17a Zienswijzen Gemeenschappelijke regelingen - begroting Stadsbank Oost-Nederland 2022
Tekst van het document
Primitieve begroting 2022 Meerjarenraming 2023-2025
Hoort bij raadsbesluit nr. 1098 van 28 juni 2021, de griffier,
STADSBANK OOST NEDERLAND – PRIMITIEVE BEGROTING 2022
I.I.
Inhoudsopgave VOORWOORD ...............................................................................................................................3 1. BELEIDSBEGROTING ..................................................................................................................4 1.1. VERSLAG ......................................................................................................................................................... 4 1.1.1. Doelstelling ........................................................................................................................................... 4 1.1.2. Beleidsvisie ........................................................................................................................................... 5 1.2. DE ORGANISATIE ............................................................................................................................................... 7 1.2.1. Bestuur ................................................................................................................................................. 7 1.2.2. Management en organisatiestructuur van de Stadsbank Oost Nederland .......................................... 8 1.2.3. Het werkgebied van de bank ................................................................................................................ 9 1.3.
PROGRAMMAPLAN 2021 ................................................................................................................................. 10 1.3.1. Programma Algemeen Bestuur .......................................................................................................... 10 1.3.2. Programma Financieel-maatschappelijke dienstverlening en voorzieningen .................................... 13 1.3.3. Prestatie-indicatoren effectiviteit Schuldhulpverlening ..................................................................... 18 1.4. VERPLICHTE PARAGRAFEN ................................................................................................................................. 21 1.4.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................................................ 21 1.4.2. Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................................................ 27 1.4.3. Financiering ........................................................................................................................................ 27 1.4.4. Verbonden partijen............................................................................................................................. 30 1.4.5.
Bedrijfsvoering ................................................................................................................................... 30
2. FINANCIËLE BEGROTING .......................................................................................................... 32 2.1. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN IN DE BEGROTING 2022 .................................................................................... 32 2.2. MEERJARENPERSPECTIEF 2022 - 2025 ............................................................................................................... 37 2.3. VOORSTEL TOT VASTSTELLING VAN DE BEGROTING ................................................................................................. 41
BIJLAGEN .................................................................................................................................... 42 BIJLAGE 1: CATEGORIALE BEGROTING EN MEERJARENRAMING......................................................................................... 43 BIJLAGE 2: STAAT VAN RESERVES EN VOORZIENINGEN ................................................................................................... 44 BIJLAGE 3: INVESTERINGEN 2022 – 2025 .................................................................................................................. 45 BIJLAGE 4: BASIS FACTURATIE-SYSTEMATIEK ................................................................................................................ 46 Primitieve begroting 2022 per gemeente..................................................................................................... 46 BIJLAGE 5: MEERJARENRAMING PER GEMEENTE ........................................................................................................... 47
Voorwoord Voor u ligt de Primitieve begroting 2022, inclusief de Meerjarenraming 2023-2025 van de Gemeenschappelijke Regeling Stadsbank Oost Nederland. In de begroting en de meerjarenraming zijn de verwachte baten en lasten voor de komende jaren opgenomen. De Primitieve begroting 2022 is opgesteld conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en is gebaseerd op het door het Algemeen Bestuur vastgestelde dienstverlenings- en bekostigingsmodel. In de dienstverlening richting gemeenten en klanten staan ‘maatwerk’ en ‘innovatie’ centraal. Het beleid met betrekking tot de schulddienstverlening is - in lijn met de WGS (Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening) een (individuele) verantwoordelijkheid/bevoegdheid van de 22 deelnemende gemeenten in de Gemeenschappelijke Regeling. Vanaf 2021 of 2022 geeft niet meer de accountant, maar het Dagelijks Bestuur, de verklaring af, dat de interne organisatie rechtmatig heeft gehandeld. Door de Stadsbank is hier reeds op ingespeeld door de interne controle op rechtmatigheid door de Stadsbank te intensiveren. In samenwerking met de accountant wordt de implementatie van deze wijziging in de BBV-regelgeving voorbereid.
De Stadsbank speelt in op de nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de schuldhulpverlening, waaronder collectief schuldregelen, de inzet van saneringskredieten, het Schuldenknooppunt, nieuwe digitale ontwikkelingen als Buddy-app en automatische incasso en de introductie van een nieuw kwaliteitskader van de branchevereniging NVVK. Vanuit een strategische blik naar de toekomst zijn we bezig met koers en ontwikkellijnen, die we samen met de 22 gemeenten gaan invullen. Ten tijde van de opstelling van deze Primitieve begroting zijn de maatschappelijke effecten van het Coronavirus van grote invloed op de samenleving en de dienstverlening van de Stadsbank. De uiteindelijke financiële effecten (materieel gezien) voor de Stadsbank op termijn zijn op dit moment nog onzeker. Op dit moment is nog moeilijk in te schatten in welk tempo de door de Corona-crisis opgetreden afname van de dienstverlening in 2020 ombuigt naar een mogelijk te verwachten toename van de schuldhulpvraag in 2021/2022. Waarschijnlijk zal de omslag zich niet eerder aandienen dan in de tweede helft van 2021 maar wellicht zal dit nog later zijn. De actuele situatie wordt door de Stadsbank voortdurend gemonitord. In deze Primitieve Begroting zijn voor de omvang van de dienstverlening vooralsnog de werkelijke volumeaantallen van het jaar 2020 als uitgangspunt genomen, waarbij de Corona-effecten zijn verwerkt.
In de begrotingsjaren 2023-2025 zijn de aantallen stabiel gehouden. Hierbij wordt aangesloten bij het Jaarverslag 2020 en de Primaire Begroting 2021. Daarnaast is rekening gehouden met de richtlijnen en voorwaarden die de Stadsbank van de deelnemende gemeenten heeft ontvangen, aangevuld met de voor de Stadsbank specifieke uitgangspunten.
Enschede, maart 2021
Dhr. A. Kampman Voorzitter Dagelijks Bestuur 3
1. Beleidsbegroting 1.1. Verslag 1.1.1. Doelstelling De Stadsbank is dé schulddienstverlener in Twente en de Achterhoek. Als deskundige en betrouwbare dienstverlener zijn wij een steun en toeverlaat voor mensen met financiële problemen. Ons doel is het creëren van financiële stabiliteit. Dit leveren we op maat, vanuit klantgerichte en transparante professionele dienstverlening. Samen met de klant werken we aan een nieuw en reëel toekomstperspectief. Als uitvoeringsorganisatie concentreren wij ons op het leveren van kwalitatief goede dienstverlening. ‘Samen lossen wij uw schulden op’. Met onze inhoudelijke expertise en gezamenlijke passie streven we er continu naar een toonaangevende organisatie te zijn. We kennen onze klant en bieden optimale begeleiding met kennis van de markt en maatschappij. Een organisatie die toegevoegde waarde levert, aangesloten op de actuele wens van onze klant en opdrachtgever. Met innovatie oplossingen bewegen wij mee met deze wens en verlagen de drempel tot schulddienstverlening.
Er zijn veel nieuwe ontwikkelingen op het gebied van de schuldhulpverlening, waaronder collectief schuldregelen, intensivering van de inzet van saneringskredieten (al dan niet in combinatie met een op te richten landelijk waarborgfonds), Schuldenknooppunt, nieuwe digitale ontwikkelingen als een Buddy-app en automatische incasso en de introductie van een nieuw kwaliteitskader van de branchevereniging NVVK. De Stadsbank kijkt steeds hoe deze ontwikkelingen binnen het dienstverleningsmodel van de Stadsbank verder vorm en inhoud kunnen krijgen. Vanuit een strategische blik naar de toekomst zijn we bezig met koers en ontwikkellijnen, die we samen met de 22 gemeenten gaan invullen. We willen onder meer naar een sterke dienstverleningslijn en van administratie naar begeleiding, onder andere door (digitale) innovaties. De klant voorop en werken aan financiële zelfredzaamheid, meer gericht op resultaat. Ook willen we het partnerschap met gemeenten en het accountmanagement vanuit de Stadsbank verder vorm en inhoud gaan geven. Om zo nog beter en pro-actiever aan te sluiten op wensen van de gemeenten, maar ook onze expertise over de uitvoeringspraktijk voor gemeenten ter beschikking te stellen. In sociale of wijkteams, in projecten of ter onderbouwing van nieuwe beleidsinitiatieven.
We verwachten dat we in 2022 een nieuw financieel model hebben ontwikkeld, dat hier vanzelfsprekend op aansluit. Belangrijk om te melden is ook dat we onze reguliere P&C cyclus en de producten als begroting en jaarrekening vanaf 2022 (start bij primaire begroting) qua opzet, structuur en informatie(gehalte) gaan moderniseren. We willen het informatiegehalte vergroten, meer inhoudelijke toelichting en analyse bieden en het prettiger leesbaar maken. Op basis van een verscherpte koers en vernieuwd financieel model kijken we ook naar de effectindicatoren. Ook daar moet vernieuwing en aanscherping plaatsvinden. De dienstverlening van de Stadsbank zal door bovenstaande ontwikkelingen in de aanloop naar 2022 worden beïnvloed. In de voortgangsrapportages (Voorjaarsnota, Najaarsnota, Jaarverslag 2021) wordt over de voortgang hiervan verslag gedaan. Een eventuele impact hiervan zal worden meegenomen vanaf de Primaire begroting 2022, die in het najaar van 2021 wordt opgesteld. 4
De corona-crisis heeft in 2020 geleid tot een terugval in de dienstverlening en minder inkomsten van de deelnemende gemeenten. Waarschijnlijk zal zich dit ook in (een groot deel van 2021) voordoen. Het is op het moment van de opstelling van deze Primitieve begroting 2022 nog onzeker wanneer de dienstverlening weer gaat aantrekken. Het risico van corona ligt vooralsnog bij de Stadsbank. In dit kader wordt met de deelnemende gemeenten overlegd of het wenselijk is om in een scenario waarbij de financiële positie van de SON door corona substantieel is verslechterd, eventuele extra corona-kosten van de SON te compenseren en te overwegen om een teruggave van de gemeentelijke bijdragen achterwege te laten.
1.1.2. Beleidsvisie De Stadsbank ondersteunt de aangesloten gemeenten bij het gemeentelijk beleid ter bevordering van de maatschappelijke participatie van hun burgers, met name gericht op de ‘bancaire taken’ voor schuldhulpverlening. Hierbij wordt geanticipeerd op de ontwikkelingen in het Sociaal Domein. De dienstverlening van de Stadsbank bestaat uit: •
Preventie- en voorlichtingsactiviteiten gericht op het voorkomen van financiële instabiliteit en schulden.
•
Het geven van advies over het creëren van financiële stabiliteit, het oplossen van schulden en het adviseren over het wegnemen van tekortkomingen die hebben geleid tot de financieel problematische situatie.
•
Kredietmogelijkheden aan personen die voldoen aan de “Fido-criteria”. De bank hanteert hierbij maatschappelijk verantwoorde rentepercentages.
•
Budgetbeheer ter borging van de stabiliteit in de betaling van primaire lasten van het huishouden en ter ondersteuning van het herstel van de financiële zelfredzaamheid, zodat (verdere) schulden kunnen worden voorkomen.
•
Meerderjarigenbewind aan personen die blijvend niet bij machte zijn zelfstandig de eigen financiën te beheren.
•
De voorliggende voorziening ‘Budgetzorg’, voor klanten waarvoor budgetbeheer te ‘licht’ is en beschermingsbewind ‘te zwaar’. Naast de financiën wordt de gehele administratieve huishouding voor een langere periode samen met de klant gedaan.
•
Bemiddeling tussen schuldenaar en schuldeisers om tot een minnelijke schuldregeling te komen en ter voorkoming van maatschappelijke uitval. Hierbij bij voorkeur de inzet van het instrument saneringskredieten.
•
Beheer minnelijke regelingen ter borging van een minnelijke regeling en ter ondersteuning van een eventuele re-integratie op de arbeidsmarkt.
•
De afgifte van de verklaring en het ondersteunen bij het opstellen van het verzoekschrift conform de Faillissementswet inzake de toelating tot de wettelijke schuldsanering.
•
De samenwerking met en inzet van vrijwilligers in de schuldhulpdienstverlening.
5
Bovendien zet de bank haar expertise en capaciteiten in om maatwerkdiensten te leveren aan de aangesloten gemeenten, met name in de vorm van diensten op locatie en projecten. De bank is lid van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK), de belangenvereniging van gemeentelijke kredietbanken, publieke instellingen en bedrijven die mensen met schulden helpen. Daarnaast is de bank aangesloten bij Sociale Banken Nederland (SBN), een samenwerkingsverband van kredietbanken en bij de Stichting Bureau Krediet Registratie (BKR) te Tiel.
6
1.2. De organisatie 1.2.1. Bestuur Het Algemeen Bestuur (2018 – 2022) Elk van de 22 aangesloten gemeenten wijst uit haar college één lid aan voor het Algemeen Bestuur. Elk lid van het Algemeen Bestuur heeft in de vergadering één stem. De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar. Het Algemeen Bestuur vergadert jaarlijks tenminste tweemaal.
Het Dagelijks Bestuur (2018 – 2022) Aan het begin van de zittingsperiode van het bestuur benoemen de leden van het Algemeen Bestuur uit hun midden het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur bestaat uit acht leden. Statutair maken de Algemeen Bestuursleden van de gemeenten Almelo, Enschede en Hengelo deel uit van het Dagelijks Bestuur. Elk lid van het Dagelijks Bestuur heeft in de vergadering één stem. Bij het staken van stemmen beslist de stem van de voorzitter. De heer A. Kampman, Wethouder van de gemeente Enschede, is voorzitter van het Algemeen en Dagelijks Bestuur. De heer P. Lage Venterink, Hoofd afdeling Juridische Zaken en Beleid, sector Sociaal bij de gemeente Hengelo, is secretaris van het bestuur.
Het Platform Het Platform is een permanente ambtelijke adviescommissie aan zowel het bestuur als de directeur van de bank. Het Platform geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het bestuur en de directie inzake het beleid en de bedrijfsvoering van de bank. De voorzitter van het Platform wordt door het Algemeen Bestuur benoemd en neemt als adviseur deel aan de vergaderingen van zowel het Algemeen als het Dagelijks Bestuur. Mevrouw J. Beumers, Hoofd Uitvoering Sociaal Domein bij de gemeente Almelo, is voorzitter van het Platform.
7
1.2.2. Management en organisatiestructuur van de Stadsbank Oost Nederland
Bestuurs- en organisatiestructuur Stadsbank Oost Nederland per 31-12-2020
8
1.2.3. Het werkgebied van de bank Het werkgebied van de bank bestaat uit de 22 bij de gemeenschappelijke regeling aangesloten gemeenten. In dit werkgebied wonen 905.596 inwoners verdeeld over 397.457 huishoudens (bron CBS, 2020). Het werkgebied is op geografische gronden en gemeentelijke samenwerkingsverbanden verdeeld. Stadsbank Oost Nederland werkt op locatie in 22 gemeenten en kent als hoofdvestiging Enschede.
De gemeenten van Stadsbank Oost Nederland zijn als volgt ingedeeld in 4 gebiedsteams: Gebiedsteams Team Enschede Hengelo Almelo Achterhoek
Gemeente Enschede, Haaksbergen, Losser. Borne, Dinkelland, Hengelo, Hof van Twente, Oldenzaal en Tubbergen. Almelo, Hellendoorn, Rijssen-Holten, Twenterand en Wierden. Aalten, Berkelland, Bronckhorst, Lochem, Montferland, Oost Gelre, Oude IJsselstreek en Winterswijk.
9
1.3. Programmaplan 2021 1.3.1. Programma Algemeen Bestuur Hoofdkenmerken Het programma Algemeen Bestuur omvat de bestuursproducten: bestuursorganen en bestuursondersteuning. Tevens behoren tot het programma Algemeen Bestuur de niet product-/ dienstverleningspecifieke activiteiten en voorzieningen gericht op een effectief en efficiënt beheer van de bedrijfsvoering. Vanuit de afdeling Bedrijfsvoering & Advies vindt de algemene interne ondersteuning aan de diverse organisatieonderdelen en het management plaats.
Wat wil de Stadsbank bereiken? -
Bestaand beleid:
Bestuursorganen •
Vertalen van bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen.
•
Een maatschappelijk en bestuurlijk verantwoorde positionering van de Stadsbank.
•
Sturing geven aan en reageren op organisatieontwikkelingen die gericht zijn op een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering bij de bank, alsmede op het leidinggeven aan de ambtelijke organisatie.
•
Het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid en de verzorgde dienstverlening.
Bestuursondersteuning •
De voorbereiding van beleidsontwikkeling voor het Bestuur.
•
De voorbereiding van de verantwoording door het Bestuur.
Algemene interne ondersteuning •
In stand houden van de fysieke infrastructuur.
•
In stand houden en optimaliseren van de automatisering en telecommunicatie infrastructuur.
•
Effectief en efficiënt beheer van de bedrijfsvoering.
10
Wat gaan we daarvoor doen? Rechtmatigheidsverantwoording Vanaf 2021 (mogelijk vanaf 2022) geeft niet meer de accountant, maar het Dagelijks Bestuur de verklaring af over de rechtmatigheid van de (interne) organisatie. Naast de uitvoering van de interne controle wordt vanaf deze wijziging in het BBV ook een rapportage opgesteld aan het Dagelijks Bestuur met een (genormeerd) oordeel over de interne controle. Deze rapportage vervangt de kwaliteitstoets van de accountant. In samenwerking met de accountant zal - bij de start van de accountantsfunctie voor het verslagjaar 2021 een visie over de rechtmatigheidsverantwoording worden voorbereid. Het gaat dan om bijvoorbeeld de ambitieniveaus die in de notitie Rechtmatigheidsverantwoording van de commissie Bado zijn aangegeven en het te kiezen grensbedrag (tussen 1% en 3%). Daarbij worden uiteraard de adviezen meegenomen die de accountant in het accountantsverslag 2020 heeft opgenomen. Voorafgaand aan de accountantscontrole van het verslagjaar 2021 wordt aan het Algemeen Bestuur een voorstel gedaan om het ambitieniveau en de tolerantiegrenzen van de interne controle te bepalen. Hierbij worden de nu geldende controleverordening en controleprotocol betrokken.
Vanuit de ervaringen die de Stadsbank in 2021 met de rechtmatigheidsverantwoording opdoet, worden voor de latere jaren zo nodig aangepaste grensbedragen gedefinieerd en wordt interne regelgeving aan het normen- en toetsingskader toegevoegd. Platform Stadsbank Oost Nederland (het Platform) Het Platform is een adviesorgaan voor zowel het Bestuur als de directie van de Stadsbank. Alle bij de gemeenschappelijke regeling aangesloten gemeenten kunnen deelnemen in het Platform. Het Platform adviseert zowel op verzoek als uit eigen beweging het Bestuur en de directie over beleidsontwikkeling. Het Platform wordt met raad en daad terzijde gestaan door de directie en wordt ambtelijk ondersteund. Communicatie Voor de deelnemende gemeenten is het van belang tijdig te weten hoe de ontwikkeling van de dienstverlening voor haar burgers door de bank is. Enerzijds heeft dit te maken met de mogelijkheden die de deelnemende gemeenten zien om naar aanleiding van de door de bank verleende diensten, het eigen gemeentelijk beleid vorm te geven en voorstellen te doen met betrekking tot het productenpakket van de Stadsbank. Anderzijds heeft dit te maken met de financiële verplichtingen voor de deelnemende gemeenten. Om de deelnemende gemeenten tijdig te informeren wordt het Algemeen Bestuur in de Voorjaarsnota en de Najaarsnota geïnformeerd over de financiële en niet financiële ontwikkelingen.
De Voorjaarsnota heeft betrekking op de periode januari tot en met april, terwijl de Najaarsnota betrekking heeft op de periode tot en met augustus. Indien wenselijk wordt tevens een voorstel tot wijziging van de begroting in deze periodieke rapportages opgenomen. 11
Interne ondersteuning Bij de interne ondersteuning gaat het onder meer om HRM, financiën, Planning & Control, communicatie, juridische aangelegenheden, bedrijfsadministratie, kwantitatieve, kwalitatieve en financiële informatievoorziening, procesondersteuning, ict beheer/applicatiebeheer en facilitaire ondersteuning.
Wat mag het kosten? De budgettaire lasten worden bepaald door de kosten van het in standhouden van de gemeenschappelijke regeling. Deze zogenaamde bestaanskosten zijn de materiele kosten en ondersteunende diensten (indirecte kosten) die middels de jaarlijkse bestaansbijdrage worden voldaan. De bestaanskosten worden bepaald op basis van de totale volumeontwikkeling van de diensten van de Stadsbank. De verdeling van de bestaanskosten over de gemeenten vindt plaats op basis van de bestaande criteria huishoudens (25%) en basisdienstverlening + intake (75%).
Programma 1: Budgettaire lasten Algemeen Bestuur 2020 (Bedragen in €) Lasten Baten Saldo
Realisatie 3.836.300 3.836.300 -
2021 Primaire Begroting 4.059.600 4.059.600 -
2022 Primitieve Begroting 4.161.000 4.161.000 -
In de begroting wordt uitgegaan van budgettair neutrale situatie op dit programma. Dit wil zeggen dat de totale bestaanskosten worden verminderd met de opbrengst uit deposito en vervolgens zal het restant in rekening worden gebracht bij de deelnemende gemeenten.
12
1.3.2. Programma Financieel-maatschappelijke dienstverlening en voorzieningen Algemeen Hoofdkenmerken: Het programma Financieel-maatschappelijke dienstverlening en voorzieningen heeft betrekking op alle dienstverlening van de Stadsbank, ter ondersteuning van het beleid van de aangesloten gemeenten. De dienstverlening en voorzieningen van de bank kunnen als volgt worden onderscheiden:
Informatie & Advies STABILISATIE (inkomsten en uitgaven) Budgetcoaching bij schulden oplossen Start (Stabilisatie)
Beheer (-Basis, -Totaal) Inkomsten en uitgaven
Uitgaven en inkomsten INTAKE
Beeindiging Afwikkelen beheerafspraken
Budgetcoaching bij budgetbeheer Nazorg
Integrale indicatie-stelling Regulier
Beschermingsbewind
Integrale indicatie stelling Crisis
Uitstroom Begeleiding naar reguliere bank
SCHULDEN OPLOSSEN Bemiddelingstraject Schulden oplossen
Krediet-aanvraag
PLAN VAN AANPAK
Betalingsregelingen
Herfinanciering
Schuldbemiddeling
Saneringskrediet
Faillissementswet Voorlopige voorziening
Dwangakkoord
Moratorium
Verklarng 285
Budgetcoaching bij schulden oplossen
Begeleide verwijzing
Kredietbeoordeling
13
Het dienstenaanbod van de bank wordt vanuit de vestiging in Enschede, op werkpleinen en op diverse gemeentelijke locaties verzorgd. Het dienstenaanbod bestaat uit: •
Preventie
•
Informatie & Advies
•
Indicatiestelling
•
Kredietverlening
•
Stabilisatie en Herstel Financiële huishouding, waaronder coaching budgetterings-vaardigheden, meerderjarigen beschermingsbewind en de voorliggende voorziening BudgetZorg.
•
Minnelijk schuldregelen
•
Opstellen verzoekschrift WSNP art verklaring 285’ en ‘voorlopige voorzieningen’
•
Nazorg
•
Overige dienstverlening
Deze werkzaamheden worden integraal rondom de klant georganiseerd en worden vanuit de vestiging Enschede en op locatie uitgevoerd. Met verschillende gemeenten zijn specifieke afspraken gemaakt over bediening op werkpleinen of op locatie.
Wat wil de Stadsbank bereiken? -
Bestaand beleid:
De bank wil bijdragen aan: •
het voorkomen dat inwoners van de aangesloten gemeenten in financiële problemen komen of de weg naar financiële hulpverlening niet weten te vinden;
•
het aanbieden van kredietmogelijkheden voor inwoners van de aangesloten gemeenten die niet bij de commerciële reguliere handelsbanken een lening kunnen krijgen, eventueel om zo hun kredietwaardigheid te kunnen herstellen;
•
een stabiele financiële huishouding door het bevorderen dat cliënten hun inkomsten en uitgaven zodanig in balans krijgen en houden dat het ontstaan van betalingsachterstanden wordt voorkomen en dat bestaande betalingsachterstanden (kunnen) worden ingelopen;
•
het realiseren van een minnelijke, onderhandse regeling van schulden tussen cliënten in een (problematische) schuldsituatie en hun schuldeisers;
•
het realiseren van een oplossing voor cliënten met een problematische schuldsituatie waarbij de schuldeisers niet akkoord gaan met een minnelijke regeling van de schulden. 14
Door continu te werken aan de kwaliteit van de dienstverlening en het professionaliseren van de bedrijfsvoering wil de bank de dienstverlening op peil houden en waar mogelijk verbeteren. Het beleid van de bank richt zich op het bevorderen van een duurzame oplossing voor de klant, zowel waar het gaat om budgetbeheer als om indicatiestellingen en schulden oplossen.
Wat gaan we daarvoor doen? Preventie In samenwerking met de deelnemende gemeenten, vrijwilligersorganisaties, scholen en overige ketenpartners wordt ingezet op het voorkomen en vroegtijdig signaleren van (dreigende) schuldsituaties. De bank brengt door gerichte voorlichtingsactiviteiten op scholen de risico’s en de gevolgen van verschulding onder de aandacht. Met de wetswijziging Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening (Wgs) over vroegsignalering ligt er een nieuwe primaire taak bij gemeenten per 01-01-2021. De Stadsbank fungeert op verzoek van enkele gemeenten een (ondersteunende) rol in vroegsignalering. Informatie & Advies Op basis van de specifieke klantsituatie wordt een advies gegeven over de inrichting en het beheer van de financiële huishouding. Daarbij kan het zowel gaan om de budgettering van het huishoudgeld als om hoe om te gaan met kleine achterstanden en schulden indien de klant (nog) geen gebruik wenst of hoeft te maken van andere diensten van de bank. Indicatiestelling Voorafgaand aan de feitelijke dienstverlening wordt door de bank een op de klant afgestemd adviesrapport opgesteld, waarin is opgenomen met welke instrumenten het best een antwoord kan worden gegeven op de door de klant gestelde hulpvraag. Kredietverlening De kredietverlening van de Stadsbank Oost Nederland is ten opzichte van commerciële banken aan de onderkant van de markt gepositioneerd.
De Stadsbank streeft niet naar een zo groot mogelijke kredietportefeuille, maar richt zich uit maatschappelijk oogpunt op een specifieke doelgroep. Uitgangspunt voor de tarieven is om deze onder de tarieven van de commerciële banken te positioneren. Stabilisatie & herstel financiële huishouding De meeste financiële problemen van klanten zijn het gevolg van een structurele onbalans tussen inkomsten en uitgaven. De zogenaamde primaire lasten, met name huur/hypotheek en energielasten worden veelal als sluitpost van het huishoudboekje gebruikt, met alle negatieve gevolgen van dien, zoals dreigende huisuitzetting, afsluiting van energie e.d. Door inzet van budgetbeheer is de betaling van de primaire lasten en overige financiële verplichtingen van de klant gewaarborgd. In het geval van betalingsachterstanden kan in overleg met de klant een betalingsregeling worden getroffen. Daartoe wordt een budgetplan opgesteld, waarin balans wordt aangebracht tussen de inkomsten en uitgaven en daardoor weer financieel evenwicht ontstaat. 15
De klant wordt ondersteund bij de uitvoering van het budgetplan. Zo nodig wordt de klant gewezen op flankerende voorzieningen. Door middel van het bieden van maatwerk wordt gezocht naar een duurzame oplossing voor de klant. Klanten die aantoonbaar (deskundigenrapport) niet in staat zijn hun financiële huishouding zelfstandig en verantwoord te voeren kunnen in aanmerking komen voor beschermingsbewind, indien mogelijke voorliggende voorzieningen niet passend zijn (bijvoorbeeld BudgetZorg). In voorkomende gevallen dient de Stadsbank hiertoe namens de klant een verzoek in bij de rechtbank.
Minnelijk schulden regelen Door de bank wordt bemiddeld tussen de schuldenaar en diens schuldeisers om tot een regeling van de schulden te komen. Daarbij onderzoekt de bank of door middel van betalingsregelingen over een periode van maximaal vijf jaar, een herfinanciering van de schulden of een saneringskrediet de volledige schuldsituatie kan worden opgelost. Een saneringskrediet en een schuldbemiddeling hebben een looptijd van drie jaar. Bij onwillige schuldeisers kan de cliënt een beroep doen op de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). De Stadsbank ondersteunt de klant hierbij en geeft in voorkomende situaties een verklaring af aan de rechtbank voor toelating tot de WSNP. Nazorg Het doel van de nazorg is om de recidive te voorkomen. Binnen een jaar na de beëindiging van de aangeboden dienstverlening tracht de bank inzicht te krijgen in de financiële situatie van de klant na het succesvol uitstromen naar het zelfstandig beheren van de financiën. Indien er sprake is van disbalans in de inkomsten en uitgaven, wijst de bank de klant op de mogelijkheden om de financiële situatie in evenwicht te brengen. Overige dienstverlening Onderstaande additionele dienstverlening wordt momenteel aangeboden en is op basis van bekende afspraken met een aantal gemeenten conform 2021 doorgetrokken naar de begroting 2022.
Dienstverlening op locatie De Stadsbank verzorgt voor een aantal gemeenten een inloopspreekuur op locatie. Dit inloopspreekuur vindt plaats bij de gemeente zelf of op een werkplein. Samenwerking externe instanties De Stadsbank voert intensief gesprekken met een aantal grote instanties waarvoor de bank regelmatig betalingen van de klanten verricht. Het doel van deze samenwerking is het verbeteren van de administratieve processen om zodoende de kosten te reduceren.
16
Resultaat Product Indicatiestelling Reguliere indicatiestelling Crisis-interventie Huisbezoek Multidisciplinair overleg Kredietverlening Kredietbeoordeling Verstrekte Sociale leningen Verstrekte Herfinancieringen Verstrekte Saneringskredieten Stabilisatie en Herstel Financiële Huishouding Opstart budgetbeheer Beëindiging budgetbeheer Actieve BBR per 31/12* waarvan Budgetzorg waarvan zelfbetalers Meerderjarigenbewind lopend* Meerderjarigenbewind nieuw Minnelijk schuldregelen Bemiddeling schuldregeling Beh. Standaard bet. Regeling* Beh. Standaard schuldbemiddeling* Voorlopige voorziening art. 284 Verklaring & Verzoekschrift art. 285 Dwangakkoord art. 287 a Moratorium art. 287 b Nazorg Nazorg * 'Begroot' - gemideld over het jaar 'Realisatie' - actueel per 31-12
Soort dienst
2020 Realisatie
2021 Primaire begroting
2022 Primitieve begroting
Stand. Stand. Add. Add.
1.732 41 2 7
1.733 44 2 11
1.732 41 2 7
Stand. Stand. Stand. Stand.
1.583 458 58 249
1.633 479 58 237
1.583 458 58 249
Stand. Stand. Add. Stand. Stand. Stand.
715 1.146 4.599 180 1.100 1.127 33
845 1.149 4.899 192 1.074 1.193 58
715 1.146 4.768 210 1.082 1.127 33
Stand. Stand. Stand. Stand. Stand. Stand. Stand.
891 14 1.107 226 27 -
881 12 1.107 247 20 -
891 14 1.107 226 27 -
Stand.
301
274
301
17
Wat mag het kosten?
Programma 2: Budgettaire lasten: Financieel-maatschappelijke dienstverlening en voorzieningen 2020 2021 Primaire Realisatie (Bedragen in €) Begroting Lasten 7.172.700 6.838.500 Baten 6.655.900 6.838.500 Saldo -516.800 -
2022 Primitieve Begroting 6.570.700 6.570.700 -
1.3.3. Prestatie-indicatoren effectiviteit Schuldhulpverlening De deelnemende gemeenten hebben in samenspraak met de Stadsbank prestatie indicatoren ontwikkeld, die vanaf 2017 worden gemonitord. In 2018 is de eerste meting verricht en vergeleken met 2017. In onderstaande tabel zijn de prestatie indicatoren opgenomen. Bij PI-1 moet rekening worden gehouden met situaties waarin de Stadsbank wel de voorwaarden schept voor het houden van een gesprek binnen 4 weken, maar dat de termijn toch wordt overschreden door afzegging of niet verschijnen van de klant. Dit verklaart dat het percentage onder de 100% ligt.
Prestatie indicatoren
2020
2021
2022
PI-1: Percentage klanten dat binnen 4 weken (3 dagen bij een crisissituatie) op het eerste gesprek is geweest.
88%
88%
88%
PI-2: Percentage succesvol afgehandelde crisisinterventies.
86%
86%
86%
PI-3: Percentage minnelijke trajecten waarbij akkoord is bereikt met de schuldeisers.
75%
75%
75%
PI-4: Percentage klanten dat door middel van BBR binnen termijn van 3 jaar zelfstandig hun financiën kunnen beheren.
50%
50%
50%
PI-5: Percentage succesvol afgeronde minnelijke schuldregelingen.
95%
95%
95%
PI-6a: Recidieven: percentage klanten dat na een tussentijdse beëindiging van een minnelijke regeling binnen 1 jaar terug komt .
0,0%
0,0%
0,0%
PI-6b: Recidieven: percentage klanten dat na succesvol afronden van een minnelijke regeling terug binnen 3 jaar komt.
0,1%
0,1%
0,1%
18
Toelichting indicatoren:
PI-1: Percentage klanten dat binnen 4 weken (3 dagen bij een crisissituatie) op het eerste gesprek is geweest. Toelichting: Binnen 4 weken nadat een persoon zich heeft aangemeld voor schuldhulpverlening bij de Stadsbank, dient het eerste gesprek plaats te vinden waarin de hulpvraag wordt vastgesteld. Bij een crisis situatie, zoals geplande ontruiming en/of afsluiting van nutsvoorzieningen dient het eerste gesprek binnen 3 dagen plaats te vinden. Deze termijnen zijn wettelijk vastgelegd in Artikel 4, lid 1, 2 van de Wgs. Deze indicator kan gebruikt worden door de gemeenten die de Stadsbank hebben gemandateerd om Wgsbeschikking af te geven. De andere gemeenten kunnen deze indicator enkel gebruiken als indicatie over de wachttijden bij de Stadsbank vanaf moment dat de klant een verzoek bij de Stadsbank indient, maar niet als een prestatie zoals dat in artikel 4, lid 1, 2 van de Wgs wordt bedoeld. Wgs, Artikel 4 1: Indien een persoon zich tot het college wendt voor schuldhulpverlening vindt binnen vier weken het eerste gesprek plaats waarin de hulpvraag wordt vastgesteld. 2: Indien er sprake is van een bedreigende situatie vindt binnen drie werkdagen het eerste gesprek plaats waarin de hulpvraag wordt vastgesteld.
Onder bedreigende situatie wordt verstaan gedwongen woningontruiming, beëindiging van de levering van gas, elektriciteit, stadsverwarming of water of opzegging dan wel ontbinding van de zorgverzekering. PI-2: Percentage succesvol afgehandelde crisisinterventies Toelichting: Deze indicator geeft het aandeel van de crisissituatie aan dat met succes is afgehandeld. Dat wil zeggen dat de dreigende ontruiming en/of afsluiting van de nutsvoorzieningen is afgewend. De mate van succes is mede bepalend door de medewerking van de verhuurders en leveranciers en/of (hoe snel) de gemeente de bijzondere bijstand verstrekt. PI-3: Percentage minnelijke trajecten waarbij akkoord is bereikt met de schuldeisers. Toelichting: Als de klant problematische schulden heeft en aan de eerste prioriteit om balans in inkomen en uitgaven te krijgen is voldaan, kan een minnelijk traject opgestart worden waarbij getracht wordt om met alle schuldeisers een akkoord te bereiken voor het aflossen van de schulden. Gemiddeld zijn er ongeveer 14 schuldeisers per dossier met een gemiddelde schuld van zo’n € 43.000. Deze indicator geeft het aandeel van de trajecten aan waarbij alle schuldeisers akkoord zijn gegaan met het betalingsvoorstel.
Het minnelijke traject kan resulteren in een schuldregeling met de volgende betalingsmodaliteiten: schuldbemiddeling (SB, aflossen van een bepaald percentage van de totale schuld tegen finale kwijting), saneringskrediet (SK, afkoop van schulden tegen finale kwijting), herfinanciering (HF, een lening waarmee de totale schuld 100% in een keer wordt afgelost) en betalingsregeling (de totale schuld wordt in maandelijkse termijnen afgelost). PI-4: Percentage klanten dat door middel van BBR binnen termijn van maximaal 3 jaar zelfstandig hun financiën kunnen beheren. Toelichting: De eerste prioriteit voor de klanten van Stadsbank is om balans in inkomen en uitgaven te krijgen zodat in ieder geval de lopende verplichtingen nagekomen kunnen worden. Dat wordt door middel 19
van een budgetbeheerrekening gedaan. De klant wordt in beginsel begeleid door een budgetconsulent die samen met hem/haar acht om zowel de uitgaven in beeld te brengen en die waar mogelijk te minimaliseren, als de inkomen te maximaliseren. De BBR wordt in principe voor een periode van ongeveer drie jaar ingezet waarna de klant getracht wordt om de financiën zelf te kunnen beheren. Een deel van de klanten zal altijd nog langer dan drie jaar de ondersteuning door middel van budgetbeheer nodig hebben omdat zij onvoldoende vaardigheden hebben (ontwikkeld) voor het zelfstandig beheren van hun financiën. Deze indicator geeft aan hoeveel klanten daadwerkelijk binnen drie jaar met succes zijn uitgestroomd.1 De indicator betreft de BBR waarvoor de ondersteuning nog door de gemeente wordt bekostigd. PI-5: Percentage succesvol afgeronde minnelijke schuldregelingen. Toelichting: Een minnelijke schuldregeling is succesvol afgerond op het moment dat de schuldeisers finale kwijting geven voor hun vordering. PI-6a: Recidieven: percentage klanten dat na een tussentijdse beëindiging van een minnelijke regeling binnen 1 jaar terug komt Toelichting: Percentage recidieven betreft het aandeel indicatiestellingen2 binnen een jaar waarbij een minnelijk traject in het jaar daarvoor tussentijds is beëindigd door het toedoen van de klant.
PI-6b: Recidieven: percentage klanten dat na succesvol afronden van een minnelijke regeling binnen 3 jaar terug komt Toelichting: Percentage recidieven betreft het aandeel indicatiestellingen binnen een jaar waarbij de klant drie jaar eerder een minnelijk traject succesvol heeft doorlopen, zoals dat in PI-5 is bedoeld.
1 Op dit moment wordt de uitstroom met beperkte begeleiding bereikt. Met het intensiveren van de begeleiding door middel van
coaching, is het te verwachten dat de uitstroom eerder en/of bij meer klanten bereikt kunnen worden. 2 Indicatiestelling betreft een aanmelding schuldhulpverlening waarbij de hulpvraag is vastgesteld.
20
1.4. Verplichte paragrafen 1.4.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen In het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is bepaald dat organisaties hun weerstandsvermogen, het vermogen om risico’s financieel op te vangen, in kaart moeten brengen. Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: •
De weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de organisatie beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken;
•
Alle risico’s die de bank loopt en waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Het gaat hier over niet-kwantificeerbare risico’s. Voor wel-kwantificeerbare risico’s is de bank verplicht om voorzieningen te vormen.
De Stadsbank is een gemeenschappelijke regeling (GR), waarin de gemeenten eindverantwoordelijk zijn voor een eventueel nadelig saldo van de bank. Theoretisch kan gesteld worden dat de bank zonder eigen reserves kan functioneren. Het Algemeen Bestuur heeft vastgesteld dat het wenselijk is dat de bank over bescheiden eigen reserves moet beschikken. Hiermee wordt voorkomen dat bij een andere uitkomst van kosten en/of opbrengsten in enig jaar, als gevolg van niet te voorziene ontwikkelingen, de aangesloten gemeenten direct aan een eventueel tekort moeten bijdragen. Weerstandscapaciteit Onder de weerstandscapaciteit wordt verstaan de aanwezige capaciteit aan middelen om financiële risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen of verzekeringen zijn afgesloten, op te kunnen vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Ze geeft aan in hoeverre onverwachte, substantiële, niet begrote kosten gedekt kunnen worden. Onderscheid kan worden gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Met het eerste wordt bedoeld het vermogen om calamiteiten en andere eenmalige tegenvallers op te kunnen vangen, zonder dat deze invloed hebben op de voortzetting van taken op het bestaande niveau.
Met het tweede worden de middelen bedoeld die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de lopende exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van de bestaande taken. Een positief saldo op de meerjarenbegroting behoort tot de structurele weerstandscapaciteit. Bij de Stadsbank is structurele weerstandscapaciteit niet aan de orde, omdat gestreefd wordt naar een meerjarige sluitende begroting. Mogelijke onderdelen van de incidentele weerstandscapaciteit zijn: Algemene reserve, bestemmingsreserves en stille reserves. Stadsbank Oost Nederland gebruikt de incidentele weerstandscapaciteit om zowel incidentele als structurele tegenvallers te dekken. Mochten zich gedurende een jaar structurele tegenvallers voordoen, zonder dat daar meevallers tegenover staan, dan dekt de
21
Stadsbank die incidenteel af middels de incidentele weerstandscapaciteit. Vervolgens zal hiervoor bij de eerstvolgende begroting dekking gezocht worden. Het eigen vermogen van de Stadsbank bestaat uit de Algemene Reserve en - indien ingesteld bestemmingsreserves. De Algemene Reserve vervult voor de Stadsbank de functie van beschikbare weerstandscapaciteit (bufferfunctie). Het Algemeen Bestuur heeft in 2019 de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2019’ vastgesteld. Daarbij is besloten om bestemmingsreserves op te heffen en de Algemene Reserve als enige reserve te handhaven. Door deze opschoning wint de Algemene Reserve aan belangrijkheid voor de Stadsbank. De Algemene Reserve vervult naast de functie van buffer ook de financierings- en bestedingsfunctie voor incidentele uitgaven. Vanuit deze context is het essentieel dat de Stadsbank ook in de toekomst een Algemene Reserve heeft en houdt, die voldoende omvang heeft om de verschillende functies op adequate wijze te kunnen invullen. De Algemene Reserve is daarmee een belangrijk financieel instrument om een gezonde financiële positie van de Stadsbank te kunnen waarborgen. De omvang van de Algemene Reserve bij de Stadsbank moet dan uiteraard ook minimaal toereikend zijn om risico’s af te dekken. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat de weerstandsratio de kwalificatie ‘voldoende’ (tussen 1,0 - 1,4) moet hebben.
Voor de bank wordt dus de weerstandscapaciteit berekend uit:
Weerstandscapaciteit per 31 december 2022 (bedragen in €) Reserves Algemene reserve Totaal
Bedrag 1.088.300 1.088.300
Ten aanzien van stille reserves wordt nagegaan in hoeverre er sprake is van een overwaarde op de activa (actuele waarde > boekwaarde), die op korte termijn aangewend kan worden om tegenvallers op te vangen. De bereidheid tot het (extra) verhogen van de tarieven voor de dienstverlening van de bank zal uiteindelijk een politieke keuze zijn. Deze onderdelen van de weerstandscapaciteit zijn niet exact te becijferen. Bij de bepaling is het gebruikelijk om voorzichtigheid in acht te nemen. Beleid Het Algemeen Bestuur heeft op 18 november 2020 de Beleidsnota Weerstandsvermogen en Risicobeheersing 2020 – 2023 vastgesteld. Hierin zijn de kaders en het beleid ten aanzien van weerstandsvermogen en risicobeheersing van de Stadsbank geactualiseerd voor de periode 2020 - 2023. Daarbij is rekening gehouden met de op 20 november 2019 vastgestelde Nota Reserves en Voorzieningen 2019. Er wordt periodiek een integrale risicoanalyse gemaakt, aan de hand waarvan wordt bepaald of het weerstandsvermogen voldoende wordt geacht om deze risico’s te kunnen afdekken. Daarbij wordt de methodiek van ‘NARIS’ toegepast, die beproefd en gangbaar is binnen het vakgebied risicomanagement. Het doel van de integrale risicoanalyse is om de risico’s die bij de Stadsbank kunnen optreden expliciet te maken, regelmatig te actualiseren, proactief en bewust met risico’s om te gaan en de bijbehorende 22
beheersmaatregelen af te wegen. Dit vormt de basis voor de jaarlijkse verantwoording naar het Algemeen Bestuur in het ‘verslag financiële rechtmatigheid en risicomanagement’ en in de risicoparagraaf in de begroting en het jaarverslag. Integrale risicoanalyse Bij de integrale risicoanalyse wordt een risico-inventarisatie gemaakt, waarbij expliciet aandacht is gegeven aan de mogelijke oorzaken van de risico’s. Deze oorzaken zijn onder meer te vinden op het politieke/bestuurlijke, organisatorische, juridische, technische, financiële, ruimtelijke of maatschappelijke vlak. Per risico is bepaald welke beheersmaatregelen van toepassing zijn. Daarbij is aangegeven in welke gevallen een claim op het weerstandsvermogen wordt gedaan om de risico’s af te kunnen dekken. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting is. Dat is van belang wanneer zich een financiële tegenvaller voordoet. Door aandacht voor het weerstandsvermogen kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller bij de Stadsbank direct door de deelnemende gemeenten moet worden opgevangen. Het weerstandsvermogen is voldoende als financiële tegenvallers goed opgevangen kunnen worden binnen de weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in een ratio. Deze ratio wordt afgezet tegen een norm om een conclusie te kunnen trekken over het niveau van het weerstandsvermogen van de Stadsbank.
Het beschikbaar weerstandsvermogen komt eind 2020 uit op €!960.000 bij een weerstandsratio van 1.10. Het beschikbare weerstandsvermogen wordt hiermee gekwalificeerd als voldoende (tussen 1,0 en 1,4). Na verwerking van het rekeningresultaat 2020 ad €!223.300 komt de ratio uit op 1.35. Daarnaast heeft het Algemeen Bestuur besloten om een bedrag van € 95.000 uit de Algemene Reserve beschikbaar te houden voor de kwaliteitsimpuls bij beschermingsbewind in 2021. Met deze onttrekking uit de Algemene Reserve komt de weerstandsratio uit op 1.24. Mogelijk is gedurende het jaar 2021 nog een extra onttrekking te verwachten als gevolg van het Businessplan Bewind. Voor het overige zijn in de Primitieve begroting 2022 en meerjarenraming 2023 - 2025 geen mutaties in de Algemene Reserve geraamd. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat de weerstandsratio minimaal de kwalificatie ‘voldoende’ moet hebben. Daarbij is een tijdelijke beweging van twee jaar onder de ondergrens tussen 0,8 en 1,0 acceptabel, mits er daarna weer zicht is op herstel naar de kwalificatie ‘voldoende’. Aan de andere kant is een kwalificatie ‘ruim voldoende’ (tussen 1,4 en 2,0) voor een periode van twee jaar acceptabel, mits de ratio daarna weer terugvalt naar ‘voldoende’. Dit kan bijvoorbeeld door investeringen te doen of geprognosticeerde verliezen en/of een negatief resultaat op te vangen.
Frauderisico-analyse Door het intensiveren en automatiseren van de interne controles in de processen is de kans op frauderisico’s aanmerkelijk verminderd. Verder wordt het ‘4-ogen principe’ toegepast in het betalingsproces en de ‘two-factor authenticatie’ bij het inloggen in het netwerk. Voor schade door fraude is een fraudeverzekering afgesloten. Er wordt continue aandacht besteed aan het vergroten van de bewustwording rondom fraudepreventie bij de medewerkers binnen de organisatie, waarbij gedrag en cultuur nadrukkelijk aan de orde komen. In de bedrijfs- en gedragscode, waaraan elke medewerker bij de Stadsbank zich moet conformeren, is een passage opgenomen over integriteit en het omgaan met vertrouwelijke informatie. 23
Verder wordt het personeel van de Stadsbank door middel van een doorlopende bewustwordingscampagne en praktijksimulaties gewezen op de noodzaak van het beschermen van persoons- en bedrijfsgegevens in het kader van de informatiebeveiliging en privacy. Het gaat hierbij met name om beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid. Informatiebeveiliging en privacy Voor de beheersing van de informatiebeveiliging en privacy wordt structurele capaciteit ingezet voor de functies Chief Information Security Officer (CISO), de Security Officer (SO) en de Functionaris Gegevensbescherming (FG). De Stadsbank voldoet aan de wijzigingen in de relevante landelijke en Europese wet- en regelgeving op deze terreinen. Hierbij wordt aangesloten bij de Baseline Informatiebeveiliging Nederlandse Gemeenten (BIG), die in 2020 is vervangen door de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). Er wordt een digitale tool ingezet om de informatiebeveiliging en privacy permanent te kunnen beheersen, monitoren, evalueren en aan te passen/actualiseren. Vanaf 2019 legt de CISO in de ‘verklaring van toepasselijkheid BIG/BIO’ jaarlijks verantwoording af aan het Dagelijks Bestuur over de implementatie van maatregelen die passend zijn voor de Stadsbank, als ook om restrisico’s goed te keuren en formele goedkeuring te verkrijgen voor de implementatie van de passende maatregelen.
De Stadsbank past vanaf 25 mei 2018 de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) toe. Met partners die persoonsgegevens verwerken zijn verwerkingsovereenkomsten gesloten, waarvan een verwerkingsregister wordt bijgehouden. Ook wordt een procedure gehanteerd voor het melden van incidenten en datalekken en worden de nodige vervolgacties genomen. Indien van toepassing worden datalekken gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens. De medewerkers van de Stadsbank worden continue bewust gemaakt van de risico’s die kunnen optreden bij het onzorgvuldig omgaan met persoons- en bedrijfsgegevens en de gevolgen die dit met zich meebrengt. Dit gebeurt onder meer door voorlichtingssessies en praktijksimulaties (mystery guest, phishing mails). Met de leveranciers van de ICT-omgeving zijn afspraken gemaakt over het beschermen van data en (persoons)gegevens tegen cybercriminaliteit en datalekken. Daarbij worden ook de dragers van persoonsen bedrijfsgegevens beschermd tegen datalekken (denk aan mobiele telefoons en laptops). Voor schade door cybercriminaliteit is een cyberrisicoverzekering afgesloten. Aandachtspunten risico’s •
Er zouden financiële risico’s kunnen optreden, indien de Stadsbank voor een deel van haar activiteiten vennootschapsbelasting moet afdragen op de hiermee behaalde ‘winst’. De Stadsbank is in de huidige situatie voor haar activiteiten vrijgesteld van vennootschapsbelasting
•
Vanaf 2019 wordt bij de Belastingdienst formeel bezwaar aangetekend tegen de btw-heffing op beschermingsbewind om de rechten van de Stadsbank in dit kader zeker te stellen. Dit gebeurt onder begeleiding van een gespecialiseerd fiscaal adviesbureau, op basis van de uitgevoerde btwscan bij de Stadsbank. Uit voorzichtigheidsoverwegingen wordt het huidige regime voortgezet, waarbij btw-heffing op beschermingsbewind wordt gecontinueerd. De uitkomsten van het bezwaar 24
en de financiële consequenties hiervan zijn nog onzeker en zijn niet in deze jaarrekening meegenomen. •
De bank is eigen risicodrager van verplichtingen voor voormalig personeel. Per ultimo 2020 zijn deze verplichtingen niet meer aan orde en zijn de middelen uit de betreffende voorziening vrijgevallen. Mogelijk kan er in de komende periode nog sprake zijn van (juridische) vergoedingen in verband met de beëindiging van een dienstverband in 2020. Omdat de uitkomst van dit traject onzeker is, is hiervoor geen voorziening opgenomen.
•
Voor het gebruikte softwarepakket Allegro is een excrow-overeenkomst afgesloten bij NCC Group, waar de broncodes zijn ondergebracht. Een mogelijk faillissement van de leverancier houdt in dat naar vervanging wordt gezocht.
•
Indien de Stadsbank aansprakelijk wordt gesteld voor schadegevallen voortvloeiende uit de beroepsbeoefening, kan het zijn dat deze niet vallen onder de huidige beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Voor deze schadevergoedingen en eventuele proceskosten is dan geen dekking.
•
Indien de Stadsbank aansprakelijk wordt gesteld voor schadegevallen kan het zijn dat deze niet vallen onder de algemene WA-verzekering van de bank. Voor deze schadevergoedingen is dan geen dekking aanwezig. Dit geldt ook voor eventuele proceskosten.
•
De kosten van een WIA-uitkering kunnen verhaald worden op de veroorzaker van de arbeidsongeschiktheid. De bank heeft hiervoor geen speciale verzekering afgesloten.
Bestemmingsreserves Het Algemeen Bestuur heeft bij de vaststelling van de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2019’ besloten om bestemmingsreserves op te heffen en de Algemene Reserve als enige reserve te handhaven. De Algemene Reserve vervult naast de functie van buffer ook de financierings- en bestedingsfunctie voor incidentele uitgaven. Voorzieningen De bank heeft een aantal voorzieningen opgenomen. Voorzieningen worden ingesteld als er sprake is van een te kwantificeren financiële verplichting of financieel risico. Daarnaast kunnen tot voorzieningen ook gerekend worden de van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden. De stand van de voorzieningen bedraagt € 1.000 per 31-12-2022. Financiële kengetallen In de gewijzigde artikel 11 van het BBV zijn er onder het tweede lid twee onderdelen toegevoegd: kengetallen en beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De financiële kengetallen zijn een uniforme set van kengetallen die een betere inzicht geven in de financiële posities van de gemeenten en provincies, en daarmee ook informatie over de weer- en wendbaarheid van 25
hun begrotingen. De volgende vijf kengetallen moeten volgens het BBV in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing worden opgenomen: •
Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
•
Solvabiliteitsratio
•
Grondexploitatie
•
Structurele exploitatieruimte
•
Belastingcapaciteit
De eerste twee kengetallen zijn in deze Primitieve begroting 2020 gepresenteerd. De overige kengetallen zijn niet van toepassing voor de Stadsbank, als gemeenschappelijke regeling voor schuldhulpverlening. De berekening van de kengetallen is conform de ministeriële richtlijnen voor de wijze waarop kengetallen worden vastgesteld en opgenomen in de begroting en het jaarverslag van provincies en gemeenten (Stcrt. 2015, 20619).
Kengetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio
Begroting 2021
2020
2022
5%
4%
5%
40%
37%
37%
7%
7%
7%
NETTO SCHULDQUOTE De netto schuldquote geeft de verhouding tussen het niveau van de schuldenlast en de eigen middelen. Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden geeft inzicht in wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Normaal bevindt de netto schuldquote van een gemeente zich ergens tussen de 0% en 100%. De netto schuldquote van de bank bevindt zich ver onder de kritische grens van 130% die de VNG voorschrijft.
SOLVABILITEITSRATIO De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De bank heeft over een langere periode een stabiele solvabiliteitsratio.
26
1.4.2. Onderhoud kapitaalgoederen Eén van de basiselementen voor de financiële positie van de bank zijn de kapitaalgoederen en de onderhoudsstaat. Tot de kapitaalgoederen worden gerekend de gebouwen en de terreinen die in eigendom van de bank zijn. Het Onderhoudsplan wordt jaarlijks geactualiseerd. De kosten kunnen worden gedekt uit de Voorziening Onderhoud gebouwen en installaties. Ook zijn voor de komende jaren een aantal vervangingsinvesteringen in beeld gebracht. Deze worden jaarlijks opgenomen in de Meerjarenbegroting.
1.4.3. Financiering Voor de uitvoering van de programma’s zijn financiële middelen nodig. Hierin wordt o.a. via de treasuryfunctie en de declaraties voor verleende diensten voorzien. Het Treasurystatuut van de bank geeft de beleidsmatige infrastructuur weer voor het uitvoeren van de treasuryfunctie. Het doel is om de kwaliteit van de uitvoering te verhogen. Uitvoering treasury In het door de bank vastgestelde Treasurystatuut is aangegeven dat een verantwoord en adequaat beheer van de financiële middelen wordt onderkend. Voor het begrotingsjaar 2022 gaan we vooralsnog uit van een totaal van € 115miljoen aan binnenkomende gelden. Aan girale betalingen zal er € 110 miljoen uitgaan. Dit is afhankelijk van de ontwikkelingen betreffende automatische incasso bij de klanten. Ontwikkeling leningen Het uitstaande saldo op de uitstaande leningen is bij het samenstellen van de begroting ongeveer €!3,8 miljoen. Ter dekking van de risico’s beschikt de bank over een Voorziening Risico Leningen (afwaardering leningen zonder borg in 2020 was € 197 duizend). Bij het samenstellen van de begroting zijn er 4 langlopende leningen met betrekking tot de huisvesting met een uitstaand saldo van circa € 1,1 miljoen. Ontwikkeling kort lopende verplichtingen Door de bank wordt circa € 9,5 miljoen aan banktegoeden van klanten beheerd voor activiteiten op de korte termijn.
Naast deze gelden is voor bancaire activiteiten een bedrag van ongeveer € 1,4 miljoen aan inleggelden van de deelnemende gemeenten beschikbaar. De beschikbare liquide middelen bedragen ongeveer € 9,4. Van de liquide middelen valt een bedrag van circa € 80 duizend onder bankmiddelen. De overtollige middelen van de Stadsbank kunnen uitsluitend aangehouden worden in de schatkist (per ultimo 2020 was dat circa € 0,4 miljoen). De overige liquide middelen zijn derden gelden en vallen niet onder het verplichte schatkistbankieren. Er bestaat op dit moment geen noodzaak tot het aantrekken van vreemd vermogen. 27
Toezicht Provincie De provincie heeft beleidskaders vastgesteld voor het houden van toezicht op de financiën van de gemeenschappelijke regelingen. Er is een wettelijke inzendplicht voor de begroting en jaarstukken. Daarnaast wordt aan het eind van elk kwartaal de staat van kasgeldlimiet opgemaakt, die betrekking heeft op de netto vlottende schulden. Bij een overschrijding van de kasgeldlimiet wordt de provincie op de hoogte gesteld. Kasgeldlimiet Het risico op kortlopende financiering wordt beperkt met een zogenoemde kasgeldlimiet op basis van de wet Financiering decentrale overheden (Fido). Dit houdt in dat de totale omvang van de vlottende schuld maximaal 8,2% van de batenkant van de begroting mag zijn. Het begrotingstotaal voor 2022 komt uit op €!10,7 miljoen. De kasgeldlimiet voor 2022 komt uit op circa € 877 duizend. Bij het samenstellen van de begroting is er sprake van een overschot aan vlottende middelen, waardoor de ruimte dus groter is dan de genoemde limiet. De verwachting is dat hierin in het begrotingsjaar 2022 geen verandering komt. Renterisiconorm De Wet Fido stelt voor gemeenten ook de renterisiconorm vast. Elk jaar mag maximaal 20% van de omvang van de vaste schuld geherfinancierd worden. Doelstelling van de renterisiconorm is dat gemeenten hun leningenportefeuille zo moeten spreiden, dat de te lopen renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden gespreid.
Door de ontwikkelingen in de budgetbeheerrekeningen zijn er mogelijkheden om de leningen met eigen middelen te financieren. De behoefte aan vreemd vermogen door het aangaan van langlopende geldleningen neemt daardoor af. Er zijn met betrekking tot de langlopende schulden geen problemen te verwachten in het kader van de wet Fido. Renteschema De BBV stelt vanaf 2018 nieuwe eisen aan de verbonden partijen. Het gaat hierbij onder meer om de opname van de renteomslag volgens het onderstaande renteschema: Renteschema 2022 (bedragen in €) a. b.
de externe rentelasten over de korte en lange financiering de externe rentebaten over de korte en lange financiering Saldo rentelasten en rentebaten
c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden doorberekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken, die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. f.