8 - 1607-2021 Noabershof - bijlage mail fracties dd 13 jan 2021
Tekst van het document
Geachte fractie, Op ons verzoek om een nader gesprek over de realisatie van een knarrenhof in Oldenzaal (onder de “werknaam” Noabershof Thijsniederweg) is door vijf fracties gehoor gegeven. Daarvoor zijn we zeer erkentelijk! Het heeft ons de gelegenheid gegeven om te kunnen toetsen of de maatschappelijke betekenis en waarde van het woonconcept wordt gezien. Tevens hebben we ook kunnen verkennen of er een politieke bereidheid bestaat om dit inwonerinitiatief bereikbaar te laten zijn voor alle inwoners van Oldenzaal. We hebben de rode draad van alle gevoerde gesprekken samengevat in de bijgevoegde “factsheet 2.0”. Alle vragen, opmerkingen en kritische kanttekeningen vanuit de gesprekken zijn in deze factsheet aan de orde gesteld en beantwoord. We denken hiermee alle mogelijke feitelijkheden rondom de realisatie van het hof te hebben geadresseerd. Gesproken over feitelijkheden: uw raad heeft ter bespreking in het politiek forum van maandag 18 januari a.s. een brief ontvangen van het college. Daarin wordt de woonprogrammering voor de komende jaren aan de orde gesteld. In die brief is de volgende passage gewijd aan het overleg met Noabershof Olnzl:
Indien onze factsheet naast deze toelichting vanuit het college wordt gelegd vallen er toch wel een aantal zaken op. Voor een correcte feitelijke en juiste beeldvorming is een kritische beschouwing van het collegestandpunt wenselijk. Mogen we u op een aantal punten attenderen?
Dit woonconcept voor ouderen is inderdaad uniek. Het is een passend antwoord op de ontwikkelingen zoals die in 2015 in gang zijn gezet (inzetten op langer zelfstandig thuis kunnen wonen, afschaling van de verzorgingshuizen, kostenbesparing (voor het rijk althans), eigen verantwoordelijkheid, levensloopbestendig wonen). Landelijk wordt in ieder geval onderkend dat dit woonconcept toekomstbestendig is. Geen twijfel dus over de stelling dat het concept uniek is. N.B.: ook het STEC-rapport onderkend het unieke karakter van het woonconcept. In de factsheet wordt duidelijk gesteld dat de marktconforme grondprijs voor de bouwkavels inmiddels een geaccepteerd feit is. Een aangepaste grondprijs wordt enkel gevraagd voor die elementen in het woonconcept die als collectieve of algemene voorziening gelden: het hofhuis en de hoftuin. De vergelijking van het hof met het verlenen van (1 op 1) mantelzorg is niet valide. Deze collectieve woonvorm biedt ook algemene voorzieningen waar bewoners elkaar kunnen (blijven) treffen en ondersteunen. Dat kan ook mantelzorg omvatten. De kracht en financiele waarde van dit concept zit ‘m bewijsbaar in die collectieve voorzieningen. Opvallend is dat die waardering op landelijk niveau in ieder geval duidelijk wordt gezien. Zou het hier in Oldenzaal (in de opvatting van het college) dan anders zijn?
We vragen een aangepaste prijs voor de algemene collectieve voorzieningen. Dus voor een deel van het totaal aantal m2 en niet voor de gehele te bebouwen kavel ! Tot slot: het college stelt dat door het hanteren van een sociale grondprijs (voor het hele kavel !) de gemeente een fors bedrag, dat kan oplopen tot enkele tonnen, misloopt aan grondopbrengsten. Daarbij de volgende twee kanttekeningen: a.) nogmaals, het gaat ons niet om de totale kavel en b) er is een grondcompensatiefonds ingesteld om juist deze gemiste grondopbrengst voor gemeenten te compenseren (zie factsheet, punt 9).
Hoewel we bij het aangaan van de gesprekken met u onze blik zeker niet hadden gericht op de behandeling van de woonprogrammering in het politiek forum van 18 januari a.s. gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat we wel blij zijn met deze kans. Het biedt namelijk wel de gelegenheid om u, met de input vanuit onze gesprekken, informatie te verschaffen die een weloverwogen en doordachte politieke bijdrage aan het politiek forum onderbouwt. We wensen u daarbij succes, sterkte en onze warme steun. Als gezegd bieden we hierbij dus “factsheet 2.0” aan. Deze factsheet hebben we alleen aangeboden aan de fracties waarmee we in gesprek zijn geweest en aan de griffier. Onze suggestie daarbij is om, al dan niet in een gezamenlijk verzoek van de fracties (zoals al eerder het geval is geweest in het kader van de stimuleringsregeling) aan het college de opdracht mee te geven om de rijkscompensatieregeling voor gederfde gemeentelijke grondopbrengsten nader te onderzoeken en indien mogelijk van toepassing te laten zijn op de collectieve voorzieningen van het hof.