07 Kadernota 2022 - bijlage Kadernota 2022
Tekst van het document
Hoort bij raadsbesluit 1088 van 28 juni 2021, de griffier,
H.B.
Inhoudsopgave Inleiding........................................................................................................................................2 1 Financieel perspectief 2022-2025 ..........................................................................................4 2 Prognose op hoofdlijnen .......................................................................................................6 2.1 Totaal programmabegroting 2021 ...............................................................................................6 2.2 Structurele gevolgen Decembernota en 1e Financiële bijstelling ................................................7 2.3 Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten ....................................................................7 2.3.1 Toetsingskader Provincie.................................................................................................7 2.3.2 Samenvatting begrotingsuitgangspunten komende planperiode .....................................8 2.4 Structurele gevolgen meicirculaire 2021 .....................................................................................9 2.5 Structurele gevolgen 2e Financiële bijstelling 2021 .....................................................................9 2.6 Bekende financiële
ontwikkelingen............................................................................................10 2.6.1 Budgetontwikkelingen Sociaal Domein (Structurele doorwerking jaarrekening 2020)...10 2.6.2 IHP Onderwijs ................................................................................................................10 2.6.3 Corona Risicoanalyse ....................................................................................................10 2.6.4 Herijking gemeentefonds ...............................................................................................11 2.6.5 Dividend Cogas..............................................................................................................11 2.7 Voorgenomen aanvullend beleid ...............................................................................................11 2.7.1 Te honoreren aanvullende beleidsontwikkelingen .........................................................12 2.7.2 Vooralsnog niet te honoreren aanvullende beleidsontwikkelingen ................................14 2.8 Indicatief subtotaal komende planperiode .................................................................................15 2.9 Voorgesteld voorlopig dekkingsplan ..........................................................................................15 2.10 Totaalresultaat
........................................................................................................................16
3 Ontwikkelingen en Risico’s .................................................................................................17 3.1 Gemeentefonds .........................................................................................................................17 3.2 Sociaal Domein .........................................................................................................................17 3.3 Reservepositie/weerstandsratio ................................................................................................17 3.4 Overige risico’s ..........................................................................................................................18
4 Conclusies.............................................................................................................................19 Bijlage 1. Gedetailleerde uitwerking van de uitgangspunten ...............................................20 Bijlage 2. Toelichtingen voorstellen aanvullend en nieuw 2022 ...........................................27
1
Inleiding De start van een nieuwe planning & control cyclus begint jaarlijks met het opstellen van een kadernota. In dit geval de Kadernota 2022 voor de planperiode 2022-2025. Zoals de naam min of meer al aangeeft worden in deze kadernota door uw raad de kaders en uitgangspunten vastgesteld voor het opstellen van de eerstvolgende programmabegroting. In dit geval de programmabegroting 2022. Verwachte extra compensatie Rijk geeft financieel iets meer lucht Zoals bekend gaan de gemeentelijke financiën al jaren gebukt onder de hoge kosten binnen het sociaal domein (met name de jeugdzorg) en de ontoereikende compensatie daarvoor vanuit het Rijk. Om toch goede zorg te kunnen leveren voor de inwoners van Oldenzaal, heeft de gemeente de afgelopen jaren flink moeten bijsturen en bezuinigen. De realisatie van enkele ambities is uitgesteld of afgesteld. Daardoor heeft Oldenzaal het hoofd nipt boven water weten te houden. Gelet op de recente uitspraak van de rechter in de arbitragezaak die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten aanspande tegen het kabinet, heeft het college er vertrouwen in dat het Rijk vanaf 2022 meer gaat bijdragen voor jeugdzorg. De tekorten op dat terrein zullen daarmee voor een groot deel kunnen worden opgevangen. Binnen de andere beleidsvelden geeft dat iets meer ruimte.
Het college stelt voor om in 2022 de geplande ontwikkelingen in de stad weer voorzichtig op te pakken. In de Kadernota 2022 stelt het college aan de gemeenteraad voor op een aantal thema’s te investeren. Het gaat daarbij voornamelijk om het wegwerken van achterstallig onderhoud dat is ontstaan in de afgelopen jaren. Zo wil het college ervoor zorgen dat de stad gezonder de toekomst in gaat, klaar om toekomstige opgaven aan te kunnen. Wat het college betreft worden eerder geplande ontwikkelingen weer langzaam in gang gezet en kansen die zich nu voordoen benut. Binnen de plannen houdt het college ook nadrukkelijk rekening met de door de gemeenteraad gewenste financiële armslag. Zo biedt het college ook voor het volgende college ruimte om te kunnen investeren. Vitaal uit de crisis komen De koers die het college voorstelt in de Kadernota, is in lijn met de plannen waarmee het college in 2018 begon: inzetten op de versterking van de binnenstad, verbetering van onderwijshuisvesting, inzet op het Oldenzaals erfgoed en cultuur en het borgen van bewegingsonderwijs op basisscholen. Daarnaast is er geld gereserveerd voor de noodzakelijke investeringen op het gebied van informatieveiligheid en een hoognodige digitaliseringsslag. Tot slot ziet het college de mogelijkheid een versnelling in het woningbouwprogramma te realiseren.
Inhoud van deze kadernota Concreet treft u in deze kadernota de volgende informatie aan: de voorgestelde begrotingsuitgangspunten voor de komende programmabegroting op basis waarvan de begroting bestaand beleid voor de nieuwe planperiode geactualiseerd wordt; een prognose van het financieel perspectief bestaand beleid (op hoofdlijnen) voor de komende planperiode; aanvullend en nieuw beleid vanaf het dienstjaar 2022; de nu bekende mogelijke risico’s met financiële consequenties; een indicatie van het, op basis van het voorgaande, verwachte begrotingsresultaat voor de komende planperiode 2022-2025. De financiële gevolgen van de meicirculaire 2021ontvangt u via een afzonderlijke raadsinfobrief op een zodanig moment dat de resultaten hiervan nog bij de beraadslagingen over deze kadernota kunnen worden betrokken. De verwachting is dat de meicirculaire 2021 eind mei 2021 zal verschijnen.
2
Tenzij u ons andere en/of aanvullende kaders meegeeft, stellen we de Programmabegroting 2022 en de meerjarenraming 2023-2025 op conform de kaders en uitgangspunten zoals in deze kadernota opgenomen.
3
1
Financieel perspectief 2022-2025
Financiële positie De basis voor de P&C-instrumenten voor de komende planperiode zijn: Programmabegroting 2021 - in de raadsvergadering van 9 november 2020 vastgesteld; decembernota 2020 - door uw raad op 14 december 2020 vastgesteld; 1e en 2e financiële bijstelling 2021 - door uw raad op 22 maart 2021 en 31 mei 2021 vastgesteld. Ombuigingen en terughoudendheid Na bij de kadernota 2021 een minder positieve prognose te hebben afgegeven zagen we, samen met u, kans om door middel van een ombuigingstraject te komen tot een sluitende begroting 2021. Door deze bezuinigingen, gecombineerd met terughoudendheid ten aanzien van nieuwe beleidsvoornemens, werd een meerjarig positief begrotingsresultaat 2021-2024 gepresenteerd. Hiermee ontstond een financieel en solide uitgangspunt voor het opstellen van de huidige kadernota en de toekomstige begroting voor de planperiode 2022-2025. Immers, de aangepaste programmabegroting 2021 (zie tabel 1) kende een positief resultaat voor het jaar 2021 en verder. Nieuwe beleidsvoornemens Mede op basis daarvan doen we u voorstellen met betrekking tot de aangeleverde aanvullende en nieuwe beleidsvoornemens voor de komende planperiode. U hebt dan de gelegenheid om aan de hand van de kadernota beleidsinhoudelijke en financiële kaders mee te geven aan ons college voor het beleid en de uitvoering voor de komende jaren.
Een en ander uiteraard mede gebaseerd op het vastgestelde coalitieakkoord voor de betreffende periode. In de programmabegroting 2022 worden deze door u aangeven kaders vervolgens nader uitgewerkt. Gehanteerde indexen De coronapandemie en het daarmee samenhangende stimulerende beleid van de Rijksoverheid heeft effect gehad op de te hanteren begrotingsuitgangspunten (lees indexcijfers) voor de komende planperiode. In vergelijking met het begrotingsjaar 2021 stellen wij voor om de indexen voor lonen en goederen/diensten, gebaseerd op de recente ramingen van het Centraal Planbureau (CPB), te verhogen van respectievelijk 2,35% naar 2,60% en van 0% naar 3,1%. Daarnaast is er, net als het voorgaande jaar, gekozen voor een separate index voor het Sociaal Domein, namelijk een index gebaseerd op Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Dit betekent voor 2022 een index van 0,49%. Mogelijke gevolgen coronacrisis Ondanks de inmiddels gestaag vorderende vaccinatiecampagne blijft het vooralsnog onzeker hoe lang de coronapandemie zal aanhouden en wat de uiteindelijke economische gevolgen zullen zijn. Onzeker is ook in hoeverre Rijksmiddelen voor corona worden gecontinueerd en toereikend zullen zijn. Bij de behandeling van de (tussen) evaluatie corona in het Politiek Forum van 9 maart jl.
is in dat kader de wens uitgesproken om een Risicoanalyse op te stellen van de mogelijke toekomstige gevolgen van de coronacrisis voor Oldenzaal en deze op te nemen in de Kadernota en Programmabegroting 2022. De vertaling hiervan zal vervolgens zijn weg gaan vinden in onze ‘risicoparagraaf’ en, impliciet, de weerstandsratio. Begrotingsnorm Bij de behandeling van de Programmabegroting 2020 heeft uw Raad een motie aangenomen om te komen tot een begrotingsnorm, waarbij ruimte zou kunnen worden gecreëerd voor nieuw beleid of onvoorziene gebeurtenissen. Als richtlijn is hierbij aangegeven uit te kunnen gaan van 1%, wat voor de begroting een lastenverzwaring zou betekenen van € 450.000 in 2022 en vanaf 2023 € 900.000. Wij stellen in deze kadenota voor om de norm niet als aparte regel of stelpost te benoemen bij ‘voorgenomen 4
aanvullend beleid’, maar deze als budgetruimte te presenteren bij het begrotingsresultaat. Hiermee verwerken wij de aangenomen motie bij de Programmabegroting 2020. Actualisatie budgetten In Oldenzaal is de gebruikelijke en bestendige handelwijze om voor de gehele planperiode te begroten op basis van constante lonen en prijzen van het dienstjaar. Voor de nu aan de orde zijnde planperiode is dus het verwachte loon- en prijsniveau van 2022 het uitgangspunt. Omdat de programmabegroting 2021 voor de gehele planperiode is gebaseerd op het verwachte loon-/prijsniveau 2021 dient er dus voor de nieuwe planperiode een actualisering van budgetten plaats te vinden. Dit gebeurt aan de hand van de door ons college voorlopig vastgestelde begrotingsuitgangspunten 2022. Van deze uitgangspunten treft u verderop in deze kadernota een samenvatting aan en een uitvoerige versie in bijlage 1. Op basis hiervan zijn de stelposten geraamd zoals in tabel 1 en 2 aangegeven. Daarnaast kregen we nog te maken met in meer of mindere mate nauwelijks te beïnvloeden financiële ontwikkelingen die het uiteindelijke resultaat in belangrijke mate hebben bepaald, zoals in tabel 1 en 3 indicatief geraamd. Tenslotte is er naar verwachting ook sprake van onontkoombare en onuitstelbare nieuwe beleidsontwikkelingen.
In tabel 1 geven we u in een oogopslag een totaaloverzicht van onze financiële verwachtingen voor de komende planperiode. Hoewel de kadernota in beginsel betrekking heeft op de planperiode 2022-2025 is ook de ontwikkeling van de jaarschijf 2021 voor de volledigheid opgenomen. Vervolgens is van elke regel opgenomen in deze tabel een korte toelichting geschreven.
5
2
Prognose op hoofdlijnen
Alle bekende ontwikkelingen samen leiden op dit moment tot een prognose op hoofdlijnen van het begrotingsresultaat voor de gehele planperiode 2022-2025. Hierbij hoort de kanttekening dat de meicirculaire 2021 nog voor een bijstelling kan zorgen, evenals de gedetailleerde doorrekening van het opstellen van de definitieve Programmabegroting 2022. We hebben in tabel 1 ook de bekende ontwikkelingen van het lopende dienstjaar opgenomen om u een totaaloverzicht te geven van de gehele actuele planperiode. Voor een toelichting op de jaarschijf 2021 verwijzen we gemakshalve naar de 2e financiële bijstelling 2021.
Totaal resultaat 2021 – 2025 Onderdelen (x € 1.000) a. Totaal programmabegroting 2021
2021
2022
2023
2024
2025
V
177
V
637
V
868
V
597
V
597
V
185
N
133
N
122
N
97
N
97
c. Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten (zie tabel 2)
0
V
306
V
306
V
306
V
676
d. Structurele gevolgen meicirculaire 2021
Pm
(incl. amendement)
b. Structurele gevolgen Decembernota 2020 en 1e Financiële bijstelling 2021
e. Structurele gevolgen 2e Financiële bijstelling 2021
N
Pm
Pm
Pm
273
V
17
V
17
V
17
V
17
Pm
V
400
V
800
V
1.200
V
1.200
0
N
812
N
1.363
N
1.143
N
834
89
V
415
V
506
V
880
V
1.559
f. Bekende fin. ontwikkelingen (zie tabel 3) g. Voorgenomen aanvullend beleid h. Indicatief subtotaal komende planperiode
Pm
V
i. Voorgesteld voorlopig dekkingsplan: * Stelpost taakstelling j. TOTAALRESULTAAT
Pm V
89
Pm V
415
Pm V
506
Pm V
880
Pm V
1.559
Tabel 1.
Zoals u ziet in tabel 1 is de verwachting op dit moment dat we voor de gehele planperiode afstevenen op een positief resultaat. Aangetekend dient daarbij te worden dat, vooruitlopend op definitieve structurele compensatie in het kader van de jeugdzorg, rekening is gehouden met aanvullende budgetten voor het onderdeel Jeugd. De omvang hiervan is nog niet bekend, maar gezien voorlopige berichtgeving en de stevige maatschappelijke lobby en arbitrage (VNG) achten wij deze raming verantwoord. Mogelijk zal hierover bij de meicircuaire 2021 meer duidelijkheid ontstaan. Hierna geven we u nadere informatie per regel van de in tabel 1 genoemde onderdelen.
2.1
Totaal programmabegroting 2021
Onderdelen (x € 1.000) a. Totaal programmabegroting 2021 (incl. amendement)
2021 V
177
2022 V
637
2023 V
868
2024 V
597
2025 V
597
De bedragen in deze regel sluiten aan met de door uw raad vastgestelde programmabegroting 2021-2024. Om ook een basis te hebben voor het dienstjaar 2025 is van de aanname uitgegaan dat het resultaat van dat jaar identiek is aan 2024. Bij het opstellen van de aanstaande 6
programmabegroting 2022-2025 zal er uiteraard ook voor de jaarschijf 2025 sprake zijn van een gedetailleerde berekening van budgetten die waarschijnlijk wel tot een in geringe mate afwijkend resultaat leiden. Het resultaat van de huidige programmabegroting, inclusief de vastgestelde wijzigingen, als vertrekpunt nemen voor de komende programmabegroting betekent impliciet dat er vooralsnog van wordt uitgegaan dat de ombuigingen c.q. het dekkingsplan opgenomen in de huidige programmabegroting conform worden gerealiseerd tenzij expliciet tot een aanpassing wordt besloten.
2.2
Structurele gevolgen Decembernota en 1e Financiële bijstelling
Onderdelen (x € 1.000) b. Structurele gevolgen Decembernota 2020 en 1e Financiële bijstelling 2021
2021 V
2022
185
N
133
2023 N
122
2024 N
2025 97
N
97
De decembernota 2020 is door uw raad vastgesteld op 14 december 2020 en de 1e financiële bijstelling 2020 op 22 maart 2021. De 2e financiële bijstelling is inmiddels vastgesteld op 31 mei 2021. Door dat deze op moment van schrijven echter nog niet ‘definitief’ was, wordt de 2e financiële bijstelling nog op een separate regel (e) verantwoord. De reeds vastgestelde bijstellingen hebben betrekking op de periode tot en met januari 2021. De totale structurele effecten van alle in deze rapportages opgenomen voorstellen hebben voor de planperiode 2022-2025 een negatief effect op het geprognosticeerde begrotingsresultaat. Voor de toelichting hiervan verwijzen we naar de betreffende rapportages.
2.3
Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten
Onderdelen (x € 1.000) c. Stelposten op basis van begrotingsuitgangspunten (zie tabel 2)
2021
2022 0
V
306
2023 V
306
2024 V
306
2025 V
676
In het jaarlijkse proces om te komen tot een geactualiseerde begroting voor de volgende planperiode worden er door ons college uitgangspunten bepaald aan de hand waarvan de conceptbegroting kan worden opgesteld. Deze uitgangspunten zijn (samengevat) onderstaand opgenomen en worden gebruikt bij de opstelling van de komende programmabegroting. De uitgewerkte versie is ter kennisneming als bijlage 1 opgenomen achterin dit boekwerk. 2.3.1
Toetsingskader Provincie
Bij het opstellen van de begroting dient ook rekening te worden gehouden met het financieel toezicht door de provincie. In haar begrotingsbrief van 20 april 2021 heeft de Provincie Overijsel geschetst hoe begroting 2022 en meerjarenraming 2023-2025 zullen worden beoordeeld. Onderwerpen in de begroting 2022 die daarbij volgens Provincie met name aandacht behoeven zijn: Covid-19 Herijking gemeentefonds/verdelingssystematiek Sociaal domein Ontwikkelingen Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten Inzicht in de structurele begrotingspositie Taakstellingen Onderhoud kapitaalgoederen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Omgevingswet en –visie Duurzaamheid/energietransitie/klimaat 7
Gemeenschappelijke regelingen. In het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 Gemeenten (GTK) heeft de Provincie Overijssel de uitgangspunten van haar toezicht opgenomen. Enkele kernpunten uit dit toezicht zijn: voor repressief toezicht is het van belang dat de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Dit betekent dat de structurele lasten ieder jaar worden gedekt door structurele baten en dat de geraamde bedragen volledig, realistisch en haalbaar zijn, oftewel geloofwaardig zijn; er mag geen sprake zijn van opschuivend perspectief. Daarmee wordt bedoeld dat het niet is toegestaan om ieder jaar opnieuw een (meerjaren)begroting aan te bieden waarbij uitsluitend de laatste jaarschijf in evenwicht is. Voor de komende programmabegroting betekent dit heel concreet dat er minimaal vanaf de jaarschijf 2024 een realistische en sluitende begroting dient te worden vastgesteld; eventueel opgenomen bezuinigingstaakstellingen zijn haalbaar en hard. Daarmee wordt bedoeld dat aannemelijk wordt gemaakt dat er voldoende zekerheid bestaat dat de maatregel tijdig en volledig gerealiseerd wordt.
Daarbij wordt het belangrijk gevonden dat op programmaniveau duidelijk wordt gemaakt hoe maatregelen worden ingevuld en uitgevoerd; uit de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen moet blijken dat de budgetten groot genoeg zijn om het voorgenomen beleid uit te kunnen voeren; er wordt inzicht verstrekt in de beleidsprestaties van verbonden partijen. Voor een goede begroting is het van belang dat we rekening houden met de voorschriften en wensen van de toezichthouder. 2.3.2
Samenvatting begrotingsuitgangspunten komende planperiode
Voorgesteld wordt bij de P&C-instrumenten voor de planperiode 2022-2025 uit te gaan van de volgende uitgangspunten en richtlijnen: de basis voor het ramen van het aanvaarde beleid voor de planperiode 2022-2025 is de in de raadsvergadering van 9 november 2020 vastgestelde programmabegroting alsmede de daarna nog door de raad op 14 december 2020 vastgestelde decembernota 2020, de 1e financiële bijstelling 2021 van 22 maart 2021 en de 2e financiële bijstelling 2021 d.d. 31 mei 2021. Voor het bepalen van de budgetten aanvaard beleid houden we rekening met de volgende (procentuele) ontwikkelingen: Lastenontwikkeling Lonen en sociale lasten Goederen en diensten Omslagrente Index Sociaal Domein
2,60% 3,10% 0,50% 0,49%
Batenontwikkeling Nominale loon- en prijsontwikkelingen; autonome volumeontwikkelingen.
Eigen belastinggebied Huurtarieven gemeentelijk vastgoed aanpassen conform bovenstaande prijsontwikkeling van goederen en diensten; tarieven algemene heffingen hanteren zoals deze zijn vastgesteld bij de laatst vastgestelde begroting, aangepast met een gemiddelde van de index voor loon- en prijsontwikkeling; overige tarieven hanteren zoals deze zijn vastgesteld bij de laatst vastgestelde begroting; rekening houden met de voor de planperiode verwachte autonome volumeontwikkelingen ten aanzien van de kerngegevens; rekening houden met 100% kostendekking ten aanzien van reinigings-/afvalstoffenheffing en rioolheffing (voor beide netto na kwijtschelding). Deze uitgangspunten worden bij de opstelling van de Programmabegroting 2022 gedetailleerd doorgerekend. Voor deze kadernota zijn er, rekening houdend met deze uitgangspunten, enkele stelposten opgenomen om een indicatie te kunnen geven van het verwachte begrotingsresultaat voor de 8
komende planperiode. In onderstaande tabel zijn de verschillende stelposten concreet weergegeven (specificatie van de bedragen onder c. in tabel 1). Onderdelen (x € 1.000)
2022
2023
2024
2025
Lonen en sociale lasten
N
508
N
508
N
508
N
508
Idem als onderdeel van subsidies / inkomensoverdrachten
N
481
N
481
N
481
N
481
Goederen en diensten
N
660
N
660
N
660
N
660
Prijsontwikkeling sociaal domein
N
90
N
90
N
90
N
90
0
V
350
Vrijval kapitaallasten
0
0
Indexering algemene uitkering
V
1.739
V
1.739
V
1.739
V
1.739
Prijscompensatie huren en pachten
V
56
V
56
V
56
V
56
Autonome volumeontwikkelingen belastingen
0
0
0
V
50
Idem openbaar groen / onderhoud wegen / straatreiniging
0
0
0
N
30
Inflatiecorrectie belastingen
V
250
V
250
V
250
V
250
Totaal begrotingsuitgangspunten
V
306
V
306
V
306
V
676
Tabel 2.
Er is in bovenstaande tabel rekening gehouden met een ontwikkeling van de algemene uitkering van € 1.739.000 i.v.m. index/accres. Deze ontwikkeling is een richtinggevende stelpost gebaseerd op dezelfde uitgangspunten als van toepassing zijn voor de rest van de genoemde bedragen. Deze post zal evenwel worden vervangen door de definitieve berekeningen van de aanstaande meicirculaire, zodra deze laatste bekend is. Zie ook paragraaf hierna.
2.4
Structurele gevolgen meicirculaire 2021
Onderdelen (x € 1.000)
2021
d. Structurele gevolgen meicirculaire 2021
2022
Pm
2023
Pm
2024
Pm
2025
Pm
Pm
Zoals in de inleiding van deze kadernota al geschreven informeren we u in een afzonderlijke raadsinfobrief over de definitieve uitkomst van de meicirculaire 2021. Wij streven ernaar om u deze informatie op een zodanig tijdstip te leveren dat deze nog volop kan dienen als informatie voor de beraadslagingen over deze kadernota.
2.5
Structurele gevolgen 2e Financiële bijstelling 2021
Onderdelen (x € 1.000) e. Structurele gevolgen 2e Financiële bijstelling 2021
2021 N
273
2022 V
2023 17
V
2024 17
V
2025 17
V
17
Deze financiële bijstelling is inmiddels op 31 mei 2021 ter besluitvorming voorgelegd. De bijstellingen hebben betrekking op de periode tot en met maart 2021. De totale structurele effecten van alle in deze rapportage opgenomen voorstellen geven het geprognosticeerde begrotingsresultaat voor de gehele planperiode 2022-2025 een kleine positieve impuls. Voor de verdere toelichting op dit onderdeel verwijzen we naar de betreffende rapportage. 9
2.6
Bekende financiële ontwikkelingen
Onderdelen (x € 1.000) f. Bekende fin. ontwikkelingen (zie tabel 3)
2021
2022
Pm
V
400
2023 V
800
2024 V
1.200
2025 V
1.200
Dit betreffen aangelegenheden welke zich in meer of minder mate reeds hebben aangekondigd en, afhankelijk van het startjaar waarop het betrekking heeft, worden opgenomen in de 3e Financiële bijstelling 2021 of op een andere wijze een plek in de Programmabegroting 2022 krijgen. Een overzicht hiervan treft u aan in onderstaande tabel. Voor de goede orde moet daarbij worden opgemerkt dat de met * gemarkeerde onderdelen gekwantificeerd zijn opgenomen bij onderdeel ‘g. voorgenomen aanvullend beleid’. Onderdelen (x € 1.000) Budgetontwikkelingen Sociaal Domein Jeugd (Structurele doorwerking jaarrekening 2020)
2021
2022 0
Te verwachten compensatie Rijk (Jeugd)
2023
2024
2025
N
866
N
866
N
866
N
866
V
866
V
866
V
866
V
866
IHP Onderwijs *
0
Pm
Pm
Pm
Pm
Corona Risicoanalyse
0
Pm
Pm
Pm
Pm
Herijking gemeentefonds *
0
Wegvallen dividend Cogas
0
Totaal bekende financiële ontw.
0
V
400
V
Pm V
400
800
V
Pm V
800
1.200
V
Pm V
1.200
1.200 Pm
V
1.200
Tabel 3.
2.6.1
Budgetontwikkelingen Sociaal Domein (Structurele doorwerking jaarrekening 2020)
Uit de (concept)-jaarrekening 2020 valt op te maken dat, ondanks een positief ‘overall’ resultaat voor het Sociaal Domein, met name het onderdeel ‘Jeugd’ de komende jaren waarschijnlijk een structureel negatief effect zal hebben op het begrotingsresultaat. Het voorlopig resultaat 2020 (€ 866.000 negatief) is derhalve structureel ‘doorgetrokken’. Dit bovenop de reeds eerder gerealiseerde bijstellingen van € 900.000 en € 550.000 bij respectievelijk 1e en 2e financiële bijstelling 2020. Daartegenover staat een, naar alle waarschijnlijkheid, Rijkscompensatie die mogelijk bij de meicirculaire 2021 zal worden gepresenteerd. Vooruitlopend hierop achten wij het verantwoord om voor de gehele planperiode 20222025 voorlopig uit te gaan van ‘budgetneutraliteit’. 2.6.2
IHP Onderwijs
Op 22 maart jl. heeft de raad het IHP (Integraal Onderwijs HuisvestingsPlan) vastgesteld. Op basis hiervan zijn de bedragen opgenomen op de lijst nieuw beleid. Bij deze posten moet nog wel opgemerkt worden dat, naast de opgenomen kredieten, mogelijk nog aanvullende kosten kunnen ontstaan. Eventuele sloopkosten, aflossing restantboekwaarde, infrastructurele kosten en verhuiskosten moeten nog in beeld gebracht worden. De kredieten voor scholencomplex De Essen en TCC Carmel zijn incl. 8% voorbereidingskosten. In het IHP is het eigenlijk de bedoeling dat de Voorbereidingskosten twee jaar voor de verstrekking van de Stichtingskosten beschikbaar worden gesteld, dus in dit geval in 2023. In de lijst Nieuw Beleid wordt voorgesteld het hele krediet in 2025 beschikbaar te stellen. 2.6.3
Corona Risicoanalyse
Tijdens het Politiek Forum van 9 maart jl. is de wens uitgesproken om een Risicoanalyse op te stellen van de mogelijke toekomstige gevolgen van de coronacrisis voor Oldenzaal en deze op te nemen in de 10
Kadernota 2022. Deze is toegevoegd aan de begrotingsuitgangspunten. Zoals vermeld in de onlangs vastgestelde (tussen) evaluatie corona zijn er in 2020 en 2021 specifieke coronamiddelen verleend aan gemeenten voor ondersteuning aan diverse sectoren. Wij hebben ondersteuning verleend aan organisaties die met acute liquiditeitsproblemen te kampen hadden en deze niet meer konden opvangen vanuit hun eigen (algemene) reserves. Op korte termijn zijn daarmee de meeste nijpende situaties geholpen, op de langere termijn zal aanvullende ondersteuning nodig zijn. Het kabinet heeft compensatie aan medeoverheden verstrekt voor diverse taakvelden. De budgetten per taakveld zijn in principe richtinggevend en leidend. Indien afzonderlijke budgetten niet toereikend zijn stellen we voor om te ‘schuiven’ binnen de beschikbare coronabudgetten. Indien dit niet toereikend zal, met instemming van de raad, eventueel een aanvullend beroep gedaan worden op de algemene middelen. 2.6.4
Herijking gemeentefonds
In de Programmabegroting 2021 is een (negatieve) stelpost opgenomen in verband met de herijking van het gemeentefonds. Op basis van de laatst bekende cijfers blijkt deze stelpost overbodig. Dit is nog wel met diverse onzekerheden omgeven, maar in de lijst nieuw beleid wordt deze stelpost teruggedraaid en is het uitgangspunt een budgettair neutrale uitwerking. Dit houdt een risico in, maar wij achten dit op dit moment reeël. 2.6.5
Dividend Cogas
De verkoop van het Kabelbedrijf van Cogas heeft toekomstige consequenties voor het dividendbeleid van de onderneming. Cogas werkt momenteel diverse dividendscenario’s uit voor zowel de inzet van de verkoopopbrengsten als het reguliere toekomstige dividend. In de meerjarenbegroting van de gemeente Oldenzaal wordt op basis van het huidige dividendbeleid structurele inkomsten van ruim € 1 miljoen geraamd.
2.7
Voorgenomen aanvullend beleid
Onderdelen (x € 1.000) g. Voorgenomen aanvullend beleid
2021
2022 0
N
812
2023 N
1.363
2024 N
1.143
2025 N
834
Bij de Programmabegroting 2021-2024 werd, dankzij een stevig pakket van Maatregelen en het achterwege laten van nieuw aanvullend beleid, een financieel solide uitgangspunt gecreëerd voor het opstellen van de huidige kadernota en de toekomstige begroting 2022-2025: de programmabegroting 2021 kende namelijk positieve saldi voor de jaren 2021 en verder (zie tabel 1, onderdeel a). Mede op basis daarvan zijn we nu in staat om u voorstellen te doen met betrekking tot voorgenomen aanvullende en nieuwe beleidsvoornemens voor de komende planperiode. Een planperiode met een bijzonder context. Immers de komende begroting 2022 valt samen met de gemeenteraadsverkiezingen en de vorming van een nieuw college-akkoord. In het verleden leidde dit doorgaans tot een (relatief) beleidsarme begroting. In navolging van Rijksbeleid, waarbij de overheid met gerichte financiële steun de economie stimuleert, streeft de gemeente Oldenzaal er echter ook naar om vitaler uit de Corona-crisis te komen. In het licht van bovenstaande heeft er organisatie breed een inventarisatie plaatsgevonden van de beleidswensen voor komende planperiode 2022-2025. De aangeleverde lijst nieuw beleid is daarbij beoordeeld op wettelijk verplichting, consistentie met collegeprogramma en de mate waarin een bijdrage wordt geleverd aan herstel van Oldenzaal na Corona.
Na deze inventarisatie hebben we een scheiding aangebracht in aanvullend beleid dat we als college gehonoreerd wensen te zien en voorstellen die we vooralsnog niet willen invoeren gelet op de actuele financiële positie en de bestaande (ambtelijke) capaciteit. De structurele gevolgen van het door het 11
college voorgestelde aanvullend en nieuw Beleid zijn opgenomen bij de prognose van het begrotingsresultaat 2022-2025. Dit onderscheid treft u op hoofdlijnen aan in de volgende tabellen. Uiteraard is het uiteindelijk uw raad die in dit verband definitieve beslissingen neemt. Voor een inhoudelijke toelichting op deze voorstellen, verwijzen we u naar bijlage 2 van deze kadernota. 2.7.1
Te honoreren aanvullende beleidsontwikkelingen
TE HONOREREN AANVULLENDE BELEIDSONTWIKKELINGEN Onderdelen (x € 1.000)
KREDIET
2022
2023
2024
2025
287
287
-33
-33
-33
-33
Pm
Pm
Pm
Pm
Programma 1: Dienstverlening en Veiligheid Regionale Samenwerking 1
Regio Twente (Aanvullende bijdrage VTE taken)
2
Regio Twente Continuering Twente Board 2023/2024
3
Regio Twente: Financiële besparing veranderopdracht
16
Programma 2: Bereikbaarheid en Openbare ruimte Duurzaamheid 4
Duurzaamheid: project ’Gemeente zoekt dak’
Verkeer 5
Bewegwijzering
5
5
5
5
6
Verkeersmanagement
18
20
20
20
15
15
15 129
Omgevingswet ca. 7
Invoering Omgevingswet: invoeringskosten
75
8
Invoering Omgevingswet: exploitatielasten
193
129
129
9
Samenwerking Regionaal Bodembeheer
20
15
8
Openbaar groen 10
Vervanging speelvoorzieningen Openbaar Groen 2024
75
11
Vervanging speelvoorzieningen Openbaar Groen 2025
99
5
Programma 3: Stedelijke en Economische Ontwikkeling Grondexploitatie 12
Jufferbeek Noord
Pm
Pm
Pm
Pm
104
103
Wonen en Bouwen 13
Versnelling Woningbouwprogramma
180
270
14
Dekking (Subsidies / Algemene Reserve)
-180
-270
Binnenstad/Economie 15
Singelpark Fase 1
2.700
16
Digitale Hanze
30
10
17
Oldenzaal Promotie (Binnenstad management
40
40
40
40
18
Oldenzaal Promotie (Promotie en marketing)
130
110
90
70
19
Binnenstad Oldenzaal (Vastgoedstrategie en ABO)
30
30
130
130
20
Recreatie &Toerisme (Verbreding samenwerking)
8
10
12
TE HONOREREN AANVULLENDE BELEIDSONTWIKKELINGEN Onderdelen (x € 1.000) 21
KREDIET
Behouden aantrekkelijk vestigingsklimaat
2022
2023
2024
2025
20
20
20
120
120
120
85
Programma 4: Cultuur, Sport en Ontspanning Cultuur 22
Erfgoed: Het verhaal van Oldenzaal
20
23
Erfgoed: Het beleg van Oldenzaal
30
Sport 24
Vakleerkrachten lichamelijke oefening
50
Sport (accommodaties) 25
Aanleg beregening 7 Sportvelden
106
8
8
8
26
Kantplanken/schoonlooproosters kunstgrasvelden
55
4
4
4
27
Renoveren Pupillenveld Quick’20
34
4
4
4
28
Renoveren Pupillenveld FC Berghuizen
79
8
8
8
29
Renoveren Kleedkamers FC Berghuizen
179
5
5
5
100
6
5
5
16
16
16
16
Pm
Pm
Pm
Pm
Accommodaties overig 30
De Höfte: Investering dak reconstructie
31
De Höfte: Opnemen onderhoud gebouwenbeheersplan
Programma 5: Maatschappelijke Ondersteuning Maatwerkvoorzieningen (WMO) 32
Gezamenlijke Europese aanbesteding WMO hulpmiddelen
Onderwijshuisvesting (IHP) 33
Franciscusschool ver/nieuwbouw (Aanv. Krediet)
19
1
34
Franciscusschool ver/nieuwbouw (Tijd. Huisvesting)
35
Drieëenheidsschool ver/nieuwbouw (Aanv. Krediet)
36
Drieëenheidsschool ver/nieuwbouw (Tijd. Huisvesting)
125
37
Drieëenheidsschool ver/nieuwbouw (Sloop en bouwrijp)
200
38
Zevenster aanpassingen (Aanv. Krediet)
39
Zevenster aanpassingen (Verhuiskosten)
40
De Esch, Stichtingskosten
3.316
41
De Linde, Stichtingskosten
3.716
42
TCC-Lyceumstraat, Stichtingskosten
17.295
43
Herstel constructiefouten TCC (Leliestraat)
50 165
555
17
17
17
7
7
7
25
18
Programma 6: Financiële algemene dekkingsmiddelen Beheer gebouwen / overhead 44
Ventilatiecapaciteit Stadhuishal
100
45
Professionalisering Inkoopfunctie
42
42
42
42
46
Dekking Professionalisering Inkoopfunctie
-42
-42
-42
-42
47
Archiefplek Stadsarchief
20
10
10
10
48
Dekking archiefplek Stadhuis (Digitale dienstverlening)
-25
13
TE HONOREREN AANVULLENDE BELEIDSONTWIKKELINGEN Onderdelen (x € 1.000)
KREDIET
2022
2023
2024
2025
15
15
15
10
10
10
Digitalisering 49
Intranet
30
50
Intranet (dekking budget Digitale dienstverlening)
-30
51
Informatiebeveiliging
15
52
MS Teams
100
53
Dekking MS Teams (Budget Digitale dienstverlening)
-100
54
Digit. P&C-cyclus/Financieel systeem (Implementatie)
55
Digit. P&C-cyclus/Financieel systeem (Structureel)
50
50
50
50
56
SOR-Samenhangende Objectenregistratie
Pm
Pm
Pm
Pm
57
Wet Open Overheid (WOO)
Pm
Pm
Pm
Pm
58
Data gedreven werken (eenmalig)
15
59
Dekking Data gedreven werken (digitale dienstverlening)
-15
60
Data gedreven werken (software, data analist, consult.)
35
35
35
35
16
16
16
16
812
1.363
1.143
834
50
Belastingen overig 61
GBTwente: Nieuwe tariefstructuur excl. ADI
Totaal aanvullend beleid
2.7.2
28.718
Vooralsnog niet te honoreren aanvullende beleidsontwikkelingen
VOORALSNOG NIET TE HONOREREN AANVULLENDE BELEIDSONTWIKKELINGEN Onderdelen (x € 1.000)
KREDIET
2022
2023
2024
2025
30
30
30
30
22
22
-22
-22
Programma 2: Bereikbaarheid en Openbare ruimte Verkeer 1
Oplossen parkeerproblematiek in woonwijken
Programma 3: Stedelijke en Economische Ontwikkeling Binnenstad/Economie 2
Singelpark Fase 2
800
Programma 4: Cultuur, Sport en Ontspanning Sport (accommodaties) 3
Verduurzaming Sporthal de Thij
4
Taakstelling verduurzaming Sporthal de Thij
480
5
Verduurzaming Gymzaal de Bongerd
48
6
Taakstelling verduurzaming Gymzaal de Bongerd
2 -2
Accommodaties overig 7
Verduurzaming Accommodatie Breedwijs
8
Taakstelling verduurzaming Breedwijs
234
14
11
10
10
-11
-10
-10
VOORALSNOG NIET TE HONOREREN AANVULLENDE BELEIDSONTWIKKELINGEN Onderdelen (x € 1.000)
KREDIET
2022
2023
2024
2025
Programma 6: Financiële algemene dekkingsmiddelen Beheer gebouwen/ Overhead 9
Interne Huisvesting en Werkplekken (Krediet 2022)
100
8
10
Interne Huisvesting en Werkplekken (Krediet 2023)
100
11
Interne Huisvesting en Werkplekken (Krediet 2024)
100
12
W&S Module Werving & Selectie (Implementatie)
10
13
W&S Module Werving & Selectie (Jaarlijks)
6
14
Implementatie HR21 (Implementatie eenmalig)
73
15
Implementatie HR21 (Jaarlijks)
8
8
8
8 8
6
6
6
8
8
8
Digitalisering 16
Integraal toegang Sociaal Domein (upgrade platform)
35
7
7
7
17
Integraal toegang Sociaal Domein (doorontw. platform)
30
6
6
6
18
Integraal toegang Sociaal Domein (hosting en beheer)
60
60
60
60
179
125
133
141
TOTAAL VOORALSNOG NIET TE HONOREREN
2.8
1.927
Indicatief subtotaal komende planperiode
Onderdelen (x € 1.000) h. Indicatief subtotaal komende planperiode
2021 V
2022 89
V
415
2023 V
506
2024 V
880
2025 V
1.559
Zoals in tabel 1 is te lezen verwachten we, rekening houdend met alle voorgaande informatie, voor de komende planperiode af te stevenen op een positief resultaat voor de gehele planperiode. Dit conform het nagestreefde financiële beleid en passend bij de voorwaarden met betrekking tot repressief provinciaal toezicht.
2.9
Voorgesteld voorlopig dekkingsplan
Onderdelen (x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
i. Voorgesteld voorlopig dekkingsplan: * Stelpost taakstelling
Pm
V
Pm
V
Pm
V
Pm
V
Pm
Het structurele positieve begrotingsresultaat, zoals bij ‘h.’ gepresenteerd, noopt voorlopig niet tot aanvullende maatregelen of het verder heroverwegen van de aangedragen nieuwe beleidswensen. Net als het afgelopen jaar willen we voor de komende planperiode het ‘bestendig’ gehanteerde uitgangspunt van een structureel sluitende begroting voor de gehele planperiode handhaven. Zeker in het licht van de komende verkiezingen en de vorming van een nieuw collegeakkoord, waarin naar verwachting wederom de nodige beleidswensen zullen worden aangedragen. Voor nu volstaan we op dit onderdeel met een ‘Pm’ stelpost waarmee onze ambitie om blijvend te streven naar positief financieel resultaat voor de gehele planperiode wordt bevestigd.
15
2.10
Totaalresultaat
Onderdelen (x € 1.000) j. TOTAALRESULTAAT
2021 V
2022 89
V
415
2023 V
506
2024 V
880
2025 V
1.559
Zoals aangegeven is het financiële uitgangspunt om voor de komende planperiode een sluitende (meerjaren-)begroting aan te kunnen bieden. Dit vereist voor de komende periode, naast het verwerken van aanvullende informatie, onder andere dat externe ontwikkelingen strak worden ‘gemonitord’ en getoetst aan de opgenomen uitgangspunten voor deze Kadernota. De definitieve uitkomsten van de meicirculaire 2021 vormen in dat kader een eerste toetsingsmoment.
16
3
Ontwikkelingen en Risico’s
3.1
Gemeentefonds
We weten dat het gemeentefonds in deze kabinetsperiode is gekoppeld aan de brede rijksuitgaven en dat gemeenten deze brede koppeling ook in de volgende kabinetsperiode willen. We weten ook dat de koppeling voor 2020 en 2021 is ‘uitgezet’ vanwege de coronacrisis. Wat we niet weten is of en op welk niveau de accressen voor 2022 en verder dadelijk worden ‘vastgeklikt’ en of dit nadelig of voordelig uitvalt ten opzichte van de bestaande ramingen. Over het handhaven van de brede koppeling in de nieuwe bestuursperiode van het rijk krijgen we op zijn vroegst in het coalitieakkoord van de nieuwe regeringspartijen duidelijkheid. De meicirculaire 2021 geeft nieuwe cijfers voor de accressen voor 2022 en verder. Die duidelijkheid is relatief, want een nieuw coalitieakkoord kan hier nog impact op hebben. Vooralsnog rekenen wij in deze Kadernota met het bestendige gemiddelde accres van lonen en prijzen (2,85%), conform de meest recente raming van het Centraal Planbureau (CPB), zoals gepresenteerd in het Centraal Economisch Plan (CEP) 2021. Daarnaast blijft de ‘Herijking’ van het gemeentefonds een onzekere toekomstige factor. Op 7 december 2020 werd door de minister aangekondigd dat invoering van de herijking opschuift naar 1 januari 2023. Dit betekent dat uiterlijk in de meicirculaire 2022 duidelijk moet gaan worden wat de nieuwe gemeentefondsuitkering per gemeente gaat worden.
Wij volgen als Oldenzaal het advies om in principe geen herverdeeleffecten mee te nemen bij de begroting 2022. Concreet betekent dit dat de ingeboekte ‘nadelen’ uit de begroting 2021 zijn ‘teruggedraaid’. De toekomstige realiteit van deze aanname zal echter moeten blijken, waardoor het herverdeelrisico ook zal worden benoemd in de risicoparagraaf.
3.2
Sociaal Domein
Het Rijk erkent dat het tekort op de Jeugdzorg ca. € 1,7 miljard structureel is, waarvan op basis van AEF onderzoek wordt geconcludeerd ca. € 1,5 miljard niet door gemeenten beïnvloedbaar is. Voor de gemeente Oldenzaal is in deze Kadernota het structurele tekort op basis van de jaarrekening 2020 becijferd op € 866.000. De VNG heeft de afgelopen tijd intensief overleg gevoerd met het Rijk over de financiële tekorten op jeugd en de noodzaak van compensatie. Dit heeft geresulteerd in een extra incidentele bijdrage van het Rijk van € 613 miljoen voor 2021, die in de meicirculaire beschikbaar wordt gesteld. Onduidelijk is echter nog in welke mate gemeenten hiervoor structureel, dus vanaf 2022, zullen worden gecompenseerd. De arbitragecommissie heeft, in de zaak die de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft aangespannen tegen het kabinet, voorlopig bepaald dat het budget volgend jaar met 1,9 miljard euro omhoog zou moeten.
3.3
Reservepositie/weerstandsratio
Bij het weerstandsvermogen gaat het om de relatie tussen weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen. Het gaat dus om de mate waarin de gemeente in staat is middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat direct het beleid gewijzigd moet worden. Van de reserves, die invulling geven aan de incidentele component van het weerstandsvermogen, kan op basis van de huidige informatie het volgende overzicht worden gemaakt. De geraamde claims vanaf 2020 blijven hierbij gebaseerd op de cijfers uit de programmabegroting 2021. Onderdelen (x € 1.000)
1-1-2019
Algemene reserve
10.520
1-1-2020 7.440
6.598
1-1-2022 6.009
Algemene reserve grondexploitatie
3.582
4.145
3.737
3.737
3.737
Bestemmingsreserves Alg. Dienst
19.060
14.380
Bestemmingsreserves grondexploitatie
7.422
14.989 8.510
14.007 11.186
14.007 11.186
17
1-1-2021
11.186
1-1-2023 6.009
Totaal reserves
40.584
35.084
35.901
34.939
34.939
Als we bovenstaande ontwikkeling van onze reservepositie nader beschouwen kunnen we constateren dat er, rekening houdend met onttrekkingen en nog bestaande claims, sprake is van een teruggang. Geconstateerd kan worden dat dit zich met name voordoet bij de algemene reserve. De algemene reserve wordt gevormd door vermogensbestanddelen die nog geen bestemming hebben gekregen en in bedrijfseconomisch opzicht vrij aanwendbaar zijn. Daarom vormt de algemene reserve, samen met de Algemene reserve grondexploitatie ook de buffer van de gemeente en zijn ze in die zin ook een belangrijk onderdeel van de gemeentelijke weerstandscapaciteit. In de door uw raad vastgestelde Nota reserves en voorzieningen 2020 is de minimum weerstandsratio bepaald op 2,0. Deze ratio wordt berekend door de Beschikbare Weerstandscapaciteit (Algemene Reserve + Algemene reserve grondexploitatie) te delen door de geïnventariseerde risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen of directe budgetten beschikbaar voor zijn. Bij de jaarrekening 2020 werd de weerstandsratio berekend op 2,2 (Reserves: € 10,3 mln. / Risico’s: € 4,6 mln.). Hiermee voldoet de ratio vooralsnog aan het door uw Raad vastgestelde minimum en werd het veronderstelde ‘zakken door de ondergrens’, zoals verwoord ten tijde van de kadernota 2021 (1,75) geen werkelijkheid.
Dit mede dankzij het in 2020 en 2021 doorgevoerde pakket van maatregelen en de scan op de reserves. Ten tijde van het opstellen van de begroting 2020 werd de ratio echter nog berekend op 2,5. Dit, in combinatie met de onzekere definitieve effecten van corona en de toekomstige gemeenteraadsverkiezingen in het verschiet, maakt dat voorzichtigheid geboden blijft.
3.4
Overige risico’s
Naast de al genoemde ontwikkelingen zijn er nog overige risico’s te benoemen waarop weliswaar in meer of mindere mate invloed uitgeoefend kan worden, maar die zich vooralsnog lastig in financiële zin laten vertalen. In dat kader zijn de bij de jaarrekening 2020 benoemde risico’s met mogelijke structurele doorwerkingen naar 2022 onder andere: definitieve effecten coronacrisis; prijsmutaties bouwkunde, civiele techniek en installatietechniek: mogelijke prijsstijgingen door corona of prijsdalingen als gevolg van PFAS-problematiek; tegenvallende effecten nieuw Twents inkoopmodel WMO en Jeugdzorg: vooralsnog heeft het Twentse inkoopmodel (TOM) niet tot lagere (traject)prijzen heeft geleid; klimaatverandering: droogteproblematiek en bestrijding Eikenprocessierups; Regeling Specifieke Uitkering Sport (SPUK): onzekerheid omtrent hoogte en duur van de regeling; renteontwikkeling: een mogelijk oplopende rente zal leiden tot stijgende financieringslasten; legesinkomsten: legesmutaties als gevolg van corona en invoering Omgevingswet; abonnementstarief WMO: aanzuigende werking Eigen bijdrage WMO. Deze en aanvullende geïnventariseerde risico’s zullen zoals gebruikelijk, een plek krijgen in de paragraaf Weerstandsvermogen van de komende programmabegroting 2022.
18
4
Conclusies
Met de voorliggende Kadernota 2022 is het startsein gegeven voor de Programmabegroting 2022. Een Kadernota waarbij in eerste aanzet onder andere het Aanvullend/Nieuw Beleid is opgenomen. Deze nieuwe beleidsvoornemens kunnen worden gepresenteerd door het goede fundament dat bij de programmabegroting 2021 is gelegd, door middel van de implementatie van een ‘stevig’ pakket van maatregelen en de terughoudendheid ten aanzien van nieuw Beleid. In navolging van het intensieve investeringsbeleid door de Rijksoverheid passen de gepresenteerde nieuwe beleidsvoornemens in deze Kadernota bij het streven om Oldenzaal van de noodzakelijke impulsen te voorzien om beter en vitaal uit de corona-crisis te komen. In de Kadernota 2022 stelt het college aan de gemeenteraad voor op een aantal thema’s te investeren. Het gaat daarbij voornamelijk om het wegwerken van achterstallig onderhoud dat is ontstaan in de afgelopen jaren. Zo wil het college ervoor zorgen dat de stad gezonder de toekomst in gaat, klaar om toekomstige opgaven aan te kunnen. Wat het college betreft worden eerder geplande ontwikkelingen weer langzaam in gang gezet en kansen die zich nu voordoen benut. De nieuwe beleidsvoornemens kunnen, bij de huidige inzichten, worden gerealiseerd met structureel positieve begrotingssaldi voor de komende planperiode 2022-2025.
Deze saldi zijn echter nog wel met de nodige (financiële) onzekerheden omgeven. De komende meicirculaire geeft wellicht een eerste inkijk in de houdbaarheid van de gepresenteerde uitgangspunten en de te ontvangen Rijksbudgetten. Deze onzekerheid maakt dat het nu aangeleverde nieuwe beleid, maar ook toekomstig beleidsvoornemens kritisch dienen te worden beoordeeld op zowel financiële haalbaarheid als uitvoerbaarheid binnen de bestaande (ambtelijke) capaciteit. Zeker ook gezien de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen in 2022 en de vorming van een nieuw collegeakkoord. Binnen de plannen houdt het college nadrukkelijk rekening met de door de gemeenteraad gewenste financiële armslag. Zo biedt het college ook voor het volgende college ruimte om te kunnen investeren. Het bestendige begrotingsuitgangspunt binnen de gemeente Oldenzaal is om jaarlijks een structureel sluitende begroting te presenteren, waarmee haast als vanzelfsprekend ook wordt voldaan aan de voorwaarden voor een “groene” toezichtcode op gebied van provinciaal financieel toezicht.
Met dit begrotingsuitgangspunt als leidraad en de bovenbeschreven beleids- en budgetontwikkelingen als voorlopig gegeven gaan we de komende periode met uw Raad aan de slag om deze doelstelling te realiseren We stellen u voor door middel van het vaststellen van deze kadernota in te stemmen met de hierin opgenomen kaders voor het opstellen van de programmabegroting 2022 waarbij uiteraard de mogelijkheid bestaat om hieraan nog aanvullende randvoorwaarden toe te voegen. Oldenzaal, [Vul hier verzenddatum in] Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,
de burgemeester,
J.H. Dijkstra
P.G. Welman
19
Bijlage 1. Gedetailleerde uitwerking van de uitgangspunten Voorgesteld wordt bij de P&C-instrumenten voor de planperiode 2022-2025 uit te gaan van de volgende uitgangspunten en richtlijnen: I.
Algemeen
De in de raadsvergadering van 9 november 2020 vastgestelde Programmabegroting 2021, de door de raad op 14 december 2020 vastgestelde decembernota 2020 en de door de raad op 22 maart 2021 en 31 mei 2021 vastgestelde 1e en 2e financiële bijstelling 2021 vormen de basis voor de P&Cinstrumenten voor de komende planperiode; Een structureel en reëel sluitende meerjarenbegroting, d.w.z. dat tenminste de structurele lasten worden gedekt door structurele baten; Bij de op te nemen ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de meest recente raming van het Centraal Planbureau (CPB). Voor dit moment betekent dit concreet het Centraal Economisch Plan (CEP) 2021 van maart 2021. Volgens een bestendige gedragslijn gaan wij voor de begrotingsuitgangspunten uit van de verwachtingen van het CPB verwoord in het CEP. De meerjarenbegroting wordt opgesteld op basis van constante lonen en prijzen naar het verwachte prijspeil van 2022; Bij het samenstellen van de ramingen voor aanvaard beleid is slechts plaats voor autonome volumeontwikkelingen, conform de kerngegevens in paragraaf V. De hieruit voortkomende budgetten, zoals in de beheersbegroting van het lopende dienstjaar opgenomen, zijn bindend.
Verwachte grote mutaties hierop (voor de goede orde: dit kunnen zowel mee- als tegenvallers betreffen) dienen daarom dus tijdens het proces van opstelling van het P&C-document, inclusief motivatie, aangeleverd te worden conform de procedure die geldt voor “aanvullend beleid”. Alle overige (volume)ontwikkelingen worden per definitie als “aanvullend beleid” aangemerkt en dienen als zodanig, conform de procedure die hiervoor geldt, tijdens het proces van opstelling van het P&Cdocument aangeleverd te worden.
II.
Uitgangspunten voor de lasten aanvaard beleid
1.
Loonontwikkeling De huidige cao voor gemeenteambtenaren, afgesloten medio 2019, kende een looptijd van 1 januari 2019 tot en met 31 december 2020. Op dit moment wordt er onderhandeld over een nieuwe cao die met terugwerkende kracht moet ingaan op 1 januari 2021. Op basis van het CEP is de verwachte stijging van de loonvoet voor de sector overheid 2,0 % in 2021 en 1,5 % in 2022. In de programmabegroting 2021 is rekening gehouden met een stijging voor 2021 van 0,9% (2,35% - 1,45% correctie 2019 en 2020). De bestendige lijn zou zijn de 1,5% voor 2022 te verhogen met een correctie op de begroting 2021 van 1,1% (2,0% - 0,9%), exclusief eventuele formatieontwikkelingen bij aanvullend beleid. In de toelichting op het CEP wordt aangegeven dat in het genoemde percentage rekening is gehouden met de incidentele loonontwikkeling. Hiervoor behoeft dus geen extra budget opgenomen te worden.
2.
Prijsontwikkeling Bij het ramen van deze component laten we ons volgens een bestendige lijn eveneens leiden door prognoses (en werkelijkheid met betrekking tot de afgelopen jaren) van het CPB. Als we dan de betreffende info uit het CEP van maart 2020 (waarmee we in de begrotingsuitgangspunten voor de begroting 2021 rekening hebben gehouden) en maart 2021 met elkaar vergelijken zitten er op het onderdeel prijsinflatie (netto materiële overheids-consumptie) verschillen. Voor de compensatie van de verschillen kijken we gebruikelijk 3 jaar terug. Voor de raming van de prijsontwikkeling voor de jaren 2022 en volgende sluiten we aan bij de prijscompensatie waarmee bij de raming van de algemene uitkering ook rekening wordt gehouden. De algemene uitkering is voor dit onderdeel 20
eveneens gebaseerd op het laatste CEP. In de uitgave van maart 2021 heeft het CPB de prijsontwikkeling voor overheidsconsumptie voor 2022 geraamd op 1,4%. Onderstaand een overzicht van inflatiecijfers geraamd in verschillende uitgaven van het CPB waarop wij ons voor de prijsontwikkeling baseren. Jaar
CEP 2020
CEP 2021
Verschil
2019 2020 2021 Correctie vorige jaren 2022 Totaal
1,30% 1,80% 1,70%
2,50% 2,00% 2,00%
4,80%
1,40% 7,90%
+1,20% +0,20% +0,30% +1,70% +1,40% +3,10%
Bovenstaande tabel interpreterend is de conclusie dat de budgetten, zoals die zijn opgenomen in de begroting 2021, als gevolg van de actuele prijsinflatie te laag zijn geraamd. We adviseren voor het dienstjaar 2021 niets te wijzigen, temeer omdat het niet ongebruikelijk is dat ook de komende jaren nog steeds mutaties in deze percentages kunnen optreden. Bovendien wordt door bovenstaande handelwijze, bij het bepalen van het inflatiepercentage voor het dienstjaar 2022, wél rekening gehouden met deze verschillen. Volgens de bestendige lijn zouden we voor de komende planperiode rekening houden met een prijsontwikkeling van 3,1%. 3.
Indexering Sociaal Domein Met ingang van de begroting 2021 is besloten om voor het Sociaal Domein een andere index te hanteren dan voor de rest van de begroting. Dit gezien het specifieke karakter het domein. De indexering gebeurt op basis van een percentage dat de overheid vaststelt: de Overheidsbijdrage in de Arbeidskostenontwikkeling (OVA). Voor 2021 werd op basis van dit indexcijfer een (voorlopig) percentage van 3,24% doorgevoerd. De definitieve index kwam voor 2021 uit op 2,01%, waardoor in 2021 feitelijk een te hoge index is gehanteerd. Conform de bestendige gedragslijn gaan we deze te hoge indexering (1,23%) corrigeren op de (voorlopige) index 2022 van 1,72%. Het te hanteren indexcijfer voor 2022 komt hiermee op 0,49%.
4.
Renteontwikkeling De omslagrente heeft alleen betrekking op de rente over vreemd vermogen. De meest recente berekening hiervan resulteert in een (ongewijzigde) renteomslag voor de begroting 2022 van 0,50%. Voor grondexploitatie is een afwijkende berekening van toepassing. Ook hiervoor zal in 2022 een (ongewijzigd) rentepercentage van 0,50% worden gehanteerd. Ter gelegenheid van de opstelling van de programmabegroting 2022 zal er nog een gedetailleerde doorrekening van de omslagrente plaats vinden, maar de verwachting is niet dat deze substantieel zal afwijken.
5.
Ontwikkeling subsidies Gesubsidieerde instellingen worden bij de vaststelling van hun jaarlijkse subsidies gecompenseerd voor de bij de begrotingsuitgangspunten opgenomen verwachte loon- en prijsontwikkelingen. Geadviseerd wordt deze handelwijze voor de planperiode 2022-2025 te handhaven. Dit betekent dat de bestaande subsidies vanaf 2022, ten opzichte van de begroting 2021, voor wat betreft de looncomponent met 2,60% mogen stijgen en voor wat betreft de prijzen van goederen en diensten 3,10%.
III.
Uitgangspunten voor de baten aanvaard beleid
1.
Rijksuitkeringen Ten aanzien van de baten aanvaard beleid spelen de rijksuitkeringen een belangrijke rol. In dat verband zijn de economische ontwikkelingen ontzettend belangrijk. De verwachtingen op dit gebied (basis CEP 2021) zijn dat de Nederlandse economie zich op korte termijn gunstig blijft ontwikkelen. 21
Wel is het verloop van de coronapandemie ongewis en daarmee blijft de onzekerheid over de economische vooruitzichten groot. De vaccinaties geven uitzicht op een sterke vermindering van het aantal ziekenhuisopnames. Wel is er onzekerheid over de tijdige levering van vaccins en over de bescherming die zij bieden tegen nieuwe varianten van het coronavirus. Het is onduidelijk hoe voorzichtig consumenten blijven en hoe snel contactbeperkende maatregelen zullen worden versoepeld. De economie is in het derde kwartaal van 2020 na versoepeling van beperkingen zeer veerkrachtig gebleken. Het is de vraag of ondernemingen, na de harde lockdown en het verdere interen op buffers, dezelfde veerkracht zullen tonen bij de komende versoepelingen. Het is ook de vraag hoe snel huishoudens hun overbesparingen gaan terugbrengen en hun consumptie opvoeren. Alle ontwikkelingen hebben uiteraard ook zijn weerslag op de uiteindelijk te ontvangen algemene uitkering. Hierbij kan in zijn algemeenheid gesteld worden dat hogere/lagere rijksuitgaven leiden tot een hogere/ lagere algemene uitkering. Deze stijging/daling, accres genaamd, is bedoeld voor compensatie van loon- en prijsstijgingen en om gemeenten mee te laten delen in hetzij budgettaire ruimte, hetzij bezuinigingen bij de overheidsfinanciën.
De mei- en septembercirculaires van het Ministerie van Binnenlandse Zaken zullen uiteindelijk bepalend zijn voor de op te nemen ramingen in de P&C-documenten. Voor de kaderbrief en de programmabegroting wordt in beginsel steeds met de meest recente daaraan voorafgaande circulaire rekening gehouden. De provincie, als financieel toezichthouder, gaat ervan uit dat voor de beoordeling van de begroting van enig jaar tenminste de meicirculaire van het voorafgaande kalenderjaar is verwerkt. Wanneer er voor gekozen wordt de uitkomsten van de septembercirculaire te verwerken dan wordt het van belang gevonden dat hierin een consistent beleid wordt gevoerd. Dit om te voorkomen dat de uitkomsten van deze circulaire gaan bepalen of al dan niet tot verwerking van deze circulaire wordt over gegaan. Omdat de praktijk is dat het verwerken van de septembercirculaire lastig is gelet op het moment van openbaar worden hiervan, adviseren we (bestendige lijn) de ramingen van de rijksuitkering in de ontwerpbegroting jaarlijks te baseren op de meicirculaire. De gevolgen van de septembercirculaire zullen dan worden verwerkt in de eerstvolgende tussentijdse rapportage. Indien realiseerbaar zullen de gevolgen van de septembercirculaire voor de raadsbehandeling van de programmabegroting ter kennisneming aan de raad worden aangeboden, zonder dat deze vervolgens onderdeel van de besluitvorming worden.
Al met al zullen we er rekening mee moeten houden dat een verslechtering van de financiën van de rijksoverheid uiteindelijk ook een ongunstig effect heeft op de ontwikkeling van de algemene uitkering. De aanstaande meicirculaire zal een eerste indruk geven van de mate waarin dit het geval zal zijn. Daarnaast is er nog sprake van de ontwikkeling van een nieuw verdeelstelsel. De invoer hiervan is weliswaar een jaar uitgesteld naar 2023, toch zullen we bij de kadernota 2022 en dus bij de begroting 2022 iets moeten melden over de inschatting van effecten. Deze effecten moeten dan naast de in de programmabegroting 2021 opgenomen effecten worden gelegd. In maart van dit jaar bent u geïnformeerd over de eerste prognoses. Deze lieten een gunstige ontwikkeling voor onze gemeente zien, maar hierbij moet wel de kanttekening gemaakt worden dat de uiteindelijke uitkomst anders zal zijn. Voorlopig stellen wij dan ook voor om de effecten van de herijking van het verdeelstelsel op nihil te waarderen. Dit betekent t.o.v. de programmabegroting 2021 een voordeel omdat we hier nog met een nadeel rekening hebben gehouden, oplopend tot € 1,2 miljoen in 2024. 2.
Belasting- en tarievenbeleid Het uiteindelijke belasting- en tarievenbeleid betreft zowel een politiek beïnvloedbare als politiek gevoelige materie. De uiteindelijke kaders hiervoor kunnen ter gelegenheid van de bespreking van de kadernota (= kaders aangeven voor het opstellen van de begroting) door de raad gegeven worden. Dit mede afgestemd op de dan geconstateerde financiële positie op hoofdlijnen, het beoogde beleid voor de komende planperiode en het bijbehorende dekkingsplan. Voor het opstellen 22
van de kaderbrief alsmede voor de begroting aanvaard beleid voor de komende planperiode stellen we voor de tarieven te hanteren zoals deze zijn vastgesteld voor de begroting 2021 waarbij voor de actualisering van de ramingen aanvaard beleid voor de algemene heffingen rekening wordt gehouden met een stijging gelijk aan het gemiddelde van de loon- en prijsindex. Verder wordt rekening gehouden met autonome volumeontwikkelingen zoals aangegeven in de kerngegevens opgenomen in paragraaf V. De ramingen met betrekking tot reinigingsheffing en rioolheffing (voor beide netto na kwijtschelding) worden gebaseerd op 100% kostendekking. Specifiek ten aanzien van de huurtarieven gemeentelijk vastgoed stellen we voor deze, voor wat betreft aanvaard beleid, in de pas te laten lopen met de ontwikkeling van de prijzen van goederen en diensten. Ten aanzien van de kostendekkendheid van leges en begraafplaatsrechten is (nog) geen concreet dekkingspercentage vastgelegd. Bij de uiteindelijk definitief door de gemeenteraad vast te stellen tarieven c.q. het dekkingsplan, opgenomen in de programmabegroting, kan uiteraard van het aanvaard beleid worden afgeweken en kan aandacht besteed worden aan: a. de mate waarin er reden is voor een eventueel afwijkende aanpassing van belastingtarieven; b. de mate van kostendekking voor begraafplaatsrechten, marktgelden en de diverse leges; c.