10. Beleids- en beheersplan Openbare verlichting 2025-2034 - Bijlage Beleids en beheersplan openbare verlichting 2025-2034
Tekst van het document
Hoort bij raadsbesluit nr. 1464 van 26 mei 2025
R.W.
Beleids- en beheerplan openbare verlichting Gemeente Oldenzaal 2025-2034
Pagina 1 van 21
1.
Inhoud Aanleiding ....................................................................................................................................................4 1.1
Doelstellingen ......................................................................................................................................... 4
1.2
Samenvatting Openbare Verlichting Oldenzaal (2025-2034).................................................................. 5
2.
Nut en noodzaak van openbare verlichting ..............................................................................................6 2.1
Functies openbare verlichting ................................................................................................................. 6
2.2
Sociale veiligheid .................................................................................................................................... 6
2.3
Verkeersveiligheid .................................................................................................................................. 6
2.4
Leefbaarheid ........................................................................................................................................... 7
2.5
Verlichtingsniveau................................................................................................................................... 7
2.6
Openbare verlichting in verschillende gebieden ..................................................................................... 7
2.7
Lichthinder .............................................................................................................................................. 8
3.
Openbare verlichting in Oldenzaal ............................................................................................................9 3.1
Ondergrondse deel ................................................................................................................................. 9
3.2
Lichtmast .............................................................................................................................................. 10
3.3
Materiaal van de lichtmasten ................................................................................................................ 10
3.4
Armatuur ............................................................................................................................................... 11
3.5 4.
Energie ................................................................................................................................................. 12 Beheer ........................................................................................................................................................ 12
4.1
Dagelijks onderhoud ............................................................................................................................. 13
4.2
Beheerbestand ..................................................................................................................................... 13
4.3
Organisatie Installatieverantwoordelijkheid........................................................................................... 14
5.
Financiën.................................................................................................................................................... 14 5.1
Energiekosten ....................................................................................................................................... 14
5.2
Dagelijkse kosten.................................................................................................................................. 15
5.3
Vervangingsinvesteringen .................................................................................................................... 15
5.4
Overige kosten...................................................................................................................................... 15
5.5
Budget .................................................................................................................................................. 15
Bijlage 1 benodigd budget ................................................................................................................................... 16 Bijlage 2 jaarlijks investering grootonderhoud.................................................................................................. 17 Bijlage 3 Wet- en regelgeving en richtlijnen....................................................................................................... 18 Rijksbeleid en decentraal beleid ...................................................................................................................... 18 Burgerlijk Wetboek ........................................................................................................................................... 18 Elektriciteitswet ................................................................................................................................................ 18 Richtlijn openbare verlichting ........................................................................................................................... 19 Richtlijn Lichthinder ..........................................................................................................................................
19 Werkgeversverantwoordelijkheid ..................................................................................................................... 19 Wet natuurbescherming ................................................................................................................................... 20 Politiekeurmerk Veilig wonen ........................................................................................................................... 20
Pagina 2 van 21
Leeswijzer Voor u ligt het beleidsplan openbare verlichting 2025-2034 van de gemeente Oldenzaal. Het beleidsplan begint met een inleiding, gevolgd door de doelstellingen van gemeente Oldenzaal voor de openbare verlichting, deze in 2 thema’s namelijk; veiligheid, klimaat (energiereductie) In de managementsamenvatting leest u de uitwerking van de doelstellingen. Het tweede hoofdstuk beschrijft waarom Oldenzaal openbare verlichting in beheer heeft, houdt en aanbrengt. Gevolgd door een hoofdstuk dat in gaat op de huidige stand van de openbare verlichting. Er zijn diverse bijlagen aan het beleidsplan toegevoegd. Zo hebben we o.a. een bijlage opgenomen waarin we informatie geven over de belangrijkste kaders (wetgeving, provinciaal en gemeentelijk beleid) voor de openbare verlichting.
Pagina 3 van 21
Inleiding De gemeente Oldenzaal is verantwoordelijk voor een leefbare en veilige openbare ruimte, waarbij openbare verlichting een belangrijk onderdeel vormt. In dit beleids- en beheerplan wordt uiteengezet hoe de gemeente de komende jaren wil voldoen aan de verschillende doelstellingen en ambities op het gebied van openbare verlichting. Vanwege landelijke wet- en regelgeving, energie- en milieueisen en de behoefte aan verkeers- en sociale veiligheid is het noodzakelijk om een heldere visie op openbare verlichting te hebben. Dit zorgt ervoor dat de fysieke installatie van openbare verlichting ook in de toekomst goed wordt onderhouden en behouden blijft. De komende jaren zal steeds vaker de vraag worden gesteld of verlichting noodzakelijk is. Sommige doelstellingen vragen om meer verlichting, terwijl andere juist pleiten voor minder verlichting. Het blijft een voortdurende uitdaging om de balans te vinden tussen deze tegengestelde belangen.
1. Aanleiding Het vorige beleidsplan voor openbare verlichting van de gemeente Oldenzaal is in 2017 verlopen. Sindsdien zijn de bestaande afspraken en uitgangspunten uit dat beleidsplan nog steeds als richtlijn gebruikt bij de uitvoering van projecten op het gebied van openbare verlichting. Daarnaast is de richtlijn openbare verlichting uit 2011 (ROVL2011) vervangen door de NPR13201-1 en heeft het Klimaatakkoord uit 2019 nieuwe eisen gesteld op het gebied van energieverbruik en duurzaamheid. Daarom is het noodzakelijk om een nieuw beleidsplan voor openbare verlichting op te stellen. Dit biedt de gemeente de mogelijkheid om gestructureerd te werk te gaan, optimaal gebruik te maken van technologische ontwikkelingen binnen de markt en tegelijkertijd rekening te houden met de financiële gevolgen. Verlichting op sportvelden, in gemeentelijke gebouwen en op particuliere grond valt buiten de reikwijdte van dit beleids- en beheerplan. Ook verlichting langs rijks- en provinciale wegen valt buiten dit plan, omdat de gemeente hiervoor geen wegbeheerder is.
1.1
Doelstellingen
De gemeenteraad van Oldenzaal heeft in het raadsprogramma ‘Samen vooruit, juist nu: 2022-2026’ haar ambities voor Oldenzaal uiteengezet. Hoewel openbare verlichting hierin niet expliciet wordt genoemd, valt het wel binnen de thema's veiligheid, klimaat (energietransitie) en dienstverlening. Deze thema’s vormen de basis voor de doelstellingen van dit beleidsplan. Op het gebied van veiligheid streeft de gemeente naar het vergroten van de sociale veiligheid en de verkeersveiligheid. Daarnaast moet openbare verlichting veilig worden geïnstalleerd en goed worden onderhouden, zodat inwoners zich veilig voelen in hun woon- en leefomgeving, vooral tijdens de donkere uren van de dag. De gemeente wil uniformiteit en herkenbaarheid van de openbare verlichting binnen wijken en gebieden waarborgen. Binnen het thema klimaat richt de gemeente zich op het verminderen van energieverbruik. Oldenzaal is een Global Goals-gemeente en zet zich actief in om bij te dragen aan de Global Development Goals. De focus ligt op het kritisch beoordelen van de noodzaak van openbare verlichting, het realiseren van de energiereductie doelstellingen uit het Klimaatakkoord van 2019 en het duurzaam inkopen van materialen voor openbare verlichting. Wat betreft dienstverlening beschouwt de gemeente openbare verlichting als een essentiële voorziening die het vertrouwen en de waardering van inwoners versterkt.
Pagina 4 van 21
Veel van deze doelstellingen zijn met elkaar verbonden en versterken elkaar. De belangrijkste uitdaging voor de komende beleidsperiode is het vervangen van verouderde lichtmasten en armaturen door duurzame verlichting. Dit draagt niet alleen bij aan energiebesparing, maar ook aan de verbetering van de veiligheid, het verminderen van de milieubelasting en het verhogen van de tevredenheid onder inwoners.
1.2
Samenvatting Openbare Verlichting Oldenzaal (2025-2034)
Het beleidsplan openbare verlichting (OVL) van Oldenzaal benadrukt het belang van verlichting voor sociale veiligheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid. De gemeente beschikt over circa 8.450 lichtmasten en 8.480 armaturen en volgt de richtlijn NPR13201-1 voor het minimale verlichtingsniveau. Verlichting in woonwijken, straten en pleinen draagt bij aan een verhoogd veiligheidsgevoel en voorkomt criminaliteit en vandalisme. Verlichting langs hoofdwegen en kruispunten verlaagt het aantal nachtelijke verkeersongevallen met 25% tot 35%. Tevens versterkt verlichting de uitstraling van Oldenzaal, met extra aandacht voor winkelgebieden, waar warmere verlichting wordt toegepast. Oldenzaal streeft naar een 50% energiebesparing in 2030 ten opzichte van 2013. Momenteel is 68% van de armaturen vervangen door LED-verlichting, wat het energieverbruik al met 48% heeft verminderd. Onderhoud wordt uitgevoerd door een aannemer, met verhoogde onderhoudsniveaus voor winkelgebieden en representatieve locaties. In de komende tien jaar worden jaarlijks ongeveer 208 masten en 153 armaturen vervangen. De jaarlijkse kosten voor energie, netbeheer, onderhoud en vervangingen zijn geraamd op € 139.000,- terwijl de totale kosten voor groot onderhoud over de periode 2025-2034 op € 2.010.000 worden geschat.
Pagina 5 van 21
2. Nut en noodzaak van openbare verlichting In dit hoofdstuk wordt het nut en de noodzaak van openbare verlichting toegelicht. In paragraaf 2.1 worden de verschillende functies van openbare verlichting beschreven, terwijl paragraaf 2.2 ingaat op het minimale verlichtingsniveau volgens de NPR13201-1.
2.1
Functies openbare verlichting
Openbare verlichting heeft als belangrijkste functie het verhogen van de persoonlijke en verkeersveiligheid. Mensen willen goed kunnen waarnemen wat er gebeurt wanneer ze zich verplaatsen in de openbare ruimte. Verlichting maakt dit mogelijk en draagt bij aan een gevoel van veiligheid en comfort.
2.2
Sociale veiligheid
Sociale veiligheid speelt vooral een rol in verblijfsgebieden zoals woonwijken, straten en pleinen. Goede verlichting zorgt ervoor dat mensen zich veiliger voelen, omdat ze beter kunnen zien wat er in hun omgeving gebeurt. Dit helpt bij het voorkomen van vandalisme en criminaliteit. Voldoende verlichting in woongebieden draagt dus direct bij aan een groter gevoel van veiligheid. Verlichting in achterpaden is ook van belang voor de sociale veiligheid, maar dit valt niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. Woningcorporatie WBO Wonen kan besluiten om achterpaden bij hun woningen te verlichten, omdat het eigendom van de grond bij de corporatie ligt. Dit onderwerp valt buiten de scope van dit beleidsplan.
2.3
Verkeersveiligheid
Verkeersveiligheid heeft betrekking op de veiligheid van weggebruikers op (hoofd)ontsluitingswegen en doorgaande wegen met een verkeersfunctie. Openbare verlichting zorgt ervoor dat weggebruikers tijdig een rotonde, bocht of andere situatie herkennen. Onderzoek toont aan dat het aantal nachtelijke verkeersongevallen met 25% tot 35% afneemt door goede openbare verlichting. De plaatsing van lichtmasten is hierbij van groot belang, omdat verkeerd geplaatste masten zelf een obstakel kunnen vormen en ongevallen kunnen veroorzaken. Vrijliggende (brom)fietspaden worden binnen de bebouwde kom alleen verlicht wanneer verlichting vanaf de hoofdrijbaan niet mogelijk is of als de verkeersveiligheid in het geding is. Wandelpaden in parken worden in principe niet verlicht, tenzij de verkeersveiligheid dit vereist. In dat geval wordt dynamische verlichting toegepast die alleen inschakelt wanneer iemand het pad betreedt. Voor de komende beleidsperiode zijn enkele pilots gepland met deze dynamische verlichting. De locaties hiervan worden nog bepaald.
Pagina 6 van 21
De minimale hoogte van nieuwe lichtmasten bedraagt 3,5 meter. Bestaande verlichting blijft gehandhaafd, tenzij er duidelijke redenen zijn voor aanpassing of vervanging.
2.4
Leefbaarheid
Leefbaarheid draait om sfeer, comfort en veiligheid. Vooral in het centrum van Oldenzaal spelen deze aspecten een belangrijke rol. De verlichting moet niet alleen functioneel zijn, maar ook bijdragen aan de uitstraling en het karakter van het gebied. Illuminatieverlichting (het aanlichten van historische of architectonische gebouwen) versterkt het bijzondere karakter van de stad. De Plechelmustoren wordt bijvoorbeeld al verlicht en er zijn plannen om de Plechelmus Basiliek tijdens deze beleidsperiode eveneens te verlichten.
2.5
Verlichtingsniveau
Voor elk gebied geldt een minimaal vereiste lichtvoorziening. De Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSvV) heeft in 2017 aanbevelingen gedaan voor minimale verlichtingsniveaus in de openbare ruimte. De landelijke richtlijn NPR13201-1, die uniformiteit en herkenbaarheid voor verkeersdeelnemers waarborgt, maakt gebruik van verlichtingsklassen. De verlichtingsklasse wordt bepaald op basis van het type weg en de functie van het gebied. Alle lichtplannen voor vervanging of nieuwbouw worden opgesteld volgens de NPR13201-1. De gemeente Oldenzaal blijft deze richtlijn volgen, zoals eerder ook gebeurde met de ROVL2011-richtlijn. Bij nieuwe inrichtingsplannen worden lichtberekeningen uitgevoerd om te voldoen aan de gestelde normen. Oldenzaal is voor openbare verlichting onderverdeeld in verschillende gebieden, elk met specifieke eisen: winkelgebied, (bus)station inclusief de ‘Groene Loper’, industriegebieden en de rest van de stad. De wegen zijn onderverdeeld in stroomwegen, gebiedsontsluitingswegen, erftoegangswegen en de carnavalsroute.
2.6
Openbare verlichting in verschillende gebieden
In woongebieden wordt openbare verlichting vooral geplaatst ter bevordering van sociale en verkeersveiligheid. Langs wijkontsluitingswegen worden doorgaans lichtmasten geplaatst met een kegelvormig armatuur. De gemeente Oldenzaal kiest hierbij voor aluminium masten vanwege de duurzaamheid en het onderhoudsgemak. In winkelgebieden speelt naast sociale veiligheid ook de sfeer een belangrijke rol. Daarom wordt hier verlichting met een hogere lichtintensiteit toegepast. Bij vervanging of herinrichting worden belanghebbenden zoals stedenbouwkundigen, de stadsnaobers en pandeigenaren betrokken bij het maken van keuzes over het ontwerp en de uitvoering van de verlichting. Hierbij wordt rekening gehouden met de uitstraling van het gebied en het gewenste lichtbeeld. Op bedrijventerreinen zijn de wegen doorgaans breder. Hier worden lichtmasten geplaatst om de verkeersveiligheid te waarborgen. De verlichting is functioneel en gericht op het creëren van voldoende zicht en veiligheid voor weggebruikers. Ook hier worden aluminium masten gebruikt vanwege de stevigheid en het beperkte onderhoud. In het buitengebied worden lichtmasten voornamelijk geplaatst bij kruispunten, fietspaden en gevaarlijke situaties. Hierbij ligt de focus op verkeersveiligheid in plaats van sociale veiligheid.
Fietspaden worden alleen verlicht als ze een belangrijke verbindingsroute vormen, bijvoorbeeld naar een school of sportvereniging. In het buitengebied wordt verlichting waar mogelijk verwijderd en slechts in uitzonderlijke gevallen toegevoegd.
Pagina 7 van 21
De hoofdontsluitingswegen worden voorzien van verlichting die gericht is op het waarborgen van de verkeersveiligheid, vooral op locaties waar de verkeersdrukte hoog is en de kans op ongevallen toeneemt. Ook hier kiest de gemeente Oldenzaal voor aluminium masten vanwege de robuustheid en het gemak in onderhoud.
2.7
Lichthinder
In de donkere uren kunnen mensen en dieren hinder ondervinden van kunstlicht. In buitengebieden wordt daarom terughoudend omgegaan met verlichting. Bekende neveneffecten van overmatige verlichting zijn: • Energieverspilling • Verblinding • Ontregeling van flora en fauna (zoals verstoring van het leefgedrag van vleermuizen) • Lichtvervuiling De Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSvV) heeft richtlijnen voor lichthinder opgesteld, die de gemeente Oldenzaal gebruikt om klachten over lichthinder te beoordelen en te verhelpen. De maximale toegestane lichtniveaus per gebied zijn opgenomen in de richtlijn Lichthinder.
In onderstaande tabel uit de richtlijn Lichthinder staat wat er maximaal aan licht op de gevel mag komen:
Pagina 8 van 21
De waarden in deze tabellen zijn maximumwaarden.
3. Openbare verlichting in Oldenzaal Dit hoofdstuk beschrijft de huidige openbare verlichtingsinstallatie in Oldenzaal en welke acties de komende jaren nodig zijn om deze op peil te houden en te verduurzamen. De openbare verlichtingsinstallatie bestaat uit vijf onderdelen: het ondergrondse netwerk (netbeheerder), de lichtmast (de paal zelf), het armatuur (waar de lamp in zit), de lamp (lichtbron) en het energieverbruik.
3.1
Ondergrondse deel
Het kabelnet is eigendom van de Cogas en zijzorgen ook voor het onderhoud. De netbeheerder zorgt voor een separaat netwerk voor de openbare verlichting met een beveiliging van maximaal 1x 6 ampère. De aansluitkast, waarin de beveiliging is opgenomen, blijft eigendom van de netbeheerder. De lichtmast en de installatie na het overdrachtspunt zijn eigendom van de gemeente. Bij een storing in het kabelnet zorgt de netbeheerder voor de reparatie. Na de zekeringkast zijn de mast, het armatuur, het snoer en overige objecten aan de lichtmast (zoals feestverlichting, snelheidsdisplays en stopcontacten) eigendom van de gemeente Oldenzaal. De gemeente is verantwoordelijk voor de veiligheid van deze installaties. Conform de NEN3140-norm is er een installatieverantwoordelijke (IV’er) aangesteld. Bij de gemeente Oldenzaal ligt deze verantwoordelijkheid bij de teamleider van team Realisatie.
Pagina 9 van 21
3.2
Lichtmast
De lichtmast zorgt ervoor dat de lichtbron op een bepaalde hoogte boven de grond staat, waardoor een groter gebied per lichtpunt wordt verlicht. De plaats van lichtmasten in de openbare ruimte wordt afgestemd op de inrichting van de openbare ruimte, zoals de positie bij parkeerplaatsen, gevels, erfafscheidingen en objecten als bomen, verkeersborden en prullenbakken. In Oldenzaal staan in september 2025 in totaal 8.450 lichtmasten. De hoogtes variëren van grondspots tot masten van 10 meter hoog. Voor gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom worden lichtmasten van 6 of 8 meter geplaatst, afhankelijk van de situatie ter plekke. Voor erftoegangswegen wordt een hoogte van 3,5 tot 4 meter gehanteerd, met uitzondering van de carnavalsroute. In Oldenzaal zijn 118 grondspots aanwezig, die als lichtmast met hoogte 0 worden geregistreerd.
3.3
Materiaal van de lichtmasten
De gemeente Oldenzaal gebruikt voornamelijk aluminium masten vanwege de duurzaamheid en het onderhoudsgemak. Aluminium is goed bestand tegen corrosie en heeft geen milieubelastende conservering nodig. De masten worden voorzien van een maaiveldbeschermer om schade aan de onderzijde te voorkomen. Aluminium is daarnaast volledig recyclebaar, wat bijdraagt aan een circulaire economie. Naast aluminium worden er in specifieke gebieden ook stalen en thermisch verzinkte masten geplaatst. In de binnenstad worden bijvoorbeeld stalen masten met Haagse Kappen gebruikt vanwege de esthetische waarde. Rondom de Plechelmuskerk worden thermisch verzinkte masten geplaatst om het historische karakter te behouden.
Pagina 10 van 21
Functie
Hoogte mast
Woonstraten
Sociale en verkeersveiligheid
4 meter (woonwijk/erf), 6 Aluminium, kegelmeter (wijkontsluitingsP5 vormig armatuur weg)
Winkelcentra en aanlichten panden
Sociale veiligheid, sfeer
Specifieke hoogte afgestemd op locatie en func- Speciale masten P4 tie
Industriegebied
Verkeersveiligheid
8 meter
Aluminium
M6
Buitengebied – fietspaden
Verkeers- en sociale veiligheid
4 en 6 meter
Aluminium
P6
8 meter
Aluminium
M5
HoofdontsluitingsVerkeersveiligheid wegen
Type mast
Verlichtingsklasse
Categorie
Lichtmasten hebben een gemiddelde levensduur van 40 jaar. In 2025 zijn er 820 lichtmasten ouder dan 40 jaar (geplaatst voor 1985). Daarnaast zijn er 2.080 lichtmasten geplaatst tussen 1970 en 1995, waarvan een deel de komende tien jaar vervangen moet worden. Dat betekent dat er jaarlijks ongeveer 208 masten vervangen moeten worden. In het budget is hier rekening mee gehouden.
3.4
Armatuur
Het armatuur beschermt de lichtbron en bepaalt de richting van het licht. Bij de keuze voor een type armatuur spelen de plaatsing van het lichtpunt, de gewenste sfeer (lichtkleur en -sterkte) en de functie van de verlichting een belangrijke rol. De verlichting van een belangrijk verkeersknooppunt vraagt om een andere aanpak dan die van een winkelstraat, waar naast sociale veiligheid ook de sfeer bepalend is. De gemeente Oldenzaal heeft in totaal 8.449 armaturen die we kunnen verdelen in 3 hoofdtypen. Er zijn drie hoofdtypen armaturen: • Kegelarmaturen – vooral toegepast in woonwijken op masten van 4 meter hoog. • Kofferarmaturen – gebruikt langs uitvalswegen op masten van 6 meter hoog. • Overige armaturen – zoals grondspots, wandarmaturen, Haagse Kappen en verlichte bewegwijzeringsborden. Armaturen hebben een gemiddelde levensduur van 20 jaar. In Oldenzaal zijn er 988 armaturen ouder dan 20 jaar en 541 die binnenkort vervangen moeten worden (15 tot 20 jaar oud). Bij vervanging wordt het armatuur vaak samen met de mast vervangen en wordt er in het MJUP rekening gehouden met projecten en faseringen. Het areaal telt nu nog 1.219 armaturen met een lichtbron van een lamp die we komende jaren gaan uit faseren. Er zijn drie soorten lampen in gebruik geweest: • Natriumlampen – Hogedruk natriumlamp (SON) en er zijn nog 214 SON-lampen in gebruik.
• Kwikdamplampen (PLL of TL) – Er zijn nog 1.005 PL- en TL-lampen in gebruik. • PL-lampen worden vanaf 2023 niet meer geproduceerd vanwege het kwikgehalte. Daarom worden deze lampen bij vervanging door LED vervangen.
Pagina 11 van 21
De kleurtemperatuur van het licht (uitgedrukt in Kelvin) speelt een belangrijke rol in de sfeer en zichtbaarheid, en heeft invloed op de verlichting van het straatbeeld. In de gemeente Oldenzaal wordt voornamelijk wit licht van 3000K gebruikt, omdat dit de beste kleur is voor het menselijk oog om mensen in het donker te herkennen. In winkelgebieden wordt warm wit licht toegepast om een aangename sfeer te creëren, waarbij de uitstraling centraal staat. Hier wordt ook vaak verlichting vanuit etalages gebruikt. Hoewel in andere landen kleurverlichting zoals rood, amber en groen soms wordt toegepast voor natuurbehoud, wordt dit in Oldenzaal beperkt ingezet. Deze kleuren kunnen bepaalde dieren ten goede komen, maar ook andere dieren verstoren. Daarom is de gemeente terughoudend met het gebruik van gekleurde verlichting. Voor natuurbehoud biedt dynamisch dimmen een betere oplossing. Wanneer er zich een situatie voordoet waarbij natuurbehoud, openbare verlichting en dimmen gecombineerd kunnen worden, is het de moeite waard om te onderzoeken hoe dit mogelijk geïmplementeerd kan worden. Dynamisch dimmen houdt in dat de verlichting aangaat wanneer een fietser, automobilist of voetganger zich over een pad beweegt, waardoor de verlichting alleen actief is wanneer dat nodig is.
Het huidige dimregime wordt sinds 2012/2013 standaard toegepast, inclusief een dimprogramma dat gericht is op het besparen van energie en het verminderen van lichthinder. In februari 2025 waren 5.052 lichtinstallaties (60% van het totaal) voorzien van dit dimregime, dat als volgt is ingesteld: • Aan: 100% • 19:00 uur: 75% • 22:00 uur: 50% • 06:00 uur: 100%
3.5
Energie
Het verduurzamen van de openbare verlichting draagt bij aan het behalen van de klimaatdoelstellingen op zowel gemeentelijk, regionaal als nationaal niveau. Volgens het Klimaatakkoord moet de openbare verlichting in 2030 50% energie besparen ten opzichte van 2013. De gemeente Oldenzaal heeft 8.480 armaturen, waarvan ruim 5.800 (68%) LED-armaturen zijn. Nog eens 1.050 armaturen (12%) zijn voorzien van een LED-lamp. Het energieverbruik in 2013 was 1.561.426 kWh. In 2025 wordt een verbruik van ongeveer 812.853 kWh verwacht, wat neerkomt op een besparing van 48%. De resterende 2% besparing om de doelstelling voor 2030 te halen, kan worden bereikt door geplande vervangingen en verdere toepassing van dimregimes. Met 60% van het verlichtingspark al voorzien van slimme verlichting, voldoet Oldenzaal nu al aan de doelstelling van het Energieakkoord om in 2030 minimaal 50% van het verlichtingspark slim te beheren.
4. Beheer Het beheer van de openbare verlichting bestaat uit het dagelijks onderhoud en het verhelpen van de storingen en klachten. Het dagelijkse onderhoud betreft reparaties, zoals kapotte lampen en beschadigde lichtmasten of armaturen en het schoonmaken van armaturen, en het opheffen van storingen volgens de bepalingen in het bestek. Mutaties, storingen en meldingen worden bijgehouden in het beheersysteem LMS, waardoor het beheerbestand actueel is en blijft.
Pagina 12 van 21
4.1
Dagelijks onderhoud
Dagelijks onderhoud is noodzakelijk omdat masten en armaturen soms defect raken door ouderdom, vernieling of aanrijding. De onderhoudsaannemer voert wekelijks onderhoud uit op basis van ontvangen meldingen en storingen. Schades worden ad hoc hersteld om de installatie goed te laten functioneren. De aannemer die het onderhoud uitvoert, wordt geselecteerd via een aanbestedingsprocedure en doorgaans voor een periode van vier jaar gecontracteerd. Voor de openbare verlichting in Oldenzaal wordt momenteel onderhoudsniveau B (basis) uit de kwaliteitscatalogus van het CROW gehanteerd. Dit geldt voor de gehele stad, met uitzondering van het winkelgebied, het (bus)station en de ‘Groene Loper’. In deze representatieve gebieden wordt onderhoudsniveau A toegepast vanwege de gewenste uitstraling. Het voorstel is om deze onderhoudsniveaus ook in de toekomst te blijven hanteren. Op bedrijventerreinen waar parkmanagement van toepassing is, kan in overleg met de parkmanagementorganisatie worden gekozen voor een ander onderhoudsniveau dan het basisonderhoudsniveau B. Naast het dagelijkse onderhoud op basis van meldingen en storingen, worden jaarlijks ook preventieve onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Dit betreft het vervangen van lampen (remplace) en het periodiek controleren (schouwen) van de gehele verlichtingsinstallatie.
Door deze preventieve aanpak kunnen storingen zoveel mogelijk worden voorkomen.
4.2
Beheerbestand
Voor een goed en efficiënt beheer is het essentieel dat de gegevens van het areaal correct zijn opgenomen in het beheerbestand. Hierdoor kan adequaat worden gereageerd op storingsmeldingen, is inzichtelijk wanneer planmatige vervanging nodig is en is duidelijk welke verlichtingsinstallaties eigendom zijn van de gemeente. Het beheerbestand van de openbare verlichting wordt door de gemeente Oldenzaal zelf bijgehouden in het beheersysteem LMS. In dit systeem worden niet alleen de verlichtingsgegevens opgeslagen, maar ook de storingsmeldingen. Meldingen van bewoners over defecte verlichting worden via een koppeling direct doorgezet naar LMS. Hierdoor komen deze meldingen niet meer bij het Klant Contact Centrum (KCC) terecht, maar direct in het beheersysteem voor openbare verlichting. De beheerder openbare verlichting kan vervolgens de juiste actie ondernemen. In het beheerbestand staan alle basisgegevens van het huidige areaal aan lichtmasten, armaturen en lampen, zoals de locatie, het type, de leeftijd en het energieverbruik. Daarnaast heeft de gemeente Oldenzaal ervoor gekozen om de locaties van lichtobjecten openbaar te maken door deze op te nemen in het niet-verplichte deel (IMGeo) van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT).
Pagina 13 van 21
4.3
Organisatie Installatieverantwoordelijkheid
De gemeente is eigenaar van de OVL-installatie. De verantwoordelijkheid voor het beheer en onderhoud is ondergebracht bij de afdeling Beheer en realisatie van de gemeente. Om de OVL-installatie in een goede staat te houden, wordt deze onderhouden. Dit betreft vervangen van verouderde materialen en oplossen van storingen. De eigenaar van de installaties heeft de primaire verantwoordelijkheid voor het schoonhouden, technisch en functioneel onderhouden, en waarborgen van de algemene veiligheid. Het afstemmen van beheerprocessen op wet- en regelgeving is van belang en vindt zijn oorsprong in het Bouwbesluit en de Arbowet. Deze wet- en regelgeving is verder uitgewerkt in de regeling Bouwbesluit en het Arbobesluit met de bijbehorende Arbo-beleidsregels. Voor elektrische installaties zijn relevante normen, zoals NEN 1010 en NEN 3140, opgesteld door het Nederlands Normalisatie-instituut. De gemeente Oldenzaal heeft de plicht om de elektrotechnische veiligheid van installaties te waarborgen, zodat gebruikers (burgers, personeel en opdrachtnemers) deze veilig kunnen gebruiken. De verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden wordt vastgelegd in een mandaatregister, dat door het College wordt vastgesteld. In dit register wordt aangegeven welke functionaris binnen de gemeente verantwoordelijk is voor specifieke taken en bevoegdheden.
Wanneer verantwoordelijkheden niet (onder)gemandateerd zijn, ligt de verantwoordelijkheid voor de IV-organisatie bij de mandant, in dit geval de gemeentesecretaris. De implementatie van de Installatieverantwoordelijkheid voor alle disciplines binnen de gemeente is nog niet gestart . In de komende beleidsperiode worden de rollen verder ingevuld. De rol van operationeel Installatieverantwoordelijke is, als onderdeel van de contracten, al bij de aannemer gelegd. Voor de implementatie en uitvoering van de Installatieverantwoordelijkheid binnen de eigen organisatie moet nog een keuze worden gemaakt en formatie in de organisatie worden geregeld.
5. Financiën Dit hoofdstuk bevat een financiële doorrekening voor de openbare verlichting in Oldenzaal voor de periode 2025-2034. De kosten zijn onderverdeeld in energiekosten, netbeheerkosten, dagelijks onderhoud, schoonmaakkosten, vervangingsinvesteringen, beheerkosten en overige kosten. In bijlage 1 is een gedetailleerd overzicht van de verschillende kosten opgenomen.
5.1
Energiekosten
Voor 2025 zijn de energiekosten, inclusief energiebelasting en opslag duurzame energie, berekend op basis van het huidige areaal. Het huidige areaal in Oldenzaal verbruikt ongeveer 821.852 kWh energie per jaar. Bij een gemiddeld tarief van € 0,06 per kWh komen de jaarlijkse energiekosten uit op circa € 139.000. Voor het hebben van ongeveer 8.000 aansluitingen op het net van de netbeheerder betaalde de gemeente in 2022 ongeveer € 4.800 aan servicekosten. De netbeheerder stelt capaciteit op het net beschikbaar voor energietransport naar de aansluitingen van de openbare verlichting. Daarnaast betaalt Oldenzaal een bijdrage aan Cogas voor aanpassingen waarin de gemeente een belang heeft. Voorbeelden hiervan zijn het aanpassen van schakeltijden of het verplaatsen van masten na een aanrijding. De jaarlijkse bijdrage hiervoor bedraagt € 15.000.
Pagina 14 van 21
5.2
Dagelijkse kosten
Incidentele uitval van lampen en masten door aanrijding, stormschade of vandalisme moet worden verholpen om te voldoen aan de eisen van veiligheid en beeldkwaliteit. Gemiddeld zijn er in Oldenzaal jaarlijks ongeveer 100 schadegevallen. In 50% van de gevallen is de veroorzaker bekend, en in de overige 50% vergoedt het Waarborgfonds Motorverkeer de schade. De totale kosten van schade door aanrijding worden daarmee geschat op € 28.000 per jaar. Voor het handhaven van de beeldkwaliteit, zoals het rechtzetten van scheve masten, vervangen van beschadigde masten en het verwijderen van graffiti en stickers, is jaarlijks ongeveer € 20.000 nodig. De bestaande armaturen in Oldenzaal zijn grotendeels vervangen door LED-armaturen, die een langere levensduur hebben. Hierdoor is groepsremplace (het periodiek vervangen van lampen) vrijwel niet meer nodig. De kosten voor groepsremplace worden daarom gedurende deze beleidsperiode teruggebracht naar nul. Daar tegenover staat dat de kosten voor het schoonmaken van LED-armaturen toenemen, omdat ze na verloop van tijd vuil worden door stof en algengroei. Oldenzaal beschikt over 6.400 armaturen. Bij een gemiddeld tarief van € 10 per schoonmaakbeurt en een schoonmaakfrequentie van eens per zeven jaar, bedragen de jaarlijkse schoonmaakkosten ongeveer € 9.100.
5.3
Vervangingsinvesteringen
De levensduur van de masten is vastgesteld op 40 jaar, terwijl armaturen een levensduur van 20 jaar hebben. In de komende 10 jaar zullen 2.080 masten en 1.529 armaturen worden vervangen. De totale kosten voor groot onderhoud over de periode 2025-2034 worden geraamd op € 2.010.000,- wat resulteert in jaarlijkse kapitaalkosten. Alle oude armaturen en lampen worden in principe vervangen door LED-armaturen, aangezien er geen vervangende lampen meer beschikbaar zijn en hiermee de grootste energieverbruikers worden vervangen. Daarnaast worden ook de verouderde materialen, die nu zijn uitgerust met een LED-lamp, aangepakt.
5.4
Overige kosten
Naast de kosten voor de verlichtingsinstallatie en het onderhoud daarvan, zijn er nog aanvullende kostenposten die in het budget moeten worden meegenomen. Dit betreft elektrotechnische keuringen (bij iedere nieuwe mast), installatieverantwoordelijkheid (nog in te vullen), het beheersysteem en een jaarlijkse indexering van 5% voor stijging van loon- en materiaalkosten.
5.5
Budget
Het totale benodigde jaarbudget voor de komende tien jaar is gebaseerd op het feit dat groot onderhoud gespreid plaatsvindt over deze periode. Het benodigde onderhoudsbudget per jaar, exclusief opties zoals schouw, bedraagt ongeveer € 100.000. In bijlage 1 is een gedetailleerd overzicht van de verschillende kosten opgenomen.
Pagina 15 van 21
Bijlage 1 benodigd budget Benodigd budget Storingen aan verlichting (materiaal en loon) Remplace Schades aan lichtmasten (materiaal en loon) Vervanging versleten masten incidenteel NEN3140 keuringen (elektrische keuring) Installatieverantwoordelijkheid Beheer lichtmasten (bijhouden in bestand, storingsmeldingen) Totaal onderhoud
2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 € 14.240,17 € 14.952,18 € 15.664,19 € 16.376,20 € 17.088,21 € 17.800,22 € 18.512,23 € 19.224,24 € 19.936,24 € 20.648,25 € 19.536,96 € 20.513,81 € 21.490,65 € 22.467,50 € 23.444,35 € 24.421,20 € 25.398,05 € 26.374,89 € 27.351,74 € 28.328,59 € 27.760,00 € 29.148,00 € 30.536,00 € 31.924,00 € 33.312,00 € 34.700,00 € 36.088,00 € 37.476,00 € 38.864,00 € 40.252,00 € 23.080,00 € 24.234,00 € 25.388,00 € 26.542,00 € 27.696,00 € 28.850,00 € 30.004,00 € 31.158,00 € 32.312,00 € 33.466,00 € 6.000,00 € 6.300,00 € 6.600,00 € 6.900,00 € 7.200,00 € 7.500,00 € 7.800,00 € 8.100,00 € 8.400,00 € 8.700,00 € 5.000,00 € 5.250,00 € 5.500,00 € 5.750,00 € 6.000,00 € 6.250,00 € 6.500,00 € 6.750,00 € 7.000,00 € 7.250,00 € 5.000,00 € 5.250,00 € 5.500,00 € 5.750,00 € 6.000,00 € 6.250,00 € 6.500,00 € 6.750,00 € 7.000,00 € 7.250,00 € 100.617,13 € 105.647,99 € 110.678,85 € 115.709,70 € 120.740,56 € 125.771,42 € 130.802,27 € 135.833,13 € 140.863,99 € 145.894,84
Energiekosten Capaciteitstarief meters (meetdienst, transport, capaciteit) Reguliere energiebelasting Kosten netbeheerder (Liander), aansluittarief per mast per jaar Totaal energiekosten
€ 49.311,18 € 51.776,74 € 54.242,30 € 56.707,86 € 59.173,41 € 61.638,97 € 9.000,00 € 9.450,00 € 10.939,56 € 11.486,53 € 12.060,86 € 12.663,90 € 13.278,76 € 13.942,70 € 14.606,64 € 15.270,58 € 15.934,52 € 16.598,45 € 67.189,00 € 70.548,45 € 73.907,90 € 77.267,35 € 80.626,80 € 83.986,25 € 138.778,94 € 145.717,89 € 153.696,39 € 160.732,32 € 167.795,59 € 174.887,58
Nachtschouw (controle op functioneren installatie); Lidmaatschap IGOV – OVLNL; Lichtplannen en aanbesteding vervangingen t.b.v. onderhoud; Totaal overig
€ 4.320,00 € 4.536,00 € 30.387,66 € 31.907,04 € 33.502,39 € 35.177,51 € 36.936,39 € 38.783,21 € 40.722,37 € 42.758,48 € 850,00 € 892,50 € 935,00 € 977,50 € 1.020,00 € 1.062,50 € 1.105,00 € 1.147,50 € 1.190,00 € 1.232,50 € 25.000,00 € 26.250,00 € 27.500,00 € 28.750,00 € 30.000,00 € 31.250,00 € 32.500,00 € 33.750,00 € 35.000,00 € 36.250,00 € 30.170,00 € 31.678,50 € 31.678,50 € 31.678,50 € 31.678,50 € 31.678,50 € 31.678,50 € 31.678,50 € 31.678,50 € 31.678,50
Pagina 16 van 21
€ 64.104,53 € 13.297,10 € 17.262,39 € 87.345,70 € 182.009,72
€ 66.570,09 € 13.961,95 € 17.926,33 € 90.705,15 € 189.163,53
€ 69.035,65 € 71.501,21 € 14.660,05 € 15.393,05 € 18.590,27 € 19.254,21 € 94.064,60 € 97.424,05 € 196.350,57 € 203.572,52
Besparing kWh in dat jaar
€ 823 € 499 € 1.105 € 978 € 824 € 1.082 € 1.025 € 891 € 2.575 € 31.706
Besparing exploitatie cumulatief
Besparing per jaar exploitatie
€ 144.290 € 29.560 € 46.335 € 104.240 € 60.895 € 124.645 € 70.010 € 90.280 € 275.950 € 1.750
€ 546.795 1257 € 11.583 27
Investering armaturen
€ 57.881 159 € 31.668 87 € 52.319 176 € 54.125 125 € 66.755 150 € 71.216 204 € 73.498 94 € 94.679 256 € 58.000 126 € 75.304 236 € 33.427 63 € 66.311 224 € 142.370 261 € 204.381 464 € 52.893 127 € 318.774 666 € 972.691 2080 € 1.039.288 2622 € 2.011.979
Aantal masten
Investering totaal
totaal
Aantal armaturen
2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034
Investering masten
Jaar
Bijlage 2 jaarlijks investering grootonderhoud
€ 20.977 € 3.474 € 21.476 € 3.537 € 22.581 € 6.717 € 23.558 € 4.886 € 24.382 € 5.639 € 25.464 € 7.148 € 26.490 € 5.011 € 27.380 € 4.807 € 29.955 € 15.417 € 9.240 € 24.657
Jaarlijks voeren wij groot onderhoud uit aan ons areaal. Dit gebeurt op basis van een theoretische benadering, waarbij in de bovenstaande tabel de bijbehorende investeringen zijn weergegeven. Lichtmasten worden gemiddeld eens per 40 jaar vervangen en armaturen eens per 20 jaar. Om het beschikbare budget, de uit te voeren werkzaamheden en de benodigde capaciteit evenwichtig te verdelen, streven we naar een gelijkmatige jaarlijkse vervanging. Deze planning stemmen we af op het Meerjaren Uitvoeringsprogramma (MJUP) en nemen we daarin op.
Pagina 17 van 21
Bijlage 3 Wet- en regelgeving en richtlijnen
Rijksbeleid en decentraal beleid In Nederland is er geen Rijksbeleid op gebied van nachtelijke verlichting en donkertebescherming. Een aantal andere landen heeft dit wel zoals Frankrijk en Slowakije, dit zal in de toekomst Europees uitgerold gaan worden. In Nederland is er wel decentraal beleid opgesteld door een aantal provincies en gemeenten. De aanleiding voor beleid ten aanzien van nachtelijke verlichting is meestal energiebesparing. Beleid op het gebied van donkertebescherming komt voort uit bescherming van Natura2000 gebieden (vogel- en habitat-richtlijn). De Omgevingswet (inwerkingtreding 1 januari 2024) is één integrale wet voor de bescherming én het gebruik van de fysieke leefomgeving. De wet beoogt een samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving, en geeft decentrale overheden meer afwegingsruimte. Dit biedt decentrale overheden meer ruimte voor beleid en regelgeving ten aanzien van nachtelijke verlichting en donkertebescherming.
Burgerlijk Wetboek De aansprakelijkheid van de wegbeheerder is geregeld in artikel 6:174 van het Burgerlijk Wetboek. Als de weg niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert is de wegbeheerder - ingeval van ongelukken - in principe aansprakelijk voor de schade. Onder het nieuwe recht is de schuldverantwoordelijkheid omgezet in een risicoaansprakelijkheid. Dat wil zeggen dat de weggebruiker niet meer de schuld van de wegbeheerder (de gemeente) hoeft aan te tonen maar slechts de gevaarlijke toestand van de weg (uitrusting) en het daardoor intreden van het gevaar. De nieuwe bepaling zal sneller aansprakelijkheid van de gemeente als wegbeheerder met zich mee brengen dan voorheen het geval was. Wettelijk is nog niet vastgelegd aan welke kwaliteit de openbare verlichting moet voldoen, maar justitie hanteert op dit moment als enig houvast de Aanbevelingen voor Openbare Verlichting, uitgegeven door de Nederlandse Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV). Dit naslagwerk geeft, al naar gelang het gebruik en de kenmerken van de ruimte, aanbevelingen voor de verlichtingssterkte en de gelijkmatigheid van de openbare verlichting.
Elektriciteitswet De Elektriciteitsnet (1998) heeft betrekking op de levering van elektriciteit, aansluit-, transport- en systeemdiensten en diensten in het vrije domein. Voor alle contractuele afspraken die de gemeente maakt, geldt dat zij met de Elektriciteitswet in overeenstemming moeten zijn.
Pagina 18 van 21
Richtlijn openbare verlichting Door de Nederlands Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV) zijn diverse richtlijnen en aanbevelingen opgesteld over openbare verlichting. Deze richtlijnen en aanbevelingen gelden als vertrekpunt bij de toepassing van verlichting in de openbare ruimte. De NSVV heeft in combinatie met de NEN in januari 2017 de Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR13201-2017) gepubliceerd en uitgebracht. Deze publicatie dient als vervanging van de NPR13201-1:2002 en Ontw. NPR 13201:2016. Tevens vervalt met het uitbrengen van de nieuwe richtlijn de tijdelijke richtlijn genaamd ROVL- 2011 welke na uitkomst als standaard richtlijn in Nederland werd gehanteerd. Voor verschillende gebieden gelden verschillende lichtbehoeften en daardoor verschillendebenaderingen. De NPR13201-2017 maakt onderscheid tussen gebieden met een verkeersfunctie, conflictgebieden en verblijfsgebieden. M-Classificatie (Engelse term Motorway) In een gebied met een verkeersfunctie is het van belang om de eigen positie ten opzichte van de positie van de medeweggebruiker, obstakels en het verloop van de weg te kunnen herkennen. C-classificatie (Engelse term Conflict area) In een conflictgebied (Kruising, rotonde, ect..) is het van belang om verkeersdeelnemers of obstakels tijdig te kunnen waarnemen en onderlinge afstanden en snelheden goed te kunnen inschatten.
P-classificatie (Engelse term Pedestrians) Het verblijfsgebied kenmerkt zich als een gebied waar het buiten het bovengenoemde gaat om het herkennen van personen en het zichtbaar zijn van de omgeving. Het Mission Statement van de NSVV luidt 'Het bevorderen van kennis en het verspreiden van informatie, ter verbetering van de toepassing van licht, ten voordele van de samenleving'.
De gemeente Oldenzaal hanteert de NPR13201-2017. In nieuwe situaties (uitbreiding/vervanging) dient hieraan te worden voldaan. In bestaande situaties is dit een streefwaarde maar kan hiervan afgeweken worden vanuit economische overweging. Dit omdat vervanging economisch niet haalbaar is.
Richtlijn Lichthinder Eveneens door de NSVV is in de nieuwe “Richtlijn Lichthinder” gepubliceerd. Hierin zijn 5 eerdere richtlijnen over lichthinder samengevoegd, geactualiseerd en aangevuld. Met deze richtlijn wordt beoogd om een stap te zetten richting een evenwicht tussen natuur, mens en techniek. Gemeente Oldenzaal conformeert zich aan de richtlijn aan de hand van de waarden toegekend aan stedelijke omgeving. Klachten over lichthinder worden individueel behandeld in relatie tot de richtlijn.
Werkgeversverantwoordelijkheid Openbare verlichting is een elektrotechnische installatie en met die reden heb je te maken met zowel de NEN-1010 als de NEN-3140. Waar de ene de veiligheid van de laagspanningsinstallatie beschrijft geeft de ander aan hoe je hier bedrijfsmatig veilig mee om kan gaan. De NEN-1010 “Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties” is dé norm voor elektrotechnische laagspanningsinstallaties in
Pagina 19 van 21
woningen, gebouwen en infrastructuur. Deze norm heeft betrekking op het veilig aanleggen van nieuwe installaties, maar ook op aanpassingen en bestaande installaties. De NEN-3140 “Bedrijfsvoering van elektrische installaties - Laagspanning” is van toepassing op de bedrijfsvoering van elektrotechnische laagspanningsinstallaties in woningen, gebouwen en infrastructuur. Deze norm beschrijft het veilig werken aan en met deze installaties. Het wordt gezien als juridisch sterkste methode om aantoonbaar te voldoen aan de eisen in het Arbobesluit met betrekking tot veilig werken aan en met de genoemde installaties.
Wet natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht. Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De Wet natuurbescherming voorziet in de bescherming van planten- en diersoorten en kan daarmee uiteenlopende gevolgen hebben voor de gemeente Heerenveen. Als aangetoond kan worden dat verlichting verstorend is voor bepaalde soorten kan op basis van deze wet worden besloten dat de lichtbron aangepast of verwijderd zal moeten worden. Naast de Wet Natuurbescherming heeft Nederland de Europese Vogel- en Habitat richtlijn geïmplementeerd in de wetgeving. Deze richtlijn voorziet in de bescherming van leefgebieden van verschillende planten- en diersoorten. De aangewezen Vogel- en Habitatrichtlijngebieden genieten een speciale bescherming; waardoor plannen/projecten met gevolgen voor een dergelijk gebied moeten worden getoetst aan bepaalde eisen. Verlichting kan negatieve gevolgen hebben voor fauna en toetsing van dit aspect is dan ook noodzakelijk binnen de omschreven richtlijngebieden. Uit wetenschappelijk onderzoek komen sterke bewijzen naar voren dat de openbare verlichting in het buitengebied en natuurgebieden schadelijke gevolgen heeft op flora en fauna populaties (o.a. J.G. de Molenaar, 2003).
Kunstmatige verlichting kan nadelige gevolgen hebben voor de voortplanting, oriëntatie, het biologische ritme, seizoenmigratie, versnippering van leefgebieden en het ongeschikt raken van foerageergebieden voor diersoorten. Vanuit de ecologie is verlichting in het buitengebied en in natuurgebieden niet wenselijk. De noodzaak van goede verlichting in de openbare ruimte kan vanuit het oogpunt van verkeers- en sociale veiligheid niet onderschat worden, maar het afstemmen van de verlichting in het buitengebied kan een belangrijke bijdrage leveren aan natuurbescherming en behoud van biodiversiteit. Vanuit deze gedachte is het raadzaam om in de natuurzones te overwegen om verlichting weg te laten, verlichting aan te passen/ vervangen door afgeschermde verlichting, te kiezen voor automatisch dimmende lichtbronnen of voor andere ecologisch verantwoorde mogelijkheden. Gemeente Heerenveen beschikt over één NNN gebied, de Deelen, (Natuurzones) waar terughoudendheid met licht het uitgangspunt is. Uitbreiding van openbare verlichting in deze gebieden is niet gewenst. Tevens dient altijd conform de Wet Natuurbescherming de openbare verlichting niet storend te zijn (in of nabij het gebied) voor flora en fauna en zal dit conform wet worden gehandhaafd
Politiekeurmerk Veilig wonen Nieuwbouwwijken en bestaande wijken die aan bepaalde - in een handboek vastgestelde – eisen voldoen, komen voor het Politie Keurmerk Veilig Wonen (PKVW)in aanmerking. De eisen zijn afgestemd op de praktijk van het inbreken. Het keurmerk wordt veel gebruikt door projectontwikkelaars. Door dit keurmerk kunnen bewoners korting krijgen op hun verzekeringspremie. Het Keurmerk bestaat uit certificaten. De buitenruimte van een woonwijk wordt qua openbare verlichting niet op PKVW-niveau gebracht. Verlichten op PKVW-niveau betekent namelijk dat er erg veel licht op straat komt en dat de gemeente ook achterpaden moet gaan verlichten. Dat vinden we niet wenselijk. De projectontwikkelaars kunnen op de projecten wel een PKVW aangeven, maar zonder het certificaat openbare verlichting.
Pagina 20 van 21
De inwoners hebben dan toch recht op kortingen op verzekeringspremies. We houden voor wat betreft de openbare verlichting dus geen Politie Keurmerk Veilig Wonen aan.
Pagina 21 van 21