6e - Algemene Beschouwingen VVD
Tekst van het document
Kadernota 2023
Voorzitter, Vanmiddag bespreken we een beleidsarme Kadernota. Beleidsarm, omdat de Raad een Raadsprogramma verkoos boven een Coalitieprogramma. Een keuze waar ik zo nog op terug zal komen. Deze Kadernota schetst wat ons betreft nog altijd een zorgelijke toekomst. Het lijkt op het eerste gezicht prima, maar eronder liggen nog veel gevaren. De afgelopen 4 jaar hebben wij gepleit voor meer ruimte in onze financiën en dat blijft ons belangrijkste speerpunt. Als we dat willen bereiken, dan zullen we dat als Raad anders moeten gaan aanpakken. Twee weken geleden was ik bij het wijksymposium van Zuid-Berghuizen en daar hield Carint Reggeland een zeer interessante lezing over technologische hulpmiddelen in de zorg. Dat was op zich al de moeite waard, maar ik werd nog meer getriggerd door hun nieuwe motto: niet langer “zorgen voor”, maar “zorgen dat”. Een insteek waarbij men uitgaat van eigen kracht, het maken van eigen keuzes en zoveel mogelijk zelfredzaamheid. Een insteek die ons zeer past als liberale partij, maar ook een insteek die zou moeten passen bij onze Gemeenteraad. Wij moeten zorgen dat onze wensen uitgevoerd worden door College en Ambtelijke organisatie, wij moeten zelf niet op de inhoud en de details blijven focussen. Ook vandaag weer houden we een vraag en antwoord spelletje met het College in plaats dat we met elkaar het debat aangaan over wat we als Raad willen.
Daarom pleiten wij ervoor dat we veel vaker met elkaar in debat gaan en werkvormen gaan toepassen waarbij dat kan. En waar nodig ook zonder het College. Als eerste moeten wij ervoor zorgen dat we ruimte in de financiën krijgen. Ruimte voor nieuw beleid. Financiële ruimte voor het investeren in woningbouw, voor het afmaken van het Singelpark, voor investeringen in de binnenstad, voor verbetering van de verkeersveiligheid, etc. En de oplossing is niet om aan het College te vragen wanneer we ruimte krijgen, want daar gaan we zelf over. Het verbaast ons dan ook ten zeerste dat zelfs ervaren Raadsleden deze vraag blijven stellen. Wij moeten met elkaar het gesprek aangaan welk oud beleid we willen inruilen voor nieuw beleid. En daarmee moeten we zorgen dat we onze eigen norm – de Zinkwegnorm – behalen. De Zinkwegnorm stelt dat we in elk begrotingsjaar 1% van ons begrotingstotaal aan ruimte overhouden. Dat betekent ongeveer 900.000 euro. Dat halen we bij lange niet. Sterker nog, wanneer we kijken naar de ombuigingen die nog niet geeffectueerd zijn – ter grootte van 1,3 miljoen - dan is ons financiële uitzicht behoorlijk negatief. Dus werk aan de winkel, voor de Raad, om oud beleid in te wisselen voor financiële ruimte en dus ruimte voor nieuw beleid en ruimte om aanstaande crises het hoofd te kunnen bieden. Dit is 1 kader.
Maar deze aanpak moet ook gelden voor alle andere beleidsterreinen. Wij moeten veel meer kaderstellend gaan optreden en daarna controlerend. Minder op de inhoud, meer op de hoofdlijnen. Belangrijk daarvoor is ons Raadsprogramma….wat er nog steeds niet is. Tijdens het hele proces hebben wij gehamerd op snelheid. De kiezer liet ons namelijk heel duidelijk weten dat het tijd was voor actie. En er was alles behalve snelheid. Er was discussie, er waren veel emails, er was een bureau en vooral heel veel onduidelijkheid. Maar geen snelheid. We zijn nu 3,5 maand verder en over 1,5 maand staat er 1 hoofdstuk op papier. Er is nu geen enkel excuus meer om na de vakantie niet heel snel te werk te gaan en de overige 7 hoofdstukken zsm af te maken, in ieder geval voor 1 november 2022. Aan ons zal het niet liggen…
Voorzitter, een belangrijk onderwerp van de Kadernota is preventie. Bijvoorbeeld waar het gaat om 175.000 aan bezuinigingen die nog moeten worden ingeboekt. Diverse gemeenten in Nederland hebben hun preventiebeleid bijvoorbeeld helemaal overboord gegooid. Waarom? Kan het College ons informeren over andere gemeenten die een heel andere koers varen inzake preventie? Natuurlijk, van sommige preventie maatregelen weten we echt wel dat het iets oplevert, maar bij lange na niet van alles. En het blijft ook onduidelijk hoeveel we precies doen voor welke doelgroep. We wachten al enige tijd op de preventie-matrix. Kan het College aangeven wanneer de matrix eindelijk klaar is? En terwijl de matrix nog niet eens klaar is, wil het College toch een nieuw preventie pakket tot leven wekken. Waarom is er niet gewacht op de preventie matrix? En waar komt dit project ineens vandaan? Een beleidsarme Kadernota, maar wel inclusief een nieuw plan voor jongeren waarvan we geen idee hebben of het ons iets gaat brengen. Studio 15. Een project van 2 instellingen die 80.000 euro gemeenschapsgeld nodig hadden om te bekijken of ze wellicht zouden kunnen gaan samenwonen in de stad. Laten we het een heel duur huwelijk noemen. En het blijkt een “moetje” te zijn, want nog voor de huwelijksdatum is er een baby. Een peperdure baby wel te verstaan.
Terwijl we met elkaar praten over het IJslandse model, waarbij activiteiten na en op school plaatsvinden, gaan we de jeugd weer proberen te verleiden om naar Impuls en Kaliber te komen. Wat ons betreft zeer tegenstrijdig. En het begrip jeugd wordt ook nog eens erg ruim genomen met een leeftijdsgrens van 30. Worden jongeren tussen 25 en 30 niet geacht te gaan werken? Wat worden die jongeren geacht te gaan doen in Studio 15? In een fase waarin we wachten op de preventie-matrix is er wat ons betreft geen enkele ruimte voor een nieuw project. Derhalve dienen wij een amendement in om het project Studio 15 zo snel mogelijk uit de Kadernota te halen. Eerst meer duidelijkheid en helderheid over onze preventie aanpak en dan wellicht een keer nadenken over nieuwe projecten. De komende jaren wordt onze begroting mede gedomineerd door de huisvesting van ons onderwijs. In de totstandkoming van het IHP hebben wij diverse malen aangedrongen op het efficiënt herverdelen van de ruimte. Vanuit het bezoek aan het Carmel college is duidelijk dat er ruimte is. Wij willen het College vragen om ze snel mogelijk te komen met mogelijke aanpassingen op het IHP. Er is ruimte op de Thij, er is ruimte op de Potskamp. Wij begrijpen zeer goed dat het Praktijkonderwijs op de huidige locatie gehuisvest moet blijven. Als we de Thij als voorbeeld nemen.
Daar waren 4 scholen, waarvan er een verhuist naar het Blikpunt. De ruimte op de Thij biedt mogelijkheden voor 1 schoolgebouw minder. En één schoolgebouw minder betekent een behoorlijk lagere investering. Hetzelfde geldt voor de Potskamp. Is de grond achter de Potskamp bijvoorbeeld geschikt voor woningbouw? Graag vaart maken om deze plannen vorm te geven. En wellicht biedt de ruimte ons ook mogelijkheden voor de bouw van woningen. Naast alle crises waar we als gemeente vrij weinig aan kunnen doen, is de woningcrisis er eentje die we zeker kunnen oplossen. Door te gaan bouwen. En wat ons betreft gaan we voortvarend aan de slag. We hebben weinig mogelijkheden tot uitbreiding, maar wel tot inbreiding. Breng locaties in kaart en zorg dat ontwikkelaars een uitgebalanceerd aanbod realiseren. Want of iemand in een villa, appartement, rijtjeshuis of woonwagen wil wonen, wij moeten zorgen voor een goed aanbod. En als gemeente hebben we een plicht naar onze jongeren toe. Het wordt steeds moeilijker voor jongeren om een huis te kopen. We kennen de starterlening, maar wij willen er voor pleiten om de starterslening zelf uit te breiden en daarnaast ook te komen met een duurzaamheidslening. Daarmee slaan we twee vliegen in 1 klap, jongeren maken meer kans op een koophuis en we helpen de duurzaamheid vooruit.
We hebben daar moties voor voorbereid, maar aangezien Wonen één van de hoofdstukken is van het Raadsprogramma, zullen we deze niet indienen. Daarnaast hebben we wat vragen. Is het College in gesprek met de WBO? Ligt de WBO op koers? En is duidelijk in beeld hoeveel nieuwe
woningen noodzakelijk zijn. Wij lezen in diverse onderzoeken (welke?) dat de woondruk in Oldenzaal niet eens extreem hoog is. Graag ons hierover informeren tijdens de informatie sessie over het woonbeleid. Voorzitter, ik spreek de hoop uit dat we ruim voor de begrotingsbehandeling ons Raadsprogramma gereed hebben. We weten nu hoe het moet. Vanavond met elkaar de puntjes op de i zetten en daarna in rap tempo doorgaan. Tot slot wens ik iedereen een stikstof en CO2-loze toekomst toe en ik hoop dat we dan nog voldoende banen over hebben om Nederland overeind te houden.