CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

12 Kadernota Toekomst Openbaar Lichaam Crematoria Twente (OLCT) - Bijlage 1 - Nota Standpuntbepaling OLCT

Gemeenteraad 25 oktober 2021, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Kadernota Toekomst Openbaar Lichaam Crematoria Twente4.775 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hoort bij raadsbesluit nr. 1121 van 25 oktober 2021, de griffier,

H.B.

Subtitel

Standpuntbepaling OLCT (Crematoria Twente BV)

1.

Aanleiding

Onze gemeente is samen met andere regionale gemeenten deelnemer in Openbaar Lichaam Crematoria Twente (OLCT). Deze publieke organisatie bezit alle aandelen in de private organisatie Crematoria Twente BV. Onze deelneming in OLCT en via OLCT in Crematoria Twente BV staat ter discussie. Binnen het Algemeen Bestuur (AB) van OLCT is de vraag gesteld of de gemeenten nog wel op dit terrein actief moeten blijven. Kadernotitie van het Algemeen Bestuur Binnen OLCT heeft een werkgroep de opdracht gekregen om een Kadernotitie op te stellen, die aan gemeenten handvatten moet bieden om stelling in te nemen. Deze kadernotitie is inmiddels aangeboden. Aan alle gemeenten is gevraagd om aan te geven of we op gelijke voet verder willen, in een andere constructie verder willen of niet meer willen deelnemen in crematoria. Doel in inhoud van deze memo In deze memo beogen we de informatie aan te reiken, die nodig is om een antwoord te vinden op de vraag of wij bestuurlijk betrokken willen blijven bij de crematoria in Twente. De bouwstenen voor het antwoord op de vraag delen wordt hieronder uiteengezet.

2.

Hoofdvraag en vervolgvragen

De hoofdvraag is: wil gemeente Oldenzaal bestuurlijk betrokken blijven bij de crematoria in Twente? Deelvragen: 1. is er sprake van een publieke taak die onze aandacht verlangt? 2. zijn er andere belangen die ons motiveren om deelnemer te blijven? 3. als we deelname waardevol blijven vinden is de vraag: heeft de huidige of een andere organisatiestructuur onze voorkeur?

Bevoegd orgaan en proces OLCT is een collegeregeling. Dat betekent dat het college de besluiten neemt en desgewenst de raad bevraagt en/of informeert. De Wet op de Gemeenschappelijke Regelingen geeft ook aan, dat de raad een zienswijze moet kunnen inbrengen als het gaat om besluiten, die het starten of beëindigen van een deelneming in een GR betreffen. Deze nota geeft de bouwstenen voor een collegestandpunt en geeft tevens bouwstenen voor de zienswijze van de gemeenteraad.

3.

Informatie

Algemeen en historisch De Kadernotitie van de werkgroep toekomst Crematoria is het basisdocument voor de discussie. Deze informatie is hierop gebaseerd, maar beoogt niet de notitie te vervangen. Aan de orde komt wat u minimaal zou moeten weten om een oordeel te kunnen vormen. Wanneer spreken we van een publiek belang Een publiek belang is een maatschappelijk belang, dat de overheid selecteert om te behartigen vanuit de overtuiging dat het niet goed bediend zou worden zonder overheidsingrijpen. Er moet sprake zijn van een maatschappelijk belang. Uitgangspunt zoals de raad deze heeft vastgesteld in het Beleidskader Verbonden Partijen 2011, is dat wij alleen deelnemen in een verbonden partij indien

5

daarmee een publiek belang wordt gediend. De vraag wat onder ‘publiek belang’ wordt verstaan, is niet in het algemeen te beantwoorden. In voorkomende gevallen kiest ook de wetgever er voor om dit begrip niet concreet in te vullen. Het begrip is bovendien voortdurend onderhevig aan veranderende inzichten over rol en taak van de overheid. Het antwoord moet vanuit die optiek dan ook door de gemeente zelf worden gegeven. De historie; er was bij de oprichting sprake van een publiek belang Voor we tot een keuze komen is het van belang te beseffen dat gemaakte keuzes in het verleden geleid hebben tot de actuele positie van Crematoria Twente. Crematoria Twente bestaat 50 jaar en startte in 1971 als publieke organisatie, een initiatief van de gemeenten in de regio Twente en Achterhoek. Op dat moment waren er geen investeerders te vinden voor het project, terwijl er wel publieke behoefte was aan een alternatief voor begraven. Dit is de klassieke invulling van een publiek belang. Toen was publiek eigenaarschap nog niet ter discussie. Veel crematoria waren ook nog in overheidshanden. In 2000 hebben de gemeenten tot de huidige structuur besloten. Een publieke organisatie, OLCT, werd enig publiek aandeelhouder van de op afstand gezette private organisatie Crematoria BV, toen nog CTON BV geheten.

De reden van het wegzetten van de bedrijfsvoering in een private organisatie is: meer slagkracht voor de BV, kortere beslislijnen in de operationele sfeer en afscherming van de overheid voor de risico’s van de exploitatie van de BV. Als 100% aandeelhouder kan OLCT zelf beslissen op welke beslissingen ze wel invloed wil blijven uitoefenen. De laatste toekomstdiscussie heeft in 2012 plaatsgevonden, waarbij de vraag was hoe de dienstverlening het beste aan zou sluiten bij de wensen van de inwoners. De uitkomst was dat het wenselijk was om te investeren in 3 doelen: 1. hoger niveau van dienstverlening; 2. de bestaande accommodaties verbeteren (Enschede en Almelo); 3. beter spreiding in de regio en voorkoming van concurrentie, leidend tot de bouw van crematoria in Oldenzaal en Borne Toen was al bekend, dat dit meerkosten zou veroorzaken ten opzichte van de bestaande situatie met 2 crematoria. De financiële situatie van Crematoria Bij de keuze handhaven of afstoten spelen niet alleen ideologische motieven. Ook Financiën spelen een rol. En daarmee de vraag of we in de toekomst kunnen blijven rekenen op een gezonde organisatie met winstuitkering voor gemeenten of - als we dat liever zouden willen – lagere tarieven voor onze inwoners. De financiële gegevens van Crematoria Twente BV zijn bij het college bekend.

Openbaarmaking zou schadelijk kunnen zijn voor de BV, omdat concurrentiegegevens daarmee voor een ieder inzichtelijk zouden worden. Raadsleden van de gemeente Oldenzaal kunnen bij de griffie inzage krijgen in een duiding van de financiële positie van Crematoria Twente BV. De BV heeft over vele jaren een eigen vermogen opgebouwd. De banken stellen eisen aan het eigen vermogen/solvabiliteit. Als de 30%-eis van de banken in gevaar komt, kan geen dividend worden uitgekeerd. Dividend heeft twee voorwaarden: er moet winst gemaakt worden en het eigen vermogen moet boven de minimale grens van 30% blijven. Door fors te investeren in uitbreiding en vernieuwing van locaties hebben we bewust mede besloten dat de winstgevendheid nu een paar jaren onder druk staat en dat dividend even geen structureel karakter kan hebben. We hebben bepaald dat dienstverlening aan de inwoner en een financieel gezonde organisatie boven het belang van dividenduitkering gaat. De winst staat ook onder druk omdat er in de rand van het werkgebied nieuwe crematoria zijn gekomen in Aalten, Haarlo, Nijverdal en Hardenberg. In deze gebieden kiest een deel van de 6

potentiële afnemers voor deze vestigingen. Na afronding van de laatste verbouwing in Enschede heeft de omzet zich hersteld. De realiteit is, dat vanaf 2020 de door de investeringen veroorzaakte kosten dalen door het snel aflossen van leningen, met als gevolg dalende rentekosten. Structureel zullen de lasten van gebouwen en personeel wat hoger zijn, dan in het verleden met de 2 vestigingen. De verwachting is dat er op korte termijn weer dividend wordt uitgekeerd. Een resultaatverstoorder is de Vennootschapsbelasting (Vpb). Sinds men vanaf 2016 Vpb-plichtig is zorgde dit voor resultaatschommelingen als gevolg van wijzigende fiscale regelgeving. Crematoria heeft geen apart fiscale jaarrekening en moet dus in haar bedrijfseconomische jaarrekening fiscale regels hanteren. Regelgeving leidde in 2018 tot een fors fiscaal verlies en in 2020 weer tot een fors positief resultaat. Vanaf 2021 verwacht Crematoria Twente BV toenemende winst en dividenden. Risico’s Er zijn voor ons als gemeente nauwelijks risico’s aanwezig, omdat we niet aansprakelijk zijn voor de resultaten van de BV. De BV kent wel enkele bedrijfsvoeringsrisico’s, maar heeft hier maatregelen voor getroffen. Onze inschatting is dat de bedrijfsvoering ook met de nieuwe investeringen rendabel blijft en dat risico’s dit beeld niet gaan verstoren. Ons aandeel in crematoria We hebben geen vast aandeel in OLCT of Crematoria BV.

De jaarlijkse dividenden worden verdeeld conform het aantal crematies per deelnemende gemeente. Ons aandeel in 2021 op basis van de cijfers 2020 is dan 275/4.059 = 6,7%. Dit vertegenwoordigt een fictieve intrinsieke waarde (eigen vermogenswaarde) in Crematoria BV van € 670.000. In de meerjarenprognose 2021-2030 verwacht Crematoria Twente BV een gemiddeld resultaat uit gewone bedrijfsvoering van € 450.000. Ze verwacht hiervan dit jaar slechts € 50.000 dividend van te kunnen uitkeren. In 2030 loopt de prognose op tot € 700.000. Ons aandeel zou dan € 47.000 kunnen worden.

4.

Beleidsuitgangspunt voor de continueringsvraag

Bestaand beleidskader Het “Beleidskader Verbonden partijen 2011”vormt het bestaande beleidskader. Dit kader geeft aan dat we een deelneming afstoten als een verbonden partij niet meer de beste optie is voor het bereiken van de gemeentelijke doelen of uitvoeren van de gewenste prestaties. Het beleidskader gaat onder paragraaf 3.1 expliciet in op beëindiging van de deelname aan een verbonden partij.Er kunnen zich feiten en omstandigheden voordoen die nopen tot heroverweging van de relatie met de verbonden partij. Dat kan leiden tot beëindiging van de deelname in, opheffing van of vervreemding van de (aandelen in) de verbonden partij. De belangrijkste omstandigheden die hiertoe aanleiding kunnen geven, zijn: a) wijziging van de doelstelling van de verbonden partij; b) wijziging in het voortbestaan en de eigenstandigheid van de verbonden partij als gevolg van fusie of integratie; c) negatieve ontwikkelingen en daardoor verhoogd risico t.a.v. het weerstandsvermogen; d) een verbonden partij is niet meer de beste optie voor het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten en prestaties; e) afwijking van de overeengekomen activiteiten en prestaties; f) realisatie van de voorgenomen activiteiten en prestaties.

7

Feitelijk doet 1 van deze omstandigheden zich op dit moment en al sinds geruime tijd voor. a) de doelstelling van OLCT/CT is niet gewijzigd; b) er spelen geen fusies; c) er zijn geen ontwikkelingen die een verhoogd risico voor ons als gemeente inhouden; d) de activiteiten en prestaties kunnen in principe aan de markt overgelaten worden; e) de overeengekomen activiteiten en prestaties wijken niet af; f) aan de prestaties van crematoria Twente, aan het nut van het cremeren wordt niet getwijfeld. Begraven ten opzichte van cremeren Ons gemeentelijk beleid is gericht op het kunnen begraven van overleden inwoners. Dit komt voort uit onze wettelijk plicht om begraven mogelijk te maken. In de wet staat niet, dat wij ook zorg moeten dragen voor de mogelijkheid om cremeren aan te kunnen bieden. De wet verplicht ons om 2 vierkante meter grond aan nabestaanden aan te bieden, waar begraven kan plaatsvinden. Wij doen echter veel meer. Voor begraven hebben wij begraafplaatsen ingericht, die het karakter van een park of tuin hebben. Dit is wat inwoners van ons verwachten. De gemeenteraad heeft bepaald, dat het onderhoudsniveau van begraafplaatsen op het gelijke niveau is vastgesteld dan het onderhoudsniveau in het centrum, maar op een hoger niveau is vastgesteld dan de overige openbare ruimte, waar we voor verantwoordelijk zijn.

Kortom: we doen hier meer dan onze wettelijke taak, omdat inwoners dit van ons verwachten. Crematie geen gemeentelijke doelstelling Cremeren vinden we niet terug in de gemeentelijke begroting. Er zijn geen doelstellingen geformuleerd. Zoeken in de gemeentelijke begroting geeft niet één hit. Er is zelfs geen beleidsmedewerker te vinden, die zich ook maar enigszins verantwoordelijk voelt voor dit beleidsterrein. Aan de belangrijkste voorwaarde voor blijvende bemoeienis met cremeren wordt niet voldaan.

5.

Verwantschap met andere beleidsterreinen

Er lijkt maar één lijn te lopen naar Crematoria: het aandeelhoudersbelang. Vanuit het aandeelhoudersbelang kijken we niet alleen naar rendement, maar zeker ook naar het belang van inwoners in onze regio. Het lijkt tegenstrijdig dat we blijkbaar wel belangen zien voor de inwoners (cremeren dichtbij, gelijkwaardigheid, acceptabele tarieven) en voor lokale ondernemers (goede toegang, gelijkwaardigheid) en dat we toch geen beleid hiervoor hebben gevormd, terwijl meer dan 60% kiest voor crematie. Er ligt een connectie met het taakveld begraven. Inwoners kiezen tussen begraven en cremeren. In Twente kiest 60-65% voor cremeren. Kiezen voor cremeren betekent, dat we geen ruimte hoeven te reserveren op begraafplaatsen, maar ook geen inkomsten daaruit verwerven. Ook hier geldt, dat voldoende inkomsten uit grafrechten een nette begraafplaats met goede voorzieningen mogelijk maakt. De gevolgen voor het afstoten van de publieke taak voor het taakveld begraven zijn speculatief. Als een nieuwe eigenaar van crematoria prijzen gaat verhogen, kan het zijn, dat begraven aantrekkelijker wordt. Dit voordeel is discutabel, omdat het reserveren van een graf vóór begraven en het aanhouden van een graf 10 of 20 jaren na begraven in alle gevallen veel duurder uitpakt, dan de eenmalige kosten van cremeren.

Vanuit dit perspectief Economie kan een mogelijk verlies aan ondersteunende banen bij de crematoria als risico worden aangemerkt. Gezien de aantallen geen alarmbellen, maar wel een mogelijk effect. Daarnaast wijst het OLCT zelf op de linken, die het huidige crematoriumbedrijf heeft met opleidingen in de regio, zowel in de vorm van het beschikbaar stellen van stageplaatsen, alsook in het samenwerken in de voortschrijdende technische ontwikkelingen (Saxion en UT). Daarbij heeft dit bestuur ook het tewerkstellen van mensen met afstand tot de arbeidsmarkt als maatschappelijke taak hoog in het

8

vaandel staan. Maar de meeste risico’s ziet men bij de gelijke kansen van lokale uitvaartondernemers en toeleveringsbedrijven. Als wij de taak uit handen geven en er blijkt een verslechtering van de positie van lokale uitvaartondernemers te ontstaan, dan zullen ook wij ons voor het besluit dat dit heeft veroorzaakt moeten verantwoorden.

6.

Argumenten voor standpuntbepaling

We nemen de 2 uitersten in keuzemogelijkheden zonder nuance als vertrekpunt. Daarna volgt nuancering. Het ja-kamp (we blijven deelnemer in crematoria) Aanhangers van dit standpunt leggen een parallel tussen onze wettelijke plicht van bemoeienis met begraven en vinden dat cremeren in het verlengde daarvan ook gefaciliteerd moet worden. Er is geen volledige marktwerking, omdat we niet van de dienst af kunnen zien (iedereen sterft) en omdat de dienst niet anders dan in de eigen regio kan worden afgenomen. Supporters waarderen de onafhankelijke en niet door economische winst gedreven positie van Crematoria Twente BV. Men waardeert de aanwezigheid van 4 crematoria, allen dichtbij. En men waardeert de onafhankelijkheid van de commerciële belangen van grote spelers in de markt, zoals Dela, Yarden (of fusie van beide) Monuta, en Ardanta, die vooral voor hun verzekerden goede pakketten bieden. Onafhankelijkheid in keuze van lokale uitvaartondernemer en verzekeringswijze en een laagmarktconforme prijs kunnen alleen bij deelname in OLCT geborgd worden. Het nee-kamp (cremeren is niet voor een gemeente) Medestanders vinden dat taken die wettelijk niet voorbehouden zijn aan overheden door de markt uitgevoerd moeten worden. In het marktmechanisme past bovendien, dat vraag en aanbod en de aanwezigheid van concurrentie de prijs mogen bepalen.

Daarin past ook, dat elke speler in de markt eigenaar van crematoria kan worden. En zeker als in den lande de activiteit cremeren bijna overal particulier gedaan wordt, is er voor ons geen reden om dit wel te blijven doen. Verder is in deze gedachtegang financieel rendement onvoldoende reden om de taak te blijven uitvoeren. Maar het belangrijkste argument is dat we blijkbaar geen beleidsdoelen kennen, die een rol in OLCT rechtvaardigen.

6.1

Argumenten voor handhaven deelneming

1. Cremeren evenzeer als begraven Onze wettelijke plicht bij begraven is het ter beschikking stellen van een stuk grond om iemand ter aarde te kunnen bestellen. Maar wij doen veel meer. We onderhouden tuinen en parken (zo mag je begraafplaatsen wel noemen) om de belevenis van nabestaanden zo plechtig mogelijk te laten zijn. Dit wijkt nauwelijks af van wat we beogen met crematiefaciliteiten. In Twente kiezen we in 63% van de overlijdens voor een crematie. 2. Alle nabestaanden dezelfde keuzemogelijkheden Wie kiest voor cremeren kan elke beschikbare tijd, vestiging of zaal kiezen met de volledige vrijheid om daar catering aan te koppelen. Aanvullende diensten zoals beeld- en geluidopnames, muziekinstrumenten etc. zijn tegen redelijke prijs te verkrijgen. Alles volgens het principe: wie het eerst komt, die het eerst maalt. Ook als men kiest voor een technische crematie, de budgetvariant zonder faciliteiten, wordt men gelijk behandeld. Als we afstoten is de kans groot, dat de grote verzekeraars wedijveren om eigenaarschap. Ze hebben middelen en daardoor mogelijkheden tot investeren. Ze zijn niet regio gebonden. Hun primaire belang is verzekeringen afsluiten. Crematievoorzieningen is een secundaire activiteit. De kans dat niet-

9

verzekerden of families met beperkt budget een beperktere of minder aantrekkelijke toegang krijgen toebedeeld is een verwacht effect van deze belangenverstrengeling. 3. Alle uitvaartondernemers in de regio even belangrijk Er zijn veel kleine ondernemers in de regio, die volstrekt tevreden zijn met de transparante, op gelijkheid gebaseerde dienstverlening van Crematoria Twente. Er zijn geen commerciële afspraken met voordeelregelingen voor selecte ondernemers. Als een grote verzekeraar overnemer wordt, moeten lokale uitvaartondernemers zich melden bij een concurrent in het uitvaartbedrijf. De vraag is of de uitvaartondernemer dezelfde kwaliteit nog aan zijn klanten kan leveren of daarvoor nog dezelfde uniforme prijs kan aanbieden. Wij moeten ons afvragen of we de nu geborgde belangen van lokale uitvaartondernemers prijs willen geven ten faveure van een vrije marktontwikkeling. Daarnaast koopt men nu catering in bij lokale ondernemers. Deze spin off kunnen we kwijt raken, omdat je zou kunnen verwachten dat grotere ondernemingen centraal inkopen. 4. Als gemeente kunnen we de kwaliteit van dienstverlening borgen Wij hebben vanuit de maatschappelijke behoefte enkele jaren geleden besloten 2 extra kleinere crematoria te bouwen. Dit is bedrijfseconomisch niet het meest effectieve besluit geweest, omdat we structureel concessies hebben gedaan aan de winstgevendheid.

Dit zou een ondernemer die niet bestuurd wordt door overheden niet gedaan hebben. Wij hebben hier een besluit in het belang van de inwoner genomen en ons publieke belang zwaarder laten wegen dan het economisch belang. Als we al vinden dat het publiek belang minder nadrukkelijk aanwezig is, is er in ieder geval nog een sterke publieke waarde. 5. Als gemeente kunnen we de prijzen blijven beïnvloeden We hanteren laag-marktconforme prijzen, ook nu we extra investeringen hebben gedaan. Als bestuur kunnen we hierop sturen. We kunnen de prijzen - binnen de kaders van een gezond crematoriumbedrijf - zo laag mogelijk houden en minder winst of dividend accepteren. 6. Marktmechanisme faalt hier gedeeltelijk In de vrije markt kan een ondernemer spelen met de prijs om klanten te trekken. Bij de activiteit cremeren faalt dit mechanisme, omdat bij cremeren eigenlijk sprake is van gedwongen winkelneren in de directe omgeving. Hoe reëel is het te veronderstellen, dat een familie in Oldenzaal met een heel gezelschap nabestaanden kiest voor een crematie in Hardenberg of Nijverdal omdat de prijs aantrekkelijker is? We slikken dan de hogere prijs in de regio. Echte concurrentie is er alleen in de rand van het verzorgingsgebied. 7.

De winst vloeit als dividend terug in onze middelen Als er winst gemaakt wordt gaat dit niet in huizen en jachten of overnames buiten de regio zitten, maar beschikken wij hierover en kunnen wij de middelen ten goede aan de inwoner laten komen op elke wijze die ons goed lijkt. Verkopen van aandelen betekent structureel opgeven van jaarlijkse baten en dus een gat in de begroting (nu niet begroot overigens, later wel weer verwacht). 8. De kosten en risico’s van deelneming zijn nihil Wij betalen geen jaarlijkse bijdrage en hebben in alle achterliggende jaren ook incidenteel niet hoeven bij te storten. Deelname kost dus niets. De structuur van de BV zorgt er voor, dat de aandeelhouder OLCT alleen zijn inbreng kan verliezen en niet meer dan dat. We kunnen bij rampspoed het door de jaren heen door de BV zelf gegenereerde ondernemingsvermogen kwijt raken en van dividend moeten afzien. Maar we zijn niet aansprakelijk als de BV onverwacht het hoofd niet boven water houdt.

10

6.2

Argumenten voor afstoten

1. Er is geen sprake meer van een zwaarwegend publiek belang Wat vroeger is ontstaan kun je als “niet meer ter zake” afdoen. We kijken opnieuw naar de noodzaak van onze inmenging en constateren, dat we met Amsterdam en enkele gemeenten in het land de enige zijn die als overheid nog een crematorium exploiteren. En we horen nooit dat commerciële exploitanten negatief in het nieuws komen. Wij kennen geen doelstellingen op het gebied van cremeren, wat duidt op geen of een ondergeschikt belang. 2. Commerciële organisaties hebben ook het commerciële belang om het klanten naar de zin te maken. Daarom mag je van hen ook een topprestatie verwachten. Het vertrouwen hierin is groter als er lokale binding is en minder als er geen lokale binding is. Dat er mechanismen ontstaan waarin niet elke inwoner dezelfde rechten heeft is iets wat in alle gebieden van onze maatschappij speelt. 3. We moeten prijzen helemaal niet willen beïnvloeden. Doen we ook niet op andere gebieden. Laat de markt dit maar bepalen. 4. Aandelen verkopen maakt middelen vrij voor andere activiteiten We kunnen als OLCT het volledige aandelenpakket verkopen aan een geïnteresseerde koper. We gaan dan direct waarde ontvangen uit de opgebouwde bedrijfsreserves en kunnen dan een flink bedrag bijschrijven en als reserve aanmerken of anders inzetten. De werkgroep heeft waardeberekeningen nog niet als onderdeel opdracht gezien.

Als we toch iets hierover willen zeggen om het alternatief van verkoop te kunnen inleven zonder hiermee vooruit te lopen op een juiste waardering merken we volgende op: - de intrinsieke waarde (vermogenswaarde) ligt tussen de € 9 miljoen en € 10 miljoen per eind 2020; - de toekomstig verwachte winstuitkering is op termijn is € 700.000; 10 jaarwinsten tellen we op tot € 7 miljoen (niet geheel reëel, omdat jaarwinsten eerste jaren veel beperkter zijn); - ons aandeel is op dit moment 6,7%; - bij verkoop zullen er ook kosten ontstaan die de netto verkoopopbrengst drukken, zoals b.v. een regelingen voor personeel, dat niet overgenomen gaat worden. Een nadeel van het inzetten van de verkoopopbrengst is dat we een structureel voordeel gaan missen als dekkingsmiddel in onze begroting. We kunnen ervoor kiezen om verkoopopbrengst te reserveren in een “Reserve dividend verkochte deelnemingen”. Hieruit onttrekken we de jaarlijkse bate zolang het saldo van de reserve dit toelaat. Echter vervalt daarmee dit argument en is de verkoopopbrengst niet voor andere doelen inzetbaar. 5. Geen inzicht, geen mogelijkheid tot democratische controle Wij hebben als gemeente geen enkel inzicht in het financieel perspectief van Crematoria BV. We voelen ons daarmee beperkt in onze democratische controlerende rol. Raadsleden die geen stukken mogen inzien kunnen hun werk niet doen.

7.

De juridische vorm / vervolgkeuzes

In de notitie komen de volgende keuzemogelijkheden aan de orde: 1. huidige organisatievorm behouden, met OLCT als 100% aandeelhouder; 2. gemeenten als directe aandeelhouder in Crematoria BV (overeenkomstig Twence); 3. wijziging in een stichting met gemeenten in het bestuur; 4. het bedrijf, de BV, onderbrengen in een openbaar lichaam; 5. wijzigen in een uitvoerende gemeenschappelijke regeling (bv bedrijfsvoeringsorganisatie); 6. verkopen aan een geïnteresseerde partij; 7. eenzijdig als gemeente uit OLCT stappen. 11

Ad 1 Huidige organisatievorm behouden Dat betekent zoals nu het geval is: OLCT als 100% publieke eigenaar van privaatrechtelijk lichaam CT BV. Gemeenten nemen op hun beurt deel in OLCT. In het AB van OLCT komt ook de jaarrekening van CT BV op de agenda. Daarmee worden we geïnformeerd over het reilen en zeilen van de BV. De vergadering van het AB en van de aandeelhoudersvergadering van de BV is op dezelfde dag en vergt nauwelijks extra tijd van de wethouders. We moeten dan nog steeds over een weinig informatieve jaarrekening en begroting van OLCT besluiten. En vertrouwelijkheid moeten betrachten m.b.t. de jaarstukken van de BV, die we wel in kunnen zien. Ad 2 Gemeenten als directe aandeelhouder in Crematoria Twente BV Dat betekent: OLCT wordt als gemeenschappelijke regeling opgeheven en de bestuurders van gemeenten zitten allen aan tafel bij de AvA van Crematoria Twente BV. Iedereen krijgt informatie uit eerste hand, van de bestuurder en de raad van Commissarissen. De wetgever geeft hieraan niet de voorkeur, omdat we dan rechtstreeks in een private onderneming deelnemen (citaat notitie werkgroep). Deelnemen in een BV is wel bij uitstek handelen als private partij en niet als overheid. Om die reden is dit geen logische keuze. Omdat dit ook nu bij Twence en Twente Milieu het geval is, achten we deze optie niet uitgesloten. De risico’s nemen toe (citaat notitie werkgroep).

Deze conclusie delen we niet geheel. We blijven met onze inbreng risico lopen, maar hebben ook dan in een directe aandeelhoudersrol geen aansprakelijk voor schulden van de BV. De vertrouwelijkheid van informatie blijft nodig. Ad 3 OLCT of Crematoria BV wordt een stichting Voor de BV is de stichtingsvorm niet eigenlijk. Crematoria heeft niet alleen ideële doelen, maar genereert ook winst. Dat zou mogen als ze die ideëel bestemt. Dat betekent dat er niet aan gemeenten uitgekeerd kan worden. Wij kunnen dan niet zelf over de winst beschikken. De GR OLCT kan gewijzigd worden in een stichtingsvorm, met gemeentebestuurders in het bestuur. Het is ook mogelijk om niet rechtstreeks te besturen, maar de rol van Raad van Toezicht in te vullen. Dat laatste achten wij niet wenselijk, omdat de RvT op grond van kennis van de bedrijfstak wordt geselecteerd, daarmee meer kennis kan inzetten ten behoeve van de organisatie en haar controlerende rol beter kan vervullen. Wij stappen juist uit stichtingen en laten stichtingen zelf de verantwoordelijkheid dragen voor hun handelen. Ad 4 Het uitvoerende bedrijf terugbrengen in de gemeenschappelijke regeling OLCT Dit betekent het terugdraaien van de verzelfstandiging. Het crematoriumbedrijf weer in een gemeenschappelijke regeling uitvoeren. Als we concluderen, dat we weinig beleidsbemoeienis hebben met cremeren ligt deze keuze niet voor de hand.

Met in het achterhoofd dat we toch een private taak vervullen, is het terughalen van risico’s van bedrijfsvoering in een GR een toename van risico’s voor elke gemeente in die GR. We worden resultaatverantwoordelijk, net als bij een andere GR.

Ad 5 Van OLCT een bedrijfsvoeringsorganisatie maken Een bedrijfsvoeringsorganisatie kent een ongeleed bestuur, DB en AB ineen gevoegd. Hiermee worden wellicht 1 of 2 vergaderingen vermeden. De werkelijke bedrijfsvoering vindt plaats in de BV. Qua terminologie lijkt deze keuze daarom niet te passen. Deze keuze kan naar onze mening binnen het AB van OLCT besloten worden als het bestuur dit efficiënt vindt. Ad 6 Verkopen van Crematoria BV Een koper vinden zal gaan lukken, omdat de onderneming winstgevend is. Gezien de grote investeringen die zijn gedaan, moet een potentiele koper financieel sterk zijn of financieel sterk worden ondersteund door een geldschieter. Dit maakt de kans groter dat één van de grote verzekeraars in gaat stappen. Als een landelijke partij overneemt gaan er veranderingen komen, die

12

eerder al zijn besproken. Juridisch gezien is deze optie eenvoudig. We nemen afscheid en geven onze rol op. Voor dit besluit is een meerderheid in het algemeen bestuur vereist, waarna een regeling van opvolging, inclusief liquidatieplan in gang wordt gezet. Als het AB dit besluit neemt wordt de raad opnieuw om een zienswijze gevraagd. Om het risico op en het argument van een monopolie-positie te verkleinen kan worden overwogen om de 4 crematoria separaat in de verkoop te zetten, onder de conditie dat geen koper meer dan 2 crematoria kan verwerven. Ad 7 Als gemeente zelf uittreden De dienstverlening aan de burger blijft intact. Het Algemeen Bestuur stelt de regels vast voor uittreden. Die zijn nog niet vastgelegd, maar worden in voorkomende gevallen via een besluit vastgelegd. Dat betekent, dat je als vertrekkende gemeente geen rechten kunt doen gelden op een deel van het vermogen. Afhankelijk van de situatie kunnen frictiekosten berekend gaan worden. In 2016 nam gemeente Winterswijk afscheid. Ze kreeg geen vermogen mee, maar moest wel frictiekosten betalen, omdat crematies naar Aalten gingen. Omzetverlies leidt tot de noodzaak tot kostenbesparing, wat slechts op termijn mogelijk is. Dat heeft geleid tot frictiekosten.

Voor Oldenzaal en de regio is de verwachting dat inwoners blijven kiezen voor Crematoria Twente en dat het bestuur naar verwachting besluit om af te zien van frictiekosten. We nemen wel het risico om geen vermogenswaarde te ontvangen bij vertrek, terwijl gemeenten die later gezamenlijk verkopen dan de opbrengsten gaan verdelen.

8.

Standpuntbepaling

Er zijn vele argumenten voor en tegen de opheffing van de gemeenschappelijke regeling en verkoop van de crematoria. Op dit moment lijkt er geen argument te zijn die doorslaggevend is voor of tegen de opheffing van de gemeenschappelijke regeling. Geadviseerd wordt om de huidige situatie te bestendigen. Indien een meerderheid van de deelnemende gemeenten de gemeenschappelijke regeling willen verkopen er op aan te dringen om Crematoria Twente BV in 4 separate kavels te verkopen, waarbij 1 koper niet meer dan 2 vestigingen kan verkrijgen. Dit om concurrentie binnen deze markt in Twente te garanderen.

9.

Vervolgproces

Het college neemt de uitkomsten van de discussie in de raad mee in haar keuze, die ze daarna aan het AB van OLCT meedeelt. Hiervoor is het wenselijk, dat er een zodanige beeldvorming in de raad ontstaat, dat er richting gegeven wordt aan het antwoord op de hoofdvraag of we willen continueren of willen stoppen met deelneming. De afweging van de keuzes van de verschillende gemeenten leiden tot een besluit van het AB van OLCT. Als de uitkomst continueren is zonder wijziging van rechtsvorm is dit een definitief besluit en wordt u hierover geïnformeerd. Als de uitkomst anders is zal het AB een voorgenomen besluit nemen en opnieuw naar de raden moeten om een formele zienswijze op te halen.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10666016/2