CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

13. Zienswijze begroting Gemeentelijkbelastingkantoor Twente - bijlage Transponeringstabel

Gemeenteraad 2 oktober 2023, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Zienswijzen ontwerp Gemeenschappelijke Regeling GBTwente7.557 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

H.B.

GBTwente

AB2023017-2

Transponeringstabel

Nieuw artikel

Oud artikel

Artikel 1 Begripsbepalingen 12. dienstverleningsovereenkomst

Artikel 1 Begripsbepalingen 12. dienstverleningsovereenkomst

een overeenkomst tussen deelnemer (opdrachtgever) en GBTwente (opdrachtnemer) waarin de afspraken over de dienst en het dienstverleningsniveau zijn vastgelegd. Hierin wordt onder andere beschreven: de diensten, het kwaliteitsniveau, de soorten heffingen (indien van toepassing), en de termijnen

een overeenkomst tussen deelnemer (opdrachtgever) en GBTwente (opdrachtnemer) waarin de afspraken over de dienst en het dienstverleningsniveau zijn vastgelegd. Hierin wordt onder andere beschreven: de diensten, het kwaliteitsniveau, en de soorten heffingen (indien van toepassing), de tarieven en de termijnen

14. Fiscale uitvoeringsovereenkomst

14. Fiscale uitvoeringsovereenkomst

Een overeenkomst tussen een derde (opdrachtgever) en GBTwente (opdrachtnemer), waarin de afspraken over de dienst en het dienstverleningsniveau zijn vastgelegd. Hierin wordt onder andere beschreven: de diensten, het kwaliteitsniveau, de soorten heffingen (indien van toepassing) de tarieven en de termijnen

Een overeenkomst tussen een derde (opdrachtgever) en het GBT (opdrachtnemer), waarin de afspraken over de dienst en het dienstverleningsniveau zijn vastgelegd. Hierin wordt onder andere beschreven: de diensten, het kwaliteitsniveau, de soorten heffingen (indien van toepassing), de tarieven en de termijnen

Artikel 4 Doelstelling, te behartigen belangen en taken 1. De regeling heeft tot doel, met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald, om die gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen, welke verband houden met een efficiënte en effectieve uitvoering van de onder artikel 4, tweede, derde en vierde lid, genoemde uitvoeringstaken. 2. In het kader van deze gemeenschappelijke regeling worden de belangen van de deelnemers elk voor zover het hun grondgebied en hun belangen betreft, welke nader zijn omschreven in de betreffende dienstverleningsovereenkomst, behartigd op het gebied van: a. de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen en rechten; b. de uitvoering van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en rechten;

Artikel 4 Doelstelling, te behartigen belangen en taken 1. De regeling heeft tot doel, met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald, om die gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen, welke verband houden met een efficiënte en effectieve uitvoering van de onder artikel 4, tweede, derde en vierde lid, genoemde uitvoeringstaken. 2. In het kader van deze gemeenschappelijke regeling worden de belangen van de deelnemers elk voor zover het hun grondgebied en hun belangen betreft, welke nader zijn omschreven in de betreffende dienstverleningsovereenkomst, behartigd op het gebied van: a. de heffing en invordering van belastingen en rechten; b. de uitvoering van kwijtschelding;

Pagina 1 van 18

GBTwente

AB2023017-2 Transponeringstabel

de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken waaronder tevens wordt begrepen de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden1; 3. GBTwente voert uitsluitend taken uit voor de deelnemers genoemd onder lid 2. Uitvoering van andere taken is slechts toegestaan na een expliciet besluit daartoe van het algemeen bestuur. 4. GBTwente voert de taken en bevoegdheden voor derden uitsluitend uit na een besluit daartoe van het algemeen bestuur. c.

de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken waaronder tevens wordt begrepen de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden2; 3. GBTwente voert uitsluitend taken uit voor de deelnemers genoemd onder lid 2. Uitvoering van andere taken is slechts toegestaan na een expliciet besluit daartoe van het algemeen bestuur. 4. GBTwente voert de taken en bevoegdheden voor derden uitsluitend uit na een besluit daartoe van het algemeen bestuur. c.

De wijziging is slechts technisch van aard gezien de leesbaarheid van het artikel en beoogt verder geen wijziging met zich mee te brengen. Artikel 5 Overdracht bevoegdheden

Ter uitvoering van de in artikel 4 genoemde belangen dragen de deelnemende gemeenten aan GBTwente de bevoegdheden over, welke benodigd zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden met betrekking tot: a. de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen en rechten, en b. de uitvoering van kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en rechten; c. de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken waaronder tevens wordt begrepen de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden. 2. De deelnemers kunnen bij separaat besluit bevoegdheden overdragen met betrekking tot overige taken voor wat betreft de in artikel 4, lid 3 genoemde belangen. 3. Aan GBTwente worden geen verordenende bevoegdheden toegekend. 4. De uit te voeren taken, werkzaamheden en randvoorwaarden worden nader geduid in separate dienstverleningsovereenkomsten 1.

Artikel 5 Overdracht bevoegdheden en toepasselijkheid Gemeentewet 1. Ter uitvoering van de in artikel 4 genoemde belangen dragen de deelnemende gemeenten aan GBTwente de bevoegdheden over, welke benodigd zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden met betrekking tot: a. de heffing en invordering van belastingen en rechten, en b. de uitvoering van kwijtschelding; c. de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken waaronder tevens wordt begrepen de administratie van vastgoedgegevens en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden. 2. De deelnemers kunnen bij separaat besluit bevoegdheden overdragen met betrekking tot overige taken voor wat betreft de in artikel 4, lid 3 genoemde belangen. 3. Aan GBTwente worden geen verordenende bevoegdheden toegekend. 4. De uit te voeren taken, werkzaamheden en randvoorwaarden worden nader geduid in separate dienstverleningsovereenkomsten

1 In onderhavig geval omvat het begrip derden niet slechts de derden waarvoor GBTwente werkzaamheden verricht maar alle derden, zoals bijvoorbeeld de Belastingdienst. 2 In onderhavig geval omvat het begrip derden niet slechts de derden waarvoor GBTwente werkzaamheden verricht maar alle derden, zoals bijvoorbeeld de Belastingdienst. Pagina 2 van 18

GBTwente

AB2023017-2 Transponeringstabel

per deelnemer en fiscale uitvoeringsovereenkomsten per derde. 5. Het algemeen bestuur kan besluiten tot deelneming/toetreding in een belangenvereniging/werkgeversvereniging ter behartiging van één of meer belangen van GBTwente, onverminderd het bepaalde in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

per deelnemer en fiscale uitvoeringsovereenkomsten per derde. 5. Het algemeen bestuur kan besluiten tot deelneming/toetreding in een belangenvereniging/werkgeversvereniging ter behartiging van één of meer belangen van GBTwente, onverminderd het bepaalde in artikel 31a van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

De wijziging is slechts technisch van aard gezien de leesbaarheid van het artikel en beoogt verder geen wijziging met zich mee te brengen. Artikel 6 Omvang en samenstelling algemeen bestuur 1. Aan het hoofd van GBTwente staat een algemeen bestuur, waarvan door elk van de colleges van de deelnemers één lid wordt aangewezen. 2. leder college van een deelnemer wijst uit zijn midden een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur aan. 3. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt. De aftredende leden blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop de raden der deelnemers de nieuwe wethouders hebben benoemd en de colleges de nieuwe leden vervolgens hebben aangewezen.

Stemverhouding 4. De stemverhouding van de gezamenlijke bestuursleden per deelnemer is verdeeld naar rato van het aantal inwoners van de deelnemers, met dien verstande dat iedere deelnemer met meer dan 100.000 inwoners 3 stemmen, iedere deelnemer met meer dan 50.000 inwoners 2 stemmen, en iedere deelnemer met 50.000 of minder inwoners 1 stem heeft. De stemverhouding wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de actuele inwoneraantallen op 1 januari van het betreffende kalenderjaar. 5. Het algemeen bestuur streeft naar unanieme besluitvorming. Bij een afwijkend standpunt van meer dan één gemeente

Artikel 6 Omvang en samenstelling algemeen bestuur 1. Aan het hoofd van GBTwente staat een algemeen bestuur, waarvan door elk van de colleges van de deelnemers één lid wordt aangewezen. Indien het door de deelnemende gemeente aangewezen bestuurslid optreedt als voorzitter, dan kan deze deelnemende gemeente een tweede algemeen bestuurslid aanwijzen, met inachtneming van het bepaalde in lid 4. 2. leder college van een deelnemer wijst uit zijn midden een plaatsvervangend lid van het algemeen bestuur aan. 3. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt. De aftredende leden blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop de raden der deelnemers de nieuwe wethouders hebben benoemd en de colleges de nieuwe leden vervolgens hebben aangewezen. 4. De stemverhouding van de gezamenlijke bestuursleden per deelnemer is verdeeld naar rato van het aantal inwoners van de deelnemers, met dien verstande dat iedere deelnemer met meer dan 100.000 inwoners 6 stemmen, iedere deelnemer met meer dan 50.000 inwpners 4 stemmen, en iedere deelnemer met minder dan 50.000 inwoners 2 stemmen heeft. De stemverhouding wordt jaarlijks vastgesteld op basis van de actuele inwoneraantallen op 1 januari van het betreffende kalenderjaar.

Pagina 3 van 18

GBTwente

AB2023017-2 Transponeringstabel

wordt de besluitvorming doorgeschoven naar de eerstvolgende bestuursvergadering. Staken de stemmen in de eerstvolgende algemeen bestuursvergadering, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.

Tussentijdse vacature 6. De colleges van de deelnemers beslissen binnen twee maanden na de benoeming als bedoeld in het derde lid over de aanwijzing van de nieuwe leden van het algemeen bestuur. 7. De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt binnen twee maanden. 8. De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter, alsmede het college dat hen heeft aangewezen en de raad van de gemeente waaruit ze afkomstig zijn, schriftelijk in kennis. 9. Een deelnemer kan een door hem aangewezen (plaatsvervangend) lid ontslag verlenen indien deze het vertrouwen van de deelnemer niet meer bezit. Op het ontslag is artikel 49, laatste volzin en artikel 50 van de Gemw van overeenkomstige toepassing. 10. Het algemeen bestuur wordt bijgestaan door een secretaris.

Het algemeen bestuur streeft naar unanieme besluitvorming. Bij een afwijkend standpunt van meer dan één gemeente wordt de besluitvorming doorgeschoven naar de eerstvolgende bestuursvergadering. Staken de stemmen in de eerstvolgende algemeen bestuursvergadering, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 6. De colleges van de deelnemers beslissen binnen twee maanden na de benoeming als bedoeld in het derde lid over de aanwijzing van de nieuwe leden van het algemeen bestuur. 7. De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt binnen twee maanden. 8. De leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter, alsmede het college dat hen heeft aangewezen en de raad van de gemeente waaruit ze afkomstig zijn, schriftelijk in kennis. 9. Het algemeen bestuur wordt bijgestaan door een secretaris.

5.

Het eerste lid is weer gewijzigd naar de oorspronkelijke tekst van de regeling. De wijziging in lid 4 is slechts technisch van aard. Het negende lid geeft invulling aan artikel 16 lid 4 van de Wgr.

-

Artikel 7 Vergaderingen van het algemeen bestuur 1. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo dikwijls als de voorzitter of een lid van het bestuur hier schriftelijk onder opgaaf van redenen om vragen. De artikelen 16, 17,19, 20, 22, 26 en 28 t/m 33 van de Gemeentewet zijn, voor zover daarvan niet is afgeweken, van overeenkomstige toepassing op de vergaderingen van het algemeen bestuur, met dien verstande dat de openbare kennisgeving op verzoek van de voorzitter door de deelnemers op de aldaar gebruikelijke wijze geschiedt. Pagina 4 van 18

GBTwente

AB2O23O17-2 Transponeringstabel

De voorzitter draagt er tevens zorg voor bijzondere omstandigheden uitgezonderd dat het tijdstip van de vergadering op de website van GBTwente (www.gbtwente.nl) bekend wordt gemaakt. 2. De deuren worden gesloten indien een vijfde deel van het aantal aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. Het algemeen bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren zal worden vergaderd. 3. In de besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd, noch een besluit worden genomen over: a. het vaststellen of wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarrekening; c. een voorgenomen besluit tot aanpassing van deze regeling. 4. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. Oud artikel 7 van de regeling is overeenkomstig artikel 22 van de Wgr en kan daarmee vervallen. Bepalingen die nog niet waren opgenomen in het reglement van orde van het algemeen bestuur zijn overgenomen in het gewijzigde reglement van orde van het algemeen bestuur en wel in artikel 3 en 4.

Artikel 9 Inspraak Bij de totstandkoming van beleid kan aan ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden inspraak worden verleend. Hiertoe stelt het algemeen bestuur een verordening vast.

-

Hiermee is invulling gegeven aan het bepaalde in artikel 10, zevende lid van de Wgr. Dit artikel is overeenkomst het model van de werkgroep organisatierecht. Artikel 10 Zienswijze 1. Bij besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes, besluit het algemeen bestuur hoe en wanneer de raden in het «besluitvormingsproces betrokken worden. 2. Indien het algemeen bestuur besluit dat de raden in het besluitvormingsproces om zienswijzen zullen worden gevraagd, dan is op de zienswijzeprocedure artikel 35 eerste tot en met vierde lid van de wet van overeenkomstige toepassing, met dien

-

Pagina 5 van 18

GBTwente

AB2023017-2 Transponeringstabel

3.

verstande dat de termijn acht weken bedraagt. Indien de meerderheid van de raden van de deelnemende gemeenten hierom verzoekt, dan vindt er een zienswijzeprocedure plaats.

Hiermee is invulling gegeven aan het bepaalde in artikel 10, vijfde lid van de Wgr. Dit artikel is overeenkomstig het model van de werkgroep organisatierecht. Artikel 11 Informatieplicht Artikel 12 Verantwoordingsplicht

Artikel 11 1. Een verzoek om inlichtingen als bedoeld in artikel 16 en artikel 17 van de Wgr wordt schriftelijk ingediend bij het betreffende bestuursorgaan. 2. Het betreffende bestuursorgaan geeft de raden de door één of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen binnen één maand na ontvangst van het verzoek voor zover dit niet in strijd is met het openbaar belang. 3. Een lid van het algemeen bestuur geeft het college dat hem heeft aangewezen en de raad van zijn gemeente, mondeling, schriftelijk of digitaal de door één of meer leden van het college, onderscheidenlijk de raad, gevraagde inlichtingen, op de in die gemeente gebruikelijke wijze. 4. Inlichtingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid van de Wgr, worden mondeling, schriftelijk of digitaal verstrekt.

Artikel 9 Informatie- en verantwoordingsplicht tussen (lid) bestuur en college Artikel 9a Informatie- en verantwoordingsplicht tussen lid bestuur en gemeenteraad Artikel 9 1. Het algemeen bestuur geeft aan de colleges van de deelnemers gevraagd dan wel ongevraagd alle inlichtingen die voor een juiste beoordeling van het door het algemeen bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig zijn. 2. Het reglement van orde voor het algemeen bestuur regelt de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden verstrekt. 3. Een lid van het algemeen bestuur geeft aan het dagelijks bestuur of college dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door dat dagelijks bestuur of college, of een of meer leden daarvan, worden verlangd. 4. Een lid van het algemeen bestuur is aan het dagelijks bestuur of college dat hem heeft aangewezen verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.

Artikel 12 1. Een lid van het algemeen bestuur is aan het college dat hem heeft aangewezen en aan de raad van zijn gemeente verantwoording verschuldigd over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde bestuur. 2. Een raadslid heeft het recht de raad te verzoeken om het lid van het algemeen bestuur te interpelleren of vragen te stellen tijdens een raadsvergadering. 3. De interpellatie of vragenstelling als bedoeld in lid 2 vindt plaats op de wijze,

Artikel 9a 1. Een lid van het algemeen bestuur voorziet de raad van zijn gemeente van alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het lid in het algemeen bestuur gevoerde en te voeren bestuur noodzakelijk is. 2. Het college verleent daartoe de nodige medewerking door onder meer tijdig de agenda's van de vergaderingen van het algemeen bestuur, ter inzage te leggen voor de raad.

Pagina 6 van 18

GBTwente

AB2023017-2 Transponeringstabel

geregeld in het reglement van orde voor de vergaderingen van de betreffende raad.

Een lid van het algemeen bestuur geeft de raad van zijn gemeente de door één of meer leden daarvan, overeenkomstig het reglement van orde van die raad verlangde inlichtingen met in achtneming van artikel 16 lid 5 van de wet. 4. Een lid van het algemeen bestuur is aan de raad van zijn gemeente verantwoording verschuldigd voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde bestuur. 5. Een raadslid heeft het recht de raad te verzoeken om het lid van het algemeen bestuur te interpelleren of vragen te stellen tijdens een raadsvergadering. 6. De interpellatie of vragenstelling als bedoeld in lid 2 vindt plaats op de wijze, geregeld in het reglement van orde voor de vergaderingen van de betreffende raad.

3.

De informatieplicht van artikel 16, tweede lid van de Wgr en artikel 17, eerste lid van de Wgr (passieve informatieplicht) en artikel 17, tweede en derde lid van de Wgr (actieve informatieplicht) is in de nieuwe regeling gescheiden van de verantwoordingsplicht van artikel 16, eerste lid van de Wgr. Artikel 11 is overeenkomstig het model van de werkgroep organisatierecht.

-

Artikel 9b Taken en bevoegdheden 1. Aan het algemeen bestuur behoren de taken en bevoegdheden toe die in deze regeling aan dit bestuur zijn opgedragen, alsmede alle bevoegdheden die niet aan het dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen. 2. Het algemeen bestuur kan aan het dagelijks bestuur bevoegdheden overdragen met uitzondering van de bevoegdheid tot: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarrekening; c. het vaststellen van regels als bedoeld in de artikelen 213 en 214 van de Gemeentewet; d. de benoeming, schorsing en ontslag van leden van het dagelijks bestuur en de voorzitter.

Oud artikel 9b kan vervallen aangezien de bevoegdheden van het algemeen bestuur zijn opgenomen in artikel 33 en artikel 33a van de Wgr.

Pagina 7 van 18

GBTwente

AB2023017-2 Transponeringstabel

Artikel 13 Omvang en samenstelling________ 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter. 2. Met in achtneming van artikel 13, lid 3 van de wet worden uit de deelnemers met een inwonertal van meer dan 50.000 inwoners twee leden aangewezen. Het derde lid wordt aangewezen uit de deelnemers met een inwonertal van 50.000 of minder inwoners. 3. De zittingsduur van de leden van het dagelijks bestuur wordt vastgesteld op maximaal acht jaar, zijnde twee zittingsperiodes. 4. Van de deelnemers die niet in het dagelijks bestuur vertegenwoordigd zijn, kunnen desgewenst de aangewezen algemeen bestuursleden aanwezig zijn bij een vergadering van het dagelijks bestuur zonder deel te nemen aan de beraadslagingen. 5. De leden van het dagelijks bestuur worden benoemd door en uit het algemeen bestuur. 6. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur. 7. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant wordt, kiest het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid van het dagelijks bestuur. 8. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan wordt het kiezen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uitgesteld totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur is bezet. 9.

Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. 10. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet hiervan mededeling aan het algemeen bestuur. Een lid dat ontslag heeft genomen blijft zijn functie waarnemen totdat zijn opvolger zijn benoeming heeft aanvaard.

Artikel 10 Omvang en samenstelling________ 1. Het dagelijks bestuur bestaat uit drie leden, waaronder de voorzitter. 2. Met in achtneming van artikel 14, lid 3 van de wet worden uit de deelnemers met een inwonertal van meer dan 50.000 inwoners twee leden aangewezen. Het derde lid wordt aangewezen uit de deelnemers met een inwonertal van minder dan 50.000 inwoners. 3. De zittingsduur van de leden van het dagelijks bestuur wordt vastgesteld op maximaal acht jaar, zijnde twee zittingsperiodes. 4. Van de deelnemers die niet in het dagelijks bestuur vertegenwoordigd zijn, kunnen desgewenst de aangewezen algemeen bestuursleden aanwezig zijn bij een vergadering van het dagelijks bestuur zonder deel te nemen aan de beraadslagingen. 5. De leden van het dagelijks bestuur worden benoemd door en uit het algemeen bestuur. 6. Het lidmaatschap van het dagelijks bestuur eindigt van rechtswege, zodra men ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur. 7. Indien tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur vacant wordt, kiest het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid van het dagelijks bestuur. 8. Gaat het openvallen van een plaats in het dagelijks bestuur gepaard met het openvallen van een plaats in het algemeen bestuur, dan wordt het kiezen van een nieuw lid van het dagelijks bestuur uitgesteld totdat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur is bezet. 9.

Een lid van het dagelijks bestuur kan door het algemeen bestuur worden ontslagen indien dit lid het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit. 10. Een lid van het dagelijks bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet hiervan mededeling aan het algemeen bestuur. Een lid dat ontslag heeft genomen blijft zijn functie waarnemen totdat zijn opvolger zijn benoeming heeft aanvaard.

Pagina 8 van 18

GBTwente

AB2023017-2 Transponeringstabel

11. Het dagelijks bestuur stelt voor haar vergaderingen een reglement van orde vast. 12. Het dagelijks bestuur brengt dit reglement en eventueel daarin aan te brengen wijzigingen zo spoedig mogelijk ter kennis van het algemeen bestuur. 13. Het dagelijks bestuur wordt bijgestaan door een secretaris. 14. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter het nodig oordeelt of indien een lid de voorzitter hierom vraagt, schriftelijk met redenen omkleed.

11. Het dagelijks bestuur stelt voor haar vergaderingen een reglement van orde vast. 12. Het dagelijks bestuur brengt dit reglement en eventueel daarin aan te brengen wijzigingen zo spoedig mogelijk ter kennis van het algemeen bestuur. 13. Het dagelijks bestuur wordt bijgestaan door een secretaris. 14. Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls de voorzitter het nodig oordeelt of indien een lid de voorzitter hierom vraagt, schriftelijk met redenen omkleed.

De wijziging is slechts technisch van aard gezien de leesbaarheid van het artikel en beoogt verder geen wijziging met zich mee te brengen. Daarnaast is in het tweede lid een correcte verwijzing opgenomen. -

Artikel 11 Algemene taken van het dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur is belast met de dagelijkse aangelegenheden van GBTwente, tenzij de voorzitter bij of krachtens de wet of krachtens deze regeling daarmee is belast. 2. Het dagelijks bestuur is belast met de voorbereiding van al hetgeen in de vergadering van het algemeen bestuur ter overweging en besluitvorming moet worden gebracht. 3. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de besluiten van het algemeen bestuur, tenzij de voorzitter daarmee krachtens deze regeling is belast.

Toelichting Oud artikel 11 kan vervallen aangezien de bevoegdheden van het dagelijks bestuur zijn opgenomen in artikel 33b van de Wgr. -

Artikel 14 informatie en verantwoording aan het algemeen bestuur 1. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden verstrekken aan het algemeen bestuur de door één of meer leden van dit bestuur gevraagde inlichtingen. 2. Het dagelijks bestuur en elk van zijn leden leggen op verzoek van het algemeen bestuur verantwoording af over het door

Pagina 9 van 18

GBTwente

AB2023017-2 Transponeringstabel het dagelijks bestuur of door een der leden gevoerde bestuur.

Toelichting Oud artikel 14 kan vervallen aangezien de bovenstaande bepalingen zijn opgenomen in artikel 19a van de Wgr. Artikel 16 De voorzitter 1. Het algemeen bestuur wijst één van de in artikel 13 lid 2 bedoelde leden van het dagelijks bestuur aan als voorzitter. 2. De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur.

Artikel 15 De voorzitter 1. Het algemeen bestuur wijst één van de in artikel 10 lid 2 bedoelde leden van het dagelijks bestuur aan als voorzitter. 2. De voorzitter van het algemeen bestuur is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur.

Plaatsvervangend voorzitter 3.

Plaatsvervangend voorzitter

Het algemeen bestuur kiest uit de in artikel 13 lid 2 bedoelde leden van het dagelijks bestuur een plaatsvervangend voorzitter, die de voorzitter bij afwezigheid vervangt.

3.

Het algemeen bestuur kiest uit de in artikel 10 lid 2 bedoelde leden van het dagelijks bestuur een plaatsvervangend voorzitter, die de voorzitter bij afwezigheid vervangt.

Door het toevoegen van een aantal artikelen is de verwijzing niet meer correct. De voorgestelde wijziging zorgt voor een juiste verwijzing.

Artikel 21 Bevoegdheden invorderingsambtenaar 1. De invorderingsambtenaar is bevoegd tot invordering van alle belastingen die door de heffingsambtenaar op grond van artikel 20, lid 1 van deze regeling worden geheven. 2. De invorderingsambtenaar heeft de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de Wet milieubeheer zijn toegekend aan de ontvanger, respectievelijk ambtenaar belast met de invordering van de deelnemers. 3. De invorderingsambtenaar beslist niet tot het voeren van een executieprocedure in eerste aanleg en tot hoger beroep dan nadat hij het dagelijks bestuur van zijn voornemen op de hoogte heeft gesteld. 4. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in de leden 1 en 2 neemt de invorderingsambtenaar de kwijtscheldingsregels van de

Artikel 20 Bevoegdheden invorderings­ ambtenaar 1. De invorderingsambtenaar is bevoegd tot invordering van alle belastingen die door de heffingsambtenaar op grond van artikel 19, lid 1 van deze regeling worden geheven. 2. De invorderingsambtenaar heeft de bevoegdheden en verplichtingen die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, Wet verontreiniging oppervlaktewateren en de Wet milieubeheer zijn toegekend aan de ontvanger, respectievelijk ambtenaar belast met de invordering van de deelnemers. 3. De invorderingsambtenaar beslist niet tot het voeren van een executieprocedure in eerste aanleg en tot hoger beroep dan nadat hij het dagelijks bestuur van zijn voornemen op de hoogte heeft gesteld. 4. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in de leden 1 en 2 neemt de invorderingsambtenaar de kwijtscheldingsregels van de

Pagina 10 van 18

GBTwente

AB2023017-2 Transponeringstabel

5.

desbetreffende deelnemer en de nadere regels van het dagelijks bestuur in acht, alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels van het dagelijks bestuur ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. De invorderingsambtenaar is bevoegd het dagelijks bestuur gemotiveerd te verzoeken tot het nemen van een besluit als bedoel in artikel 15 onder 11 van de regeling.

5.

desbetreffende deelnemer en de nadere regels van het dagelijks bestuur in acht, alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels van het dagelijks bestuur ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid. De invorderingsambtenaar is bevoegd het dagelijks bestuur gemotiveerd te verzoeken tot het nemen van een besluit als bedoel in artikel 13 onder k van de regeling.

Door het toevoegen en verwijderen van een aantal artikelen is de verwijzing niet meer correct. De voorgestelde wijziging zorgt voor een juiste verwijzing.

Artikel 25 Vaststelling begroting 1. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 september voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt de begroting vast.

Artikel 24 Vaststelling begroting 1. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt de begroting vast.

Toezending ontwerp begroting aan deelnemers

Toezending ontwerp begroting aan deelnemers

2.

Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp begroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de gemeenteraden van de deelnemers. De ontwerp begroting wordt gelijktijdig toegezonden aan de leden van het algemeen bestuur.

2.

Het dagelijks bestuur zendt de ontwerp begroting acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de gemeenteraden van de deelnemers. De ontwerp begroting wordt gelijktijdig toegezonden aan de leden van het algemeen bestuur.

Ter inzage legging en verkrijgbaar stelling 3.

Ter inzage legging en verkrijgbaar stelling

De ontwerpbegroting wordt door de zorg van ieder der deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld.

3.

De ontwerpbegroting wordt door de zorg van ieder der deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld.

Zienswijzen deelnemers

4.

Zienswijzen deelnemers

De gemeenteraden van de deelnemers kunnen omtrent de ontwerp begroting aan het dagelijks bestuur hun zienswijzen naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijze is vervat bij de ontwerp begroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

4.

De gemeenteraden van de deelnemers kunnen omtrent de ontwerp begroting aan het dagelijks bestuur hun zienswijzen naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin de zienswijze is vervat bij de ontwerp begroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.

Pagina 11 van 18

GBTwente

AB2023017-2 Transponeringstabel

Reactie op zienswijze 5.

Vastgestelde begroting versturen naar raden van de deelnemende gemeenten

Het dagelijks bestuur stelt de gemeenteraden van de deelnemers voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze bedoeld in het vierde lid, alsmede van de eventuele consequenties die het daaraan verbindt.

5.

Het dagelijks bestuur zendt nadat de begroting is vastgesteld, zo nodig, de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Vastgestelde begroting versturen naar Gedeputeerde Staten

Vastgestelde begroting versturen naar raden van de deelnemende gemeenten

6. 6.

Het dagelijks bestuur zendt nadat de begroting is vastgesteld, zo nodig, de begroting aan de raden van de deelnemende gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. 7.

Vastgestelde begroting versturen naar Gedeputeerde Staten 7.

8.

Het algemeen bestuur zendt binnen twee weken na vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur, doch uiterlijk vóór 15 september de begroting aan gedeputeerde staten. Begrotingswijzigingen Het bepaalde in het tweede, vierde, vijfde, zesde en zevende lid is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

Het dagelijks bestuur zendt binnen twee weken na vaststelling van de begroting door het algemeen bestuur, doch uiterlijk vóór 1 augustus de begroting aan gedeputeerde staten.

Begrotingswijzigingen Het bepaalde in het tweede, vierde, vijfde en zesde lid is mede van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting.

Uitzondering bij begrotingswijzigingen 8.

Het bepaalde in het zevende lid is niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting waarbij in de bijdrage van de deelnemers geen wijziging wordt gebracht dan wel indien de wijziging een lagere bijdrage van de deelnemers als gevolg heeft.

Uitzondering bij begrotingswijzigingen 9.

Het bepaalde in het achtste lid is niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting waarbij in de bijdrage van de deelnemers geen wijziging wordt gebracht dan wel indien de wijziging een lagere bijdrage van de deelnemers als gevolg heeft.

De data zijn conform artikel 34 en 35 van de Wgr aangepast. Aangezien in dit artikel het gehele proces wordt beschreven is voor de duidelijkheid lid 5 van de regeling toegevoegd conform artikel 9, zesde lid van de Wgr. Pagina 12 van 18

GBTwente

AB2023017-2

Transponeringstabel Let wel, in de regeling worden de wettelijke termijnen/data genoemd. Op Twents niveau zijn er een afwijkende werkwijze voor de P&C cyclus (zie toelichting bij dit artikel in de regeling).

Artikel 27 Jaarrekening 1. Van de inkomsten en uitgaven van GBTwente over het afgelopen jaar wordt vóór 30 april door het dagelijks bestuur verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur onder overlegging van de jaarrekening met de daarbij behorende bescheiden.

Artikel 26 Jaarrekening 1. Van de inkomsten en uitgaven van GBTwente over het afgelopen jaar wordt vóór 1 mei door het dagelijks bestuur verantwoording afgelegd aan het algemeen bestuur onder overlegging van de jaarrekening met de daarbij behorende bescheiden.

Toezending voorlopige jaarrekening aan deelnemers 2.

Toezending voorlopige jaarrekening aan deelnemers

Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.

2.

Het dagelijks bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de deelnemende gemeenten.

Controleverklaring en verslag

3.

Het dagelijks bestuur voegt bij de jaarrekening een controleverklaring en een verslag van bevindingen van de accountant.

Controleverklaring en verslag

3.

Het dagelijks bestuur voegt bij de jaarrekening een controleverklaring en een verslag van bevindingen van de accountant.

Vaststelling

Vaststelling

4.

Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening over het afgelopen jaar en stelt haar vast vóór 15 juli volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. Inzending aan gedeputeerde staten

4.

Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening over het afgelopen jaar en stelt haar vast vóór 1 juli volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft. Inzending aan gedeputeerde staten

5.

Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten.

5.

Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft aan gedeputeerde staten.

Mededeling aan de deelnemers

6.

Van de vaststelling van de jaarrekening doet het dagelijks bestuur mededeling aan de

Mededeling aan de deelnemers

6.

Van de vaststelling van de jaarrekening doet het dagelijks bestuur mededeling aan de

Pagina 13 van 18

GBTwente

AB2023017-2 Transponeringstabel

algemeen besturen en de gemeenteraden van de deelnemers.

algemeen besturen en de gemeenteraden van de deelnemers.

Décharge

7.

Décharge

De vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ten aanzien van het daarin verwoorde financieel beheer.

7.

De vaststelling van de jaarrekening strekt het dagelijks bestuur tot décharge, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ten aanzien van het daarin verwoorde financieel beheer.

De data zijn gewijzigd conform artikel 34 en 34b van de Wgr.

Artikel 28 Definitieve bijdrage 1. In de jaarrekening wordt de door elk van de deelnemers over het betreffende dienstjaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen.

Artikel 27 Definitieve bijdrage 1. In de jaarrekening wordt de door elk van de deelnemers over het betreffende dienstjaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen.

Verrekening definitieve bijdrage

Verrekening definitieve bijdrage

2.

Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 26 lid 1 bepaalde bedrag en de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats terstond na de in artikel 27, lid 6 bedoelde mededeling.

2.

Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 25 lid 1 bepaalde bedrag en de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats terstond na de in artikel 26, lid 6 bedoelde mededeling.

Door het toevoegen en verwijderen van een aantal artikelen is de verwijzing niet meer correct. De voorgestelde wijziging zorgt voor een juiste verwijzing. Artikel 32 Uittreding 1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling. 2. Gedurende vier jaren na de datum van toetreding tot de regeling is het niet mogelijk om uit de regeling te treden. 3. Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van tenminste twee jaar in acht genomen. 4. Uittreding uit de regeling vindt plaats per 1 januari van enig jaar. 5. Een deelnemer die uit de regeling wenst te treden maakt, na verkregen toestemming van de gemeenteraad, zijn voornemen tot uittreding bij aangetekend schrijven kenbaar aan het algemeen bestuur van GBTwente en aan de overige deelnemers. 6. Na ontvangst van het besluit tot uittreding worden door de gemeenten een, in overleg

Artikel 31 Uittreding 1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling. 2. Gedurende vier jaren na de datum van toetreding tot de regeling is het niet mogelijk om uit de regeling uit te treden. 3. Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van tenminste één jaar in acht genomen. 4. Uittreding uit de regeling vindt plaats aan het einde van het kalenderjaar. 5. Een deelnemer die uit de regeling wenst te treden maakt, na verkregen toestemming van de gemeenteraad, zijn voornemen tot uittreding bij aangetekend schrijven kenbaar aan het algemeen bestuur van GBTwente en aan de overige deelnemers. 6. Na ontvangst van het in lid 5 vermelde schrijven wordt een in overleg met de

Pagina 14 van 18

GBTwente

AB2023017-2 Transponeringstabel

7.

met de uittredende gemeente, aan te wijzen onafhankelijke externe deskundigen, waarvan minimaal één financieel deskundige en één juridisch deskundige, opdracht verleend een plan op te stellen dat ten minste inzicht geeft in alle kosten, die direct of indirect samenhangen met de uittreding. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de uittredende gemeente naar redelijkheid en billijkheid: a. De (frictie)kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding inclusief overheadkosten die daarvan het gevolg zijn en dat de overige gemeenten geen financieel nadeel van de uittreding ondervinden; b. Aansprakelijk blijft voor alle schulden en overige verplichtingen van het openbaar lichaam op het tijdstip van uittreden, zulks in verhouding van de verdeling van de gemeenschappelijke bijdragen als bedoeld in artikel 29 van deze regeling, in het laatste jaar van deelname, mits dit niet is verdisconteerd in het plan. Het algemeen bestuur stelt het hierboven genoemde plan vast. De in het plan vastgelegde afspraken zijn voor alle partijen bindend.

uittredende deelnemer aan te wijzen onafhankelijke registeraccountant opdracht verleend een liquidatieplan op te stellen als ware tot opheffing van de gemeenschappelijk regeling besloten. Het liquidatieplan voorziet in de regeling van de personele gevolgen. Het liquidatieplan wordt vastgesteld door het algemeen bestuur en de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. 7. Nadat het liquidatieplan is vastgesteld is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan GBTwente te voldoen. 8. De kosten van het opstellen van het liquidatieplan komen voor rekening van de deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden.

De wijzigingen in artikel 35 van deze regeling zijn bepalingen naar het model van de werkgroep organisatierecht. Deze bepalingen hebben alleen betrekking op de uittreding uit deze regeling.

Artikel 33 Wijziging van de regeling 1. De regeling kan door de deelnemers worden gewijzigd op voorstel van het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur van de regeling en de colleges van de deelnemers kunnen het algemeen bestuur oproepen om een wijzigingsvoorstel vast te stellen. 2. Het dagelijks bestuur zendt de deelnemers het voorstel tot wijziging alsmede het advies van het algemeen bestuur en verzoekt de deelnemers, met inachtneming van artikel 1, tweede tot en met vierde lid van de wet, tot het nemen van een besluit omtrent de voorgestelde wijziging.

Artikel 32 Wijziging van de regeling 1. De regeling kan door de deelnemers worden gewijzigd op voorstel van het algemeen bestuur. Het dagelijks bestuur van de regeling en de colleges van de deelnemers kunnen het algemeen bestuur oproepen om een wijzigingsvoorstel vast te stellen. 2. Het dagelijks bestuur zendt de deelnemers het voorstel tot wijziging alsmede het advies van het algemeen bestuur en verzoekt de deelnemers tot het nemen van een besluit omtrent de voorgestelde wijziging. 3. De colleges van de deelnemers besluiten omtrent de voorgestelde wijziging nadat zij

Pagina 15 van 18

GBTwente

AB2023017-2 Transponeringstabel

De colleges van de deelnemers besluiten omtrent de voorgestelde wijziging nadat zij daartoe toestemming hebben verkregen van hun gemeenteraden. Van hun besluit stellen zij het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling schriftelijk in kennis. 4. Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer de colleges van alle deelnemers zich op de wijze als vermeld in lid 3 daarvoor hebben verklaard voor zover de wijziging (mede) een uitbreiding van de overgedragen bevoegdheden betreft zoals genoemd in artikel 10 lid 2, tweede volzin van de wet. Een wijziging van de regeling waarbij geen van de aanpassingen betrekking heeft op artikel 10 lid 2 van de wet komt tot stand wanneer een twee derde meerderheid van de colleges van de deelnemers zich op de wijze als vermeld in lid 3 daarvoor hebben verklaard. 5. Tenzij in een daartoe strekkend besluit anders is bepaald treedt een wijziging van de regeling in werking op de dag volgende op die waarop is voldaan aan het bepaalde in lid 4. 6. In afwijking van de vorige leden van dit artikel kan een wijziging of intrekking van artikel 29, lid 1 en van dit lid slechts plaats vinden bij een unaniem besluit van alle deelnemers aan de regeling. 3.

daartoe toestemming hebben verkregen van hun gemeenteraden. Van hun besluit stellen zij het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling schriftelijk in kennis. 4. Een wijziging van de regeling is tot stand gekomen wanneer de colleges van alle deelnemers zich op de wijze als vermeld in lid 3 daarvoor hebben verklaard voor zover de wijziging (mede) een uitbreiding van de overgedragen bevoegdheden betreft zoals genoemd in artikel 10 lid 2, tweede volzin van de wet. Een wijziging van de regeling waarbij geen van de aanpassingen betrekking heeft op artikel 10 lid 2 van de wet komt tot stand wanneer een twee derde meerderheid van de colleges van de deelnemers zich op de wijze als vermeld in lid 3 daarvoor hebben verklaard. 5. Tenzij in een daartoe strekkend besluit anders is bepaald treedt een wijziging van de regeling in werking op de dag volgende op die waarop is voldaan aan het bepaalde in lid 4. 6. In afwijking van de vorige leden van dit artikel kan een wijziging of intrekking van artikel 25, lid 1 en van dit lid slechts plaats vinden bij een unaniem besluit van alle deelnemers aan de regeling.

Deze wijziging is naar het model van de werkgroep organisatierecht. Artikel 34 Opheffing en liquidatie 1. De regeling kan worden opgeheven als minimaal twee derde van de deelnemers daartoe besluiten. 2. De stemverhouding is overeenkomstig artikel 6, vierde lid van deze regeling. 3. Een besluit als bedoeld in het eerste lid, kan niet eerder worden genomen dan nadat het algemeen bestuur daarover zijn mening kenbaar heeft gemaakt. 4. In geval van een opheffing, zoals vermeld in het voorgaande lid, wordt het dagelijks bestuur belast met het opstellen van een liquidatieplan. Bij het opstellen van dit plan kan zo nodig worden afgeweken van de

Artikel 33 Opheffing en liquidatie 1. De regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit met een twee derde meerderheid van de colleges van de deelnemers. 2. Artikel 32 is van overeenkomstige toepassing. 3. Ingeval een besluit tot opheffing volgens het eerste lid is genomen, besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het, gehoord de deelnemers, een liquidatieplan vast. 4. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van

Pagina 16 van 18

GBTwente

AB2023017-2 Transponeringstabel

bepalingen in deze regeling. In het plan wordt voorzien in de personele gevolgen van de opheffing. 5. Het algemeen bestuur stelt het liquidatieplan vast nadat de colleges en raden van de gemeenten hun zienswijzen daarop hebben kunnen inbrengen. Artikel 35, eerste tot en met vierde lid van de wet is hierop van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de termijn acht weken bedraagt. 6. Het dagelijks bestuur wordt belast met de uitvoering van het liquidatieplan. 7. Het openbaar lichaam blijft voortbestaan zolang dit voor de liquidatie van het vermogen nodig is. De bestuursorganen blijven zolang functioneren.

5. 6.

de opheffing. Voorts voorziet het liquidatieplan in de regeling van de personele gevolgen. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan. Zo nodig blijft het dagelijks bestuur ook na het tijdstip van opheffing in functie totdat het liquidatieplan is uitgevoerd.

Deze bepaling is naar het model van de werkgroep organisatierecht.

Artikel 37 Evaluatie 1. Het algemeen bestuur zal tenminste eens in de 6 jaar de regeling met de deelnemers evalueren en daarvan verslag uitbrengen aan de colleges en de raden van de gemeenten, vergezeld van conclusies en aanbevelingen. 2. De onderzoeksvraagstelling voor de uit te voeren evaluatie wordt door het dagelijks bestuur aan de deelnemers aan deze gemeenschappelijke regeling voor advies voorgelegd. Het algemeen bestuur stelt aansluitend de onderzoeksvraagstelling vast. Deze bepaling geeft uitvoering aan artikel 11a van de wet en is gelijk aan de modelbepaling (variant 3) van de werkgroep organisatierecht. Artikel 38 Citeerwijze en inwerkingtreding Artikel 36 Bekendmaking, inwerkingtreding en inzending regeling Artikel 37 Duur van de regeling Artikel 38 Citeertitel en deelnemende gemeenten 1. De regeling kan worden aangehaald als Artikel 36 "Gemeenschappelijke regeling GBTwente". 1. Het college van de gemeente Hengelo 2. Het college van de gemeente Hengelo maakt de regeling tijdig in alle maakt de regeling tijdig in alle deelnemende gemeenten bekend door deelnemende gemeenten bekend in het kennisgeving van de inhoud daarvan in de door dat gemeentebestuur uitgegeven Staatscourant. gemeenteblad.

Pagina 17 van 18

GBTwente

AB2023017-2 Transponeringstabel

3.

4.

De gewijzigde regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten de op grond van de voorgaande versies van deze regeling genomen besluiten op deze regeling.

De wijziging van de regeling treedt de dag na bekendmaking in werking, doch niet eerder dan 1 december 2019. 3. Deze regeling dient ter vervanging van de bestaande gemeenschappelijke regeling Gemeentelijk Belastingkantoor Twente3. 4. Na de inwerkingtreding van deze regeling berusten de op grond van de voorgaande gemeenschappelijke regeling opgenomen besluiten op deze regeling. 5. Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijke regeling Gemeentelijk Belastingkantoor Twente wordt belast met de inzending van deze regeling aan gedeputeerde staten. 2.

Artikel 37 De gewijzigde regeling wordt aangegaan voor onbepaalde duur.

Artikel 38 1. Deze regeling wordt aangehaald als "Gemeenschappelijke Regeling Gemeentelijk Belastingkantoor Twente". 2. De deelnemende gemeenten aan deze gewijzigde regeling zijn met ingang van 1 januari 2017: Almelo, Borne, Enschede, Haaksbergen, Hengelo, Losser, Oldenzaal en Twenterand.

De oude artikelen 36 t/m 38 van de gemeenschappelijke regeling Gemeentelijk Belastingkantoor Twente met ingangsdatum 1 december 2019 zijn in de nieuwe regeling geactualiseerd en samengebracht in een artikel.

3 De regeling met ingangsdatum 1 januari 2017.

Pagina 18 van 18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13212275/2