CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

09 Bankreglement Stadsbank Oost Nederland 2020 - bijlage 1 overzicht wijzigingen 2020 tov 2007

Gemeenteraad 1 maart 2021, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Bankreglement Stadsbank Oost Nederland 20206.203 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hoort bij raadsbesluitnr. 1063 van 1 maart 2021, de griffier,

Overzicht van de wijzigingen in het Bankreglement SON 2020 t.o.v. het Bankreglement SON 2007

1

Aanleiding Het actuele bankreglement SON is in 2007 vastgesteld en dient geactualiseerd te worden. Dat het huidige bankreglement niet meer actueel en aan herziening toe is wil niet zeggen dat de Stadsbank zich niet heeft mee ontwikkeld met de ontwikkelingen in de wet en regelgeving. Er bestaan vele normen en regels (bijv. de verschillende modules van de NVVK, zorgvuldigheidsnormen) die via andere kanalen in de Stadsbank zijn binnen gevloeid en die een weerslag vormen van het actuele normenkader binnen de wet en regelgeving. Het thans voorliggende bankreglement is het standaard bankreglement dat is opgesteld door de NVVK. De vraag die men zich kan stellen is waarom het bankreglement na relatief lange tijd gewijzigd wordt. De producten kredietverstrekking, budgetbeheer en schuldregeling zijn inhoudelijk gezien producten met een heldere, eenduidige structuur met een grote mate van volgordelijkheid. Het aanbrengen van wijzigingen in deze structuren is niet mogelijk omdat de producten dan niet meer “werken”. Uiteraard zijn de bovenliggende werkprocessen in de loop der jaren een aantal keren gewijzigd om aansluiting te houden met de gewijzigde wensen. De inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de bestuursbesluiten naar aanleiding van het onderzoek Spekreijze heeft het bankreglement als zodanig niet geraakt.

Als gevolg van deze besluiten hebben een aantal gemeenten besloten -een deel van- de intake schuldhulpverlening zelf te gaan uitvoeren. Dit heeft tot gevolg dat de door de gemeente verrichte activiteiten buiten de werkingssfeer van het bankreglement vallen. Het een en ander heeft tot gevolg dat het Bankreglement SON 2020 in grote lijnen het zelfde is gebleven als het thans geldende bankreglement. Ten opzichte van het Bankreglement 2007 is het Bankreglement 2020 op een aantal onderdelen gewijzigd. Deze wijzigingen hebben met name betrekking op de verbetering van het toezicht, een betere borging kwaliteit en een versterkte consumentenbescherming. Verder zijn er geen wijzigingen zijn aangebracht in de bevoegdheidstoedeling aan de verschillende organen van de Stadsbank. Hieronder volgen de voornaamste wijzigingen; mineure wijzigingen zijn achterwege gelaten (zwart: de tekst in het Bankreglement SON 2020 en groen: de wijziging t.o.v. het Bankreglement SON 2007):

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Definities Voor de toepassing van het bij of krachtens dit reglement bepaalde wordt verstaan onder: Bankreglement Begeleide Bemiddelen

a

b

dit reglement; de natuurlijke persoon met wie de Kredietbank een overeenkomst tot budgetbegeleiding heeft gesloten; alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een overeenkomst inzake een ander financieel product dan een financieel instrument, krediet of verzekering tussen een cliënt en een aanbieder; alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een overeenkomst inzake krediet tussen een cliënt en een aanbieder of het assisteren bij het beheer en de uitvoering van een dergelijke overeenkomst;

Wijzigingen in het Bankreglement Stadsbank Oost Nederland pag. 2

c

Besluit Bestuur Budgetbegeleiding Budgetbeheer BW Cliënt

Consumptief krediet Directeur Financiële dienst Financiële dienstverlening Financieel product

Hypothecair krediet

Krediet Kredietbank Kredietnemer Kredietovereenkomst Onderhoudskrediet Overeenkomst op

a b c a b c

alle werkzaamheden in de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van een verzekering tussen een cliënt en een verzekeraar of op het assisteren bij het beheer en uitvoering van een verzekering; Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wet op het financieel toezicht (Wft); Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Stadsbank Oost Nederland het stimuleren, motiveren en ondersteunen van een natuurlijke persoon teneinde te komen tot een verantwoord financieel beheer en het aanreiken van vaardigheden; het geheel van activiteiten in het kader van het beheren van het inkomen van de rekeninghouder en het overeenkomstig het vastgestelde budgetplan verrichten van betalingen; Burgerlijk Wetboek; de niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon waaraan de Kredietbank een financiële dienst verleent of aan wie de Kredietbank voornemens is een financiële dienst te verlenen of verleend heeft; krediet, niet zijnde hypothecair krediet, starterskrediet of onderhoudskrediet; de directeur van de Kredietbank; het aanbieden, adviseren of bemiddelen ter zake van een financieel product; het verlenen van diensten als bedoeld in de Wet, zijnde: het aanbieden van kredieten, behoudens starterskredieten; het aanbieden van budgetbeheerrekeningen het bemiddelen bij het tot stand komen van verzekeringen; krediet;

budgetbeheerrekening, voor zover dit niet plaatsvindt in het kader van integrale hulpverlening; verzekering. een krediet dat door de Kredietbank op grond van haar publieke taak wordt verstrekt, waarbij de kredietnemer aan de Kredietbank tot zekerheid voor de nakoming van de vordering het recht van hypotheek op een registergoed verleent; het aan de kredietnemer ter beschikking stellen van een geldsom, waarbij de kredietnemer gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten; de Stadsbank Oost Nederland, (statutair) gevestigd te Enschede, en kantoorhoudende te Enschede., aan de Spelbergsweg 35-37 conform artikel 1:1 Wft; de niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon waarmee de Kredietbank een overeenkomst tot kredietverlening sluit; de overeenkomst waarbij de kredietgever aan de kredietnemer een geldsom ter beschikking stelt en waarbij de kredietnemer gehouden is ter zake één of meer betalingen te verrichten; een krediet dat door de Kredietbank wordt verstrekt in het kader van het volkshuisvestingsbeleid van een deelnemende gemeente; de overeenkomst die tussen de Kredietbank en een cliënt wordt

Wijzigingen in het Bankreglement Stadsbank Oost Nederland pag. 3

afstand

Problematische schuldensituatie Rekeninghouder Representatieve organisatie Richtlijn Saneringskrediet

Schuldenaar Schuldhulpverlening

Schuldregeling Schuldregelingsovereenkomst Sociaal krediet

Starterskrediet Toezicht Toezichthouder Uitvoeringsregeling Wet

gesloten in het kader van een georganiseerd systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand zonder gelijktijdige persoonlijke aanwezigheid van een medewerker vande Kredietbank en cliënt en waarbij, tot en met het moment van het sluiten van de overeenkomst, uitsluitend gebruik wordt gemaakt van één of meer middelen voor communicatie op afstand (Boek 6, artikel 230g lid 1, sub e, Burgerlijk Wetboek); de situatie waarin van een natuurlijke persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, of waarin hij heeft opgehouden te betalen.

de natuurlijke persoon die met de Kredietbank een overeenkomst tot budgetbeheer heeft gesloten; de NVVK, vereniging voor schuldhulpverlening en sociaalbankieren, statutair gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te 3511 GB Utrecht aan de Catharijnesingel 30d; Richtlijn nr. 2008/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 23 april 2008 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten en tot intrekking van Richtlijn 87/102/EEG; een krediet dat door de Kredietbank op basis van de Gedragscode Schuldhulpverlening en de module Schuldregeling van de representatieve organisatie wordt verstrekt, teneinde de schulden van de kredietnemer integraal of tegen finale kwijting te voldoen; de niet in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf handelende natuurlijke persoon die een aanvraag voor een schuldregeling indient; het in het kader van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg.

Schuldhulpverlening is een verzamelnaam en omvat alle financiële diensten in het sociale domein die gericht zijn op het oplossen, beheersen, voorkomen dan wel vroegtijdig signaleren van schulden; bij een schuldregeling bemiddelt de Kredietbank tussen de schuldenaar en zijn schuldeisers om een minnelijke regeling van de totale schuldenlast te bewerkstelligen; een overeenkomst waarin de rechten, verplichtingen en voorwaarden van de schuldenaar en de Kredietbank ter zake van de schuldregeling zijn opgenomen; een krediet dat door de Kredietbank, anders dan in de vorm van een saneringskrediet, in overeenstemming met de Wet financiering decentrale overheden aan de kredietnemer ter beschikking wordt gesteld. een krediet dat door de Kredietbank op grond van haar publieke taak aan een startende ondernemer wordt verstrekt; het toezicht als bedoeld in artikel 4:37 lid 2 van de Wet; het Bestuur; Uitvoeringsregeling Wft; Wet op het financieel toezicht (Wft).

Wijzigingen in het Bankreglement Stadsbank Oost Nederland pag. 4

Problematische schuldensituatie

de situatie waarin van een natuurlijke persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, of waarin hij heeft opgehouden te betalen.

In Bankreglement SON 2007 was deze definitie niet opgenomen en nu in het Bankreglement SON 2020 toegevoegd.

Problematische schuldensituatie In afwijking van het NVVK standaard bankreglement wordt in artikel 1 een definitie gegeven voor een “problematische schuldensituatie” oftewel een definitie voor problematische schulden. Hieronder zal worden ingegaan op de vraag of er binnen de -wettelijke- schuldhulpverlening verschillende definities zijn voor het begrip “problematische schuldensituaties” oftewel problematische schulden. De Stadsbank is lid van de NVVK (de overkoepelende organisatie van schuldhulpverleners). De NVVK heeft voor het laatst in 2017 een Gedragscode schuldhulpverlening vastgesteld waarin in art 8, definities, voor problematische schuldensituatie de volgende definitie wordt gegeven: “de situatie waarin van een natuurlijke persoon redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden, of waarin hij heeft opgehouden te betalen” (Deze definitie werd overigens ook in voorafgaande Gedragscodes gehanteerd). Het begrip problematische schuldensituatie zoals opgenomen in hoofdstuk V, schuldregeling van het Bankreglement voldoet aan deze definitie. Op grond van het lidmaatschap van de NVVK is de Stadsbank verplicht om zich te houden aan de Gedragscode schuldhulpverlening en daarmee ook aan de door de NVVK geformuleerde definitie..

Aanvullend hierop kan worden opgemerkt dat art 284 lid 1 van de Faillissementswet (het onderdeel dat betrekking heeft op de wettelijke schuldsanering), in ieder geval al sinds 2002, bepaalt: “Een natuurlijke persoon kan, indien redelijkerwijs is te voorzien dat hij niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, verzoeken de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken” (wsnp) Daarnaast bepaalt art 1, Begripsbepalingen, van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening sinds 2012 onder de omschrijving “schuldhulpverlening”: “het ondersteunen bij het vinden van een adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede de nazorg”. Ook hier zien we een vergelijkbare definitie van problematische schulden als in de Faillissementswet en de Gedragscode schuldhulpverlening van de NVVK. Geconcludeerd kan worden dat binnen de wettelijke- schuldhulpverlening het begrip “problematische schulden” dezelfde inhoud heeft.

Wijzigingen in het Bankreglement Stadsbank Oost Nederland pag. 5

HOOFDSTUK III

FINANCIËLE DIENSTVERLENING

Artikel 7 Deskundigheid 1. De Kredietbank draagt er zorg voor dat de personen van de Kredietbank die het dagelijks beleid bepalen deskundig zijn in verband met de bedrijfsvoering van de Kredietbank. 2. De Kredietbank draagt zorg voor de deskundigheid van zijn werknemers en van andere natuurlijke personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezig houden met het verlenen van financiële diensten aan cliënten. 3. Op de deskundigheid van de personen als bedoeld in het eerste en tweede lid van dit artikel is artikel 4:9 Wft van toepassing als mede hoofdstuk 2, artikelen 5 tot en met 7, 9 tot en met 11 van het Besluit van toepassing. Wijziging: de leden 4 en 5 van artikel 7 van het Bankreglement SON 2007 zijn vervallen: 4. De kredietbank beschikt in ieder geval over een zodanig aantal feitelijk leidinggevenden met voldoende vakbekwaamheid, dat de kwaliteit van de financiële diensten aan de cliënten kan worden gewaarborgd. 5. De deskundigheid van de personen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel wordt vastgesteld op basis van de in beleidsregel 2 genoemde normen. Artikel 8 Integere en beheerste bedrijfsvoering 1. De Kredietbank voert een adequaat beleid dat een integere uitoefening van zijn bedrijf waarborgt. 2.

De Kredietbank ziet erop toe dat de Kredietbank of haar medewerkers in de uitvoering van hun taken integer handelen en geen handelingen verrichten die het vertrouwen in de Kredietbank of in de financiële markten kunnen schaden. 3. De Kredietbank is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de Kredietbank. 4. De Kredietbank richt de bedrijfsvoering zodanig in dat deze een beheerste en integere uitoefening van haar bedrijf waarborgt. 5. De Kredietbank stelt de beheerste en integere bedrijfsvoering vast op basis van de in artikelen 4:11 en 4:15 Wft e.v. genoemde bepalingen. Wijziging: artikel 8 lid 5 Bankreglement SON 2007: nu een verwijzing naar de Wft. Artikel 9 Zorgvuldige dienstverlening en zorgvuldig informatie- en communicatiebeleid 1. De Kredietbank draagt er zorg voor dat de door of namens haar verstrekte of beschikbaar gestelde informatie ter zake van een financieel product of financiële dienst, waaronder reclameuitingen, geen afbreuk doet aan de bij of krachtens de Wet aan de cliënt te verstrekken of beschikbaar te stellen informatie. 2. De door de Kredietbank verstrekte informatie is feitelijk juist, begrijpelijk en niet misleidend. 3.

De Kredietbank verstrekt de cliënt voorafgaand aan het adviseren of de totstandkoming van de overeenkomst inzake een financieel product informatie voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor een adequate beoordeling van dat product. 4. De Kredietbank verstrekt de cliënt gedurende de looptijd van een overeenkomst inzake een financieel product of een financiële dienst tijdig informatie over wezenlijke wijzigingen in de informatie bedoeld in het derde lid van dit artikel, voor zover deze informatie redelijkerwijs relevant is voor de cliënt dan wel informatie over bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen andere onderwerpen. 5. De artikelen 32, 33, 49, 51, 53, 54, 57, 59a, 68a, en 111 tot en met 115a en b van het Besluit zijn van toepassing.

Wijzigingen in het Bankreglement Stadsbank Oost Nederland pag. 6

Wijziging: artikel 9 lid 5 van het Bankreglement SON 2007: 5. De artikelen 32, 33, 49, 53, 54, 57, 68 een 111 tot en met 115 van het Besluit en de beleidsregel 7, 8 en 12 zijn van overeenkomstige toepassing Artikel 10 Adviseren en execution only 1. Indien de Kredietbank een cliënt adviseert: a. wint de Kredietbank in het belang van de cliënt informatie in over zijn financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid, voor zover dit redelijkerwijs relevant is voor het advies; b. draagt de Kredietbank er zorg voor dat zijn advies, voor zover redelijkerwijs mogelijk, rekening houdt met de onder a bedoelde informatie; c. licht de Kredietbank de overwegingen toe die ten grondslag liggen aan het advies, voor zover dit nodig is voor een goed begrip van het advies. 2. Indien de Kredietbank bij het verlenen van een financiële dienst aan een cliënt niet adviseert (execution only), maakt de Kredietbank dat bij de aanvang van de dienstverlening aan de cliënt kenbaar. 3. De Kredietbank is in deze gehouden aan de bepalingen van de artikelen 80e en 86f Wft en kan een klantprofiel zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel vastleggen. Wijziging artikel 10 lid 3 van het Bankreglement SON 2007: 3 De kredietbank legt het klantprofiel zoals bedoeld in het eerste lid van dit artikel vast op basis van het in beleidsregel 4 opgenomen model.

Artikel 11 Zorgvuldige bejegening van de cliënt 1. De Kredietbank houdt zich aan de bij de behandeling van de cliënt bij of krachtens Algemene Maatregel van Bestuur te stellen nadere regels met betrekking tot de in acht te nemen zorgvuldigheid. 2. Artikel 81 van het Besluit is van overeenkomstige toepassing. Wijziging artikel 11 lid 2 van het Bankreglement SON 2007: 2 Artikel 81 van het Besluit en artikel 10 van beleidsregel 10 zijn van overeenkomstige toepassing Artikel 13 Verkoop op afstand 1. Het artikel 230 in het bijzonder w-z van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing op het sluiten van overeenkomsten op afstand. 2. De artikelen 77 tot en met 80 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing. Wijziging artikel 13 van het Bankreglement SON 2007: 1 De artikelen 4:20, 4:28, 4:29 en 4:30 van de wet zijn van toepassing op het sluiten van overeenkomsten op afstand. 2 De artikelen 77 tot en met 80 van het Besluit en beleidsregel 10 zijn van overeenkomstige toepassing.

Wijzigingen in het Bankreglement Stadsbank Oost Nederland pag. 7

HOOFDSTUK IV

KREDIETVERLENING

Paragraaf 1

Inleidende bepalingen

Artikel 16 Formulier standaardinformatie inzake consumptief krediet 1. De Kredietbank dient voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst aan de cliënt informatie te verstrekken met het oog op een adequate beoordeling van het krediet. 2. De informatie als bedoeld in lid 1 wordt schriftelijk of op een andere duurzame drager aan de cliënt verstrekt in de vorm van het ESIC formulier. 3. In het geval dat de cliënt heeft verzocht de kredietovereenkomst tot stand te laten komen met gebruikmaking van een techniek voor communicatie op afstand waardoor de in lid 1 bedoelde informatie niet schriftelijk of op een duurzame drager kan worden verstrekt voorafgaand aan de totstandkoming van de kredietovereenkomst, verstrekt de Kredietbank de informatie aan de cliënt onmiddellijk na de totstandkoming van kredietovereenkomst. 4. Artikel 112 van het Besluit is van overeenkomstige toepassing. Wijziging: Artikel 16 het Bankreglement SON 2007 vervallen en in het Bankreglement SON 2020 vervangen door een nieuw artikel 16. Artikel 16 Kredietprospectus 1 De kredietbank houdt een kredietprospectus beschikbaar op het internet. 2 De kredietbank verstrekt de kredietprospectus op verzoek van de cliënt onverwijld en kosteloos.

3 De kredietbank verstrekt voorafgaand aan het totstandkomen een kredietprospectus aan de cliënt, indien de kredietbank geen kredietprospectus op het internet beschikbaar houdt, en wel kosteloos. 4 Artikel 112 van het Besluiten beleidsregel 8 zijn van overeenkomstige toepassing. Paragraaf 2

Kredietaanvraag en afwijzing

Artikel 17 Aanvraag 1. Een krediet kan bij de Kredietbank worden aangevraagd. 2. De aanvraag tot kredietverlening vindt zoveel mogelijk plaats op een daartoe door de Kredietbank, op verzoek van de cliënt, ter beschikking te stellen aanvraagformulier Krediet of via een digitaal aanvraagformulier. 3. De Kredietbank kan het model aanvraagformulier van de representatieve organisatie gebruiken. Wijziging artikel 17 het Bankreglement SON 2007: Artikel 17 Aanvraag 1 Een krediet kan bij de kredietbank, dan wel via daartoe aangewezen derden, worden aangevraagd. 2 De aanvraag tot kredietverlening vindt plaats op een daartoe door de kredietbank, op verzoek van de cliënt, ter beschikking te stellen aanvraagformulier Krediet. 3 De kredietbank gebruikt een aanvraagformulier waarbij het model aanvraagformulier van de representatieve organisatie als basis dient. Artikel 18 Beoordeling 1. De Kredietbank legt de criteria vast die de Kredietbank ten grondslag legt aan de beoordeling van de kredietaanvraag van een cliënt en past deze criteria toe bij de beoordeling van de kredietaanvraag. 2. De artikelen 113 lid 1,114 en 115, lid 1, 3-7 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing. Wijziging artikel 18 het Bankreglement SON 2007: 2 De artikelen 113 lid 1 en 114 lid 1 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing.

Wijzigingen in het Bankreglement Stadsbank Oost Nederland pag. 8

Paragraaf 3

Kredietovereenkomst

Artikel 20 Algemeen 1. De kredietovereenkomst wordt op papier of op een andere duurzame drager aangegaan. 2. De Kredietbank verstrekt de cliënt een exemplaar van de kredietovereenkomst en behoudt zelf ook een exemplaar. 3. Voorafgaand aan de totstandkoming van een kredietovereenkomst wint de Kredietbank, in het belang van de kredietnemer, informatie in over zijn financiële positie en beoordeelt de Kredietbank, ter voorkoming van overkreditering van de kredietnemer, of het aangaan van de overeenkomst verantwoord is. 4. De Kredietbank gaat geen kredietovereenkomst aan met een kredietnemer indien dit, met het oog op het voorkomen van overkreditering van de kredietnemer, onverantwoord is. 5. De artikelen 113 lid 1, 114 en 115 lid 1, 3-7 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing. Wijziging artikel 18 het Bankreglement SON 2007: 1. De kredietovereenkomst wordt aangegaan bij een door alle partijen ondertekende onderhandse akte. 5 De artikelen 113 lid 1, 114 lid 1 en 115 lid 1 van het Besluit zijn van overeenkomstige toepassing Artikel 21 Inhoud van de kredietovereenkomst 1. Elke kredietovereenkomst dient op papier of een andere duurzame drager te zijn vastgelegd en dient in ieder geval op duidelijke en beknopte wijze te vermelden: a. het soort krediet; b.

de identiteit en geografische adressen van de overeenkomst sluitende partijen en in voorkomend geval de identiteit en het geografische adres van de betrokken bemiddelaar; c. de duur van de kredietovereenkomst; d. het totale kredietbedrag en de voorwaarden voor kredietopneming; e. de debetrentevoet, de voorwaarden die de toepassing van deze rentevoet regelen en voor zover beschikbaar, indices of referentierentevoeten die betrekking hebben op de aanvankelijke debetrentevoet, alsmede de termijnen, voorwaarden en procedures voor wijziging ervan; f. indien naar gelang van de verschillende omstandigheden verschillende debetrentevoeten worden toegepast, de in onderdeel e genoemde informatie met betrekking tot alle toepasselijke rentevoeten; g. het jaarlijks kostenpercentage en het totale door de cliënt te betalen bedrag, berekend bij het sluiten van de kredietovereenkomst, alsmede alle bij de berekening van dit percentage gebruikte hypothesen; h. het bedrag, het aantal en de frequentie van de door de cliënt te verrichten betalingen, en, in voorkomend geval, de volgorde waarin de betalingen aan de verschillende openstaande saldi tegen verschillende debetrentevoeten worden toegerekend met het oog op aflossing; i.

in geval van aflossing van het krediet van een kredietovereenkomst met vaste looptijd, het recht van de cliënt om gratis en op verzoek op enig ogenblik tijdens de looptijd van de kredietovereenkomst een overzicht van de rekening in de vorm van een aflossingstabel te ontvangen; j. indien kosten en interesten worden betaald zonder aflossing van het krediet, een overzicht van de termijnen en voorwaarden voor de betaling van de rente en periodiek en nietperiodieke bijbehorende kosten; k. de eventuele kosten voor het aanhouden van één of meer rekeningen voor de boeking van zowel betalingen als kredietopnemingen, tenzij het openen van een rekening facultatief is, tezamen met de kosten voor het gebruik van een betaalmiddel voor zowel betalingen als kredietopnemingen, andere uit de kredietovereenkomst voortvloeiende kosten, alsmede de voorwaarden waaronder de kosten worden gewijzigd;

Wijzigingen in het Bankreglement Stadsbank Oost Nederland pag. 9

l.

de op het tijdstip van het sluiten van de kredietovereenkomst geldende rentevoet ingeval van betalingsachterstand daarvan alsmede de wijzigingsmodaliteiten en, in voorkomend geval, kosten van niet-nakoming; m. een waarschuwing betreffende de gevolgen van wanbetaling; n. de eventueel gevraagde zekerheden en verzekeringen; o. het al dan niet bestaan van het recht van ontbinding van de kredietovereenkomst en de termijn voor de uitoefening daarvan, alsmede andere uitoefeningsvoorwaarden, zoals informatie over de verplichting voor de cliënt om het krediet aan de Kredietbank terug te betalen binnen 30 kalenderdagen vermeerderd met de over het krediet verschuldigde kredietvergoeding tot het moment dat het krediet wordt terugbetaald; p. informatie omtrent het recht uit artikel 230x van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek; q. het recht op vervroegde aflossing, de hiervoor te volgen procedure alsmede, in voorkomend geval, informatie over het recht van de Kredietbank op een vergoeding en de wijze waarop deze vergoeding wordt vastgelegd; r. de procedure voor de uitoefening van het recht van beëindiging van de kredietovereenkomst; s. voor de cliënt openstaande buitengerechtelijke klachten- en beroepsprocedures en, indien dit het geval is, hoe de cliënt die procedure kan inleiden; t. in voorkomend geval, de overige contractvoorwaarden, en; u.

in voorkomend geval, naam en adres van het Bestuur. 2. Indien niet voldaan wordt aan het bepaalde in het eerste lid van dit artikel, is de kredietovereenkomst vernietigbaar. 3. Alleen de kredietnemer kan een beroep op de vernietigbaarheid ingevolge lid 2 doen. Wijziging artikel 21 lid 1 van het Bankreglement SON 2007: Uitbreiding van het aantal voorwaarden waaraan de kredietovereenkomst moet voldoen. Artikel 25 Overige bepalingen 1. Van elke aflossing wordt de kredietnemer een bewijs verstrekt, tenzij betaling is geschied door tussenkomst van een aan het giraal of elektronisch verkeer deelnemende instelling. 2. De Kredietbank berekent het Jaarlijks kostenpercentage van een krediet overeenkomstig artikel 1 van het Besluit. 3. De Kredietbank informeert de cliënt gedurende de looptijd van de kredietovereenkomst overeenkomstig artikel 68, 68a en 68b en artikel 80 van het Besluit. Wijziging artikel 25 de leden 2 en 3 van het Bankreglement SON 2007: Artikel 25 Overige bepalingen 2 De kredietbank berekent de theoretische looptijd van een doorlopend krediet overeenkomstig artikel 1 dd van het Besluit alsmede beleidsregel 9. 3 De kredietbank informeert de cliënt gedurende de looptijd van de kredietovereenkomst overeenkomstig artikel 68 en artikel 80 van het Besluit alsmede beleidsregel 11. Paragraaf 6

Opeisbaarheid en kwijtschelding

Artikel 32 Kwijtschelding bij overlijden 1. Het Bestuur kan het nog niet afgeloste deel van het krediet tot een nader vast te stellen bedrag kwijtschelden, indien een kredietnemer overlijdt. 2. De in het voorgaande lid bedoelde kwijtschelding geldt in ieder geval niet: a. voor zover deze betrekking heeft op betalingen van achterstallige termijnen en daaruit voortvloeiende bijkomende kosten; b. voor zover deze betrekking heeft op vervroegde betaalde termijnen; c. indien dit uitdrukkelijk door de Kredietbank en de kredietnemer is overeengekomen;

Wijzigingen in het Bankreglement Stadsbank Oost Nederland pag. 10

d. indien er sprake is van overige oorzaken die de Kredietbank nopen om geen kwijtschelding te verlenen. 3. Het Bestuur kan besluiten, indien het voorgaande lid van toepassing is, wegens bijzondere omstandigheden alsnog kwijtschelding te verlenen. 4. Het Bestuur kan (terzake) de bevoegdheden als bedoeld in het eerste en derde lid van dit artikel aan de directeur mandateren/volmacht verlenen. Wijziging artikel 32 de leden 1 en 2 van het Bankreglement SON 2007: Lid 1: kwijtschelding kan in het Bankreglement SON 2020 ook plaatsvinden indien de tweede kredietnemer overlijdt. Er is geen reden om bij overlijden een verschil te maken tussen eerste en tweede kredietnemer. Artikel 32 Kwijtschelding bij overlijden 1. Het bestuur kan het nog niet afgeloste deel van het krediet tot een nader vast te stellen bedrag kwijtschelden, indien de eerste kredietnemer overlijdt. 2. De in het voorgaande lid bedoelde kwijtschelding geldt in ieder geval niet: a. indien het overlijden het rechtstreekse gevolg is van binnenlandse onlusten, epidemische ziekten, natuurrampen, oorlogsgeweld en terrorisme; b. indien het overlijden het gevolg is van suïcide dan wel een poging daartoe plaatsvindt binnen zes maanden na het sluiten van de kredietovereenkomst; c. indien dit uitdrukkelijk door de kredietbank en de kredietnemer is overeengekomen. Artikelen 35 en 36 van het Bankreglement SON 2007 vervallen.

Artikel 35 Beoordeling aanvraag De kredietbank legt de criteria vast die de kredietbank ten grondslag legt aan de beoordeling van een aanvraag schuldregeling door de aanvrager. Artikel 36 Afwijzing aanvraag 1. Indien de kredietbank besluit om de aanvraag voor een schuldregeling af te wijzen, doet de kredietbank hiervan schriftelijk mededeling aan de aanvrager onder opgaaf van redenen. 2. In de schriftelijke mededeling wordt tevens vermeld welke mogelijkheden tot het indienen van een klacht tegen de afwijzing van de aanvraag openstaan. Toelichting: Sinds de inwerkingtreding van de Gemeentelijke wet schuldhulpverlening zijn gemeenten verplicht om plannen op te stellen en hebben zij de mogelijkheid om beleidsregels op te stellen. Dit hebben bijna alle deelnemende gemeenten gedaan. In deze beleidsregels wordt aangegeven onder welke voorwaarden toelating, weigering tot de Wgs of beëindiging toelating tot de Wgs plaatsvindt. De Stadsbank is hieraan gebonden zodat de artt 35 en 36 al jarenlang een dode letter zijn. Deze artikelen kunnen derhalve vervallen. Tegelijkertijd met de inwerkingtreding van de Wgs hebben de deelnemende gemeenten besloten dat bezwaar en beroep tegen de op grond van de Wgs genomen beschikkingen via de gemeente loopt. De Stadsbank vervult hierin geen rol.

Dit impliceert dat de rechtsbescherming van de burger optimaal, zelfs beter dan in het Bankreglement SON 2007, gewaarborgd is.

Wijzigingen in het Bankreglement Stadsbank Oost Nederland pag. 11

HOOFDSTUK VI

BUDGETBEHEER EN BUDGETBEGELEIDING

Paragraaf 4

Overige bepalingen

Artikel 46 Overige bepalingen 1. De Kredietbank stelt de rekeninghouder in de gelegenheid om via een digitaal platform inzage te verkrijgen in het verloop van de budgetbeheerrekening of verstrekt de rekeninghouder periodiek en kosteloos een afschrift van het verloop van de budgetbeheerrekening. 2. De Kredietbank is bevoegd aan de rekeninghouder een vergoeding in rekening te brengen voor de kosten van het budgetbeheer en voor het opnieuw verstrekken van een al eerder toegezonden periodiek afschrift en/of de eindafrekening. Wijziging artikel 48 lid 1 van het Bankreglement SON 2007: Artikel 48 Overige bepalingen 1. De kredietbank verstrekt periodiek aan de rekeninghouder kosteloos een afschrift van het verloop van de budgetbeheerrekening.

HOOFDSTUK VIII

KLACHTEN

Artikel 49 Klachtenprocedure 1. De Kredietbank draagt zorg voor een adequate behandeling van klachten van cliënten over financiële diensten, financiële producten en andere producten van de Kredietbank. De Kredietbank beschikt daartoe over een interne klachtenprocedure. 2. De interne klachtenprocedure voorziet in de behandeling van klachten van natuurlijke personen met betrekking tot de beslissing en de gang van zaken rond kredietverlening, schuldregeling, budgetbeheer én gedragingen jegens de begeleide, de cliënt, de kredietnemer, de rekeninghouder en de schuldenaar. 3. De Kredietbank geeft op afdoende wijze bekendheid aan het bestaan van een klachtenprocedure. 4. De klachtenregeling wordt bij afzonderlijk reglement door het Bestuur vastgesteld en dient in ieder geval de volgende bepalingen te bevatten: a. de mogelijkheid om tegen een beslissing over de gang van zaken bij en een gedraging van de Kredietbank een klacht in te dienen; b. de mogelijkheid om tegen een beslissing over en de gang van zaken bij de Kredietbank op de klacht als bedoeld onder a, beroep in te stellen; c. de mogelijkheid om tegen een rechtshandeling van de Kredietbank een klacht in te dienen bij de gemeentelijke ombudsman, gemeentelijke ombudscommissie dan wel de Nationale ombudsman. 5.

Met het oog op een adequate behandeling van klachten over de door de Kredietbank verleende diensten en producten beschikt de Kredietbank over een klachtenregister, waarbij tenminste wordt vastgelegd: a. de naam en het adres van de cliënt die een klacht heeft ingediend; b. de klacht, met de daarbij behorende dagtekening van ontvangst; c. een omschrijving van de klacht; en d. een beschrijving van de wijze waarop de Kredietbank de klacht heeft behandeld; e. de afhandeling en de opvolging. Wijziging artikel 51 van het Bankreglement SON 2007: Artikel 51 lid 5 van het Bankreglement SON 2007 is uitgebreid met sub e en in Bankreglement SON 2020 omgenummerd naar art 49.

Wijzigingen in het Bankreglement Stadsbank Oost Nederland pag. 12

Artikel 50 Bankreglement Stadsbank Oost Nederland 2020, waarin naar de Annex Bankreglement wordt verwezen, is nieuw.

Wijzigingen in het Bankreglement Stadsbank Oost Nederland pag. 13

Annex Bankreglement NVVK In dit document worden op enkele artikelen van het Bankreglement aanvullende bepalingen vastgesteld en wordt een nadere uitleg gegeven. Deze aanvullingen op het Bankreglement zijn noodzakelijk om tegemoet te komen aan de bijzondere positie van de Kredietbanken binnen de landelijke wet- en regelgeving. Het gaat er dan om de landelijke regelgeving te vertalen naar de Kredietbanken. In deze annex zijn voor een belangrijk deel bepalingen overgenomen die eerder in de NVVK-Beleidsregels waren ondergebracht. De bepalingen in deze annex gelden - wanneer van toepassing en indien niet nader in de tekst toegelicht - onverkort voor Kredietbanken. Ten aanzien van artikel 6, Betrouwbaarheid De NVVK volgt de bepalingen die op Betrouwbaarheid in de wet- en regelgeving, zoals vastgelegd in artikel 4.10 van de Wft en de ter zake doende bepalingen van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo). In aanvulling daarop geldt: De Kredietbank stelt naast de wettelijk verplichte betrouwbaarheidstoets voor de beleidsbepalers, ook de betrouwbaarheid van de medewerkers en andere personen die zich onder zijn verantwoordelijkheid rechtstreeks bezighouden met financiële dienstverlening, objectief vast. De Kredietbank meldt aan het Bestuur schriftelijk het voornemen tot benoeming van: a. een persoon die het beleid van de Kredietbank bepaalt of mede bepaalt; b.

een persoon die onderdeel is van een orgaan dat belast is met het toezicht op het beleid en de algemene gang van zaken van de Kredietbank. De Kredietbank geeft geen uitvoering aan het voornemen, bedoeld in het eerste lid, voordat het Bestuur de betrouwbaarheid van de betrokken persoon objectief heeft vastgesteld. Een persoon is betrouwbaar, indien: 1 hij een verklaring omtrent gedrag als bedoeld in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens kan overleggen; 2 hij tien jaar voorafgaand niet failliet is verklaard of op hem de schuldsaneringsregeling niet van toepassing is verklaard; 3 hij weliswaar failliet is verklaard maar hij overeenkomstig artikel 212 Fw is gerehabiliteerd. De leden 1 tot en met 3 zijn niet van toepassing op personen die zich op 1 januari 2009 al onder verantwoordelijkheid van de Kredietbank rechtstreeks bezighouden met financiële dienstverlening. In het geval dat het Bestuur heeft geconcludeerd dat de betrouwbaarheid niet (meer) buiten twijfel staat en uit de Wft zelf geen directe consequenties voortvloeien, stelt het Bestuur de Kredietbank en betrokkene hiervan in kennis.

Indien de Kredietbank in het kader van zijn normale bedrijfsvoering constateert dat zich een wijziging heeft voorgedaan in de voor de beoordeling van de betrouwbaarheid relevante gegevens met betrekking tot een persoon die het beleid van de kredietbank bepaalt of meebepaalt, stelt de Kredietbank het Bestuur daarvan onverwijld schriftelijk in kennis. De beoordeling van de betrouwbaarheid kan achterwege blijven bij betrokkenen, indien ten aanzien van de (mede)beleidsbepaler(s) op grond van zijn (hun) aanstelling als lid (leden) van het Bestuur al een onderzoek naar de antecedenten heeft plaatsgevonden. Ten aanzien van artikel 8, Integere en beheerste bedrijfsvoering

Wijzigingen in het Bankreglement Stadsbank Oost Nederland pag. 14

De NVVK volgt de bepalingen die op Betrouwbaarheid in de wet- en regelgeving, zoals in de artikelen 4:11, 4:13 en 4:15 van de Wft en de ter zake doende bepalingen van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo). In aanvulling daarop geldt: De bedrijfsvoering van de Kredietbank stelt het Bestuur in staat toezicht te houden op de naleving van de bij of krachtens de Wft gestelde regels. De Kredietbank stelt procedures en maatregelen vast met betrekking tot de omgang met en vastlegging van incidenten. De Kredietbank neemt naar aanleiding van een incident passende maatregelen. Deze maatregelen zijn gericht op het beheersen van de opgetreden risico’s en het voorkomen van herhaling. De Kredietbank informeert het Bestuur onverwijld omtrent incidenten. De administratieve vastlegging van incidenten omvat tenminste de feiten en omstandigheden van het incident, informatie over de functie van degene of degenen die het incident heeft of hebben bewerkstelligd en de maatregelen die naar aanleiding van het incident zijn genomen. De Kredietbank bewaart de aldus vastgelegde gegevens gedurende tenminste vijf jaar. De Kredietbank informeert het Bestuur omtrent een incident indien: a. aangifte van het incident bij justitiële autoriteiten is of zal worden gedaan; b. het voortbestaan van de Kredietbank door het incident zou kunnen worden bedreigd of wordt bedreigd; of c.

de ernst, de omvang of de overige omstandigheden van het incident in aanmerking genomen, het Bestuur in verband met haar toezichthoudende taak redelijkerwijs behoort te worden geïnformeerd. De in het eerste lid bedoelde informatie betreft tenminste: a. de feiten en omstandigheden van het incident; b. informatie over de functie van degene of degenen die het incident heeft of hebben bewerkstelligd. De Kredietbank is niet met personen verbonden in een formele of feitelijke zeggenschap die in zodanige mate ondoorzichtig is dat deze een belemmering vormt of kan vormen voor het adequaat uitoefenen van toezicht op de Kredietbank. Ten aanzien van artikel 9, Zorgvuldige dienstverlening Op grond van artikel 32 BGfo is de Kredietbank gehouden enkel financiële producten aan te bieden die rekening houden met de belangen de doelgroep in het algemeen en de klant in het bijzonder. De wijze waarop deze belangenafweging plaatsvindt is gesystematiseerd en kan door middel van klantprofielen worden vormgegeven. Ten aanzien van artikel 9, Zorgvuldig Informatie- en Communicatiebeleid De Wft en het BGfo kennen een uitgebreid stelsel van voorschriften ten aanzien van de informatieverstrekking aan de cliënt.

De artikelen 49 tot en met 86 hebben achtereenvolgens betrekking op de algemene informatieverstrekking (artikel 49 tot en met 51 BGfo), de onverplichte precontractuele informatieverstrekking (artikelen 52 tot en met 56 BGfo), de verplichte precontractuele informatie (artikelen 57 tot en met 63 BGfo), de financiële bijsluiter (artikelen 64 tot en met 66 BGfo), de informatieverstrekking gedurende de looptijd van een overeenkomst (artikelen 67 tot en met 75), informatieverstrekking in het kader van een overeenkomst op afstand (artikelen 77 tot en met 80) en de overige bepalingen met betrekking tot zorgvuldige dienstverlening. Niet alle

Wijzigingen in het Bankreglement Stadsbank Oost Nederland pag. 15

bepalingen zijn gezien het takenpakket van de Kredietbank van belang. De Kredietbank moet in deze de juiste afwegingen maken. Ten aanzien van artikel 10, Zorgvuldige dienstverlening en zorgvuldig informatie- en communicatiebeleid Op grond van artikel 4:19 lid 2 Wft dient de ingevolge de Wet te verstrekken informatie feitelijk juist, begrijpelijk en niet misleidend te zijn. Deze hoofdregel is ook vastgelegd in artikel 9 lid 2 van het Bankreglement. In de praktijk is het echter niet eenvoudig vast te stellen of de verstrekte informatie al dan niet misleidend is. De AFM heeft in de Beleidsregel Informatieverstrekking vastgesteld aan welke voorwaarden zorgvuldige informatieverstrekking moet voldoen. De Beleidsregel is ook van toepassing op Kredietbanken. Tav artikel 25, lid 2, Jaarlijks Kostenpercentage (JKP) Voor de berekening van het JKP maakt de Kredietbank gebruik van de formule die in Bijlage A van het BGfo beschikbaar is. De formule geeft de gelijkwaardigheid weer van de kredietopnemingen enerzijds en de aflossingen en kosten anderzijds:

(de waarden die voor de berekening van deze formule nodig zijn, worden nader gedefinieerd in Bijlage A BGfo) Het JKP wordt met inachtneming van aanvullende waarden en hypothesen ook voor de berekening van een hypothecaire lening berekend. Hiertoe gelden de bepalingen uit Bijlage B van het BGfo.

Wijzigingen in het Bankreglement Stadsbank Oost Nederland pag. 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9769619/2