08. Toestemming vaststelling diverse gewijzigde gemeenschappelijke regelingen - Samen Twente Bijlage 3 - GR SamenTwente - toelichting
Tekst van het document
Hoort bij raadsbesluitnr. 1374 van 23 april 2024, de griffier,
R.d.G.
TOELICHTING GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING SAMENTWENTE Inleiding Op 25 september 2019 heeft het algemeen bestuur (AB) de veranderopdracht vastgesteld. De uitgangspunten van de veranderopdracht waren: focus op inhoudelijke thema’s, klein, simpel en flexibel, duidelijk en transparant en eigenaarschap/leiderschap. Een belangrijk knelpunt dat werd gesignaleerd met de veranderopdracht, was de gevoelde bestuurlijke drukte in regionale samenwerking. Met de veranderopdracht is onder meer besloten tot het omvormen van de bestaande Regeling Regio Twente naar een nieuwe regeling voor GGD, OZJT en VTT waarbij samenwerking op het terrein van de gezondheid, inclusief Samen14 en Kennispunt Twente, centraal wordt gesteld. De juridische omvorming is op 8 juli 2021 geoperationaliseerd met een wijziging van de toenmalige Regeling Regio Twente, in de Gemeenschappelijke regeling SamenTwente (toen nog genaamd Gezondheid) met gastheerschappen voor Samen14 en Kennispunt Twente. Met voorliggende wijziging van de gemeenschappelijke regeling wordt de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wet gemeenschappelijke regelingen) geïmplementeerd, worden onduidelijkheden in de huidige regeling weggenomen en worden ook overig tekstuele verbeteringen aangebracht. Het belangrijkste wettelijke kader voor de regeling is de Wet gemeenschappelijke regelingen.
De Wet gemeenschappelijke regelingen kent een aantal schakelbepalingen, waardoor bepalingen uit de Gemeentewet () van overeenkomstige toepassing zijn op de regeling. Nadrukkelijk is ervoor gekozen om in de tekst niet datgene te regelen waarin de Wet gemeenschappelijke regelingen al voorziet. In de hiernavolgende toelichting zijn verwijzingen naar die wet wel opgenomen. Gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen Op 1 juli 2022 is een wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (en de Gemeentewet) in werking getreden. Deze wijziging beoogt een versterking van de democratische legitimatie van de gemeenschappelijke regelingen. Door de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen is een wijziging van een aantal onderdelen van de gemeenschappelijke regeling SamenTwente noodzakelijk. Onderstaande tabel geeft hiervan een overzicht. Voor het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling geldt een overgangstermijn van twee jaar. Hieronder een overzicht van de wijzigingen, type wijziging, en voor zover van toepassing de daarmee corresponderende artikelen in deze regeling. Duiding type wijziging: V = Verplicht F = Facultatief U = Unaniem besluit alle raden vereist Artikel
Wijziging Wet gemeenschappelijke regeling
Type
1
Als een gemeenschappelijke regeling wordt opgericht, gewijzigd of opgeheven, dan moeten de deelnemende raden een zienswijze kunnen geven. Naast het al bestaande toestemmingsrecht. Een GR houdt bepalingen in omtrent de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding, waaronder bepalingen omtrent de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon en de deelnemende gemeenten.
V
Artikel regeling --
V
9.2
9 lid 1
1
10 Facultatieve zienswijzeprocedure omtrent besluiten. leden 5 In de GR moet worden opgenomen of en zo ja, bij welke besluiten een en 6 voorafgaande zienswijze van de raden wordt gevraagd. Een gemotiveerde schriftelijke reactie van het DB op de zienswijze is noodzakelijk aan de raden en het AB. 10 lid 7 Een GR houdt bepalingen in over de wijze waarop aan ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid worden betrokken. 11a Een GR bevat bepalingen omtrent de evaluatie van de regeling 17 De passieve informatieplicht wordt uitgebreid met een actieve leden 2 informatieplicht van bestuur aan raden en de GR moet regelen hoe en 3 die informatie wordt verstrekt. De actieve informatieplicht richt zich niet alleen op informatie over te nemen of genomen besluiten, maar betreft alles wat raden moeten weten om hun taak goed te kunnen vervullen (vergelijk art. 169 Gemeentewet). 24a Op voorstel van de deelnemende raden stelt het AB van een GR een gemeenschappelijke adviescommissie in die het AB kan adviseren, de besluitvorming van de raden m.b.t. de GR kan voorbereiden of de raden kan adviseren. Het AB regelt de bevoegdheden, taken en werkwijze van de gemeenschappelijke commissie nadat de raden van de deelnemende gemeenten hun wensen en bedenkingen hieromtrent ter kennis van het AB hebben kunnen brengen.
F
34 lid 2 34b 35 leden 1 en 4
V
Aanpassing termijnen voor indiening van kadernota, ontwerpbegroting en begroting: Kadernota: voor 30 april (i.p.v. 15 april) Ontwerpbegroting: uiterlijk 12 weken voor besluitvorming voor zienswijze aan gemeenteraden aanbieden (i.p.v. 8 weken) Begroting moet uiterlijk 15 september naar GS (i.p.v. 1 augustus)
Artikel
Het DB stelt de raden voorafgaand aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze en de conclusies die het daaraan verbindt Wijziging Gemeentewet
155g 155h
Nieuw artikel. Instelling gemeenschappelijke onderzoekscommissie (enquêterecht)
V
3.2.6 4.1 7.1 8.4 9.2 3.2.7
V V
9.2 5.6
U
U
Zie toelichting onder Hfst 7
Artikel regeling --
In Twents verband is met de raden, tijdens een gezamenlijke kennissessie op 11 januari 2023 georganiseerd door de regionale regiegroep (met daarin drie griffiers, twee gemeentesecretarissen en de directeuren van SamenTwente en Omgevingsdienst Twente), van gedachten gewisseld over de thema’s gezamenlijke adviescommissie, inwonerparticipatie en zienswijzerecht. De opbrengst van deze bijeenkomst is meegenomen in deze regeling. De regionale werkgroep organisatierecht heeft hiervoor de tekstvoorstellen gedaan. In deze regeling zijn deze zoveel mogelijk zijn overgenomen.
2
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN 1.1 Begrippen In dit artikel zijn enkele termen die in de regeling regelmatig terugkomen, uiteengezet. De begripsomschrijvingen spreken voor zich. 1.2 Openbaar lichaam In dit artikel wordt het openbaar lichaam geïntroduceerd. Ingevolge artikel 8 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is het openbaar lichaam een rechtspersoon. Hierdoor beschikt SamenTwente van rechtswege over de privaatrechtelijke bevoegdheden die nodig zijn om deel te kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer (bijv. sluiten van overeenkomsten, huren van kantoorruimte, het aangaan van geldleningen en van rekening-courantovereenkomsten). Een rechtspersoon dient op grond van de artikel 10, derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen een vestigingsplaats te hebben. Deze vestigingsplaats staat los van de kantoor/werklocaties. HOOFDSTUK 2 DOEL, BELANGEN 2.1 Doel Deze formulering sluit aan bij de strategische koers en identiteit van SamenTwente, op 2 maart 2022 vastgesteld door het algemeen bestuur. 2.2 Belangen Deze bepaling vloeit voort uit artikel 10, eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, dat verplicht het belang/de belangen te vermelden waarvoor de regeling is getroffen. HOOFDSTUK 3 TAKEN EN BEVOEGDHEDEN § 3.1 Algemeen 3.1.1. Taken Onderscheiden worden vier taaksoorten: basistaken, maatwerk, plustaken en aanvullende diensten.
Onderstaand overzicht geeft de verschillen weer.
Basistaak art. 3.2.1 t/m 3.2.5
Taakuitvoering voor
Grondslag taak
Grondslag bevoegdheid
Andere voorwaarden/ kenmerken
Financiering
alle deelnemers
Bij of krachtens wet of regeling (attributie) of GR: overgedragen college taak
Bij of krachtens wet of regeling (attributie) GR: overgedragen college bevoegdheid o.b.v. art. 3.2.5 (delegatie)
Ter behartiging van GR-belangen Omvang dienstverlening op gezamenlijk niveau vastgesteld
Gemeentelijke bijdrage Rijksmiddelen (al dan niet via centrum (coördinerende) gemeente of centrum GGD) Tariefafspraken bijv. lijkschouw Forensische Geneeskunde Projectfinanciering bij tijdelijke intensivering basistaak
3
Maatwerk art. 3.3.1
één of meer deelnemers
Overeenkomst/ opdracht o.b.v. besluit DB en deelnemer(s) e
Evt. mandaat /volmacht
Plustaak art. 3.3.2
alle deelnemers
Unaniem ABbesluit Unaniem besluit / opdracht alle deelnemers
Overgedragen college bevoegdheid
Aanvullende dienst art. 3.3.3
één, meer of alle deelnemers en/of (niet)deelnemer(s)
Unaniem ABbesluit Overeenkomst/ opdracht o.b.v. besluit DB en (niet) deelnemer(s)
Evt. mandaat / volmacht
Ter behartiging van GR-belangen Andere aan de basistaak verwante werkzaamheden Dienstverlening boven op het gezamenlijk vastgestelde basisniveau Ter behartiging van GR-belangen Passend bij een basistaak
Op overeengekomen wijze (bijv. subsidie, tarief, offerte etc.)
Relatie met te behartigen GRbelangen of basistaak is niet vereist.
Op overeengekomen wijze
Tijdelijke aanvullende bijdrage (bijv. projectfinanciering) Rijksmiddelen (al dan niet via centrum-gemeente of centrum GGD)
bijv. ook voor CotW
§ 3.2 Basistaken en bevoegdheden Toelichting: Ten opzichte van de vorige versie van de regeling (artikel 4 en 5) is in deze regeling een heldere scheiding gemaakt tussen taken en bevoegdheden: zowel voor de regeling, het algemeen bestuur en het dagelijks bestuurt. Waar dit in de vorige versie van de regeling door elkaar stond (artikel 4 en 5) is dit omwille van de duidelijkheid uit elkaar getrokken. Wat bij elkaar hoort, staat bij elkaar. Deze regeling beschrijft de basistaken van SamenTwente in globale termen. Met de formulering ‘op gezamenlijk niveau vastgestelde’ in artikel 3.2.1 t/m 3.2.4 wordt aangegeven dat het algemeen bestuur de omvang en de inhoud van de basistaken vaststelt en kan bijstellen als het dat nodig vindt. Het moment daarvoor is de jaarlijkse vaststelling van de begroting. Deze formulering geeft flexibiliteit in de taakuitvoering. 3.2.1 Basistaken - Algemeen Dit artikel beschrijft algemene taken, die niet specifiek aan een onderdeel zijn toe te wijzen. SamenTwente is adviseur en ontwikkelpartner van gemeenten.
Vanuit een brede maatschappelijke oriëntatie en sterke informatiepositie, de relevante landelijke netwerken waarbinnen SamenTwente opereert, als ook vanuit specifieke deskundigheid kan SamenTwente, ontwikkelingen signaleren, dwarsverbanden leggen, informatie bundelen en samenbrengen, onderzoeken (laten) uitvoeren, gemeenten voorstellen doen en adviseren en het nodige lobbywerk doen. 3.2.2 Basistaken – GGD Twente Ad a en b.
4
De wettelijke basis en de bestaansgrond van GGD volgt uit de Wet publieke gezondheid. Artikel 14 van de Wet publieke gezondheid geeft aan dat gemeenten binnen het gebied van een Veiligheidsregio gezamenlijk, door middel van een gemeenschappelijke regeling, een GGD in stand houden. Ook bepaalt dit artikel dat taken op het gebied van de publieke gezondheid (Hoofdstuk II van de Wet publieke gezondheid) bij de GGD moeten worden neergelegd. Daarnaast is artikel 16 van de Wet publieke gezondheid van belang voor de verplichte taken van de GGD. Dit artikel bepaalt dat het college, voordat het besluiten neemt die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de publieke gezondheidszorg, advies inwint bij de GGD. Deze verplichting is vooral relevant in relatie tot artikel 13 van de Wet publieke gezondheid. Dat artikel beschrijft de totstandkoming van het gezondheidsbeleid van de gemeente. Om al deze taken te kunnen uitvoeren, beschikt de GGD op grond van artikel 15, eerste lid van de Wet publieke gezondheid over deskundigheid op het gebied van: • sociale geneeskunde, • epidemiologie, • sociale verpleegkunde, • gezondheidsbevordering, en • gedragswetenschappen.
Naast de verplichte taken beschrijft artikel 14, vierde lid van de Wet publieke gezondheid ook taken of onderdelen van taken die de gemeenten bij de GGD kunnen neerleggen en wat de deelnemers – in lijn met voorgaande regelingen – ook in deze regeling hebben gedaan. Dat zijn bijv. taken binnen de jeugdgezondheidszorg (artikel 5, tweede lid, onder a tot en met d van de Wet publieke gezondheid) en uitvoering van het rijksvaccinatieprogramma (artikel 6b, derde lid van de Wet publieke gezondheid). Naast de Wet publieke gezondheid zijn er andere wetten of regelingen die aan de Directeur Publieke Gezondheid of aan de gemeentelijke gezondheidsdienst rechtstreeks taken opdragen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan: − Wet Veiligheidsregio’s: artikel 2, derde lid van de Wet Veiligheidsregio’s bepaalt dat burgemeester en wethouders in de veiligheidsregio verantwoordelijk zijn voor de organisatie van de Geneeskundige Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen (GHOR). De leiding van de GHOR is in handen van de Directeur Publieke Gezondheid van de GGD in die veiligheidsregio. Dit staat in artikel 32, eerste lid van de Wet Veiligheidsregio’s. Ook is de DPG volgens artikel 32, tweede lid, belast met de operationele leiding van de geneeskundige hulpverlening bij rampen. Deze taak voert de DPG dus uit onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van de Veiligheidsregio Twente.
− Wet kinderopvang: In de Wet kinderopvang worden de kwaliteitseisen beschreven waaraan instellingen voor kinderopvang dienen te voldoen. Het college dient volgens de wet toe te zien op de naleving van deze kwaliteitseisen. Het college dient voor de uitvoering van dit toezicht volgens artikel 1.61, tweede lid, de Directeur Publieke Gezondheid aan te wijzen. Daarmee is dit toezicht een basistaak voor de GGD. − Warenwetregeling tatoeëren en piercen: In de Warenwet en in het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen worden de kwaliteitseisen gesteld waaraan tatoe- en piercingshops dienen te voldoen. In de Warenwetregeling tatoeëren en piercen wordt het toezicht op de handhaving van deze kwaliteitseisen belegd bij de GGD (artikel 7). Tevens is de GGD aangewezen als instantie waarbij de vergunningen voor exploitatie van tatoe- en piercingshops dienen te worden aangevraagd (artikel 2, vierde lid).
5
−
Wet op de lijkbezorging: De Wet op de lijkbezorging bepaalt in artikel 3 dat na het overlijden van een persoon de behandelend arts of een gemeentelijke lijkschouwer lijkschouwing verricht. Artikel 4 verplicht het college daarom één of meerdere lijkschouwers te benoemen. Dit kunnen volgens artikel 5 alleen geregistreerd forensisch artsen zijn. In Twente is de uitvoering van de Wet op de lijkbezorging bij de GGD ondergebracht. Op dit vakgebied werkt GGD Twente nauw samen met de andere 5 GGD-en in Overijssel en Gelderland (Kring Oost-Nederland). M.b.t. deze samenwerking is het voornemen te gaan samenwerken naar het model van een ‘Centrum GGD’, waarbij GGD Noord- en Oost-Gelderland gaat optreden als Centrum GGD voor de andere GGDen. Deze samenwerking wordt de komende tijd verder vormgegeven.
Ad c. GGD Twente voert voor alle deelnemers al jaren het Meldpunt woningvervuiling uit. Dit valt onder de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ). Deze taak was tot dusver niet expliciet benoemd in de regeling, wat in deze regeling alsnog is gedaan. Het meldpunt richt zich op mensen die niet uit zichzelf in actie komen om hun woning op orde te houden. Hierdoor kan een onhygiënische situatie ontstaan, die een risico kan worden voor de gezondheid. De taken van de GGD in relatie tot dit meldpunt zijn onder meer de behandeling en triage van meldingen. Ad d. De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg ziet op situaties waarin ingrijpen nodig is, omdat sprake is van (artikel 1.1, tweede lid): − levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, ernstig verstoorde ontwikkeling voor of van betrokkene of een ander; − bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat hij onder invloed van een ander raakt; − de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept; − de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. De Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg legt verschillende taken neer bij de gemeente.
Waarvan GGD Twente er een aantal uitvoert, waaronder de behandeling en triage van meldingen, het uitvoeren van verkennend onderzoek (artikel 5.2, tweede lid van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg) en het aanvragen van zorgmachtigingen (artikel 5.2, vijfde lid van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg). Op 8 december 2021 heeft het AB besloten het Meldpunt zorgwekkend gedrag (artikel 5.2, eerste lid van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg) vanaf 2022 structureel te beleggen bij GGD Twente. 3.2.3 Basistaken - Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp Twente (OZJT) De huidige samenwerking op het gebied van jeugdzorg (overkoepelend begrip voor jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering) heeft als formele basis artikel 2.8 van de Jeugdwet: ‘De colleges werken met elkaar samen, als dat voor een doeltreffende en doelmatige uitvoering van deze wet aangewezen is.’ De termen jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregel en jeugdreclassering, zijn in artikel 1.1 van de Jeugdwet gedefinieerd. In artikel 2.6 van de Jeugdwet wordt een aantal verantwoordelijkheden van het college beschreven. Zo is het college er verantwoordelijk voor dat 'er een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod is' 6
om aan diverse nader in de Jeugdwet genoemde taken te voldoen. In dit kader hebben de deelnemers en hun raden in 2014 besloten bovenlokale taken onder te brengen bij toen nog Regio Twente. Hiervoor is toen een nieuwe organisatie genaamd de Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp in Twente (OZJT) ingericht en de toenmalige gemeenschappelijke regeling aangepast. De tekst van dit artikel – weliswaar geactualiseerd - is hiermee in lijn. Door in samenwerkingsverband (specialistische) vormen van jeugdzorg in te kopen kunnen gemeenten profiteren van de schaalvoordelen van dit inkoopverband. OZJT heeft hiervoor een inkooporganisatie ingericht (sub a). Onder de vorige versie van de regeling werd dit omschreven als het ‘inrichten van een backoffice voor taken die regionaal worden uitgevoerd of ingekocht en uitvoeren van ondersteunende werkzaamheden daarin.’ De inkooporganisatie is een zogenaamde ‘aankoopcentrale’ als bedoeld in artikel 1.1 van de Aanbestedingswet, die voor de deelnemers raamovereenkomsten sluit met zorgaanbieders. Om de door OZJT in te kopen zorg voldoende te omlijnen, zijn deze in artikel 3.2.3, tweede lid onder b, eerste aandachtstreepje, nader omschreven. Voor nadere duiding en uitleg van de gehanteerde begrippen wordt verwezen naar de vastgestelde inkoopstrategieën per deelsegment voor de inkoop van de jeugdhulp 2025.
Samengevat vanuit de zorgpiramide valt de inkoop van de deelsegmenten wonen en verblijf onder de residentiële /specialistische jeugdzorg en pleegzorg. De deelsegmenten advies & expertise, crisis en de subsidiëring van jeugdbescherming en/of jeugdreclassering vallen tevens onder artikel 3.2.3, tweede lid onder b. De inkoop van het deelsegment ambulant valt onder artikel 3.3.3. Het deelsegment sociale basisinfrastructuur is lokaal belegd en het deelsegment LTA landelijk.
Inkoop door OZJT is inclusief bijbehorend contractbeheer, contract- en leveranciersmanagement. Daaronder worden de volgende activiteiten verstaan.
7
Contractbeheer: − Het vastleggen/registreren van alle voor de contracten relevante documentatie in het Zorgportaal. − Deze actueel houden, relevante gegevens beschikbaar stellen voor gemeenten en aanbieders. Contractmanagement is het bewaken van de naleving van de in een contract vastgelegde afspraken. Een contract bestaat uit wederzijdse verplichtingen waarbij niet alleen de leveranciers maar ook de opdrachtgever – in dit geval het OZJT – aan haar verplichtingen moet voldoen. Contractmanagement wordt dan ook wel omschreven als een proces dat beide partijen in staat stelt aan hun contractuele verplichtingen te voldoen. Het managen van een contract wordt gedaan aan de hand van het meten van de prestaties (gemaakte afspraken) en het bijsturen van deze prestaties. Daarnaast is risicomanagement (beheersbaar houden van de risico’s) en issuemanagement (disputen/ingebrekestellingen etc.) ook een onderdeel van contractmanagement. Leveranciersmanagement − Ontwikkelen en onderhouden van de samenwerkingsrelatie met de aanbieders met als doel continu een optimale bijdrage te leveren aan het realiseren van doelstellingen van OZJT/Samen14. − Bovenregionale samenwerking onder andere bij (dreigende) discontinuïteit bij jeugdhulpaanbieders onder andere en op het gebied van het LTA, Jeugdbescherming/Jeugdreclassering en Wonen en verblijf.
Bij contract- en leveranciersmanagement richt OZJT richt primair op de overeenkomsten van de meest strategisch jeugdhulpaanbieders in Twente. Het contract- en leveranciersmanagement voor de andere aanbieders is primair een verantwoordelijkheid van de lokale contractmanagers. Indien nodig kan OZJT ondersteunen en adviseren bij vraagstukken. Naast het gezamenlijk inkopen is in 2014 ook besloten regionale reflectie als bovenlokale taak bij OZJT te beleggen. Gemeenten hebben toen aangegeven van en met elkaar te willen leren en gezamenlijk te willen reflecteren op de lokale en regionale patronen die ontstaan als het gaat om het gebruik van jeugdhulp. Regionaal zou periodiek reflectie worden gegeven op verwijspatronen die zich lokaal en regionaal ontwikkelen en over de eventuele samenhang met de inrichting van het jeugdhulpstelsel. In de vorige versie van de regeling werd deze de taak van OZJT omschreven als ‘inrichten en inhoudelijk faciliteren van een regionaal reflectiepunt’. Het reflectiepunt is er nooit gekomen. In de huidige praktijk worden de voor reflectie benodigde onderzoeken, in opdracht van OZJT namens de gemeenten, door Kennispunt Twente uitgevoerd. De taak ‘het faciliteren van reflectie’ valt in deze regeling onder artikel 3.2.1 Basistaken – algemeen. Kortheidshalve wordt verwezen naar de toelichting bij dat artikel.
Op grond van het besluit van het algemeen bestuur van 2 maart 2022 is het inrichten en ondersteunen van jeugdbeschermingstafels als bovenlokale taak hieraan toegevoegd. Een Jeugdbeschermingstafel is een plek voor overleg tussen ouders, jongeren (12+), de betrokken zorgorganisatie(s) binnen het gedwongen kader en gemeenten. Aan de Jeugdbeschermingstafel vindt afstemming en overdracht plaats en wordt besloten welke maatregelen in het vrijwillig dan wel het gedwongen kader nodig zijn om snel en doeltreffende hulp op gang te brengen. De Jeugdbeschermingstafel vinden plaats wanneer: • hulp in het vrijwillig kader ontoereikend blijkt • en/of de situatie voor het kind onveilig is 8
•
of de omstandigheden aanleiding kinderbeschermingsmaatregel.
geven
tot
het
overwegen
van
een
3.2.4 Basistaken - Veilig Thuis Twente (VTT) Veilig Thuis is een verplichte samenwerking van de colleges op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Artikel 4.1.1 bepaalt dat colleges zorgen voor de inrichting van een Veilig Thuisorganisatie. Hierbij is artikel 2.6.1. relevant. Daarin staat dat gemeenten hierin samenwerken wanneer dat vanuit een doeltreffende en doelmatige uitvoering zinvol is. Deelnemers hebben de uitvoering van Veilig Thuis gezamenlijk regionaal georganiseerd in Veilig Thuis Twente (VTT). Artikel 4.1.1 beschrijft de taken van Veilig Thuis: het fungeren als meldpunt voor gevallen of vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling; het naar aanleiding van een melding van huiselijk geweld of kindermishandeling of een vermoeden daarvan, onderzoeken of daarvan daadwerkelijk sprake is, en het beoordelen van de vraag of en zo ja tot welke stappen de melding van huiselijk geweld of kindermishandeling of een vermoeden daarvan aanleiding geeft. Verder verplicht dit artikel het college een goede samenwerking te bevorderen tussen Veilig Thuis, de hulpverlenende instanties, de politie, de gecertificeerde instellingen en de raad voor de kinderbescherming in de zin van de Jeugdwet. De Jeugdwet bevat specifieke regels voor deze samenwerking. Het handelingsprotocol vormt de professionele standaard voor het werk van Veilig Thuis Twente.
De onder c t/m e geformuleerde basistaken komen voort uit en zijn in lijn met ‘Samenwerkingsafspraken 2020 tussen Gemeenten en VTT’. VTT wordt in de basis gefinancierd met gemeentelijke bijdragen en een structurele subsidie vanuit de gemeente Enschede in de rol van centrumgemeente. Dit is besloten in het algemeen bestuur op 16 december 2020, na besluitvorming hierover op 23 november 2020 door het college van burgemeester en wethouders van Enschede. 3.2.5
Bevoegdheden
Lid 1 Het is van belang de verschillende bevoegdheden hierbij te onderscheiden, te weten: eigen bevoegdheden, overgedragen bevoegdheden en afgeleide bevoegdheden. Eigen bevoegdheden zijn bevoegdheden die het bestuur heeft op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen, zoals het vaststellen van de begroting. Hieronder vallen ook de bevoegdheden die SamenTwente heeft als rechtspersoon, zoals het aangaan van overeenkomsten. Zie ook de toelichting bij artikel 1.2. In de Wet gemeenschappelijke regelingen is precies omschreven welke (eigen) bevoegdheden welk orgaan heeft: het algemeen bestuur (artikel 33), het dagelijks bestuur (artikel 33b), de voorzitter (artikel 33d). Overgedragen (gedelegeerde) bevoegdheden zijn de bevoegdheden die de deelnemers bij de gemeenschappelijke regeling neerleggen. Artikel 30 van de Wet gemeenschappelijke regelingen vormt de wettelijke basis hiervoor. Afgeleide bevoegdheden zijn bevoegdheden die niet expliciet bij de gemeenschappelijke regeling zijn gelegd maar impliciet zijn meegegaan. Te denken valt aan bijvoorbeeld het afhandelen van klachten, Woo verzoeken en bezwaarschriften.
9
Lid 2 Deze bepaling vloeit voort uit artikel 10, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen dat verplicht in de regeling op te nemen welke bevoegdheden de deelnemers op grond van artikel 30, tweede lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen, aan het openbaar lichaam overdragen (delegeren). Het openbaar lichaam oefent deze bevoegdheden onder eigen verantwoordelijkheid uit. Om de basistaken te kunnen uitvoeren worden in dit artikellid de daarvoor benodigde bevoegdheden aan het bestuur van SamenTwente overgedragen (gedelegeerd). Besluitvorming daarover vindt plaats door het DB of AB. De colleges kunnen de overgedragen taken en bevoegdheid niet meer zelf uitoefenen en de raden kunnen op de uitoefening hiervan alleen binnen de spelregels van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeenschappelijke regeling SamenTwente invloed uitoefenen. Overdracht van bevoegdheden is rand voorwaardelijk voor een effectieve en doelmatig taakuitvoering en een slagvaardig bestuur. Omdat deze regeling een zogenaamde collegeregeling is, gaat het hierbij alleen om collegebevoegdheden. Concreet betekent dit dat waar in wetgeving of regelgeving een bevoegdheid bij de gemeenteraad is neergelegd, het bestuur van SamenTwente hier niet in kan treden. Datzelfde geldt ook voor bevoegdheden die een college in de rol van centrumgemeente heeft. Denk hierbij bijv.
aan de bevoegdheden die Enschede heeft in de rol van Centrumgemeente vrouwenopvang / aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling in relatie tot Veilig Thuis Twente (basistaak) en Centrum Seksueel Geweld Twente-Achterhoek (aanvullende dienst). Leden 3 en 4 Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van SamenTwente. Het algemeen bestuur richt zich vooral op de beleidskaders, de begroting en de rekening en houdt toezicht op het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur voert uit binnen de gegeven kaders en is bestuurlijk verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering van SamenTwente Bij regelgevende bevoegdheid genoemd in het derde lid, onder c, gaat het bijv. om de bevoegdheid tot het vaststellen van verordeningen of beleidsregels. Regels kunnen worden vastgesteld voor de uitoefening van overgedragen bevoegdheden en ook voor de uitoefening van bevoegdheden die zien op de interne organisatie, de zogenaamde interne eigen bevoegdheden. Hierbij kan bijv. gedacht worden aan het opstellen van een reglement van orde (art. 22, eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen jo. artikel 16 van de Gemeentewet) Het derde lid, benoemt onder d t/m f bevoegdheden die ingevolge de Wet gemeenschappelijke regelingen aan het algemeen bestuur kunnen worden toevertrouwd indien de regeling die mogelijkheid biedt.
Om bestuurlijke drukte te voorkomen, wordt met de bevoegdheid tot het vormen van een bestuurscommissie zeer terughoudend omgegaan. 3.2.6 Zienswijzen Hiermee is invulling gegeven aan het bepaalde in de artikel 10, vijfde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Dit artikel is naar model van de werkgroep organisatierecht. Dit artikel komt tegemoet aan de wens van de raden niet het gevoel te hebben te moeten tekenen bij het kruisje en flexibiliteit.
10
3.2.7 Inspraak Hiermee is invulling gegeven aan het bepaalde in de artikel 10, zevende lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Dit artikel is overeenkomstig het model van de werkgroep organisatierecht. § 3.3 Overige taken en bevoegdheden 3.3.1 Maatwerk Basistaken worden naar omvang en kwaliteit voor alle deelnemers op een gelijk niveau uitgevoerd. Dit niveau wordt bepaald door het algemeen bestuur. Het moment daarvoor is de jaarlijkse vaststelling van de begroting. Wanneer daarom wordt verzocht kan SamenTwente voor één of meerdere gemeenten een basistaak op een hoger dienstverleningsniveau uitvoeren of aanvullend op de basistaak andere aan de basistaak verwante werkzaamheden uitvoeren. Voorwaarde is wel dat de uitvoering van de basistaakuitvoering hierdoor niet in het gedrang komt. De vorige versie van de regeling kende in artikel 5, eerste lid, onder e een vergelijkbare bepaling uitsluitend voor de GGD. Voorbeelden van maatwerk zijn de Wijk GGD, Sociaal medisch spreekuur dak en thuislozen voor Enschede (centrumgemeente voor 8 Twentse gemeenten), Toezicht Prostitutieinrichtingen, Ziekteverzuim Expertise Team (ZET) Maatwerk wordt bekostigd op onderling overeengekomen wijze (subsidie, tarief, offerte, etc.). Waar nodig wordt maatwerk uitgevoerd op basis van volmacht e/o mandaat.
3.3.2 Plustaken Deze bepaling is opgenomen in het belang van de nodige flexibiliteit in de taakuitvoering. Bij plustaken gaat het over taken passend bij een basistaak van (een organisatieonderdeel van) SamenTwente, waarvan alle deelnemers unaniem hebben besloten dat deze door SamenTwente worden uitgevoerd. Het zijn taken die feitelijk (nog) niet geregeld zijn in de regeling, maar waartoe de regeling wel ruimte biedt. Taken die de potentie hebben om bij een eerstvolgende wijziging van de regeling te worden opgenomen als basistaak van SamenTwente. Voorbeelden van plustaken zijn de Samenwerkingsafspraken gemeenten regio Twente – Veilig Thuis Twente en onderdelen van de OGGZ inzet van GGD Twente, die met deze wijziging van de regeling zijn opgenomen als basistaak. Plustaken worden bekostigd via een tijdelijke aanvullende bijdrage van alle deelnemers. 3.3.3 Aanvullende diensten SamenTwente kan voor deelnemers en niet-deelnemers andere specifieke diensten verlenen. Overeenkomstig de vorige versie van artikel 4, derde lid van de regeling en het daaraan ten grondslag liggende AB-besluit van 7 april 2021 wordt een besluit daartoe unaniem genomen door het algemeen bestuur. Aanvullende diensten worden bekostigd op basis van de afspraken die daarover tussen partijen worden gemaakt. Waar nodig worden aanvullende diensten uitgevoerd op basis van volmacht e/o mandaat.
Aanvullende diensten hoeven geen directe relatie te hebben met de belangen waarvoor de regeling is getroffen. Aanvullende diensten kunnen bijv. voortkomen uit de historie van SamenTwente. De dienstenverlening van SamenTwente aan het Recreatieschap Twente (werkzaamheden op het gebied van bedrijfsvoering) is hier een voorbeeld van. Anders dan bij maatwerk en plustaken kunnen aanvullende diensten ook aan niet-deelnemers worden verleend. Een aanvullende dienst in de zin van deze regeling is bijvoorbeeld het inrichten en in stand 11
houden van een Centrum Seksueel Geweld, op basis van een jaarlijkse subsidieverlening door centrumgemeenten Enschede (penvoerder), Arnhem en Apeldoorn. Onder aanvullende diensten, vallen ook de diensten die SamenTwente voor Coalitions of the Willing (CotW) uitvoert. CotW zijn vrijwillige samenwerkingen van 2 of meer gemeenten (kan ook zijn 14) en eventuele andere organisaties ten behoeve van een doel of thema. De samenwerking kenmerkt zich doordat er geen juridische entiteit is. De samenwerking kan, maar hoeft niet, in een samenwerkingsovereenkomst te zijn beschreven. Besturing van de samenwerking gebeurt vanuit een bestuurlijk overleg tussen de deelnemers. Voorbeelden van een CotW zijn Samen14, Kennispunt Twente of Twentse Koers. SamenTwente kan op verzoek, een CotW faciliteren, bijv. door hiervoor gastheer te zijn en in het verlengde daarvan voorzieningen te bieden. Die voorzieningen kunnen betrekking hebben op het beschikbaar stellen van vergaderfaciliteiten, maar kunnen ook betrekking hebben op het beschikbaar stellen van personeel (bieden van werkgeverschap – artikel 4, vierde lid van de vorige versie van de regeling) voor bijv. het coördineren en afstemmen van gemeentelijke beleidsvoornemens, beleidsmaatregelen en werkzaamheden of het voeren van het secretariaat.
Het is voorwaardelijk dat afspraken over het gastheerschap vastgelegd worden in een (dienstverlenings)overeenkomst, waarin de afspraken over de wijze van kostentoerekening en de overige voorwaarden waaronder de werkzaamheden worden uitgevoerd, schriftelijk zijn vastgelegd. HOOFDSTUK 4 STRATEGISCH PROGRAMMA 4.1
Strategisch programma
HOOFDSTUK 5 BESTUUR De bestuursorganen van een gemeenschappelijke regeling zoals van SamenTwente zijn geregeld in artikel 12 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 5.1 Algemeen bestuur Artikel 22 van de Wet gemeenschappelijke regelingen regelt enkele zaken rond de vergaderingen van het algemeen bestuur, waaronder de openbaarheid. Het bepaalt ook dat een groot aantal bepalingen in de Gemeentewet van toepassing is. 5.2
Stemrecht
5.3
Dagelijks bestuur
5.4
Voorzitter
5.5
Portefeuillehoudersoverleg
5.6 Informatieplicht Hiermee wordt invulling gegeven aan het bepaalde in de artikelen 16 tweede lid en artikel 17 derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Bij de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen wordt naast de al bestaande informatiestromen tussen raad en algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling een nieuwe
12
mogelijkheid toegevoegd namelijk de actieve informatieplicht van het algemeen bestuur aan de raden De huidige informatiestromen kunnen als volgt schematisch worden weergegeven:
Het collegelid heeft als lid van het AB een actieve en passieve informatieplicht naar de gemeenteraad (artikel 169 Gemeentewet). Dit geldt ook voor het handelen als AB-lid van een GR. Leden van de raad kunnen het bestuur van de gemeenschappelijke regeling om inlichtingen vragen (artikel 17 Wet gemeenschappelijke regelingen) waarop het bestuur verplicht is te antwoorden (passieve informatieplicht). Aan artikel 17 is een nieuw lid toegevoegd dat regelt dat het AB en het DB de raden alle inlichtingen geeft die zij nodig hebben (actieve informatieplicht). Het is lastig te bepalen om welke informatie het bij de actieve informatieplicht kan gaan, want het gaat om het brede begrip ‘voor de uitoefening van hun taken’. Het moet gaan om een aanvulling op de al bestaande informatiestromen. Ook moet duidelijk blijven dat het hier niet gaat over een verantwoordingsplicht. De formele besluitvormings- en verantwoordingslijnen blijven ongewijzigd. De eerste verantwoordelijkheid voor het informeren van de raad blijft bij het AB-lid. In dit verband is het denkbaar dat de informatie die de raden op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet al van hun AB-lid ontvangen, wordt aangevuld met informatie over inhoudelijke onderwerpen, passend bij de controlerende en kaderstellende rol van de raden.
Dit sluit aan bij de formele verantwoordingslijnen zoals hieronder schematisch weergeven.
13
Bij de invulling van de actieve informatieplicht wordt o.a. gebruik gemaakt van een communicatieplatform (extranet). 5.7 Verantwoordingsplicht Hiermee is invulling gegeven aan het bepaalde in de artikel 16, eerste lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Colleges wijzen uit hun midden ieder een vertegenwoordiger aan in het AB (artikel 5.1). Deze is verantwoording schuldig aan het college en de raad voor zijn inbreng in het AB (artikel 5.7). De raad is kaderstellend voor het eigen gemeentelijk beleid, wat leidend is voor het optreden van het college en het collegelid in het AB. Een AB-lid kan niet worden aangesproken op het uiteindelijke AB-besluit, maar slechts op zijn eigen handelen. Is er bij de besluitvorming in het AB geen sprake van consensus dan wordt gestemd met meerderheid van stemmen (artikel 5.2 ). In het AB wordt besloten wie in het DB zitting zullen hebben (artikel 5.3). Het DB is verantwoording verschuldigd aan het AB (art. 19a van de Wet gemeenschappelijke regelingen). Raadsleden kunnen DBleden niet rechtstreeks aanspreken. DB-leden zijn alleen verantwoording schuldig aan het AB. Een DBlid vertegenwoordigt dan ook niet het college dat hem heeft aangewezen, maar heeft een collegiale verantwoordelijkheid voor het functioneren van SamenTwente.
5.8 Geheimhouding Op 1 april 2023 zijn de bepalingen in de gemeentewet over geheimhouding vereenvoudigd en samengebracht in een nieuw Hoofdstuk Va. Daarvoor was het opleggen van geheimhouding geregeld in de artikelen 25, 55 en 86 van de Gemeentewet. Voor de vergaderingen van het dagelijks bestuur werd In de vorige versie van de gemeenschappelijke regeling werd verwezen naar artikel 55. Artikel 23 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, de geheimhoudingsbepaling m.b.t. het algemeen bestuur, is vergelijkbaar met het oude artikel 25 voor de raad. Een met artikel 86 vergelijkbaar artikel, dat geschreven is voor de burgemeester kent de Wet gemeenschappelijke regeling niet.
14
HOOFDSTUK 6 ORGANISATIE 6.1
Ambtelijke organisatie
6.2 Archief Grondslag voor deze bepaling is artikel 40 eerste lid Archiefwet 1995. De Archiefwet 1995 is sterk verouderd en wordt naar verwachting binnen afzienbare tijd vervangen door een nieuwe Archiefwet. HOOFDSTUK 7 FINANCIEN De regels over de begroting staan in artikel 34 en artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Binnen een openbaar lichaam, zoals SamenTwente, komt het budgetrecht toe aan het algemeen bestuur. In artikel 34 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is die bevoegdheid rechtstreeks bij wet aan het algemeen bestuur toegekend. Zodra het algemeen bestuur de begroting vaststelt zijn de daarin opgenomen bijdragen van de gemeente verplichte uitgaven (artikel 10a Wet gemeenschappelijke regelingen artikel 193 van de Gemeentewet). Weigert de raad deze verplichtingen op de gemeentebegroting te zetten dan kunnen gedeputeerde staten, als toezichthouder, ingrijpen (artikel 194 en 195 Gemeentewet). Aan de begroting gaat de kadernota (of hoofdlijnenbrief/ontwikkelingenbrief genaamd) vooraf. Overeenkomstig de op Twents niveau afgesproken werkwijze ziet de P&C cyclus van SamenTwente er als volgt uit: − SamenTwente stuurt voor 15 januari (t-1) een kadernota aan de deelnemers. De nota gaat informatief naar de gemeenteraden. In de kadernota worden de algemene financiële en beleidsmatige kaders opgenomen. De kadernota is in compacte vorm en op hoofdlijn.
− SamenTwente stuurt vóór 8 april (in de 1e week van april) de ontwerpbegroting aan de gemeenteraden. Gemeenteraden hebben vervolgens 12 weken na de 1e week van april de gelegenheid een zienswijze over de ontwerpbegroting in te dienen bij het dagelijks bestuur. − Het dagelijks bestuur geeft de gemeenteraden medio juni – medio juli een schriftelijke reactie op de ingekomen zienswijzen en legt vervolgens de begroting incl. zienswijzen aan het algemeen bestuur voor om definitief vast te stellen. De begrotingsvergadering van het algemeen bestuur wordt ingepland direct voor of na het zomerreces. 7.1 Begrotingswijziging Hiermee wordt geregeld dat op (technische) begrotingswijzigingen die de gemeentelijke bijdrage niet verhogen, niet de zienswijzeprocedure van toepassing is. 7.2 Bijdrage De kosten van de basistaken en de plustaken worden in de regel verdeeld op basis van inwonertal of jeugdigen. De tenzij geeft de uitzonderingsituatie aan. Op dit moment doet zich dit bijvoorbeeld voor bij de basistaken lijkschouw binnen de forensische geneeskunde en de uitgevoerde inspecties kinderdagopvang en gastouders. 7.3
Verrekening
7.4
Tarieven
15
7.5
Overig
HOOFDSTUK 8 TOETREDEN, UITTREDEN, WIJZIGEN EN OPHEFFEN Wijziging, opheffing, toe- en uittreding, vereffening zijn verplicht te regelen onderwerpen o.g.v. artikel 9 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. 8.1 Toetreding Deze bepaling is overeenkomstig het model van de werkgroep organisatierecht. 8.2 Uittreding Deze bepaling heeft alleen betrekking op de uittreding uit deze regeling. Bij een Coalition of the Willing worden over de eventuele kosten bij beëindiging met de betrokken gemeenten of het samenwerkingsverband specifieke afspraken gemaakt. Deze worden in de bestuursovereenkomst en/of dienstverleningsovereenkomst vastgelegd. Wordt hierover vooraf geen consensus bereikt dan wordt er geen overeenkomst gesloten en kan SamenTwente geen werkzaamheden voor de betreffende gemeenten of het samenwerkingsverband uitvoeren. 8.3 Wijziging Deze bepaling is naar model van de werkgroep organisatierecht. 8.4 Opheffing Deze bepaling is naar model van de werkgroep organisatierecht. HOOFDSTUK 9 SLOTBEPALINGEN 9.1 Geschillen Artikel 28 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat deelnemers aan een gemeenschappelijke regeling eventuele geschillen ter beslechting aan gedeputeerde staten kunnen voorleggen. Het is in de samenwerkingspraktijk echter gebruikelijk te proberen het geschil eerst via een interne procedure, in der minne op te lossen.
9.2 Evaluatie Deze bepaling is gelijk aan de modelbepaling (variant 1) van de werkgroep organisatierecht. 9.3
Overgangsbepaling
9.4
Citeerwijze en inwerkingtreding
16