7 - UIT-21-12879 raadsinfobrief Jeugdgezondheidsmonitor 2019
Tekst van het document
U Gemeente
Oldenzaal
RAADSINFOBRIEF Aan de leden van de raad en de forumleden
Datum college 16 februari 2021
VERZONDEN
Bezoekadres Ganzenmarkt 1 Postadres Postbus 354 7570 AJ Oldenzaal Telefoon (0541)58 81 11 14+netnummer 14 0541 E-mail info@oldenzaal.nl Internet www.oldenzaal.nl
1 6 FEB. 20
Onderwerp Jeugdgezondheldsmonitor 2019 Uw brief van Uw kenmerk Ons kenmerk UIT-21-12879 Zaaknummer Behandeld door Kate Snellens Telefoonnummer (0541) 58 70 81 Bijlage(n) 1
Geachte leden van de raad en forumleden, In het najaar van 2019 is de 'Gezondheidsmonitor Jeugd’ voor de vijfde keer uitgevoerd onder jon geren uit de klassen 2 en 4 van het voortgezet onderwijs. De resultaten van dit onderzoek zijn in november 2020 door de GGD gepresenteerd. In Nederland hebben in totaal 171192 leerlingen deelgenomen, waarvan 10842 leerlingen uit Twente en 538 leerlingen uit Oldenzaal. Dit onderzoek is een wettelijke verplichting vanuit de Wet Publieke Gezondheid en vindt één keer in de vier jaar plaats. In de Gezondheidsmonitor Jeugd worden gegevens verzameld over de gezondheid, het welzijn en de leefstijl van jongeren (zie hiervoor bijlage 1). Deze gegevens zijn verzameld vóór de uitbraak van het coronavirus. Om toch de invloed van de pandemie op de ontwikkeling van de ge zondheid, het welzijn en de leefstijl van jongeren in kaart te brengen voert de GGD op dit moment een nieuw onderzoek uit onder deze doelgroep. Dit onderzoek zal na verwachting in het voorjaar worden opgeleverd. In Oldenzaal is er door de raad aandacht gevraagd voor jongeren die overlast veroorzaken en het gebruik van genotsmiddelen, zoals alcohol en drugs. Voor deze groep jongeren wordt onder an dere het straathoek- en jongerenwerk ingezet. Het straathoek- en jongerenwerk draait diverse pro jecten, zoals ‘Actief naar school’ vanuit het IJslandse preventiemodel.
Daarnaast is er in het lokale veiligheidsplan (doormiddel van het preventieplan) aandacht voor alcohol- en drugsgebruik onder jongeren en zijn er diverse campagnes opgezet om te ontmoedigen. Vanwege uw aandacht voor deze Oldenzaal onderwerpen willen wij u informeren over de resulta ten die worden weergegeven in de Gezondheidsmonitor Jeugd 2019. Er is geen onderzoek gedaan naar de oorzaken van het alcohol- en drugsgebruik. Hier worden dan ook geen uitspraken over ge daan. Alcohol gebruik in Oldenzaal De uitkomsten van de Gezondheidsmonitor laten zien dat Oldenzaal behoort tot één van de ge meenten met een hoog percentage alcohol drinkende jongeren (gemiddeld 60%, versus 55% in Twente). Hierbij is er in Oldenzaal wel een daling te zien van 9% ten opzichte van 2015. Ook het zogenoemde ‘binge drinken’ waarbij jongeren meer dan vijf glazen alcohol op één avond drinken ligt in Oldenzaal hoog (32% t.o.v. 26% in Twente). Verder is er een stijging te zien van het aantal jongeren dat indrinkt voor het uitgaan. Dit indrinken wordt veelal bij anderen thuis gedaan (niet in
xjttr Datum 16 februari 2021
Gemeente
Oldenzaal
Ons kenmerk UIT-21-12879 Paginanr. 3
zien van het aanbod van harddrugs (48% in 2019 t.o.v. 22% in 2015) Een mogelijke verklaring hier voor kan liggen in het feit dat lachgas is meegerekend in de cijfers. Verder geeft 2% van de jonge ren aan wel eens harddrugs te hebben gebruikt (excl. lachgas). Nederland (gemiddelde) 2019
Twente (gemiddelde) 2019 8% 2% 39%
Oldenzaal 2019 8% 2% 48%
Ooit harddrugs aangeboden gekregen (incl. lachgas) Ooit harddrugs gebruikt (excl. lachgas) Harddrugs (incl. lachgas) aangeboden gekregen in café, kroeg, disco, feest, concert 30% 37% Harddrugs (incl. lachgas) aangeboden gekregen op straat of hangplek 13% 19% Harddrugs (incl. lachgas) aangeboden gekregen op thuislocaties Tabel 3: percentage harddrugs gebruik in Nederland, Twente en Oldenzaal over het jaar in 2019 onder jongeren (Oldenzaal aangevuld met cijfers uit 2015).
Lachgas Gezien het feit dat lachgas de laatste jaren meer aandacht heeft gekregen wordt deze drugs apart behandeld. In Oldenzaal wordt aangegeven dat 5% van de jongeren ooit lachgas heeft gebruikt. Dit komt overeen met het Twentse percentage. In Oldenzaal zijn er te weinig jongeren die lachgas hebben gebruikt om iets te kunnen zeggen over de hoeveelheid en de reden waarom lachgas wordt gebruikt. In Twente komt wel naar voren dat lachgas met name wordt gebruikt tijdens het uit gaan, op feestjes en op festivals. Conclusies Ondanks dat er in Oldenzaal een lichte daling valt te zien in alcohol- en softdrugsgebruik onder jon geren, ligt dit percentage nog relatief hoog ten opzichte van Twente en Nederland. Dit maakt dan ook dat we ons met diverse programma's, interventies en campagnes blijven inzetten om alcohol en drugsgebruik te ontmoedigen. Met vriendelijke groet, het college van burgemeester en wethouders
de secretaris
de burgemeester
2015
11% 1% 22% 34%
29%
u rYl
Datum 16 februari 2021
Gemeente
Oldenzaal
Ons kenmerk UIT-21-12879 Paginanr. 2
een keet of schuur). De jongeren in Oldenzaal krijgen met name alcohol bij anderen (54%) of de alcohol wordt door ouders zelf gegeven (49%). Nederland (gemiddelde)
Twente (gemiddelde)
2019
2015
55% 28% 26%
60%* 32% 32%*
69% 35% 33%
23%
31%*
27%
2019 Ooit alcohol gedronken (slok, glas of meer) Ooit aangeschoten of dronken geweest Binge drinken in de laatste 4 weken over dit onder zoek Drinkt wel eens alcohol voor het uitgaan
52% 24%
18%
Oldenzaal
2019
* Wijkt significant af van het Nederlandse en/of Twentse gemiddelde
Tabel 1: percentage alcohol gebruik in Nederland, Twente en Oldenzaal over het jaar in 2019 on derjongeren (Oldenzaal aangevuld met cijfers uit 2015). Aan de jongeren is gevraagd waar men alcohol drinkt. Hierin is ten opzichte van 2015 een duide lijke verschuiving te zien, van de openbare gelegenheden naar de thuislocaties (bij anderen thuis of bij de jongeren zelf thuis). Zo wordt het grootste deel bij anderen thuis gedronken (62%), dan bij de jongere zelf thuis (55%), vervolgens in openbare gelegenheden (48%) en dan in keten of schu ren (32%). Mogelijk komt de verschuiving van openbare gelegenheden naar de thuislocatie door de ophoging van de leeftijdsgrens (van 16 jaar naar 18 jaar) voor het kopen van alcohol. Drugs gebruik in Oldenzaal In de Gezondheidsmonitor Jeugd is er onderscheidt gemaakt tussen softdrugs, harddrugs en lach gas. Softdrugs We zien dat 8% van de jongeren wel eens softdrugs (hasj of wiet) heeft gebruikt, dit is vergelijkbaar met het Twentse gemiddelde. Dit percentage is gedaald ten opzichte van 2015. Eén op de vijf jon geren heeft wel eens softdrugs aangeboden gekregen. Dit gebeurt het vaakst op straat en op hangplekken, hoewel ook dit fors gedaald is ten op opzichte van 2015 (28% in 2019 t.o.v. 56% in 2015). In vergelijking met Twente (39%) wordt er in Oldenzaal minder softdrugs aangeboden op straat en/of hangplekken (28%).
Verder laten de resultaten zien dat er in 2019 meer drugs werd aangeboden op thuislocaties dan in 2015. Nederland (gemiddelde)
Twente (gemiddelde)
2019
2019
2015
39%
20% 28%
22% 56%
25% 7%
27% 8%
23%
2019 Softdrugs aangeboden gekregen Softdrugs op straat/ hangplekken aangeboden gekre gen Softdrugs aangeboden gekregen op thuislocaties Ooit softdrugs gebruikt
19%
9%
Oldenzaal
Tabel 2: percentage softdrug (hasj of wiet) gebruik in Nederland, Twente en Oldenzaal over het jaar in 2019 onder jongeren (Oldenzaal aangevuld met cijfers uit 2015). Harddrugs In de Gezondheidsmonitor wordt er bij harddrugsgebruik gekeken naar XTC, cocaïne, paddo’s, amfetaminen, LSD, GHB en ketamine. In Twente en ook in Oldenzaal hebben 8% van de jongeren wel eens harddrugs (incl. lachgas) aangeboden gekregen. Jongeren kregen dit vooral aangeboden in café’s, kroegen, discotheken, tijdens feesten of concerten. Er is een stijging in het percentage te
10%
ÊÊÊk Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Oldenzaal
%■
P
f
1 I
h
Twentse Gezondheids Verkenning is een onderdeel van GGD Twente.
i
W/>i
FTwente
i ■■
-.'t
.r;
4 Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 Gezondheid, welzijn en leefstijl van jongeren in Oldenzaal Versie 1.0
Uitgave GGD Twente 053-487 6888 info@ggdtwente.nl
'ê
’"ï
Auteurs Manneke Winkelhorst Lieset Jenneboer Marieke Weernink Simone Boerema Marieke Bunnik Marlie Cemeus
Bijlagen Tabellenboek Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 - Oldenzaal Gegevens en onderzoeksresultaten in Twente zijn digitaal beschikbaar via: www.twentseaezondheidsverkennina.nl © 2020, GGD Twente, Enschede. Auteursrechten voorbehouden. Overname van dit rapport of gedeelten daaruit is toegestaan, mits de bron wordt vermeld.
Twentse Gezondheids Verkenning (TGV) GGD Twente is onderdeel van Regio Twente, het samenwerkingsverband van de 14 Twente gemeenten.
i
3
3
1
1. Algemene informatie Voor u ligt het gemeenterapport Olden zaal rapport van de Gezondheidsmonitor Jeugd (voorheen EMOVO). In het najaar van 2019 is de Gezondheidsmonitor Jeugd voor de vijfde keer uitgevoerd onder jongeren uit klassen 2 en 4 van het voortgezet onderwijs in Twente. Hierbij zijn gegevens over de gezondheid, het welzijn en de leefstijl van jongeren verzameld, die nodig zijn voor de onderbouwing en het bepalen van de koers van gemeentelijk gezondheids- en jeugdbeleid. Deze gegevens zijn verzameld vóór de corona uitbraak in Nederland, dus geven weer hoe de situatie voor deze tijd was. Voor gemeenten en scholen maakt de Gezondheidsmonitor Jeugd de stand van zaken duidelijk. Hiermee kunnen gemeenten en scholen beslissen waar ze in hun gezondheids- en jeugdbeleid op gaan inzetten de komende tijd. Dit rapport gaat over Oldenzaal en beschrijft de meest in het oog springende uitkomsten. Dit rapport is één van de 14 gemeenterapporten. Naast de gemeenterapporten is er ook een Twents rapport en verschijnen er schoolsamenvattingen. De resultaten zijn ook openbaar beschikbaar op vmw. twentseaezondheidsverkennina. nl. Waarom de Gezondheidsmonitor Jeugd? Dit onderzoek wordt gedaan om inzicht te geven in de gezondheid, het welzijn en de leefstijl van jongeren. Deze informatie is belangrijk voor gemeenten en organisaties die zich met jongeren bezighouden.
Zij weten wat er qua gezondheid, welzijn en leefstijl goed gaat en waar belangrijke aandachtspunten liggen. Voor scholen kan het bijdragen aan een gericht eigen schoolgezondheidsbeleid. Het uitvoeren van de monitors is ook een wettelijke taak. Gemeenten hebben volgens de Wet publieke gezondheid (Wpg) de taak om de gezondheid van hun inwoners in kaart te brengen. De GGD voert die taak uit voor de gemeenten. De Gezondheidsmonitor Jeugd wordt ééns in de vier jaar uitgevoerd, evenals de Volwassenen- en Ouderenmonitor en de Kindermonitor. Landelijke afstemming In samenwerking met het RIVM wordt de Gezondheidsmonitor Jeugd door alle GGD’en in Nederland uitgevoerd. De deelnemende GGD’en hebben een vergelijkbare vragenlijst gehanteerd en het onderzoek is rond hetzelfde tijdstip uitgevoerd. Wel zijn regionaal vragen toegevoegd. Landelijk hebben ruim 170.000 jongeren de vragenlijst ingevuld.
3 Oldenzaalse middelbare scholen hebben deelgenomen
i
Wie hebben er deelgenomen? In totaal hebben 42 reguliere voortgezet onderwijsscholen in Twente deelgenomen aan de Gezondheidsmonitor Jeugd, waarvan 3 in Oldenzaal. Dit heeft erin geresulteerd dat we 10842 de vragenlijsten van Twentse jongeren hebben kunnen gebruiken. Als we in dit rapport
spreken over jongeren, bedoelen we de groep van 538 Oldenzaalse jongeren die heeft deelgenomen aan de Gezondheidsmonitor Jeugd. Als we het hebben over ouders kunnen dit ook verzorgers zijn. Hieronder staan de scholen weergegeven waarbij 10 of meer jongeren uit de gemeente Oldenzaal hebben deelgenomen aan de Gezondheidsmonitor Jeugd. Twents Carmel College De Thij Twents Carmel College Lyceumstraat Twents Carmel College Potskampstraat Achtergrondkenmerken Iets meer jongens dan meisjes hebben deelgenomen aan ons onderzoek. Er hebben iets meer jongeren uit klas 4 deelgenomen dan uit klas 2. Ook iets meer jongeren van het vmbo hebben de vragenlijst ingevuld dan jongeren van het havo/vwo. De leeftijd van jongeren in klas 2 is voornamelijk 13-14 jaar, in klas 4, IS IS jaar. Weging Aan alle deelnemende scholen is gevraagd alle jongeren in klas 2 en 4 de vragenlijst in te laten vullen. Toch kan het gebeuren dat uit bepaalde groepen minder jongeren hebben meegedaan, dan uit andere groepen. Bijvoorbeeld minder jongeren in bepaalde leeftijdsgroepen, of verhoudingsgewijs meer jongens dan meisjes. Daarom wegen we de uitkomsten, zodat ze representatief zijn voor de hele bevolking van Oldenzaal. Er is gewogen op klas, geslacht, onderwijsniveau en stedelijkheid van de gemeente waar de leerling woont.
Wanneer in dit rapport percentages worden genoemd dan zijn deze berekend met behulp van deze weging. Zie Tabel 1 voor de gewogen achtergrondkenmerken van deze jongeren.
1
Tabel 1 Gewogen achtergrondkenmerken
Jongen Meisje Klas 2
klas4 Vmbo HavoA^wo
Oldenzaal % 50 50 45 55 48 52
Twente %
51 49 48 52 51 49
Groepsverschillen In deze rapportage is nagegaan of er verschillen zijn tussen bepaalde groepen. Bijvoorbeeld tussen jongens en meisjes, tussen opleidingsniveaus en tussen de situatie in 2019 en vier jaar geleden (de Gezondheidsmonitor Jeugd/ E-MOVO 2015). Ook is er gekeken of de cijfers van Oldenzaal verschillen van de Twentse cijfers. Als in dit rapport vergelijkingen staan (‘groter dan’, ‘meer dan’ etc.) dan zijn die verschillen statistisch significant. Dat wil zeggen dat er voldoende bewijs is, dat de bevindingen niet op toeval berusten. Wanneer over de totale groep jongeren wordt gesproken gaat dit over klas 2 en 4 samen. Verdiepend onderzoek is mogelijk De Gezondheidsmonitor Jeugd bevat nog veel meer informatie dan in dit rapport is beschreven. Het is mogelijk om meer gedetailleerd onderzoek te doen. Voorbeelden kunnen zijn; Welke jongeren worden gepest?
Hoe hangen armoede en leefstijl samen? Gaat spijbelen samen met roken, alcohol en drugs? Hoe is de relatie tussen jongeren die spijbelen en hun ouders? In verband met de huidige COVID-19 crisis en de daarmee gepaarde druk op de GGD is afgesproken dat het regiorapport en dit gemeenterapport enkel de belangrijkste resultaten rapporteert en dat gemeenten op verzoek verdiepend onderzoek kunnen aanvragen bij GGD Twente. Ondanks de huidige druk rondom de COVID-19 crisis hebben we dit rapport opgeleverd. Bestuursagenda Dit rapport beschrijft de meest in het oog springende uitkomsten van de Gezondheids monitor Jeugd van de gemeente Oldenzaal. Het doel is om trends en ontwikkelingen in kaart te brengen. Hierbij zijn de speerpunten zoals vastgesteld in de Bestuursagenda Publieke Gezondheid 2020-2023 ook in acht genomen. Twentse gezondheidsverkenning (TGV) Bij dit rapport hoort één tabellenboek; Tabellenboek Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 - Oldenzaal” waarin de resultaten voor Oldenzaal zijn uitgesplitst naar geslacht, klas en onderwijsniveau. Het gemeenterapport is het beste te lezen naast het Twents rapport met de twee bijbehorende tabelboeken. Daarnaast zijn de resultaten ook openbaar beschikbaar op www.twentseqezondheidsverkenninq.nl.
2
2. Een gezonde manier van leven Een gezond Twente: dat is wat we willen bereiken. Met actieve volwassenen, die fit deelnemen aan de samenleving. En met ouderen die veel gezonde levensjaren hebben en zo lang mogelijk mee kunnen doen. Die gezonde start begint bij kinderen en jongeren. Als zij gezond leven, hebben ze daar de rest van hun leven voordeel van. Hoe staat het en/oor in Oldenzaal? Waar liggen uitdagingen om de leefstijl van jongeren te verbeteren? Hoe gaat het met roken, alcohol en drugs? Krijgen ze voldoende slaap? Hoe zit het met suikerhoudende dranken en fietsen en lopen naar school? Alcoholgebruik verminderd Jongeren in klas 2 en 4 zijn respectievelijk 13-14 jaar en 15-16 jaar. Begin 2014 is de leeftijdsgrens voor de verkoop van alcohol naar 18 jaar opgehoogd. Sindsdien zijn er verschillende campagnes gevoerd om alcoholgebruik onder jeugd te ontmoedigen. Is er sindsdien ook iets veranderd in het alcoholgebruik door jongeren? In 2015 had 69% van alle jongeren ooit alcohol geprobeerd. In 2019 was dit 60%, bij 42% was dit een heel glas of meer. Dit is dus afgenomen de afgelopen 4 jaar (zie Figuur 1). Alcoholgebruik verschilt tussen Twentse gemeenten. Oldenzaalse jongeren drinken vaker alcohol dan gemiddeld in de rest van Twente. Het percentage binge drinkers (meer dan 5 drankjes bij 1 gelegenheid) is 32% en vergelijkbaar met vier jaar geleden.
We zien regionale verschillen bij het binge drinken, deze zijn weergegeven in Figuur 2. In vergelijking met de andere Twentse gemeenten is het binge drinken in Oldenzaal hoger. Het percentage jongeren die de laatste 4 weken dronken of aangeschoten zijn geweest (21%), is gelijk gebleven ten opzichte van 4 jaar geleden (21%).
100 90
2015
2019
70 0) 60 O)
I 50 BO) 40
CL 30
20 10 0 Ooit Ooit Ooit Ooit alcohol gerookt softdrugs harddrugs gedronken (alleen (excl. (alleen trekjes of lachgas) slokjes of hele heel glas sigaret of of meer) meer)
<20 ■20 <25 ■ 25 <30 ■ 30 <35 ■ »35 Geen waarde
►
ïSHSl
Figuur 2 Percentage jongeren dat in de 4 weken voorafgaand aan de vragenlijst aan binge drinken heeft gedaan, verschil per gemeente In klas 4 toch nog veel gedronken 68% van de jongeren uit klas 4 heeft de afgelopen 4 weken alcohol gedronken. Van alle jongeren uit klas 4 deed 53% aan binge drinken in de afgelopen 4 weken. Dit is hoger dan het Twentse gemiddelde bij klas 4 (42%). Daarnaast was 36% van de jongeren uit klas 4 de laatste 4 weken een keer dronken of aangeschoten.
I
Alcoholgebruik en roken is afgenomen onder jongeren
Waar wordt er gedronken? Aan de jongeren die alcohol drinken is gevraagd waar ze alcohol drinken. Bij anderen thuis wordt in Oldenzaal het meest alcohol gedronken (zie Figuur 3). Waar in 2015 nog 67% in een discotheek, café, bar of terras alcohol dronk, is dat in 2019 nog maar 48%. We zien een duidelijke verschuiving van alcoholgebruik in openbare gelegenheden naar thuis.
Figuur 1 Overzicht gebruik alcohol, roken en drugs in 2015 en 2019
3
62«4r 48»/« Thuis
Bij anderen thuis
discotheek, café. etc..
Figuur 3 Top 3 In Twente van de genoemde locaties waar doorjongeren alcohol gedronken wordt. De weergegeven percentages zijn van de gemeente Oldenzaal Thuis indrinken Van alle jongeren doet 31% aan indrinken. Bij jongeren uit klas 4 is dit 54%. In vergelijking met de andere gemeenten in Twente wordt er in Oldenzaal meer ingedronken. Indrinken gebeurt voornamelijk bij anderen thuis. Ook thuis en in een hok/schuur/keet wordt vaak ingedronken. Daarnaast kopen de meeste jongeren hun alcohol niet zelf, maar krijgt de helft van de jongeren die alcohol drinken het van hun ouders of bij iemand anders thuis.
i *
Relatie met ouders lijkt gerelateerd aan alcohol en drugsgebruik
Ouders over alcohol Van alle jongeren heeft 22% geen afspraak met zijn/haar ouders over alcohol. 34% van alle jongeren heeft een afspraak over de leeftijd dat zij mogen beginnen met drinken. Bij de meeste jongeren is dit vanaf 18 jaar. Opvallend is dat meer jongeren dan vier jaar geleden de afspraak hebben vanaf 17 jaar te mogen drinken. Er is een verschuiving te zien van 16 jaar naar 17 jaar, maar ook van 18 jaar naar 17 jaar. Van de jongeren die alcohol drinken zegt 34% in klas 2 dat zijn/haar ouders dit goed vinden; in klas 4 is dit 50%. Daarnaast verbiedt slechts 6% van de ouders van jongeren uit klas 2 en 4 het alcoholgebruik. Zie Figuur 4. ■ Ze vinden het goed ■ Ze raden het af ■ Ze zeggen er niets van ■ Ze weten het niet ■ Ze verbieden het ■ Ze vinden dat ik minder moet drinken Figuur 4 Mening ouders over alcohol (bij oj ngeren die alcohol drinken)
Relatie met ouders en alcoholgebruik 73% van de ouders drinkt soms alcohol waar de jongere bij is. Bij 7% van de jongeren gebeurt dit (bijna) iedere dag. Van alle jongeren heeft 6% zijn^iaar ouders (zeer) vaak dronken gezien. Aan de andere kant, heeft 81»/«zijn/haar ouders zelden of nooit dronken gezien. De relatie die jongeren hebben met hun ouders lijkt gerelateerd aan alcoholgebruik. We hebben vragen gesteld om de kwaliteit van de relatie met ouders te bepalen. Van de jongeren met een slechter dan gemiddelde relatie met hun ouders heeft 75% in de laatste 4 weken alcohol gedronken: dit is 42% bij de jongeren met betere relatie met de ouders. Jongeren die een scheiding van de ouders hebben meegemaakt hebben de laatste 4 weken ook vaker alcohol gedronken (54%) dan jongeren die dit niet hebben meegemaakt (40%). Aantal rokers gedaald Naast campagnes tegen het drinken van alcohol, zijn er ook campagnes tegen roken geweest. Sinds januari 2014 is het volgens de Tabakswet verboden tabaksproducten te verkopen aan jongeren onder de 18 jaar. Daarnaast zijn veel schoolpleinen al rookvrij, vanaf augustus 2020 moeten ze allemaal rookvrij zijn. Het aantal jongeren dat ooit heeft gerookt is in deze periode gedaald. In 2015 had 30% van de jongeren ooit gerookt; in 2019 is dit 19% (zie Figuur 1). Ook is het aantal dagelijkse rokers gehalveerd de afgelopen 4 jaar.
Tenslotte is het wekelijks roken is gedaald van 11% in 2015, naar 5% in 2019. Het percentage jongeren dat wekelijks rookt is vergelijkbaar met de andere gemeenten in Twente. Tussen roken en alcoholgebruik is een duidelijk verband te zien. Van de jongeren die wekelijks roken heeft 81% de laatste 4 weken alcohol gedronken, terwijl dit bij jongeren die niet wekelijks roken 41% is. De meeste jongeren die roken krijgen sigaretten van vrienden (zie Figuur 5). Ook krijgt 16% van de jongeren sigaretten van hun ouders.
f47«/;ftr6»/:\ti^«/: Ik knjg het van
Ik koop het zelf
k laat het door anderen J ^ kopen^^
Figuur 5 Top 3 van de genoemde locaties waar in Twente sigaretten gekocht worden doorjongeren. De weergegeven percentages zijn van de gemeente Oldenzaal
4
E-sigaret niet populair Van alle jongeren heeft 24% wel eens een esigaret geprobeerd. De helft van deze jongeren heeft het niet vaker dan één keer geprobeerd. In totaal gebruikt 1% van de jongeren wekelijks een e-sigaret. Roken op het vmbo en havo/vwo Op het vmbo heeft 24% ooit gerookt, op het havo/vwo is dit 15%. Op het vmbo heeft 30% van de jongeren wel eens een e-sigaret gebruikt. Op het havo/vwo is dit 19%.
Ouders over roken Van de jongeren die roken zegt 9% dat zijn/haar ouders dit goed vinden. Zie Figuur 6. Er is een verschil in de mening van ouders over alcoholgebruik en rookgedrag bij jongeren. Het percentage ouders dat het goed vindt dat hun kind alcohol drinkt, is ruim vijf keer zo hoog (47%), zie Figuur 4.
i
19%
aangeboden op straat, in een park of hangplek. Daarnaast gebeurde dit ook (bij vrienden) thuis of in een café, disco, op een feest of concert. Van alle jongeren heeft 8% wel eens softdrugs gebruikt. Dit is vergelijkbaar met het Twents gemiddelde (7%). Het aantal jongeren dat ooit softdrugs heeft gebruikt neemt toe met de leeftijd en is in klas 4,14%. Tenslotte is er ook een verband tussen softdrugs en de relatie met de ouders. Er zijn minder jongeren die ooit softdrugs hebben gebruikt als de relatie met ouders gemiddeld of hoger is. Van de jongeren waarbij de relatie met hun ouders lager is dan gemiddeld, heeft 9% de laatste 4 weken softdrugs gebruikt. Bij de overige jongeren was dit 1 %. Van alle jongeren heeft 8% wel eens harddrugs (incl. lachgas) aangeboden gekregen. Daarnaast heeft 2% procent ooit harddrugs (excl. lachgas) gebruikt. Dit percentage is vergelijkbaar met drugsgebruik in 2015, zie Figuur 1. In Oldenzaal zijn er niet genoeg jongeren die harddrugs gebruiken om iets te zeggen over de soorten harddrugs. Op Twents niveau kan dit wel en dit kunt u lezen in het regiorapport.
■ Ze vinden het goed ■ Ze raden het af
9%
li
34%
rrj
■ Ze zeggen er niks van ■ Ze weten het niet ■ Ze verbieden het
Figuur 6 Mening ouders over roken Bij 26% van de jongeren wordt er thuis gerookt waar hij/zij bij is. We zien dat roken in het bijzijn van jongeren vaker gebeurt bij jongeren van het vmbo (35%) dan bij jongeren van het havo/vwo (18%).
Lachgas uit nieuwsgierigheid Van de jongeren heeft 5% wel eens lachgas gebruikt. Daarnaast is 13% van de jongeren nieuwsgierig naar het gebruik van lachgas. In klas 4 heeft 5% wel eens lachgas gebruikt, tegenover 4% in klas 2. In Oldenzaal zijn er niet genoeg jongeren die lachgas gebruiken om iets te zeggen over de hoeveelheid en de reden waarom jongeren lachgas gebruiken. Figuur 7. Op Twents niveau kan dit wel en kunt u lezen in het regiorapport.
ï
Tijdens het uitgaan
Drugsgebruik weinig veranderd Eén op de 5 jongeren heeft wel eens softdrugs aangeboden gekregen. Meestal kregen ze dit
1
Thuis of bij anderen thuis
In een keet, hok of schuur .
Figuur 1 Top 3 van de genoemde locaties in Twente waar door jongeren lachgas wordt gebruikt. Geen cijfers beschikbaar voor Oldenzaal.
5
Veel fietsen en lopen naar school Lopen en fietsen naar school is een mooie manier om in beweging te blijven. Om aan de beweegnorm te voldoen moeten jongeren tot 18 jaar minimaal 1 uur per dag matig intensief bewegen. Hieraan voldoet slechts 18% van de jongeren. De bijna helft (45%) van de jongeren beweegt 5 of meer dagen per week minstens 1 uur. Dit percentage is vergelijkbaar met het Twents gemiddelde (46%). In Oldenzaal gaan veel jongeren vijf dagen per week lopend of fietsend naar school of stage (92%). Dit is vergelijkbaar met Twente en hoger dan gemiddeld in Nederland (84%). Zie Figuur 8 voor een overzicht vanuit de gemeenten in de Regio Tvtrente. Daarnaast sport 85% van de jongeren wekelijks bij een club, vereniging of sportschool. <90 ■90 < 93
Naast suikerhoudende drankjes, worden ook energiedrankjes door 14% van de jongeren gedronken. De meerderheid hiervan drinkt dit 1 tot 2 dagen per week. Het Voedingscentrum raadt het drinken van energiedrankjes af. 95% van de jongeren drinkt maximaal 1 blikje energiedrank per dag.
32% van de jongeren drinkt elke dag drankjes met suiker Elke dag water Van alle jongeren drinkt 76% elke dag minimaal een glas water, dit is meer dan in Twente (70%). In 2015 hebben wij anders gevraagd naar het drinken van water. Toen dronk 45% van de jongeren elke dag water, thee of koffie. Het verschil in de vraagstelling, maakt het lastig een uitspraak te doen over veranderingen in het drinken van water door jongeren.
76% van de jongeren drinkt elke dag water
■93 < 86 ■ >=96 S Geen waarde
Oldenzaa -Holtan
of van Twente
Haaksbergen
^
Figuur 8 Percentage jongeren dat 5 dagen per week lopend of fietsend naar school/stage gaat, verschillen tussen gemeenten
Slechts 18% van de jongeren voldoet aan de beweegnorm
Gebruik drankjes met suiker afgenomen Door 32% van de jongeren wordt er elke dag drankjes met suiker gedronken. Vier jaar geleden was dit 34%. Als deze jongeren suikerhoudende drankjes drinken, is dit meestal 2 glazen per dag. Van de jongeren drinkt 9% Bijna nooit drankjes met suiker.
Mening eigen gewicht De meeste jongeren (72%) vinden het eigen gewicht normaal. Toch vindt 20% zich (veel) te zwaar en 7% noemt zichzelf te licht. We zetten de mening over eigen gewicht naast de metingen door de jeugdartsen op school in klas 2 (bevindingenregistratie 2019 van de afdeling Jeugdgezondheid; JGZ). Van de jongeren uit klas 2 vindt 19% zichzelf (veel) te zwaar. Volgens de bevindingenregistratie heeft 20% van de jongeren uit klas 2 (ernstig) overgewicht in Oldenzaal. Gemiddeld heeft 25% van de jongeren uit klas 2 op het vmbo (ernstig) overgewicht, op havo/vwo is dit lager, namelijk 16%. De cijfers van de bevindingenregistratie zijn op basis van nagenoeg alle jongeren, terwijl de gezondheidsmonitor jeugd een deel van de jongeren is. Gevoelens staan in verband met de mening over het eigen gewicht. 23% van de jongeren die zichzelf te zwaar vinden voelt zich ongelukkig, ten opzichte van 9% van de overige jongeren. Ook hebben deze jongeren vaker een SDQ score in het grensgebied of afwijkend (35%), vergeleken met 17% bij de overige jongeren. De SDQ is de Strengths and Difficulties Questionnaire. In hoofdstuk 3 wordt de SDQ uitgebreid toegelicht.
6
Niet alle jongeren slapen goed Ruim 4 op de 5 jongeren slaapt redelijk tot heel goed (85%), terwijl 15% (helemaal) niet goed slaapt. Eén op de 3 jongeren voelt zich een paar keer per week overdag slaperig of moe (zie Figuur 9). Bijna de helft van de jongeren die zich moe voelt geeft aan dat dit komt omdat ze te laat naar bed gaan of te vroeg moeten opstaan. Daarnaast zegt 31% dat het komt omdat ze moeilijk in slaap kunnen komen, en 22% dat ze nog laat tv kijken, gamen of op hun telefoon zitten.
O: ■
(Bijna) nooit Paar keer per maand Paar keer per week (Bijna) elke dag
Figuur 9 Hoe vaak jongeren zich overdag slaperig of moe voelen Slaapkwaliteit, stress en geluk Stress komt vaker voor bij slechte slapers. Zo is 64% van de jongeren die niet goed slapen vaak gestrest door 1 of meerdere factoren. Bij jongeren die wel goed slapen is dit 36%. Slapen staat ook in verband met geluk. Meer dan de helft (52%) van de jongeren die zich (zeer) ongelukkig of neutraal voelt, slaapt niet zo goed of helemaal niet goed, terwijl dit bij jongeren die zich meestal (zeer) gelukkig voelen maar 10% is.
Gehoor en oordoppen Van alle jongeren heeft 19% soms last van het gehoor tijdens/na het luisteren van muziek. Hier heeft 3% vaak of zelfs altijd last van. Dit is een daling ten opzichte van 4 jaar geleden, toen had 29% soms last van het gehoor en 5% altijd. De jongeren die last hebben van hun gehoor, hebben dit meestal tijdens/na een festival, concert of parkfeest (54%). Daarnaast hebben ze dit het meest tijdens/na een discotheek-bezoek (43%), of na een schoolfeest (21%). Een kleine hoeveelheid jongeren (3%) gebruikt altijd beschermde oordoppen. Helaas gebruikt 68% van de jongeren dit nooit.
f«-
Bijna 1 op de 5 jongeren heeft soms last van het gehoor tijdens/na het luisteren van
Zwemdiploma Zwemvaardigheid is belangrijk. De meeste jongeren hebben zwemdiploma A. Ruim de helft van de jongeren heeft naast A ook zwemdiploma B. Daarnaast heeft bijna 1 op de 3 jongeren zwemdiploma A, B en C. Echter heeft 1% van de jongeren geen zwemdiploma.
7
3. Gezond van lijf en leden Gezondheid is belangrijk voorJe kwaliteit van leven. Het biedtje de mogelijkheid om de dingen te kunnen doen die je belangrijk vindt. Het draagt bij aan een evenwichtige ontwikkeling naar volwassenheid. Gelukkig ervaren de meeste jongeren hun gezondheid als (zeer) goed. Psychosociale gezondheid is een belangrijk aspect van gezondheid. Een lage psychosociale gezondheid staat in verband met een verhoogd risico op gedrags- of emotionele problemen. Veel factoren hangen hiermee samen, zoals geslacht en opleidingsniveau, maar ook sociale steun van vrienden en stress. Hoe gaat het met de fysieke en mentale gezondheid van Oldenzaalse jongeren? In dit hoofdstuk gaan we hier verder op in. Ervaren gezondheid goed De meeste jongeren (88%) noemen de eigen gezondheid (zeer) goed. In 2015 was dit 92%. Regionaal is dit iets gedaald. Daarnaast beantwoordt 11% van de jongeren deze vraag met “gaat wel” en 1% noemt de eigen gezondheid (zeer) slecht. De ervaren gezondheid van jongeren hangt samen met zich gelukkig voelen. Van de jongeren die zich meestal ongelukkig of neutraal voelen, ervaart de eigen gezondheid als slecht of zeer slecht (37%). Bij jongeren die zich meestal gelukkig voelen is dit 8%.
t
88% van de jongeren noemt de eigen gezondheid (zeer) goed Psychosociale gezondheid De psychosociale gezondheid wordt gemeten met de Strengths and Difficulties Questionnaire (SDQ). Deze vragenlijst bestaat uit 25 stellingen die de aanwezigheid van psychosociale problemen, sterke kanten van het kind en de invloed van psychosociale problemen op het dagelijks functioneren meten. Bij de SDQ wordt gekeken naar de totaalscore en naar twee subschalen hiervan: emotionele problemen en gedragsproblemen. Jongeren worden op basis van hun score in groepen ingedeeld: • Normale score. Geen aanwijzingen voor psychosociale problematiek; • Grensgebied score. Mogelijk sprake van verhoogd risico op psychosociale problematiek: en • Afwijkende score. Verhoogd risico op psychosociale problematiek. Gemiddeld scoort 80% van de jongeren normaal op de totaalscore van de SDQ, zie Figuur 10. Dit is lager dan de SDQ totaalscore van Twentse jongeren in het verleden. Die was van 2007 tot 2015 tussen 81 en 84%. Er is nu dus bij meer jongeren (mogelijk) sprake van verhoogd risico op psychosociale problematiek.
^ 11% ■ Normaal ■ Grensgebied
^
B0%,
■ Afwijkend
Figuur 10 Psychosociale gezondheid, totaalscore SDQ Risicofactoren psychosociale problematiek We zien dat opleidingsniveau, moeite met rondkomen, de relatie met ouders en sociale steun van vrienden samenhangen met het hebben van een score in het grensgebied of een afwijkende score. Een score in het grensgebied of een afwijkende score komt vaker voor bij jongeren van het vmbo (26%), dan bij jongeren van het havo/vwo (15%); bij jongeren die thuis enige of grote moeite ervaren met rondkomen (78%), dan jongeren die dat niet hebben (18%); bij jongeren waarvan de relatie met ouders lager dan gemiddeld is (56%), dan bij jongeren met een goede relatie (18%); en jongeren die lage sociale steun van vrienden hebben (51%), dan jongeren die steun ervaren (16%). Jongeren met een SDQ score in het grensgebied of een afwijkende score zijn vaak minder weerbaar en worden vaker gepest. Ook hebben deze jongeren vaker verhoogd risico op problematisch gebruik van social media. Gedrags- of emotionele problemen Meisjes scoren vaker afwijkend op de emotionele schaal van de SDQ (26%). Van de jongens heeft maar 12% een afwijkende score. Dit betekent dat meer meisjes risico lopen op emotionele problemen. Jongens hebben juist vaker een afwijkende score bij gedragsproblemen (14%), dan meisjes (6%), zie Figuur 11.
8
^40
Van de jongeren heeft 10% weinig sociale steun van vrienden.
— 30 05 ^ O)
iS 20 c O)
E 10 0
ll.. Ih.
0 Emotionele Gedrags problemen problemen ■ Jongen «Meisje Figuur 11 Jongeren met een verhoogd risico op emotionele- en gedragsproblemen Eenzaam en ongelukkig Jongeren die eenzaam zijn missen vaak een hechte, emotionele band met anderen. 16% van de jongeren voelt zich soms tot vaak eenzaam (zie Figuur 12). Van de jongeren die vaak eenzaam zijn, voelt 27% zich meestal (zeer) ongelukkig of neutraal. Dit is slechts 1 % bij niet eenzame jongeren. Daarnaast ervaren jongeren die zich vaak eenzaam voelen ook minder sociale steun van vrienden.
r
49%
■ Vaak ■
Soms
■ Zelden B
Nooit
Figuur 12 Voel je je wel eens eenzaam? Meeste jongeren voelen zich gelukkig Van alle jongeren voelt 88% zich meestal (zeer) gelukkig. Daarentegen voelt 3% van de jongeren zich (zeer) ongelukkig. Stress lijkt gerelateerd aan geluk. Van de jongeren die zich (zeer) vaak gestrest voelen, voelt 23% zich (zeer) vaak ongelukkig. Bij jongeren die geen stress voelen is dit 4%. Vrienden en vriendinnen Sociale steun van vrienden is erg belangrijk voor jongeren. We bepalen deze sociale steun door een aantal vragen, bijvoorbeeld of ze tijd doorbrengen met hun vrienden/vriendinnen en of ze hun vrienden/vriendinnen kunnen vertrouwen. De meerderheid (64%) van de jongeren krijgt veel sociale steun van vrienden. Wel is dit gedaald. In 2015 was de sociale steun 76%. Deze daling komt vooral omdat jongeren aangeven minderte ondernemen met vrienden.
Vooral stress door social media Van alle jongeren voelt 41% zich (zeer) vaak gestrest. Bij meisjes is 46% (zeer) vaak gestrest, bij jongens is dit 36%. Vooral social media zorgt bij veel jongeren voor stress (zie Figuur 13). Bij meisjes voelt zelfs 46% zich gestrest door social media.
tlooJfl'aÄ 21% Social media
School of huiswerk
Alles wat ze moeten doen
Figuur 13 Top 3 met factoren waar Twentse jongeren zich (zeer) vaak gestrest over voelen. De weergegeven percentages zijn van de gemeente Oldenzaal
90% van de jongeren is voldoende weerbaar Weerbaarheid Jongeren die weerbaar zijn durven voor zichzelf op te komen maar ook steun te zoeken. Ze kunnen hun grenzen goed aangeven. Daarvoor moet een jongere zichzelf belangrijk en goed genoeg vinden. Met verschillende stellingen is de weerbaarheid van de jongeren onderzocht. Hieruit is gebleken dat 90% van de jongeren voldoende weerbaar is. Dat sommige jongeren onvoldoende weerbaar zijn lijkt gerelateerd aan meerdere factoren. Als jongeren gepest worden zijn ze vaker onvoldoende weerbaar. Daarnaast heeft 52% van de jongeren die onvoldoende weerbaar zijn, een verhoogde SDQ score in het grensgebied of afwijkend. Dit is ten opzichte van 17% van de jongeren die voldoende weerbaar zijn. Ook zijn deze jongeren vaker eenzaam.
Zelfverwonding Van de Oldenzaalse jongeren geeft 8% aan zichzelf één of meerdere keren opzettelijk te hebben verwond of pijn te hebben gedaan in de laatste 12 maanden. 9% van de meisjes geeft aan dit te hebben gedaan, bij jongens is dit 7%. Jongeren van het vmbo geven vaker aan dit te doen (12%), dan jongeren van het havo/vwo (5%).
9
4. Thuissituatie Oldenzaal staat samen met een breed scala aan organisaties voor de uitdaging om zorg te bieden aan jongeren in lastige thuissituaties. Inzicht in hoe het gaat metJongeren thuis kunnen helpen om te bepalen waar de aandacht moet komen te liggen. Gelukkig gaat het met veel jongeren goed thuis. Maar hoeveel Oldenzaalse jongeren geven aan dat ze thuis moeite hebben met rondkomen? Wat merken zij daarvan? Hoeveel kinderen maken ingrijpende gebeurtenissen mee, of groeien op in een vechtscheiding? In dit hoofdstuk nemen we u mee in wat jongeren ons daarover hebben verteld. Gezinssamenstelling In de meeste gezinnen wonen de jongeren bij beide ouders (76%), zie Figuur 14. Bij jongeren van het vmbo woont 73% bij beide ouders, op havo/vwo is dit 78%. ■ Bij beide ouders ■ Co-ouders ■ Vader of moeder en partner * Eenoudergezin ■ Bij anderen of op zichzelf Figuur 14 Gezinssamenstelling overzicht Kwaliteit relatie met ouders De kwaliteit van de relatie met ouders is bepaald op basis van de vragen uit Figuur 15. Op basis van deze vragen is bepaald of de kwaliteit van de relatie tussen ouders en jongere lager dan gemiddeld, gemiddeld of hoger dan gemiddeld is. Ongeveer 43% jongeren heeft een boven gemiddeld, goede relatie met de ouders, terwijl 7% een slechter dan gemiddelde relatie met de ouders heeft.
Gevolgen van moeite met rondkomen We hebben de jongeren die thuis enige of grote moeite ervaren met rondkomen gevraagd waar ze dit aan merken. In Oldenzaal zijn er niet genoeg jongeren die thuis moeite hebben om rond te komen om hier iets te zeggen over de gevolgen van moeite met rondkomen (zie Figuur 16). Op Twents niveau kan dit wel en dit kunt u lezen in het regiorapport.
m
; a>
m
Niet op vakantie/dagjes ^ uit ^
Geen nieuwe spullen of lang . wachten .J
■fm
Er IS vaak ruzie thuis
Figuur 16 Top 3 waar Twentse jongeren aan kunnen merken dat ze thuis enige of grote moeite hebben met rondkomen. Geen cijfers beschikbaar voor Oldenzaal.
■ Nooit aSoms ■ Meestal ■ Altijd Weten je ouders altijd waar je bent?
Moeite met rondkomen Bij 71% van de jongeren hebben ze thuis geen enkele moeite om rond te komen met geld. Daarnaast is er bij 26% geen moeite, maar moeten ze wel opletten. Van de jongeren ervaart 3% thuis enige of grote moeite om rond te komen. In Twente ligt dit op 3%.
47
Geven je ouders je complimenten? Kun je met je ouders praten?
15
77
Begrijpen je ouders je? Voel je je thuis gelukkig? 0
50 Percentage (%)
100
Figuur 15 Componenten kwaliteit relatie met ouders
Ingrijpende gebeurtenissen We hebben een breed pallet aan ingrijpende gebeurtenissen uitgevraagd aan de jongeren. Het percentage jongeren dat ingrijpende gebeurtenissen in het gezin heeft meegemaakt is regionaal en landelijk dusdanig hoog, dat alle GGD’en deze specifieke antwoorden als niet betrouwbaar beschouwd. Het vermoeden bestaat dat jongeren het begrip gezin breder hebben getrokken richting familie, zodat ook grootouders, ooms en tantes zijn meegenomen. Met dit bredere begrip van gezin in het achterhoofd, geeft 23% van de jongeren aan dat iemand uit het gezin is overleden. En heeft 30% iemand met een lichamelijke ziekte of
10
beperking in het gezin, iets meer dan de heift van de jongeren heeft meerdere ingrijpende gebeurtenissen meegemaakt, zie Figuur 17. We hebben ook aan de jongeren gevraagd of ze op het moment van de vrageniijst nog zorgen of probiemen hadden door deze ingrijpende gebeurtenissen. Bij de meerderheid (74%) was dit niet het gevai. Toch had 18% van de jongeren nog zorgen of probiemen door 1 ingrijpende gebeurtenis, 5% over 2 ingrijpende gebeurtenissen en 3% over 3 of meer ingrijpende gebeurtenissen. ■
1^17%
■
11%
14% 36%
Geen 1 ingrijpende gebeurtenis
I ■ 2 ingrijpende I gebeurtenissen ■
3 ingrijpende gebeurtenissen
■
4 of meer ingrijpende gebeurtenissen
22%
Figuur 17 Aantal ingrijpende gebeurtenissen die Jongere heeft meegemaakt (of nu meemaakt) (V)echtscheiding en ruzies in 2019 had 25% van de jongeren een scheiding van de ouders meegemaakt, dit is vergeiijkbaar met 2015. Daarvan zegt 16% dat er sprake van een vechtscheiding was, en 20% dat het niet makkeiijk ging/gaat. Op het vmbo heeft 29% van de jongeren een scheiding van de ouders meegemaakt, op het havo/vwo is dit 21%. Bij jongeren die regeimatig ruzies of geweid tussen de ouders meemaken is dit 15% op het vmbo en 13% op het havo/vwo.
25% van de jongeren heeft een scheiding van de ouders meegemaakt
Aanspreekpunt bij probiemen We hebben jongeren gevraagd waar ze huip of informatie vragen ais ze een probieem hebben. Hierop zegt 79% naar hun ouder(s) of verzorgers te gaan voor huip. Ook vraagt 57% huip aan vrienden in de omgeving. De overige antwoorden zijn te zien in Figuur 18.
ouder(s) of verzorgers vrienden in mijn omgeving broer of zus andere familieleden pi iemand op school online vrienden jpi huisarts ^ ik weet niemand 1 Jeugdarts of..) 0
i 20
40
60
80
100
Percentage (%) Figuur 18 Aanspreekpunt voor Jongeren problemen, hulp- of informatievragen
bij
Wijkverbetering We hebben jongeren gevraagd wat er voigens hen verbeterd mag worden in de wijk waar ze wonen. De meeste jongeren geven aan dat ze graag meer piekken wiiien om eikaar te ontmoeten (zoais een jeugdhonk, buurthuis of keet) (32%). Daarnaast geven de jongeren aan dat in hun wijk het afvai op straat verbeterd moet worden (30%) en wiiien ze graag meer piekken om zeif buiten te sporten (27%). Zie Figuur 19. o
DD
30%
Afval op straat
it 32»:^ Plekken om elkaar te ontmoeten J
27% Plekken om zelf buiten te sporten
Figuur 19 Top 3 wat er volgens Twentse Jongeren verbeterd mag worden in de wijk waar ze wonen De weergegeven percentages zijn van de gemeente Oldenzaal
11
5. School en vrije tijd “It takes a village to raise a child." Naast een stabiele thuissituatie zijn ook andere factoren in het sociale leven van een kind erg belangrijk, zoals school vrienden, verenigingsleven en werk. Een sterke samenleving om jongeren heen, zorgt dat ze beschermd en veilig zijn, kunnen groeien en zich kunnen ontwikkelen. Daar liggen uitdagingen op de loer, want die samenleving is al lang niet meer gebonden aan een bepaalde plaats, zoals een school, een wijk of een vereniging. Hij is ook virtueel en digitaal. Hoe gaat het met (cyberjpesten onder Oldenzaalse jongeren? En met social media en games? In dit hoofdstuk vertellen we u over de sociale bezigheden van Oldenzaalse jongeren. (Cyber)pesten In Twente is het pesten op school licht afgenomen, het cybetpesten niet. Van de jongeren in Oldenzaal geeft 7% aan in de laatste 3 maanden wel eens gepest te zijn op school. Digitaal is 4% wel eens gepest. 3% van de jongeren geeft aan wel eens gepest te hebben op school. 3% geeft aan zelf een ander online gepest te hebben. Jongeren die de laatste 3 maanden gepest zijn op school hebben vaker een (mogelijk) verhoogd risico op psychosociale problemen (41%) vergeleken met 19% van de jongeren die niet werden gepest.
van de jongeren is de laatste 3 maanden gepest op school 4% van de jongeren is de laatste 3 maanden digitaal gepest
A
Hoe leuk is school? In 2019 vond 49% van de jongeren school (hartstikke) leuk. Daarnaast geeft 39% ‘gaat wel’ als antwoord en 12% vindt school niet leuk of zelfs vreselijk. Jongeren vinden school leuker in klas 2 dan in klas 4.
Spijbelen Van de jongeren heeft 12% in de 4 weken voor het invullen van de vragenlijst gespijbeld. Meestal was dit 1 of 2 lesuren. De meest voorkomende redenen hiervoor zijn het hebben van (veel) tussenuren of geen zin in school hebben. Jongeren uit klas 4 spijbelen vaker (19%) dan jongeren uit klas 2 (4%). Ziekteverzuim In de vier weken voorafgaand aan de vragenlijst is 38% ziek thuis geweest. Het ziekteverzuim duurde meestal 1 dag. Schoolbeleid We hebben de jongeren gevraagd waar hun school meer aandacht aan zou moeten besteden. Vooral omgaan met stress (24%), lekker in je vel zitten (22%) en pesten (18%) moet meer aandacht krijgen, zie Figuur 20. Vooral meisjes hebben behoefte aan meer aandacht voor omgaan met stress. Daarnaast vinden veel jongeren, ook vooral meisjes, dat er meer aandacht moet worden besteed aan lekker in je vel zitten. Verder willen veel jongeren dat er meer aandacht komt voor pesten. Zowel jongens als meisjes vinden dat hun school genoeg aandacht aan gezondheid besteed (jongens (33%); meisjes (26%).
h 24% Omgaan met stress
I
12% van de jongeren vindt school niet leuk of vreselijk
O" 22% 18% Lekker in je vel zitten
Pesten
Figuur 20 Top 3 van de onderwerpen waar volgens Twentse jongeren meer aandacht aan moet worden besteed op school. De weergegeven percentages zijn van de gemeente Oldenzaal
12
Social media en games Social media zijn niet meer weg te denken uit onze samenleving. Maar social media gebruik kan ook problematisch worden. Uit onze vragenlijst blijkt dat 6% van de jongeren risico heeft op problematisch gebruik van social media (verslavings-gerelateerde klachten). Het Twents gemiddelde ligt ook op 6%. Jongeren ondervinden veel stress door social media (zie hoofdstuk 3). Bij gamen zijn deze percentages minder hoog. Daar loopt 2% risico op problematisch gamen. Regionaal is dit ook 2%. Op Twents niveau zien we dat meisjes meer risico hebben op problematisch gebruik van social media, terwijl jongens meer risico hebben op problematisch gamen. In Oldenzaal zien we deze verschillen niet, zie Figuur 21.
Gamen
Vrijwilligerswerk 17% van de jongeren döëï wël lëens vrijwilligerswerk. In 2015 was dit nog 25%. Iets meer meisjes dan jongens doen vrijwilligerswerk. Lid organisatie/vereniging Lid zijn van een vereniging maakt een belangrijk deel uit van het sociale leven van jongeren. Van alle jongeren is 85% lid van een vereniging. De meerderheid (77%) is lid van een sportclub, sportvereniging of sportschool. Slechts 13% is lid van een vereniging voor creatieve hobby’s. Meer jongeren van het havo/vwo zijn lid van een vereniging (91%), vergeleken met jongeren van het vmbo (77%). In Oldenzaal zijn jongeren het vaakst lid van een vereniging voor creatieve hobby’s (13%) in vergelijking tot de andere gemeenten in regio Twente. Het totale overzicht per gemeenten is te zien in Figuur 23. <75 |75 < 80 ISO < 85 l>=85
Social media
0
5
10
15
a!S2?a
20
■ifeitüMi
Geen waarde
Percentage (%) ■ Meisje ■ Jongen Figuur 21 Percentage jongeren dat risico loopt op problematisch gebruik van gamen en social media. Let op: beide vergelijkingen zijn niet significant.
Bijbaan populair Meer dan de helft (55%) van de jongeren heeft een bijbaan. Bij vierdeklassers is dit zelfs 71%. De meest genoemde redenen hiervoor zijn: om leuke dingen te doen met vrienden, nieuwe spullen kopen en omdat het leuk is om te doen, zie Figuur 22. Ook heeft 2% van de jongeren een bijbaan om thuis mee te betalen aan de rekeningen. In Oldenzaal hebben gemiddeld meer jongeren een bijbaan dan in de rest van Twente.
i Rijssen-Hoften
ifvan 1
Enschede
jHaaksbergen
Figuur 23 Percentage leerlingen dat lid is van vereniging per gemeente
J 62%W 41%)1f 41% Om leuke dingen met vrienden te ^ doen .J
Om nieuwe spullen te kopen
Omdat ik het leuk vind
Figuur 22 Top 3 met genoemde redenen voor Twentse Jongeren voor het hebben van een bijbaan. De weergegeven percentages zijn van de gemeente Oldenzaal
13
6. Seksuele gezondheid Op de middelbare school maken jongeren grote veranderingen mee als het gaat om relaties en seksualiteit. Het is dan ook erg belangrijk dat jongeren zowel thuis als op school ondersteund worden bij een positieve seksuele ontwikkeling. Hierdoor krijgen jongeren op tijd informatie over onderwerpen als gezonde relaties, veilig vrijen en zwangerschap. Ook durven jongeren vragen te stellen over onderwerpen zoals diversiteit, wensen en grenzen. Een gezonde seksuele en relationele ontwikkeling helpt niet alleen tegen soa ’s en zwangerschap, maar legt ook een belangrijke basis voor weerbaarheid en het aangaan van prettige en veilige relaties op basis van wederzijds respect. Het is belangrijk dat jongeren zich beschermen tegen ongeplande zwangerschap en soa’s. Seksuele diversiteit blijft een belangrijk thema om bespreekbaar te maken. Acceptatie is niet vanzelfsprekend en hierin zien we grote lokale verschillen. Ouder bij eerste ervaring zoenen Van de jongeren uit klas 2 heeft 12% wel eens gezoend. In klas 4 is dit 57%. In 2015 had 29% wel eens gezoend in klas 2 en 64% in klas 4. Jongeren zijn nu dus ouder bij hun eerste ervaring met (tong)zoenen. Van de jongeren uit klas 4 op het vmbo heeft 61% wel eens gezoend, van de jongeren op het havo/vwo is dit 52%.
Ervaring met seks Van de jongeren uit Oldenzaal heeft 10% ooit seksuele gemeenschap gehad, dit is vergelijkbaar met het regionaal gemiddelde. In klas 2 heeft 3% van de jongeren ooit seksuele gemeenschap gehad. In klas 4 is dit 15%. Dit is vergelijkbaar met 4 jaar geleden. Wanneer we alleen naar klas 4 kijken, dan heeft 19% van de jongeren van het vmbo ooit seksuele gemeenschap gehad. Bij de jongeren van het havo/vwo is dit 12%. Condoomgebruik Met een condoom voorkom je zowel soa’s als ook ongewenste zwangerschappen. Van alle jongens en meisjes die wel eens geslachtsgemeenschap hebben gehad, heeft 63% altijd een condoom gebruikt. Dit is hoger dan het regionaal gemiddelde (45%). Daarentegen gebruikt 3% van de seksueel actieve jongeren nooit een condoom.
@@@
beschermd tegen zwangerschap
beschemnd tegen soa’s
dubbele anticonceptie
Figuur 24 Percentage meisjes dat geslachtsgemeenschap heeft gehad én daarbij bescherming heeft gebruikt: condoom of een ander anticonceptiemiddel (links); altijd condoom (midden): condoom en een ander anticonceptie middel (rechts). Geen cijfers beschikbaar voor Oldenzaal. Seksuele diversiteit meestal normaal Jongeren hebben aangegeven of zij verliefdheid tussen twee vrouwen of mannen, normaal, raar of zelfs verkeerd vinden. Van alle jongeren vindt 77% het normaal als twee vrouwen of twee mannen op elkaar verliefd zijn. Toch vindt 18% het een beetje raar en 5% dit erg raar of verkeerd. Zie Figuur 25 voor de verschillen hierin tussen gemeentes. <7 ■7 <15 M-15 Geen waande DinkeBand
Heltendoom
Anticonceptiegebruik door meisjes Voor de gemeente Oldenzaal zijn er niet genoeg meisjes die de vragen over anticonceptiegebruik hebben beantv/oord om iets te zeggen over het anticonceptiegebruik door meisjes, zie Figuur 24. Op Twents niveau kan dit wel en dit kunt u lezen in het regiorapport.
Bome
OMenzaal
Hof van Twente
Haakabergen
Figuur 25 Percentage jongeren dat homoseksualiteit raar of verkeerd noemt per gemeente
14
Openheid en acceptatie LHBTi Jongeren hebben ook aangegeven hoe zij de openheid op school over LHBTi inschatten. Kan een schoolgenoot op school over zijn geaardheid of seksualiteit vertellen? 25% van de jongeren denkt dat, als een jongere LHBTi is, diegene dit op school wel kan zeggen. Terwijl 35% denkt dat dit alleen tegen vrienden kan worden gezegd, zie Figuur 26. Acceptatie van homoseksualiteit en de verwachte openheid op school over LHBTi verschilt tussen jongens en meisjes. Homoseksualiteit wordt vaker erg raar of verkeerd gevonden door jongens. Ook denken jongens vaker dat er minder openheid is op school over LHBTi, zie Figuur 27. Acceptatie van homoseksualiteit verschilt niet tussen vmbo en havo/vwo. Wel is er verschil in de verwachte openheid op school over LHBTi. Jongeren van het vmbo denken dat er minder openheid is op school over LHBTi, zie Figuur 28.
27%^ ^25%
I Ja, tegen iedereen op school ■ Ja, alleen tegen vrienden Nee
3S%^d
Weet ik niet
Figuur 26 Antwoord van jongeren op de vraag of een schoolgenoot op school eerlijk kan zijn over zijn geaardheid/seksualiteit
30
30 25 0 20 O)
|15
■üf:Ë
o 10 ------Q? 5 0
Noemt Denkt dat er geen homoseksualiteit openheid is op erg raar of verkeerd school over LHBTi ■ Vmbo ■ HavoA/wo Figuur 28 Mening over seksuele diversiteit, verschil tussen vmbo en havoArwo. Let op: de vergelijking links is niet significant, de rechter vergelijking is wel significant verschillend. Sexting Sexting is vergelijkbaar met 2015. Van alle jongeren heeft 3% wel eens een naaktfoto of seksfilmpje van zichzelf verstuurd in de laatste 6 maanden. Bij 4% van de jongeren is ooit ongewenst een naaktfoto of seksfilmpje van hem of haar verspreid. Sense minder bekend De website www.sense.info is bedoeld voor jongeren, en geeft antwoord op alle vragen over seks, verliefdheid, liefde en alles wat ^ daarbij komt kijken. Van alle jongeren is 15% bekend met de website van Sense. Regionaal is de bekendheid van deze website onder de jongeren afgenomen. Het percentage jongeren dat de website kent neemt wel toe met de leeftijd: van 6% in klas 2 tot 23% in klas 4.
ms^
25
'Z2Q O) 1 15 2 10 <D
Q-
5
0
1 !■
Noemt Denkt dat er geen homoseksualiteit openheid is op erg raar of verkeerd school over LHBTi ■ Jongen ■ Meisje Figuur 27 Mening over seksuele diversiteit, verschil tussen jongens en meisjes
15
BBBIVvente Meer weten? EMAIL
info@ggdtwente.nl WEBSITE
twentsegezondheidsverkenning.nl