07. TAM-IMROplan hoog- en middenspanningsstation Grondmanstraat - bijlage beantwoording vragen politiek forum 15 juni 2026
Tekst van het document
Inleiding Tijdens het Politiek Forum van 15 juni 2026 is het voorstel met betrekking tot het hoog- en middenspanningsstation aan de Grondmanstraat besproken. In dat kader zijn door de raad verschillende vragen gesteld. De wethouder heeft daarbij de toezegging gedaan om schriftelijk terug te komen op (1) de vragen over de mogelijke realisatie van een vierde transformator en (2) de nog openstaande technische vragen van de heer Van Alfen. Met dit document wordt invulling gegeven aan deze toezeggingen. In afwachting van de beantwoording van deze vragen heeft de fractie van D66 aangegeven het onderwerp als bespreekvoorstel te willen agenderen voor de raadsvergadering van 29 juni 2026. Daarmee is het voorstel geagendeerd voor inhoudelijke bespreking in de raad.
Vierde transformator Er wordt gesproken over een vierde transformator. Wordt deze gelijktijdig met de overige werkzaamheden gerealiseerd, of pas op een later moment? En hoe ziet het proces richting de eventuele realisatie van deze vierde transformator eruit? Antwoord De realisatie van een vierde transformator maakt geen onderdeel uit van de eerste fase van de uitbreiding. In fase 1 worden twee nieuwe transformatoren en één nieuw middenspanningsgebouw gerealiseerd. Deze werkzaamheden worden zo spoedig mogelijk na vaststelling van het TAM-Omgevingsplan voorbereid en vergund, met als doel de bestaande netcongestie in het gebied te verminderen. In het omgevingsplan is daarnaast rekening gehouden met een mogelijke tweede fase. In deze fase kan, indien daar aanleiding toe is, een extra middenspanningsgebouw en een derde extra transformator (de vierde in totaal) worden gerealiseerd. Deze mogelijkheid is planologisch vastgelegd, maar wordt niet direct benut. De daadwerkelijke realisatie van deze vierde transformator is afhankelijk van de toekomstige ontwikkeling van de netcapaciteit en de vraag naar transport van elektriciteit in het gebied. Netbeheerders monitoren continu de belasting van het net en beoordelen op basis daarvan of en wanneer verdere uitbreiding noodzakelijk is.
Daarbij wordt ook gekeken naar ontwikkelingen in de regio en andere maatregelen die bijdragen aan het verminderen van netcongestie. Op het moment dat blijkt dat aanvullende capaciteit nodig is, zal worden besloten of en wanneer gebruik wordt gemaakt van de in het omgevingsplan opgenomen uitbreidingsmogelijkheid. Voor de realisatie is vervolgens een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist, waarbij wordt getoetst aan het vastgestelde omgevingsplan. Een besluit tot realisatie van de vierde transformator wordt genomen door de netbeheerder op basis van de toekomstige capaciteitsbehoefte. De gemeenteraad neemt hierover geen afzonderlijk besluit, aangezien de planologische mogelijkheid reeds in het omgevingsplan wordt vastgelegd. Voor de realisatie blijft wel een omgevingsvergunning voor bouwen vereist.
Actualiteit knelpunten elektriciteitsnet In § 3 sub 1.1 Argumenten staat de volgende tekst: “Als deze groei zo doorgaat, ontstaan in 2025 of 2026 de eerste echte knelpunten.” Inmiddels is het 2026. Zijn deze knelpunten inmiddels ontstaan en waar doen deze zich voor? En waarom is de tekst in de toekomstige tijd geformuleerd en niet geactualiseerd? Antwoord De betreffende passage is opgesteld in de periode 2024–2025. Om die reden is de verwachting over het ontstaan van knelpunten in de toekomstige tijd geformuleerd.
Inmiddels is sprake van feitelijke knelpunten op het elektriciteitsnet. Deze uiten zich onder andere in het feit dat bedrijven in veel gevallen niet direct kunnen worden aangesloten en dat voor nieuwe aansluitingen een wachtlijst wordt gehanteerd. Voor woningbouwprojecten geldt dat netcapaciteit schaars is en gericht moet worden toegewezen. Netbeheerders werken hierbij met een prioriteringssystematiek. Op basis van het in 2024 door de ACM vastgestelde kader wordt de beschikbare (rest)capaciteit gefaseerd toegewezen. Hierbij geldt in hoofdlijnen de volgende volgorde: • plannen die reeds bekend waren bij de netbeheerder; • planologisch harde plannen; • planologisch zachte plannen, voor zover nog capaciteit beschikbaar is. De gemeente zet zich er daarbij voor in om, waar mogelijk, tijdig netcapaciteit te reserveren voor woningbouwontwikkelingen. Nieuwe aanvragen die na de huidige ronde worden ingediend, komen op een wachtlijst, vergelijkbaar met de huidige situatie bij bedrijven. De beschikbare capaciteit op het elektriciteitsnet blijft naar verwachting beperkt totdat grootschalige netverzwaringen door TenneT zijn gerealiseerd. Volgens de huidige investeringsplanning van TenneT en Enexis wordt substantiële uitbreiding van de transportcapaciteit in deze regio voorzien in de periode 2035-2038. Tot die tijd blijft een zorgvuldige en gefaseerde toewijzing van capaciteit noodzakelijk.
Tijdelijk karakter TAM TAM staat voor Tijdelijke Alternatieve Maatregel. Wat is in dit geval het tijdelijke karakter van deze maatregel? Antwoord TAM (Tijdelijke Alternatieve Maatregel) betreft een tijdelijk instrument dat is geïntroduceerd bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Het dient als vangnet voor overheden en uitvoeringsorganisaties die nog niet volledig kunnen werken volgens de nieuwe landelijke standaarden (STOP/TPOD) voor omgevingsdocumenten. Het tijdelijke karakter zit in zowel het gebruik als de geldigheidsduur van deze werkwijze. Per 1 januari 2026 is het niet meer mogelijk om nieuwe omgevingsdocumenten via de TAM-systematiek op te stellen. Voor TAM-omgevingsplannen waarvan het ontwerp uiterlijk op 31 december 2025 ter inzage is gelegd, geldt dat de procedure na deze datum nog wel volgens de TAM-systematiek kan worden afgerond. Daarnaast geldt een wettelijke overgangstermijn: uiterlijk op 31 december 2031 moeten alle TAM-omgevingsplannen door het bevoegd gezag zijn omgezet naar de STOP/TPOD-standaarden. Deze omzetting is noodzakelijk om te komen tot één integraal, digitaal en geconsolideerd omgevingsplan dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet.
Geluidswaarden In § 5 worden grenswaarden voor geluid genoemd. “Hieruit volgt dat het transformatorstation ruimschoots binnen de geldende wettelijke grenswaarden blijft.” In de avondperiode wordt echter een waarde van 44 dB genoemd bij een grenswaarde van 45 dB. Dit lijkt beperkt en niet “ruimschoots”. Wordt daadwerkelijk voldaan aan de wettelijke waarden? Wat zijn de actuele waarden? En waarom staat de A tussen haakjes (dB(A)), gezien het verschil tussen een absolute maat en een gewogen eenheid? Antwoord De geluidsbelasting van het transformatorstation is onderzocht in het akoestisch rapport ‘Onderzoek naar de geluidsniveaus in de omgeving ten gevolge van het transformatorstation Oldenzaal aan de Grondmanstraat te Oldenzaal’ van 8 september 2025, waarin de toekomstige situatie is doorgerekend.
Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse van de dichtstbijzijnde woningen de volgende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus optreden: • ten hoogste 44 dB(A) in de dagperiode (grenswaarde: 50 dB(A)); • ten hoogste 44 dB(A) in de avondperiode (grenswaarde: 45 dB(A)); • ten hoogste 38 dB(A) in de nachtperiode (grenswaarde: 40 dB(A)). Hiermee wordt in alle beoordelingsperioden voldaan aan de geldende wettelijke grenswaarden. De berekende geluidniveaus zijn inclusief een toeslag voor mogelijk tonaal geluid. Bij de berekeningen is uitgegaan van een worstcasesituatie, waarbij alle transformatoren gelijktijdig in bedrijf zijn. In de praktijk is sprake van reservebedrijf en functioneren niet alle transformatoren tegelijkertijd. Dit betekent dat de feitelijke geluidsbelasting naar verwachting lager zal zijn dan de berekende maximale waarden. De aanduiding dB(A) betreft een gewogen geluidsmaat, waarin rekening wordt gehouden met de gevoeligheid van het menselijk gehoor. Dit is de wettelijk voorgeschreven en gangbare eenheid bij de beoordeling van geluidhinder. Gelet op het vorenstaande wordt voldaan aan de geldende normen en is sprake van een aanvaardbare akoestische situatie, passend binnen een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De formulering 'ruimschoots binnen de normen' is voor de avondperiode minder passend.
Correcter is dat wordt voldaan aan de geldende grenswaarden, waarbij in de avondperiode sprake is van een beperkte marge van 1 dB(A). EMV In dezelfde § 5 worden streefwaarden voor straling genoemd zijnde 0,4 microtesla en wordt gesteld dat deze waarde ruim binnen de landelijke richtlijnen valt. Wat zijn de landelijke richtlijnen? Er wordt gesteld dat de inkomende lijnen geen onderdeel van de uitbreiding vormt maar bij een extra trafostation kan ook meer energie binnenkomen en zal de cumulatieve contour onzes inziens toenemen. Wij verwachten niet dat de laagfrequent straling van transformatoren tot een hogere straling zal leiden dus de vraag heeft specifiek betrekking op de inkomende lijnen. Antwoord De EU-aanbeveling op gebied van magneetvelden is voor de Nederlandse overheid richtinggevend. De daarin voor de bevolking aanbevolen blootstellingslimiet voor magneetvelden (van 50 herz) bedraagt 100 microtesla. Daarnaast geldt in Nederland sinds 2005 voor bovengrondse hoogspanningslijnen een voorzorgbeleid. In 2023 is het beleid herijkt.
Het Rijk adviseert het bevoegd gezag voor de ruimtelijke ordening en netbeheerders voor elektriciteit om bij de vaststelling van ruimtelijke plannen en van de tracés van bovengrondse hoogspanningslijnen, zoveel als redelijkerwijs mogelijk, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig verblijven in gebieden waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger kan zijn dan 0,4 microtesla (de magneetveldzone). Hetzelfde advies geldt bij wijzigingen van bestaande ruimtelijke plannen of bestaande hoogspanningslijnen. Deze waarde is geen wettelijke norm, maar een beleidsmatige streefwaarde die specifiek wordt gehanteerd bij bovengrondse hoogspanningslijnen. Voor stations en ondergrondse of inpandige installaties, zoals het hier aan de orde zijnde transformatorstation, gelden geen vaste afstands- of contournormen op basis van de 0,4 microtesla. In plaats daarvan wordt gewerkt met bronmaatregelen. Sinds 2023 passen netbeheerders, conform het landelijke convenant bronmaatregelen magneetvelden, standaard technische maatregelen toe om de magneetveldsterkte zo laag mogelijk te houden. Dit gebeurt bijvoorbeeld door een optimale configuratie van kabels en een compacte opstelling van stroomvoerende delen. Elektromagnetische velden ontstaan door elektriciteit: een elektrisch veld bij spanning en een magnetisch veld bij stroom.
De sterkte van magneetvelden neemt snel af naarmate de afstand tot de bron groter wordt. De magneetveldsterkte wordt uitgedrukt in microtesla (µT). Voor het voorliggende project geldt dat: • de installatie wordt ontworpen en gerealiseerd met toepassing van de geldende bronmaatregelen;
• •
de optredende magneetvelden ruim onder de internationale blootstellingslimiet van 100 microtesla blijven; wordt voldaan aan het actuele Nederlandse voorzorgbeleid.
Het is theoretisch mogelijk dat uitbreiding van transportcapaciteit leidt tot een wijziging van magneetvelden rondom inkomende verbindingen. Omdat aanpassing van deze verbindingen geen onderdeel vormt van het voorliggende project, zijn dergelijke effecten niet onderzocht. Uit de beschikbare onderzoeken blijkt dat er geen aanleiding is om te concluderen dat de uitbreiding leidt tot onaanvaardbare effecten op het gebied van elektromagnetische velden. Verdere aanvullende onderzoeken in dit kader worden daarom niet noodzakelijk geacht. Met de beantwoording van de bovenstaande vragen is invulling gegeven aan de gedane toezeggingen in het Politiek Forum. Wij vertrouwen erop dat de raad hiermee voldoende is geïnformeerd ten behoeve van de verdere behandeling van het voorstel in de raadsvergadering van 29 juni 2026.