10. Zienswijze wijziging Gemeenschappelijke Regeling Recreatieschap Twente - Bijlage 2 - Regeling Recreatieschap Twente - ontwerp
Tekst van het document
Regeling Recreatieschap Twente – versie 1.92 Ontwerptekst t.b.v. BO Recreatieschap Twente 9 april 2026 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1 Begripsbepalingen In deze regeling wordt verstaan onder: a. b. c. d. e. f. g. h.
regeling: de onderhavige Regeling Recreatieschap Twente; Recreatieschap Twente: de rechtspersoonlijkheid bezittende bedrijfsvoeringsorganisatie, bedoeld in artikel 2 van de regeling; deelnemer: een aan deze regeling deelnemend college; college: college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente; bestuur: het bestuur van het Recreatieschap Twente als bedoeld in artikel 14a van de wet; raad: gemeenteraad van een deelnemende gemeente; deelnemende gemeente: de gemeente van de deelnemer; wet: Wet gemeenschappelijke regelingen.
HOOFDSTUK 2 RECHTSPERSOONLIJKHEID BEZITTENDE BEDRIJFSVOERINGSORGANISATIE Artikel 2 Bedrijfsvoeringsorganisatie 1. Er is een bedrijfsvoeringsorganisatie als bedoeld in artikel 8, lid 3 van de wet, dat is genaamd Recreatieschap Twente. 2. Recreatieschap Twente is gevestigd te Enschede. 3. Het rechtsgebied van het Recreatieschap Twente omvat het grondgebied van de deelnemende gemeenten. Artikel 3 Deelnemers De deelnemers aan deze regeling zijn de colleges van Almelo, Borne, Dinkelland, Enschede, Haaksbergen, Hellendoorn, Hengelo (O), Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand en Wierden. HOOFDSTUK 3 DOEL, TE BEHARTIGEN BELANGEN, TAKEN EN BEVOEGDHEDEN Artikel 4 Doel en te behartigen belangen Recreatieschap Twente heeft tot doel, met inachtneming van hetgeen in deze regeling is bepaald, het bevorderen van een evenwichtige ontwikkeling van recreatieve voorzieningen in zijn rechtsgebied. Artikel 5 Taken 1. Recreatieve voorzieningen: a. bevordering van totstandkoming en instandhouding van publieke recreatieve/ toeristische infrastructuur in Twente; b. aanleg, onderhoud en beheer van publieke recreatieve/ toeristische voorzieningen die hetzij op zichzelf, hetzij in routeverband, hetzij door opname in arrangementen, een bovenlokaal karakter hebben. 2. Overig: a.
het oprichten van onderscheidenlijk deelnemen in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, voor zover dit betreft de taken en bevoegdheden als bedoeld onder 1. 3. Een besluit tot uitbreiding van activiteiten als bedoeld in lid 1 en lid 2 van dit artikel wordt unaniem genomen door het bestuur onder vermelding van de wijze van kostenverrekening en de overige voorwaarden waaronder dit geschiedt.
HOOFDSTUK 4 BESTUUR Artikel 6 Bestuur 1. Recreatieschap Twente heeft een bestuur. 2. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter en één of meer plaatsvervangers aan. Op de voorzitter is artikel 33d van de wet van toepassing. 3. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. 4. In de eerste vergadering van elke zittingsperiode regelt het bestuur onderling de werkzaamheden. 5. De stukken die van het bestuur uitgaan worden door de voorzitter ondertekend en door de secretaris medeondertekend. 6. De voorzitter en/of diens plaatsvervanger(s) kan (kunnen) optreden als kopgroep van het bestuur. De bevoegdheden van de kopgroep zijn vastgelegd in het Bevoegdhedenbesluit Recreatieschap Twente. Artikel 7 Samenstelling 1. Elke deelnemer heeft in het bestuur een lid van het college. 2. Het in het eerste lid bedoelde lid kan bij afwezigheid worden vervangen door een daartoe door de betreffende deelnemer aangewezen plaatsvervangend lid. Op het plaatsvervangende lid zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van overeenkomstige toepassing. Artikel 8 Aanwijzing 1. Het college beslist uiterlijk drie maanden na aanvang van elke zittingsperiode van de gemeenteraad over de aanwijzing van het lid en het plaatsvervangende lid. Aftredende (plaatsvervangende) leden kunnen opnieuw als (plaatsvervangend) lid worden aangewezen. 2.
Onverminderd het bepaalde in artikel 13 van de wet eindigt het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het bestuur op de dag aangegeven in artikel C 4, lid 2 van de Kieswet. Aftredende leden blijven hun functie waarnemen totdat opnieuw in de benoeming is voorzien, tenzij betrokkene geen zitting meer heeft in de deelnemer. 3. De voorziening in een tussentijdse vacature geschiedt binnen acht weken. 4. Het (plaatsvervangend) lidmaatschap van het bestuur eindigt eveneens op het moment van uittreding uit deze regeling van een deelnemer die door het (plaatsvervangend) lid wordt vertegenwoordigd. Artikel 9 Bevoegdheden bestuur Het bestuur is in ieder geval bevoegd: a. Tot het aanwijzen, schorsen en ontslaan van de directeur/secretaris van het Recreatieschap Twente; b. Regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie; c. Tot privaatrechtelijke rechtshandelingen te besluiten; d. Te besluiten namens Recreatieschap Twente rechtsgedingen, bezwaarschriftenprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of rechtshandelingen ter voorbereiding daarop te verrichten; e. Tot het beheer van activa en passiva van Recreatieschap Twente; f. Tot de zorg, voor zover die niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijke beheer en de boekhouding; g. Tot het houden van een gedurig toezicht op al wat Recreatieschap Twente aangaat; h.
Tot het beheren en onderhouden van de gebouwen, werken en inrichtingen welke Recreatieschap Twente bezit of op enigerlei wijze onder zich heeft; en i. Tot het vaststellen van de plannen en voorwaarden van aanbesteding van werken en leveranties ten behoeve van Recreatieschap Twente. Artikel 10 Stemrecht 1. Een lid van het bestuur beschikt over één stem. 2. Indien het gaat om de vaststelling van de begroting, wijzigingen daarvan en de jaarrekening alsmede om besluiten over investeringen op basis van een gemeentelijke bijdrage worden beslissingen in het bestuur genomen op basis van het inwonertal bij aanvang van het kalenderjaar waarin de stemming plaatsvindt.
3. 4.
Bij overige beslissingen geldt een gewone meerderheid van stemmen, welke gewone meerderheid tevens minimaal de helft van de inwoners van Twente vertegenwoordigt, behoudens indien in deze regeling anders is bepaald. De stemprocedure wordt bepaald in het reglement van orde.
Artikel 11 Werkwijze 1. Het bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. 2. De artikelen 22 en 23 van de wet zijn van toepassing op het bestuur. Artikel 12 Zienswijzen 1. Bij besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes, besluit het bestuur hoe en wanneer de raden in het besluitvormingsproces betrokken worden. 2. Indien het bestuur besluit dat de raden in het besluitvormingsproces om zienswijzen zullen worden gevraagd, dan is op de zienswijzeprocedure artikel 35, eerste tot en met vierde lid van de wet van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de termijn acht weken bedraagt. 3. Onverminderd het bepaalde in lid 2, worden raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid gesteld op besluiten van het bestuur voorafgaand zienswijzen naar voren te brengen als een meerderheid van de raden van de deelnemende gemeenten hierom verzoekt. Artikel 13 Inspraak Bij de totstandkoming van (eigen) beleid kan aan ingezetenen van de deelnemende gemeenten en belanghebbenden inspraak worden verleend. Hiertoe stelt het bestuur een verordening vast. Artikel 14 Commissies 1. Het bestuur kan een commissie van advies als bedoeld in artikel 24 van de wet instellen. 2. Het bestuur stelt een reglement vast waarin de samenstelling, taken en bevoegdheden van de commissie worden opgenomen.
HOOFDSTUK 5 ONDERSTEUNING BESTUUR Artikel 15 Ambtelijke organisatie 1. Recreatieschap Twente heeft een ambtelijke organisatie met aan het hoofd een directeur, die tevens secretaris van het bestuur is. 2. De secretaris is bij de vergaderingen van het bestuur aanwezig en staat het bestuur bij in de uitvoering van zijn taken. 3. Het bestuur regelt de vervanging van de secretaris. HOOFDSTUK 6 INFORMATIE- EN VERANTWOORDINGSPLICHT Artikel 16 Informatieplicht 1. Een verzoek om inlichtingen wordt schriftelijk ingediend bij het bestuur. 2. Het betreffende bestuur geeft de raden de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen: a. binnen één maand na ontvangst van het verzoek; en b. overeenkomstig het reglement van orde van die raad voor zover dit niet in strijd is met het openbaar belang. 3. Een lid van het bestuur geeft het college dat hem heeft aangewezen en de raad van zijn gemeente mondeling of schriftelijk de door een of meer leden van het college onderscheidenlijk de raad gevraagde inlichtingen, op de in die gemeente gebruikelijke wijze. 4. Inlichtingen als bedoeld in artikel 17, tweede lid van de wet, worden mondeling, schriftelijk of digitaal verstrekt. Artikel 17 Verantwoordingsplicht 1. Een lid van het bestuur is aan de raad van zijn gemeente verantwoording verschuldigd voor het door hem in het bestuur gevoerde bestuur. 2.
Een raadslid heeft het recht de raad te verzoeken om het lid van het bestuur te interpelleren of vragen te stellen tijdens een raadsvergadering.
3.
De interpellatie of vragenstelling als bedoeld in lid 2 vindt plaats op de wijze, geregeld in het reglement van orde voor de vergaderingen van de betreffende raad.
Artikel 18 Ontslag 1. Het college kan een door hem aangewezen (plaatsvervangend) lid van het bestuur ontslag verlenen indien deze het vertrouwen van het college niet meer bezit. 2. Op het ontslag is artikel 50 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing, doch artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing. HOOFDSTUK 7 FINANCIËLE BEPALINGEN Artikel 19 Begrotingswijziging Op begrotingswijzigingen die niet leiden tot een verhoging van de gemeentelijke bijdragen, is artikel 35, eerste, derde en vierde lid van de wet niet van toepassing. Artikel 20 Bijdrage 1. In de begroting wordt aangegeven de naar raming door elke deelnemende gemeente verschuldigde bijdrage voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft. 2. De in lid 1 bedoelde bijdrage wordt berekend op basis en naar rato van het aantal inwoners op 1 januari volgens de meest recente CBS-cijfers. 3. De deelnemende gemeenten nemen het in de begroting van Recreatieschap Twente voor hun gemeente geraamde bedrag op in de gemeentebegroting. 4. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks voor 16 januari, 16 april, 16 juli en 16 oktober, telkens een kwart van de in het eerste lid bedoelde bijdrage. Artikel 21 Verrekening bijdrage 1. In de jaarrekening wordt de door elke deelnemende gemeente over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bijdrage opgenomen. 2.
Verrekening van het verschil tussen de op grond van artikel 20, lid 1, verschuldigde bijdrage en het werkelijk verschuldigde vindt plaats direct na de vaststelling van de jaarrekening. Artikel 22 Aangaan geldleningen 1. Recreatieschap Twente is bevoegd tot het aangaan van geldleningen en van rekeningcourantovereenkomsten en het uitlenen van geld. 2. De deelnemende gemeenten staan gezamenlijk garant voor de juiste betaling van rente, aflossing, boeten en kosten van de geldleningen en rekening-courantovereenkomsten op basis van de voor de betreffende activiteit geldende financiële verdeelsleutel. 3. De deelnemende gemeenten dragen er zorg voor dat Recreatieschap Twente te allen tijde over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen jegens derden te kunnen voldoen. HOOFDSTUK 8 ARCHIEF Artikel 23 Archiefbeheer 1. Het bestuur is belast met de zorg voor archiefbescheiden en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van Recreatieschap Twente en zijn organen overeenkomstig een, met inachtneming van artikel 30, lid 1 van de Archiefwet 1995, vast te stellen verordening. 2. Voor de bewaring van de op grond van de artikelen 12, lid 1 en 13, lid 1 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden wijst het bestuur een archiefbewaarplaats aan. 3.
De secretaris is belast met de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden als bedoeld in het eerste lid, overeenkomstig de door het bestuur nader vast te stellen regelen. HOOFDSTUK 9 GESCHILLEN EN KLACHTEN Artikel 24 Geschillen 1. Onverminderd artikel 28 van de wet worden geschillen over deze regeling, in de ruimste zin, onderworpen aan een niet bindend deskundigenadvies.
2. 3. 4.
5. 6.
7.
Voordat wordt overgegaan tot het vragen van een deskundigenadvies, bedoeld in lid 1, wordt het geschil besproken tussen afgevaardigden van het bestuur en de betreffende deelnemer(s). Indien het overleg, bedoeld in lid 2, niet tot een oplossing leidt, benoemen het bestuur en de betreffende deelnemer(s) elk een onafhankelijke deskundige. Beide deskundigen benoemen gezamenlijk een derde deskundige, die als voorzitter van de adviescommissie optreedt. Het bestuur en de betreffende deelnemer(s) treden gezamenlijk op als opdrachtgever van de adviescommissie. Zij zetten in hun opdracht aan deze commissie in ieder geval het probleem uiteen, formuleren de te beantwoorden vragen en bepalen de termijn waarbinnen de adviescommissie haar advies uitbrengt. De adviescommissie regelt de wijze waarop zij haar advies tot stand brengt. Het advies wordt toegezonden aan het bestuur en de betreffende deelnemer(s). Na ontvangst van het advies treden de afgevaardigden, als bedoeld in lid 2, nogmaals in overleg om te trachten tot een oplossing van het geschil te komen. Indien het overleg niet tot een oplossing leidt, is elk der partijen vrij het geschil, overeenkomstig artikel 28 van de wet, voor te leggen aan gedeputeerde staten van Overijssel. De kosten van de adviescommissie worden door Recreatieschap Twente en de betreffende deelnemer(s) voor een gelijk deel gedragen.
HOOFDSTUK 10 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING, OPHEFFING Artikel 25 Toetreding 1. Toetreding door een andere gemeente kan plaatsvinden wanneer het bestuur daarin bewilligt. 2. In een besluit van het bestuur als bedoeld in het vorige lid, kan de toetreding afhankelijk worden gesteld van de voldoening aan bepaalde voorwaarden door de betrokken gemeente. 3. De toetreding treedt in werking op de datum die in het besluit van het bestuur is bepaald. 4. Het college van de toegetreden gemeente doet zo spoedig mogelijk de nodige benoemingen overeenkomstig artikel 8. Artikel 26 Voornemen tot uittreding 1. Een deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden uit de regeling, maakt dit schriftelijk kenbaar bij het bestuur. 2. Na ontvangst van de kennisgeving tot voorgenomen uittreding geeft het bestuur, in overleg en overeenstemming met de voornemende uittredende deelnemer, opdracht aan onafhankelijke externe deskundigen, waaronder ten minste één financieel deskundige en één juridisch deskundige, om een ontwerp-uittredingsplan op te stellen waarin de gevolgen van de mogelijke uittreding in kaart worden gebracht. 3. De externe deskundigen leveren het ontwerp-uittredingsplan binnen zes maanden na opdrachtverlening op, tenzij het bestuur en de voornemende uittredende deelnemer schriftelijk anders afspreken. Artikel 27 Ontwerp-uittredingsplan 1.
De kosten voor het opstellen van het ontwerp-uittredingsplan zijn voor rekening van de deelnemer die het voornemen tot uittreding schriftelijk heeft kenbaar gemaakt. 2. Het ontwerp-uittredingsplan geeft ten minste inzicht in: a. alle directe en indirecte kosten over een periode van minimaal vijf en maximaal tien jaren die samenhangen met de uittreding, waarbij als uitgangspunt geldt dat op basis van redelijkheid en billijkheid: i. de uittredende deelnemer de (frictie)kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding inclusief overheadkosten die daarvan het gevolg zijn; ii. bij het bepalen van de uittreedsom acht wordt geslagen op alle schulden en overige verplichtingen van Recreatieschap Twente die bestaan op het tijdstip van uittreden, dit in de verhouding van de verdeling van de gemeentelijke bijdragen in de begroting van het jaar van de opdrachtverlening, voor zover deze verplichtingen niet reeds zijn verdisconteerd in het uittredingsplan. b. de juridische, personele en organisatorische consequenties die direct of indirect samenhangen met de uittreding; c. de consequenties voor de publieke dienstverlening, de consequenties voor de publieke routenetwerken binnen het grondgebied van de uittredende deelnemer en de consequenties
3.
4. 5.
voor alle overige publieke (recreatieve/toeristische) voorzieningen met een bovenlokaal karakter, die direct of indirect samenhangen met de uittreding. Het ontwerp-uittredingsplan bevat de uittreedsom die betaald moet worden door de uittredende deelnemer. De uittreedsom wordt berekend over een overgangsperiode van maximaal tien jaren en minimaal vijf jaren. Deze periode bedraagt tien jaren per 1 januari 2027 en wordt gedurende de daaropvolgende vijf jaren jaarlijks met één jaar verminderd. Met ingang van 1 januari 2032 wordt de uittreedsom berekend over een periode van vijf jaren. Bij het bepalen van de uittreedsom wordt de jurisprudentie in acht genomen. Het ontwerp-uittredingsplan maakt tevens inzichtelijk in hoeverre de mogelijke uittreding noodzaakt tot wijziging van de regeling en bevat een inhoudelijk voorstel tot zo’n wijziging. Het ontwerp-uittredingsplan en het voorstel tot wijziging van de regeling worden besproken en vastgesteld in het bestuur.
Artikel 28 Definitief uittredingsplan en besluit tot uittreding 1. Binnen drie maanden na ontvangst van het vastgestelde ontwerp-uittredingsplan maakt de voornemende uittredende deelnemer aan het bestuur bekend of zij definitief uit wil treden middels een daartoe strekkend besluit. De datum van ontvangst van het besluit tot uittreding geldt als datum van opzegging. 2. Na ontvangst van het besluit tot uittreding stelt het bestuur bij besluit het definitieve uittredingsplan vast. Voor zover daar een geschil over bestaat, is de geschillenregeling zoals opgenomen in artikel 24 van de regeling onverkort van toepassing. 3. In het definitieve uittredingsplan is een voorstel vastgelegd op welke manier en met welke inhoud de regeling aangepast wordt, met inachtneming van artikel 29 van de regeling. 4. Uittreding is niet mogelijk gedurende de eerste vijf jaren na toetreding van de deelnemer tot de regeling. 5. Uittreding vindt plaats per 1 januari, met inachtneming van een opzegtermijn van twee kalenderjaren. Artikel 29 Wijziging 1. Het bestuur en de deelnemers kunnen voorstellen doen tot wijziging van de regeling. 2. De regeling kan worden gewijzigd bij unaniem besluit van de deelnemers, met inachtneming van artikel 1, tweede tot en met vierde lid van de wet. 3.
Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op een wijziging van de regeling die uitsluitend betrekking heeft op aanpassingen aan veranderde wettelijke bepalingen. Tot dergelijke wijzigingen kan worden besloten door middel van een besluit van het bestuur met een meerderheid van twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen. 4. Een wijziging van de regeling als gevolg van uittreding treedt in werking op de dag nadat de uittreding daadwerkelijk is geëffectueerd. Artikel 30 Opheffing 1. De regeling wordt opgeheven wanneer twee derde van de deelnemers daartoe besluiten. 2. Een besluit als bedoeld in lid 1, kan niet eerder worden genomen dan nadat het bestuur daarover zijn mening kenbaar heeft gemaakt. 3. In geval van opheffing van de regeling besluit het bestuur tot liquidatie en stelt het daarvoor de nodige regelingen vast. Hierbij kan van de bepalingen van deze regeling worden afgeweken. 4. Het liquidatieplan wordt door het bestuur vastgesteld. 5. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemende gemeenten tot het bijdragen in de financiële gevolgen van de beëindiging. Het liquidatieplan voorziet ook in de gevolgen die de opheffing heeft voor het personeel. 6. Zo nodig blijven de bestuursorganen van Recreatieschap Twente ook na het tijdstip van de opheffing in functie, totdat de liquidatie is beëindigd.
HOOFDSTUK 11 OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 31 Evaluatie 1. Het bestuur evalueert de regeling in het jaar voorafgaand aan de reguliere gemeenteraadsverkiezingen. 2. Het bestuur bepaalt de manier waarop de evaluatie plaatsvindt. Op de betrokkenheid van de raden is artikel 12 van de regeling van overeenkomstige toepassing.
Artikel 32 Overgangsbepaling 1. De verordeningen en andere besluiten, vastgesteld door het algemeen bestuur van Regio Twente en/of Openbaar Lichaam Gezondheid, blijven vanaf 1 januari 2022 van kracht en worden geacht te zijn vastgesteld onder de huidige regeling, totdat hierin op andere wijze is voorzien. 2. Besluiten van het bestuur van Recreatieschap Twente op grond van voorgaande versies van deze regeling, gelden als besluiten genomen mede krachtens deze regeling. Artikel 33 Citeerwijze en inwerkingtreding 1. De regeling kan worden aangehaald als “Regeling Recreatieschap Twente”. 2. De gewijzigde regeling treedt in werking op de dag na bekendmaking, voor het eerst op of omstreeks 1 januari 2027.