09. Visie en afwegingskader regionale samenwerking Oldenzaal - Bijlage 1 Visie en afwegingskader reg. samenwerking Oldenzaal
Tekst van het document
Hoort bij raadsbesluit nr. 1463 van 26 mei 2025
R.W. Visie en afwegingskader
Regionale samenwerking gemeente Oldenzaal
Visie en afwegingskader
Regionale samenwerking gemeente Oldenzaal
Datum
:
23 april 2025
Auteurs
:
Joost Rompa, Daniël Nuijten en Stef Oude Egberink (BMC)
Samenvatting De gemeente Oldenzaal benadrukt het belang van regionale samenwerking om complexe uitdagingen aan te pakken die de lokale uitvoeringskracht overstijgen. Om hier bewuste keuzes in te maken is een afwegingskader ontwikkeld met een aantal principes, die helpen bij het aangaan, beoordelen en beëindigen van nieuwe respectievelijk bestaande samenwerkingsverbanden. De samenwerking van de gemeente Oldenzaal met regionale partners wordt gedreven door een aantal kernmotieven. Het belangrijkste doel is het creëren van maatschappelijke meerwaarde voor inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Dit wordt bereikt door het vergroten van bestuurs- en uitvoeringskracht, noodzakelijk om maatschappelijke opgaven effectief aan te pakken. Regionale samenwerking moet voor Oldenzaal leiden tot betere belangenbehartiging en lobby; tot hogere kwaliteit dienstverlening en/of tot kostenbesparing. Voor regionale samenwerking hanteert Oldenzaal twaalf leidende principes. Relationele waarden, zoals openheid, wederzijds vertrouwen, gelijkwaardigheid en langdurige relaties, vormen de basis voor elke samenwerking. Inhoudelijk wordt samengewerkt op basis van gedeelde nut en noodzaak, waarbij toegevoegde waarde, passende schaalgrootte en de mogelijkheid tot bijsturing centraal staan.
Deze principes zorgen ervoor dat samenwerkingen niet alleen effectief zijn, maar ook duurzaam en wederzijds voordelig. Het afwegingskader dat Oldenzaal gebruikt, dient als hulpmiddel om te bepalen of samenwerking wenselijk is. En met welke partners Oldenzaal haar opgaven het beste kan en wil oppakken. Hiervoor zijn enerzijds maatschappelijke patronen (pendelen, besteden, verhuizen, leren) in beeld gebracht en anderzijds de bestuurlijke structuren waarin momenteel wordt samengewerkt. Hierop is de visie en positioneringstrategie van Oldenzaal in de regio geënt, waarmee Oldenzaal op drie schaalniveaus ‘danst’: • Strategisch voornamelijk op de schaal van Twente; • Tactisch, zowel op schaal van NOT als meer met stedelijke buren Hengelo en Enschede; • Operationeel niveau : omvangrijke (vaak verplichte) uitvoeringstaken op de schaal van Twente; specifieke bedrijfsvoeringstaken met kleinere losse dienstverlenings- overeenkomsten. Op basis van deze visie en positionering wordt een handelingsperspectief met concrete looplijnen in de regio voorgesteld waarmee de raad, het college en de ambtelijke organisatie de rol en positie van Oldenzaal als ‘schakelstad’ tussen stedelijk en landelijk gebied in, met en voor de regio, kunnen versterken.
Tot slot wordt in dit document in beeld gebracht hoe momenteel de sturing en daarmee de democratische legitimatie van regionale samenwerking is vormgegeven en hoe dit in samenspel nu al kan worden versterkt. Onder andere wordt voorgesteld om het Beleidskader verbonden partijen uit 2011, te actualiseren en aan te scherpen.
Inhoudsopgave Samenvatting........................................................................................................................ 1 1. Aanleiding, context, leeswijzer ..................................................................................... 3 1.1 Aanleiding...................................................................................................................................3 1.2 Context Nederland .....................................................................................................................3 1.3 Context Oldenzaal ......................................................................................................................4 1.4 Leeswijzer ..................................................................................................................................4
2. Leidende principes regionale samenwerking .............................................................. 6 2.1 Vormen van regionale samenwerking (afbakening) ..................................................................6 2.2 Motieven en doelen regionale samenwerking............................................................................6 2.3 Leidende principes regionale samenwerking .............................................................................7 2.4 Afwegingskader wel of niet regionaal samenwerken .................................................................9
3. Positie van Oldenzaal in de regio ............................................................................... 11 3.1 Maatschappelijke patronen ......................................................................................................11 3.2 Bestuurlijke structuren ..............................................................................................................11 3.3 Toekomstvisie 2040 en Position Paper Oldenzaal ..................................................................12 3.4 Schakelen op schalen ..............................................................................................................13 3.5 Looplijnen van Oldenzaal in de regio .......................................................................................14
4. Sturing en legitimatie regionale samenwerking ........................................................ 16 4.1 Noties bij sturen op regionale samenwerking ..........................................................................16 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.1.5
Samenwerken is mensenwerk ..........................................................................................16 Informeel en formeel .........................................................................................................16 Vorm volgt doel, schaal en inhoud ....................................................................................16 Gemeenschappelijke regeling (GR) niet altijd meest passende vorm ..............................17 Democratische legitimatie en bestuurlijke slagkracht .......................................................17
4.2 Beleidskader Verbonden Partijen (2011) .................................................................................17
Bijlagen ............................................................................................................................... 19 Bijlage 1
Opbrengsten Politiek Forum / werksessie 21 mei 2024 ...............................................19
Bijlage 2
Onderzoek Daily Urban System (Kennispunt Twente).................................................22
Bijlage 3
Overzicht samenwerkingsverbanden (per april 2025)..................................................23
1.
Aanleiding, context, leeswijzer
1.1
Aanleiding
Regionale samenwerking is in de huidige samenleving essentieel voor het lokaal openbaar bestuur, omdat veel vraagstukken te complex zijn geworden om lokaal en zelfstandig op te kunnen lossen. Dat geldt voor alle gemeenten in Nederland, ook voor Oldenzaal. Oldenzaal heeft altijd samengewerkt met andere partijen, waaronder op de ruimtelijke opgaven of de uitvoering in het sociaal domein. Omdat de bestuurs- en uitvoeringskracht merkbaar verder onder druk komt te staan, heeft het college de afgelopen tijd initiatieven genomen om te verkennen of, waar en hoe de regionale samenwerking versterkt zou moeten en kunnen worden. Meest concreet is dat met "Verkenning Samenwerking Noaberkracht" op de schaal van Noord-OostTwente met Tubbergen en Dinkelland gedaan. Net zoals de colleges van Dinkelland en Tubbergen, heeft het college van Oldenzaal het voorstel aan de raad gedaan om deze verkenning af te ronden. De raad heeft hierover op 23 april 2024 een besluit genomen en daarbij raadsbreed een motie aangenomen om ‘in 2024 te komen met een heldere visie op gemeentelijke samenwerking voor de gemeente Oldenzaal.’ Met dit afwegingskader en handelingsperspectief wordt uitvoering gegeven aan deze motie.
1.2
Context Nederland
Nederlandse gemeenten hebben steeds meer moeite om zonder regionale samenwerking hun taken en ambities te realiseren. Een deel van deze problematiek en noodzaak is terug te voeren op de toenemende decentralisatie van taken van het Rijk naar de gemeenten. Daarnaast vergen de aard en de complexiteit van de maatschappelijke opgaven, die zich niet beperken tot de gemeentegrenzen (bijvoorbeeld op gebied van veiligheid, klimaat, energie en economie), steeds meer regionale samenwerking van overheden en hun maatschappelijke partners. Het is daarom noodzakelijk voor een bestuurs- en uitvoeringskrachtige gemeente om de meest passende netwerken en samenwerkingsverbanden te kiezen, aan te gaan en te onderhouden, die daaraan effectieve en doelmatige bijdragen kunnen leveren. Via deze samenwerkingen krijgt de regio een steeds belangrijkere rol in de bestuurlijke organisatie van Nederland: boven gemeenten en onder provincies. Dit regionale schaalniveau is over het algemeen nog niet altijd voldoende democratisch gelegitimeerd. Bovendien zien we voor elke publieke taak een eigen schaal, vorm, governance en samenstelling van samenwerking, wat de (territoriale) congruentie niet altijd ten goede komt en tot veel bestuurlijke drukte leidt. Voorts zien we dat het overheidsorganisaties steeds minder goed lukt om het benodigde personeel aan te trekken, te ontwikkelen en vast te houden.
Voor sommige expertises zijn de tekorten groter dan voor andere, maar de arbeidsmarktkrapte is voor veel gemeenten een groeiend punt van zorg. Krachtenbundeling op regionaal niveau kan ook uitkomst bieden voor het op peil houden van uitvoeringskracht en publieke dienstverlening. Ten slotte zien we dat zowel inwoners als maatschappelijke organisaties zich regionaal oriënteren en bewegen. Zowel voor onderwijs, werk, wonen, zorg en recreatie. Dat geldt ook voor Oldenzalers en Oldenzaalse bedrijven en instellingen. Hieronder (1.3) en in hoofdstuk 3 gaan we nader in op dit maatschappelijk perspectief van regionale samenwerking.
3
1.3
Context Oldenzaal
Het karakter en de locatie van Oldenzaal maken dat de stad zich kenmerkt door een duale oriëntatie: zuidwestelijk liggen verbindingen met het stedelijk gebied van Twente, door de nabijheid van de grotere steden Enschede en Hengelo. Zo beweegt de Oldenzaler naar deze steden voor werk, scholing en aankopen. Noordoostelijk heeft Oldenzaal met haar voorzieningen juist een maatschappelijke centrumfunctie voor de meer landelijke gemeenten in Noordoost Twente. Door de gunstige ligging van bedrijventerreinen langs de A1 en het spoor speelt de gemeente een duidelijke rol in de regionale economische ontwikkeling van Twente. Deze visie op regionale samenwerking is gebaseerd op de noodzaak om maatschappelijke opgaven effectief aan te pakken door samen te werken met diverse partners, waaronder gemeenten, maatschappelijke organisaties, en inwoners. Daarbij speelt dat ook Oldenzaal, net als andere gemeenten, keuzes moet maken in haar ambities, taken en middelen. In het raadsbrede 'Raadsprogramma 2022-2026: Samen vooruit, juist nu' zijn hiertoe richtinggevende uitspraken gedaan en ook met de vastgestelde programmabegroting is focus aangebracht in ambities en beleid, waaronder het kiezen van drie speerpunten: toekomstbestendige stedelijke ontwikkeling; vergroenen van de stad; integrale aanpak en toegang sociaal domein.
In de aanloop naar totstandkoming van dit document, sprak het college al oriënterend met de raad over regionale samenwerking. Tijdens twee bijeenkomsten in het politiek forum (22 januari en 21 mei 2024) is door de raad input meegegeven. De input uit de werksessie van 21 mei 2024 (die integraal is opgenomen in bijlage 1) is geanalyseerd en zo goed mogelijk in deze nota meegenomen. In de fora is onder andere uitgesproken dat Oldenzaal zo lang mogelijk (bestuurlijke) zelfstandigheid wil behouden, maar wel met het realistische besef dat (intergemeentelijke) samenwerking steeds noodzakelijker wordt. Daarnaast, zo kwam in de fora op tafel, leeft onder inwoners de wens dat de identiteit van Oldenzaal zoveel mogelijk geborgd blijft in relatie tot ‘hun’ gemeente. Het bouwen aan vertrouwen en een overheid dichtbij is dan ook de inzet van het huidige raadsprogramma. In de Toekomstvisie Oldenzaal 2040 staat een toekomst centraal waarin de Oldenzaler trots is op zijn of haar stad en waarin haar inwoners samen met de gemeenten de huidige kwaliteit van leven behouden en versterken. De ambitie om de leukste gemeente van Nederland te zijn (en te blijven), vraagt dat Oldenzaal blijft vernieuwen en aansluiten bij de wensen en behoeften van onze inwoners.
Tegelijkertijd stelt Oldenzaal 2040 ons voor een duidelijke opdracht: een duurzame, leefbare en aantrekkelijke stad blijven, waarin iedereen zich thuis voelt. Stilstand is achteruitgang, en dat betekent dat Oldenzaal blijft investeren in de toekomst van onze stad. In 3.3 gaan wij verder in op zowel de Toekomstvisie 2040 als het Position Paper Oldenzaal.
1.4
Leeswijzer
Genoemde raadsbreed aangenomen motie vraagt om een “heldere visie op gemeentelijke samenwerking voor de gemeente Oldenzaal”. Het voorliggende, compacte afwegingskader en handelingsperspectief geeft hier uitvoering aan en bevat drie elementen: a. afwegingskader waarmee de raad en het college de huidige en toekomstige behoeften en initiatieven van samenwerking kunnen beoordelen. Het afwegingskader formuleert motieven en leidende principes op basis waarvan Oldenzaal de komende tijd regionaal wil samenwerken. Dit afwegingskader is opgenomen in hoofdstuk 2; b. positionering van de gemeente Oldenzaal in de regio, zowel ten opzichte van het stedelijk gebied in Twente als de verzorgende functie van Oldenzaal richting het meer landelijke Noordoost Twente. Deze positionering sluit aan op, en maakt een verdieping op, onder andere de vastgestelde Toekomstvisie Oldenzaal 2040 en de Position Paper Oldenzaal 2050. De (visie op) positionering van Oldenzaal in haar omgeving is nader uitgewerkt in hoofdstuk 3.
4
c. uitgangspunten en afspraken voor sturing en democratische legitimatie van regionale samenwerking tussen het college en de raad. Dit is uitgewerkt in hoofdstuk 4. Elk hoofdstuk wordt afgesloten met een adaptief, actiegericht handelingsperspectief. Adaptief omdat regionale omstandigheden voortdurend zullen veranderen en zich voor Oldenzaal nieuwe kansen en uitdagingen voordoen. Actiegericht om de algemene afweging, positionering en sturing in beweging te zetten. Het voorliggend visiedocument vormt geen statische blauwdruk voor samenwerking in de toekomst. Het biedt een afwegingskader en een adaptief handelingsperspectief hoe eventuele regionale samenwerking kan worden vormgegeven en versterkt en hoe met nieuwe ontwikkelingen in de regio en met nieuwe kansen voor Oldenzaal kan worden omgegaan.
5
2.
Leidende principes regionale samenwerking
Oldenzaal participeert (al) in verschillende regionale verbanden. Het voorliggende afwegingskader kan enerzijds helpen om deze bestaande samenwerking op een natuurlijk moment (opnieuw) te beoordelen op het waarom (motieven) en op voor Oldenzaal belangrijke (voor)waarden (leidende principes). Anderzijds kan het helpen om nieuwe initiatieven, ontwikkelingen en samenwerkingskansen voor Oldenzaal te beoordelen en te benutten. Het afwegingskader bevat een aantal motieven (2.2) en leidende principes (2.3) op basis waarvan de gemeente Oldenzaal kan besluiten om regionale samenwerkingen aan te gaan, te heroverwegen of te beëindigen.
2.1
Vormen van regionale samenwerking (afbakening)
In dit document noemen we iets een regionale samenwerking zodra de gemeente samenwerkt met één of meer partijen over haar eigen gemeentegrenzen heen. Vanuit het perspectief van de gemeente Oldenzaal zijn er in dit opzicht drie verschillende hoofdvormen van samenwerking: a. interbestuurlijke samenwerking, dat wil zeggen samenwerking door de gemeente met andere, medeoverheden zoals het waterschap, de provincie en het Rijk; b. intergemeentelijke samenwerking, dus met andere gemeenten; c. multi-helix samenwerking, wanneer de gemeente samenwerkt met onderwijs- en kennisinstellingen en bedrijfsleven en/of georganiseerde burgerinitiatieven. In lijn met de aangenomen motie richt dit document zich vooral op intergemeentelijke regionale samenwerking (b.): het samenwerken aan bepaalde, beleidsinhoudelijke en/of bedrijfsvoeringsopgaven met een of meer andere gemeenten. Echter zijn de bevindingen breder toepasbaar, ook bij andersoortige regionale samenwerkingen. Dergelijke samenwerking vindt over het algemeen niet zomaar of plotseling plaats. Deze kan voortkomen uit een wettelijke verplichting, of ontstaan vanuit de inhoud. In dit laatste geval gaat daar vaak een kortere of langere fase van informele bestuurlijke en ambtelijke toenadering en uitwisseling aan vooraf.
Wanneer de belangen, middelen en risico’s van zo’n samenwerking toenemen, vindt (uiteindelijk) formalisering plaats: meestal in een publieke rechtsvorm, vaak een gemeenschappelijke regeling. Door de deelnemende gemeenten wordt de uitvoering van een publieke taak dan aan die gemeenschappelijke regeling opgedragen: bijvoorbeeld publieke gezondheidszorg aan de GGD (Samen Twente). We spreken dan ook wel van verlengd lokaal bestuur. Dit afwegingskader moet helpen bij het bewust aangaan van samenwerking en bij de overgang van informele, intentionele, intercollegiale uitwisseling en intervisie naar het maken van meer formele, wederzijdse afspraken over doelen, middelen en de governance van de samenwerking. Zie hiervoor ook hoofdstuk 4.
2.2
Motieven en doelen regionale samenwerking
Het “waarom”, het hoofdmotief en -doel om als gemeente Oldenzaal regionale samenwerking aan te gaan is om:
maatschappelijke meerwaarde te creëren voor de inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bezoekers van Oldenzaal.
6
Deze meerwaarde is een generiek vertrekpunt voor al het gemeentelijk handelen en ook uitgangspunt voor regionale samenwerking. Regionale samenwerking wordt hiertoe (doel) en hiermee (middel) ingezet om de lokale bestuurskracht (de mate waarin raad en college in staat zijn om beslissingen te nemen) en uitvoeringskracht (om genomen beslissingen door en uit te voeren) te vergroten. Bestuurs- en uitvoeringskracht die nodig is om bepaalde maatschappelijke opgaven doelmatig(er) en doeltreffend(er) op te (kunnen blijven) pakken en waar dat de gemeente Oldenzaal eigenstandig, op eigen kracht - althans niet zonder substantiële investeringen en inspanningen - nu niet goed lukt of naar de toekomst toe niet meer dreigt te gaan lukken. Daarnaast zijn er vier concretere submotieven en -doelen [ II. ] om intergemeentelijk, regionaal samen te werken en krachten te bundelen: a. versterken van de belangenbehartiging (in de regio) en daartoe vergroten van de agenderingsen beïnvloedingskracht van Oldenzaal bijvoorbeeld door gezamenlijke lobby en/of; b. verlagen van de bestuurlijke of organisatorische kwetsbaarheid van Oldenzaal, bijvoorbeeld door intensievere samenwerking met de raden, de burgemeesters, de colleges, en de ambtelijke organisaties van buurgemeenten en/of; c.
verhogen van de kwaliteit van dienstverlening voor de inwoners, maatschappelijke organisaties en bedrijven van Oldenzaal, bijvoorbeeld door bundeling van kennis- en beleids- en uitvoeringscapaciteit en professionalisering van systemen en/of; d. verlagen van de kosten van bestuur, beleid, dienstverlening en uitvoering bijvoorbeeld door gezamenlijke inkoop en delen van ICT- en administratieve systemen, huisvesting, materieel en materiaal etc. Deze motieven vormen tevens de aanleidingen voor en doelen van regionale samenwerking door onze gemeente. Als samenwerking door de wetgever verplicht is gemaakt, is dit vaak vanuit een door de wetgever geformuleerd motief. Dit motief heeft vaak betrekking op b, c of d. Alhoewel de vrijheidsgraden bij verplichte samenwerking hiertoe beperkter zijn, kunnen de leidende principes ook worden gebruikt om scherper te bepalen wat de gemeente Oldenzaal van verplichte samenwerkingsverband wenst, verwacht en nodig heeft en wat zij kan en wil bijdragen.
2.3
Leidende principes regionale samenwerking
Mede op basis van de input vanuit de gemeenteraad (zie bijlage 1) kunnen een aantal algemene en meer specifieke leidende principes voor intergemeentelijke samenwerking door de gemeente Oldenzaal worden gehanteerd om bestaande (nu) en toekomstige (straks) samenwerkingen op te beoordelen en hierop te anticiperen. De leidende principes vormen een combinatie van relationele en inhoudelijke waarden en voorwaarden, waaronder Oldenzaal met haar buurgemeenten wil samenwerken.
7
Wanneer Oldenzaal regionale samenwerking aangaat, doet zij dat steeds vanuit de volgende twaalf leidende principes: relationeel: samenwerken ‘met een glimlach’ 1. Open grondhouding: Oldenzaal werkt samen in een cultuur die open, transparant en gericht is op de inwoner en verwacht dat ook van haar samenwerkingspartner(s). 2. Wederzijds vertrouwen: aan de samenwerking liggen wederzijdse investeringen in goede onderlinge vertrouwensrelaties en verhoudingen ten grondslag, zowel politiek, bestuurlijk als ambtelijk. 3. Gelijkwaardigheid: de partners in de samenwerking moeten zowel kunnen brengen als halen en hebben vergelijkbaar belang bij en gelijkwaardige invloed in de samenwerking. Dit geldt zowel voor grote(re) als kleine(re) partners. 4. Durven, delen en loslaten: partijen leveren met samenwerking (altijd) iets van hun autonomie of mandaat in. Deze bewegingsruimte is nodig om de samenwerking succesvol tot stand te brengen en daarmee succesvol tot maatschappelijk rendement te komen. Oldenzaal wil deze ruimte bieden en verwacht de bereidheid hiertoe ook en in gelijke mate van haar samenwerkingspartner(s). 5. Investeren langdurige relaties: Oldenzaal committeert zich in principe voor langere tijd aan haar samenwerkingsrelaties en investeert in het onderhoud hiervan en verwacht dat ook van haar samenwerkingspartner(s). inhoudelijk : samenwerken vanuit gedeeld nut en noodzaak 6.
Gezamenlijk belang en urgentie: de samenwerking vindt plaats vanuit gedeelde opgaven en urgentie en levert deelnemers vergelijkbare voordelen op. 7. Opgavegerichte noodzaak: de inhoudelijke opgave overstijgt de bestuurs- en uitvoeringskracht van Oldenzaal of dreigt die te gaan overstijgen. Ze kan dit (op termijn) niet effectief en efficiënt alleen en een partner moet noodzakelijkerwijs worden gevonden. 8. Toegevoegde waarde: de samenwerking moet voordelen opleveren voor de bestuurs- en uitvoeringskracht en/of het strategisch vermogen van Oldenzaal. 9. Passende schaal: de opgave wordt op het meest logische schaalniveau belegd en opgepakt: “big enough to make it happen, small enough to care”. Waar nodig start Oldenzaal als initiatiefnemer nieuwe samenwerkingen of brengt het zwaartepunt van bestaande samenwerkingen naar de bij de opgave passende schaal / verband. 10. Harmonisatie van beleid / uitvoering: voor een succesvolle samenwerking is meestal harmonisatie van beleid noodzakelijk, o.a. voor gezamenlijke uitwerking, uitvoering en inkoop / aanbesteding. Oldenzaal hanteert het uitgangspunt “standaardisatie, tenzij…” met behoud van lokale (inwoner)context en verwacht dat ook van haar samenwerkingspartner(s).` 11. Kosten gaan voor de baat uit: zeker de opstartfase van een samenwerking vraagt altijd investeringen qua tijd, aandacht en geld.
Oldenzaal wil zich hiervoor inspannen en verwacht dat ook van haar samenwerkingspartner(s). 12. (bij)stuurbaarheid: raad en college moeten de samenwerking periodiek kunnen (bij)sturen op het resultaat en het Oldenzaalse belang: zowel financieel als op de opgave. Actieve (tussentijdse) verantwoording is hiervoor van belang.
8
2.4
Afwegingskader wel of niet regionaal samenwerken
Als we de motieven/doelen (2.2) en leidende principes (2.3) voor regionale samenwerking bij elkaar brengen en met elkaar confronteren, levert dat de onderstaande verbeelding van het afwegingskader op.
Gebruik afwegingskader Bovenstaand afwegingskader is geen mathematisch, mechanisch model (‘knikkerbaan’) met een vaste uitkomst. Raad, college en ambtelijke organisatie gebruiken het afwegingskader de komende tijd bij hun politieke kaderstelling, dagelijks bestuur, advisering en uitvoering: 1. als hulpmiddel: nadrukkelijk is het afwegingskader geen wiskundige sorteermachine waarbij de uitkomst vanzelf tot stand komt, maar een hulpmiddel voor het goede politiek- bestuurlijke gesprek over regionale samenwerking en afwegingen en keuzen daarin. 2. als vertrekpunt: wanneer op basis van het afwegingskader geconcludeerd kan worden dat regionale samenwerking opportuun is, geeft dit aanleiding tot het herijken, (her)overwegen van de inrichting van bestaande (ook verplichte) samenwerkingen of het op- en inrichten van nieuwe samenwerking. Hiervoor gelden de leidende principes als (voor)waarden om de samenwerking relationeel en inhoudelijk te toetsen, laden en (her) in te richten. Ook voorkomt het willekeur in wat wel of niet wordt samengewerkt binnen een bestaand of nieuw verband. De motieven en leidende principes zorgen voor bewuste keuzes en bijbehorende inrichting. 3. zowel hard als zacht: de (voor)waarden beoordelen en wegen zowel de meer formele, ‘hardere’ als de informele, ‘zachtere’ dimensies van samenwerking. 4.
zowel bestaand als nieuw: de principes kunnen op elk moment worden toegepast, zowel voor het aangaan van nieuwe samenwerkingen, voor het (tussentijds) beoordelen en herijken van bestaande samenwerkingen als voor het eventueel beëindigen daarvan. Het kan zinvol zijn om op natuurlijke momenten (danwel cyclisch) bestaande samenwerkingen tegen het licht van de principes te houden.
9
5. niet eenzijdig, altijd samen: indien een samenwerking niet meer bijdraagt aan de motieven of aansluit bij de (voor)waarden is heroverweging en herpositionering gewenst. Dat kan Oldenzaal niet eenzijdig doen: ze zal hierover altijd met de andere deelnemers in gesprek moeten gaan. 6. niet zonder inzet: zowel voor het oprichten, het in stand houden als voor het beëindigen van een samenwerkingsverband geldt dat hier inspanningen door de gemeente nodig zijn. Ook voor eventuele openbreking of ontvlechting van samenwerking geldt dat dit capaciteit en middelen van de gemeente en de samenwerkingspartners vergt. Enerzijds in het ordentelijk afronden en desintegratie van de samenwerking, anderzijds in het anders organiseren van de (gewenste) taak voor de toekomst.
10
3.
Positie van Oldenzaal in de regio
In dit hoofdstuk wordt geduid hoe Oldenzaal zich reeds in de regio beweegt en positioneert. Die positie heeft zowel een maatschappelijke, bestuurlijke als beleidsmatige component. De maatschappelijke component (3.1) definieert zich door bewegingen van mensen van en naar Oldenzaal, waarvoor onderzoek van Kennispunt Twente wordt gebruikt. De bestuurlijke component (3.2) definieert zich door formele en informele samenwerkingsverbanden die de gemeente Oldenzaal met andere organisaties in de regio heeft. Als de maatschappelijke en bestuurlijke werkelijkheden naast elkaar gelegd worden, wordt inzicht verkregen in waar logische (toekomstige) verbanden en kansen liggen voor samenwerking in de regio.
3.1
Maatschappelijke patronen
Kennispunt Twente heeft in 2024 maatschappelijke regionale patronen zoals woon-werkverkeer, koopstromen en verhuizingen vanuit en rondom Oldenzaal in beeld gebracht. De informatie bevestigt het beeld dat Oldenzaal een stedelijke functie heeft voor de omringende gemeenten met een meer landelijk profiel (pull), terwijl de inwoner van de gemeente Oldenzaal de steden Hengelo en Enschede opzoekt (push). We zien onder andere de volgende globale maatschappelijke patronen: a. pendelen: voor woon-werkverkeer zien we dat 41% van de Oldenzaalse beroepsbevolking ook werkt in Oldenzaal. De andere Oldenzalers werken vooral in Enschede (19%) en Hengelo (11%). In Dinkelland, Losser, Almelo en overig Twente werkt 20% van de Oldenzalers (elk 5%). De inkomende pendel komt vooral uit Noordoost Twente, Enschede en Hengelo. b. kopen : dit beeld is diffuser per uitgavencategorie (van dagelijkse boodschappen, horeca, doelgerichte of recreatieve bestedingen), maar ook omdat de herkomst van deze koopstromen meer verspreid is. Zo is er invloed van toerisme op de vrijetijdsbestedingen, maar valt wel op dat de doelgerichte bestedingen (in Oldenzaal) vooral uit de regio komen. c. verhuizen: hier valt op dat de Oldenzaler eerder naar de steden Hengelo en Enschede (allebei 6%) verhuist, dan naar de omringende, meer landelijke gemeenten. 15% van de verhuizers uit Oldenzaal trok naar locaties buiten Twente.
Van de nieuwe bewoners komt 60% uit Oldenzaal en verhuisden ze binnen de stad. De overige nieuwe inwoners kwamen vanuit Enschede (8%), vanuit Dinkelland en vanuit Losser (elk 5%) en van buiten Twente (10%). d. leren: voor het voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs (locaties Twents Carmel college en basisschool De Windroos) vervult Oldenzaal een regionale functie voor met name leerlingen uit Dinkelland (waar een kwart van de schoolgaande kinderen naar Oldenzaal gaat) en Losser (waar 19% van de schoolgangers naar Oldenzaal gaat). Vanuit Oldenzaal gaat ongeveer 15% van de leerlingen naar Hengelo, maar blijft 81% in Oldenzaal op school en een klein deel (2%) gaat naar Enschede. Zie bijlage 2 voor visualisaties en specificatie van deze maatschappelijke patronen in het ‘daily urban system’ van Oldenzaal, welke gepresenteerd zijn aan het Politiek Forum van 21 mei 2024.
3.2
Bestuurlijke structuren
De hierboven beschreven maatschappelijke patronen komen niet per se en altijd overeen met gekozen bestuurlijke structuren, waarin Oldenzaal op dit moment regionaal, informeel of formeel samenwerkt. Sommige van die samenwerkingen zijn op regionaal of lokaal niveau, andere overstijgen de regio. Ook verschillen de formele verbanden in rechtsvorm: van gemeenschappelijke regelingen tot deelnemingen. In bijlage 3 van dit document is een totaaloverzicht opgenomen van de huidige formele samenwerkingsverbanden per begrotingsprogramma. De meest omvangrijke samenwerkingsverbanden zijn (GR = gemeenschappelijke regeling): 11
• GR Veiligheidsregio Twente • GR Omgevingsdienst Twente • GR Gemeentelijke Belastingkantoor Twente • GR Samen Twente (GGD Twente, Veilig Thuis Twente, Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp) • GR Recreatieschap Twente (14 Twentse gemeenten) • GR Stadsbank Oost Nederland (schuldhulpverlening) • Openbaar Lichaam Crematoria Twente (14 gemeenten) • Bestuursovereenkomst Sociaal Economische Structuurversterking (BOSS) • Bestuursovereenkomst Overleg programmeren bedrijventerreinen Twente Werkcentrum Twente • Twente Board en platforms zoals Twentse Koers, Samen14. • Coöperatie Dimpact. • GR Samenwerking ICT Hengelo. Hiernaast participeert Oldenzaal met aandelen in besloten of naamloze vennootschappen zoals die van de Bank Nederlandse Gemeenten, Cogas en Enexis.
3.3
Toekomstvisie 2040 en Position Paper Oldenzaal
Recent zijn twee verkenningen uitgevoerd die behulpzaam zijn bij en (mede)richtinggevend zijn voor de regionale samenwerkingsvraagstukken van Oldenzaal: de Toekomstvisie 2040 en het Position Paper 2050 voor stedelijke ontwikkeling. De Toekomstvisie Oldenzaal 2040 is bedoeld als kompas waarmee de Oldenzaler haar stad de komende jaren zo goed mogelijk in kan richten. Het is de basis voor het beleid van de gemeente en het helpt bij het maken van keuzes. In de Toekomstvisie is beschreven dat Oldenzaal een regiofunctie vervult voor Noordoost Twente. Oldenzaal kan door haar omvang heel goed de verbinding leggen tussen landelijk en stedelijk gebied in Twente. In het kader van Oldenzaal 2040 hebben de Twentse gemeenten aangegeven dat Oldenzaal een prettige samenwerkingspartner is binnen zowel Noordoost Twente als in regionaal Twents verband. In Twents verband zijn er drie speerpunten opgeschreven om in te investeren: sterke economie, duurzame energie en duurzame stedelijke groei. Twente speelt als een groene technologische topregio een belangrijke rol in de Nederlandse economie. De strategische ligging van Oldenzaal aan de A1 biedt kansen voor een verdere ontwikkeling van bedrijventerreinen langs de snelweg. Verder biedt de combinatie van stad én de ligging van Oldenzaal in het Twentse landschap kansen op het gebied van recreatie en toerisme.
De regio houdt voor Oldenzaal niet op bij de grens: er zijn goede contacten met de Duitse buurgemeenten. Met het Position Paper 2050: Oldenzaal in Twente (mei 2024) heeft de gemeente Oldenzaal bepaald op welke wijze zij zich de komende jaren in de regio profileert en daarmee vanuit eigen ambities, kracht en kwaliteiten bijdraagt aan de versterking van de regionale ambities in Twente en de nationale opgave. Het position paper biedt daarnaast input voor de op te stellen omgevingsvisie van de gemeente Oldenzaal. Het position paper schetst langs vier lijnen een integrale aanpak op de eerder genoemde regionale opgaven om de bijzondere mix van wonen, werken, natuur, bereikbaarheid en voorzieningen in de hele regio en Oldenzaal in het bijzonder te ontwikkelen: 1. Het versterken van de economische kracht ten behoeve van het Bruto Twents Geluk (als graadmeter voor een prettig woon-, werk, leer- en leefklimaat, brede welvaart en welzijnsbloei); 2. Het verbinden met de regio via (inter)nationale en regionale corridors (tussen de Randstad en Duitse metropoolregio’s); 3. Het versterken van de centrumstedelijke dynamiek met lokale charme en een eigentijds karakter; 4. Het in haar kracht zetten van de stad in het groen: landschap, bodem en water.
12
3.4
Schakelen op schalen
Het position paper beschrijft de belangrijke schakelfunctie van Oldenzaal in de regio. Als we de maatschappelijke werkelijkheid (3.1, leefwereld) met de bestuurlijke werkelijkheid (3.2, systeemwereld) bij en op elkaar leggen en we doen dat vanuit de lenzen van de Toekomstvisie 2040 en het Position Paper (3.3) dan ontstaat het onderstaande beeld van de strategische, tactische en operationele samenwerking van Oldenzaal in de regio als schakelstad ‘tussen’ de schaalniveaus van Twente en NOT weergegeven. Het is een vereenvoudigde ordening met wisselwerking tussen de niveaus en ook uitzonderingen, vandaar ook de stippellijnen.
Op hoofdlijnen zien we de volgende patronen: Strategisch: logisch, sterk en congruent ontwikkeld op schaal van Twente Veel strategische ontwikkeling, positionering en lobby vindt plaats op de schaal van Twente. Dit schaalniveau sluit bovendien aan op de culturele identiteit en DNA van Twente als streek. Daarnaast is de samenwerking in Twente territoriaal zeer congruent: veel taken worden steeds met dezelfde veertien gemeenten opgepakt. Voor de strategische opgaven en ambities uit de Position Paper van Oldenzaal is Twente het krachtigste en meest logische schaalniveau. Op het gebied van economische ontwikkeling is dat belegd bij de Twente Board (triple-helix) en in bestuursovereenkomst BOSS). Het schaalniveau van de regio Twente is ook het verzorgingsgebied van veel verplichte, gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn over het algemeen uitvoerend van aard (bijv. Omgevingsdienst, Veiligheidsregio, GGD) en relatief beleidsarm. Maar bijvoorbeeld op gebied van RES, arbeidsmarkt en woningmarkt worden op de schaal van Twente ook veel strategische keuzen voorbereid en gemaakt. Voor een aantal taken op het gebied van het sociaal domein, zoals Jeugdzorg en Veilig Thuis, geldt dat ook, zeker als het gaat om financiële keuzes die de komende tijd nodig zijn en met oog op ontgroening en vergrijzing nodig blijven.
Het past in de lijn van dit visiedocument en afwegingskader om de doeltreffendheid en doelmatigheid van de grotere samenwerkingsverbanden (vaak gemeenschappelijke regeling) periodiek tegen het licht te houden.
13
Tactisch: zoeken tussen ‘stad en land’ naar wederkerigheid en urgentie Op tactisch niveau vervult Oldenzaal mede vanuit haar geografische ligging een schakelfunctie tussen het stedelijk gebied van Twente en het landelijk gebied NOT. De functie en samenwerking naar de meer landelijke gemeenten op de schaal van Noordoost-Twente is een voortdurende zoektocht naar de daadwerkelijke win-win en de gezamenlijke urgentie. Oldenzaal wil hierin een goede buur zijn. Objectief gezien zijn de maatschappelijke patronen (pendel, koopstromen) noord-zuid niet heel sterk en wederkerig. Relevante, nieuwe pogingen op het gebied van energie, en water zijn nog voorzichtig en verkennend. Tubbergen en Dinkelland zijn in Noaberkracht veel logischere en nabijere partners van elkaar. Daarbij is Tubbergen maatschappelijk meer gericht op Almelo. De samenwerking richting het stedelijk gebied en de west-oostelijke A1- en spoor-as naar en met Hengelo en Enschede lijkt op basis van de huidige samenwerking en de potentie in dat gebied nog onderontwikkeld. De potentiële schakelfunctie is daarmee gemankeerd en ‘scheef’, terwijl wel grote belangen en opgaven voor de stad Oldenzaal liggen in dit stedelijke gebied en ook sterkere maatschappelijke verbindingen bestaan met Enschede en Hengelo dan bijvoorbeeld met Tubbergen, Dinkelland of Losser.
Ook als het om uitvoeringskracht gaat, is door een intensievere samenwerking met Enschede en/of Hengelo veel te winnen. Buurgemeente Losser heeft in dit opzicht al gekozen voor intensieve samenwerking met Enschede. Er is op het tactische schaalniveau veel informele samenwerking in de vorm van afstemming, uitwisseling en intervisie op diverse ambtelijke niveaus. Operationeel: combinatie van Twentse basis en losse bilaterale DVO’s Met of naast de grotere, verplichte gemeenschappelijke regelingen zoals de Veiligheidsregio en Samen Twente (zie ook 3.2) zijn veel operationele taken opgedragen aan bedrijfsvoeringsorganisaties, veelal op de schaal van Twente. Voorbeelden zijn Twence (vooralsnog, afval/circulair), Crematorium, Belastingkantoor, Stadsbank, Sociale Recherche Twente, Recreatieschap Twente. Vaak gaat het hierbij om niet-verplichte, vrijwillige samenwerking en wisselende, grotere of kleinere ‘coalitions of the willing’. Op een aantal kleinere taakgebieden heeft Oldenzaal een aantal losse, bilaterale dienstverleningsovereenkomsten met verschillende gemeenten. Zo wordt de salarisadministratie van Oldenzaal - samen met die van een aantal andere gemeenten uitgevoerd door de gemeente Wierden en ICT - aanvullend op Dimpact - door Hengelo. Op deze kleinere samenwerking is meer regie, maatwerk en wendbaarheid mogelijk.
3.5
Looplijnen van Oldenzaal in de regio
Kijkend naar het bovenstaande beeld, willen wij voor een betere, duidelijkere positionering van Oldenzaal in de regio de komende tijd de volgende “looplijnen” door raad, college en ambtelijke organisatie inzetten: Strategisch 1. Versterken van de positie van Oldenzaal in strategische samenwerking op snijvlakken van ruimte, economie en mobiliteit op schaal van Twente; en 2. intensiveren samenwerkingsrelaties met de stedelijke buren Hengelo en Enschede voor afspraken over complementariteit en mogelijke samenwerkingsafspraken, bijvoorbeeld op het gebied van verstedelijksopgaven.
14
Tactisch 3. Vorm en inhoud geven aan samenwerking Noord-Oost-Twente op een beperkt aantal tactische, meer sectorale deelterreinen zoals verwoord in de raadsbrief dd 16 juli 2024 (24-13351), onder andere: duurzaamheid en circulaire economie, de uitwerking van de Energietransitie, lokale inpassing van migratie en veiligheid. Deze thema’s ‘lopen’ met elk hun eigen dynamiek. Operationeel 4. Voortzetten deelname aan verplichte GR-en en bedrijfsvoeringsorganisaties op schaal van Twente (zoals Veiligheidsregio, Omgevingsdienst, SamenTwente, GGD, Jeugdzorg, Veilig Thuis) en daarbij nagaan welke taken daar eventueel meer of minder kunnen worden ondergebracht, waarvoor Oldenzaal het niet meer lukt om haar uitvoeringskracht bestendig op te organiseren. 5. Nader onderzoeken of en hoe: 6. bundeling/concentratie van huidige losse, (bi)laterale DVO’s met een of meer partners tot meer robuuste, toekomstbestendige oplossingen voor dienstverlening en bedrijfsvoering; 7. met de omliggende kleine en middelgrote gemeenten kan toegewerkt worden naar meer specialisatie en onderlinge taakverdeling. Oldenzaal is bijvoorbeeld sterk in handhaving en onderwijs, leerplicht. Wierden is goed in salarisadministratie. Deze concrete voorbeelden tonen aan dat zelfstandigheid gewaarborgd kan blijven, als de kwaliteit bij een ‘goede buur’ gevonden kan worden in samenwerking.
15
4.
Sturing en legitimatie regionale samenwerking
Naast het politiek-bestuurlijk afwegen om taken eigenstandig dan wel samen uit te voeren (hoofdstuk 2), en het kiezen van het passende schaalniveau en verband (hoofdstuk 3), is het belangrijk om duidelijke afspraken te maken over de lokale aan- en bijsturing van verbonden partijen en samenwerkingsverbanden en de democratische legitimatie daarvan.
4.1
Noties bij sturen op regionale samenwerking
Een belangrijk vraagstuk bij regionale samenwerking is de manier waarop de besluitvorming is georganiseerd: hoe kom je samen tot besluiten, wie doet wat, wie is waar voor verantwoordelijk en hoe hou je samen en afzonderlijk grip op een en ander? Daarbij spelen vooraf een aantal noties.
4.1.1 Samenwerken is mensenwerk Ongeacht de rechtsvorm, de doelen, de governance van samenwerking: het is en blijft gewoon mensenwerk. Een goed verband staat of valt dan ook met het vermogen van de deelnemers om vanuit gezamenlijke principes - een vertrouwensband met elkaar op te bouwen met de partner(s). Daartoe hanteert Oldenzaal de grondhouding van ‘samenwerking met een glimlach’ en de twaalf leidende principes (zie 2.3) die dit vormen. De ambtenaren, collegeleden en raadsleden hebben hier elk een rol en zetten zich ervoor in dat Oldenzaal een goede, betrouwbare en leuke samenwerkingspartner is. 4.1.2 Informeel en formeel We maken onderscheid in twee soorten samenwerking: formele en informele samenwerking. Deze laatste vorm ontstaat bij ontmoetingen tussen experts en ambtgenoten of collega’s onderling. Dit moedigen wij aan, maar willen we niet vastleggen in processen. De informele samenwerking is er niet op gericht om (formele) besluiten te nemen, maar kan wel (strategische) agenda’s op elkaar afstemmen. Het is dan noodzakelijk om de raad geïnformeerd te houden. Zodra formele besluitvorming wel aan de orde komt, moet elke deelnemer terug naar zijn/haar college of raad.
Wanneer dit vaker voorkomt, en het wenselijk en noodzakelijk is dat er meer bindende financiële en organisatorische besluiten moeten worden genomen over de samenwerking, is vaak het moment aangebroken om de informele samenwerking te formaliseren en daarmee ook democratisch te legitimeren. Een formele samenwerking zien wij dan ook als een gremium waarin beslissingen worden genomen over financiën, organisatie en/of uitvoering van activiteiten. 4.1.3 Vorm volgt doel, schaal en inhoud Vanuit deze grondhouding en op basis van het afwegingskader is het belangrijk om een vorm van samenwerking te kiezen die past bij het doel, de schaal en de aard/ inhoud van de maatschappelijke opgave die middels samenwerking beter kan worden aangepakt, dan eigenstandig als gemeente Oldenzaal. We hanteren voor de vormkeuze - in lijn met de vigerende Nota Verbonden partijen (2011, zie hierna ook 4.2) de volgende richtlijn: Afhankelijk van a. de mate waarin het doel en publieke taak van de samenwerking meer (financiële) middelen vergt en daarmee een redelijke verdeling van die gezamenlijke bijdragen in geld, tijd en aandacht tussen de deelnemers vraagt; b. de schaal van de samenwerking en het aantal, aard en samenstelling van de deelnemers; c. de inhoud en publieke taak van de samenwerking (beleidsvrijheid politieke gevoeligheid); 16
geeft Oldenzaal in principe de voorkeur aan de lichtst mogelijk vorm van samenwerking die afhankelijk van doel, schaal en inhoud nodig is. De voorkeur gaat daarbij eerst uit naar publiekrechtelijke vormen. 4.1.4 Gemeenschappelijke regeling (GR) niet altijd meest passende vorm Bij formele, regionale samenwerking wordt vaak gedacht aan de Wet gemeenschappelijke regeling (Wgr) en het instrumentarium voor sturing en legitimatie dat de wetgever hiermee geeft aan de gemeenten. Ook in Oldenzaal is de Gemeenschappelijke Regeling een veel gebruikte vorm. Echter, een samenwerking hoeft niet per se ingericht te worden naar deze vorm en volgens deze wet. Sterker, bestuursovereenkomsten, convenanten, dienstverleningsovereenkomsten kunnen afhankelijk van het doel en de aard van de inhoudelijke opgave lichtere, passender vormen zijn. Het samen oprichten van een stichting, vaak op basis van een maatschappelijk initiatief, kan een geschikte vorm zijn net zoals financiële deelname in een private rechtsvorm van BV of NV. 4.1.5 Democratische legitimatie en bestuurlijke slagkracht Bij regionale samenwerking lever je als gemeente iets van de eigen autonomie en soevereiniteit in. Daardoor kan extra spanning staan op de rollen die de raad kent (kaderstellend, controlerend en vertegenwoordigend) en het mandaat voor de uitvoering die bij het college ligt.
Het is belangrijk om dit verschil in positie te erkennen en zodanig ook mee te nemen bij de inrichting van een samenwerking. De rollen van de raad richting het college kunnen als volgt leiden tot spanningen:
rol • Volksvertegenwoordigende rol: • Kaderstellende rol: • Controlerende rol
spanningsveld Ervaren afstand tot de regeling. Democratische legitimiteit door indirecte besluitvorming. Minder directe invloed .
Het Beleidskader Verbonden Partijen (zie hierna 4.2) bevat kaders hoe met deze spanning om te gaan.
4.2
Beleidskader Verbonden Partijen (2011)
In 2011 is het “Beleidskader Verbonden Partijen: een kader voor burgemeester en wethouders voor deelname, aansturing, beheer en toezicht verbonden partijen” door de raad vastgesteld. Het Beleidskader biedt feitelijk een verdieping op het hierboven geschetste afwegingskader (hoofdstuk 2) en daarbij horende positioneringsvraagstukken (hoofdstuk 3). In het beleidskader wordt een onderscheid gemaakt tussen publiekrechtelijke en privaatrechtelijke samenwerkingsvormen. Mocht samenwerking worden aangegaan, dan bevat het beleidskader hier een beslisboom voor met de te doorlopen stappen. In de basis is het Beleidskader Verbonden Partijen uit 2011 nog steeds prima bruikbaar. Niettemin verdient het aanbeveling om het Beleidskader te actualiseren in het kader en de lijn van: • Het nu voorliggend afwegingskader en handelingsperspectief; • de nieuwe Wet Gemeenschappelijke regelingen (juli 2022), die o.a. meer waarborgen en mogelijkheden biedt ter versterking van de democratische legitimatie van verbonden partijen en regionale samenwerkingen; • het huidige overzicht van alle verbonden partijen (er hebben sinds 2011 veel wijzigingen plaatsgevonden).
17
Om de sturing en legitimatie van (intergemeentelijke) regionale samenwerking in het algemeen te versterken en de duale rolverdeling tussen raad en college te herijken en waar nodig aan te passen stellen wij de gemeenteraad concreet voor om: 1. het beleidskader verbonden partijen 2011 te actualiseren mede in lijn met dit document en de nieuwe Wgr; 2. te overwegen om in de nieuwe bestuursperiode een werkgroep regionale samenwerking vanuit de raad in te stellen, waarin: a. de werkgroep namens de raad van Oldenzaal zelf initiatieven neemt in de regio (bijv werkbezoeken aan andere raden of verbonden partijen); b. de werkgroep zich met name verdiept in de complexe en financieel omvangrijke gemeenschappelijke regelingen zoals Samen Twente ; c. portefeuillehouder(s) kunnen worden uitgenodigd om de werkgroep (informeel) bij te praten over de voortgang en ontwikkelingen op het gebied van regionale samenwerking; 3. in de regio te pleiten voor het opstellen van Regionale uitgangspunten verbonden partijen over indienen en afstemmen van zienswijzen tussen raden (wat nu al wel ambtelijk plaatsheeft). 4. werkbezoeken af te leggen aan regionale samenwerkingsverbanden of hen uit te nodigen om over de voortgang en ontwikkelingen te spreken.
18
Bijlagen Bijlage 1
Opbrengsten Politiek Forum / werksessie 21 mei 2024
Waarom? Wat zijn voor Oldenzaal de belangrijkste redenen om regionaal samen te werken en wat moet die samenwerking opleveren? • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Efficiency (kostenbesparing): Beleid en uitvoering Kwaliteit Kwetsbaarheid verminderen (minder inhuur) Kracht (lobby) Invloed bij lobbyen -> als regio sta je sterker (Schaalvergroting) -> Bestuurskracht / grotere stem = invloed Uitdaging voor personeel (kansen) / behouden Specifieke kennis->specialisatie Zelf kiezen en niet gekozen worden – regie “winst maken” i.p.v. kostenbesparing Stabiliteit Slagkracht bij grensoverschrijdende problemen Dienstverlening geborgd / verbeterd i.r.t. vergrijzing Toegankelijk en laagdrempeligheid / nabijheid Minder GR’en Steeds meer taken -> allemaal hetzelfde wiel uitvinden Tekorten bij de buren (gebruik, misbruik) en wat hebben we te bieden als Oldenzaal? Uitruilen / transactie Couleur locale Elkaar verleiden met contingentafspraken -> wij hebben de bevolking, jullie hebben de ruimte Om elkaar te helpen in Twente (Sociale gezicht voor alle Twentenaren) Innovatie
19
Wat? Wat zijn de belangrijkste inhoudelijke opgaven van Oldenzaal voor de komende 10 jaar die niet zonder de regio kunnen worden gerealiseerd? • • • • • • • • • • • • • • • •
• •
•
• •
20
Niets BESTAANDE GR-en Onze jongeren hier houden / terug krijgen / aantrekken Werk en huisvesting Bereikbaarheid OV Gevolgen vergrijzing Vergroening samen oppakken (Innoveren en kosten delen) Veiligheid (veiligheidsregio) Wonen -> aanbod verschillende doelgroepen -> meer grond Jeugd: Welzijn en GGZ RES / Klimaat Zorg om vergrijzing: Voorzieningen op peil houden -> bereikbaarheid zorg Personeelsbeleid Arbeidsmarkt ICT: Info en beveiliging Lobby: ○ Spoor: bereikbaarheid en veiligheid ○ Regiodeals -> Wonen Migratie Cultuur ○ Musea ○ Pop ○ Theater ○ Cultuurhistorie Ambtelijke specialismen: ○ SISO ○ FG Recreatie & Toerisme Twente Economische opgave – Bruto Twents geluk
Hoe? Wat zijn de belangrijkste voorwaarden / condities waarlangs Oldenzaal wil samenwerken? • • •
• • • • • • • • • • • • • • •
• • • • •
Hoeft niet persé met een aangrenzende gemeente te zijn Wisselende samenwerkingsverbanden op thema’s moet mogelijk zijn Opgavegericht samenwerken: ○ Vertrouwen ○ Onderlinge afhankelijkheid ○ Communicatie ○ Gelijkwaardigheid ○ Financiële afspraken ○ Gezamenlijke doelen Moet iets opleveren->K3 / op zijn minst balans Je moet samen een gemeenschappelijke deler of doel hebben Kennis delen Divers samenwerken is zeer wel goede optie op basis van know how Gelijkwaardigheid Voor de inwoners niet te veel veranderen 1+1=3 Samen levert meer kwaliteit – ambtelijk: heel belangrijk -> verhoging kwaliteit is aantrekkelijk voor NOT in zijn geheel Langer zelfstandigheid Transparantie Kwetsbaar durven zijn Vertrouwen Meerdere partners Niet baseren op sentiment / stemming Grenscorrectie / herindeling: ○ De Lutte ○ Beuningen ○ Deurningen Ontmoeten & verbinden -> Leer elkaar kennen! Identiteit moet geborgd blijven Openheid Kijken naar overeenkomsten i.p.v. verschillen Progressieve blik -> LEF!
21
Bijlage 2
Onderzoek Daily Urban System (Kennispunt Twente)
Powerpoint-presentatie van Kennispunt Twente is apart toegevoegd.
22
Bijlage 3 Begrotingsprogramma Dienstverlening en veiligheid
Overzicht samenwerkingsverbanden (per april 2025) Samenwerkingsvorm (formeel/ informeel) GR (F)
Bestuursovereenkomst (F)
Bereikbaarheid en openbare ruimte
Stedelijke en economische ontwikkeling
Gemeentelijk Belastingkantoor Twente (14 gemeenten)
GR
Veiligheidsregio Twente (14 gemeenten)
GR
Omgevingsdienst Twente (14 gemeenten)
GR
Samenwerking ICT Hengelo
GR
Bestuursovereenkomst Sociaal Economische Structuurversterking (BOSS) (14 gemeenten.)
Bestuursovereenkomst
EURegio (diverse regio’s in Nederland en Duitsland) Deelneming (F) Coöperatie (F) Uitbesteding (F)
Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Dimpact (43 gemeenten) Salarisadministratie gemeente Wierden
Aanbesteding
Regionale inkoop
Volmacht
Platform/ Netwerk (I)
Platform directeuren en hoofden bedrijfsvoering
Netwerk
IT Platform Twente Regionale groep communicatieadviseurs
Netwerk Netwerk
Kennispunt Twente Kenniskring chief information security officers (ciso’s) Regionale groep communicatieadviseurs Kring gemeentesecretarissen Concern juristen overleg (14 gemeenten, kartrekkers Hengelo/Enschede) Juridische regionale projectgroep WOO Secretarissen bezwaarschriften Geschillencommissie Hengelo Omgevingsdienst Twente (ODT) (14 gemeenten) Openbaar Lichaam Crematoria Twente (14 gemeenten) BOSS (14 gemeenten)
Netwerk Netwerk Netwerk Netwerk Netwerk Netwerk Netwerk Wettelijke plicht GR GR Bestuursovereenkomst Deelneming Deelneming Deelneming Deelneming Deelneming Geen
GR (F) Bestuursovereenkomst (F) Deelneming (F)
Regionale samenwerking (I) GR (F)
Twence Twence Milieu Cogas Enexis Claim Staat Vennootschap BV Gezamenlijke energievisie gemeenten Noordoost Twente (NOT, 4 Twentse gemeenten) Bedrijfsvoeringsorganisatie Recreatieschap Twente (14 Twentse gemeenten) Omgevingsdienst Twente (14 Twentse gemeenten) Overleg programmeren bedrijventerreinen Twente (14 Twentse gemeenten)
GR
Bestuurlijk Overleg Sociaal Economische Structuurversterking (BOSS) (14 Twentse gemeenten) Ruimtelijke Ontwikkelstrategie Twente (Provincie, 14 Twentse gemeenten) Regionale woonagenda (Provincie, WoON Twente, 14 Twentse gemeenten) Regionaal Orgaan Zelfstandigen (ROZ) (14+ ) Twente Board (14 gemeenten, provincie, ondernemers, onderwijs) BOSS (14 Twentse gemeenten)
GR Bestuursovereenkomst Bestuursovereenkomst Geen Geen GR Geen GR
Recreatieschap Twente (14 Twentse gemeenten)
GR
Deelneming (F)
Sport Oldenzaal (alleen Oldenzaal)
Deelneming
Regionale/ Provinciale samenwerking (I)
Overleg Recreatie en Toerisme Noordoost Twente (4 gemeenten)
Geen
Regionaal sportbeleid en projecten
Geen
Platform/netwerk
Cultuurregio Twente (14 Twentse gemeenten)
Geen
GR (F)
Samen Twente (14 gemeenten) Stadsbank Oost Nederland (22 gemeenten) Stichting Werkprojecten Oldenzaal (alleen Oldenzaal) Sociale Recherche Twente (14 gemeenten) Enschede Europese aanbesteding gelden huishoudelijke ondersteuning SamenTwente aanbesteder in Europa voor jeugdhulp
GR GR Deelname DVO/SLA Volmacht Volmacht/GR
Regionale/ Provinciale samenwerking (I)
Maatschappelijke ondersteuning
Juridische status
Bestuursovereenkomst Wettelijke plicht Coöperatie DVO/SLA
Bestuursovereenkomst (F)
Cultuur, sport en ontspanning
Verband/Regeling
GR (F)
Deelneming (F) Uitbesteding (F) Gemeen -schappelijk
23
aanbesteding (F)
Netwerk/ platform (I)
24
SamenTwente aanbesteder dagbesteding en begeleiding (12 gemeenten) Hulpmiddelen Wmo, Enschede aanbestedende dienst (5 gemeenten) Oldenzaal aanbesteder doelgroepen vervoer (10 gemeenten) Trapliften (12 gemeenten, Twenterand als aanbestedende dienst) Werkcentrum Twente ( 14 Twentse gemeenten) Twentse Koers (14 Twentse gemeenten) Twentse Belofte (14 Twentse gemeenten)
Volmacht/GR Volmacht Gevolmacht Volmacht Netwerkorganisatie Netwerkorganisatie Netwerkorganisatie