maar 3 kunt maken.

Misschien kunnen wij Actief na School en Actief in de Wijk met nog wel veel meer uren uitbreiden als ook schoolbesturen en schooldirecteuren die handschoen met ons willen gaan oppakken. Want uiteindelijk moet u wel beseffen: dat geld landt bij het onderwijs. Schoolbesturen en schooldirecteuren zijn daar verantwoordelijk voor. Mogen daar vrij autonoom, of beter gezegd helemaal autonoom, besteding aan geven. En als ze het willen besteden in een richting waarbij geen koppeling gemaakt wordt met het programma van de gemeente dan staat hen dat vrij. Dan even kijkend naar de bezuiniging van Impuls die u aanhaalt. En ik vond het echt wel een heel mooi voorbeeld dat ook de heer Visscher, denk ik terecht, aangeeft. Impuls heeft in het coronatijdperk ontzettend hard gewerkt en ontzettend veel dingen goed gedaan. Maar ik heb, en dat ga ik herhalen, ook in het politiek forum gezegd: de raad heeft een bezuiniging geaccordeerd op Impuls, maar of Impuls daarmee in het tijdperk dingen niet anders heeft willen en kunnen doen, dat signaal heeft mij bestuurlijk nog niet bereikt. Want u moet u ook beseffen dat een aantal activiteiten van Impuls gewoon door corona niet door konden gaan en dat dus Impuls ook accentverschuivingen in het afgelopen jaar heeft weten te realiseren. Bij wijze van spreken of de vierde keer: dat hebben ze verduveld goed gedaan. Nogmaals, Impuls de complimenten daarvoor.

Net zoals ook de complimenten naar alle andere partners, welzijnsorganisaties, zorgorganisaties moeten gaan. Dat heb ik in het politiek forum volgens mij ook al aangegeven. En dan komt u terug op die raadsinfobrief van Veilig Thuis Twente. Die raadsinfobrief waar u aan refereert, ging over een situatie die we een jaar eerder nog voor corona constateerden bij Veilig Thuis Twente, namelijk dat er sprake was van een wachtlijst. Een jaar later met de consequenties van corona is nog steeds, constateer ik, dat wij de wachtlijst hebben weten op te heffen. Dat is datgene wat in die beide raadsinfobrieven stond en waarover u geïnformeerd bent. Daarnaast heeft u nog aanvullende vragen gesteld die ook over huiselijk geweld gaan. Die brief zit in de pijplijn en die staat niet, dacht ik, voor morgen maar voor de week daarop in het college geagendeerd. Daarmee zal het college die inhoudelijke vragen die u gesteld heeft dan ook in uw richting beantwoorden. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij zijn we daarmee aan het eind gekomen van de tweede termijn en ook de beraadslagingen bij dit agendapunt. Ik kijk nog even voor de zekerheid of ik dat goed concludeer. Dat denk ik. Ja, dat doe ik. Dan breng ik allereerst het amendement ingediend door de VVD, maar ik heb begrepen dat dat ondersteund wordt door alle fracties, in stemming.

Degene die tegen is graag een handje opsteken. Digitaal dan, hè. Ik zie en ik kijk ook nog even voor de zekerheid richting de griffier of wij handjes zien. Dat is niet het geval. Dan is het amendement unaniem aangenomen. (Hamerslag) Dan breng ik het voorstel, het geamendeerde voorstel, nu in de stemming. En ook hier geldt voor wie tegen is graag middels een handje aangeven. Ik zie dat niemand dat doet. Ik kijk ook nog even voor de zekerheid richting de griffier. Dat is niet het geval. Dan is ook het geamendeerde voorstel unaniem aangenomen. (Hamerslag) En voor de kijkers thuis: ik kijk af en toe even richting de griffier, omdat ik op mijn scherm niet alle aanwezige raadsleden op het scherm zie, dus vandaar dat we dat aanvullend op deze manier doen. 25

8. 1e financiële bijstelling 2021 De voorzitter: Daarmee kom ik bij agendapunt 8 en dat is de 1e financiële bijstelling. Ik heb begrepen dat van de zijde van GroenLinks aangegeven is dat dit een B(espreek)-voorstel is en de andere fracties hebben aangegeven dat het wat hen betreft een hamerstuk is. Maar mijnheer Snijders, ik zie u nog in beeld, dus volgens mij wilt u namens uw fractie het woord voeren. De heer Snijders: Ja, dan ben ik. De eerste en ook gelijk de laatste. Dat is mooi. Ja, voorzitter. Ik heb daar een klein foutje gemaakt. Ik dacht in mijn enthousiasme dat iedereen dat als b(espreek)voorstel door zou doen en ik niet achter wilde blijven. Maar dat blijkt niet zo te zijn. Ik ben de enige die er wat van wil zeggen. Toen dacht ik: ik krijg nog een geniaal idee. Een of ander eitje of zo, maar dat is ook niet gekomen. Dus ik houd het kort. Ik was bang voor grote bijstellingen negatief, maar het is meegevallen, dus ik hoop dat wij zo blijven doorgaan. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik voor de zekerheid, het is eigenlijk niet de gewoonte maar omdat het nu zo snel ging bij de heer Snijders, of er nog andere raadsleden zijn die ondanks het feit dat ze in het politiek forum hebben aangegeven dat het een hamerstuk is, er toch nog iets over willen zeggen. Ik zie geen je handjes en wederom kijk ik ook nog even voor de zekerheid richting de griffier.

Dat zie ik niet. Dan breng ik het voorstel in stemming. Wie tegen is graag middels een handje aangeven. Ik zie geen handjes. Ik kijk ook nog even naar de griffier. Ook hij ziet geen handjes. Dan is het voorstel unaniem aangenomen. (Hamerslag) 9. Masterplan Sociaal Domein De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 9. Dat betreft het Masterplan Sociaal Domein. Die pak ik er even bij. En ook hier hebben alle fracties aangegeven het woord te willen voeren. Ik heb ook staan dat er twee partijen zijn die het woord willen voeren, ik zeg het verkeerd, die een amendement willen indienen. Ik begin daarom bij GroenLinks, want ik heb begrepen dat dat het verst strekkend amendement is, althans van de twee. Dus mevrouw Oorthuis, ik zie u in beeld. Ga uw gang. Mevrouw Oorthuis: Dank u wel, voorzitter. Op 1 juli 2020 hebben wij als voltallige raad een motie ingediend. Wij vroegen om dit document dat nu voor ons ligt om ons handvatten te geven om te zien hoe we de kosten in het domein binnen de perken kunnen houden.

Een masterplan met daarin doordachte onderbouwde scenario's voor de gemeenteraad in plaats van enkelvoudige voorstellen, zodat de raad meer keuzeruimte heeft welke dwingt tot meer afwegingen te maken en aanleiding tot meer discussie en politieke keuzes, zodat de raad hiermee vraaggestuurd en niet aanbodgestuurd in positie wordt gebracht op de korte termijn voor de begrotingsbesprekingen. Wat GroenLinks betreft, is dat niet gelukt. We hebben wel na een aantal erg goede en zeer gewaardeerde masterclasses een opzetje gekregen voor die begroting met daarin een keuzemenu aan bezuinigingsopties. Dat keuzemenu was: dames en heren, schrapt u maar even om de begroting rond te krijgen rood, oranje, groen zonder discussie of ruimte voor afwegingen. Dat viel bij ons niet in goede aarde. Bezuinigingen die mensen die afhankelijk van je zijn direct en keihard kunnen raken, verdienen meer aandacht dan dat. Ik word weer boos als ik eraan denk, eerlijk gezegd. Wij hebben dus ook, zoals vermeld, ervoor gekozen om niet mee te stemmen in die bezuinigingskeuzes die vermeld worden in het Masterplan Sociaal Domein. Het is best mogelijk, en misschien zelfs noodzakelijk, om dat soort keuzes te maken voor een begroting. Dan noem je dat geen keuzes voortvloeiend uit een plan, maar gewoon: het geld is op en we schrappen wat het makkelijkste lijkt.

Dat je dan niet altijd de meest verstandige keuzes maakt, blijkt nu wel nu we dit complete plan en de input van de partners en de participatiecommissie hierop kunnen lezen. Veel keuzes staan loodrecht op de inhoud van het plan. Keuzes die we niet voldoende bediscussieerd hebben, waar we de scenario's niet van hebben besproken. Daarom dient GroenLinks een amendement in om die bezuinigingskeuzes uit dit masterplan te schrappen. Ik weet niet of ik het amendement dan hier ook moet voorlezen of dat ik gewoon mijn betoog verderaf kan maken en het amendement zoals het voorligt ingediend kan worden.

26

De voorzitter: Ik begrijp dat we best wel een aantal kijkers hebben, dus als u kort even de belangrijkste punten uit het amendement kunt toelichten, dan is het ook voor thuis duidelijk wat de strekking is van het amendement. Mevrouw Oosterhuis: Dan moet ik paginanummers gaan voorlezen. De voorzitter: Ja, leest u maar voor. Mevrouw Oorthuis: We willen graag dat alles wat refereert naar welke keuzes er op dat moment gemaakt zijn voor die bezuinigingen verwijderd wordt uit het masterplan. Het gaat om bijlage nummer 1. Het gaat alleen om de bijlage, dus niet over het document zelf. Dus de kleurtjes uit de keuzes, omdat die keuzes kort-door-de-bochtmaatregelen waren naar ons idee en niet in het masterplan, wat een parapluvisie is, thuishoren. Dit is als het goed is, en dat vinden wij ook, een toekomstbestendig masterplan. Ja, oké. En voor de toekomstbestendigheid van dit plan, de keuzes eruit. Ik wil graag even zo’n keuze als scenario aan u voorleggen waarom ik dat zo belangrijk vind. Ik weet dat het misschien een beetje langer is dan die zes minuten, maar ik doe mijn best om het kort te houden. Stelt u zich nog eens voor. Misschien kan de wethouder vertellen of dat in Oldenzaal tot de realiteit behoort. Mevrouw De Vries heeft een bijstandsuitkering, al enige jaren. Omdat zij arbeidsgehandicapt is, is het ook niet waarschijnlijk dat ze in de toekomst nog een baan kan vinden.

In ieder geval niet een met betaling boven bijstandsniveau. De wasmachine van mevrouw gaat kapot op een slechte dag en natuurlijk heeft ze een nieuwe nodig. De witgoedregeling is echter geschrapt door de gemeenteraad. Ze kan dus niet aankloppen bij de gemeente voor een bijdrage. Ze heeft zelf elke maand al geldtekort om rond te komen, dus vraagt ze zoals gewenst in het kader van de zelfredzaamheid, dat staat mooi in het plan en haar netwerk, in haar netwerk: heeft er nog iemand een wasmachine voor mij? Ja, hoor. Een neef van de broer van de buurman gaat toevallig volgende week samenwonen en die heeft er nog wel eentje over en mevrouw is uit de brand geholpen. Totdat de sociale dienst er een tijdje later achter komt dat die mevrouw een wasmachine heeft gekregen zonder dat op te geven aan die sociale dienst. Ze had het moeten doen immers, het is een gift en alle giften moeten worden opgegeven. Een gift had in mindering moeten worden gebracht op haar uitkering. En omdat ze dat niet zelf gemeld heeft, heeft ze dus ook nog fraude gepleegd en gaat de uitkerende instantie over tot het terugvorderen van haar uitkering over de periode waarin de fraude heeft plaatsgevonden.

Is dat een reëel scenario, wethouder, in Oldenzaal of heb ik een te rijke fantasie? Daar ben ik wel echt benieuwd naar, want de raad vroeg om handvatten, om een variatie, om die knop om aan te draaien die we niet meer mogen noemen. Als GroenLinks vragen we daarom al zo’n twee jaar denk ik om een masterplan. Waarom moeten we na een motie van de raad om vaart te maken nog negen maanden wachten op deze parapluvisie, die vooral bevestigt dat de basis, het beleidskader van 2012 die er al lag, nog steeds even actueel is? Waarom heb ik de indruk dat we pas de eerste stappen aan het zetten zijn op weg in die transformatie? De voorzitter: Wilt u tot een afronding komen? Mevrouw Oorthuis: Ik kom tot een afronding, voorzitter. Dank u wel. Als we met die transformatie al jaren aan het werk zouden moeten zijn om juist grip op deze kosten te krijgen. De wethouder noemt het een reis die we samen gaan maken, maar lopen we niet gewoon in kringetjes rond met een reisleider die zelf geen grip heeft op deze route en geen einddoel in zicht? Het gaat niet om een kleinigheidje. Het gaat hier om een kerntaak van de gemeente, een taak waar heel veel geld in omgaat die integraal en inclusief aangepakt moet worden met preventie in de hoofdrol.

En een taak die we graag willen oppakken en waarvan we zouden willen dat de wethouder ons meeneemt zonder dat we dat moeten afdwingen en zonder dat u zich verschuilt achter smoesjes als geen tijd, geen geld, geen medewerking van collega’s uit andere gemeenten en dergelijke dingen. Denkt de wethouder dat dat mogelijk is? Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Ik aarzel even. Ik vind smoesjes best wel een stevig woord als je die uitspreekt richting een wethouder. Ik hoop dat u zich daarvan bewust bent, dat dat stevig over kan komen. Dat wil ik u toch even teruggeven als u dergelijke woorden als raadslid naar het college gebruikt. Dan ga ik naar het CDA. Mijnheer Ten Vergert. 27

De heer Ten Vergert: Dank u wel, voorzitter. Vandaag nemen we als raad het besluit om het Masterplan Sociaal Domein definitief vast te stellen. Een lang gekoesterde wens van het CDA, want tijdens de kadernota van 2019 is onze motie Grip op het Sociaal Domein aangenomen door de gemeenteraad. Een jaar later is tijdens de kadernota van 2020 opnieuw een motie aangenomen door de gemeenteraad met daarin twee opdrachten: te komen tot een Masterplan Sociaal Domein en de raad inzicht en sturing te geven van mogelijke ombuigingen in het sociaal domein. De eerste opdracht stellen wij vandaag vast. De eerste ombuigingen zijn eind vorig jaar al genomen door de gemeenteraad op basis van politieke keuzes. Twee aparte processen dus die we als CDA ook los van elkaar zien. Daarmee kan ik ook direct reageren op het amendement van GroenLinks. Daar stemmen we niet mee in, want dat zijn echt keuzes die we vorig jaar al hebben gemaakt met elkaar en die staan nu als bijlage opgenomen in het masterplan. Dus ze staan niet in het masterplan zelf. Zoals wij in het politiek forum van vorige week al hebben aangegeven, kan het CDA instemmen met het voorliggende Masterplan Sociaal Domein. Het masterplan biedt een goede basis om de komende jaren het sociaal domein in Oldenzaal verder vorm te geven.

Nogmaals willen wij de ambtenaren en de wethouder complimenteren, dus toch wel weer dit keer een compliment, voor het gelopen proces en het verwerken van de feedback. Uiteraard hebben wij als CDA nog wel een aantal aandachtspunten. Allereerst preventie. Als CDA geloven wij echt in preventie, want voorkomen is beter dan genezen. Ook wijst onderzoek van de Erasmus School of Economics uit dat preventie loont. De baten liggen een factor 1,6 hoger dan de kosten. Investeren in preventie dus, gezamenlijk met onze maatschappelijke partners en ook met zorgverzekeraar Menzis. Wij willen u daarom ook vragen om aan de slag te gaan met een lokaal preventieplan voor Oldenzaal en met een voorstel te komen naar de raad. Graag uw reactie, wethouder. Dan punt twee, monitoring en bijstellen van het beleid. Een ander belangrijk punt waar onze fractie al langere tijd om vraagt is inzicht en monitoring. We zijn erg verheugd met de Plan-Do-Check-Actmethode die verwerkt is in het masterplan, want dat gaat de nieuwe werkwijze worden om het beleid bij te stellen – want dat is continu gewoon nodig – en te monitoren. Eind vorig jaar hebben wij als raad voor het eerst aan de knoppen gedraaid. Dat betekent dus dat we de KPI 's moeten vaststellen met elkaar en de cijfers gaan verzamelen, zodat we dit ook op een goede manier kunnen monitoren.

Wat is de stand van zaken, wethouder? Als fractie worden wij graag in dit proces betrokken. We zien ook graag hier een duidelijk plan en willen u oproepen hier ook gebruik te maken van de landelijke expertise die er is op dit gebied. Dan tot slot de nieuwe dialoog. Een nieuwe dialoog met inwoners, maar ook met onze partners. Daar gaan we een nieuwe dialoog mee aan. Duidelijke communicatie richting onze inwoners en sociale partners. Iedereen is van belang, want richting onze inwoners en maatschappelijke partners zal duidelijk moeten zijn wat de visie en het beleid is van de gemeente op het sociaal domein. We willen u vragen de raad te betrekken in het opzetten van deze nieuwe dialoog. Zometeen zal de VVD een amendement indienen. Dat gaat er dus over dat het masterplan elke vier jaar herzien moet worden. Daar zullen wij als CDA fractie mee instemmen. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u. Dank u wel. Dan ga ik naar de WG. Mijnheer Winkelhuis. Als de heer Ten Vergert nog even het handje weghaalt. De heer Winkelhuis: Voorzitter, dank u wel. Ik heb een klein lettertype gedaan, dan blijf ik snel binnen de zes minuten. Vanavond bespreken we het Masterplan Sociaal Domein. Het woord ‘masterplan’ geeft al aan dat we het hier hebben over een megabelangrijk document. De WG ziet het Masterplan Sociaal Domein dan ook als een paraplu over onze Oldenzaalse samenleving.

Een paraplu waaronder je kunt schuilen als het even regent. Waaronder je je veilig voelt. Niet iedereen heeft die paraplu nodig, maar het voelt goed dat je weet dat die paraplu er is. We hebben ons coalitieprogramma, de grote paraplu zullen we maar zeggen, er even bij gepakt en dit masterplan hieraan getoetst. In het coalitieprogramma lezen we: samen zorgen we ervoor dat iedereen hier gelukkig kan zijn. Soms zit het tegen en kom je er zelf of samen met je omgeving niet uit. Wij leveren dan zo vroeg mogelijk de ondersteuning die nodig is. We investeren in preventie. De heer Ten Vergert had het hier net ook al over. In het masterplan lezen we: we zorgen voor verdere transformatie naar laagdrempelige passende ondersteuning dichtbij de inwoner, uitgaande van zelfredzaamheid en het 28

anders organiseren van de maatwerkondersteuning. Het woordje ‘gelukkig’ hebben we eruit gehaald. Daar zijn we het eigenlijk toch ook wel mee eens. Want waar de een juist heel gelukkig van wordt, wordt de ander misschien helemaal niet gelukkig van. Wel spreken we over een krachtige samenleving en hoe gaan we daar samen met elkaar naartoe. Naar de samenleving die inwoners dus in hun kracht zet. Een samenleving waar we het niet meer hebben over waar heb ik recht op, maar een samenleving waarin we mensen helpen als het even nodig is en dan weer loslaten. Stond dat ook niet in ons coalitieprogramma Verbinden door los te laten? Dit werken naar een krachtige samenleving is dus nog wel een dingetje, want juist die groep die die paraplu van zorg nodig heeft, heeft vaak geen groot netwerk om zich heen maar doet wel een beroep op die krachtige samenleving waar je in kunt schuilen, op krachten kunt komen en dan weer verder kunt. Vorig jaar hebben we samen een zestal masterclasses gehad in aanloop naar dit masterplan. Dat leverde nogal wat discussie op, maar daarnaast ook de bouwstenen voor deze paraplu. En een van die bouwstenen is geld. Ordinair geld. We lezen in het masterplan veel over preventie en over passende oplossingen binnen de beschikbare middelen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10168705/2