10. Zienswijze wijziging Gemeenschappelijke Regeling Recreatieschap Twente - Bijlage 4 - Was-wordt-lijst Regeling Recreatieschap Twente
Tekst van het document
Was-wordt-lijst wijzigingen Regeling Recreatieschap Twente – versie 1.92 Ontwerptekst t.b.v. BO Recreatieschap Twente 9 april 2026 Artikel
Oude tekst
Nieuwe tekst
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. regeling: de bedrijfsvoeringsorganisatie Recreatieschap Twente;
Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. regeling: de onderhavige Regeling Recreatieschap Twente;
HOOFDSTUK 4 BESTUUR
HOOFDSTUK 4 BESTUUR
6, lid 1 en nieuw lid 6
Artikel 6 Bestuur 1. Het Recreatieschap Twente heeft een bestuur.
Artikel 6 Bestuur 1. Recreatieschap Twente heeft een bestuur. 6. De voorzitter en/of diens plaatsvervanger(s) kan (kunnen) optreden als kopgroep van het bestuur. De bevoegdheden van de kopgroep zijn vastgelegd in het Bevoegdhedenbesluit Recreatieschap Twente.
9, sub f en i
Artikel 9 Bevoegdheden bestuur Het bestuur is in ieder geval bevoegd: f. De zorg, voor zover die niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijke beheer en de boekhouding; i. Het vaststellen van de plannen en voorwaarden van aanbesteding van werken en leveranties ten behoeve van Recreatieschap Twente.
Artikel 9 Bevoegdheden bestuur Het bestuur is in ieder geval bevoegd: f. Tot de zorg, voor zover die niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijke beheer en de boekhouding; i. Tot het vaststellen van de plannen en voorwaarden van aanbesteding van werken en leveranties ten behoeve van Recreatieschap Twente.
12, nieuw
-
Artikel 12 Zienswijzen 1. Bij besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes, besluit het bestuur hoe en wanneer de raden in het besluitvormingsproces betrokken worden. 2. Indien het bestuur besluit dat de raden in het besluitvormingsproces om zienswijzen zullen worden gevraagd, dan is op de zienswijzeprocedure artikel 35, eerste tot en met vierde lid van de wet van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn acht weken bedraagt. 3. Onverminderd het bepaalde in lid 2, worden raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld op besluiten van het bestuur voorafgaand zienswijzen naar voren te brengen als een meerderheid van de raden van de deelnemende gemeenten hierom verzoekt.
13, nieuw
-
Artikel 13 Inspraak Bij de totstandkoming van (eigen) beleid kan aan ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden inspraak worden verleend. Hiertoe stelt het bestuur een verordening vast.
1, sub a
Artikel
Oude tekst
Nieuwe tekst
12 -> 14
Artikel 12 Commissies
Artikel 14 Commissies
13 -> 15
Artikel 13 Ambtelijke organisatie
Artikel 15 Ambtelijke organisatie
HOOFDSTUK 6 INFORMATIE- EN VERANTWOORDINGSPLICHT
HOOFDSTUK 6 INFORMATIE- EN VERANTWOORDINGSPLICHT
Paragraaf 1 Tussen Recreatieschap Twente en deelnemende gemeenten Artikel 14 Actieve informatieplicht Het bestuur verstrekt de raad ongevraagd alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door hem gevoerde en te voeren bestuur nodig is.
Artikel 16 Informatieplicht 1. Een verzoek om inlichtingen wordt schriftelijk ingediend bij het bestuur. 2. Het betreffende bestuur geeft de raden de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen: a. binnen één maand na ontvangst van het verzoek; en b. overeenkomstig het reglement van orde van die raad voor zover dit niet in strijd is met het openbaar belang. 3. Een lid van het bestuur geeft het college dat hem heeft aangewezen en de raad van zijn gemeente mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van het college onderscheidenlijk de raad gevraagde inlichtingen, op de in die gemeente gebruikelijke wijze. 4. Inlichtingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid van de wet, worden mondeling, schriftelijk of digitaal verstrekt.
14,15,16 -> 16, nieuw
Artikel 15 Passieve informatieplicht 1. Het bestuur verstrekt aan de raad de door één of meer leden daarvan overeenkomstig het reglement van orde van die raad verlangde inlichtingen, een en ander voor zover zulks niet in strijd is met het openbaar belang. 2. Een verzoek om inlichtingen kan schriftelijk of mondeling worden ingediend bij het betreffende orgaan. 3. Het betreffende orgaan verstrekt de gevraagde inlichtingen binnen een maand na ontvangst van het verzoek. Paragraaf 2 Tussen lid bestuur en gemeenteraad Artikel 16 Actieve informatieplicht 1. Een lid van het bestuur voorziet de raad van zijn gemeente van alle informatie die voor een juiste beoordeling van het door het lid in het bestuur gevoerde en te voeren bestuur noodzakelijk is. 2. Het college verleent daartoe de nodige medewerking door onder meer tijdig de agenda’s van vergaderingen van het bestuur ter inzage te leggen voor de raad. 3. Een lid van het bestuur geeft de raad van zijn gemeente de door één of meer leden daarvan, overeenkomstig het reglement van orde van die raad verlangde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang. 19
HOOFDSTUK 7 FINANCIËLE BEPALINGEN
HOOFDSTUK 7 FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 19 Begrotingswijziging Als begrotingswijzigingen, waarop het bepaalde in de laatste zin van artikel 35, lid 5, van de wet van toepassing is, worden aangewezen die, welke niet leiden tot een verhoging van de deelbijdragen van de deelnemende gemeenten.
Artikel 19 Begrotingswijziging Op begrotingswijzigingen die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdragen, is artikel 35, eerste, derde en vierde lid van de wet niet van toepassing.
Artikel
Oude tekst
Nieuwe tekst
20, titel, leden 2 en 4
Artikel 20 Betalingstermijn geraamde bijdrage 2. De in lid 1 bedoelde bijdrage bestaat uit een bedrag per inwoner van de deelnemende gemeenten voor de instandhouding van Recreatieschap Twente opgenomen vergoeding. 4. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari, 16 april, 16 juli en 16 oktober, telkens een kwart van de in het vorige lid bedoelde bijdrage.
Artikel 20 Bijdrage 2. De in lid 1 bedoelde bijdrage wordt berekend op basis en naar rato van het aantal inwoners op 1 januari volgens de meest recente CBS-cijfers. 4. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari, 16 april, 16 juli en 16 oktober, telkens een kwart van de in het eerste lid bedoelde bijdrage.
21, leden 1 en 2
Artikel 21 Verrekening bijdrage 1. In de jaarrekening wordt het door elk der deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. 2. Verrekening van het verschil tussen de op grond van artikel 20, lid 1, verschuldigde bijdrage en het werkelijk verschuldigde vindt plaats terstond na de vaststelling van de jaarrekening.
Artikel 21 Verrekening bijdrage 1. In de jaarrekening wordt de door elke deelnemende gemeente over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen. 2. Verrekening van het verschil tussen de op grond van artikel 20, lid 1, verschuldigde bijdrage en het werkelijk verschuldigde vindt plaats direct na de vaststelling van de jaarrekening.
22, lid 2 en nieuw lid 3
Artikel 22 Aangaan geldleningen 2. De deelnemende gemeenten staan gezamenlijk garant voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de op grond van het in het vorige lid bepaalde opgenomen en op te nemen gelden, zulks op basis hun procentuele bijdrage in de begroting van het betreffende jaar.
Artikel 22 Aangaan geldleningen 2. De deelnemende gemeenten staan gezamenlijk garant voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de geldleningen en rekeningcourantovereenkomsten op basis van de voor de betreffende activiteit geldende financiële verdeelsleutel. 3. De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat Recreatieschap Twente te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen.
HOOFDSTUK 9 GESCHILLEN EN KLACHTEN
HOOFDSTUK 9 GESCHILLEN EN KLACHTEN
Artikel 25 Externe ombudsman Tot behandeling van verzoekschriften als bedoeld in artikel 9:18 van de Algemene wet bestuursrecht is bevoegd de Stichting De Overijsselse Ombudsman voor zover één van de deelnemende gemeenten eveneens deze stichting als ombudsman heeft aangewezen.
-
HOOFDSTUK 10 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, OPHEFFING
HOOFDSTUK 10 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, OPHEFFING
26 -> 25
Artikel 26 Toetreding
Artikel 25 Toetreding
27 -> 26,27,28 nieuw
Artikel 27 Uittreding 1. Een deelnemer kan uittreden door toezending aan het bestuur van een daartoe strekkend besluit van deze deelnemer. 2. De uittreding kan, behoudens door het bestuur toe te stane afwijking, slechts
Artikel 26 Voornemen tot uittreding 1. Een deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden uit de regeling, maakt dit schriftelijk kenbaar bij het bestuur. 2. Na ontvangst van de kennisgeving tot voorgenomen uittreding geeft het bestuur, in overleg en overeenstemming met de
25 oud vervalt
Artikel
Oude tekst
3.
Nieuwe tekst
plaatsvinden tegen 1 januari, doch niet eerder dan tegen 1 januari van het tweede jaar volgende op dat waarin het in lid 1 bedoelde besluit is genomen. Het bestuur stelt nadere regels over de uittreding. 3.
voornemende uittredende deelnemer, opdracht aan onafhankelijke externe deskundigen, waaronder ten minste één financieel deskundige en één juridisch deskundige, om een ontwerpuittredingsplan op te stellen waarin de gevolgen van de mogelijke uittreding in kaart worden gebracht. De externe deskundigen leveren het ontwerp-uittredingsplan binnen zes maanden na opdrachtverlening op, tenzij het bestuur en de voornemende uittredende deelnemer schriftelijk anders afspreken.
Artikel 27 Ontwerp-uittredingsplan 1. De kosten voor het opstellen van het ontwerp-uittredingsplan zijn voor rekening van de deelnemer die het voornemen tot uittreding schriftelijk heeft kenbaar gemaakt. 2. Het ontwerp-uittredingsplan geeft ten minste inzicht in: a. alle directe en indirecte kosten over een periode van minimaal vijf en maximaal tien jaren die samenhangen met de uittreding, waarbij als uitgangspunt geldt dat op basis van redelijkheid en billijkheid: i. de uittredende deelnemer de (frictie)kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding inclusief overheadkosten die daarvan het gevolg zijn; ii. bij het bepalen van de uittreedsom acht wordt geslagen op alle schulden en overige verplichtingen van Recreatieschap Twente die bestaan op het tijdstip van uittreden, dit in de verhouding van de verdeling van de gemeentelijke bijdragen in de begroting van het jaar van de opdrachtverlening, voor zover deze verplichtingen niet reeds zijn verdisconteerd in het uittredingsplan; b. de juridische, personele en organisatorische consequenties die direct of indirect samenhangen met de uittreding; c. de consequenties voor de publieke dienstverlening, de consequenties voor de publieke routenetwerken binnen het grondgebied van de uittredende deelnemer en de
Artikel
Oude tekst
Nieuwe tekst
3.
4.
5.
consequenties voor alle overige publieke (recreatieve/toeristische) voorzieningen met een bovenlokaal karakter, die direct of indirect samenhangen met de uittreding. Het ontwerp-uittredingsplan bevat de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. De uittreedsom wordt berekend over een overgangsperiode van maximaal tien jaren en minimaal vijf jaren. Deze periode bedraagt tien jaren per 1 januari 2027 en wordt gedurende de daaropvolgende vijf jaren jaarlijks met één jaar verminderd. Met ingang van 1 januari 2032 wordt de uittreedsom berekend over een periode van vijf jaren. Bij het bepalen van de uittreedsom wordt de jurisprudentie in acht genomen. Het ontwerp-uittredingsplan maakt tevens inzichtelijk in hoeverre de mogelijke uittreding noodzaakt tot wijziging van de regeling en bevat een inhoudelijk voorstel tot zo’n wijziging. Het ontwerp-uittredingsplan en het voorstel tot wijziging van de regeling worden besproken en vastgesteld in het bestuur.
Artikel 28 Definitief uittredingsplan en besluit tot uittreding 1. Binnen drie maanden na ontvangst van het vastgestelde ontwerp-uittredingsplan maakt de voornemende uittredende deelnemer aan het bestuur bekend of zij definitief uit wil treden middels een daartoe strekkend besluit. De datum van ontvangst van het besluit tot uittreding geldt als datum van opzegging. 2. Na ontvangst van het besluit tot uittreding stelt het bestuur bij besluit het definitieve uittredingsplan vast. Voor zover daar een geschil over bestaat, is de geschillenregeling zoals opgenomen in artikel 24 van de regeling onverkort van toepassing. 3. In het definitieve uittredingsplan is een voorstel vastgelegd op welke manier en met welke inhoud de regeling aangepast wordt, met inachtneming van artikel 29 van de regeling. 4. Uittreding is niet mogelijk gedurende de eerste vijf jaren na toetreding van de deelnemer tot de regeling. 5. Uittreding vindt plaats per 1 januari, met inachtneming van een opzegtermijn van twee kalenderjaren.
Artikel
Oude tekst
Nieuwe tekst
28 -> 29, leden 1 en 2 en nieuw lid 4
Artikel 28 Wijziging 1. Deze regeling kan worden gewijzigd bij daartoe strekkende besluiten van alle deelnemers. 1. Indien het bestuur wijzigingen in de regeling wenselijk acht, doet het een daartoe strekkend voorstel aan de deelnemers. 2. Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op een wijziging van de regeling die uitsluitend betrekking heeft op aanpassingen aan veranderde wettelijke bepalingen. Tot dergelijke wijzigingen kan worden besloten door middel van een besluit van het bestuur met een meerderheid van twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen.
Artikel 29 Wijziging 1. Het bestuur en de deelnemers kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2. De regeling kan worden gewijzigd bij unaniem besluit van de deelnemers, met inachtneming van artikel 1, tweede tot en met vierde lid van de wet. 3. Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op een wijziging van de regeling die uitsluitend betrekking heeft op aanpassingen aan veranderde wettelijke bepalingen. Tot dergelijke wijzigingen kan worden besloten door middel van een besluit van het bestuur met een meerderheid van twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen. 4. Een wijziging van de regeling als gevolg van uittreding treedt in werking op de dag nadat de uittreding daadwerkelijk is geëffectueerd.
29 -> 30
Artikel 29 Opheffing
Artikel 30 Opheffing
HOOFDSTUK 11 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
HOOFDSTUK 11 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
31, lid 3 -> 31, titel en leden 1 en 2
Artikel 31 Citeerwijze en inwerkingtreding 3. De regeling wordt uiterlijk een maand voorafgaande aan het eind van elke zittingsperiode van de gemeenteraad geëvalueerd, voor het eerst in 2026. Deze evaluatie geschiedt door het bestuur, gehoord de raden.
Artikel 31 Evaluatie 1. Het bestuur evalueert de regeling in het jaar voorafgaand aan de reguliere gemeenteraadsverkiezingen. 2. Het bestuur bepaalt de manier waarop de evaluatie plaatsvindt. Op de betrokkenheid van de raden is artikel 12 van de regeling van overeenkomstige toepassing.
30 -> 32 titel en leden 1 en 2
Artikel 30 Overnemen verordeningen, overdracht rechten en plichten 1. De verordeningen en andere besluiten, vastgesteld door het algemeen bestuur van Regio Twente en/of Openbaar Lichaam Gezondheid, blijven van kracht en worden geacht te zijn vastgesteld onder de huidige regeling, totdat hierin op andere wijze wordt voorzien. 2. De Regio Twente/OLG draagt per 1 januari 2022 de rechten en verplichtingen van Regio Twente/OLG over aan BVR Recreatieschap Twente, een en ander – voor zover van toepassing – overeenkomstig een door het dagelijks bestuur vastgesteld overdrachtsplan.
Artikel 32 Overgangsbepaling 1. De verordeningen en andere besluiten, vastgesteld door het algemeen bestuur van Regio Twente en/of Openbaar Lichaam Gezondheid, blijven vanaf 1 januari 2022 van kracht en worden geacht te zijn vastgesteld onder de huidige regeling, totdat hierin op andere wijze is voorzien. 2. Besluiten van het bestuur van Recreatieschap Twente op grond van voorgaande versies van deze regeling, gelden als besluiten genomen mede krachtens deze regeling.
31, leden 1 en 2 -> 33, leden 1 en 2
Artikel 31 Citeerwijze en inwerkingtreding 1. Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2022 en wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. 2. De regeling kan worden aangehaald als “Regeling Recreatieschap Twente”.
Artikel 33 Citeerwijze en inwerkingtreding 1. De regeling kan worden aangehaald als “Regeling Recreatieschap Twente”. 2. De gewijzigde regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking, voor het eerst op of omstreeks 1 januari 2027.