CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

07. Invulling rol gemeenteraad Omgevingswet - raadsvoorstel en -besluit

Gemeenteraad 19 september 2022, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Invulling rol gemeenteraad Omgevingswet2.222 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlagen 2022 23 augustus 2022 Nr. 28/5 Reg.nr. INTB-22-05045 Bijlagen: -

Agendapunt: 7

Voorstel tot invulling van de rol van de gemeenteraad in het kader van de Omgevingswet.

Aan de gemeenteraad

Inleiding De Omgevingswet heeft gevolgen voor de positie en bevoegdheden van de gemeenteraad. U kunt kaders bepalen waarmee u uw positie en bevoegdheden vastlegt. Dit voorstel omvat een aantal eerste nieuwe werkwijzen voor het anders werken met elkaar rondom de Omgevingswet, te weten:  het invulling geven aan de adviesrol die uw gemeenteraad straks heeft bij projecten die afwijken van het omgevingsplan;  participatiekeuze bij projecten die afwijken van het omgevingsplan;  het delegeren van enkele (praktische) zaken van de gemeenteraad naar het college van burgemeester en wethouders (hierna: college). Argumenten 1. Bindend advies bij grote en omvangrijke projecten die afwijken van het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) Huidige situatie In de huidige situatie moet het college aan de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen (hierna: vvgb) vragen, indien sprake is van een omgevingsvergunning waarbij wordt afgeweken van een bestemmingsplan of beheersverordening. Het betreft de procedure die bekend staat als het buitenplans projectafwijkingsbesluit (artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3º, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). De vvgb van de gemeenteraad is bindend; indien de gemeenteraad besluit geen vvgb af te geven dan dient de omgevingsvergunning door het college geweigerd te worden.

Daarnaast kan de gemeenteraad bij het afgeven van een vvgb ruimtelijk relevante voorschriften verbinden aan het project. De gemeenteraad kan echter een lijst van categorieën van gevallen vaststellen waarbij een dergelijke vvgb niet vereist is. Hierdoor hoeft de gemeenteraad niet bij iedere aanvraag een aparte vvgb af te geven. In die gevallen is het college zelf bevoegd te beoordelen of een activiteit in overeenstemming of in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Hieronder is het raadsbesluit weergegeven voor de gevallen waar het binnen onze gemeente om gaat.

Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt het raadsbesluit van 23 mei 2016 van rechtswege. Dit betekent dat het raadsbesluit niet expliciet hoeft te worden ingetrokken. Nieuwe situatie Met de Omgevingswet wordt de systematiek omgekeerd. Dan kan de gemeenteraad aangeven in welke gevallen advies moet worden ingewonnen bij de gemeenteraad als er sprake is van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Dit advies is - net als bij de vvgb - ook bindend. Als er niets wordt geregeld over het adviesrecht, dan wordt het buitenplans afwijken van het bestemmingsplan een exclusieve bevoegdheid van het college. Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit lijkt veel op de oude artikel 19-vrijstelling van de Wet op de Ruimtelijke Ordening en het huidige projectafwijkingsbesluit van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

2

In het conceptbesluit is een concrete lijst van gevallen opgenomen waarvoor het adviesrecht van de gemeenteraad geldt. Het gaat daarbij om gevallen waarvan de effecten op de fysieke leefomgeving duidelijk merkbaar zijn. De argumenten voor deze benadering zijn:  de werkwijze van de afgelopen jaren. De gemeenteraad is de afgelopen jaren sporadisch ingeschakeld voor het wel of niet afgeven van een vvgb. Dit is het gevolg van de lijst van categorieën van gevallen waarbij een dergelijke vvgb niet vereist is. Verder is van belang dat vooral veel wordt gewerkt met zogeheten postzegelbestemmingsplannen. De ervaringen zijn positief;  aanwijzing van meer gevallen zorgt voor een vertraging in de afhandelingstermijn en verzwaart de werklast. Dit past niet bij de doelstellingen van de Omgevingswet en onze gemeente om de dienstverlening sneller en overzichtelijk te laten verlopen. Tot slot kan het college bij twijfel natuurlijk altijd nog besluiten uw gemeenteraad vrijwillig om advies te vragen. Toelichting welke wettelijk procedure In de huidige situatie is voor buitenplanse afwijkingen van het bestemmingsplan meestal de zogeheten uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De beslistermijn daarvan bedraagt 26 weken. De Omgevingswet streeft naar een versnelling van de besluitvorming.

In lijn daarmee is de reguliere voorbereidingsprocedure (8 weken) straks het uitgangspunt. Dat geldt ook voor omgevingsvergunningen waarmee van het Omgevingsplan wordt afgeweken (de buitenplanse omgevingsplanactiviteit). De Omgevingswet staat het bevoegd gezag (in dit geval het college) toe om alsnog de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren op een vergunningaanvraag. In die gevallen geldt dan een beslistermijn van 26 weken en kunnen belanghebbenden gedurende zes weken formele zienswijzen op de ontwerpvergunning indienen. Hoewel wij als college over de uitgebreide procedure kunnen beslissen, willen wij hier geen lijn in kiezen zonder dit met u af te stemmen. Ons voorstel is de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren op initiatieven die aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving (kunnen) hebben, en waarvan verwacht wordt dat verschillende partijen er bedenkingen tegen hebben. Wij vinden het voor deze gevallen belangrijk om belanghebbenden naast de mogelijkheid tot participatie, ook de mogelijkheid te bieden om formele zienswijzen op het voorgenomen project in te dienen. Niet iedereen zal vooraf aan participatie mee kunnen of willen doen. Ook draagt de mogelijkheid tot indienen van zienswijzen bij aan de urgentie bij de initiatiefnemer om aan de voorkant een goed participatieproces aan te bieden.

Aanvullend geeft de uitgebreide procedure de gemeente meer tijd om het adviesrecht van de gemeenteraad goed in te kunnen vullen. Daarom zijn wij voornemens om de uitgebreide procedure van toepassing te verklaren voor omgevingsvergunningaanvragen waarvoor u als gemeenteraad bindend adviesrecht heeft. De voorgestelde lijst van gevallen met adviesrecht betreft immers aanvragen die aanzienlijke gevolgen voor de fysieke leefomgeving kunnen hebben, die aanleiding kunnen geven tot bedenkingen. Een stevigere voorbereidingsprocedure is in die gevallen op haar plaats. 2. Participatie bij aanvragen om af te wijken van het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) In de filosofie van de Omgevingswet is vroegtijdige participatie belangrijk. Vroegtijdig betekent op een moment dat alternatieven nog mogelijk zijn, dus voorafgaand aan de vergunningaanvraag. Sturing op vooroverleg en participatie tijdens het vooroverleg wordt belangrijker. Goede afstemming en in beeld brengen van relevante belangen en feiten, leidt idealiter tot inhoudelijk betere keuzes, meer draagvlak en minder juridische procedures. Bedoeling is dat niet uniform wordt vastgelegd hoe participatie plaatsvindt, maar te borgen dat participatie plaats kan vinden. De wet benadrukt dat het de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer is om te bepalen hoe deze de participatie invult.

De participant beslist zelf in hoeverre deze gebruik maakt van de participatiemogelijkheid. Anders gezegd: de participatieverplichting geldt voor de initiatiefnemer, niet voor de participant.

3

De Omgevingswet geeft uw gemeenteraad de mogelijkheid om gevallen aan te wijzen waarin een initiatiefnemer verplicht is derden uit te nodigen om te participeren. Dit kan alleen bij aanvragen die niet in het omgevingsplan passen (de buitenplanse omgevingsplanactiviteit). Het is aan uw gemeenteraad om te bepalen of - en zo ja, voor welke buitenplanse omgevingsplanactiviteiten - deze verplichting gaat gelden. Wij stellen u voor om alle aanvragen voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan te wijzen als activiteit waarin voorafgaand aan het indienen van een aanvraag de mogelijkheid voor participatie door derden verplicht is. Het komt de publieke besluitvorming ten goede als helder in beeld wordt gebracht welke belangen moeten worden meegewogen en welke argumenten een rol spelen. Dat geldt zeker bij aanvragen om van het omgevingsplan af te mogen wijken. Het participatieproces dient plaats te vinden voorafgaand aan het indienen van een formele aanvraag. Bij ontvangst van de aanvraag toetst de gemeente of de initiatiefnemer aandacht heeft besteed aan passende participatie. Voor alle duidelijkheid: Dit besluit regelt alleen of er moet worden geparticipeerd bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten. De wijze waarop moet worden geparticipeerd regelt dit besluit niet. Dit komt in een separaat raadsbesluit aan de orde, te weten een raadsbesluit over het participatiebeleid.

In het participatiebeleid wordt tevens ingegaan op de wijze van participatie bij omgevingsplanactiviteiten die volledig voldoen aan het omgevingsplan en bij binnenplanse omgevingsplanactiviteiten. Een omgevingsplanactiviteit is een activiteit die alleen met een omgevingsvergunning mag worden uitgevoerd. 3. Delegatie van enkele (praktische) zaken wordt wettelijk mogelijk en is slagvaardig De Omgevingswet maakt het mogelijk dat de gemeenteraad taken delegeert aan het college. Dit betekent dat het college deze taken mag uitvoeren zonder besluit hierover in de gemeenteraad. De gemeenteraad blijft uiteraard de kaderstellende en controlerende taak behouden. Wij stellen voor om enkele taken te delegeren. Hierdoor kan er slagvaardiger worden gewerkt. Er kunnen zaken sneller afgehandeld worden in minder tijd. Dit past ook bij één van de doelen van de Omgevingswet, namelijk een snellere dienstverlening. Er wordt voorgesteld om de volgende taken te delegeren aan het college: a. het verwerken van onherroepelijke omgevingsvergunningen; b. het verwerken van wijzigingen van juridisch-technische aard; c. het verwerken van wijzigingen die noodzakelijk zijn als gevolg van hogere wet- of regelgeving; d. het wijzigen van de plaats en richting van werkingsgebieden met maximaal 5 meter; e. het nemen van een voorbereidingsbesluit.

Toelichting punten a tot en met c Deze taken betreffen de praktische zaken waarbij geen beleidsinhoudelijke ruimte (meer) is. Zo moeten onherroepelijke omgevingsvergunningen verwerkt worden in het omgevingsplan. Als het college dit mag in plaats van de gemeenteraad, dan betekent dit een vermindering van de werklast. Het gaat hierbij alleen over verwerking van reeds onherroepelijke initiatieven die binnen- en buitenplans afwijken van het omgevingsplan. Toelichting punt d Dit delegatiepunt is ook primair vanuit de praktijk gewenst om slagvaardiger te kunnen werken. Hier zal wel beleidsinhoudelijk worden getoetst of de wijziging met maximaal 5 meter vanuit het oogpunt van een evenwichtige toedeling van functies aan de desbetreffende locatie aanvaardbaar is. Toelichting punt e Een voorbereidingsbesluit zorgt ervoor dat ongewenste ontwikkelingen worden voorkomen. Hierdoor wordt voor het gebied waarvoor het voorbereidingsbesluit wordt genomen de bestaande situatie als 4

het ware tijdelijk bevroren totdat het omgevingsplan is gewijzigd. Met het nemen van een voorbereidingsbesluit wordt bijvoorbeeld voorkomen dat een initiatiefnemer kort voor een wijziging van het omgevingsplan bewust een omgevingsvergunningaanvraag indient die in strijd is met de voorgenomen wijziging. De noodzaak tot het nemen van een voorbereidingsbesluit komt weinig voor, maar wanneer dit nodig is, is het belangrijk dat er snel gehandeld kan worden. Het college kan hierin sneller acteren dan de gemeenteraad. Mocht er door het college een voorbereidingsbesluit zijn genomen, dan wordt de gemeenteraad hierover achteraf via een raadsinfobrief geïnformeerd. Kanttekeningen De Omgevingswet is voor iedereen nieuw. Het gaat om een grote en ingrijpende verandering. Het is op voorhand niet zeker hoe besluiten en regels in de praktijk uitpakken. Dat geldt ook voor de in dit voorstel beschreven bevoegdheden. Het is een gezamenlijk ontwikkel- en leerproces. Mocht na inwerkingtreding van de Omgevingswet uit ervaringen blijken dat er een wens is om de rolverdeling bij te stellen, dan kan worden besloten om dit besluit aan te passen. Voorstel In te stemmen met het bijgevoegde conceptbesluit over het bindend adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, de participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en het delegeren van bepaalde taken onder de Omgevingswet.

In de vergadering van het politiek forum van 5 september 2022 is besloten uw raad te adviseren tot behandeling en besluitvorming over te gaan.

Oldenzaal, 9 september 2022 Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,

de burgemeester,

J.H. Dijkstra

P.G. Welman

Bijlagen Geen.

5

Nr. 1210

De raad van de gemeente Oldenzaal;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 augustus 2022, nr.28/5, reg.nr. INTB-21-05045; gelet op artikel 2.8, artikel 4.14, lid 5, artikel 16.15a, onder b en artikel 16.55, lid 7 van de Omgevingswet;

besluit:

vast te stellen het volgende besluit over het bindend adviesrecht bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, de participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten en het delegeren van bepaalde taken onder de Omgevingswet: Artikel 1

Aanwijzing lijst van gevallen waarvoor een bindend advies is vereist

De volgende lijst van gevallen van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit worden aangewezen als gevallen waarbij de gemeenteraad een bindend advies - gebaseerd op artikel 16.15a, onder b, van de Omgevingswet - geeft aan het college van burgemeester en wethouders: a) projecten voor het realiseren van meer dan 30 woningen/appartementen met de daarbij behorende voorzieningen; b) projecten voor antenne-installaties hoger dan 40 meter; c) projecten voor het realiseren van windmolens hoger dan 25 meter en zonnevelden (grondopstelling met zonnepanelen) groter dan 100 vierkante meter.; d) projecten voor het wijzigen van de functie van onbebouwde gronden en/of het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en/of gebouwen buiten bestaand stedelijk gebied van meer dan 1500 vierkante meter bruto vloeroppervlakte, niet zijnde projecten voor het realiseren van woningen/appartementen; e) de hierboven genoemde gevallen zijn niet van toepassing als een project in overeenstemming is met een door de gemeenteraad vastgesteld kader (zoals bijvoorbeeld een visie, beleidsnota) of als een project in strijd is met instructie(regel)s. Artikel 2

Participatie bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten

Participatie van en overleg met derden, gebaseerd op artikel 16.55, lid 7, van de Omgevingswet, is verplicht voorafgaand voor elke aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarvoor het college van burgemeester en wethouders het bevoegd gezag is.

Artikel 3

Delegatie

De volgende bevoegdheden worden gedelegeerd aan het college van burgemeester en wethouders: 1.

2.

Het vaststellen van delen van het omgevingsplan voor zover het gaat om: 1.1. het verwerken van onherroepelijke omgevingsvergunningen; 1.2. het verwerken van wijzigingen van juridisch-technische aard; 1.3. het verwerken van wijzigingen die noodzakelijk zijn als gevolg van hogere wet- of regelgeving; 1.4. het wijzigen van de plaats en richting van werkingsgebieden met maximaal 5 meter. Het nemen van een voorbereidingsbesluit.

Artikel 4

Bekendmaking en inwerkingtreding

Dit besluit wordt bekendgemaakt en treedt in werking op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt.

Vastgesteld in de openbare vergadering van 19 september 2022 de griffier,

de voorzitter,

J.H. Brokers

P.G. Welman

2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11806238/3