08 Energievisie Noordoost Twente - Energievisie Noordoost Twente versie Oldenzaal 2.0
Tekst van het document
Hoort bij raadsbesluit 1075 raadsvergadering 19 april 2021 de griffier,
H.B.
Energievisie NOORDOOST-TWENTE Versie Oldenzaal 2.0
Samen van start met energievannoordoosttwente.nl het windbeleid in Tubbergen, Dinkelland, Losser en Oldenzaal Samen van start met de war mtetransitie in Tubbergen, Dinkelland, Losser en Oldenzaal
April 2021
Samenvatting In deze Energievisie geven de vier Noordoost-Twentse (NOT) gemeenten - Tubbergen, Dinkelland, Losser en Oldenzaal - richting aan de energietransitie, met name op het onderdeel ‘Duurzame energieopwekking’. De energievisie biedt een constructief vertrekpunt voor de bijdrage (duurzaam opgewekte energie door middel van zon- en windenergie) van de vier gemeenten aan de Regionale Energiestrategie Twente (RES Twente). Uitgangspunten Binnen de energietransitie hanteren de NOT-gemeenten de volgende vijf uitgangspunten: 1. Samen met bewoners en onze partners; maatschappelijk draagvlak is belangrijk bij het ontwikkelen van plannen. 2. Trias energetica, het beperken van de energievraag is belangrijk om de opwekking van duurzame energie mogelijk te maken. 3. Lusten en lasten lokaal in balans. 4. Een goede ruimtelijke inpassing, zorgdragen voor het behoudt van het Twentse landschap en het Nationaal landschap Noordoost Twente. 5. Flexibel omgaan met onzekerheden en veranderingen. Er zijn nog veel onzekerheden, we starten, maar stellen ons flexibel op. Al doende leren we en sturen we bij waar nodig. Doelstellingen tot 2030 Tot 2030 wordt gekeken naar bewezen technieken die op dit moment beschikbaar zijn, voornamelijk zonne- en windenergie. De ontwikkelingen van technieken worden op de voet gevolgd, en indien nodig zal ook het beleid daarop aangepast worden.
De doelstelling van de Noordoost-Twentse gemeenten voor 2030 is de realisatie. Dit kan gerealiseerd worden 63 ha grootschalig zon op bedrijfsdaken, 100 hectare zonnevelden en 9 windturbines en gedragsveranderingen van de inwoners door de inzet van het Energieloket. De bijdrage is niet gespecificeerd per gemeente, door het gezamenlijk uitbrengen van het bod is er ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid in het bereiken van de doelstellingen. Energieopwekking houdt niet op bij de gemeentegrenzen, maar vraagt om een goede afstemming en samenwerking nu en in de toekomst. Doelstellingen tot 2050 Het is de ambitie om als Noordoost-Twentse gemeenten aardgasvrij te zijn in 2050, in lijn met de nationale doelstelling. Daarnaast willen de vier gemeenten dan CO2-neutraal zijn, wat betekent dat alle benodigde energie (warmte en elektriciteit) afkomstig is van duurzame bronnen. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is systeemefficiëntie, het optimaal benutten en slim uitbreiden van ons energienetwerk. Zonnevelden- en windbeleid In aparte beleidstukken voor zon (vastgesteld 2019) en wind (in ontwikkeling) worden de kaders gegeven voor zonne- en windprojecten. Voor zon is aangegeven waar wel en geen zonnevelden kunnen komen en voor wind zijn zoekgebieden voorgesteld.
1
Communicatie en participatie De communicatie en participatie omtrent de energietransitie is cruciaal om draagvlak te creëren onder inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisatie. Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor het Energieloket 3.0 om bewoners te informeren, inspireren en te adviseren met als doel om de eigen woning te verduurzamen. De website van Energie van Noordoost-Twente is het platform om inwoners van actuele informatie te voorzien over de werkzaamheden in de vier gemeenten.
2
Inhoudsopgave 1
Energievisie in relatie met (inter)nationale doelstellingen........................................................ 5 1.1
Waarom de energievisie? ................................................................................................... 5
1.2
Waarom de energietransitie? ............................................................................................. 6
1.3
Samenwerking en krachtenbundeling................................................................................. 7
2
Uitgangspunten energietransitie in Noordoost-Twente ............................................................ 8
3
Overwegingen in de vorming van de energiemix .................................................................... 10
4
3.1
Duurzame opwek in 2030 met reeds bewezen technieken ............................................... 10
3.2
Potentie en marktrijpheid van energiebronnen ................................................................ 10
3.2.1
Kernenergie onwaarschijnlijk voor 2030 ................................................................................ 10
3.2.2
(Groene) waterstof: grootschalige productie is cruciaal.......................................................... 11
3.2.3
Biomassa en biogas biedt potentie voor verduurzamen warmtevraag NOT ............................ 11
3.2.4
De inzet van warmtebronnen in NOT ..................................................................................... 11
De weg naar 2030 ................................................................................................................... 12 4.1
Het NOT bod in relatie met de RES-Twente ...................................................................... 12
4.2
Het belang van gedrag en een systeem efficiënte energiemix ........................................... 13
4.2.1
De invloed van een energiemix op systeem efficiëntie ........................................................... 13
4.2.2
De invloed van gedragsveranderingen op netinvesteringen ................................................... 14
4.3 5
Beleidskaders van de energietransitie .................................................................................... 15 5.1
Lokale energieprojecten ................................................................................................... 15
5.2
Windbeleid ...................................................................................................................... 15
5.2.1
Inpassingsvereisten ............................................................................................................... 15
5.2.2
Zoekgebieden windenergie.................................................................................................... 15
5.3 5.3.1
5.4 6
Zonneveldenbeleid........................................................................................................... 16 Zoekgebieden zonne-energie................................................................................................. 16
Biogas kansen en nationale intentie ................................................................................. 16
Energietransitie in NOT: een gezamenlijke opgave ................................................................. 17 6.1
7
De energietransitie leeft bij lokale initiatieven.................................................................. 14
Oldenzaal ......................................................................................................................... 17
6.1.1
Ambitie ................................................................................................................................. 18
6.1.2
Global Goals .......................................................................................................................... 18
6.1.3
Bouwstenen .......................................................................................................................... 18
6.1.4
Gedragsverandering .............................................................................................................. 19
Financiering van de energietransitie ....................................................................................... 20 7.1
Iedereen draagt verantwoordelijkheid ............................................................................. 20
3
7.1.1
Projecten .............................................................................................................................. 20
7.1.2
Inwoners ............................................................................................................................... 20
7.2 8
9
De overheid als eindverantwoordelijke lokaal, regionaal, provinciaal en nationaal ........... 21
Samenwerking, communicatie en participatie ........................................................................ 22 8.1
Samenwerking tussen stakeholders.................................................................................. 22
8.2
Communicatie- en participatiestrategie binnen NOT ........................................................ 22
8.3
De rol van de Noordoost-Twentse gemeenten ................................................................. 23
Informatievoorziening gebouwde omgeving ........................................................................... 24 9.1
Informeren, inspireren en adviseren met het Energieloket 3.0 ......................................... 24
9.2
Website Energie van Noordoost-Twente .......................................................................... 24
4
1 Energievisie in relatie met (inter)nationale doelstellingen 1.1
Waarom de energievisie? In de Concept Regionale Energie Strategie Twente (RES Twente) hebben gemeenten een voorstel aangedragen wat volgens hen binnen hun gemeente mogelijk is om duurzaam energie op te wekken. Hierin staat het bod van Noordoost-Twente (NOT) om 225 GWh gezamenlijk duurzaam op te wekken in 2030. NOT gemeenten hebben gezamenlijk gewerkt aan beleidsstukken omtrent zonnevelden en windenergie, waarin de kaders zijn gesteld waar projecten aan moeten voldoen. Nieuwe ontwikkelingen worden op de voet worden gevolgd en het beleid wordt aangepast indien dat nodig is. Het schema in Figuur 1 geeft de structuur van verschillende onderdelen en beleidsplannen weer. De RES Twente bevat een overzicht van de warmtebronnen en een concreet aanbod van de duurzame opwek. De RES Twente moet uitgewerkt worden en verankerd worden in lokaal beleid en lokale plannen. De Energievisie geeft de visie weer op energietransitie, en dan met name het opwekken van duurzame energie. Deze visie is en wordt beleidsmatig geconcretiseerd in het zonneveldenbeleid en het windbeleid. Vervolgens wordt dit vastgelegd in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. De gemeenten in Noordoost Twente hebben al een warmtevisie vastgesteld, voor het onderdeel ‘van het aardgas af’ gaan. De warmte visie wordt samen met inwoners en stakeholders uitgewerkt in wijkuitvoeringsplannen.
Er zit wel een wisselwerking tussen de energievisie en de warmtevisie. Immers als het verwarmen van gebouwen deels geëlektrificeerd wordt zal meer duurzame opwekking van elektriciteit nodig zijn. Klimaatakkoord
Warmtebronnen
Electriciteit
Warmtevisie
Energievisie
Wijkuitvoer ingsplan (WUP)
Windbeleid
Zonneveldenbeleid
Omgevingsvisie en omgevingsplan
Figuur 1. Verhoudingen tussen verschillende beleidsstukken en de Energievisie.
De communicatie en participatie omtrent de energietransitie is cruciaal om draagvlak te creëren. Het Energieloket 3.0 informeert, inspireert en adviseert bewoners met als doel om de gebouwde
5
omgeving te verduurzamen. De website van Energie van Noordoost-Twente is het platform om inwoners van actuele informatie te voorzien over de werkzaamheden. Daarnaast heeft de gemeente een rol in het borgen van publieke belangen die in meer of mindere mate door de energietransitie beïnvloed worden, zoals betaalbaarheid, de kwaliteit van de leefomgeving, leveringszekerheid van warmte en energie, de voortgang van de transitie, de verdeling van warmtebronnen, keuzevrijheid en de ruimtelijke ordening in de ondergrond. Al deze onderwerpen komen samen in de omgevingsvisie, waarvan de Warmtetransitievisie, Wijkuitvoeringsplannen, Energievisie en overige relevante beleidsstukken de bouwstenen vormen. In deze visie geven de vier Noordoost-Twentse gemeenten - Tubbergen, Dinkelland, Losser en Oldenzaal - richting aan de energietransitie. Het beleid en de mogelijkheden worden samengebracht. De energievisie biedt daarnaast een constructief vertrekpunt voor de bijdrage van de vier gemeenten aan de RES. In een separaat bijlagenboek zijn alle bijlagen verzameld. Hiernaar wordt verwezen in de tekst om deze visie leesbaar en compact te houden.
1.2
Waarom de energietransitie?
In 2016 ondertekende Nederland het Klimaatakkoord van Parijs en committeerde zich daarmee aan het vergaand terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen, waaronder CO2. Een van de manieren om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen is het verminderen van het aardgasgebruik. De Rijksoverheid heeft daarom het doel gesteld om uiterlijk in 2050 een aardgasvrije gebouwde omgeving te hebben. De energietransitie betekent de overgang van stroom uit fossiele brandstoffen, zoals aardgas, naar volledig duurzame energie uit zon, wind, water en biomassa. De huidige energie-infrastructuur in Overijssel bestaat voor een belangrijk deel uit energienetwerken van elektriciteit en gas. Met de energietransitie zullen meer decentrale, kleine netwerken ontstaan, geënt op andere energiebronnen. Denk bij dit laatste bijvoorbeeld aan (hoge en lage temperatuur) warmte, biogas en hernieuwbaar opgewekte elektriciteit. Klimaatakkoord De opgave om de nationale broeikasgasuitstoot in 2030 met 49% terug te dringen ten opzichte van 1990 is het centrale doel van het Klimaatakkoord. Het Klimaatakkoord maakt afspraken op 5 sectoren: elektriciteit, gebouwde omgeving, industrie, landbouw en landgebruik en als laatste mobiliteit. Sommige onderwerpen spelen in een aantal of in alle sectoren tegelijk. Om de transitie naar een CO2-arme samenleving te maken is op een groot aantal terreinen afstemming nodig.
Voor de gebouwde omgeving is het doel om in 2050 7 miljoen woningen en 1 miljoen gebouwen aardgasvrij te maken. Gemeenten zijn volgens het ontwerp Klimaatakkoord de regisseurs van de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving. Samen met vastgoedeigenaren, bewoners, netbeheerders en medeoverheden moeten zij eind 2021 een Transitievisie Warmte klaar hebben. Daarin staan voorstellen voor duurzaam aardgasvrij verwarmen en koken. De Transitievisie Warmte geeft richting in de aanpak. De uitvoeringsplannen op wijkniveau volgen hierop. Voor elektriciteit is het doel om in 2030 70% van alle elektriciteit met hernieuwbare bronnen op te wekken. Dat gebeurt met windturbines op zee, op land en met zonnepanelen op daken en in zonneparken. Tegelijk groeit de vraag naar elektriciteit: auto’s worden elektrisch, de industrie vervangt olie en gas door schone stroom, gebouwen gaan van het gas af en zullen meer stroom nodig hebben voor verwarmen en koken maar ook voor het koelen van woningen.
6
Regionale Energie Strategie Er zijn in het Klimaatakkoord dertig regio’s aangewezen, die een Regionale Energiestrategie (RES) gaan opstellen. Deze RES-sen dragen samen bij aan de klimaatdoelstelling van Nederland (49% CO2 reductie in 2030). Daarnaast worden er landelijk ook maatregelen genomen die maken dat de 49% reductie behaald wordt, zoals wind op zee en het sluiten van kolencentrales. De RES-sen omvatten regionale afspraken over elektriciteit, (groen) gas en warmte. Noordoost Twente maakt onderdeel uit van de RES regio Twente (RES-Twente) die als doelstelling heeft om in 2030 1,5 TWh duurzame elektriciteit op te wekken. Voor het aanbod wordt gebruik gemaakt van reeds bestaande en bewezen technieken: zonnepanelen op grote daken, zonnevelden en windenergie. De lokale Warmtetransitievisies en de Wijkuitvoeringsplannen vormen input voor de Regionale Structuur Warmte (RSW), die regio’s in de RES moeten maken, en andersom.
1.3
Samenwerking en krachtenbundeling
De energietransitie is een opgave van ons allemaal waar iedereen aan bijdraagt. De omvang van de opgave maakt dit tegelijkertijd ook lastig en vergt daarom intensieve, multidisciplinaire samenwerking en coördinatie. In Noordoost-Twente werken we daarom al nauw samen in het programma Energie van NOT; we clusteren kennis, mobiliseren lokale initiatieven en initiëren en faciliteren uitvoeringsprojecten op het gebied van duurzame energie. Binnen Noordoost-Twente kiezen we voor een krachtenbundeling en brengen we lokale initiatieven en het bedrijfsleven samen, waardoor versnelling kan optreden. Het einddoel staat vast: geen gebruik meer van fossiele brandstoffen. Hierbij zetten we in op lokale werkgelegenheid en verbinden we lokaal de lusten met de lasten. De energietransitie houdt niet op bij de gemeentegrens en als gemeenten delen wij deze opgave: wij werken daarom samen aan de energietransitie van Noordoost-Twente.
7
2 Uitgangspunten energietransitie in Noordoost-Twente Noordoost-Twente is een gebied dat staat voor voortvarend aan de slag gaan, samen met de inwoners. Vanuit deze werkwijze staan onderstaande uitgangspunten centraal. Uitgangspunt 1: Samen met bewoners en onze partners Maatschappelijk acceptatie is voor Noordoost-Twente vanzelfsprekend bij alle grote (ruimtelijke) ontwikkelingen. De keuze voor duurzame energievormen kan alleen succesvol zijn als zij gedragen wordt door de samenleving. Wij willen daarom positieve reuring creëren rond de energietransitie. Het principe van ‘de lusten en de lasten lokaal’ passen wij toe op alle initiatieven en plannen. Te denken valt aan de ondersteuning van lokale energiecorporaties, maatschappelijk rendement van energieprojecten in de vorm van een omgevingsfonds, werkgelegenheid in de regio en financiële participatie van de omgeving in projecten door middel van eigenaarschap of aandelen. We stemmen daarom de keuzes af met gebouweigenaren en bewoners en betrekken hen in de uitvoering. Actieve participatie van de omgeving draagt bij aan het draagvlak. Daarnaast maken we gebruik van ambassadeurs die anderen al zijn voorgegaan en hun ervaringen delen op het platform van Energie van Noordoost Twente. Uitgangspunt 2: Trias Energetica Naast het ‘van het aardgas af’ gaan, gaat het ook om het reduceren van de warmtevraag en het elektriciteitsverbruik.
Het terugdringen van de warmtevraag is noodzakelijk in de transitie naar aardgasvrij. Des te minder duurzame energie er opgewekt hoeft te worden om te voldoen aan de vraag. Om gebouwen op een duurzame en aardgasvrije wijze te kunnen verwarmen en koelen met een voldoende comfortniveau is goede isolatie een randvoorwaarde. Een ander aspect in het ‘transitiegereed’ maken van gebouwen is het inzetten van daken en andere gebouwoppervlakken voor het opwekken van duurzame energie. In deze visie gaan we uit van onderstaande interpretatie van de Trias Energetica (driestappenstrategie voor een energiezuinig ontwerp): 1. Isoleer, zoveel als rendabel is, om de energievraag te beperken 2. Als er toch energiebehoefte blijft bestaan, gebruik dan duurzame energie 3. Kies voor de energievoorziening de meest efficiënte technologie Onder rendabel isoleren verstaan we een bepaalde mate van isolatie die, door verlaging van de energierekening, binnen tenminste 15 jaar is terugverdiend. Het Energieloket 3.0 dient als informatievoorziening voor woningeigenaren en heeft als voornaamste voordelen de lokaliteit en laagdrempeligheid. Uitgangspunt 3: Aanmoediging lokale lusten en lasten De balans tussen lokale lasten en lusten is een belangrijk uitgangspunt voor de ontwikkeling van zowel windturbines als zonnevelden in Noordoost Twente.
De gemeenten streven naar initiatieven die de betrokkenheid van de lokale samenleving aanmoedigt. De voorkeur voor initiatieven ‘van onderop’ volgt uit de verwachting dat deze initiatieven kleinschaliger zijn en daarmee ruimtelijk ook goed passen in de schaal van het Noordoost Twentse landschap. Professionele partijen wordt gevraagd zich in te spannen om omwonenden, lokale bedrijven en andere belanghebbenden te betrekken bij de voorbereiding, realisatie en het gebruik van projecten.
8
Uitgangspunt 4: Goede ruimtelijke inpassing Wij dragen zorg voor het behouden van het mooie Twentse landschap en het Nationaal landschap Noordoost Twente waar we trots op zijn. Een goede ruimtelijke inpassing is noodzakelijk, waarbij rekening wordt gehouden met de eigen identiteit en kenmerken van een gebied. In het zonneveldenbeleid en het windbeleid zijn daarom duidelijke kaders gesteld om de goede ruimtelijke inpassing te waarborgen. Daarnaast vraagt elk project om maatwerk voor een goede landschappelijke inpassing. Uitgangspunt 5: Flexibiliteit – nu van start! Er zijn nog veel onzekerheden in de energietransitie. Zo blijft de ontwikkeling van nieuwe technieken doorgaan en is het noodzaak om te concretiseren hoe de gehele opgave gefinancierd gaat worden. Het is essentieel dat we als gemeenten nu van start gaan om de doelstellingen te behalen. Nieuwe ontwikkelingen worden op de voet gevolgd en het beleid wordt aangepast indien dat nodig is. De energietransitie is een proces van ervaring opdoen en leren in de eerste gebieden. Ruimte voor initiatieven en flexibiliteit in de verdere uitwerking zijn daarbij heel belangrijk. De kennis en ervaring die we zo opdoen, passen we direct toe bij volgende projecten en initiatieven. Zo zorgen we samen voor versnelling. We leren door te doen!
9
3 Overwegingen in de vorming van de energiemix 3.1
Duurzame opwek in 2030 met reeds bewezen technieken Regio Twente wekt in 2030 1,5 TWh aan duurzame elektriciteit op. Deze opwek kan gerealiseerd worden met technieken die zich reeds hebben bewezen. De verdeling van concept RES Twente, weergegeven in 2, is gebaseerd op de volgende overwegingen:
Zon op dak heeft de voorkeur doordat het veel draagvlak heeft. Daarnaast is deze prioriteit in overeenstemming met de zonneladder. Wel kent zon op dak een aantal problemen waardoor de ontwikkeling een langere doorlooptijd kent (verzekering, constructief, aansluiting op het netwerk, investeringsbereidheid etc) In Twente kan een inpassing voor ongeveer 630 ha. zonnevelden gerealiseerd worden. Twente kan een grote slag maken door met windturbines energie op te wekken.
Figuur 2 Energiebronnen elektriciteit (concept RES Twente)
In concept RES Twente is een verdeling over de Twentse gemeenten opgesteld als uitgangspunt voor de realisatie. Uitwisseling tussen de verschillende duurzame bronnen is mogelijk. De duurzame energie zal opgewekt worden technieken die zich reeds hebben bewezen: met zon op daken, zon op veld, middelgrote windturbines (1 MW) en grote windturbines (± 3 MW).
3.2
Potentie en marktrijpheid van energiebronnen
De ontwikkelingen van technieken worden op de voet gevolgd, en indien nodig zal ook het beleid daarop aangepast worden. In Bijlage 1 is een uitvoerige toelichting weergegeven van de energiebronnen, zowel elektriciteit als warmte. In deze paragraaf is de potentie en marktrijpheid uiteengezet van bekende technologieën. 3.2.1
Kernenergie onwaarschijnlijk voor 2030
Kernenergie is een optie voor de toekomstige energiemix. Gezien de doorlooptijden om kernenergie te realiseren in Nederland, is het niet waarschijnlijk dat er een centrale bij komt voor 2030. Het is daarom ook geen actief gespreksonderwerp aan de tafels van het Klimaatakkoord. Twentse overheden hebben daarnaast geen bevoegdheden en dus geen actieve rol ten aanzien van kernenergie. Discussie over de toepassing van deze techniek, in relatie tot veiligheid wordt op landniveau gevoerd.
10
3.2.2
(Groene) waterstof: grootschalige productie is cruciaal
Waterstof is een energiedrager (dus geen energiebron) en kan gezien worden als opslag- en transportmedium om de benodigde flexibiliteit te leveren in de toekomst. De grootschalige productie van groene waterstof is noodzakelijk om een significante rol te spelen in de elektriciteitssector. Daarnaast wordt onderzocht welke wetten en regels aangepast moeten worden en of het huidige gasnetwerk in de toekomst gebruikt kan worden voor transport van waterstof. Voor de gebouwde omgeving is waterstof nog niet op grote schaal toepasbaar. De conclusie van het onderzoek van TNO is dat de potentie er is, maar dat er nog belangrijke vragen zijn rond toepasbaarheid, veiligheid, beschikbaarheid, duurzaamheid en betaalbaarheid van waterstof. 3.2.3
Biomassa en biogas biedt potentie voor verduurzamen warmtevraag NOT
Biomassa kan een belangrijke bijdrage leveren aan het vervangen van fossiele brandstoffen door hernieuwbare grondstoffen en daarmee ook aan het reduceren van CO2-emissies. Op de lange termijn is het van belang biomassa primair voor die toepassingen in te zetten waar nauwelijks alternatieve, kosteneffectieve duurzame bronnen beschikbaar zijn. Dat betreft met name de gebouwde omgeving, de moeilijk te isoleren huizen en de industrie. In de RES-Twente wordt biomassa en biogassen gezien als reële mogelijkheid voor het verwarmen van huizen en als geschikte bron voor industriële processen. De verschillende biomassa-bronnen in Twente hebben een potentieel van 4 611 TJ, waarmee 140 000 woningen verwarmd kunnen worden. Momenteel wordt minder dan 5% van de beschikbare mest vergist in Twente. Het is daarom belangrijk dat de juiste randvoorwaarden geschapen worden om de potentie die er is ook organisatorisch en economisch haalbaar te maken. De potentie van biogas in Noordoost-Twente bedraagt ongeveer 50 miljoen m3 biogas per jaar en komt neer op 30 miljoen m3 groen gas per jaar (1 085 TJ). Dit is genoeg om ca. 18 500 huishoudens te verwarmen (aardgas verbruik van een NOT huishouden 1 850 m3 1). Hiermee kan jaarlijks ca. 50 000 ton CO2 gereduceerd worden. Daarnaast kan de productie van biogas bijdragen aan de ontwikkeling van circulaire landbouw o.a.
door de reductie van de uitstoot van methaan en stikstof in de landbouw en een besparing opleveren op de toepassing van kunstmest en uitstoot van ammoniak. Het doel is dan om de lusten zoveel mogelijk lokaal te doen landen. De nationale overheid heeft de intentie om het beleid volledig op groen gas te richten en biogas voor warmteopwekking uit te faseren. De opwaardering van biogas naar groen gas vergroot daarom de afzetkansen en haalbaarheid van de businesscase. Lobby is nodig voor een verbeterde businesscase voor boeren om deze potentie te gaan benutten. 3.2.4
De inzet van warmtebronnen in NOT
De Warmtetransitievisie en Wijkuitvoeringsplannen gaan in op de toepassing van warmtebronnen en hoe deze bronnen gaan bijdragen aan de doelstelling om in 2050 aardgasvrij te zijn. Met behulp van warmtebronnen kan de elektriciteitsvraag voor verwarmen sterk verminderd worden. In Bijlage 1 zijn ook de warmtebronnen verder toegelicht.
1
Warmtevisie Noordoost Twente
11
4 De weg naar 2030 Het is de ambitie om als Noordoost-Twentse gemeenten aardgasvrij te zijn in 2050, in lijn met de nationale doelstelling. Daarnaast willen de vier gemeenten dan CO2-neutraal zijn, wat betekent dat de benodigde energie (warmte en elektriciteit) afkomstig is van duurzame bronnen. Voor het bepalen van de doelstelling van de Noordoost-Twentse gemeenten voor 2030 is gekeken naar het procentuele verbruik van NOT ten opzichte van heel Twente. In 2019 (peiljaar 2017 uit de klimaatmonitor en opgenomen op factsheets RES mei 2019) was het verbruik van NOT 464 GWh, zijnde 14,7% van het totale energieverbruik in Twente in 2017 van 3159 GWh. Uitgaande van een bijdrage van een gezamenlijke realistisch bod van 1,5 TWh vanuit Twente, wordt het aandeel van 14,7% door NOT ingebracht in de RES Twente. Dit is 220,50 GWh en dit wordt afgerond naar 225 GWh (op hele windturbines). Dit kan gerealiseerd worden door gebruik te maken van 9 windturbines, 63 ha grootschalig zon op bedrijfsdaken, 100 hectare zonnevelden en gedragsveranderingen van de inwoners door de inzet van het Energieloket. In bijlage 5 staat een overzicht van de verbruiksgegevens. Daarnaast is het transitie gereed maken van gebouwen noodzakelijk om over te gaan op andere warmtebronnen.
Met goede informatievoorzieningen over de verbetering van isolatie, het gebruik van energiezuinige apparaten en LED-verlichting wordt dit gestimuleerd. Het Energieloket 3.0 zal informeren, inspireren en adviseren. In de Warmtetransitievisie is beschreven welke warmtebronnen er vervolgens ingezet gaan worden om huizen aardgasvrij te maken. De verduurzaming en het aardgasvrij maken van woningen gaat hand in hand met een groeiende vraag naar elektriciteit. In de Warmtetransitievisie is het aandeel van elektriciteit in de warmtevraag in 2050 als gevolg van het aardgasvrij maken van woningen ingeschat. Deze elektrificatie van de warmtevraag leidt tot een toename van elektriciteit van 48 GWh in NOT in 2050. Dit staat gelijk aan 34% van het elektriciteitsverbruik van huishoudens in NOT van 2017.
4.1
Het NOT bod in relatie met de RES-Twente Het doel van RES Twente is om in 2030 een opwek van 1.5 TWh uit zon op daken, zon in veldopstellingen, en grote windturbines (± 3MW). De NOT gemeenten dragen 225 GWh duurzaam opgewekte elektriciteit bij aan de RES Twente. De reeds gerealiseerde bijdrage van de verschillende energiebronnen in 2020 en de potentie binnen NOT voor 2030 is weergegeven in Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.. De bronnen in deze tabel geven invulling aan de elektriciteitsvraag. Gerealiseerd in 2020 Zon op dak grootschalig (ha) Percentage van daken > 300 m2 Zon in veldopstelling (ha) Wind klein (< 25 m tip) Wind groot (± 3,5 MW) Totale bijdrage aan de RES-T
Potentie NOT in 2030 in GWh
ha / aantal / %
Opbrengst GWh
ha / aantal / %
Opbrengst GWh
24,9 ha 8,2% 21 ha 1 0
22 GWh
63 ha 20% 100 ha
55 GWh
9 st.
90* GWh 225 GWh
16 GWh 2 GWh 0 40 GWh
80 GWh
Tabel 1 Verdeling bijdrage in Noordoost-Twente van duurzame energiebronnen *10 GWh als opbrengst van een windturbine is een voorzichtige aanname, dit is afhankelijk van de hoogte van de windmolen. Wanneer er grotere windmolens worden geplaatst is het doel in GWh leidend en niet het aantal windmolens.
12
Daarnaast ziet de RES-Twente biomassa en biogassen als reële mogelijkheid voor het verwarmen van huizen en als geschikte bron voor industriële processen. In NOT is er potentie om 30 miljoen m3 groen gas te produceren in 2030, waarmee invulling wordt gegeven aan de warmtevraag van o.a. de gebouwde omgeving, moeilijk te isoleren huizen en de industrie.
4.2
Het belang van gedrag en een systeem efficiënte energiemix Met de groeiende decentrale opwek uit duurzame, weersafhankelijke bronnen, is het steeds lastiger om het net te balanceren. Het opvangen van pieken, zowel in opwek als gebruik, vraagt om netinvesteringen. Er zijn mogelijkheden om de kosten die nodig zijn voor netverzwaring te voorkomen door onder andere het veranderen van gedrag van energiegebruikers en door het efficiënt inrichten van het energielandschap. In Bijlage 2 is dit onderwerp verder toegelicht. 4.2.1
De invloed van een energiemix op systeem efficiëntie
Op weg naar 2030 wordt ingezet op windenergie en zonne-energie. Windenergie en zonne-energie zijn weersafhankelijke energiebronnen. In de winter is de elektriciteitsproductie uit windenergie hoger dan zonne-energie en in de zomer is dit andersom. Bij een 100% duurzaam energielandschap bestaande uit óf zon óf wind, zal er daarom seizoensopslag nodig zijn. Om deze seizoensopslag zo klein mogelijk te houden, is het van belang een goede mix tussen wind en zon te gebruiken. Hoe meer het aanbod is afgesteld op de vraag, hoe minder maatregelen nodig zijn. Het optimum om seizoensopslag zo laag mogelijk te houden in een 100% duurzaam energielandschap ligt bij ± 64% opwek uit windenergie en ± 36% zonne-energie. Momenteel is de landelijke verhouding duurzame opwek 60% wind en 40% zon. Met de voorlopige plannen van de RES regio’s verandert dit percentage naar 20% wind en 80% zon 2. Het bod van NOT ( 9 windturbines en 163 ha zon) heeft een verhouding van 40% wind en 60% zon. Uitwisseling tussen energiebronnen is nog mogelijk, met een gelijkblijvende bijdrage van de NOT gemeenten aan de RES. Dit betekent dat er nog een verschuiving van de energiemix kan plaatsvinden. Systeemefficiëntie zal hierin een belangrijke rol spelen en daarom zal de verhouding een belangrijke factor zijn. In het meest ideale plaatje mag het percentage windenergie in NOT nog toenemen ten koste van zonne-energie.
Tegelijkertijd is de vorming van de energiemix afhankelijk van initiatieven die duurzame energie gaan opwekken. Het combineren van beide technieken op één locatie heeft grote voorkeur vanuit het oogpunt van energie-efficiency. Het net zal daarnaast ook mee moeten groeien met de groei van duurzame opwek. Er zijn investeringen vereist om de decentrale opwek te verbinden met het elektriciteitsnet. Netbeheerders geven aan dat systeemefficiëntie een belangrijke factor wordt in de toekomst om investeringen te beperken. Het advies luidt voor een hoger aandeel wind dan zon en om de combinatie van wind en zon op te zoeken om de realisatietijd en betaalbaarheid te verhogen. De beredenering hierachter is dat wind zo’n 3000 vollasturen heeft en zon slechts 850. Het resultaat hiervan is dat de netkosten voor zonne-energie ongeveer drie keer zo hoog zijn als voor windenergie met eenzelfde vermogen. De samenwerking met netbeheerders zal steeds belangrijker worden om het nieuwe energielandschap zo efficiënt mogelijk in te richten. Binnen Noordoost-Twente hebben initiatieven al veel kennis in huis en worden projecten dicht bij aansluitstations plaatsen. Binnen NOT wordt gestreefd naar lokale energie-gemeenschappen, waarbij de opgewekte energie zoveel mogelijk lokaal benut kan worden.
2
https://nos.nl/artikel/2332918-plannen-energieregio-s-liever-niet-meer-windturbines-maar-zonneenergie.html
13
4.2.2
De invloed van gedragsveranderingen op netinvesteringen
Met de groei van duurzame opwek wordt netbalancering steeds belangrijker. Inwoners kunnen hieraan meewerken door onder andere efficiënte (slimme) apparaten te kopen. Een koelkast van 2015 verbruikt bijvoorbeeld nog maar de helft van een koelkast uit 2010. Daarnaast zijn steeds meer huiseigenaren in het bezit van zonnepanelen. Slimme apparaten, bijvoorbeeld de wasmachine, kunnen automatisch aan gaan wanneer de zonnepanelen produceren. Hiermee wordt teruglevering verminderd en wordt het net minder belast. Daarnaast kunnen er flinke netinvesteringen vermeden worden door elektrische auto’s buiten de avondpiek op te laden. De elektrische auto heeft potentie om als batterij te fungeren, waarmee de weersafhankelijke duurzame opwek opgevangen kan worden. De stijging van de kosten van het elektriciteitsnetwerk kan 47% lager uitvallen met de inzet van bovengenoemde flexibiliteitsopties.
Figuur 3 De componenten van de energietransitie
4.3
De energietransitie leeft bij lokale initiatieven
In Noordoost-Twente is al een start gemaakt met de energietransitie. Er is al een flink aantal bewoners en bedrijven aan de slag met duurzame warmte, energie en isolatie. Ook zijn er lopende initiatieven, waaronder enkele agrariërs in Noordoost-Twente die alternatieve warmtebronnen aanbieden. In Bijlage 3 zijn de huidige initiatieven benoemd.
14
5 Beleidskaders van de energietransitie 5.1
Lokale energieprojecten Er wordt verwacht dat in Twente in 2030 circa 30% van de dorpen en in mindere mate de wijken uit de steden zich willen inzetten voor een lokaal energieproject. Een lokaal energieproject kan een zonnedak, zonneveld en/of windmolen betreffen. In NOT is het uitgangspunt om verrommeling van het landschap te voorkomen. In het zonneveldenbeleid en windbeleid zijn daarom kaders gesteld waar projecten aan moeten voldoen om dit uitgangspunt te waarborgen. Voor lokale initiatieven is hulp en ondersteuning voor de realisatie van een lokaal energieproject absoluut noodzakelijk.
5.2
Windbeleid In het windbeleid, dat door de Noordoost-Twentse gemeenten opgesteld is, zijn kaders beschreven waar een project aan moet voldoen. Deze kaders waarborgen de uniforme behandeling van aanvragen voor windprojecten binnen Noordoost-Twente. Vanuit het klimaatakkoord wordt gestreefd naar 50% lokaal eigendom van het windproject. Het concept windbeleid streeft naar het zoveel mogelijk lokaal houden van de lusten en het intensief betrekken van de omgeving. 5.2.1
Inpassingsvereisten
Provincie Overijssel staat open voor de plaatsing van windmolens/windturbines in Noordoost Twente, en stelt daaraan een aantal voorwaarden 3 :
Locatiekeuze en ontwerp van een windpark moet passend zijn bij de gebiedskenmerken;. Actief betrekken van bewoners en gebruikers bij de voorbereiding van ruimtelijke plannen en besluiten aan de hand van de Participatiecode Overijssel.
Bij de realisatie van een windturbinecluster moet rekening worden gehouden met natuurbelangen. Elke aanvraag voor windturbines in Noordoost Twente wordt getoetst aan de geldende wet- en regelgeving rondom natuurbescherming. De minimale afstand van een windturbine tot een woning of andere hindergevoelige objecten wordt bepaald door de toelaatbaarheid van effecten op het gebied van geluid, slagschaduw en externe veiligheid. Het windbeleid (paragraaf 6.1 en 6.2) gaat verder in op deze onderwerpen. In het windbeleid is bepaald welk type windturbines waar wordt toegestaan. Daarnaast zijn de kaders gesteld omtrent de clustering van windturbines. Deze inpassingsvereisten zijn gebaseerd op het uitgangspunt om ons mooie landschap in stand te houden en de hoogtebeperkingen door de radars van Vliegveld Twente. 5.2.2
Zoekgebieden windenergie
De zoekgebieden voor grote windturbines zijn tot stand gekomen na een bureaustudie van landschapskenmerken en locatiebezoek door landschapsdeskundigen vanuit het bureau H+N+S. De onderbouwing van de totstandkoming van de mogelijke herdefiniëring van de grenzen van het nationaal landschap is terug te vinden in de rapportage “herdefiniëren grens nationaal landschap.pdf” van H+N+S.
3
Omgevingsverordening provincie Overijssel wordt naar verwachting in die zin gewijzigd, pas daarna wordt het windbeleid van Noordoost Twente definitief en na besluitvorming door de gemeenteraden van kracht.
15
5.3
Zonneveldenbeleid De Noordoost Twentse gemeenten onderschrijven de uitgangspunten voor de ruimtelijke inpassing die staan beschreven in de "Handreiking kwaliteitsimpuls zonnevelden" vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 21 april 2020 van de provincie Overijssel4. Ons buitengebied is mooi en dat willen we ook graag zo houden. Een goede ruimtelijke inpassing is noodzakelijk, waarbij rekening wordt gehouden met de eigen identiteit en kenmerken van een gebied. In het zonneveldenbeleid zijn de kaders gesteld waaraan zonnevelden projecten in Noordoost-Twente moeten voldoen. Het Zonneveldenbeleid is een dynamisch kader, waarbij aanvullingen of wijzigingen op basis van opgedane ervaringen kunnen worden aangebracht. 5.3.1
Zoekgebieden zonne-energie
Er zijn geen speciale zoekgebieden aangewezen in NOT. Wel wordt in het zonneveldenbeleid op basis van gebiedskenmerken bepaald waar veldopstellingen geplaatst mogen worden. Verder zijn oppervlaktematen, clustering en spreiding opgenomen in het beleid. Dubbel ruimtegebruik wordt gestimuleerd. Op dit moment (2020) zijn in Tubbergen agrarische gronden uitgesloten voor de ontwikkeling van zonnevelden en wordt in Dinkelland terughoudend met de ontwikkeling van zonnevelden omgegaan in afwachting van de RES 1.0.
5.4
Biogas kansen en nationale intentie In het onderzoek van De Kwartiermaker in opdracht van NOT zijn er een aantal aanbevelingen gedaan die belangrijk zijn voor het in werking stellen van een biogasnetwerk. Het succes van een biogasnetwerk valt of staat namelijk met de landelijke wet- en regelgeving. Zo heeft de nationale overheid de intentie om het beleid volledig op groen gas te richten en biogas voor warmteopwekking uit te faseren. De opwaardering van biogas naar groen gas vergroot daarom de afzetkansen en haalbaarheid van de business case. Hierdoor wordt het biogas op meerdere punten tot groengas omgezet en in het bestaande (aard)gasnet gemengd met het aanwezige gas. In de biogas lobby wordt aangeraden om biogas als transitiestap op weg naar grootschalige productie groen gas te presenteren en de wezenlijke bijdrage dat biogas kan leveren in de kringlooplandbouw door o.a. gebruik te maken van dagverse mest voor de vergisting en door het vergistingsdigestaat in te zetten als kunstmestvervanger.
Figuur 4 De energiekaart Twente, biogas in de regio 4
Handreiking zonnevelden toepassing van de Overijsselse zonneladder en kwaliteitsimpuls zonnevelden, 21 april 2020
16
6 Energietransitie in NOT: een gezamenlijke opgave De NOT gemeenten zien de bijdrage binnen de RES Twente als één opgave. In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op verschillende technieken en beleidskaders. Dit alles heeft geresulteerd in het steeds beter zicht hebben op de mogelijkheden van ons gebied. In de RES Twente 1.0 wordt de volgende bijdrage opgenomen: RES bod NOT gemeenten ha / aantal / %
Opbrengst GWh
Zon op dak grootschalig (ha) Zon in veldopstelling (ha)
63 ha 100 ha
55 GWh 80 GWh
Wind groot (± 3,5 MW) Totaal Bijdrage aan de RES-T
9 st.
90* GWh 225 GWh
Tabel 2 RES bod duurzame opwek NOT gemeenten *10 GWh als opbrengst van een windturbine is een voorzichtige aanname, dit is afhankelijk van de hoogte van de windmolen. Wanneer er grotere windmolens worden geplaatst is het doel in GWh leidend en niet het aantal windmolens.
De precieze invulling van het bod en waar dit plaatsvindt, is afhankelijk van meerdere factoren, onder andere systeemefficiency, bebouwingsdichtheid en initiatieven vanuit de maatschappij en markt. Betreft de warmtetransitie is de routekaart weergegeven in de warmtetransitievisie. De wijkuitvoeringsplannen zullen per wijk ingaan op de route die genomen wordt om de wijken aardgasvrij te kunnen maken in de toekomst. Door het gezamenlijk uitbrengen van het bod van de vier NOT-gemeenten richting de RES Twente komt de opgave dus ook op het hele NOT-gebied te liggen. Dit brengt automatisch met zich mee dat de vier gemeenten in nauwe samenwerking richting zullen geven aan deze opgave door o.a. gezamenlijk beleid op te stellen, initiatieven te delen en bestuurlijk elkaar te versterken in kansen die zich voor de betreffende gemeente voordoen. Doordat de opgave op het hele NOT-gebied ligt, is het mogelijk dat maatschappelijke gebiedsbelangen waarin ontwikkelingen gaan plaatsvinden gemeentegrenzen overschrijden. Uit de kracht van NOT kunnen projecten gezamenlijk en grensoverschrijdend gerealiseerd worden. De bijdrage wordt dus niet verdeeld tussen de gemeenten maar het gehele gebied wordt als één beschouwd.
6.1
Oldenzaal In Oldenzaal is het totale energieverbruik in 2017 2508 TJ. De komende jaren werkt gemeente Oldenzaal aan de verduurzaming van de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving en de vergroting van duurzame opwek. In de warmtevisie is een routekaart opgenomen die richting geeft aan hoe wijken in Oldenzaal van het aardgas af kunnen gaan. De warmtevisie wordt de komende jaren uitgewerkt in wijkuitvoeringsplannen. Dat gebeurt samen met inwoners en stakeholders. Gestart wordt met een wijkuitvoeringsplan voor De Thij. De kaders waar zonnevelden en windturbines aan moeten voldoen is op NOT niveau gezamenlijk opgesteld, zodat waarborging van het landschap binnen Noordoost-Twente uniform wordt benaderd.
17
Binnen Oldenzaal worden inwoners en ondernemers geïnformeerd, geïnspireerd en geadviseerd over de energietransitie en hoe zij hun gebouwen kunnen verduurzamen. Door de inzet van het Energieloket 3.0 dat vanaf 2021 van start gaat, wordt advies aangeboden dat toegankelijk is voor iedereen. 6.1.1
Ambitie
Binnen Oldenzaal zijn beperkte mogelijkheden om (grootschalige) duurzame opwek te realiseren. Dit is het gevolg van het beperkte buitengebied en de hoogtebeperkingen vanwege vliegveld Twente. Oldenzaal wil zich maximaal inspannen voor de energietransitie binnen haar mogelijkheden. Het scheppen van kaders en het informeren, inspireren en adviseren van inwoners en ondernemers zijn de meest erkende rollen van de gemeente. 6.1.2
Global Goals
In 2015 heeft de VN 17 ambitieuze doelen voor duurzame ontwikkelingen vastgesteld in zogenaamde Global Goals. Het gebruik maken van Global Goals kan helpen bij het integreren van duurzaamheid als basis van ons denken & doen en zo een vast onderdeel worden bij het ontwikkelen van plannen. In overeenstemming met Global Goal 7 hecht de gemeente Oldenzaal veel waarde aan toegang tot betaalbare en duurzame energie voor iedereen. Daarnaast heeft de energietransitie raakvlakken met de volgende Global Goals: Goal 1 Einde aan armoede: de bereikbaarheid en betaalbaarheid van de energietransitie voor alle inwoners is een belangrijk aandachtspunt. Goal 13 Aanpak van klimaatverandering: hierbij gaat het om acties die bijdragen aan het verminderen van klimaatverandering en ook het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Goal 16 Bevorderen van veiligheid, publieke diensten en recht voor iedereen: de veiligheid van ontwikkelingen in de nieuwe energie infrastructuur (denk bv aan opslag van energie en waterstof) is een aandachtspunt. Daarnaast is het belangrijk als overheid transparant en eerlijk te zijn over de energietransitie. Goal 17 Versterken van mondiaal partnerschap en coherent beleid voor duurzame ontwikkeling: het terugdringen van de CO2 uitstoot kan je niet alleen, dat doe je samen. Onze samenwerking binnen NOT is van essentieel belang om energie neutraal te worden.
Dit kan Oldenzaal niet zelfstandig. 6.1.3
Bouwstenen
In Oldenzaal is sprake van een beperkt buitengebied, waardoor grootschalige zonnevelden (bv 20 ha) niet mogelijk is. Daarnaast zijn er hoogtebeperkingen voor windturbines vanwege vliegveld Twente. In dit hoofdstuk worden de mogelijkheden in gemeente Oldenzaal toegelicht. Uitwisseling tussen duurzame energiebronnen is mogelijk, met een gelijkblijvende bijdrage van de NoordoostTwentse gemeenten. Zonne-energie in Oldenzaal De gemeente Oldenzaal geeft de voorkeur voor de plaatsing van zonnepanelen op grote bedrijfsdaken, op daken van particulieren en in kleinschalige veldopstellingen aan de rand van bedrijventerreinen. De inschatting is dat 30% van de grote bedrijfsdaken benut kan worden voor duurzame opwek met zonnepanelen. Daarnaast wordt geschat dat 5 – 10 ha zonnevelden haalbaar is. In 2020 is reeds 1 ha zonneveld gerealiseerd op het terrein van de Rioolwaterzuivering aan de Oude Almeloseweg door Waterschap Vechtstromen.
18
Windenergie in Oldenzaal Door het nabijgelegen vliegveld Twente gelden er hoogtebeperkingen voor windturbines in Oldenzaal. Dit betekent dat de mogelijkheden bestaan uit kleine windturbines (21-40 m tiphoogte). De voorkeur ligt bij de plaatsing van windmolens nabij de A1. Op de tweede plaats komt de plaatsing van kleine windmolens bij (boeren) bedrijven in het buitengebied of aan de rand van bedrijventerreinen. De hoogte van een windmolen is een belangrijke factor in de stroomopbrengst. Over het algemeen geldt: als de wieken van een windmolen twee keer zo groot zijn, dan is de opbrengst (in kWh) vier keer zo hoog[1]. Bij kleinere windmolens is het daarom belangrijk te analyseren of de opbrengsten nog opwegen tegen de kosten. 6.1.4
Gedragsverandering
Energiebesparing speelt een cruciale rol in de energietransitie. Dit kan verwezenlijkt worden met gedragsverandering en het nemen van maatregelen. Zowel kleinere maatregelen zoals energiezuinige apparaten en LED verlichting als grotere maatregelen bijvoorbeeld het isoleren van een gebouw zijn nodig. Door middel van het Energieloket 3.0 informeert, inspireert en adviseert gemeente Oldenzaal haar inwoners.
[1]
https://pure-energie.nl/kennisbank/hoe-belangrijk-is-de-hoogte-van-een-windmolen/
19
7 Financiering van de energietransitie 7.1
Iedereen draagt verantwoordelijkheid De energietransitie is een opgave van ons allemaal waar iedereen aan bijdraagt en verantwoordelijkheid voor draagt. Dat het geld gaat kosten is duidelijk. Maar er zijn ook kansen. 7.1.1
Projecten
Grote projecten op het gebied van opwekking van duurzame energie zijn grotendeels nog steeds afhankelijk van subsidie van de Rijksoverheid. Grote investeringen zijn nodig om zowel de aanleg als de netaansluitingen te realiseren. De kosten voor bijvoorbeeld zonnepanelen worden wel steeds lager maar grote projecten kunnen nog niet rendabel gerealiseerd worden zonder subsidie. Het rijk stelt jaarlijks een subsidie beleid vast voor opwekking van duurzame energie, waaronder SDE en ISDE. Met deze subsidies kunnen goede businesscases worden gerealiseerd wat geld oplevert voor de initiatiefnemers. De rendabele projecten leveren geld op, ook voor de omgeving. Participatie binnen deze projecten door inwoners is op verschillende manieren mogelijk en is een voorwaarde in het zonneveldenbeleid en het windbeleid. Dit biedt zeker kansen voor het vergroten van de leefbaarheid in de kernen doordat geld kan worden gestoken in maatschappelijke projecten (bv buurthuis, sportvoorzieningen enz). In Bijlage 3 is toelichting gegeven op de kosten en opbrengsten van duurzame energie projecten. 7.1.2
Inwoners
Ook inwoners dragen bij aan de energietransitie. Het is van belang het eigen energieverbruik zo veel mogelijk te verminderd wordt. Dit kan op verschillende manieren, door gebruik te maken van energiezuinige apparatuur, ledverlichting en gedragsverandering. Voor inwoners is het meest ingrijpende het verduurzamen van de woning. Dit houdt in dat woningen goed geïsoleerd en geventileerd worden. Hierbij wordt het energieverbruik verminderd en neemt ook het comfort toe. Dit alles kost veel geld en is op dit moment niet voor iedere woning op redelijke termijn (binnen de levensduur van de maatregelen) terug te verdienen. Betaalbaarheid van de energietransitie voor de inwoners is een zeer belangrijk aandachtspunt. Het Rijk zal op korte termijn komen met aanvullende regelingen om de betaalbaarheid vorm te geven.
Figuur 5 RES Twente – Samen de stap maken
20
7.2
De overheid als eindverantwoordelijke lokaal, regionaal, provinciaal en nationaal Vanuit het Klimaatakkoord zijn overheden verantwoordelijk gesteld voor het realiseren van de doelstelling om in 2050 energieneutraal te zijn. De snelheid van de energietransitie is afhankelijk van de energiekosten, zowel de investeringskosten als de gebruikerskosten. Tegelijkertijd brengen energie projecten geld op. De overheid brengt versnelling aan in de energietransitie door stimuleringsmaatregelen, zoals subsidies of belastingvoordelen en –heffingen. Deze gesprekken vinden plaats op nationaal niveau. Om de praktijk waar gemeenten en de RES-sen mee te maken hebben op de landelijke gesprekstafel te krijgen is een goede gezamenlijke Twentse lobby nodig. Deze wordt gecoördineerd vanuit de RES Twente organisatie op diverse punten (zie het lobbyverslag). De Regionale Energie Strategieën die verder richting geven aan de transitie in de gebouwde omgeving en de opwek van duurzame elektriciteit werken grensoverschrijdend samen aan het realiseren en het monitoren van deze doelen met de veertien Twentse gemeenten, Provincie Overijssel, netbeheerders en Waterschappen.
Gemeenten realiseren de eigen doelstellingen door het stellen van kaders in beleidsstukken, het stimuleren van initiatieven en inwoners door aanmoediging en ondersteuning, het toepassen van groene leges, het onderzoeken van mogelijkheden en het creëren van draagvlak. Momenteel staan we aan het begin van de energietransitie. Zodra de termijnen van de doelstellingen naderen en deze nog niet gehaald zijn, zullen er extra stimuleringsmaatregelen moeten komen, zoals beleidsmatige wijzigingen en meer subsidieregelingen.
21
8 Samenwerking, communicatie en participatie De energietransitie is een collectieve opgave die vraagt om bundeling van kennis, investeringen en belangen. Dit vraagt om samenwerking van veel verschillende stakeholders en een brede communicatie en participatie. Het gaat om een gedeelde verantwoordelijkheid, waarin de gemeente de regie heeft. Daarnaast staat de opgave niet op zich, maar maakt deel uit van de bredere energietransitie en klimaatopgave. Noordoost-Twente wil graag dat zoveel mogelijk bewoners actief betrokken zijn en de weg weten te vinden om vragen te stellen en initiatieven vorm te geven.
8.1
Samenwerking tussen stakeholders De energietransitie is een opgave en verantwoordelijkheid van de gemeenten en een heleboel andere stakeholders. Intensieve samenwerkingen en kennisuitwisseling zijn van belang om desinvesteringen te voorkomen. Stakeholders in de energietransitie zijn onder meer het bedrijfsleven, de netbeheerders, individuele bewoners, aannemers en installateurs. Bewoners kunnen lokale initiatieven ontplooien om duurzame opwek te leveren. Hieronder staan de opgaves van de drie grootste stakeholders:
Voor de plaatsing van windturbines is een grote investering vereist. Lokale initiatieven zijn daarom afhankelijk van het bedrijfsleven en/of het energiefonds Overijssel of andere investeringsmaatschappijen voor een groot deel van de benodigde investeringen. Bewoners zijn verantwoordelijk voor investeringen in hun woning door bijvoorbeeld te isoleren, zodat de energievraag verlaagd wordt, of door zelf duurzame energie op te wekken met behulp van zonnepanelen. Daarnaast is bewustwording en gedragsverandering een belangrijk aandachtspunt om het energieverbruik te verlagen. Netbeheerders Cogas en Enexis beheren de gas- en elektriciteitsnetten en willen deze zo betrouwbaar en betaalbaar mogelijk houden. Zij hebben de opgave om de elektriciteitsnetten te verzwaren waar nodig.
Het bewustzijn van de verschillende rollen, en dat de rol van een stakeholder kan verschillen per project en per fase, is van belang voor de samenwerking. De betrokkenheid van stakeholders bij planvorming en uitvoering, is afhankelijk van het belang, de invloed en de rol.
8.2
Communicatie- en participatiestrategie binnen NOT
In 'Energie van Noordoost-Twente’ werken vier Noordoost Twentse gemeenten samen aan de energietransitie. Een belangrijk doel van de samenwerking is om samen informatie te bundelen en te gebruiken om inwoners van de vier gemeenten te informeren en te activeren. Het uitgangspunt is om gezamenlijk de communicatie op te pakken waar dat kan en om de communicatie lokaal uit te werken waar dat nodig is. Dat laatste is dan aan de individuele gemeenten en gaat -bij voorkeur- in overleg met de andere gemeenten. Vanuit Energie van Noordoost Twente vindt over de Energievisie zelf geen actieve communicatie plaats, wel is het beleid terug te vinden op de website. Het is aan de aangesloten gemeenten om meer of minder actief over de uitwerking van de visie in hun gemeente, te communiceren. Dus daar waar het nodig of wenselijk is, is er ruimte voor lokale invulling en uitwerking.
22
8.3
De rol van de Noordoost-Twentse gemeenten Volgens het Klimaatakkoord zijn gemeenten de regisseurs voor de warmtetransitie voor de gebouwde omgeving. Dit doen de gemeenten door samen de beleidskaders vorm te geven voor zon, wind en warmte. Deze beleidskaders worden vervolgens geborgd in de omgevingsvisies en verordeningen van de gemeenten. Daarnaast heeft de gemeente een rol in het borgen van publieke belangen die in meer of mindere mate door de energietransitie beïnvloed worden, zoals betaalbaarheid, de kwaliteit van de leefomgeving, leveringszekerheid van warmte en energie, de voortgang van de transitie, de verdeling van warmtebronnen, keuzevrijheid en de ruimtelijke ordening in de ondergrond. De NOT gemeenten nemen een faciliterende rol op voor projecten en initiatieven van marktpartijen en (groepen) bewoners. Dit gebeurt door partijen bij elkaar te brengen en te helpen, bijvoorbeeld door kennisdeling, praktische ondersteuning of in de adviesrol voorafgaand aan ruimtelijke en vergunningprocedures. De rol van de gemeentelijke overheden blijft wel altijd onafhankelijk vanuit een toetsend kader. Naast een verbindende, stimulerende en faciliterende rol kan de gemeente ook kiezen voor een meer ontwikkelende en investerende rol bij de energietransitie. Op die manier is de gemeente minder afhankelijk van derden voor het daadwerkelijk halen van de gestelde energietransitiedoelen.
23
9 Informatievoorziening gebouwde omgeving 9.1
Informeren, inspireren en adviseren met het Energieloket 3.0 Onafhankelijke energieloketten zijn een effectief middel om de energietransitie in de gebouwde omgeving te bevorderen en individuele inwoners te ondersteunen in hun klantreis met informatie, advies en begeleiding. In het klimaatakkoord is hierover het volgende opgenomen: “Er moet een onafhankelijk (regionaal) energieloket zijn, onder verantwoordelijkheid van de gemeente, die de spil is tussen de verschillende stakeholders in de wijkgerichte aanpak. Het energieloket kan onder regie van de gemeente een coördinerende rol hebben rondom de communicatie over de uitvoering van gemeentelijke besluiten en acties gericht op gebouweigenaren binnen de wijkgerichte aanpak. Uitvoering van dit loket kan uitbesteed worden.” Het energieloket 3.0 van NOT gemeenten gaat 1 januari 2021 van start en bestaat uit 5 bouwstenen die weergegeven zijn in Figuur 6.
Figuur 6 Bouwstenen van het Energieloket 3.0
Bij de invulling is zoveel mogelijk de samenwerking en verbinding gezocht met de andere gemeenten in Twente en Overijssel. De bouwstenen ‘Website’ en ‘Klantcontactcentrum’ worden samen met 22 gemeenten in Overijssel ingericht. Binnen de adviesdiensten zijn op dit moment ook de wooncoaches actief. Zij geven inwoners een gratis basisadvies over het verduurzamen van hun woning.
9.2
Website Energie van Noordoost-Twente De website van Energie van Noordoost-Twente is het platform voor de werkzaamheden van EvNOT. De inwoners van Noordoost-Twente worden hiermee voorzien van actuele informatie over onder andere de wijkuitvoeringsplannen, projecten in het gebied en algemene informatie over de energietransitie en inspiratie vanuit diverse “aanpakkers” binnen het gebied.
24
25