CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

6 - 21481-2020 brief van SBTL - zienswijze windturbines NOT

Gemeenteraad 25 januari 2021, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Stukken om preadvies in handen van het college te stellen3.645 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

«/

BEHOUD

TWENTS

LANDSCHAP

Aan de Colleges van Burgemeester en Wethouders en de Gemeenteraden Van Oldenzaal, Losser, Dinkelland en Tubbergen i.a.a. Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten van Overijssel i.a.a. Bestuurders Regionale Energiestrategie Twente

Ootmarsum, 16 december 2020

Als Stichting Behoud Twents Landschap (SBTL) bieden wij u bij deze onze uitgebreid(e) Zienswijze/ Bezwaarschrift aan dat wij hebben opgesteld naar aanleiding van het beleidsvoornemen van de NOT gemeenten Oldenzaal, Losser, Tubbergen, Dinkelland inzake het willen toelaten van 240 meter hoge mega windturbines en 100 meter hoge "dorpsmolens" in het Nationaal Landschap Noordoost Twente. Wij verklaren hierbij nog eens expliciet onszelf niet te willen beschouwen als klimaatontkenners en willen met u vanuit een gevoelde noodzaak meewerken aan de energietransitie in Noordoost Twente. Onze bezwaren richten zich op een 4 tal onderwerpen: 1. De in het beleidsvoornemen gemaakte keuzen zowel wat betreft de voorgestelde keuzegebieden voor plaatsing van megaturbines van 240 meter hoog, alsmede de keuzegebieden voor plaatsing van zogenaamde dorpsmolens van rond de 100 meter hoog. 2. Het daaraan verbonden voornemen de grenzen van het bestaande Nationaal Landschap Noordoost Twente zodanig te verkleinen dat plaatsing van voornoemde windturbines mogelijk wordt. 3. De wijze waarop er draagvlakonderzoek plaatsvindt onder de inwoners en belanghebbenden in Noordoost Twente. 4. De onvolledigheid waarop het Concept Windbeleid is opgesteld. In maart dit jaar hadden wij (in een eerdere zienswijze) al aangegeven, dat wij ons bezwaarschrift laten vergezellen van een voorstel met alternatieven.

Daarbij gaat het enerzijds om alternatieve locaties ruim buiten het Nationaal Landschap Noordoost Twente, anderzijds om alternatieven voor windenergie. Beide aspecten krijgen in de bijgaande zienswijze/het bezwaarschrift dan ook uitgebreid aandacht.

Tenslotte vragen wij aan alle 4 gemeentebesturen met een fatsoenlijk mspraakbeleid en draagvlakonderzoek te komen. De recent uitgevoerde enquête is alleen onderzoek binnen een reeds gemaakte keuze dat er windturbines moeten komen en stelt niet de veel fundamentelere vraag of er überhaupt windturbines gewenst zijn in Noordoost Twente. Wij verzoeken u een afschrift van ons bezwaarschrift aan alle fracties c.q. gemeenteraadsleden te versturen. Wij hebben eerder deze week al een digitale versie naar u verstuurd die u daarvoor kunt gebruiken. Graag ontvangen wij van u een bevestiging van ontvangst van deze Zienswijze/dit bezwaarschrift. Wij zijn bereid om in een vergadering van de gemeenteraad van de 4 NOT gemeenten onze bezwaren toe te lichten.

De Zienswijze/het Bezwaarschrift wordt mede ingediend door: Aanwonenden Zandhuizerweg e.o., De Lutte (vertegenwoordigd door Gerald Notkamp) Landgoedeigenaren Lutterzand e.o. (vertegenwoordigd door André Bijkerk) Stichting Natuur en Milieu Ootmarsum (vertegenwoordigd door Jcs Heerink, voorzitter) en Stichting Oost Deurningen (vertegenwoordigd door voorzitter Fons Seiger, voorzitter). Namens deze partijen en namens Stichting Behoud Twents Landschap

Thom Weterings, voorzitter SBTL Binkhorsterkerkpad 16, 7587 RA De Lutte

info@behoudtwentslandschap

Bijlage; Zienswijze/Bezwaarschrift SBTL tegen conceptnota Windbeleid NOT.

Zienswijze/ Bezwaarschrift Stichting Behoud Twents Landschep Concept Windbeleid versie 1.3 NOORDOOST-TWENTE. p/a Colleges van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraden van Losser, Oldenzaal, Tubbergen en Dinkelland

BEH0UD

TWENTS

LAN DSC NAB

Copie verzonden aan bestuur RES Twente, College van GS en Provinciale Staten van Overijssel.

INHOUDSOPGAVE

.1

-i.

Ä

6^

iCli

INLEIDING 1 LOCATIEKEUZE IN HET BELEIDSPLAN 2 HET RAPPORT VAN H+N+S 3 RUIMTELIJKE KWALITEIT IN ONTWIKKELING 4 ECOLOGIE, FAUNA EN NATURA 2000 5 TOERISME EN RECREATIE 6 RES 6.1 RES algemeen 6.2 Lokaal eigendom 6.3 Raadpleging en draagvlak 7 ALTERNATIEVE LOCATIES EN OPLOSSINGEN 8 ENERGIEVRAAG EN WINDBELEID IN DE TOEKOMST 9 ONZE ZIENSWIJZE SAMENGEVAT BIJLAGE 1 DE CAPACITEIT VAN ZON OP DAK IS GENOEG IN NOT

i

Pi *

t

14 17

BIJLAGE 2 VISUALISATIE RUIMTELIJKE GEVOLGEN

X’"Lv

M

m Lossersedijk 2020

2 4 4 6 9 9 10 10 10 10 11 13 13

Pagina 1

INLEIDING

Geachte leden van de genneenteraad, geachte colleges van Burgemeester en Wet­ houders van de gemeente Losser, Dinkelland, Tubbergen en Oldenzaal. Dit bezwaarschrift is een vervolg op onze Zienswijze op windturbines in mei 2020. Daarin kondigden we aan dat we alles in het werk willen stellen om de huidige status van het Nationaal Landschap Noordoost Twente te handhaven. Die status verhin­ dert de komst van megawindturbines. En dat moet zo blijven. Ook kondigden we aan dat we vanuit onze positie als hoeders van het landschap de noodzaak van een energietransitie erkennen en dat we ons zeker niet in de hoek van klimaatontkenners willen positioneren. Kern is dus : "energietransitie prima, maar niet ten koste van ons Noordoost Twentse Landschap". Ook hebben we aangeven in dat licht te komen met voorstellen over waar wind naar ons idee wel mogelijk is en of andere oplossingen denkbaar zijn. Steeds hebben we daarbij gesteld "ruim buiten de grenzen van het bestaande Nationaal Landschap". Inmiddels hebben de 4 NOT gemeenten een zogenaamde conceptnota Windbeleid NOORDOOST-TWENTE versie 1.3. uitgebracht. Wij willen in deze zienswijze en bezwaarschrift verklaren bezwaar te hebben tegen: 1.

De daarin gemaakte keuzen zowel wat betreft de voorgestelde keuzegebieden voor plaatsing van megaturbines van 240 meter hoog, alsmede de keuzegebieden voor plaatsing van zogenaamde dorpsmolens van rond de 100 meter hoog. 2. Het daaraan verbonden voornemen de grenzen van het bestaande Nationaal Landschap zodanig te verkleinen dat plaatsing van voornoemde turbines mogelijk wordt.

aan de orde te zijn. Daarmee heeft de nationale overheid de regie over de ruimtelijke inrichting van ons land voor een deel weggegeven. Regionale bestuurders worden dus gedwongen vooral iets te zeggen overwind en zonne-energie in hun regio. Het effect daan/an is dat er een door de Rijksadviseurs beschreven confetti-model van windturbines en zonneparken ontstaat met overal over het land uitgespreide clusters windturbines. Het gevolg daarvan is een toenemende mate van "landschapspijn" in alle hoeken van ons land. Wij roepen de regiobestuurders van minimaal de 4 NOT gemeenten op dat naar de nationale overheid ook te communiceren en te verklaren dat we in Noordoost Twente geen windturbines wensen. Liever zouden we dat nog voor heel Twente en Salland willen. Zorg is er ook over de door het Planbureau voor de Leefbaarheid geuite zorg en twijfel over de haalbaarheid en de betaalbaarheid van de energietransitie. Zijdelings willen wij, de Stichting Behoud Twents Landschap, hierna te noemen SBTL, benadrukken dat het belangrijk blijft dat we de ijver van de gemeenten om oplos­ singen voor duurzame energieproductie te zoeken ondersteunen, maar wij plaatsen kanttekeningen bij de wijze waarop dat nu is ingestoken vanwege de nadelige en niet-duurzame effecten van windturbines, zowel op natuur als landschap als op de leefomgeving van omwonenden.

Wat ons betreft worden te weinig mogelijkheden en kansen van zonnevelden en zonnepanelen benut. Ook is de vraag of hiermee wel voldaan wordt aan de behoefte aan stabiele, niet fluctuerende energie. Zo denken we niet tegen, maar mee met de gemeenten en de inwoners daarvan. Dit bezwaarschrift van SBTL wordt mede ingediend namens; • Aanwonenden Zandhuizerweg De Lutte • Landgoedeigenaren Lutterzand en omgeving • Stichting Oost Deurningen • Stichting Natuur en Milieu Ootmarsum

3. De wijze waarop er draagvlakonderzoek plaatsvindt onder de inwoners en belang­ hebbenden in het NOT gebied. In de volgende zienswijze zullen we alle voor ons relevante aspecten nader toelichten en onderbouwen. In belangrijke mate laten we ons daarin leiden door een Advies van het College van Rijksadviseurs uit september 2019 getiteld "Via Parijs, Een ontwerpverkenning naar een energieneutraal Nederland". Hoewel dit advies geen formele status heeft, is het een doorwrochte en gedegen benadering vanuit het ruimtelijk perspectief over de wijze waarop we in Nederland de energietransitie zouden moe­ ten organiseren. In hun betoog komt aan de orde dat de centrale overheid eigenlijk op een veel te gemakkelijke wijze de bal doorspeelt naar 30 regio's die in een eigen Regionale Energie Strategie dan maar moeten laten zien hoe ze de energietransitie in hun regio willen organiseren. Het vertrekpunt daarbij is dat dit in elk geval moet voor wind en zonne-energie en eventuele andere manieren van energieopwekking, en niet mag gaan over geothermie en kernenergie. Inzetten op energie besparen lijkt niet

.SSi

't

ei.

*e- -

Jk--'

’X

imaM Kagina Z

9

«

'^:*Ä /*

:gir*;

'M

A

A

■■>r.

r

-'^k' '1

4

ê 0.

#

m} ?:AL

K

T

\

m.^ ^^Imelo

lilBergen >L•^

y •:.••

ë f

"~'V.

il:::A«^j'

}A ^ Ji

■■'

m

m:A

0

■¥.

^ ?:

1

Dene

t

-w

.1

mm

ssurr

iT»

■

^■i.'

O

jC^’Oldenzaal

■C PVi

vi

4

Lö«>

%

Tl

WU

IJi

m

huidige gren» nationaal landschap

t-

f voorstel voor r^euw kerrsgebied Nationaal Larsdschap o.b.v. larwjschaps analyse

Mf

É

c :7^

\i-.

#0

•'^bL___ y

1

b«

V

v\ \ •

I

^rfr^ Cl

"r

i

-.-i.

VOotmaraaoi ^r,

ublergen^

*r\

fn

#

f

*m

t

voorstel voor gebieden die buiten het kerngebied kunnen vallen •• • • •

alternatief voorstel voor gebieden die buiten het kerngebied vallen s<k0«b.«d m.edclr}fot« .ranoi^ital'v»

I'

bers<h«rmde gebieden NNN

^pyi

«H:5'^

U.\

historische Landgoederen

n

‘ï \-

C/

1

Hl-

WL.S 'N ri mé

^-:E\ \jVy

\ AJ

Enschede

rn É

ii^Pw

iÄ.r

;t

«

%

^

oude Hoevenla ndsr.hap met Essen Vaten en Flieren landschop Essenla ndschap

Stuvi«allen

tMti.un

< ’V

Pfigi Hcj 3

H+N+ S+ +

1 LOCATIEKEUZE IN HET BELEIDSPLAN Op pagina 8 van het concept windbeleidsplan wordt het volgende beschreven; 5 Zoekgebieden in Noordoost Twente In de bovenstaande tabel voor grote molens staat omschreven dat een cluster van mi­ nimaal 3 molens alleen in de zogenaamde zoekgebieden mogen worden gerealiseerd in Noordoost Twente. De zoekgebieden zijn tot stand gekomen na een bureaustudie van landschapskenmerken en locatiebezoek door landscbapsdeskundigen vanuit het bureau H+N+S. De onderbouwing van de totstandkoming van de mogelijke herdefini­ ëring van de grenzen van het Nationaal Landschap is terug te vinden in de rapportage "herdefiniëren grens Nationaal Landschap.pdf" van H+N+S. Er is gekeken naar de soorten landschappen. In de volgende type landschappen zijn grote windturbines NIET toegestaan: o Stuwwalgebieden o Essenlandschappen o Oude Hoevelandschappen met essen o Beschermde NaturaZOOO In het zoekgebied De Lutte wordt gesuggereerd dat er turbines naast Natura 2000 kunnen staan ? Wij achten het plaatsen van turbines op de voorgestelde korte afstand van Natura 2000 ongewenst. Het staat het ontwikkelprogramma van Natura 2000 in de weg. o Historische landgoederen Daarnaast zijn windturbines NIET mogelijk i.v.m. landschapskwaliteiten: o In een lijnopstelling langs de Al in een landelijke omgeving, zonder aansluiting met stedelijk gebied.

Dit benadrukt de zichtbaarheid van de Al in het kleinschalige land­ schap en is niet toegestaan. Waar kunnen WEL grote windturbines worden ingepast in het landschap: o Alleen in de hieronder aangegeven zoekgebieden aan de randen van het NOT plan­

gebied; Dit betreffen gebieden metals landschapstype jonge ontginningslandschappen en/of gebieden met stedelijke invloeden zoals bedrijventerreinen of Duitse bestaande wind­ turbines. Hier ontstaat op de grens met Duitsland een derde cluster. Dit verergert de al bestaan­ de situatie, die we al als erg genoeg beschouwen.

Het lijkt ingegeven dat de windturbines dan maar aan de buitenrand van het Natio­ naal Landschap moeten door het indikken van de grenzen van het NOT-gebied. De vraag is ook wat de buurgemeenten er van vinden.... Ten aanzien van de planologische onderbouwing gaat het beleidsvoorstel uit van het bouwen van een aantal immens grote bouwwerken. In een normale door de gemeen­ te opgestelde planologische procedure kan een initiatiefnemer zich melden voor de bouw van een bouwwerk op een locatie. Bij een project van deze omvang zou je er vanuit mogen gaan dat er een bestemmingsplanwijziging komt waarin de locaties (Ca. 1,5 ha. en wegen er naar toe) bestemd worden. We mogen er vanuit gaan dat er een MER wordt uitgevoerd. Niets wijst er op dat een MER gaat besluiten dat de turbi­ nes er niet mogen komen. Als het een door de gemeente voorgesteld project betrof, zou er toch sprake moeten zijn van een (Europese) aanbesteding. Dit temeer omdat er wordt gedreigd met het feit dat bij niet slagen, de overheid over gaat tot een Provinciaal inpassingsplan (PIP) of iets in de sfeer van onteigening ? Nu lijkt het er op dat de eerste projectontwikke­ laar die op locatie contracten met grondeigenaren afsluiten koopman is.

In hoeverre is de burger dan nog in staat een eerlijke rol in het participatieproces en in een moge­ lijk energiecorporatie te krijgen? 2 HET RAPPORT VAN H+N+S In het rapport van H+N+S, bureau voor landschapsarchitecten, dat bij het beleids­ plan is gevoegd wordt op pagina 11 een vage schets gevisualiseerd waarbij de maxi­ male turbine 150 meter zou zijn. Dat is wat ons betreft een te eenvoudige voorstelling van zaken. Landelijk en internationaal is wel duidelijk dat de nieuwe generatie turbines de 260 meter tiphoogte gaan passeren. In de webinars van energievannoordoostTwente is ook al aan hoogtes van 240 meter gerefereerd. De werkelijkheid wordt op pagina 8 van dit bezwaarschrift gevisualiseerd. De waarneembaarheid van de nieuwe generatie turbines zal heel veel groter zijn dan wordt voorgesteld. De bestaande turbines over de grens bij De Lutte zijn al ca. 200 meter tiphoogte. Vanaf de weg Oldenzaal-Denekamp zijn ze nu al zichtbaar. Op de navolgende pagina wordt de toekomstige impact gevisualiseerd. Er worden in het beleid zoekgebieden aangewezen. Het zijn geen zoekgebieden maar vrij exacte locaties waar een kleine marge voor locaties in zit. Het ruimtelijk ef­ fect wordt daarmee vrijwel gelijk namelijk, landschapontsierend.

o In nieuw aan te planten bosgebieden, waarbij de locatie maatwerk betreft o Nabij de Al, op specifieke locaties waar de studie van Rijkswaterstaat ruimte biedt (aansluitend aan industrieterreinen of de bebouwde komj. Dit resulteert voor Noordoost Twente in de zoekgebieden die in het grensgebied lig­ gen van het Nationaal Landschap Noordoost Twente. Pagina 4

Op 20 oktober 2000 heeft het Comité van Ministers van de Raad van Europa - niet te verwarren met de Europese Unie - in Florence de Europese Landschaps Con­ ventie (Raad van Europa, 2000) open gesteld voor ondertekening en ratificering. In 2005 is de ELC dan ook door Nederland geratificeerd. De WUR Wageningen heeft de volgende conclusie over het Nederlandse beleid; Terwijl Nederland in 2004 ruimschoots voldeed aan de doelen van de ELC, is de situatie in 2012 wezenlijk veranderd. Betwijfeld kan worden of Nederland nog wel voldoet aan de verdragsverplichtingen van de ELC. Het zou kunnen dat Nederland dat wel doet, door het terugdraaien van de herijking van de EHS door Rutte II en de inspanningen van decentrale overheden en het maatschappelijk veld, maar dat is op dit moment niet duidelijk. Ondanks de grote morele steun van diverse overheden en maatschappelijke organisaties aan de conventie, heeft ratificering van de ELC op rijksniveau niet geleid tot de verwachte versterking van het landschapsbeleid. Ne­ derland staat nog steeds bekend om zijn goede landschapszorg. Dat beeld moet helaas bijgesteld worden.______________________________________

Het rapport van H+N-t-S is slecht vindbaar geweest. Veel burgers hebben daar dus geen of onvoldoende kennis van kunnen nemen. Wat de SBTL betreft mist deze onderbouwing elke grondslag voor het verantwoor­ den van de zoeklocaties en het wel of niet plaatsen van turbines. Wij zijn van mening dat de wel zeer beperkte analyse van het Twentse landschap niet toereikend is om beslissingen te kunnen nemen. De volgende zaken vallen hierbij op; •

• •

• Wij stellen vast dat het beleid dat de provincie inzet om het Nationaal Landschap dan maar 'in te dikken' in het geheel geen recht doet aan de cultuur-historische kwalitei­ ten van dit gebied. Het lijkt er dus op dat de ondertekening van het verdrag van Florence er niet toe doet.

Er wordt niet onderbouwd waarom de benoemde landschapstypen nu zo waardevol zijn? Dat wordt gesteld maar inhoudelijk wordt daar niet op ingegaan. Het wordt maar aangenomen. Wat zijn die kwaliteiten dan ? Op pagina 23 wordt een kaart beschreven waar een intelligent ter zake kundig mens niets van begrijpt. Een toelichting ontbreekt. De ingetekende wijzigingen van de grens bij De Poppe zijn kennelijk ingegeven door de plannen van PROWIND die daar samen met grondeigenaren locaties van turbines heeft bedacht. Het rapport eindigt met de opmerking 'Herdefiniëring grenzen Nationaal Landschap Noordoost Twente' en dan is de onderbouwing kennelijk geleverd.

Het kan niet zo zijn dat, door een harde lijn in het veld iets op te schuiven, de waar­ neembaarheid van 18 turbines en nog eens 12 'dorpsmolens' rondom het Nationaal Landschap ineens minder wordt of aanvaardbaar zou zijn. Het staat buiten kijf, dat de impact voor torenhoge megaturbines op het Nationaal Landschap buitensporig is. Even ter vergelijking: de toren van de Plechelmusbasiliek te Oldenzaal meet 60 meter hoog, die van de kerk in De Lutte 45 meter. De be­ oogde megaturbines 240 meter (en vrij zeker meer op het moment van constructie) en de zogenaamde dorpsmolens 100 meter. Het hoogste gebouw van Twente, de Alphatoren te Enschede, meet 100 meter. En de laatste is al te zien vanaf de Kuiperberg in Ootmarsum...! Door de turbines aan Duitse zijde zijn de zichtlijnen vanaf bijvoorbeeld Landgoed De Hakenberg te De Lutte naar Kasteel Bentheim voorgoed verpest. In recente digitale bijeenkomsten over het windbeleid is al aangegeven dat de hoogte zo hoog moet zijn omdat daarmee de windopbrengst groter zou zijn... Het gekke is zelfs dat over de honderd meter hoge turbines wordt gesteld dat die niet rendabel zijn, anders dan door subsidie door de nu nog vigerende postcoderoos regeling die echter per 1 januari afloopt... En dan spreken we nog niet over al die rode lampen waarmee deze turbines vanuit heel de regio 's nachts zichtbaar zullen zijn.

En dan te bedenken dat met name de gebieden rond Lattrop-Breklenkamp worden gewaardeerd omdat ze weinig omgevingslicht hebben.

Convention du Conseil de TEurope sur Ie paysage Contribution aux droits humains, a la démocratie et au développement durable fee

O

I

Pagina 5

3 RUIMTELIJKE KWALITEIT IN ONTWIKKELING Er zijn op dit moment twee stromingen in de landschapsarchitectuur aan de orde.

Het kan toch niet zo zijn dat er dan een nóg grotere verdichting van turbines plaats gaat vinden?

De eerste gaat uit van de waarden van de cultuurhistorische (erfgoed), achtergrond van het ontstaan van ons Twentse landschep. Daarbij wordt niet ontkend dat land­ schappen een evolutie doormaken als gevolg van menselijk handelen. Deze stroming accepteert deze veranderingen omdat die, zeker in Twente, op zorgvuldige wijze door beleid en beoordeling tot stand komen. Maatvoering, beleving van landschap en natuur zijn hier aan de orde. Deze stroming acht de menselijke maat en beleving van het landschap als essentie van het landschap. In deze stroming zijn buitenissige bouwwerken niet onderdeel van de ontwikkeling van dit kleinschalige landschap.

In de bijlagen, vanaf pagina 8, wordt, voor de locatie De Lutte, het ruimtelijke effect van de voorgestelde turbine gevisualiseerd. Wij zijn zeer ontstemd over het feit dat de opzet van het windbeleid er op gericht is de grenzen van het Nationaal Landschap iets 'in te dikken'. Dat geeft de rigide mo­ gelijkheid om langs de randen windturbines te plaatsen. In Duitsland is de turbineindustrie in de weer de, nog zeer recente turbines te vervangen door grotere. Ook dit beleid heeft tot gevolg dat overal in het Nationaal Landschap en op elke locatie een decor van turbines zichtbaar wordt. Nog maar niet te spreken over het nachtelijk

De tweede stroming die zich sinds de uitvinding van de grotere maten windturbines voordoet is dat het menselijk handelen dus nu ook weer ongebreideld moet plaats vinden. Echter, deze stroming ontkent de gevolgen van de gevolgen voor de mense­ lijke maat en de essentie van het cultuur-historisch erfgoed. De RES schermt met de kwaliteit van het Nationaal Landschap en kiest voor de tweede stroming. Het lijkt er op dat de gemeentebesturen ook deze keuze al hebben gemaakt.

beeld. Als bestuurders werkelijk waarde en waardering voor het Nationaal Landschap zouden hebben kunnen wij ons niet voorstellen dat dit de oplossing is. Het zou de besturen sieren door te kiezen voor de kwaliteit van onze leefomgeving en niet, door het nemen van onomkeerbare besluiten, de energietransitie dit landschap te laten vernietigen.

Bij deze tweede keuze kun je wat ons betreft alleen niet meer van een cultuur-histo­ risch erfgoed en/of landschap spreken in de zin van de essentie van dat landschap. H-hNh-S probeert met lapmiddelen te verdoezelen dat turbines meteen maat richting 260 meter niet of minder in het landschap waarneembaar zullen zijn. Dat gaat ech­ ter steeds uit van een statische visuele opstelling in het landschap. Dat is onterecht omdat de beleving van het landschap in beweging is als je erdoor fiets of rijdt. Deze maat turbines zullen tot in de verre omtrek onaangenaam waarneembaar en beleefbaar zijn. En dat, permanent en niet te ontwijken. Bij de keuze voor de tweede stroming zie je feitelijk af van de benoeming Nationaal Landschap Noordoost Twente. Op het schema op de volgende pagina zijn de zoekgebieden in rood ingetekend. Het is aannemelijk dat turbines van 260 meter tiphoogte redelijkerwijs op een af­ stand van 3000 meter nog waarneembaar zijn. Als de turbines dus op de rand van het zoekgebied zouden komen is op de kaart in paars aangegeven welke grens er dan wordt bereikt. Als het zo is dat de 'dorpsmolens' 100 meter hoog worden kun je re­ delijkerwijs aannemen dat deze op 1000 meter nog goed waarneembaar zullen zijn. Daarom zijn in paars deze molens met een cirkel van 2000 meter ingetekend.

De conclusie is dat er dus in het Nationaal Landschap straks op bijna geen enkele locatie géén turbines zichtbaar zullen zijn. De grote vraag is dan ook hoe het beeld er tussen 2030 en 2050 uit gaat zien? Pagina 6

I

3 km.

■>

I#®*

V

S'

wm

ff4 I

ï'ï

^ Zoekgebied

f: 'A

> *>■

I

1

S.

V

V \

V

fe-

A

y.

'S

V'

5''*?t!'''s">4;'^^^J«.»Ä&>:

N \

/

V

ut 'j

\

!r

r

2^ ;r '4

?A.%A sV

* i-

V

y

\'

n

mmi

K

.r-'

’■sJ?-

r

1-

üj BI" 1

1

,«1 -'l

.?ï_

li

____ li

PKXL 206810

16-12-2016:40 NEDERLAND

€4,40

Gemeente Oldenzaal t.a.v. Gemeenteraad én College van B & W Postbus 354 7570 AJ OLDENZAAL

*

\

4/2

sart

eA zei cc ltK54üXü><ffüü«üüijü»

M P

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9654607/1