07. Verkenning samenwerkingsmogelijkheden Oldenzaal en Noaberkracht - Raadsvoorstel en -besluit
Tekst van het document
Bijlagen 2023 20 juni 2023 Nr. 23/4 Reg.nr. INTB-23-05995 Bijlagen: 4
Agendapunt: 7
Voorstel tot besluitvorming over de verkenning samenwerkingsmogelijkheden Oldenzaal en Noaberkracht
Aan de gemeenteraad
Inleiding De gemeenten Oldenzaal, Dinkelland en Tubbergen hebben in toenemende mate te maken met complexe maatschappelijke opgaven. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de energietransitie, de transformatie van het landelijk gebied en de migratie-opgave. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor de ambtelijke organisatie in Oldenzaal en voor Noaberkracht. Dit komt het meest tot uiting daar waar medewerkers alleen staan in hun inhoudelijke expertise of daar waar de krapte op de arbeidsmarkt doorwerkt in de organisatie. Hoewel de drie gemeenten hun zaken op dit moment goed voor elkaar hebben, ligt er een uitdaging voor de toekomst. Het vraagstuk heeft daarmee wel enige urgentie, maar is nu niet acuut. Om de uitdagingen voor de toekomst het hoofd te bieden, zijn de gemeenten Oldenzaal, Dinkelland en Tubbergen eind 2021 gestart met een verkenning naar de mogelijkheden van ambtelijke samenwerking. Het resultaat van deze verkenning is weergegeven in het rapport ‘Verslag van de verkenning. Samenwerkingsmogelijkheden Noaberkracht en Oldenzaal in beeld gebracht’ (bijlage 2). In bijlage 1 wordt antwoord gegeven op de in de opdracht van de raad gestelde vragen. In bijlage 3 is het Berenschotrapport ‘Een vlucht naar voren of een duurzaam perspectief’ toegevoegd als verdiepende informatie ter kennisname.
Doel Het doel van dit advies is om invulling te geven aan de opdracht van de raden (raadsbrief UIT-2112997 Oldenzaal van 23 november 2021 en de raadsbesluiten 14B Dinkelland en 18B in Tubbergen van 21 december 2021). Toelichting Het proces van de verkenning is als volgt verlopen. Voorjaar/zomer 2022 Het proces van de verkenning is, in opdracht van de colleges van B&W van de drie gemeenten, uitgevoerd onder aansturing van gemeentesecretarissen en directieleden. Daarnaast heeft (een gedeelte van) het management van de beide organisaties meegedacht en gewerkt aan de resultaten. Het proces werd begeleid door een externe partij. De externe partij heeft zelf ook ervaring en deskundigheid ingebracht en schaart zich achter het eindproduct. Er is een toetsingskader opgesteld op basis van de opdrachten en vragen vanuit de raden en colleges, aangevuld met kritische succesfactoren vanuit het management. Dit toetsingskader is als leidraad gebruikt om binnen de ambtelijke verkenning tot conclusies te komen en een afweging te kunnen maken binnen de verkenning van mogelijke samenwerkingsvormen.
Op twee ‘Dagen van de Samenwerking’ in 2022 hebben circa 70 medewerkers met elkaar kennisgemaakt. Zij hebben opgaven verkend, voor- en nadelen van samenwerking op alle beleidsterreinen benoemd en randvoorwaarden besproken. Tevens zijn mogelijke samenwerkingsmodellen behandeld. Deze informatie is gebruikt als input voor de SWOT-analyses. Najaar 2022 en voorjaar 2023 Na het opstellen van een ambtelijk tussenbericht met voorlopige resultaten, is in het najaar van 2022 het bestuurlijk proces gestart. In het land zijn andere ambtelijke samenwerkingsverbanden bezocht. Daarnaast hebben de gemeenteraden, in september 2022 en maart 2023 met elkaar gesproken. De resultaten van deze gesprekken hebben –samen met het “verslag van de verkenning dat in het eerste kwartaal van 2023 is afgerond- nog geleid tot verdiepende gesprekken binnen en tussen de 3 colleges. Op basis van deze verdieping is het voorliggende advies opgesteld. Argumenten De vragen van de besturen zijn beantwoord Het college van B&W Oldenzaal heeft bij de start van het traject een aantal vragen geformuleerd. Deze vragen zijn in een raadsbrief van 23 november 2021 opgenomen. In bijlage 1 bij dit advies worden de vragen beantwoord. Ter informatie zijn ook de vragen en antwoorden van de gemeenteraden van Dinkelland en Tubbergen bijgevoegd (bijlage 3).
Het ‘Verslag van de verkenning’ Het ‘Verslag van de Verkenning’ is de basis voor de antwoorden op de diverse vragen die door de besturen zijn gesteld. De beschreven vormen van ambtelijke samenwerking bieden inzicht in voor- en nadelen en in kansen en bedreigingen. In het verslag worden de kansen en de noodzaak van samenwerking verwoord. Keuze opgavegericht samenwerken Opgavegericht samenwerken De gemeenten kunnen elkaar op de korte en lange termijn versterken door opgavegericht verder samen te werken om de huidige en toekomstige maatschappelijke opgaven het hoofd te bieden. Het gaat hierbij onder andere om duurzaamheid, de energietransitie, migratie, veiligheid en het onderzoek naar samenwerking op het gebied van binnensportaccommodaties. Op veel terreinen werken de gemeenten al samen, zowel formeel als informeel. Dit behouden en intensiveren, is wenselijk. In de toekomst kunnen andere (nieuwe) maatschappelijke thema’s binnen de opgavegerichte samenwerkingsvorm opgepakt worden. De colleges hebben deze ambitie en intentie ook wederzijds uitgesproken. Bijkomend pluspunt van de opgavegericht samenwerken is dat ook Losser desgewenst eenvoudig kan deelnemen. Daarmee blijven we op relevante maatschappelijke thema’s als één gebiedscollectief Noordoost Twente opereren. Hiermee wordt de bestuurskracht vergroot ten opzichte van het opereren als individuele gemeente.
Opgavegerichte samenwerking sluit aan bij de huidige manier van samenwerken. Daarmee is het relatief eenvoudig te organiseren en uit te breiden. Het vergt geen extra forse investering van de gemeenten en leidt op korte termijn tot resultaat. Op de maatschappelijk relevante/urgente thema’s wordt zodoende met de minste inspanningen en risico’s, maximale winst behaald voor onze inwoners. Daarmee heeft de samenwerking een maatschappelijke meerwaarde en sluit het naadloos aan bij het gedeelde principe van samenlevingsgericht besturen. Door de grootste opgaven in gezamenlijkheid op te pakken kan er meer focus worden aangebracht en meer expertise worden aangetrokken. Hiermee wordt de strategische capaciteit vergroot en de kwaliteit naar een hoger plan getild. Daarnaast neemt de regionale bestuurskracht toe; samenwerking geeft Noordoost Twente, inclusief Losser, een steviger profiel in de regio. Door meer massa, meer focus, 2
meer expertise en meer gewicht, ook naar andere partijen, kunnen we belangrijke opgaven snel, effectief en efficiënt van antwoord voorzien. Tot slot sluit de vorm van samenwerking aan bij de opdracht vanuit het rijk om de regionale samenwerking te zoeken bij het realiseren van maatschappelijke opgaven. De opgaven zijn immers niet aan gemeentegrenzen gebonden. Andere samenwerkingsmodellen Tijdens het ambtelijke traject van de Verkenning zijn eveneens diverse andere samenwerkingsmodellen onderzocht. De voor- en nadelen, risico’s en de impact voor inwoners zijn per model in kaart gebracht. Na gereedkomen van het rapport van de ambtelijke verkenningen zijn bestuurlijk de gepresenteerde samenwerkingsmodellen verder afgewogen en verdiept. Daarbij ervaren de individuele colleges de urgentie voor een (vergaande) samenwerking(-svorm) verschillend. Wel is in gezamenlijkheid steeds duidelijker geworden dat bij een keuze voor een vergaand samenwerkingsmodel -bijvoorbeeld de ambtelijke fusie – de ICT-harmonisatie essentieel is. ICT raakt het fundament van de gemeenten op vrijwel elk domein. Harmonisatie van ICT en de bijbehorende informatievoorziening is echter een complex proces, dat een flinke investering in tijd, menskracht en financiële middelen vraagt. De ervaringen met de samenwerking op het gebied van de participatiewet wijzen dit ook uit.
Om vanuit een gemeenschappelijke noemer en dus ook direct een zo groot mogelijk rendement uit samenwerken te genereren en dus meerwaarde voor onze inwoners te leveren, kiezen de colleges ervoor om een opgave gerichte samenwerking vorm en inhoud te geven. Voor deze vorm van samenwerking is een ICT-harmonisatie geen vereiste. En dat betekent dat direct met kracht de inhoudelijk en belangrijke maatschappelijke thema’s in samenwerking kunnen worden opgepakt. De keuze voor een andere en eventueel verstrekkender vorm van samenwerking tussen de drie gemeenten kan alleen worden gemaakt als goed zicht bestaat op alle aspecten van een harmonisatie van de ICT-huishouding/informatievoorziening. De indruk is dat ook andere gemeenten te maken hebben met ICT-vraagstukken. Reden om dit dan ook in gezamenlijkheid met andere Twentse gemeenten nader te onderzoeken. Doorontwikkeling en toekomstbestendigheid ambtelijke organisaties De ambtelijke verkenning geeft de kansen en noodzaak tot samenwerking goed, herkenbaar en duidelijk weer. Met de keuze voor de opgavegerichte samenwerking wordt hierin een stap gezet. Dit betekent echter niet dat daarmee alle kwetsbaarheden zijn opgelost. In het kader hiervan is het noodzakelijk om voor de lokaal uit te voeren opgaven te blijven investeren in de kwaliteit van de eigen organisatie.
Een (onderzoek naar) toekomstbestendige informatievoorziening Momenteel ervaren de gemeenten een toename in complexiteit van de informatievoorziening. Een toekomstbestendige informatievoorziening is een fundamentele voorwaarde voor samenwerking op het gebied van beleid, uitvoering en bedrijfsvoering. Onderzocht wordt of de gemeenten dit in gezamenlijkheid met andere Twentse gemeenten kunnen bewerkstelligen. Dit biedt mogelijk een basis voor een intensivering of uitbreiding van de samenwerking op het gebied van beleid, uitvoering en bedrijfsvoering. Uit de resultaten van het onderzoek gaat blijken in hoeverre dit fundament gerealiseerd kan worden en of een bredere en intensievere ambtelijke samenwerking tussen de drie gemeenten op dat moment wenselijk is. Perspectief Het proces richting ambtelijke samenwerking biedt kansen. Er wordt een gemeenschappelijke urgentie ervaren op de huidige en toekomstige maatschappelijke opgaven. Daarom wordt gekozen voor een 3
opgavegerichte samenwerking, waarbij het belang van Noordoost Twente (NOT) als eenheid wordt benadrukt. De gemeenten kiezen ervoor om voor de lokaal uit te voeren opgaven te investeren in de doorontwikkeling en toekomstbestendigheid van de eigen ambtelijke organisatie. Parallel hieraan wordt onderzocht of, en hoe, er een toekomstbestendige informatievoorziening bewerkstelligd kan worden in gezamenlijkheid met andere Twente gemeenten. Na afronding van het onderzoek kan worden gekeken wat de toegevoegde waarde van een uitbreiding, intensivering of formalisering van de samenwerking op dat moment is.
In de vergadering van het politiek forum van 8 april 2024 is besloten uw raad te adviseren tot behandeling en besluitvorming over te gaan.
Oldenzaal, 12 april 2024 Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,
de burgemeester,
G.W. Goedmakers
P.G. Welman
Bijlagen 1. Beantwoording vragen uit raadsbrief Oldenzaal inzake Verkenning samenwerkingsmogelijkheden Oldenzaal Noaberkracht; 2. Verslag van de verkenning maart 2023 definitief juni 2023; 3. Rapport Berenschot 'Een vlucht naar voren of een duurzaam perspectief'; 4. Beantwoording vragen uit opdracht raad Dinkelland en Tubbergen inzake Verkenning samenwerkingsmogelijkheden Oldenzaal Noaberkracht
4
Nr. 1320
De raad van de gemeente Oldenzaal;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 20 juni 2023, nr. 23/4, reg.nr. INTB-23-05995;
besluit:
vast te stellen: 1. kennis te nemen van de gestelde vragen en antwoorden inzake de Verkenning (raadsinfobrief UIT-21-12997 Oldenzaal van 23 november 2021) conform bijlage 1; 2. kennis te nemen van het verslag van de Verkenning ‘Samenwerkingsmogelijkheden Noaberkracht en Oldenzaal in beeld gebracht’; 3. uit de in dit verslag gepresenteerde modellen nu te kiezen voor opgavegerichte samenwerking om huidige en toekomstige maatschappelijke opgaven van antwoorden te voorzien. Het gaat hierbij onder meer om duurzaamheid, energietransitie, migratie, veiligheid en het onderzoek naar samenwerking op het gebied van binnensportaccommodaties; 4. voor de lokaal uit te voeren opgaven met kracht te blijven inzetten op de doorontwikkeling en toekomstbestendigheid van de ambtelijke organisatie; 5. het college de opdracht te geven om te onderzoeken wat nodig is om tot een toekomstbestendige informatievoorziening (ICT) te komen in gezamenlijkheid met andere Twentse gemeenten; 6. het college de opdracht te geven om op basis van de resultaten van het onderzoek genoemd onder punt 5 nader te verkennen of een bredere en nog intensievere ambtelijke samenwerking(-svorm) tussen de drie gemeenten wenselijk is.
Vastgesteld in de openbare vergadering van 23 april 2024 de griffier,
de voorzitter,
B.C. de Groot
P.G. Welman