12 Voorstel (geen) bedenkingen zienswijze begrotingen 2023 div Gemeenschappelijke Regelingen - Stadsbank Oost Nederland
Tekst van het document
Hoort bij raadsbesluit nr. 1195 van 30 mei 2022 de griffier,
H.B.
Primitieve begroting 2023 Meerjarenraming 2024-2026
STADSBANK OOST NEDERLAND – PRIMITIEVE BEGROTING 2023
Inhoudsopgave VOORWOORD ...............................................................................................................................3 1. BELEIDSBEGROTING ..................................................................................................................4 1.1. VERSLAG ......................................................................................................................................................... 4 1.1.1. Doelstelling ........................................................................................................................................... 4 UITTREDING GEMEENTE AALTEN UIT DE GR SON ........................................................................................................... 5 1.1.2. Beleidsvisie ........................................................................................................................................... 5 1.2. PROGRAMMAPLAN 2023 ................................................................................................................................... 7 1.2.1. Programma Algemeen Bestuur ............................................................................................................ 7 1.2.2. Programma Financieel-maatschappelijke dienstverlening en voorzieningen .................................... 11 1.2.3.
Prestatie-indicatoren effectiviteit Schuldhulpverlening ..................................................................... 15 1.3. VERPLICHTE PARAGRAFEN ................................................................................................................................. 16 1.3.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................................................ 16 1.3.2. Onderhoud kapitaalgoederen ............................................................................................................ 21 1.3.3. Financiering ........................................................................................................................................ 21 1.3.4. Verbonden partijen............................................................................................................................. 23 1.3.5. Bedrijfsvoering ................................................................................................................................... 24
2. FINANCIËLE BEGROTING .......................................................................................................... 28 2.1. OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN IN DE BEGROTING 2023 .................................................................................... 28 2.2. MEERJARENPERSPECTIEF 2023 - 2026 ............................................................................................................... 32 2.3. VOORSTEL TOT VASTSTELLING VAN DE BEGROTING ................................................................................................. 35
BIJLAGEN .................................................................................................................................... 36 BIJLAGE 1: CATEGORIALE BEGROTING EN MEERJARENRAMING......................................................................................... 37 BIJLAGE 2: STAAT VAN RESERVES EN VOORZIENINGEN ................................................................................................... 38 BIJLAGE 3: INVESTERINGEN 2023 – 2026 .................................................................................................................. 39 BIJLAGE 4: PRIMITIEVE BEGROTING 2023 PER GEMEENTE .............................................................................................. 40 BIJLAGE 5: MEERJARENRAMING PER GEMEENTE ........................................................................................................... 41
Voorwoord Voor u ligt de Primitieve begroting 2023, inclusief de Meerjarenraming 2024-2026 van de Gemeenschappelijke Regeling Stadsbank Oost Nederland. In de begroting en de meerjarenraming zijn de verwachte baten en lasten voor de komende jaren opgenomen. De Primitieve begroting 2023 is opgesteld conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en is gebaseerd op het door het Algemeen Bestuur vastgestelde dienstverlenings- en bekostigingsmodel. In de dienstverlening richting gemeenten en klanten staan ‘maatwerk’ en ‘innovatie’ centraal. Het beleid met betrekking tot de schulddienstverlening is - in lijn met de WGS (Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening) een (individuele) verantwoordelijkheid/bevoegdheid van de 21 deelnemende gemeenten in de Gemeenschappelijke Regeling. Per 1 januari 2023 treedt de gemeente Aalten uit de GR. In deze Primitieve Begroting zijn voor de omvang van de dienstverlening vooralsnog de werkelijke volumeaantallen van het jaar 2021 als uitgangspunt genomen, waarbij de Corona-effecten zijn verwerkt. In de begrotingsjaren 2024-2026 zijn de aantallen stabiel gehouden. Hierbij wordt aangesloten bij het Jaarverslag 2021 en de Primaire Begroting 2022. Daarnaast is rekening gehouden met de richtlijnen en voorwaarden die de Stadsbank van de deelnemende gemeenten heeft ontvangen, aangevuld met de voor de Stadsbank specifieke uitgangspunten.
Samen met gemeenten zijn in meerdere strategiesessies met het bestuur en de ambtelijke adviseurs stappen gezet naar een gezamenlijke, vernieuwde strategie voor de toekomst van de Stadsbank. Het toekomstprofiel van de Stadsbank is een klant- en resultaatgerichte expertise organisatie in optimale verbinding met en faciliterend naar gemeenten en hun regie op het sociaal domein. Daarmee vergroten we de impact van de dienstverlening van de Stadsbank in het gemeentelijk sociaal domein.
Enschede, april 2022
Dhr. A. Kampman Voorzitter Dagelijks Bestuur
3
1. Beleidsbegroting 1.1. Verslag 1.1.1. Doelstelling De Stadsbank is dé schulddienstverlener in Twente en de Achterhoek. Als deskundige en betrouwbare dienstverlener zijn wij een steun en toeverlaat voor mensen met financiële problemen. Ons doel is het creëren van financiële stabiliteit. Dit leveren we op maat, vanuit klantgerichte en transparante professionele dienstverlening. Samen met de klant werken we aan een nieuw en reëel toekomstperspectief. Als uitvoeringsorganisatie concentreren wij ons op het leveren van kwalitatief goede dienstverlening. ‘Samen lossen wij schulden op’. Met onze inhoudelijke expertise en gezamenlijke passie streven we er continu naar een toonaangevende organisatie te zijn. We kennen onze klant en bieden optimale begeleiding met kennis van de markt en maatschappij. Een organisatie die toegevoegde waarde levert, aangesloten op de actuele wens van onze klant en opdrachtgever. Met innovatie oplossingen bewegen wij mee met deze wens en verlagen de drempel tot schulddienstverlening. We werken verder aan de doorontwikkeling van onze dienstverlening, bijvoorbeeld door het toepassen van collectief schuldregelen en het inzetten van saneringskredieten voor snellere schuldenrust voor onze klanten. Voor beschermingsbewind hebben we vanuit een nieuw profiel de slag ingezet naar een kwalitatieve en kostendekkende uitvoering met een genormeerde omvang.
Vanuit de gemeentelijke uitdagingen en wensen hebben we de contouren van de nieuwe strategie verkend, verrijkt en getoetst. In de verbinding van de gemeentelijke regie met excellente regionale expertise zit de essentie voor de doorontwikkeling van onze dienstverlening. Dit vraagt een adaptieve samenwerking tussen gemeenten en Stadsbank waarbij de menselijke maat en vertrouwen voorop staat. Ook willen we het partnerschap met gemeenten en het accountmanagement vanuit de Stadsbank verder vorm en inhoud gaan geven. Om zo nog beter en pro-actiever aan te sluiten op wensen van de gemeenten, maar ook onze expertise over de uitvoeringspraktijk voor gemeenten ter beschikking te stellen. In sociale of wijkteams, in projecten of ter onderbouwing van nieuwe beleidsinitiatieven. In 2022 werken we aan de contouren van een nieuw financieel model, dat hier vanzelfsprekend op aansluit. Belangrijk om te melden is ook dat we onze reguliere P&C cyclus en de producten als begroting en jaarrekening (start bij primaire begroting) qua opzet, structuur en informatie(gehalte) gaan moderniseren. We willen het informatiegehalte vergroten, meer inhoudelijke toelichting en analyse bieden en het prettiger leesbaar maken. Op basis van een verscherpte koers en vernieuwd financieel model kijken we ook naar de effectindicatoren. Ook daar moet vernieuwing en aanscherping plaatsvinden.
De dienstverlening van de Stadsbank zal door bovenstaande ontwikkelingen in de aanloop naar 2023 worden beïnvloed. In de voortgangsrapportages (Voorjaarsnota, Najaarsnota, Jaarverslag 2022) wordt over de voortgang hiervan verslag gedaan. Een eventuele impact hiervan zal worden meegenomen vanaf de Primaire begroting 2023, die in het najaar van 2022 wordt opgesteld.
4
Uittreding gemeente Aalten uit de GR SON Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Aalten heeft besloten om uit te treden uit de GR SON en heeft hiervoor op 21 december 2021 toestemming van hun gemeenteraad verkregen. Dit besluit om uit te treden heeft het college schriftelijk kenbaar gemaakt aan het Algemeen Bestuur van de SON op 1 november 2021. Volgens 45 lid 2 van de GR SON kan uittreding plaatsvinden tegen 1 januari, maar niet eerder dan tegen 1 januari van het tweede jaar volgende op het jaar waarin het uittredingsbesluit is genomen. In het geval van Aalten betekent dit dat uittreding mogelijk is per 1 januari 2023. Na overleg tussen de gemeente Aalten en de SON is de volgende regeling tot stand gekomen. Aalten betaalt vanaf het moment van uittreding nog 5 jaar een uittredingsvergoeding. Deze uittredingsvergoeding neemt jaarlijks af volgens het schema: 100% - 80% - 60% - 40% - 20% - 0%. De grondslag van de uittredingsvergoeding zal de jaarlijkse bijdrage van Aalten zijn voor de standaard dienstverlening en de bijdrage bestaanskosten, uitgaande van de bijdrage per 1 januari 2023. Het college van Aalten kiest ervoor om deze uittredingsvergoeding ineens te betalen. Voor de gemeente Aalten gaat het hierbij om een bedrag van €!379.400.
De uittredingsvergoeding dekt de normale kosten van de uittreding en daarmee ook -de naar redelijkheid en billijkheid- eventueel te maken kosten van de SON voor extra werkzaamheden in het kader van de overdracht van dossiers en bijvoorbeeld de kosten van de financieel adviseur. De financiële implicaties van de overeengekomen regeling zijn in deze meerjarenbegroting verwerkt.
1.1.2. Beleidsvisie De Stadsbank ondersteunt de aangesloten gemeenten bij het gemeentelijk beleid ter bevordering van de maatschappelijke participatie van hun burgers, met name gericht op de ‘bancaire taken’ voor schuldhulpverlening. Hierbij wordt geanticipeerd op de ontwikkelingen in het Sociaal Domein. De dienstverlening van de Stadsbank bestaat uit: •
Preventie- en voorlichtingsactiviteiten gericht op het voorkomen van financiële instabiliteit en schulden.
•
Het geven van advies over het creëren van financiële stabiliteit, het oplossen van schulden en het adviseren over het wegnemen van tekortkomingen die hebben geleid tot de financieel problematische situatie.
•
Kredietmogelijkheden aan personen die voldoen aan de “Fido-criteria”. De bank hanteert hierbij maatschappelijk verantwoorde rentepercentages.
•
Budgetbeheer ter borging van de stabiliteit in de betaling van primaire lasten van het huishouden en ter ondersteuning van het herstel van de financiële zelfredzaamheid, zodat (verdere) schulden kunnen worden voorkomen.
•
Meerderjarigenbewind aan personen die blijvend niet bij machte zijn zelfstandig de eigen financiën te beheren.
5
•
De voorliggende voorziening ‘Budgetzorg’, voor klanten waarvoor budgetbeheer te ‘licht’ is en beschermingsbewind ‘te zwaar’. Naast de financiën wordt de gehele administratieve huishouding voor een langere periode samen met de klant gedaan.
•
Bemiddeling tussen schuldenaar en schuldeisers om tot een minnelijke schuldregeling te komen en ter voorkoming van maatschappelijke uitval. Hierbij bij voorkeur de inzet van het instrument saneringskredieten.
•
Beheer minnelijke regelingen ter borging van een minnelijke regeling en ter ondersteuning van een eventuele re-integratie op de arbeidsmarkt.
•
De afgifte van de verklaring en het ondersteunen bij het opstellen van het verzoekschrift conform de Faillissementswet inzake de toelating tot de wettelijke schuldsanering.
•
De samenwerking met en inzet van vrijwilligers in de schuldhulpdienstverlening.
Bovendien zet de bank haar expertise en capaciteiten in om maatwerkdiensten te leveren aan de aangesloten gemeenten, met name in de vorm van diensten op locatie en projecten. De bank is lid van de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK), de belangenvereniging van gemeentelijke kredietbanken, publieke instellingen en bedrijven die mensen met schulden helpen. Daarnaast is de bank aangesloten bij Sociale Banken Nederland (SBN), een samenwerkingsverband van kredietbanken en bij de Stichting Bureau Krediet Registratie (BKR) te Tiel.
6
1.2. Programmaplan 2023 1.2.1. Programma Algemeen Bestuur Hoofdkenmerken Het programma Algemeen Bestuur omvat de bestuursproducten: bestuursorganen en bestuursondersteuning. Tevens behoren tot het programma Algemeen Bestuur de niet product-/ dienstverleningspecifieke activiteiten en voorzieningen gericht op een effectief en efficiënt beheer van de bedrijfsvoering. Wat wil de Stadsbank bereiken? -
-
-
Bestuursorganen •
Vertalen van bestuurlijke en maatschappelijke ontwikkelingen.
•
Een maatschappelijk en bestuurlijk verantwoorde positionering van de Stadsbank.
•
Sturing geven aan en reageren op organisatieontwikkelingen die gericht zijn op een effectieve en efficiënte bedrijfsvoering bij de bank, alsmede op het leidinggeven aan de ambtelijke organisatie.
•
Het afleggen van verantwoording over het gevoerde beleid en de verzorgde dienstverlening.
Bestuursondersteuning •
De voorbereiding van beleidsontwikkeling voor het Bestuur.
•
De voorbereiding van de verantwoording door het Bestuur.
Algemene interne ondersteuning •
In stand houden van de fysieke infrastructuur.
•
In stand houden en optimaliseren van de ICT .
•
Effectief en efficiënt beheer van de bedrijfsvoering.
Wat gaan we daarvoor doen? Rechtmatigheidsverantwoording Vanaf 2022 (volgens huidige planning) geeft niet meer de accountant, maar het Dagelijks Bestuur de verklaring af over de rechtmatigheid van de (interne) organisatie. Naast de uitvoering van de interne controle wordt vanaf deze wijziging in het BBV ook een rapportage opgesteld aan het Dagelijks Bestuur met een (genormeerd) oordeel over de interne controle. Deze rapportage vervangt de kwaliteitstoets van de accountant. 7
In samenwerking met de accountant wordt - als onderdeel van de accountantsfunctie voor het verslagjaar 2022 - een visie over de rechtmatigheidsverantwoording voorbereid. Het gaat dan om bijvoorbeeld de ambitieniveaus die in de notitie Rechtmatigheidsverantwoording van de commissie Bado zijn aangegeven en het te kiezen grensbedrag (tussen 1% en 3%). Daarbij worden uiteraard de adviezen meegenomen die de accountant in het accountantsverslag 2021 heeft opgenomen. Voorafgaand aan de accountantscontrole van het verslagjaar 2022 wordt aan het Algemeen Bestuur een voorstel gedaan om het ambitieniveau en de tolerantiegrenzen van de interne controle te bepalen. Hierbij worden de nu geldende controleverordening en controleprotocol betrokken. Vanuit de ervaringen die de Stadsbank in 2022 met de rechtmatigheidsverantwoording opdoet, worden voor de latere jaren zo nodig aangepaste grensbedragen gedefinieerd en wordt interne regelgeving aan het normen- en toetsingskader toegevoegd. Ambtelijk platform Stadsbank Oost Nederland (het ambtelijk Platform) Het Platform is een permanente adviescommissie voor zowel het bestuur als de directie van de Stadsbank. Alle bij de gemeenschappelijke regeling aangesloten gemeenten kunnen ambtelijk deelnemen in het Platform. Het Platform adviseert zowel op verzoek als uit eigen beweging het Bestuur en de directie over beleidsontwikkeling.
Communicatie Voor de deelnemende gemeenten is het van belang tijdig te weten hoe de ontwikkeling van de dienstverlening voor haar burgers door de bank is. Enerzijds heeft dit te maken met de mogelijkheden die de deelnemende gemeenten zien om naar aanleiding van de door de bank verleende diensten, het eigen gemeentelijk beleid vorm te geven en voorstellen te doen met betrekking tot het productenpakket van de Stadsbank. Anderzijds heeft dit te maken met de financiële verplichtingen voor de deelnemende gemeenten. Om de deelnemende gemeenten tijdig te informeren wordt het Algemeen Bestuur in de Voorjaarsnota en de Najaarsnota geïnformeerd over de financiële en niet financiële ontwikkelingen. De Voorjaarsnota heeft betrekking op de periode januari tot en met april, terwijl de Najaarsnota betrekking heeft op de periode tot en met augustus. Indien wenselijk wordt ook een voorstel tot wijziging van de begroting in deze periodieke rapportages opgenomen. Borging continuïteit dienstverlening Het huidige bekostigingssysteem van de SON kent weinig handelingsvrijheid en beweegruimte en is tot stand gekomen in een periode van forse bezuinigingen en een eenzijdige focus op een zo laag mogelijke prijs.
De huidige bekostiging gaat uit van strak gelimiteerde inzet per activiteit en per medewerker, uitgedrukt in minuten uitgaande van volledige en continu productiviteit (100 %) van elke medewerker/begrote functie. In het systeem is niet ingebouwd dat bij uitval en vertrek van bestaande medewerkers, nieuwe medewerkers niet direct beschikbaar zijn en vervolgens ook nog ingewerkt dienen te 8
worden. Daarnaast gaat het huidige model ervan uit dat nieuwe medewerkers vanaf de eerste dag voor 100 % productief zijn. In de huidige situatie wordt bij inzet van een nieuwe medewerker een extra beroep gedaan op bestaande medewerkers. Dit alles leidt tot overbelasting bij bestaande medewerkers, toename van de kans op fouten, vertraging van werkprocessen en ontevredenheid bij medewerkers. De Stadsbank is een expertise-organisatie en werkt niet met “uitstel” van dienstverlening aan mensen of met “wachtlijsten”. Mensen worden altijd en direct geholpen bij de Stadsbank. Omdat vervanging vanuit de huidige situatie niet adequaat geleverd kan worden, worden vanuit de borging van de continuïteit van de dienstverlening ook relatief “dure” mensen van externe bureaus ingehuurd. Daarmee is dus ook vanuit financieel perspectief een ongewenste situatie ontstaan. Om de SON in dit opzicht toekomstbestendig te maken is het naar onze opvatting noodzakelijk om structureel de continuïteit van de dienstverlening te borgen. Dat betekent concreet dat voor de functies in het primaire proces van de SON medewerkers intern (gedeeltelijk) beschikbaar moeten zijn en opgeleid moeten worden. Intern doorgroeien naar de functies in het primaire proces is vanuit de huidige context van de SON de meest effectieve manier om vrijgevallen posities adequaat in te vullen.
Concreet is deze inzet vertaald door binnen de SON structureel en opgeteld tot 2,5 ft medewerkers beschikbaar te hebben en op te leiden/opgeleid te hebben voor directe interne doorgroei bij vrijval van de hiervoor genoemde functies. Ook wordt de functie van intern opleider geïntroduceerd (0,8 fte), ingezet op een studentenpool (3 fte) en verder vindt additionele inzet van stagiaires plaats. Hiervoor is in totaal een bedrag van €!295.000 structureel nodig. Dit bedrag vindt u verdeeld over de 21 gemeenten opgenomen in de financiële overzichten op het einde van deze begroting op pagina 40. Dit bedrag komt overigens grofweg overeen met de door de GR SON gedragen extra personeelskosten zoals die in het jaar 2021 en 2020 zijn opgetreden.
Wat mag het kosten? De budgettaire lasten worden bepaald door de kosten van het in standhouden van de gemeenschappelijke regeling. Deze zogenaamde bestaanskosten zijn de materiele kosten en ondersteunende diensten (indirecte kosten) die door middel van de jaarlijkse bestaansbijdrage worden voldaan. De bestaanskosten worden bepaald op basis van de totale volumeontwikkeling van de diensten van de Stadsbank. De verdeling van de bestaanskosten over de gemeenten vindt plaats op basis van de bestaande criteria huishoudens (25%) en basisdienstverlening + intake (75%).
9
Programma 1: Budgettaire lasten Algemeen Bestuur 2021 (Bedragen in €) Lasten Baten Saldo
Realisatie 4.462.900 4.422.900 -40.000
2022 Primaire Begroting 4.186.000 4.186.000 -
2023 Primitieve Begroting 4.599.800 4.599.800 -
In de begroting wordt uitgegaan van budgettair neutrale situatie op dit programma. Dit wil zeggen dat de totale bestaanskosten worden verminderd met de opbrengst uit deposito en bijdragen van derden in de dienstverlening en vervolgens zal het restant in rekening worden gebracht bij de deelnemende gemeenten.
10
1.2.2. Programma Financieel-maatschappelijke dienstverlening en voorzieningen Algemeen Hoofdkenmerken: Het programma Financieel-maatschappelijke dienstverlening en voorzieningen heeft betrekking op alle dienstverlening van de Stadsbank, ter ondersteuning van het beleid van de aangesloten gemeenten. Het dienstenaanbod van de bank wordt vanuit de vestiging in Enschede, op werkpleinen en op diverse gemeentelijke locaties verzorgd. Onze dienstverlening is schematisch als volgt weer te geven; Informatie & Advies STABILISATIE (inkomsten en uitgaven) Budgetcoaching bij schulden oplossen Start (Stabilisatie)
Beheer (-Basis, -Totaal) Inkomsten en uitgaven
Uitgaven en inkomsten INTAKE
Beeindiging Afwikkelen beheerafspraken
Budgetcoaching bij budgetbeheer Nazorg
Integrale indicatie-stelling Regulier
Beschermingsbewind
Integrale indicatie stelling Crisis
Uitstroom Begeleiding naar reguliere bank
SCHULDEN OPLOSSEN Bemiddelingstraject Schulden oplossen
Krediet-aanvraag
PLAN VAN AANPAK
Betalingsregelingen
Herfinanciering
Schuldbemiddeling
Saneringskrediet
Faillissementswet Voorlopige voorziening
Dwangakkoord
Moratorium
Verklarng 285
Budgetcoaching bij schulden oplossen
Begeleide verwijzing
Kredietbeoordeling
11
Wat wil de Stadsbank bereiken? -
De bank wil bijdragen aan: •
het voorkomen dat inwoners van de aangesloten gemeenten in financiële problemen komen of de weg naar financiële hulpverlening niet weten te vinden;
•
het aanbieden van kredietmogelijkheden voor inwoners van de aangesloten gemeenten die niet bij de commerciële reguliere handelsbanken een lening kunnen krijgen, eventueel om zo hun kredietwaardigheid te kunnen herstellen;
•
een stabiele financiële huishouding door het bevorderen dat cliënten hun inkomsten en uitgaven zodanig in balans krijgen en houden dat het ontstaan van betalingsachterstanden wordt voorkomen en dat bestaande betalingsachterstanden (kunnen) worden ingelopen;
•
het realiseren van een minnelijke, onderhandse regeling van schulden tussen cliënten in een (problematische) schuldsituatie en hun schuldeisers;
•
het realiseren van een oplossing voor cliënten met een problematische schuldsituatie waarbij de schuldeisers niet akkoord gaan met een minnelijke regeling van de schulden.
Door continu te werken aan de kwaliteit van de dienstverlening en het professionaliseren van de bedrijfsvoering wil de bank de dienstverlening op peil houden en waar mogelijk verbeteren. Het beleid van de bank richt zich op het bevorderen van een duurzame oplossing voor de klant, zowel waar het gaat om budgetbeheer als om indicatiestellingen en schulden oplossen.
Wat gaan we daarvoor doen? Schuldpreventie Schuldpreventie is een mix van maatregelen, activiteiten en voorzieningen, die erop gericht zijn dat mensen financieel vaardig worden en zich zo gedragen dat zij hun financiën op orde houden. Indicatiestelling Om een optimale dienstverlening te kunnen leveren wordt samen met de klant een inventarisatie van de schuldenproblematiek in de vorm van een Intake gedaan en op basis van hiervan opgesteld rapport wordt bekeken welke bankproducten het beste kunnen worden ingezet voor de beantwoording van de door de klant gestelde hulpvraag. Onder andere door de toepassing van de telefonische scan kan doelmatig worden geïndiceerd en/of doorverwezen. De gemeenten Rijssen-Holten, Oude IJsselstreek en Hengelo verzorgen de intake zelf. Stabilisatie en herstel financiële huishouding (budgetbeheer) De meeste financiële problemen van klanten zijn het gevolg van een structurele onbalans tussen inkomsten en uitgaven. Als rekeningen niet meer betaald kunnen worden, stapelen de problemen zich snel op, van 12
aanmaning tot deurwaarder. Met alle negatieve gevolgen van dien, zoals dreigende huisuitzetting, afsluiting van energie. Deze financiële onbalans vraagt om overzicht en inzicht. Door de inzet van budgetbeheer zijn de betaling van de primaire lasten en overige financiële verplichtingen van de klant gewaarborgd. In het geval van betalingsachterstanden kan in overleg met de klant een betalingsregeling worden getroffen. Daartoe wordt een budgetplan opgesteld, waarin balans wordt aangebracht tussen de inkomsten en uitgaven, waardoor weer financieel evenwicht ontstaat. De klant wordt ondersteund bij de uitvoering van het budgetplan en geadviseerd over aanvullende voorzieningen. Schulden oplossen Met het regelen van de schulden van de klant waarbij we met alle schuldeisers bemiddelen proberen we de schuldensituatie van de klant op te lossen. Vaak is de volledige betaling van de schuldenlast door bijvoorbeeld betalingsregelingen of herfinanciering niet mogelijk. In een minnelijk traject kijken we of een saneringskrediet of een schuldbemiddeling dan een oplossing biedt en verzorgen en monitoren dit vervolgens. Zoals al eerder in dit verslag benoemd focussen we op het saneringskrediet als instrument omdat dit voor een snellere schuldenrust bij klanten zorgt en duidelijkheid voor de schuldeisers.
Kredietverlening De kredietverlening is ten opzichte van commerciële banken aan de onderkant van de markt gepositioneerd. Als gemeentelijke kredietbank streven we niet naar een zo groot mogelijke kredietportefeuille, maar richten ons uit maatschappelijk oogpunt op een specifieke doelgroep. Uitgangspunt voor de tarieven is om deze onder de tarieven van de commerciële banken te positioneren.
Nazorg Voor alle klanten die een traject Stabilisatie en/of Schulden Oplossen succesvol hebben afgerond, biedt de Stadsbank nazorg aan. Het doel van nazorg is om de recidive te voorkomen. Binnen een jaar na de beëindiging van de aangeboden dienstverlening tracht de bank inzicht te krijgen in de financiële situatie van de klant na het succesvol uitstromen naar het zelfstandig beheren van de financiën. Als er sprake is van disbalans in de inkomsten en uitgaven, wijst de bank de klant op de mogelijkheden om de financiële situatie in evenwicht te brengen.
Additionele dienstverlening Dienstverlening op locatie In samenwerking met de deelnemende gemeenten, vrijwilligersorganisaties, scholen en overige ketenpartners wordt ingezet op het voorkomen en vroegtijdig signaleren van (dreigende) schuldsituaties. De bank brengt door gerichte voorlichtingsactiviteiten op scholen de risico’s en de gevolgen van schulden onder de aandacht. De Stadsbank fungeert op verzoek van gemeenten een (ondersteunende) rol in vroegsignalering. De medewerkers van de Stadsbank werken zoveel mogelijk op locatie in de deelnemende gemeenten.
13
Additionele dienstverlening (maatwerk) Naast de standaard dienstverlening verzorgt Stadsbank Oost Nederland voor een aantal gemeenten de dienstverlening op maat, vaak op locatie en met name in de vorm van een inloopspreekuur en werkzaamheden gericht op preventie. Inloopspreekuren vinden in de gemeenten Dinkelland, Lochem, Montferland, Oldenzaal, Oude IJsselstreek, Tubbergen en Winterswijk plaats. In de gemeente Twenterand wordt op locatie schulddienstverlening op maat aangeboden. Het opzetten van de samenwerking in het financieel ontzorgen van inburgeraars voor een groot aantal Twentse gemeenten valt ook ander deze additionele dienstverlening.
Resultaat Product Indicatiestelling Reguliere indicatiestelling Crisis-interventie Huisbezoek Multidisciplinair overleg Kredietverlening Kredietbeoordeling Verstrekte Sociale leningen Verstrekte Herfinancieringen Verstrekte Saneringskredieten Stabilisatie en Herstel Financiële Huishouding Opstart budgetbeheer Beëindiging budgetbeheer Actieve BBR per 31/12* waarvan Budgetzorg waarvan zelfbetalers Meerderjarigenbewind lopend* Meerderjarigenbewind nieuw Minnelijk schuldregelen Bemiddeling schuldregeling Beh. Standaard bet. Regeling*
Soort dienst
Realisatie
2022 Primaire begroting
2023 Primitieve begroting
Stand. Stand. Add. Add.
1.389 20 6
1.693 28 4
1.693 28 4
Stand. Stand. Stand. Stand.
1.622 528 43 368
1.531 527 43 365
1.531 527 43 365
Stand. Stand.
651 947 4.243 215 1.082 1.083 80
780 780 4.208 208 1.086 1.091 120
780 780 4.157 213 1.063 1.083 120
923 10
923 10
Stand. Stand. Stand. Stand. Stand.
834 10 248 1.000 169 18 1
777 276 28 1
733 276 28 1
Stand.
220
241
241
Add. Stand. Stand. Stand. Stand. Stand.
Gerealiseerde schuldbemiddeling* Beh. Standaard schuldbemiddeling* Voorlopige voorziening art. 284 Verklaring & Verzoekschrift art. 285 Dwangakkoord art. 287 a Moratorium art. 287 b Nazorg Nazorg * 'Begroot' - gemideld over het jaar 'Realisatie' - actueel per 31-12
2021
14
Wat mag het kosten?
Programma 2: Budgettaire lasten: Financieel-maatschappelijke dienstverlening en voorzieningen 2021 2022 2023 Primaire Primitieve Realisatie (Bedragen in €) Begroting Begroting Lasten 6.985.400 6.789.700 6.847.600 Baten 6.813.200 6.710.700 6.847.600 Saldo -172.200 -79.000 -
1.2.3. Prestatie-indicatoren effectiviteit Schuldhulpverlening De deelnemende gemeenten hebben in samenspraak met de Stadsbank prestatie indicatoren ontwikkeld, die vanaf 2017 worden gemonitord. In onderstaande tabel zijn de prestatie indicatoren opgenomen. Deze indicatoren worden voor de toekomst op nieuwe leest geschoeit e.a.a. afhankelijk van beslissingen over de ambities m.b.t. de nieuwe dienstverlening van de Stadbank. Bij PI-1 moet rekening worden gehouden met situaties waarin de Stadsbank wel de voorwaarden schept voor het houden van een gesprek binnen 4 weken, maar dat de termijn toch wordt overschreden door afzegging of niet verschijnen van de klant. Dit verklaart dat het percentage onder de 100% ligt.
Prestatie indicatoren
2020
2021
2022
2023
PI-1: Percentage klanten dat binnen 4 weken (3 dagen bij een crisissituatie) op het eerste gesprek is geweest.
88%
82%
82%
82%
PI-2: Percentage succesvol afgehandelde crisisinterventies.
86%
85%
85%
85%
PI-3: Percentage minnelijke trajecten waarbij akkoord is bereikt met de schuldeisers.
75%
74%
74%
74%
PI-4: Percentage klanten dat door middel van BBR binnen termijn van 3 jaar zelfstandig hun financiën kunnen beheren.
50%
46%
46%
46%
PI-5: Percentage succesvol afgeronde minnelijke schuldregelingen.
95%
95%
95%
95%
PI-6a: Recidieven: percentage klanten dat na een tussentijdse beëindiging van een minnelijke regeling binnen 1 jaar terug komt .
0,0%
0,1%
0,1%
0,1%
PI-6b: Recidieven: percentage klanten dat na succesvol afronden van een minnelijke regeling terug binnen 3 jaar komt .
0,1%
0,1%
0,1%
0,1%
15
1.3. Verplichte paragrafen 1.3.1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen en weerstandscapaciteit In het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is bepaald dat organisaties hun weerstandsvermogen, het vermogen om risico’s financieel op te vangen, in kaart moeten brengen. Het Algemeen Bestuur heeft de Beleidsnota Weerstandsvermogen en Risicobeheersing 2020 - 2023 vastgesteld. Hierin zijn de kaders en het beleid ten aanzien van weerstandsvermogen en risicobeheersing van de Stadsbank geactualiseerd voor de periode 2020 - 2023. De Algemene Reserve vervult voor de Stadsbank de functie van beschikbare weerstandscapaciteit (bufferfunctie) en heeft daarnaast ook de financierings- en bestedingsfunctie voor incidentele uitgaven. Vanuit deze context moet de Algemene Reserve een voldoende omvang hebben om de verschillende functies op adequate wijze te kunnen invullen. De omvang van de Algemene Reserve bij de Stadsbank moet dan uiteraard ook minimaal toereikend zijn om risico’s af te dekken. De weerstandscapaciteit wordt uitgedrukt in een ratio. Deze ratio wordt afgezet tegen een norm om een conclusie te kunnen trekken over het niveau van het weerstandsvermogen van de Stadsbank. Het Algemeen Bestuur heeft besloten dat de weerstandsratio minimaal de kwalificatie ‘voldoende’ moet hebben.
Daarbij is een tijdelijke beweging van twee jaar onder de ondergrens tussen 0,8 en 1,0 acceptabel, mits er daarna weer zicht is op herstel naar de kwalificatie ‘voldoende’. Aan de andere kant is een kwalificatie ‘ruim voldoende’ (tussen 1,4 en 2,0) voor een periode van twee jaar acceptabel, mits de ratio daarna weer terugvalt naar ‘voldoende’. Dit kan bijvoorbeeld door investeringen te doen of geprognosticeerde verliezen en/of een negatief resultaat op te vangen.
Weerstandscapaciteit per 31 december 2023 (bedragen in €) Reserves Algemene reserve Totaal
Bedrag 892.100 892.100
Integrale risicoanalyse Er wordt periodiek een integrale risicoanalyse gemaakt, aan de hand waarvan wordt bepaald of het weerstandsvermogen voldoende wordt geacht om deze risico’s te kunnen afdekken. Daarbij wordt de methodiek van ‘NARIS’ toegepast, die beproefd en gangbaar is binnen het vakgebied risicomanagement. Het doel van de integrale risicoanalyse is om de risico’s die bij de Stadsbank kunnen optreden expliciet te maken, regelmatig te actualiseren, proactief en bewust met risico’s om te gaan en de bijbehorende beheersmaatregelen af te wegen. Dit vormt de basis voor de jaarlijkse verantwoording naar het Algemeen
16
Bestuur in het ‘verslag financiële rechtmatigheid en risicomanagement’ en in de risicoparagraaf in de begroting en het jaarverslag. Bij de integrale risicoanalyse wordt een risico-inventarisatie gemaakt, waarbij expliciet aandacht is gegeven aan de mogelijke oorzaken van de risico’s. Deze oorzaken zijn onder meer te vinden op het politieke/bestuurlijke, organisatorische, juridische, technische, financiële, ruimtelijke of maatschappelijke vlak. Per risico is bepaald welke beheersmaatregelen van toepassing zijn. Daarbij is aangegeven in welke gevallen een claim op het weerstandsvermogen wordt gedaan om de risico’s af te kunnen dekken. Het beschikbaar weerstandsvermogen komt eind 2021 - na verwerking van het jaarresultaat - uit op €!971.100 bij een weerstandsratio van 1.11. Het beschikbare weerstandsvermogen wordt hiermee gekwalificeerd als voldoende (tussen 1,0 en 1,4). In de Primaire Begroting 2022 is besloten om het nadelig saldo van € 79.000 als gevolg van de uitvoering van het Businessplan Bewind ten laste te brengen van de Algemene Reserve, conform de gemaakte afspraken in het Businessplan. De Algemene Reserve komt daarmee uit op € 892.100. Hiermee correspondeert een weerstandsratio van 1.02, die in de bandbreedte ‘voldoende’ ligt. In deze Primitieve begroting 2023 en meerjarenraming 2024 - 2026 zijn verder geen mutaties in de Algemene Reserve geraamd.
Frauderisico-analyse Fraude en fraudepreferentie staan op de agenda van de directie en het managementteam. De Stadsbank heeft een integriteitsbeleid, een klokkenluidersregeling en functiescheiding in het betalingsverkeer geïmplementeerd. Er wordt continue aandacht besteed aan het vergroten van de bewustwording rondom fraudepreventie bij de medewerkers binnen de organisatie, waarbij gedrag en cultuur nadrukkelijk aan de orde komen. In de bedrijfs- en gedragscode, waaraan elke medewerker bij de Stadsbank zich moet conformeren, is een passage opgenomen over integriteit en het omgaan met vertrouwelijke informatie. Op basis van de interne frauderisicoanalyse zijn frauderisico’s geïdentificeerd en relevante interne controlemaatregelen gedefinieerd om deze frauderisico’s te mitigeren. Het gaat hierbij met name om de volgende frauderisicofactoren: • • • • • •
Het management doorbreekt maatregelen van interne beheersing; Corruptierisico’s in zakelijke relaties met klanten, leveranciers en tussenpersonen; Onrechtmatige betalingen naar/van/door klanten, leveranciers of eigen medewerkers; Onrechtmatige declaraties; Kosten worden doorgeschoven; Europese en interne aanbestedingsrichtlijnen worden niet nageleefd om gunning aan een bevriende partij over te maken.
Ter voorkoming van de hierboven vermelde frauderisicofactoren zijn in de bedrijfsvoering onder meer de volgende maatregelen genomen: • • •
Integriteit is een absolute voorwaarde in het aannamebeleid van personeel en is opgenomen in de bedrijfs- en gedragscode; Meldplicht voor nevenactiviteiten van directie, management en/of werknemers; Zero-tolerance beleid ten aanzien van bewuste niet-naleving van wet- en regelgeving; 17
• • • • • •
•
•
Voorlichting over fraude-awareness aan personeel in team-overleggen, bankbijeenkomsten en in praktijksimulaties; Faciliteren van mogelijkheden voor medewerkers om veilig en anoniem integriteitsmeldingen of klachten te melden bij een onafhankelijk vertrouwenspersoon; Controle en functiescheiding in de geautomatiseerde verwerking van declaraties door personeel; Hanteren van 2-factor authenticatie voor toegang tot de werkomgeving van de Stadsbank (waaronder systemen en applicaties); Controle op de toepassing van functiescheiding in processen met de (grootste) integriteitsrisico’s, waaronder het betalingsverkeer en inkoopproces en het hierbij hanteren van het 4-ogen principe; Beperkingen in het delegatie- en mandaatbesluit en het proces van het betalingsverkeer waarborgen dat niet zelfstandig (grote) bedragen naar derden of zichzelf kunnen worden overgemaakt; Hanteren van een inkoopdossier per inkoop/aanbesteding en het volgen van een checklist met bijbehorende documenten op basis van de geldende wet- en regelgeving en toepassen van interne controle hierop; Functiescheiding in het contractenbeheer, de geautomatiseerde verwerking van facturen en de matching hiertussen.
Informatiebeveiliging en privacy Voor de beheersing van de informatiebeveiliging en privacy wordt structurele capaciteit ingezet voor de functies Chief Information Security Officer (CISO), de Security Officer (SO) en de Functionaris Gegevensbescherming (FG). De Stadsbank voldoet aan de relevante wet- en regelgeving op deze terreinen, waaronder de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) en de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en implementeert de BIO maatregelen vanaf de invoering. De maatregelen worden doorlopend gemonitord in een beheerstool (ISMS) en jaarlijks door de CISO verantwoord aan het Dagelijks Bestuur. De CISO legt in de ‘verklaring van toepasselijkheid BIG/BIO’ jaarlijks verantwoording af aan het Dagelijks Bestuur over de implementatie van maatregelen die passend zijn voor de Stadsbank, als ook om restrisico’s goed te keuren en formele goedkeuring te verkrijgen voor de implementatie van de passende maatregelen. Met partners die persoonsgegevens verwerken zijn verwerkingsovereenkomsten gesloten, waarvan een verwerkingsregister wordt bijgehouden. Ook wordt een procedure gehanteerd voor het melden van incidenten en datalekken en worden de nodige vervolgacties genomen. Indien van toepassing worden datalekken gemeld aan de Autoriteit Persoonsgegevens.
De medewerkers van de Stadsbank worden continue bewust gemaakt van de risico’s die kunnen optreden bij het onzorgvuldig omgaan met persoons- en bedrijfsgegevens en de gevolgen die dit met zich meebrengt. Dit gebeurt onder meer door voorlichtingssessies en praktijksimulaties (mystery guest, phishing mails). Met de leveranciers van de ICT-omgeving zijn afspraken gemaakt over het beschermen van data en (persoons)gegevens tegen cybercriminaliteit en datalekken. Daarbij worden ook de dragers van persoonsen bedrijfsgegevens beschermd tegen datalekken (denk aan mobiele telefoons en laptops). Voor schade door cybercriminaliteit is een cyberrisicoverzekering afgesloten. 18
Actuele ontwikkelingen met risico’s Een aantal actuele ontwikkelingen in de organisatie brengen mogelijk in de toekomst kosten met zich mee die nu nog niet kwantificeerbaar zijn, omdat het onzeker is of en in welke mate deze kosten optreden: •
• • •
Aansluitend bij de nieuwe strategische koers zijn binnen de organisatie managementontwikkelingen die er mogelijk toe leiden dat er voor een komende periode moet worden gezocht naar interim-oplossingen; Er is momenteel sprake van een aantal langdurige zieken. Vooralsnog wordt er van uit gegaan dat herstel voor aanvang van het begrotingsjaar 2023 aan de orde is. Er is op dit moment sprake van onzekerheid in het aantal af te nemen diensten door gemeenten. De gevolgen van Corona blijven tot nu toe moeilijk te voorspellen; Bij het vormgeven van de samenwerking met de markt is in de voortgangsrapportage over het Businessplan Bewind aangegeven dat er gewerkt wordt met een flexibele schil van zzp’ers bij langdurige ziekte en opvang van zwangerschap. Met name het personeelstekort in de bewindvoeringsmarkt is een belemmering om snel op een adequate wijze tijdelijke vervanging te realiseren. Mocht er geen beroep worden gedaan op deze pool, dan is er in enige mate sprake van beperkte kosten;
Overige risico’s •
Er zouden financiële risico’s kunnen optreden, als de Stadsbank voor een deel van haar activiteiten vennootschapsbelasting moet afdragen op de hiermee behaalde ‘winst’. De Stadsbank is in de huidige situatie voor haar activiteiten vrijgesteld van vennootschapsbelasting.
•
Vanaf 2019 wordt bij de Belastingdienst formeel bezwaar aangetekend tegen de btw-heffing op beschermingsbewind om de rechten van de Stadsbank in dit kader zeker te stellen. Dit gebeurt onder begeleiding van een gespecialiseerd fiscaal adviesbureau, op basis van de uitgevoerde btwscan bij de Stadsbank. Uit voorzichtigheidsoverwegingen wordt het huidige regime voortgezet, waarbij btw-heffing op beschermingsbewind wordt gecontinueerd. De uitkomsten van het bezwaar en de financiële consequenties hiervan zijn nog onzeker. De Stadsbank zal evenwel geen risico lopen op een mogelijke naheffing, mocht de Belastingdienst uiteindelijk besluiten tot een vrijstelling. Het bedrag van de vrijstelling is immers hoger dan de aanvullende btw-aftrek.
Bestemmingsreserves Het Algemeen Bestuur heeft bij de vaststelling van de ‘Nota Reserves en Voorzieningen 2019’ besloten om bestemmingsreserves op te heffen en de Algemene Reserve als enige reserve te handhaven. De Algemene Reserve vervult naast de functie van buffer ook de financierings- en bestedingsfunctie voor incidentele uitgaven. Voorzieningen De bank heeft een aantal voorzieningen opgenomen. Voorzieningen worden ingesteld als er sprake is van een te kwantificeren financiële verplichting of financieel risico. Daarnaast kunnen tot voorzieningen ook gerekend worden de van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden. De stand van de voorzieningen bedraagt € 33.600 per 31-12-2023. 19
Financiële kengetallen In het gewijzigde artikel 11 van het BBV zijn er onder het tweede lid twee onderdelen toegevoegd: kengetallen en beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. De financiële kengetallen zijn een uniforme set van kengetallen die een beter inzicht geven in de financiële posities van de gemeenten en provincies, en daarmee ook informatie over de weer- en wendbaarheid van hun begrotingen. De volgende vijf kengetallen moeten volgens het BBV in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing worden opgenomen: • • • • •
Netto schuldquote en Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; Solvabiliteitsratio; Grondexploitatie; Structurele exploitatieruimte; Belastingcapaciteit.
De eerste twee kengetallen zijn in deze Primitieve begroting 2023 gepresenteerd. De overige kengetallen zijn niet van toepassing voor de Stadsbank, als gemeenschappelijke regeling voor schuldhulpverlening. De berekening van de kengetallen is conform de ministeriële richtlijnen voor de wijze waarop kengetallen worden vastgesteld en opgenomen in de begroting en het jaarverslag van provincies en gemeenten (Stcrt. 2015, 20619).
K engetallen Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio
Begroting 2022
2021
2023
2%
5%
4%
35%
37%
36%
6%
7%
6%
NETTO SCHULDQUOTE De netto schuldquote geeft de verhouding tussen het niveau van de schuldenlast en de eigen middelen. Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden geeft inzicht in wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. Normaal bevindt de netto schuldquote van een gemeente zich ergens tussen de 0% en 100%. De netto schuldquote van de bank bevindt zich ver onder de kritische grens van 130% die de VNG voorschrijft.
SOLVABILITEITSRATIO De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De bank heeft over een langere periode een stabiele solvabiliteitsratio. 20
1.3.2. Onderhoud kapitaalgoederen Eén van de basiselementen voor de financiële positie van de bank zijn de kapitaalgoederen en de onderhoudsstaat. Tot de kapitaalgoederen worden gerekend de gebouwen en de terreinen die in eigendom van de bank zijn. Het Onderhoudsplan wordt jaarlijks geactualiseerd. De kosten kunnen worden gedekt uit de Voorziening Onderhoud gebouwen en installaties. Ook zijn voor de komende jaren een aantal vervangingsinvesteringen in beeld gebracht. Deze worden jaarlijks opgenomen in de Meerjarenbegroting.
1.3.3. Financiering Voor de uitvoering van de programma’s zijn financiële middelen nodig. Hierin wordt o.a. via de treasuryfunctie en de declaraties voor verleende diensten voorzien. Het Treasurystatuut van de bank geeft de beleidsmatige infrastructuur weer voor het uitvoeren van de treasuryfunctie. Het doel is om de kwaliteit van de uitvoering te verhogen. Uitvoering treasury In het door de bank vastgestelde Treasurystatuut is aangegeven dat een verantwoord en adequaat beheer van de financiële middelen wordt onderkend. Voor het begrotingsjaar 2023 gaan we vooralsnog uit van een totaal van € 108 miljoen aan binnenkomende gelden. Aan girale betalingen zal er € 103 miljoen uitgaan. Dit is afhankelijk van de ontwikkelingen betreffende automatische incasso bij de klanten. Ontwikkeling leningen Het uitstaande saldo op de uitstaande leningen is bij het samenstellen van de begroting ongeveer €!3,9 miljoen. Ter dekking van de risico’s beschikt de bank over een Voorziening Risico Leningen (afwaardering leningen zonder borg in 2021 was € 184 duizend). Bij het samenstellen van de begroting zijn er 4 langlopende leningen met betrekking tot de huisvesting met een uitstaand saldo van circa € 1 miljoen. Ontwikkeling kortlopende verplichtingen Door de bank wordt circa € 8,8 miljoen aan banktegoeden van klanten beheerd voor activiteiten op de korte termijn.
Naast deze gelden is voor bancaire activiteiten een bedrag van ongeveer € 1,4 miljoen aan inleggelden van de deelnemende gemeenten beschikbaar. De beschikbare liquide middelen bedragen ongeveer € 9 miljoen. Van de liquide middelen valt een bedrag van circa € 150 duizend onder bankmiddelen. De overtollige middelen van de Stadsbank kunnen uitsluitend aangehouden worden in de schatkist (per ultimo 2021 was dat circa € 550 duizend). De overige liquide middelen zijn derden gelden en vallen niet onder het verplichte schatkistbankieren. Er bestaat op dit moment geen noodzaak tot het aantrekken van vreemd vermogen. 21
Toezicht Provincie De provincie heeft beleidskaders vastgesteld voor het houden van toezicht op de financiën van de gemeenschappelijke regelingen. Er is een wettelijke inzendplicht voor de begroting en jaarstukken. Daarnaast wordt aan het eind van elk kwartaal de staat van kasgeldlimiet opgemaakt, die betrekking heeft op de netto vlottende schulden. Bij een overschrijding van de kasgeldlimiet wordt de provincie op de hoogte gesteld. Kasgeldlimiet Het risico op kortlopende financiering wordt beperkt met een zogenoemde kasgeldlimiet op basis van de wet Financiering decentrale overheden (Fido). Dit houdt in dat de totale omvang van de vlottende schuld maximaal 8,2% van de batenkant van de begroting mag zijn. Het begrotingstotaal voor 2023 komt uit op €!11,4 miljoen. De kasgeldlimiet voor 2023 komt uit op circa € 935 duizend. Bij het samenstellen van de begroting is er sprake van een overschot aan vlottende middelen, waardoor de ruimte dus groter is dan de genoemde limiet. De verwachting is dat hierin in het begrotingsjaar 2023 geen verandering komt. Renterisiconorm De Wet Fido stelt voor gemeenten ook de renterisiconorm vast. Elk jaar mag maximaal 20% van de omvang van de vaste schuld geherfinancierd worden. Doelstelling van de renterisiconorm is dat gemeenten hun leningenportefeuille zo moeten spreiden, dat de te lopen renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden gespreid.
Door de ontwikkelingen in de budgetbeheerrekeningen zijn er mogelijkheden om de leningen met eigen middelen te financieren. De behoefte aan vreemd vermogen door het aangaan van langlopende geldleningen neemt daardoor af. Er zijn met betrekking tot de langlopende schulden geen problemen te verwachten in het kader van de wet Fido. Renteschema De BBV stelt vanaf 2018 nieuwe eisen aan de verbonden partijen. Het gaat hierbij onder meer om de opname van de renteomslag volgens het onderstaande renteschema: Renteschema 2023 (bedragen in €) a. b.
de externe rentelasten over de korte en lange financiering de externe rentebaten over de korte en lange financiering Saldo rentelasten en rentebaten
c1. De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend c2. De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden doorberekend c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken, die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente d1. Rente over eigen vermogen d2. Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e. f.
De aan taakvelden toe te rekenen rente (renteomslag) Renteresultaat op het taakveld treasury
40.700
40.700 n.v.t. n.v.t. 40.700 40.700 n.v.t. n.v.t. -
22
Ontwikkeling EMU-saldo Het EMU-saldo is het saldo van inkomsten en uitgaven op transactiebasis in een bepaalde periode. Hieronder wordt de ontwikkeling hiervan weergegeven in de meerjarenbegroting: Berekening EMU-saldo 1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
2022
2023
2024
2025
2026
-
-
-
-
-
2 Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
330.400
358.400
365.000
356.400
379.700
3 Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie
74.000
74.000
74.000
74.000
74.000
4 Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd
-114.100
-443.200
-538.200
-315.600
-328.300
5 Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4
-
-
-
-
-
6 Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord
-
-
-
-
-
7 Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)
-
-
-
-
-
8 Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord
-
-
-
-
-
9 Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen
-
-
-
-
-
10 Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten
-
-
-
-
-
11 Verkoop van effecten: a Gaat u effecten verkopen? (ja/nee) bZo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie?
-
-
-
-
-
290.300
-10.800
-99.200
114.800
125.400
Berekend EMU-saldo
1.3.4. Verbonden partijen De Stadsbank Oost Nederland heeft geen verbonden partijen maar is wel verbonden partij van de aangesloten gemeenten.
23
1.3.5. Bedrijfsvoering De paragraaf bedrijfsvoering geeft inzicht in de stand van zaken en de beleidsvoornemens rond de bedrijfsvoering van de Stadsbank. Dit betreffen zowel de beleidsmatige (primaire) processen als de ondersteunende (secundaire) processen en de sturing en beheersing ervan. De bedrijfsvoering vindt plaats onder eindverantwoordelijkheid van de directeur, die wordt bijgestaan door een Managementteam. De focus ligt op het ‘werken in het zicht van de deelnemende gemeenten’ en de deelname aan de lokale netwerkstructuren binnen een gemeente, die bijdragen aan de nieuwe antwoorden die gemeenten formuleren voor de opgaven in het sociale domein en de schuldhulpverlening. De primaire werkprocessen zijn gericht op klantvriendelijkheid, snelle doorlooptijden, één aanspreekpunt voor de klant en kwalitatief hoogwaardige dienstverlening op basis van maatwerk, zoveel mogelijk op locatie dichtbij de klant. De visie van de adviserende, ondersteunende en faciliterende stafafdeling Bedrijfsvoering is gericht op het continu blijven bouwen aan een kleine compacte hoogwaardige afdeling waarbij voornamelijk regie wordt gevoerd en zo veel mogelijk zaken worden uitbesteed. De ondersteunende werkprocessen zijn o.a.
gericht op investeringen in ICT (bijvoorbeeld het permanent bewaken van een veilige ICT-omgeving), het creëren en borgen van een prettige en plezierige werkomgeving en de uitvoering van adequaat Planning en Control en HR-beleid.
Personeelsbeleid Algemeen Het personeelsbeleid van de Stadsbank is gericht op vakmanschap, vertrouwen, verantwoordelijkheid en vrijheid. Dit is vertaald naar vijf speerpunten: duurzame inzetbaarheid, verzuimreductie, vakmanschap, medewerker aan zet en P&O als strategisch partner. Formatie Voor de begroting 2023 is gerekend met een formatie van 125,3 fte (141 medewerkers) Ziekteverzuim medewerkers met een vaste aanstelling De stadsbank rekent in de begrote capaciteitsplanning met een verzuimpercentage van 5%. Het werkelijke ziekteverzuim is de laatste jaren hoger uitgevallen waardoor er op diverse posities tijdelijk moest worden ingehuurd. Er wordt vooralsnog voor de begroting 2023 niet uit gegaan van een verzuimpercentage hoger dan 5 % : klopt dat zoals ik dat stel?
Doelmatigheid en rechtmatigheid
Gedurende het jaar worden steekproefsgewijs controles verricht door het team Interne Controle van de afdeling Bedrijfsvoering & Advies. Alle bedrijfsprocessen worden zo efficiënt mogelijk en volgens de voorschriften uitgevoerd. De medewerkers van de bank maken hierbij gebruik van diverse instructies en handleidingen. De kwaliteitscontrole vindt op verschillende inputgegevens en sturingsindicatoren plaats. Afwijkingen 24
van de norm worden geregistreerd en hierover wordt gerapporteerd naar de betrokkenen. Naar aanleiding hiervan kunnen herstelacties plaatsvinden. Indien van toepassing worden de (werk)processen hierop aangepast. Om de doelmatigheid en de rechtmatigheid te borgen zijn door de organisatie de volgende maatregelen getroffen: 1. Doelmatig aanwenden financiële middelen
Afsluiten van kortlopende inkoopcontracten en verdergaande digitalisering en automatisering van processen. Bij het afsluiten van flexibele arbeidscontracten rekening houden met de autonome ontwikkelingen van de dienstenafname. 2. Inzicht in de doelmatigheid
Koppeling van het dienstenaanbod aan formatie en exploitatie. Door middel van een dashboard op medewerkersniveau inzicht geven in de ontwikkelingen van de sturingsindicatoren van de primaire processen. Tweemaandelijks op managementniveau rapporteren over de formatieve en financiële situatie en ontwikkeling van de Stadsbank.
3. Doelmatige verkrijging van middelen
Er is momenteel geen sprake meer van overtollige liquide middelen. De deposito’s die in het verleden bij de ABN- AMRO werden aangehouden zijn zoveel mogelijk ingezet voor het borgen van een solide liquiditeitspositie. Volledig aanhouden in deposito zou leiden tot negatieve rente. 4. Inzicht in de rechtmatigheid
De interne controle is uitgewerkt, conform het door het Algemeen Bestuur vastgestelde Controleprotocol van de bank. Op basis hiervan verricht de accountant een interim-controle in het najaar en rapporteert hierover in de Managementletter aan het management en het Dagelijks Bestuur. Daarnaast maakt de accountant een Verslag van Bevindingen, naar aanleiding van de controle van de jaarrekening.
25
Overige Bedrijfsvoeringsaspecten
a. Organisatiestructuur
Organisatiestructuur Stadsbank Oost Nederland per 31-12-2021
De organisatie van de Stadsbank is integraal rondom de klant georganiseerd. Er zijn integrale klantteams met klantmanagers gevormd, waarin de verschillende disciplines van de dienstverlening zijn gebundeld. Meerdere klantteams vormen samen een gebiedsteam, die per regio zijn ingedeeld. Deze gebiedsteams worden aangestuurd door twee managers. Daarnaast is er een afdeling beschermingsbewind, die ook wordt aangestuurd door een manager. De gebiedsteams en afdeling beschermingsbewind worden ondersteund door een stafafdeling Bedrijfsvoering.
b. Administratieve organisatie en interne controle De (werk)processen zijn ingericht op basis van het actuele dienstverleningsmodel en het actuele handboek Administratieve Organisatie. De interne controle is geïntensiveerd, waarbij gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden van automatisering van zowel processen als controles.
26
c. Informatie en automatisering Het technisch beheer en de infrastructuur zijn voor het grootste gedeelte bij externe partners ondergebracht. Het Applicatiebeheer vindt plaats in eigen beheer. Er zijn in de overeenkomsten met partners afspraken gemaakt over het beschermen van data en gegevens tegen cybercriminaliteit en datalekken. Daarbij zijn ook de alle dragers van persoons- en bedrijfsgegevens beschermd tegen datalekken (denk aan mobiele telefoons en laptops).
d. (Management)informatievoorziening Er worden tweemaandelijkse managementrapportages opgesteld, waarbij in één oogopslag de ontwikkeling van de belangrijkste stuurindicatoren is weergegeven, met daarachter toelichtende overzichten. Daarnaast vindt een verdere digitalisering van de informatievoorziening plaats. De managementinformatie en inrichting van dashboards worden in 2022/2023 doorontwikkeld.
e. Informatiebeveiligingsbeleid en privacy De Stadsbank moet voldoen aan de wijzigingen in de relevante landelijke en Europese wet- en regelgeving op deze terreinen. Hierbij wordt aangesloten bij de modellen die in het kader van de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) zijn opgesteld. Er wordt een digitale tool ingezet om de maatregelen in de informatiebeveiliging en privacy permanent te kunnen beheersen, monitoren, evalueren en aan te passen/actualiseren.
De Stadsbank past de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) toe. In het verwerkingsregister worden de overeenkomsten geregistreerd met afspraken over de verwerking van persoonsgegevens door leveranciers/partners (verwerkingsovereenkomsten). Ook wordt een procedure gehanteerd voor het melden van incidenten en datalekken. Voor de beheersing van de informatiebeveiliging en privacy wordt structurele capaciteit ingezet voor de functies Chief Information Security Officer (CISO), de Security Officer (SO) en de Functionaris Gegevensbescherming (FG).
27
2. Financiële begroting 2.1. Overzicht van Baten en Lasten in de begroting 2023 Programmarekening Jaarrekening 2021
Primair 2022
Primitief 2023
Programma 1: Financieel-maatschappelijke dienstverlening/voorzieningen Subtotaal
6.702.100
6.299.100
6.362.900
6.702.100
6.299.100
6.362.900
Algemene dekkingsmiddelen
-
-
-
4.746.200
4.676.700
5.084.500
Heffing VPB
-
-
-
Bedrag onvoorzien
-
-
-
11.448.300
10.975.800
11.447.400
Programma 1: Financieel-maatschappelijke dienstverlening/voorzieningen Subtotaal
11.236.100
10.896.800
11.447.400
11.236.100
10.896.800