07. TAM-IMROplan Hoog- en middenspanningsstation Grondmanstraat - Raadsvoorstel en -besluit
Tekst van het document
Bijlagen 2026 21 april 2026 Nr. 17/6 Reg.nr. INTB-26-07127 Bijlagen: 4
Agendapunt: 7
Voorstel tot het ongewijzigd vaststellen van het TAM-Omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22a Hoog- en middenspanningsstation Grondmanstraat Oldenzaal’
Aan de gemeenteraad § 1 Inleiding Enexis heeft een verzoek gedaan om het bestaande transformatorstation aan de Grondmanstraat uit te breiden. Het huidige station is een gezamenlijk hoogspanningsstation van Enexis en TenneT. Het station krijgt stroom via een hoogspanningsverbinding van 110 kilovolt. Het grootste deel van het terrein is ingericht met de schakeltuin van TenneT. Hier wordt alle stroom verdeeld. Aan de zuidkant van het station staan drie grote transformatoren van Enexis. Deze hebben samen een vermogen van 120 megavoltampère (MVA). Ze maken van de hoge spanning een lagere spanning van 10 kilovolt. Aan de noordoostkant van het station staan twee gebouwen voor middenspanning. Hier wordt de stroom verder verdeeld naar wijken en bedrijven. Enexis is het volgende van plan: • de drie 40 MVA-transformatoren vervangen door drie 90 MVA-transformatoren; • eventueel een vierde 90 MVA-transformator toevoegen; • een nieuw middenspanningsgebouw bouwen (modulair); • eventueel een tweede middenspanningsgebouw bouwen. § 2 Doel Het doel is het hoogspanningsstation aan te passen zodat we voorbereid zijn op de toekomst en nieuwe bedrijven en woningen kunnen aansluiten op het elektriciteitsnetwerk. Dit is een maatschappelijke taak. § 3 Argumenten 1.1 Uitbreiding is nodig om pieken in vraag naar en opwekken van stroom aan te kunnen.
Enexis merkt dat het elektriciteitsnet veel sneller vol raakt dan eerder werd verwacht. Daardoor is er te weinig ruimte op het net om nieuwe, vooral grote, aansluitingen te maken. Vooral middelgrote en grote bedrijven hebben hier nu last van. Hierdoor kunnen we geen nieuwe ‘grootverbruik-klanten’ aansluiten. Ook op laagspanningsniveau neemt het gebruik van stroom verder toe. Hierdoor kunnen straks ook inwoners (kleinverbruikers) te maken krijgen met een vol netwerk, oftewel netcongestie. Dit komt onder andere doordat meer huishoudens zonnepanelen, laadpalen en warmtepompen bezitten. Als deze groei zo doorgaat, ontstaan in 2025 of 2026 de eerste echte knelpunten. Dan kan het elektriciteitsnet niet meer alles verwerken wat wordt gevraagd of opgewekt (‘op-wekpiek’). Met de geplande uitbreiding zorgt Enexis ervoor dat het netwerk ook in de toekomst goed blijft werken. Later volgt mogelijk nog een tweede fase. In die fase kan het station verder uitgebreid worden met een extra transformator van 90 MVA en een extra middenspanningsgebouw. Dan komt het totale vermogen uit op 360 MVA, waarvan 270 MVA direct beschikbaar is. Daarmee is het station klaar voor de komende jaren.
1.2 Het college besluit positief over dit plan ondanks het negatieve welstandsadvies omdat de maatschappelijke noodzaak groot is. Zie verdere toelichting onder kanttekening 2.1. 1.3 Zienswijze Op het ontwerp TAM-Omgevingsplan Hoog- en middenspanningsstation Grondmanstraat Oldenzaal heeft de gemeente een zienswijze ontvangen. De zienswijze gaat in op de ontsluiting, veiligheid m.b.t. ontsluiting, esthetiek en beeldkwaliteit, overlast geluid, EMV’s en nadeelcompensatie. De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het plan. Hieronder volgt een samenvatting van de zienswijze en een antwoord daarop. Vervolgens wordt per onderdeel van de zienswijze een voorstel gedaan. Zienswijze 1 1. Onveilige ontsluiting via de Grondmanstraat tijdens de bouwfase en na ingebruikname Betrokkene is van mening dat de ontsluiting via de Grondmanstraat zowel tijdens de bouwfase als na ingebruikname van het trafostation tot een onveilige verkeerssituatie leidt. Volgens betrokkene zal het bouwverkeer in de drukste periodes van het jaar – zoals in de weken voorafgaand aan Pasen, Moederdag en in de aanloop naar kerst – zorgen voor extra verkeersdruk, manoeuvreerbewegingen en oponthoud. Hierdoor ontstaat volgens betrokkene een verhoogd risico voor langzaam verkeer, waaronder voetgangers en fietsers die het tuincentrum bezoeken.
Daarnaast ondervindt ook het overige gemotoriseerde verkeer hinder door de aanwezigheid van zwaar bouwverkeer dat meerdere krappe bochten moet nemen. Ook na de bouw blijft volgens betrokkene sprake van een structureel onveilige situatie, doordat vrachtverkeer dat het trafostation moet bereiken dezelfde beperkte bochtstralen moet gebruiken. Hierdoor ontstaan volgens betrokkene blijvende verkeersrisico’s en hinder in een gebied dat primair bedoeld is voor recreatief winkelend publiek, waaronder gezinnen met kinderen. Antwoord: Enexis heeft in het participatietraject met betrokkene aangegeven dat betrokkene geïnformeerd wordt over de planning van de zwaar transportbewegingen. Voor uitzonderlijk groot materieel (“convoi exceptionnel”) geldt dat hiervoor een vergunning moet worden aangevraagd. Daarbij is afstemming met het tuincentrum verplicht onderdeel van het proces. De gemeente borgt hiermee dat deze transporten zorgvuldig en op geschikte momenten plaatsvinden. Er kan rekening worden gehouden met de momenten waarop het tuincentrum traditioneel de meeste bezoekers ontvangt. In overleg kunnen specifieke piekdagen worden uitgesloten van aanvoerbewegingen of kan de planning worden aangepast. Daarnaast vinden de meeste logistieke bewegingen voor de bouwplaats buiten de reguliere openingstijden van het tuincentrum (veelal vóór 09.00 uur en na 15.30 uur).
Hierdoor wordt de impact op het bezoekend verkeer aanzienlijk beperkt. De eigenaren kunnen altijd direct in contact gaan met de verantwoordelijke bouwleider ter plaatse over ontstane ongewenste situaties. De Grondmanstraat betreft een wegprofiel dat geschikt is voor de passage van vrachtverkeer richting het eigen terrein van de netbeheerder, waar vervolgens de benodigde manoeuvreerruimte aanwezig is. Tevens zullen tijdens de bouwfase adequate verkeersmaatregelen worden getroffen om een veilige omgeving voor alle verkeersdeelnemers te waarborgen. De ontwikkeling leidt niet tot een onveilige verkeerssituatie. Na ingebruikname van het trafostation is slechts sprake van een zeer beperkt aantal verkeersbewegingen. Het gaat hoofdzakelijk om personenauto’s of kleinere servicebusjes voor regulier onderhoud. Incidenteel groot onderhoud kan tot zwaarder verkeer leiden, maar ook dan gelden de bestaande vergunning- en afstemmingsprocedures. De verkeersintensiteit neemt ten opzichte van de huidige situatie daardoor niet of nauwelijks toe. De Grondmanstraat is geen verblijfsgebied maar een regulier toegangs- en ontsluitingsweg; het gebruik door gemengd verkeer past binnen deze functie.
2
Gelet op bovenstaande acht de gemeente de verkeerssituatie zowel tijdens de bouwfase als in de gebruiksfase voldoende veilig en beheersbaar. De zienswijze geeft geen aanleiding om het ontwerp aan te passen. Voorstel: plan handhaven 2. Aantasting van de esthetische beeldkwaliteit. Door de ontsluiting aan de Grondmanstraat wordt de geplande groenstrook onderbroken. Hierdoor kijken bezoekers van het tuincentrum direct uit op een hoge stalen poort en de massieve contouren van het trafostation en de transformatoren. Dit heeft een negatieve invloed op de ruimtelijke kwaliteit en de klantbeleving van bezoekers van het tuincentrum. Antwoord: Het ontwerp voorziet in een landschappelijke inpassing met divers opgaand groen rondom het terrein. Dit groen wordt zodanig gepositioneerd dat het gebouw en de installaties grotendeels aan het zicht worden onttrokken en de ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt. Richting het tuincentrum is minder opgaand groen aanwezig zodat het zicht op het tuincentrum behouden blijft. De gebouwen van het station worden met esthetisch verantwoorde materialen uitgevoerd. De toepassing van onder meer steenstrips geeft het gebouw een hoogwaardige uitstraling en beperkt de visuele impact in het gebied.
Op basis hiervan is de gemeente van oordeel dat de ruimtelijke kwaliteit niet wordt aangetast, maar juist verbetert door de voorgenomen landschappelijke inpassing en materiaalkeuze. Voorstel: plan handhaven 3. Ontsluiting via de Visschedijkweg Betrokkene is van mening dat de ontsluiting van het trafostation beter via de Visschedijkweg kan worden gerealiseerd. Volgens betrokkene worden hiermee de bezwaren over verkeersveiligheid en aantasting van de ruimtelijke kwaliteit weggenomen. De Visschedijkweg biedt volgens betrokkene een logische en veilige route voor vrachtverkeer, met een vloeiende bocht vanaf de verkeerslichten richting het trafostation. Daarnaast sluit deze locatie beter aan bij het industriële karakter van het nabijgelegen ontwikkelgebied Jufferbeek Noord. Door gebruik te maken van deze ontsluiting blijft de groenstrook aan de Grondmanstraat intact, wat volgens betrokkene de ruimtelijke kwaliteit ten goede komt. Betrokkene verzoekt de gemeente het aangedragen alternatief serieus te onderzoeken en te overwegen. Antwoord: De gemeente heeft het aangedragen alternatief om de ontsluiting via de Visschedijkweg te realiseren beoordeeld, maar ziet geen aanleiding om hiervan gebruik te maken. Alleen tijdens de bouwfase is sprake van extra (vracht)verkeer ten opzichte van de bestaande situatie.
De Grondmanstraat beschikt over een voldoende breed wegprofiel dat geschikt is voor vrachtverkeer en een veilige en praktische ontsluiting naar het terrein van de netbeheerder mogelijk maakt. De Grondmanstraat heeft een wegprofiel van 5 meter breedte met een enkele rij bermverharding (40 cm) aan beide zijden. Deze breedte is voldoende voor het passeren van personenverkeer en vrachtwagens. De Visschedijkweg daarentegen is aanzienlijk smaller (3 meter breed en geen bermverhardingen) en minder passend voor zwaar verkeer en passerend verkeer. Een ontsluiting via deze route zou eerder leiden tot verkeerskundige knelpunten dan tot verbetering van de situatie. Daarnaast is het ontwikkelgebied Jufferbeek Noord, waar volgens de indiener een meer industrieel karakter ontstaat, nog niet concreet uitgewerkt. De plannen bevinden zich in een vroeg stadium en hebben een zogenoemde “zachte” status. Aan deze nog niet-vastgestelde gebiedsontwikkeling kan daarom niet worden getoetst, noch kan deze dienen als onderbouwing voor een alternatieve ontsluitingsroute. 3
Ten aanzien van de groenstructuur wordt opgemerkt dat de huidige groenstrook aan de Grondmanstraat hoofdzakelijk uit gras bestaat. In het plan wordt deze strook landschappelijk versterkt door de toevoeging van divers opgaand groen. Hierdoor neemt de ruimtelijke kwaliteit toe, ondanks de noodzakelijke weg en de ondergrondse kabelinfrastructuur die worden aangelegd. Een ontsluiting via de Visschedijkweg zou bovendien juist tot aanzienlijke aantasting van bestaande groenstructuren leiden, omdat hiervoor meerdere bomen gekapt zouden moeten worden. Dit acht de gemeente onwenselijk. Gelet op bovenstaande wordt het aangedragen alternatief niet als beter of wenselijk beschouwd. De gekozen ontsluiting via de Grondmanstraat blijft verkeerskundig, ruimtelijk en landschappelijk het meest passend. Voorstel: plan handhaven 4. Betrokkene stelt dat de uitbreiding van het trafostation kan leiden tot zowel structurele als tijdelijke omzetdaling voor het tuincentrum. Volgens betrokkene kan de aanwezigheid van het trafostation, in combinatie met geluid en de perceptie van elektromagnetische velden (EMV), ertoe leiden dat bezoekers zich onveilig voelen en het tuincentrum mijden.
Dit zou volgens betrokkene een verslechtering van de ruimtelijke kwaliteit, beleving, bereikbaarheid en visuele situatie veroorzaken, wat kan resulteren in waardedaling van het bedrijfspand en beperkingen in de exploitatiemogelijkheden. Daarnaast verwacht betrokkene tijdelijke omzetdaling tijdens de bouwfase, met name wanneer werkzaamheden plaatsvinden in piekperioden zoals het voorjaar, Pasen, Moederdag en de periode voor kerst. Betrokkene vreest dat bouwverkeer, afzettingen en hinder door geluid en stof de bereikbaarheid en aantrekkelijkheid van het tuincentrum verminderen, wat volgens hem kan leiden tot substantiële financiële schade. Tot slot verzoekt betrokkene de gemeenteraad te erkennen dat de ontwikkeling kan leiden tot planschade, verslechtering exploitatiemogelijkheden, omzetdaling, aantasting bereikbaarheid en ruimtelijke kwaliteit en vraagt hij om het opnemen van een voorwaardelijke verplichting voor volledige compensatie. Daarnaast verzoekt hij om een preventieve planschadeovereenkomst om mogelijke schadeposten en wijze van compensatie vooraf vast te leggen. Antwoord: Er is een uniforme regeling, namelijk de nadeelcompensatieregeling. Deze wettelijke regeling (titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht) biedt de mogelijkheid om een schadeverzoek in te dienen die het gevolg is van rechtmatig overheidshandelen.
Op grond van deze regeling kan een belanghebbende een verzoek indienen voor nadeelcompensatie. Voor een nadere toelichting verwijzen wij naar ons beleid, namelijk de verordening nadeelcompensatie Oldenzaal 2022. Mocht indiener zich (in een later stadium) op het standpunt stellen dat hij in aanmerking komt voor nadeelcompensatie staat het hem vrij daartoe een verzoek in te dienen. 5. Overlast geluid en EMV’s Betrokkene maakt zich zorgen over mogelijke geluidsoverlast en de aanwezigheid van elektromagnetische velden (EMV) als gevolg van de uitbreiding van het trafostation. Volgens betrokkene zijn de woningen aan de Grondmanstraat 6 en 6a niet meegenomen in de geluid- en EMV-beoordelingen, ondanks dat deze in de nabijheid van het plangebied liggen. Betrokkene vreest zowel een feitelijke toename van geluid als een vermindering van het woongenot door de bewustwording dat EMV’s aanwezig zijn, wat volgens hem leidt tot een gevoel van onveiligheid. Betrokkene verzoekt daarom om een locatie‑specifiek akoestisch onderzoek en een EMV‑berekening waarin zijn woningen expliciet worden meegenomen.
4
Antwoord: Zowel geluid als EMV zijn bronnen die reeds aanwezig zijn vanwege het bestaande transformatorstation. De uitbreiding betekent dat de inrichting in omvang toeneemt, maar dit leidt niet tot overschrijding van de toepasselijke wettelijke normen. Geluid In opdracht van Enexis is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidimmissie als gevolg van de voorgenomen vervanging en uitbreiding van de transformatoren. Op basis van de door de leverancier gestelde geluideisen is een rekenmodel opgesteld waarmee de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus zijn berekend en getoetst aan de geldende geluidgrenswaarden onder de Omgevingswet. Uit het onderzoek blijkt dat: • in de dagperiode maximaal 44 dB(A) optreedt (grenswaarde: 50 dB(A)); • in de avondperiode maximaal 44 dB(A) optreedt (grenswaarde: 45 dB(A);, • in de nachtperiode maximaal 38 dB(A) optreedt (grenswaarde: 40 dB(A)). Deze waarden zijn inclusief de toeslag voor tonaal geluid. Hieruit volgt dat het transformatorstation ruimschoots binnen de geldende wettelijke grenswaarden blijft. Met betrekking tot de woningen Grondmanstraat 6 en 6a merkt de gemeente op dat in het akoestisch onderzoek een representatief rekenpunt is opgenomen (Enexis 14/15). Dit punt dekt de geluidsbelasting ter plaatse van deze woningen. Bovendien liggen deze woningen buiten het geluidsaandachtsgebied, zoals vastgesteld in het onderzoek.
Elektromagnetische velden (EMV) Enexis past het Convenant bronmaatregelen ter beperking van magneetvelden toe. Hiermee wordt geborgd dat het ontwerp en de technische inrichting van het station voldoen aan de landelijke afspraken voor het beperken van magneetvelden bij bovengrondse en ondergrondse netcomponenten. Daarnaast is door Enexis onderzoek uitgevoerd naar de optredende magnetische velden in de huidige situatie van het hoogspanningsstation. Uit dit onderzoek blijkt dat: • de cumulatieve 0,4 μT-contour vrijwel volledig binnen de perceelsgrenzen van het station ligt; • alleen het deel van de contour afkomstig van inkomende hoogspanningslijnen buiten het terrein valt; • deze inkomende lijnen geen onderdeel vormen van het transformatorstation dat in dit plan wordt uitgebreid; • de jaargemiddelde magnetische fluxdichtheid (Brms) ter hoogte van de nabijgelegen woningen lager is dan de streefwaarde van 0,4 μT. Hieruit wordt geconcludeerd dat sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat en dat de EMV-belasting ter plaatse van de woningen voldoet aan de landelijke richtlijnen. Gelet op de onderzoeksresultaten voor zowel geluid als EMV en het feit dat wordt voldaan aan de toepasselijke wettelijke normen en landelijke afspraken, acht de gemeente aanvullend locatie-specifiek onderzoek niet noodzakelijk. De zienswijze geeft geen aanleiding om het plan aan te passen.
Voorstel: plan handhaven. 6. Waardedaling Betrokkene stelt dat de uitbreiding van het trafostation zal leiden tot waardedaling van de woningen aan de Grondmanstraat 6 en 6a. Volgens betrokkene verandert de huidige groene en aantrekkelijke woonomgeving door de uitbreiding in een gebied met een meer industriële uitstraling. Dit zou volgens hem een negatieve invloed hebben op de woningwaarde. Betrokkene verzoekt de gemeenteraad daarom te erkennen dat sprake kan zijn van planschade in de vorm van waardedaling en vraagt om compensatie hiervoor te borgen indien het omgevingsplan wordt vastgesteld. Antwoord: Voor een uitgebreide uitleg verwijzen we naar de eerste (uitgebreide) beantwoording onder punt 4. 5
Mocht indiener zich (in een later stadium) op het standpunt stellen dat hij in aanmerking komt voor nadeelcompensatie staat het hem vrij daartoe een verzoek in te dienen. Voorstel: plan handhaven. § 4 Kanttekeningen 2.1 Het plan is ter inzage gelegd met een negatief welstandsadvies De landschappelijke inpassing en vormgeving van het nieuwe station zijn besproken met de stadsbouwmeester van Het Oversticht. In het huidige ontwerp zijn de twee middenspanningsgebouwen naast elkaar gepositioneerd. Het Oversticht geeft hierover een negatief welstandsadvies, omdat sprake is van een ‘wandwerking’. Deze wandwerking zou door verspringing van en ruimte tussen de gebouwen gerealiseerd kunnen worden. Echter, het creëren van een verspringing is vanuit technisch oogpunt niet mogelijk. Redenen: 1. er moet ruimte overblijven om de installaties te kunnen verwisselen in de middenspanningsgebouwen en de transformatoren. Dit zijn complexe operaties die de inzet van groot bouwmaterieel vergt (o.a. een kraan en diepladers). Daarvoor is aan de voorzijde van de transformatorcellen minstens 10 meter ruimte nodig; 2. de kabels tussen de transformatoren en de middenspanningsinstallaties op het station maken het onmogelijk om de gebouwen zuidwaarts te plaatsen. De transformatoren voeden, via kabels, de middenspanningsinstallaties die in de te bouwen gebouwen staan.
De hele zone tussen de middenspanningsgebouwen en de transformatorcellen ligt vol met kabels om alle installaties op elkaar te laten aan sluiten. Op de transformatorkabels mogen geen gebouwen staan. Het is niet mogelijk om de kabels dichter op elkaar te leggen. Tijdens het transport van elektriciteit komt namelijk warmte vrij. Als de kabels dichter op elkaar worden gelegd, kunnen de kabels te warm worden en beschadigen (bijvoorbeeld smelten); 3. de middenspanningsgebouwen kunnen niet westwaarts worden gepositioneerd. Hier komt op termijn een kabel van 110 kilovolt van TenneT te liggen. Tussen deze kabel en een midden-spanningsgebouw moet minstens 2,5 meter vrij blijven; 4. andere locaties voor de middenspanningsgebouwen zijn wel overwogen, maar niet realistisch bevonden. Als de middenspanningsgebouwen aan de west- of zuidzijde van het station worden geplaatst, zou hier grootschalige bomenkap moeten plaatsvinden vanwege de aanleg van alle kabels. Daarnaast is een groot gedeelte van het huidige stationsterrein niet beschikbaar voor Enexis, omdat hier installaties van TenneT staan. Vanuit deze overwegingen is, naast de maatschappelijke noodzaak om de stroomvoorziening te verzwaren, het plan in procedure gebracht met een negatief welstandsadvies. Daarbij wordt de veronderstelde ‘wandwerking’ zoveel mogelijk aan het zicht onttrokken door nog te planten houtsingels en groen.
Ook worden de middenspanningsgebouwen voorzien van steenstrips of soortgelijkend materiaal, zodat kleurstelling en textuur vergelijkbaar zijn met de bestaande bebouwing. Op deze manier creëren we een zo uniform mogelijk beeld. Tot slot zijn tijdens de informatiebijeenkomst en bij de ter inzage legging van het ontwerp TAM-omgevingsplan geen reacties binnengekomen met betrekking tot de voorgestelde ‘wandwerking’. § 5 Resultaten van overleg en inspraak (inclusief burgerinitiatief) Enexis heeft de omgeving en andere stakeholders voorafgaand aan de ter inzagelegging van dit plan actief geïnformeerd. De meest recente informatiebijeenkomst heeft op 15 oktober 2025 plaatsgevonden. In bijlage 11 van de motivering van het TAM-Omgevingsplan is het participatietraject inzichtelijk gemaakt. De initiatiefnemer informeert ook de komende tijd, samen met de gemeente, de omgeving over de voortgang van het project. Ook blijft de omgevingsmanager van Enexis beschikbaar voor vragen en opmerkingen over de ontwikkeling van het station.
6
§ 6 Financiën In het kader van de voornoemde ontwikkeling gaat de gemeente kosten maken onder andere voor stedenbouwkundige planbegeleiding. De te maken kosten worden via een anterieure overeenkomst op de initiatiefnemer verhaald. Het kostenverhaal als bedoeld in artikel 13.11 van de Omgevingswet is hiermee verzekerd. § 7 Globale Goals 7. Betaalbare en duurzame energie
9. Industrie, innovatie en infrastructuur
11. Duurzame steden en gemeenschappen
De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de energievoorziening van de stad. Daarmee kunnen nieuwe aansluitingen worden afgegeven. Daarmee leveren we een bijdrage aan de industrie en infrastructuur van de stad. § 8 Uitvoering Na dit besluit wordt het TAM-omgevingsplan doorgezet naar de gemeenteraad om het TAM-omgevingsplan vast te stellen. Na vaststelling door de gemeenteraad wordt het plan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Na deze zes weken wordt het TAM-omgevingsplan onherroepelijk, tenzij beroep wordt ingesteld. § 9 Communicatie Het besluit wordt toegelicht door de portefeuillehouder tijdens de wekelijkse persconferentie van het college van burgemeester en wethouders. Enexis informeert de omgeving en andere stakeholders over de voortgang van het project. Dit gebeurt op meerdere momenten: onder andere bij besluitvorming, start werkzaamheden en afronding. In de vergadering van het politiek forum van 15 juni 2026 is besloten uw raad te adviseren tot behandeling en besluitvorming over te gaan.
Oldenzaal, 19 juni 2026 Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,
de burgemeester,
G.A. Tiebot
P.G. Welman
Bijlagen 1. Verbeelding 2. Motivering (inclusief bijlagen) 3. Regels (inclusief bijlagen) 4. Nota Zienswijze incl. gespreksverslag
7
Nr. 1556
De raad van de gemeente Oldenzaal;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 21 april 2026 , nr. 17/6, reg.nr. INTB-26-07127; gelet op Artikel 2.4 Omgevingswet en artikel 4:81 Algemene wet bestuursrecht.
besluit:
1. het TAM-Omgevingsplan ‘Hoofdstuk 22a Hoog- en middenspanningsstation Grondmanstraat Oldenzaal’, identificatie: NL.IMRO.0173.BP16058-va01 ongewijzigd vast te stellen overeenkomstig de bij dit besluit behorende en als zodanig gewaarmerkte verbeelding, regels en motivering.
Vastgesteld in de openbare vergadering van 29 juni 2026 De plaatsvervangend griffier, {{esl:Signer1:Capture:size(250,55), offset(-50,-6)}}
W. Knobben
de voorzitter, {{esl:Signer2:Capture:size(250,55), offset(-50,-6)}}
P.G. Welman