CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Herziening Archeologische Waardenkaart - Bijlage Herziening Archeologische Waardenkaart gem Oldenzaal 2023

Gemeenteraad 21 oktober 2024, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de herziening Archeologische waardenkaart4.192 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Hoort bij raadsbesluit nr. 1413 van 21 oktober 2024, de griffier,

R.d.G.

Herziening Archeologische Waardenkaart van de gemeente Oldenzaal 2023 Toelichting en onderbouwing van de kaart en wijzigingen ten opzichte van de kaart uit 2006

In opdracht van de gemeente Oldenzaal Het Oversticht, H. Oude Rengerink (update tot 2014), O. Satijn (2023)

Inhoud Inleiding ........................................................................................................................................... 3 Opbouw van de archeologische verwachtingskaart versie 2. ......................................................... 5 Het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) ..................................................................... 5 Vestigingsvoorwaarden ............................................................................................................... 6 De historische Topgrafische kaart van Nederland uit 1898 ........................................................ 7 Werkwijze opstellen van de nieuwe verwachtingskaart ................................................................. 8 De geomorfologie ........................................................................................................................ 8 Het reliëf volgens het AHN .......................................................................................................... 8 Historische topografische kaarten ............................................................................................ 10 Verwachtingszones........................................................................................................................

11 Hoge archeologische verwachting ............................................................................................ 11 Middelhoge archeologische verwachting ................................................................................. 13 Lage archeologische verwachting ............................................................................................. 13 Vrijgegeven na onderzoek ......................................................................................................... 15 Terreinen van Archeologische waarde en attentiegebieden ........................................................ 16 Overige aanduidingen op de archeologische waardenkaart......................................................... 16 Detailkaart Historische kern .......................................................................................................... 17 Gebruik en status van de kaart...................................................................................................... 18 Doel van de kaart....................................................................................................................... 18 Maatwerk .................................................................................................................................. 18

Inleiding In 2006 is de verwachtingswaardenkaart van de gemeente Oldenzaal opgesteld door het adviesbureau Vestigia. De kaart is in mei 2007 door de gemeenteraad vastgesteld en is daarmee een vigerend beleidstuk geworden dat met name in de ruimtelijke planvorming en vergunningverlening als een onderlegger wordt gebruikt. Op basis van de kaart worden eventuele voorwaarden voor vergunningen (bouw- en sloop) gesteld, en worden in ruimtelijke planprocedures archeologische waarden als toetsingskader en eventueel als deelbestemming opgenomen in de bestemmingsplannen. Ook wordt aan de hand van de verwachtingskaart gekeken of binnen de ruimtelijke planvorming archeologisch onderzoek uitgevoerd dient te worden. Bij het gebruik van de archeologische waardenkaart is gebleken dat deze nog een aantal zwakke punten en tekortkomingen vertoonde. 1. Vrijwel de hele bebouwde kom is grijs (=geen verwachting) aangeduid. Met behulp van aanvullend historisch geografisch onderzoek kunnen deze grijze zones worden omgezet naar een archeologische verwachting; 2. Op de kaart komen enkele witte gebieden voor. Van een aantal daarvan is niet goed na te gaan waarom daar geen archeologische verwachtingswaarden zijn aangeduid; 3. Bij het opstellen van de kaart is geen gebruik gemaakt van historische topografische kaarten.

Op deze kaarten is veel informatie beschikbaar over landgebruik en landschappelijke kenmerken die van belang zijn voor de bepaling van archeologische verwachtingswaarden en de begrenzingen daarvan, met name voor wat betreft de gebieden die op de huidige verwachtingskaart als grijs gebied zijn aangeduid; 4. De kaart is grafisch gezien van slechte kwaliteit. De kaart zal daartoe verbeterd moeten worden en aan de huisstijl van de gemeente Oldenzaal aangepast worden. Bovendien moet de kaart digitaal worden opgenomen in de informatiesystemen die binnen de gemeentelijke organisatie worden gebruikt. Bovenstaande vormde voldoende aanleiding om de kaart uit 2006 te herzien en een nieuwe kaart op te stellen. Ten behoeve van de herziening van de verwachtingskaart is in onderstaande hoofdstukken uiteengezet wat de belangrijkste wijzigingen zijn en wordt de motivatie gegeven voor de aanpassingen. Onderhavig document dient overigens niet ter vervanging van het rapport dat Vestigia heeft geschreven bij de verwachtingskaart van 2006. In grote lijnen blijft informatie over de archeologische en historische situatie in de gemeente Oldenzaal en de onderbouwing van de verwachtingswaarden zoals die in het betreffende rapport staat actueel. In document is

vooral de onderbouwing opgenomen voor de wijze waarop de nieuw kaart tot stand is gekomen en gaat het vooral om een aanscherping van de verwachtingszones waarbij met name op basis van het AHN en de Historische kaarten de verwachtingszones zijn bijgesteld.

Opbouw van de archeologische verwachtingskaart versie 2. De verwachtingswaarden op de nieuwe kaart zijn voor het gehele gemeentelijk gebied aangepast. Naast de informatie van geomorfologische en bodemkundige kaarten alsmede het reliëf is gebruik gemaakt van de historische topografische kaart uit 1898. Het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN) Voor het onderscheiden van zones in het landschap waar er een hoge kans is op het aantreffen van archeologische vindplaatsen is het met name van belang om de hogere delen te kunnen onderscheiden. Het gemeentegebied van Oldenzaal ligt aan de voet van de stuwwal van Oldenzaal-Enschede, deels nog op gestuwde afzettingen met een afdekking van dekzand en deels in een dekzandgebied met dikkere, al dan niet verspoelde dekzanden. Vanaf de hoge stuwwal voeren beken veel water aan dat door de keileemlagen in de ondergrond niet wegzakt. In de dekzanden vormden zich brede en laagliggende beekvlaktes en beekdalen. De hogere delen bestaan hoofdzakelijk uit de dekzandkoppen en –ruggen die in het Laat Glaciaal aan het oppervlak zijn opgeblazen. Deze dekzandhoogtes zijn er verhoudingsgewijs weinig en zeer verspreid binnen het gemeentelijk gebied. Het grootste deel bestaat uit lage dekzandgebieden.

Afb. 1: Regionaal reliëf rond Oldenzaal (bron: www.ahn.geodan.nl)

Vestigingsvoorwaarden Er zijn meerdere landschappelijke en bodemkundige factoren die van belang waren voor de locaties waar de mens zich in het verleden heeft gevestigd, tijdelijk of voor langere perioden. Grosso modo blijken in een oorspronkelijk landschap zoals dat binnen de gemeente Oldenzaal voorkomt de dekzandhoogtes de locaties waren waar gedurende de prehistorie en de vroeg-historische tijden sporen van menselijke aanwezigheid kunnen worden gevonden. Ten behoeve van het opstellen van archeologische waarden is het daarom van belang om de hoger locaties in het oorspronkelijk landschap te identificeren en af te grenzen. De hogere delen in het landschap zijn in principe traceerbaar op grond van de geomorfologische kaarten waarop dekzandruggen en –koppen zijn onderscheiden. Ten tijde van het maken van de geomorfologische kaart beschikte men nog niet over de nauwkeurige hoogtegegevens zoals die sinds het laatste decennium middels het AHN beschikbaar zijn gekomen.

Afb. 2: Reliëf rond Oldenzaal, dekzandgebied ten oosten van de Schipleidelaan. Bron: www.ahn.nl

Op het AHN is het natuurlijke reliëf goed zichtbaar te maken. Alleen voor het stedelijk gebied is dit vanwege de dichte bebouwing niet mogelijk. Ook bosgebieden leveren vertekeningen op. Voor het buitengebied is duidelijk dat veel van de op de geomorfologische kaarten aangeduide dekzandkoppen en –ruggen niet goed zijn weergegeven qua begrenzingen. Met behulp van AHN gegevens kunnen veel beter de hogere delen van het landschap in beeld worden gebracht dan met de geomorfologische kaarteenheden. De historische Topgrafische kaart van Nederland uit 1898 Een belangrijke aanvulling bij het onderscheiden van de hogere delen in het landschap is vooral de historische topografische kaart uit 1898. Dit geldt vooral voor het gebied dat ligt binnen de huidige bebouwde kom. Vanwege de bebouwing is het AHN hiervoor niet goed bruikbaar. Op de verwachtingskaart van Vestigia is het merendeel van de bebouwde kom als een grijs gebied aangeduid, mede vanwege het feit dat dit gebied ook op de geomorfologische kaart grotendeels niet is gekarteerd, maar ook omdat men vanwege de voornoemde onbruikbaarheid van het AHN in dichtbebouwd gebied niet uit de voeten kon. Toch is het mogelijk om redelijk aanvaardbare verwachtingszones voor het bebouwde kom te definiëren.

Om inzicht te krijgen in het reliëf in de grijze gebieden in de bebouwde kom is het landschap zoals op de kaart uit 1898 is weergegeven, geanalyseerd. Op die kaart zijn de hogere gebieden wel identificeerbaar, deels omdat die al met hoogtestreepjes zijn aangeduid zoals ook op moderne topografische kaarten gebruikelijk is, en deels omdat daarop ook bouwlanden zijn aangegeven die op grond van vorm en benamingen ook aanwijzingen geven voor een landschappelijk hogere ligging. Meestal zullen onder die bouwlanden ook dekzandkoppen en -ruggen aanwezig zijn. Daaruit is gebleken dat er binnen het grijze gebied op de kaart van Vestigia wel degelijk hogere en lagere delen van het dekzandlandschap kunnen worden onderscheiden en dat daarmee ook het grijze gebied kan ingevuld met verwachtingswaarden.

Werkwijze opstellen van de nieuwe verwachtingskaart De geomorfologie In een eerste werkstap zijn aan de hand van de geomorfologische kaart eenheden bekeken die een hoge en middelhoge archeologische verwachting kunnen hebben. In principe gaat het om geomorfologische eenheden die duiden op hogere delen in het natuurlijke landschap. Deze eenheden zijn ook in het rapport van Vestigia al benoemd. Het gaat dan met name om dekzandruggen en -koppen. Voor de lage verwachtingszones komen de lager gelegen gebieden in aanmerking zoals onder andere beekvlaktes, beekdalen en verspoelde dekzandvlaktes. Het reliëf volgens het AHN Het blijkt dat de op de geomorfologische kaart voorkomende eenheden die als landschappelijk hogere reliëfelementen zijn geclassificeerd in veel gevallen niet als zodanig te bestaan. Dit blijkt met name als deze geomorfologische eenheden worden opgezocht op de reliëfkaarten volgens het AHN.

Afb. 3a. Geomorfologie in het gebied westelijk van het Hulsbeek Bron: ARCHIS

Afb. 3b. AHN-reliëf westelijk van het Hulsbeek. Bron www.geodan.nl/ahn.

Een goed voorbeeld van afwijkingen tussen de geomorfologie en het reliëf volgens het AHN is te zien bij de op de geomorfologische kaart aangeduide grote dekzandruggen ten westen van het Hulsbeek (afb.3a en 3b). Op het AHN hoogtebeeld blijkt de werkelijke situatie heel wat genuanceerder te zijn en kan worden vastgesteld dat met name het noordwestelijke deel van de dekzandrug niet terug te vinden is. Verder is het AHN zodanig gedetailleerd dat kleine maar markante dekzandruggen die op de geomorfologische kaart niet zijn gekarteerd, wel kunnen worden getraceerd op het AHN. Voor de archeologie zijn dit soort kleine dekzandkoppen van belang. Enerzijds omdat op dit soort kopjes in de directe nabijheid van beken de kans op aanwezigheid van Mesolithische vindplaatsen groot is, anderzijds omdat op deze koppen vaak eenmans-essen (bouwlandkampen) zijn aangelegd waarop mogelijk middeleeuwse boerderijen gestaan kunnen hebben. Bij het vaststellen van hogere delen in het natuurlijke landschap gaat het overigens niet om absolute hoogtes ten opzichte van NAP maar om delen die zich in relatieve hoogte onderscheiden ten opzichte van het omliggende gebied. In principe is dit al wel in de geomorfologische classificatie meegenomen, maar zoals al is aangetoond moet het beeld volgens de geomorfologische kaart aangepast worden.

Duidelijk te onderscheiden hoger dekzandruggen kunnen met een hoge archeologische verwachting worden aangemerkt, de overige dekzandhoogtes komen dan in aanmerking voor een middelhoge archeologische verwachtingswaarde.

Historische topografische kaarten Op historische topografische kaarten is veel informatie te vinden die indirect nog aanwijzingen geeft over het natuurlijke landschap. Relatief laaggelegen delen van het natuurlijke landschap zijn op die kaarten terug te vinden. Dit zijn vaak de gebieden die op de kaarten niet als bouwland zijn aangeduid. Dit is verder nog gecheckt door op de kadastrale minuutplan uit 1832 te kijken naar de beschrijving van de kadastrale kavels. Met name voor het huidige stedelijke gebied dat op de geomorfologische en bodemkaarten niet is gekarteerd levert de analyse van historische kaarten alsnog een redelijk goed inzicht in de landschappelijke situatie en de ligging van hogere delen daarin. Het op de bestaande verwachtingskaart aangeduide grijze gebied kan hiermee toch worden ingevuld met verwachtingswaarden.

Verwachtingszones Hoge archeologische verwachting Dekzandruggen met plaggendekken Het zijn merendeels grote dekzandruggen waar op basis van historische kaarten en bodemkaarten oude bouwlanden zijn geïdentificeerd. Ten westen van de stad liggen deze dekzandruggen in het gebied met gordeldekzanden. Ten noordoosten en oosten van de stad liggen deze oude bouwlanden op dunne dekzanden op gestuwde tertiaire afzettingen. De oude bouwlanden zijn ontstaan in terreinen die van nature gunstige condities voor eenvoudige landbouw boden. Bovendien waren deze gebieden daardoor ook geschikt voor nederzettingen. Vanaf het einde van de late middeleeuwen ontstaan hier, als gevolg van de toepassing van plaggenbemesting, dikke plaggendekken, doorgaans als esdekken aangeduid. De aanvankelijke kleinere blokvormige akkerpercelen worden geleidelijk uitgebreid tot grote aaneengesloten akkergebieden die essen worden genoemd. Met name aan de west- en de noordzijde van de oude kern van de stad liggen grote essen die sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw grotendeels binnen de bebouwde kom zijn geraakt. Zo is een groot deel van de wijk 'De Essen' aangelegd op de 'Hoge Es' en de 'Bentheimer Es'. De 'Glinde' en de 'Meibree'. Kleinere essen lagen aan de zuidkant van de stad zoals de 'Hoge en de Lage Zoddenberg' en de 'Kleiesch'.Ook een deel van de grote Lemseleres ligt nog binnen het gemeentegebied.

Verder westelijk liggen enkele escomplexten in het dekzandgebied westelijk van het Hulsbeek, de Thij en de Gravenes. Dit lijken, gezien de geringere omvang eerder grote kampontginningen. Archeologische vindplaatsen onder het plaggendek zijn doorgaans vrij goed bewaard gebleven vanwege de afschermende werking van het dikke plaggendek. Hoge dekzandruggen zonder plaggendek Ter plaatse van het Hulsbeek en langs de westzijde van de gemeentegrens zijn enkele eenheden onderscheiden die op de bodemkaart staan aangeduid met haarpodzolbodems. Dergelijke bodems komen doorgaans voor op droge kalkarme zandgronden die vrij hoog lagen. Er liggen opvallend vaak grafheuvels op dekzandruggen met haarpodzolgronden. Dit blijkt ook in Gammelke en Lemselo. Ook de grafheuvel op de Zanhorst ligt vermoedelijk op een dezandrug met een haarpodzol.

Afb.4. Oude bouwlanden rond de historische kern van Oldenzaal (witgrijze vlakken)

Attentiegebieden rond oude erven Een bijzondere aanduiding is aangegeven voor boerderijen waarvan uit middeleeuwse registers blijkt dat die in de 14e of de 15e eeuw al als een erf bestonden. Vaak staan de nu nog bestaande boerderijen nog op de plek waar deze in die eeuwen al bestonden. Uit veel onderzoek is gebleken dat nog oudere voorgangers van deze boerderijen in de directe omgeving nog zijn terug te vinden. Het gaat dan doorgaans om sporen van boerderijen uit de periode van de 11e tot en met de 13e eeuw. Deze liggen dan meestal in de randzone van oude bouwlanden. Vanwege de verwachting dat er in de directe omgeving van de oude erven nog oudere sporen van voorgangers aanwezig kunnen zijn, is er rondom deze erven een cirkelvormige zone met een hoge archeologische verwachting aangeduid. De straal van deze cirkel is gesteld op 200 m. Naast de boerderijen die voor 1500 al zijn vermeld zijn ook boerderijen aangeduid die tot in het begin van de 17e eeuw bekend zijn. Omdat grosso modo mag worden verondersteld dat deze dan stichtingen na de middeleeuwen zijn, zullen deze van begin

af aan plaatsvast zijn geweest en worden er geen oudere voorgangers in de directe omgeving verwacht. Rond deze boerderijen is daarom geen attentiecirkel aangemerkt. Wel kunnen er ter plaatse van het woonstalhuis zoals dat in subrecente historische tijd nog bestond of nog steeds bestaat, nog wel degelijk eeuwenoude bovengrondse maar ook nog ondergrondse bouwdelen aanwezig zijn. Met name het zogenaamde ‘veerkaante werk’ (Twents voor gebinten en langsverbindingselementen) kan eeuwenoud zijn en ook onder de vloeren kunnen nog oude sporen aanwezig zijn die veel over het vroegere werken en wonen vertellen kunnen. Overige attentiegebieden Naast de attentiegebieden rond historische erven zijn er nog een aantal gebieden aangeduid waarin op basis van historische bronnen waarschijnlijk archeologische resten en sporen aanwezig kunnen zijn. Het gaat dan onder andere om het leprozenhuis, het gebied dat op de kaart van Van Deventer als Oldenzael is aangeduid, de mogelijke ligging van de Hondeborg en de Eekte. Middelhoge archeologische verwachting Gordeldekzanden en dekzandvlaktes Bij het maken van archeologische verwachtingskaarten vormen zones met een middelhoge verwachting doorgaans de lastigste verwachtingscategorie.

Het gaat dan vrijwel altijd om zones die niet met een hoge verwachting kunnen worden aangeduid maar ook niet met zekerheid voor een lage verwachtingswaarde in aanmerking komen, vallen doorgaans onder deze categorie. In vrijwel alle gevallen zijn het wel de op de geomorfologische kaart aangegeven dekzandruggen alsmede dekzandvlaktes met dekzandwelvingen. Een groot gebied binnen de gemeente bestaat uit volgens de geomorfologische kaart uit gordeldekzandwelvingen en vlaktes. Dit zijn dekzanden die aan de voet van stuwwallen zijn afgezet. Uit verspreidingsbeelden van vindplaatsen blijkt dat er op de gordeldekruggen doorgaans relatief veel archeologische vindplaatsen worden aangetroffen. In het merendeel van de gordeldekzandwelvingen zijn veldpodzolbodems ontstaan en ze hebben voor het grootste deel een grondwatertrap VI of VII. De gordeldekzandwelvingen kennen relatief weinig sterk geprononceerde ruggen. De archeologische verwachting voor deze eenheid is daarom dan ook als middelhoog gekwalificeerd. Lage archeologische verwachting Beekdalen en beekvlaktes

Dit zijn de zones in landschappelijk relatief laag gelegen gebieden. Op de bodemkaart liggen deze zones merendeels binnen bodemvlakken met beek- en gooreerdgronden, veldpodzolgronden met een hoge grondwaterstanden (grondwatertrappen III en IV). Op de geomorfologische kaart zijn dit met name de beekdalen en beekoverstromingsvlaktes en gebieden met verspoelde dekzanden. In grote lijnen blijkt dat deze eenheden ook in het hoogtebeeld van het AHN terug zijn te vinden. In deze gebieden zijn tot in de Late Middeleeuwen de condities voor eenvoudige landbouw en permanente bewoning doorgaans ongunstig geweest en worden er geen of zeer weinig vindplaatsen verwacht die aan bewoning en landbouwactiviteiten gerelateerd kunnen worden. Voor de periode van jagers-verzamelaars uit het LaatPaleolithicum, het Mesolithicum en het Vroeg-Neolithicum is het niet uitgesloten dat zich op kleine dekzandkopjes langs beeklopen kleine kampementjes hebben bevonden. Deze kleine dekzandkopjes zijn echter op bodem- en geomorfologische kaarten niet gekarteerd en zijn ook op het AHN heel lastig te traceren. Vuursteenconcentraties die het archeologische relict van dergelijke kampementjes vormen, zijn doorgaans sterk verstoord door ontginning en agrarische bewerkingen in de afgelopen eeuwen. Keileem en gestuwde tertiaire klei- en leem met een dun dekzanddek

Op de helling van de stuwwal oostelijk van de kern bestaat de ondergrond vooral uit gestuwde tertiarie afzettingen. Dit zijn vooral klei- en leempakketten die door de stuwing schubsgewijs tegen elkaar liggen. Op de geologische kaart is te zien dat er geen dik (<2,0 m) dekzandpakket op ligt. De ondergrond is slecht doordringbaar voor oppervlakte water waardoor het water stagneert. Bovendien komen op de stuwwalhelling talloze kwelzones voor. Op de bodemkaart zien we dan ook ondanks de relatief hoge ligging dat de grondwatertrappen niet hoger dan V zijn gekwalificeerd. Daarvan getuigt ook de namen 'Haarbroek'. Een broek is een drassig gebied. Archeologische vindplaatsen op de stuwwal komen vooral voor op locaties waar er vrij dikke dekzandpakketten liggen, al dan niet als een dekzandrug of niet afgespoeld deel van een dekzanddek. Binnen het gebied konden deze moeilijk worden onderscheiden maar vermoedelijk liggen enkele oude bouwlanden op een dergelijk dekzandpakket. Deze zijn al met een hoge verwachting onderscheiden. Een lage verwachting wil niet zeggen dat er geen archeologische vindplaatsen aanwezig zijn en worden verwacht. Zo zijn er uit de periode van het Neolithicum en de Vroege Bronstijd juist in deze gebieden veel losse vondsten van vooral stenen, vuurstenen en bronzen bijlen. Deze vondsten houden echter geen verband met traceerbare nederzettings- en begraaflocaties.

Vrijgegeven na onderzoek Er hebben tot eind 2023 in Oldenzaal 105 archeologische onderzoeken plaatsgevonden; op basis daarvan zijn 27 gebieden definitief vrijgegeven na het onderzoek (booronderzoek, of gravend veldwerk): hier zijn geen archeologische resten meer aanwezig.

Terreinen van Archeologische waarde en attentiegebieden Naast verwachtingswaarden zijn er nog meer gebieden aangeduid met een archeologische waarde. Het gaat om terreinen waar reeds archeologische resten of sporen zijn gevonden en de historische kern van Oldenzaal, inclusief de vestingzone. Terreinen waarin archeologische waarden bekend zijn als Terreinen van Archeologische waarde aangeduid. Het betreft de voormalige AMK-terreinen die al jaren geleden op de Archeologische Monumenten Kaart van de toenmalige ROB al zijn aangeduid. Een bijzondere categorie binnen deze terreinen van archeologische waarde zijn de wettelijk beschermde archeologische monumenten. Deze terrein vallen onder de wettelijke bescherming volgens de Monumentenwet. Binnen de gemeente Oldenzaal liggen vijf terreinen van archeologische waarde. Daarvan zijn er twee als wettelijk beschermd monument aangeduid, namelijk de grafheuvel aan de Zandhorstlaan en een terrein met grafheuvels op het Groote Veld tussen de Gammelkerstraat en de Schipleidelaan. De overige terreinen zijn de historische kern van Oldenzaal, een deel van de Lemseler Es met sporen uit de IJzertijd en de vroege en late Middeleeuwen alsmede een terrein nabij het wettelijk beschermd monument op het Groote Veld.

Afgezien van de voormalige AMK-terreinen zijn er nog enkele terreinen die vanwege historische gegevens als terreinen van archeologische waarde worden aangeduid. Dat geldt voor onder andere de oude molens rond de kern van de stad, het voormalige Leprozenhuis aan de Hengelosestraat, een omgracht spiekerterrein op de Eekte en landweren. In deze zones is de kans zeer groot dat bij bodemingrepen er alsnog vondsten en sporen aan het daglicht komen. Deze zones worden daarom op dezelfde wijze geclassificeerd als de op de AMK opgenomen terreinen van archeologische waarde.

Overige aanduidingen op de archeologische waardenkaart Naast archeologische waarden zijn er op de kaart nog diverse objecten aangeduid. Het gaat om nog aanwezige of verdwenen objecten zoals havezaten, kastelen en oude buitenplaatsen en voormalige wind- en watermolens alsmede een bijzonder soort veldnaam. Wind-, water- en rosmolens Op de kaart zijn ook molenlocaties opgenomen, hoewel deze niet apart als categorie benoemd zijn. De meeste windmolens zijn overigens in de 19e eeuw of kort daarvoor opgericht maar enkele zijn wat ouder. De watermolens kunnen echter wel aanzienlijk

oud zijn en uit de middeleeuwen dateren zoals de voormalige Bisschopsmolen en de Hulsbeker watermolen. Ter plaatse kunnen de funderingen en andere resten van de molens aanwezig zijn. Onderzoeksmeldingen Archeologisch onderzoek dat door archeologische bedrijven of instanties wordt uitgevoerd dient in ARCHIS te worden aangemeld (Art. 43 melding volgens de monumentenwet). De onderzochte gebieden zijn met begrenzing in ARCHIS met een onderzoeksmeldingsnummer geregistreerd. Het gaat echter wel om de hele range van onderzoeksmethoden, van bureauonderzoeken tot opgravingen. Een deel van deze onderzoeksgebieden kan op basis van de resultaten van de betreffende onderzoeken aangemerkt worden met een lage archeologische verwachting. Overige gebieden zijn echter nog niet met een lage verwachting aan te duiden. Er is voor gekozen om de verwachtingswaarde te handhaven maar bij eventuele ontwikkelingen kan uit de resultaten van de betreffende onderzoeken worden bepaald in hoeverre verder onderzoek nodig is. Vondstmeldingen uit ARCHIS In Nederland zijn en worden alle archeologische vondsten die worden aangemeld bij ARCHIS verwerkt in een database en kunnen dan op on-line kaarten worden bekeken. ARCHIS wordt meerdere keren per jaar aangevuld en geactualiseerd.

De vondstmeldingen geven niet alleen informatie over de vondsten maar dragen ook bij tot statistische informatie die voor het opstellen en toetsen van verwachtingswaarden van belang kan zijn. Als er op een locatie vondsten of archeologische sporen worden aangetroffen worden die in ARCHIS als een waarneming aangemerkt. Waarnemingen hebben een uniek nummer. Ze zijn op de verwachtingskaart opgenomen.

Detailkaart Historische kern Van het gebied binnen de historische kern is door Hans Oude Rengerink een detailkaart vervaardigd op basis van historisch kaartmateriaal en gegevens van uitgevoerde archeologische onderzoeken en waarnemingen. Tot het gebied van de historische kern wordt het gehele gebied gerekend binnen het ruimtebeslag van de vesting Oldenzaal in haar maximale uitbreiding tot 1626. Deze kaart kan worden gebruikt om de zeer hoge archeologische verwachting van de historische kern van de Oldenzaal te specificeren.

Gebruik en status van de kaart Doel van de kaart De archeologische waardenkaart is in eerste instantie bedoeld als onderlegger voor het archeologiebeleid van de gemeente Oldenzaal en wordt toegepast in ruimtelijke plannen en bij omgevingsvergunningen. In bestemmingsplannen (of toekomstig: het Omgevingsplan) moet op grond van de monumentenwet en de Bro (en vanaf 1 januari 2024 de Omgevingswet) rekening gehouden worden met archeologische waarden. Ook in m.e.r.'s dienen archeologische waarden als omgevingsaspect in beeld gebracht te worden. De archeologische waarden op de archeologische waardenkaart worden bij nieuwe plannen of actualisaties van bestemmingsplannen overgenomen en krijgen een dubbelbestemming met bestemmingsregels. In de toelichting worden onder de paragraaf Cultuurhistorie de eventueel aanwezige en te verwachten archeologische waarden omschreven en wordt aangegeven hoe hiermee omgegaan wordt bij ontwikkelingen en vergunningaanvragen. In de bestemmingsregels is aangeduid of er bij omgevingsvergunningen (bouw-, sloop- en aanlegvergunningen), archeologisch onderzoek gevraagd gaat worden. Zowel initiatiefnemers voor bestemmingsplannen als vergunningaanvragers kunnen dan rekening houden met eventuele eisen ten aanzien van archeologisch onderzoek.

De archeologische waardenkaart is gebaseerd op informatie en kennis zoals die ten tijde van het opstellen ervan redelijkerwijze bekend kan zijn. Het is een momentopname. Door nieuwe wetenschappelijke inzichten en nieuwe onderzoeksgegevens uit veldonderzoeken en andere bronnen zal het noodzakelijk zijn om voor een redelijk actueel inzicht in de archeologische waarden in de gemeente Oldenzaal, periodiek een update van de kaart te maken. Dit is in elk geval al nodig omdat ook onderzoeksmeldingen en daaruit gegenereerde archeologische waarnemingen sinds de laatste versie van de kaart van tijd tot tijd opgenomen moeten worden. Ook kan bijvoorbeeld blijken dat bepaalde archeologische verwachtingszones gewijzigd moeten worden in begrenzing of verwachtingswaarde en kunnen na onderzoek of toevalsontdekkingen nieuwe archeologische vindplaatsen of objecten worden toegevoegd. De kaart is daarmee een dynamisch document.

Maatwerk Bij het opstellen van bestemmingsplannen is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het in voldoende mate rekening houden en eventueel laten onderzoeken van archeologische waarden. Dit geldt zowel voor de gemeente zelf als externe partijen die bestemmingsplannen (laten) opstellen. Bij plannen die door de gemeente zelf worden

gemaakt wordt dit verzorgd door de regio-archeoloog die eventuele onderzoeken door archeologische bedrijven kan laten uitvoeren. Externe partijen kunnen op basis van het archeologiebeleid van de gemeente en de archeologische waardenkaart in principe in voldoende mate beoordelen of archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Namens het bevoegd gezag, de gemeente, zal de regio-archeoloog echter altijd toetsen of er voldoende rekening is gehouden met archeologische waarden, of er voldoende onderzoek is uitgevoerd en of conclusies en adviezen uit onderzoeken goed zijn onderbouwd. Aan externe partijen wordt echter nadrukkelijk aanbevolen om bij bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen waarbij onderzoeksverplichtingen van toepassing zijn, nader advies in te winnen omtrent de te volgen onderzoeksopzet. Dit geldt speciaal voor het stedelijke gebied met middelhoge verwachtingswaarden en de historische kern. Bovendien kan het ook zijn dat ondanks onderzoeksverplichtingen om diverse redenen geen onderzoek nodig is of dat er specifiek maatwerk nodig is. Benadrukt moet worden dat indien bij de graafwerkzaamheden onverhoopt archeologische resten worden aangetroffen er een meldingsplicht geldt, volgens de Erfgoedwet, art. 5.10. Deze melding kan worden gedaan bij de gemeente Oldenzaal (namens haar de regioarcheoloog) of de RCE.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14639306/2