CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

8 - 9620-2022 brief Cuypersgenootschap - verzoek aanwijzing zes gemeentelijke monumenten Oldenzaal

Gemeenteraad 7 maart 2022, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Stukken ter afdoening in handen van college te stellen1.304 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan: het college van burgemeester en wethouders van Oldenzaal Postbus 354 7570 AJ OLDENZAAL

Zoetermeer, 28 februari 2022 Ons kenmerk: 2022-026 Onderwerp: verzoek tot bescherming van enkele gebouwen in de gemeente Oldenzaal als gemeentelijk monument Geacht college, Bij deze verzoekt de Stichting het Cuypersgenootschap, een landelijke monumentenorganisatie, de gemeente Oldenzaal om de onderstaande zes gebouwen te beschermen als gemeentelijk monument. Wij verzoeken u om de vereiste procedures op korte termijn op te starten ingevolge artikel 3 van de Erfgoedverordening 2010. Het Cuypersgenootschap is al bijna 10 jaar met de gemeente in gesprek over een uitbreiding van de gemeentelijke monumentenlijst. Ondanks meerdere toezeggingen komt er weinig van de grond. Veel panden die al jaren in beeld zijn voor de monumentenlijst zijn tot op heden zonder bescherming. Sloop of verminking van deze panden blijft eenvoudig. De onderstaande selectie zijn een selectie van toppers uit de eigen lijst van de gemeente, aangevuld met enkele voorbeelden van na 1945.

I. R.K. Ziekenhuis Heil der Kranken. Prins Bernhardstraat 17. K.L. Croonen, 1916-1917 Het R.K. ziekenhuis Heil der Kranken bestaat uit een langgerekt hoofdgebouw, waarin hogere paviljoens bekroond met neogotische topgevels zijn opgenomen. Het gebouw verrees in 1916-'17 naar ontwerp van de voor Oldenzaal belangrijke neogotische architect K.L. Croonen. Midden achter bevindt zich een kapel. De zijvleugels kregen in 1930-'31 voor de bouwperiode kenmerkende serres in staal en glas. Ondanks diverse renovaties en uitbreidingen heeft het oorspronkelijke gebouw haar karakter vrij goed behouden. De bescherming kan beperkt blijven tot het oorspronkelijke gebouw met de zijvleugels uit 1930-1931. Het ziekenhuisgebouw heeft als belangrijk project van de in de regio bekende neogotische architect K.L. Croonen en als uitstekend voorbeeld van een ziekenhuis uit de vroege twintigste eeuw een evidente architectuurhistorische waarde. Tevens is het gebouw cultuurhistorisch van belang vanwege de rol die het gebouw al ruim een eeuw speelt in het leven van de inwoners van Oldenzaal. Het gebouw valt verder op door haar gaaf behouden karakter en beeldbepalende ligging.

II. Watertoren. Watertorenstraat 2. J.P. Hazeu, 1905-1906 Voor Oldenzaal was de komst van de een systeem van waterleidingen en de watertoren aan het begin van de twintigste eeuw een enorme vooruitgang op het gebied van de hygiëne. De watertoren is ontworpen door de Groninger architect Johannes Petrus Hazeu en is tegelijk met een pompstation aan de Berkstraat in gebruik genomen. Hazeu bouwde onder andere ook de watertorens van Coevorden en Assen. In 2006 is de kop herbouwd en werd de watertoren als woning ingericht met vijf verdiepingen. De hoogte van de watertoren is 31,7 meter.

Secretariaat: Alferbos 246 / 2715 TN Zoetermeer / telefoon: 06-23398363 website: www.cuypersgenootschap.nl / e-post: secretaris@cuypersgenootschap.nl IBAN-rek.nr. NL34 INGB 0004 3323 98 Druten / Kamer van Koophandel nr. 14110072

De watertoren is architectuur- en cultuurhistorisch van belang als illustratie van de industrialisatie en modernisering van de watervoorziening rond 1900. Door haar hoogte en ligging is het gebouw bovendien van beeldbepalend belang voor Oldenzaal.

III. Villa Artemisia. Landrebenlaan 4. Architect onbekend, circa 1911 Artemisia is een blokvormige villa in late neorenaissance-trant. Het pand is omstreeks 1911 gebouwd voor notaris Bijvoet. Opvallend aan het pand zijn de fraaie rode bakstenen en speklagen in de gevel. Als fraai en voor Oldenzaal redelijk zeldzaam voorbeeld van villabouw uit de vroege twintigste eeuw heeft het pand een duidelijke architectuurhistorische betekenis voor de gemeente.

IV. Woningbouw Julianastraat 1-51; Wilhelminastraat 29 t/m 57 en 102 t/m 146; Beatrixstraat 138; Emmastraat 2 t/m 8. Op ten Noort en Scheffer, 1923 Dit woonwijkje is een fraaie en belangrijke illustratie van de industrialisatie van Oldenzaal vanaf de negentiende eeuw. Het laat zien dat er niet alleen fabrieken werden gebouwd, maar ook de volkswoningbouw meer aandacht krijgt. Net als elders in de regio gaan fabrikanten zich na 1900 inspannen voor betere woningbouw voor hun werknemers. Het arbeiderswijkje De Kleies bestaat uit ten opzichte van elkaar verspringende blokken arbeiderswoningen. In het arbeiderswijkje woonden werknemers van de textielfabrieken Gelderman en Molkenboer. De woningen zijn in 1923 gebouwd naar ontwerp van het bekende Utrechtse bureau Op ten Noort en Scheffer. De Wilhelminastraat is verdiept aangelegd, omdat de straat op gelijke hoogte moest komen te liggen met de tramlijn Oldenzaal-Denekamp. De huizen staan daarom op een verhoogd vlak. Deze woningen zijn architectuur- en cultuurhistorisch van belang voor Oldenzaal als goed voorbeeld van volkswoningbouw in een vriendelijke, tuinstedelijke setting. De redelijk gaaf bewaarde woningen illustreren tevens het belang dat door verschillende fabrikanten in Twente werd toegedicht aan een goede huisvesting van de eigen werknemers.

V. NS-station Oldenzaal. Stationsplein 14. Koen van der Gaast, 1956 Het huidige NS-station Oldenzaal is na een grote brand in het negentiende-eeuwse station in 1956 gebouwd naar ontwerp van Koen van der Gaast. Koen van der Gaast (1923-1993) kwam in 1950 in dienst bij de Nederlandse Spoorwegen en werd in 1953 hoofd van het interne architectenbureau. Zijn eerste ontwerpen betroffen eenvoudige, doelmatige haltegebouwtjes met een open karakter. Grotere stations uit deze eerste periode zijn Eindhoven (1956) en Venlo (1958), beide met glazen puien onder een dakconstructie die de reiziger als het ware uitnodigen tot binnentreden. Het haltegebouw Amsterdam Sloterdijk (1956, inmiddels gesloopt) en station Almelo (1962) zijn belangrijke ontwerpen op weg naar een heel nieuw concept: een station waarbij alle functies en ruimten onder één dak werden samengebracht. Dit concept kwam bij station Tilburg (1965) tot volle ontplooiing. Diverse stations van Koen van der Gaast zijn vandaag de dag rijksmonument. Het Oldenzaalse station heeft grote ramen en een zeer transparante uitstraling. De borstwering is gevuld met gele verblendsteen. Het platte dak is afgewerkt met betonnen sierelementen. De luifel aan de voorkant loopt via het dak van het station over in de overkapping van een deel van het eerste perron.

Het verticale element, een blikvanger voor een ieder die het station nadert, is een zeventien meter hoge, betonnen klokkentoren in de vorm van een haarspeld. De ingangsdeur is gevat in een diepe betonnen omlijsting, waardoor een soort portaal is ontstaan. Een gewelf waarin glasstenen als kleine venstertjes zijn aangebracht, overspant een lichte hal. Het station Oldenzaal heeft een duidelijke architectuurhistorische betekenis als goed voorbeeld van een kleiner station van de voor de wederopbouwperiode zeer belangrijke architect Koen van der Gaast. Het station illustreert ook de modernisering van de spoorwegen en stationsbouw na de oorlog. Ook is het gebouw van belang vanwege haar gaaf bewaarde karakter.

VI. Stadhuis. Ganzenmarkt 1. P.H. Tauber, 1967 Met het betrekken van het nieuwe stadhuis in 1967 werd het naastgelegen historische stadhuis na eeuwen verlaten. Het hoogwaardige ontwerp van architect Tauber – een veelgevraagd ontwerper in deze periode - en ingenieur Bauer is typerend voor de zestiger jaren. Kenmerkend is de strakke en verzorgde modernistische architectuur. Met een natuurstenen gevelbekleding van gezoet muschelkalksteen heeft het ook de benodigde grandeur die recht doet aan de

2

functie van het gebouw. In 2000 werd door ruimtegebrek het gebouw uitgebreid en de entree aangepast. Ook werd het gebroken wit van de gevelkozijnen ossenbloed rood geschilderd, een subtiele verwijzing naar de luiken in de Plechelmusbasiliek. Als geslaagd en gaaf behouden voorbeeld van het werk van de belangwekkende architect Tauber en als goed voorbeeld van stadhuisbouw uit de late wederopbouwperiode heeft het gebouw een duidelijke architectuurhistorische betekenis. Ook is het beeldbepalend voor Oldenzaal. Bovendien is er als gevolg van een grootschalige sloop van bestuursgebouwen uit de jaren zestig en zeventig inmiddels sprake van een zekere zeldzaamheidswaarde.

Een deel van de voorgedragen panden is in het verleden reeds in opdracht van de gemeente onderzocht. Wij verzoeken u om bestaande onderzoeken en adviezen bij de afhandeling van ons verzoek te betrekken. Uiteraard geven wij graag een nadere toelichting op deze brief.

Hoogachtend, Het bestuur van Stichting het Cuypersgenootschap, Namens deze,

Leo (L.W.) Dubbelaar, secretaris Cuypersgenootschap I.a.a. - Gemeenteraad van Oldenzaal - Erfgoedvereniging Bond Heemschut - Redactie Tubantia

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11261342/2