CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

3 14022-2021 zienswijze SBTL - RES 1.0

Gemeenteraad 19 april 2021, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Stukken om preadvies in handen van het college te stellen4.112 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Zienswijze SBTL over RES Twente 1.0 Voorlopig Ontwerp. Inhoud. 1. Algemeen 2. Doelstelling 3. Kanttekeningen 4. Inhoudelijk 4.1 Strategie 4.2 Maatschappelijk draagvlak 4.3 Zoekgebieden 4.4 Opgave van 1.5 TWh 4.4.1 De gekozen bronnen voor de opgave 4.4.2 De kosten van de keuzes 4.5 De Twentse opgave, warmteregio 4.5.1 Biomassa 5. Tenslotte.

1. Algemeen. Het voorlopige ontwerp RES Twente 1.0, geeft de Stichting Behoud Twents Landschap (SBTL) aanleiding tot de volgende zienswijze. Een duurzame transitie vraagt om een duurzame strategie en uitvoering, dus voor de toekomst van ons en volgende generaties. Dat betekent in onze algemene opvatting oplossingen met de minste nadelen en kosten op langere termijn (no regret) en niet oplossingen, die, weliswaar op korte termijn wellicht de doelen doen behalen, maar, op lange termijn veel nadelen hebben en zelfs verspilling (geld en natuur) opleveren (yes-regret). In het bijzonder verzetten we ons, tegen plaatsing van windturbines in of nabij het Nationaal Landschap NOT. Dit hebben we bij vele gelegenheden onder de aandacht gebracht en mag als bekend verondersteld worden. Zie met name onze zienswijze op de conceptnota Windbeleid NOT. Maar overduidelijk wordt dat ook in de rest van Twente de keuze voor windturbines meer en meer problematisch wordt. De titel van RES Twente 1.0 is “Samen de stap maken”. SBTL vraagt zich af wat in dit verband 'samen' betekent. Tot op heden is niet gebleken dat RES of gemeenten inspanningen doen draagvlak te creëren, aangezien de samenleving niet betrokken wordt.

Op z'n minst wordt de indruk gewekt dat men haast heeft en afhankelijkheden zoveel mogelijk worden vermeden. De keuze om bijvoorbeeld zonnepanelen op daken niet in de opgave mee te nemen (m.u.v. minimaal 300 m2 dakoppervlak met totaal 63 ha) lijkt dit te bevestigen. Immers dan is RES afhankelijk van de inwoners op dit punt. Men kiest dan liever voor zonnevelden en grote windturbines. Of dit gezien bezwaarprocedures tot een snellere realisatie leidt is sterk te betwijfelen. In de beleving van SBTL betekent “samen” op deze wijze de functie van ja-knikker voor verkeerde plannen. Hopelijk steunen leden van gemeenteraden deze uitleg.

2. Doelstelling Het doel van SBTL met deze zienswijze is met name gemeenteraden op te roepen gebruik te maken van de vrijheid een eigen strategie te volgen, die draagvlak heeft in de lokale/ regionale samenleving. SBTL toont met deze zienswijze aan dat de opgave RES Twente 1.0 haalbaar is om in elk geval het Nationaal Landschap NOT niet te hoeven belasten met windturbines. SBTL vraagt in elk geval de NOT gemeenteraden op die aspecten de strategie RES 1.0 te wijzigen en/of aan te passen. Een bijkomend voordeel is dat het volgen van onze aanbevelingen aanzienlijk minder weerstand zal opleveren. De NOT gemeenten kunnen zonder nadeel de gemeenten Hellendoorn, Wierden en Hof van Twente volgen door niet te kiezen voor windturbines.

3. Kanttekeningen Vooraf willen we een aantal kanttekeningen maken onder andere met betrekking tot de procedure. 1. Onduidelijk is hoe er draagvlakonderzoek gaat plaatsvinden tussen Voorlopig Ontwerp en het indienen RES 1.0 per 01-07-2021. 2. Onduidelijk is hoe de procedure zich verhoudt tot de afwikkeling van de bezwaren tegen de Conceptnota Windbeleid NOT. 3. SBTL maakt bezwaar tegen het feit dat in deze procedure RES 1.0, in tegenstelling tot de procedure Windbeleid NOT kennelijk geen mogelijkheden zijn gecreëerd om RES 1.0 Voorlopig Ontwerp openbaar ter visie te leggen en burgers en belangengroepen in de gelegenheid te stellen hun zienswijze in te dienen. SBTL neemt de vrijheid toch deze zienswijze in te dienen. 4. SBTL wil benadrukken dat zij een energietransitie beslist ondersteunt. Wij zien de noodzaak in. RES Twente heeft echter gekozen voor een strategie, die SBTL op een aantal inhoudelijke en procedurele punten niet steunt. 5. RES Twente 1.0 beschouwt haar strategie als een regionaal verdrag en verwacht dat bestuurders (colleges B&W) en gemeenteraden zich committeren aan RES Twente 1.0 als strategisch koersdocument. Hoewel RES 1.0 stelt dat dit juridisch niet bindend is, is het onduidelijk wat dit commitment dan wel inhoudt.

Gemeenteraden let op uw zaak!!! Commitment is, wat SBTL betreft, pas echt aan de orde, nadat het draagvlak op een betrouwbare, integere en objectieve wijze is vastgesteld.

4. Inhoudelijk. Hierna noemen we een aantal aspecten, waarvoor we aandacht en heroverweging vragen. 4.1 Strategie. Het Voorlopig Ontwerp (VO) RES 1.0 is een advies aan de regionale stakeholders. Een RES heeft geen wettelijke grondslag (onderzoeksrapport prof.mr. D.J. Elzinga en mr.dr. Jan R. Lunsink). Hieruit volgt dat het RES 1.0 VO niet bindend is en gemeenteraden, provinciale staten en gedeputeerde staten niet zijn gehouden aan deze strategie. Men is vrij hiervan af te wijken. SBTL is van mening dat de strategie en daarbij de RES 1.0 tot nu toe niet succesvol zijn, omdat het ontbreekt aan het vereiste draagvlak voor de transitie, zoals wordt gepresenteerd door RES. Uit deze constatering volgt dat de RES 1.0 VO tot niet anders kan leiden dan tot heroverweging. 4.2 Maatschappelijk draagvlak Op de website van RES Twente is te lezen dat de periode juni 2020 tot maart 2021 centraal staat voor het informeren en betrekken van de samenleving. Deze periode is inmiddels voorbij en van betrokkenheid van de samenleving is geen enkele sprake. RES Twente heeft deze term verlaten en spreekt nu over maatschappelijke acceptatie. Onduidelijk is welke definitie hierbij hoort. RES vermeldt in dit verband dat inwoners en belangengroepen geïnformeerd en betrokken worden. Voor werkelijk draagvlak is dat niet voldoende. Betrokkenheid betekent o.i.

ook dat doelen, gevolgen en keuzes maatschappelijk gedragen moeten worden. In dat verband is het vreemd dat dit kennelijk wel geldt voor Lokale Energie Initiatieven (LEI). Onduidelijk is waarom deze benadering regionaal en lokaal verschilt. Maatschappelijke acceptatie is niet in lijn met het Klimaatakkoord en met de Handreiking RES 1.1. In de Handreiking wordt duidelijk vermeld dat inwoners, maatschappelijke organisaties, enz. in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken dienen te worden. Dat stadium is naar onze opvatting reeds gepasseerd. Bij de totstandkoming van het eerste RES Twente ontwerp (concept) is dat onvoldoende geweest en dat geldt evenzeer voor RES 1.0 VO. Dat wordt zelfs bevestigd door de voorzitter van RES Twente, Louis Koopman, die in een uitzending van RTV Oost 20-02-2021 erkende dat het tot nu toe een nog teveel ambtenaren en bestuurders feestje is geweest. Ook prof Marcel Boogers van de Universiteit Twente sprak hierover in een interview voor Tubantia. Aangegeven wordt in de Handreiking 1.1 dat de RES een overzicht dient te vermelden van de afspraken over betrokkenheid van maatschappelijke organisaties bij de uitvoering van de RES. Deze informatie vinden we niet terug in het RES 1.0 VO.

In hoofdstuk 1 wordt gesproken over RES Twente als een 'dynamisch proces', waarbij parallel aan dit proces diverse momenten hebben plaats gevonden, waarbij de bestuurders van de betrokken partners met elkaar hebben gesproken over de bijdrage aan de klimaatdoelstellingen. Dit zou hebben geleid tot versterking van de Twentse inzet en begrip voor elkaars lokale posities. Dit versterkt voor SBTL het beeld dat het een bestuurders aangelegenheid is, waarin geen plaats is voor begrip voor standpunten van burgers en hun belangenorganisaties. Kennelijk speelt dit niet uitsluitend lokaal/ regionaal, maar ook landelijk. Dat mag blijken uit de tevergeefse inspanningen die NederWind, waarbij 68 maatschappelijke organisaties zijn aangesloten, heeft gedaan om zitting te verkrijgen in de commissie Brenninkmeijer. Deze commissie zou aanbevelingen moeten doen om inspraak van burgers te waarborgen via burgerfora. Deze commissie blijkt te bestaan uit vele soorten van afvaardiging, maar het ontbreekt

aan werkelijke burgervertegenwoordiging. Van participatie is al helemaal geen sprake. Dat wordt kennelijk als 'hindermacht' ervaren en er lijkt een bewust landelijk, regionaal en lokaal beleid te zijn dat kritische burgers niet betrokken worden. Dat verklaart onder meer het ontbreken van draagvlak. RES 1.0 vermeldt het volgende. De inbreng van de diverse belanghebbenden vinden we van belang en hebben we meegewogen bij de totstandkoming van de RES Twente 1.0. SBTL is als publiekelijk erkend belangenbehartiger van het Twentse landschap niet als belanghebbende betrokken. Ondanks de weerstand tegen windturbines in het Noordoost Twentse landschap, gelet op 209 zienswijzen/ bezwaarschriften en de nu al meer dan 3600 handtekeningen op de door SBTL gestarte petitie, lijkt er geen sprake te zijn van het meewegen van die inbreng. Pas ter elfder ure wordt SBTL uitgenodigd voor informatief overleg met gemeenteraadsfracties in Losser (08-042021). Van invloed en inspraak is o.i. geen sprake en dat wordt bevestigd door eigen ervaringen van SBTL. SBTL wordt in bijlage 5a wel als genodigde genoemd, maar van inspanningen door RES Twente of gemeenten om SBTL actief te betrekken, is geen sprake. De enquête, die duidelijkheid zou moeten geven over de meningen van inwoners over de energietransitie, was eenzijdig en misleidend.

De enquête kan onmogelijk als draagvlakonderzoek worden gezien voor maatschappelijke acceptatie, zoals SBTL dit ziet. De enquête richtte zich uitsluitend op verhouding zon en wind en een relevante conclusie was dat 42% tegen de voorgestelde energiemix zon-wind was en slechts 30% voor. In het voorwoord van RES 1.0 wordt gesteld dat “uit diverse lokale en landelijke onderzoeken blijkt dat gemiddeld 20% van de bevolking tegen wijzigingen in het landschap is”. SBTL is benieuwd op welke onderzoeken RES zich baseert. SBTL heeft getracht invloed te nemen via de zienswijzen, de media en eigen kanalen, maar pogingen om als belangenbehartiger van het landschap betrokken te worden, faalden, vanwege het negeren en weigeren om van onze opvattingen kennis te nemen. Een voorbeeld is dat SBTL heeft aangeboden te participeren in een webinar van de gemeente Losser over windbeleid, hetgeen werd geweigerd. RES Twente en gemeenten kunnen op basis hiervan niet beweren dat er draagvlak of maatschappelijke acceptatie is, aangezien hiertoe geen adequate maatregelen zijn genomen. En draagvlak is een absolute voorwaarde. Om die reden kunnen gemeenten deze strategie niet accepteren en roepen wij gemeenten op om het werkelijke draagvlak op een betrouwbare en representatieve wijze te onderzoeken. SBTL is van mening dat dit een hogere prioriteit heeft dan het behalen van de planning in het proces.

4.3 Zoekgebieden voor windturbines. In de door SBTL ingediende zienswijze Concept Windbeleid NOT is al bepleit het Nationaal Landschap NOT te vrijwaren van windturbines vanwege de hoge landschappelijke waarde. Uitgangspunten voor systeemefficiëntie in de RES Twente 1.0 VO zijn, clustering, bundeling van bronnen en transport. Bij clustering wordt vermeld dat dit plaatsvindt bij voorkeur in het landschap. Bij bundeling van bronnen gaat RES ervan uit dat windmolens en zonnevelden bij elkaar geplaatst worden. De conclusie van clustering en bundeling is, dat het zogenaamde systeemefficiënt denken, altijd leidt tot belasting van het landschap, wat voor ons onacceptabel is.

Bij het aspect transport gaat men ervan uit, dat vraag en aanbod dichtbij elkaar gelegen zijn. De vraag aan energie komt met name uit de gebouwde omgeving en niet uit het omringende landschap. Voor SBTL is clustering en bundeling om die reden niet aan de orde. SBTL bepleit nadrukkelijk de focus op het aspect efficiënt en kostenbesparend transport, waardoor het landschap wordt ontzien. Deze focus past bij het uitgangspunt in RES 1.0 over het Twentse coulisselandschap, dat waardevol is en waar RES zorgvuldig mee wil omgaan. Daarover vermeldt RES 1.0. - Laat de kwaliteit van het landschap (mede)bepalend zijn voor de locaties voor grootschalige opwek duurzame elektriciteit. - Heb oog voor een zorgvuldige inpassing van energieprojecten in het landschap, rekening houdend met de landschappelijke waarde. Over de landschappelijke waarde wil SBTL wijzen op het volgende. In het Nationaal Landschap NOT kennen we een landschap met een cultuurhistorische waarde van vele honderden jaren oud. De meeste Twentenaren zien dit als een leefomgeving waar natuur en cultuur samengaan in een samenleving, gevestigd in een leefomgeving, die als leefbaar wordt beschouwd. Dat betreft normen en waarden gerelateerd aan dit landschap. De kerktoren, de graanmolens waren elementen, die acceptabel waren gezien hun schaal, maat en functie. Waar alle planvorming en het bedenken van o.a.

zoekgebieden (H+N+S) aan voorbij gaat, is, dat deze leefbaarheid geen turbines van ca. 250 meter hoog kan verdragen. Hun maatschappelijke functie wordt hier wel zeer breed uitgelegd en gaat ten koste van de leefbaarheid. Het is buiten de menselijk maat en buiten alle normen en waarden die het traditionele landschap kent. In het rapport van H+N+S wordt ervoor gekozen een brug te slaan tussen grootschalige energie opwekking, ontwikkeling van ruimtelijke kwaliteit en het aanpakken van andere urgente opgaves in het buitengebied, zoals verdrogingsproblematiek, verbeterde gebieden van weidevogels of verduurzamen van de landbouw. Het is de vraag welke criteria worden gehanteerd met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit (gevoelsmatig of op grond van normering) en hoe grootschalige energie opwekking zich verhoudt tot urgente opgaves in het buitengebied. Terzijde kan hierbij nog terecht de vraag gesteld worden of 'de zonneladder' bij de zoekgebieden wel adequaat is toegepast. Bij de ontwerpprincipes wordt het windbos gepresenteerd, waarbij windmolens onderdeel zijn van een bos. Kennelijk stelt men zich voor dat deze integratie een landschappelijk aanvaardbaarder beeld oplevert. SBTL kan deze benadering niet volgen en niet serieus nemen.

Op 30-03-2021 maakten de gemeenten van NOT bekend, dat vanwege een onjuist gehanteerd percentage, het bod van NOT voor de opgave, verlaagd dient te worden. Het gevolg hiervan is dat het aantal windturbines wordt gehalveerd naar 9 windturbines in NOT. Dit zal ongetwijfeld effect hebben op de zoekgebieden. SBTL gaat ervan uit dat dit voldoende ruimte biedt om het Twentse Landschap volledig te ontzien. Op grond van vorenstaande kunnen en mogen geen zoekgebieden aangewezen worden in of bij het Nationaal Landschap NOT. We hebben ons steeds ernstig verzet tegen het opheffen van het Nationaal Landschap NOT als uitsluitingsgrond. De landschappelijke waarde daarvan verdient

volwaardige bescherming tegen plaatsing van windturbines. Gemeenteraden wordt opgeroepen hierin niet mee te gaan met RES 1.0. Bovendien tonen de uitspraken van dr.ir. M. Visser, lector energietransitie, voldoende aan dat nieuwe zoekgebieden nauwelijks meer nodig zijn. Zie hierna bij paragraaf 4.4, opgave 1.5 TWh. 4.4 Opgave van 1.5 TWh Opvallend was het artikel in het Financieel Dagblad d.d. 20-02-2021, waarin dr.ir Martien Visser, lector energietransitie aan de Hanzehogeschool in Groningen, verklaart dat het overbodig is om nieuwe locaties voor zonnevelden en windturbines aan te wijzen. Uit zijn onderzoek blijkt dat de doelstelling voor Nederland van 35 Twh al bijna is gehaald. Hij wijst erop dat 50% van de doelstelling reeds wordt opgewekt. Hierbij heeft hij opgeteld de verwachte opbrengst op basis van al verstrekte subsidies. Totaal komt hij op 33,2 Twh. 'Dat maakt de RES, goeddeels overbodig', aldus dhr. Visser. Het opstellen van die plannen kost miljarden, concludeerde de Raad voor het Openbaar Bestuur eind januari 2021. Dhr Visser pleit ervoor slechts op zeer beperkte schaal locaties aan te wijzen. Dit onderzoek wordt ook vermeld in het Statenvoorstel d.d. 30-03-2021, kenmerk 2021/0072486, inzake RES 1.0 VO. Het aantal windturbines voor Twente is nog niet geheel duidelijk. Voor NOT waren het er aanvankelijk 18.

Op 30-03-2021 werd bekend gemaakt dat dit aantal gehalveerd wordt, vanwege rekenfouten. Voor geheel Twente stond het aantal op 48. Dat worden er nu vanwege correctie NOT 39. Echter wordt ook een aantal van 14 windturbines genoemd. SBTL vraagt zich af of de 39 turbines in- of exclusief die 14 zijn. RES 1.0 gaat uit van 50% van het huidige verbruik in Twente. Men geeft aan dat er sprake is van overprogrammering. Op basis van ervaring is dit 30%. SBTL zou deze 30% beter onderbouwd willen zien. Ook dient duidelijker te worden wat dit betekent voor de opgave van 1,5 TWH. Immers de ene keer wordt gesproken over minimaal 1,5 Twh (o.i excl. die 30%) en een andere keer lijkt 1,5 Twh incl die 30% te zijn. SBTL volgt deze strategie niet, gezien het ontbreken van voldoende draagvlak, gelet op de weerstand tegen windturbines. Passender zou zijn geweest dat terughoudendheid betracht zou worden door geen overprogrammering te calculeren. Het lijkt erop dat RES Twente haast heeft en dat de strategie daarop is ingesteld. SBTL onderkent het klimaatprobleem wel, maar wil nu al verder kijken dan 2030. Dat past bij een strategische benadering. 4.4.1 De gekozen bronnen voor de opgave. De bronnen om duurzame elektriciteit op te wekken worden in RES 1.0 beperkt tot zon en wind. Andere bronnen, zoals bv waterkracht, zijn wel toegestaan, maar worden niet meegeteld in de opbrengst.

Ook is besparing kennelijk geen thema. Zo ook zijn zonnepanelen op woningen en zonnepanelen op minder dan 300 m2 (agrarische en industriële daken) uitgezonderd voor de opgave RES 1.0. Dat is opmerkelijk omdat dit niet overeenkomt met de 'zonneladder', die leidend is bij dit soort keuzes. De zonneladder geeft een voorkeursvolgorde aan voor de opwekking van elektriciteit. Zonnepanelen op daken hebben de eerste voorkeur. Onderzoeksbureau Deloitte heeft in 2018 voor de NOT gemeenten berekend, dat er totaal 880 ha aan geschikt dakoppervlak in NOT is. RES hanteert een opbrengst van 55 Gwh op 63

ha (overzicht blz 27 RES 1.0), dus 0,87 Gwh per ha. 880 ha zou een opbrengst betekenen van 765 GWh. RES onderschat het totaal aan geschikt dakoppervlak ons inziens volkomen. De opgave voor NOT in 2030 was 335 GWh, maar is, vanwege de correctie door NOT, bijgesteld naar 225 GWh. Op basis van het onderzoek van Deloitte is de opgave voor 2030 in NOT te behalen met de factor 3,4 met alleen de opbrengst van zonnepanelen op daken. Windmolens, maar ook zonnevelden zijn niet noodzakelijk. Deze strategie / oplossing is niet alleen veilig (noregret), maar aanzienlijk voordeliger (bespaart miljoenen aan subsidies) met een eerlijke verdeling in lusten en lasten. SBTL wil ook wijzen op het interview op tv Hengelo met ondernemer Harrie Evers, over energie oplossingen op het bedrijventerrein Westermaat de Campus in Hengelo. Hij toont aan dat zonder grote windturbines de industrie op het bedrijventerrein, plus een deel van de Hengelose huishoudens kan worden voorzien van elektriciteit. De keuze om de opbrengst van zonnepanelen op minder dan 300 m2 uit te sluiten voor de opgave RES Twente, is zeer demotiverend voor lokale initiatieven, zoals energiecorporaties. Citaat RES 1.0: Samen hebben we de taak de kracht van anderen te benutten, zoals de kracht van burgerinitiatieven en belangenorganisaties van natuur, landbouw en milieu. De theorie lijkt haaks te staan op de praktijk.

Uit vorenstaande mag blijken dat RES een bewuste keuze heeft gemaakt de voorkeursvolgorde met no-regret maatregelen van 'de zonneladder' te negeren en daarbij een substantiële opbrengst niet meetelt voor de opgave. Ons inziens houdt dit verband met de afhankelijkheid van inwoners, zoals bij paragraaf 1 (Algemeen), is gesteld bij de uitleg over 'samen'. Ook het uitsluiten voor de opgave van andere bronnen, zoals een waterkrachtcentrale (ondermeer in Singraven Denekamp) maakt de RES denkrichting onbegrijpelijk. Tenslotte mag uit vorenstaande blijken dat de RES onnodig leidt tot veel weerstand en dat bij andere keuzes / strategie de opgave makkelijker haalbaar is en aanzienlijk goedkoper. 4.4.2. De kosten van keuzes. Een strategie vraagt om visie voor de toekomst, voor de lange termijn. SBTL staat op het standpunt dat de RES keuzes nu tot 2030 uiteindelijk op lange termijn tot 2050 dure keuzes blijken te zijn. Daarbij wijst SBTL op een vergelijkend onderzoek met andere Europese landen, waaruit blijkt dat met de huidige klimaat- en energieplannen in 2030 de jaarlijkse energiekosten met €15 tot €19 miljard kunnen oplopen, in vergelijking met wanneer men zon en wind niet zou benutten. Vanwege de onvoorspelbaarheid van de energie opbrengsten door zon en wind, nemen de kosten als aandeel van de totale energiekosten onevenredig toe, naarmate het aandeel zon en wind toeneemt.

In Duitsland is het aandeel zon en wind 25,8% van de totale energievoorziening, waarbij het kostenniveau met factor 9,2 is gestegen, in vergelijking met de situatie zonder zon en wind. SBTL doet hier beslist geen pleidooi om niets te doen, integendeel, kosten zijn onontkoombaar, maar dit soort bedragen vraagt om hele zorgvuldige keuzes. En het lijkt er sterk op dat RES Twente dit nalaat. Gezien hetgeen in deze zienswijze hiervoor is vermeld bij 4.4 het onderzoek door dr.ir Visser, lector energietransitie en het vermelde bij paragraaf 4.4.1 (de gekozen bronnen) is ons inziens ruimschoots aangetoond dat andere keuzes mogelijk en nodig zijn en deze

gezien de kosten voor de hand liggen. Een dergelijke strategie zal de opgave behalen met aanzienlijk lagere kosten. RES 1.0 heeft de verhouding zon-wind (60-40%), gewijzigd in 40% zon en 60% wind. Als reden geeft RES Twente op dat deze verhouding minder kosten geeft. De vraag is of dit juist is. SBTL zou hierop meer uitleg willen. Gezien hetgeen is vermeld in het Statenvoorstel van Gedeputeerde Staten d.d. 30-03-2021, kenmerk 2021/0072486, kan worden geconcludeerd dat die meerkosten voor zon met name veroorzaakt worden door de 770 ha aan grond voor zonnevelden, waardoor zon 220 miljoen euro duurder is. Echter zoals hiervoor al is aangetoond door het onderzoek van Deloitte zijn voor de opgave ook geen zonnevelden nodig en daardoor ook die kosten van 220 miljoen euro niet. Bovendien is de terugverdientijd in kosten tussen zonnepanelen en windmolens gelijk, nl beide 1 jaar. Op grond hiervan raden wij het bevoegde gezag aan af te zien van zonnevelden en windturbines, aangezien door SBTL is aangetoond dat de opgave ruimschoots haalbaar is met zonnepanelen op daken. Indien vorenstaande niet overtuigend is, nog het volgende. Opvallend is dat RES alleen kosten van een paar aspecten noemt na plaatsing, maar niet de kosten van productie, transport, onderhoud, vervanging en ontmanteling. Vergeet niet dat de rotoren niet recyclebaar zijn.

Ook leiden zonnevelden, maar vooral windmolens, tot miljoenen/ miljarden subsidies, die veelal in buitenlandse handen komen, waardoor de lusten veelal in het buitenland liggen en de lasten voor rekening komen van Nederland. Een 50% participatieplan kan dit niet goedmaken. Daarom moedigt SBTL de gemeenteraden aan een goed inzicht te krijgen in de kosten en baten via gespecificeerde overzichten. Wij adviseren deze inzichten ook te krijgen over de periode 2030 – 2050. Bovendien is de keuze van de energiemix geen door RES Twente opgelegde keuze, maar is deze voorbehouden aan het bevoegde gezag, dus ook de verhouding zon en wind. 4.5

Het Twentse bod: structuur om Twente te ontwikkelen als warmteregio. In de RES Twente 1.0 VO wordt aquathermie genoemd als relevante warmtebron op locaties waar alternatieve warmtebronnen ontbreken. Ook wordt de potentie onderzocht van geothermie als bron voor de regionale warmtestructuur. SBTL mist hierbij een verwijzing naar de nodige projecten en hun opbrengsten. Er zijn al meer dan 65 gerealiseerde projecten met aquathermie bekend. En op 100 locaties in Nederland worden de mogelijkheden onderzocht. Aardwarmte (geothermie) en bodemwarmte zijn beide vormen van duurzame energie. Aardwarmte komt vanuit de diepe kern van de aarde, terwijl bodemwarmte zich meer aan de oppervlakte van de aarde bevindt. In Nederland is het erg lastig om aardwarmte te bereiken. Daarom maken we vooral gebruik van bodemwarmte om onze woningen te verwarmen. Vreemd dat men hier niet naar kijkt, terwijl in Twente alternatieven voor handen zijn (bijvoorbeeld het project van ir. E. Janning uit Buurse). 4.5.1. Biomassa In RES 1.0 wordt bij hoofdstuk 5.4 biomassa toegelicht. Er wordt gesteld dat in 2050 door biomassa 140.000 woningen en gebouwen in Twente van duurzame warmte te voorzien.

SBTL pleit voor het behouden in eigen regio van het streekhout. Nu verdwijnt ca 30% daarvan naar het buitenland. Bij behoud van het eigen streekhout kunnen meer gebouwen verwarmd worden.

5. Tenslotte Vorenstaand maakt onmiskenbaar duidelijk dat de RES Twente 1.0 VO niet duurzaam en kapitaal verspillend is. Er worden te haastig verkeerde keuzes gemaakt. SBTL roept daarom de gemeenteraden in Twente, maar in het bijzonder die van NOT, op, om terughoudendheid te betrachten. Verlaag het ambitieniveau van de opgave, benut de opbrengst van zonnepanelen op daken en andere al bestaande technieken en geef prioriteit aan de facilitering daarvan. Verwerp windturbines naar voorbeeld van de gemeenten Hellendoorn, Wierden en Hof van Twente. Ook zonnevelden zijn niet nodig. De basis voor deze benadering is deze zienswijze in het algemeen, maar in het bijzonder het onderzoek van Deloitte en het onderzoek van lector energietransitie dr.ir. Martien Visser. Faciliteer en versnel technieken, waarvan nu aangetoond kan worden dat deze technieken efficiënter en effectiever zijn dan windturbines. Benut onderzoek hiernaar tot 2030, zodat tot 2050 een versnelling in opbrengsten mogelijk is. Bepleit bij onze nationale overheid dat er veel meer aandacht en geld wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van thoriumcentrales. Een hernieuwde strategie duurzame opwek elektriciteit zou in dit verband volgens SBTL noodzakelijk zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10014782/1