06. Vaststellen integraal wijkverbeterplan Glinde-Hooiland - Raadsvoorstel en -besluit
Tekst van het document
Bijlagen 2024 26 maart 2024 Nr. 12/7 Reg.nr. INTB-24-06333 Bijlagen: 1
Agendapunt: 6
Voorstel tot het vaststellen van het integrale wijkverbeterplan Glinde-Hooiland inclusief bijbehorende uitgangspunten (kaders). De financiële gevolgen van de uitvoering van de ambities uit het wijkverbeterplan worden ter besluitvorming voorgelegd als Nieuw beleid bij de Kadernota 2025.
Aan de gemeenteraad
De komende 10, 15 jaar gaan we allerlei werkzaamheden uitvoeren in Glinde-Hooiland. Wegen, verlichting, ondergrondse leidingen, er gaat veel gebeuren. Waar het kan, wordt de wijk een stuk groener. Dat doen we niet alleen vóór de inwoners, maar ook met inwoners. Hiervoor heeft de gemeente samen met inwoners voor het eerst 1 integraal wijkverbeterplan gemaakt. Dit plan gaat over de ruimtelijke aspecten in de wijk (bijv. verkeer, wateroverlast, hitte), maar ook de sociale (bijv. plek voor elkaar ontmoeten, hulp bieden aan elkaar). Aan de hand van dit traject en de input die is opgehaald zijn uitgangspunten voor het wijkverbeterplan Glinde-Hooiland opgesteld. Via dit raadsvoorstel vragen we u het integrale wijkverbeterplan Glinde-Hooiland en de bijbehorende uitgangspunten vast te stellen. Leeswijzer: omschrijving traject, risico’s in de wijk en opgestelde uitgangspunten In dit raadsvoorstel omschrijven we kort het traject om tot een wijkverbeterplan voor Glinde-Hooiland te komen. Daarna staan de risico’s (als we niets doen) voor deze wijk beschreven. Hiermee willen we inzicht geven in de verandering die nodig is om deze wijk toekomstbestendig te maken. En uitleggen waarom de opgestelde uitgangspunten nodig zijn. Tot slot staan de uitgangspunten uiteengezet.
Traject Glinde Hooiland Op basis van een aantal vertrekpunten voor het wijkverbeterplan Glinde-Hooiland is een traject in de wijk Glinde-Hooiland opgestart: Het groot onderhoud wordt integraal aangepakt (meerjaren uitvoeringsplan, MJUP). Klimaatdoelstellingen zijn belangrijk voor lange termijn (wateroverlast, droogte en hitte). Het wijkverbeterplan (de ruimtelijke structuurkaart) bepaalt wat waar belangrijk is (zoals buslijn, fietsroute, koelteplek). Omgekeerd ontwerpen is de basis bij de start van een detailontwerp op straatniveau (groen is het uitgangspunt, verharding moet zich bewijzen). Via participatie bepaalt de inwoner welke mate van vergroening. Niet vergroenen is geen optie. Doel van dit traject was met name om input op te halen bij wijkbewoners. Welke dromen en ideeën hebben zij als wijkbewoner, waar lopen zij nu tegenaan en wat zien zij liever anders? Op verschillende momenten konden wijkbewoners input aanleveren, zoals bij een wijkbijeenkomst, via inloopmomenten en vervolgsessies. Op basis van deze input en de kennis van professionals zijn uitgangspunten (kaders) geformuleerd voor het wijkverbeterplan. Om de ambities in het wijkverbeterplan waar te kunnen maken is vaststelling van het totale wijkverbeterplan en de bijbehorende uitgangspunten (kaders) door de gemeenteraad noodzakelijk.
De risico’s: Glinde-Hooiland is nog niet klimaatbestendig Door klimaatverandering nemen de kansen toe dat Oldenzaal steeds meer last krijgt van structurele droogte en incidentele wateroverlast en hitte. Om die problemen te verminderen passen we ons aan de klimaatverandering aan (klimaatadaptatie). Glinde-Hooiland is ontstaan in een periode dat de risico’s van het klimaat veel kleiner waren. Deze wijk is erg versteend, met relatief weinig ruimte voor water en groen. De klimaatverandering vraagt daarom om een herinrichting van de wijk. Waarbij we ons als gemeente met name richten op de openbare ruimte. Maar via meer ‘klimaatbewustzijn’ ook zeker een beroep doen op de inwoners van de wijk om de eigen tuinen minder te verharden. Het wijkverbeterplan geeft uitgangspunten mee voor het klimaatbestendig maken van Glinde-Hooiland. De risico’s: leefbaarheid en veiligheid staan onder druk De Woonagenda 2023-2027 (samenwerking met WBO Wonen, Blij Wonen, Impuls en Wijkracht) onderstreept het belang van een duurzame klimaatadaptieve stad en leefbare/veilige wijken. Naast dat de wijk niet klimaatbestendig is, staan de leefbaarheid en veiligheid onder druk. Er zijn aandachtspunten zoals armoede, achterstanden in onderwijs, huisvestingsproblemen en een slechte gezondheid. Veel mensen hebben te maken met een combinatie van deze aandachtspunten.
Deze combinatie maakt het moeilijk voor mensen om zelf oplossingen te vinden. Bovendien wonen steeds meer mensen die in een kwetsbare situatie zitten zelfstandig in een woonwijk. Dit als gevolg van het scheiden van wonen en zorg en sturing op inkomen bij woningtoewijzing. Ook is steeds minder zorg en begeleiding beschikbaar. Het samenleven in wijken moet dus worden versterkt. Daarom is het nodig de sociale basis en de sociale cohesie in de wijken te vergroten. Naast de Woonagenda werken WBO Wonen, Impuls, Wijkracht en de gemeente Oldenzaal samen aan het project veerkrachtkaarten. De veerkrachtkaarten geven op straat- en buurtniveau inzicht in de ontwikkeling van de veerkracht (voorbeelden zijn de ontwikkeling in bewonerssamenstelling en de ontwikkeling van problemen rond overlast en onveiligheid). In de eerste uitkomsten van deze analyse komt naar voren dat de wijk Glinde-Hooiland (onderdeel van het wijkgebied ‘het centrum’) minder veerkrachtig is in vergelijking met andere wijken in Oldenzaal. Het wijkverbeterplan levert een bijdrage aan het meer leefbaar en veiliger maken van Glinde-Hooiland. Het wijkverbeterplan kan de problemen niet volledig oplossen, maar wel een stap in de goede richting zijn op verschillende onderdelen. Uitgangspunten voor het wijkverbeterplan De uitgangspunten zijn ontstaan op basis van wat we opgehaald hebben in de wijk.
We vragen u om de hieronder uiteengezette uitgangspunten vast te stellen. Deze uitgangspunten vormen de basis voor het integrale wijkverbeterplan voor Glinde-Hooiland die ook ter vaststelling voorligt. Vervolgens gaan we met het wijkverbeterplan en bijbehorende uitgangspunten aan de slag op straat-/projectniveau. 1. Programma op hoofdlijnen 1.1. Het wijkverbeterplan Glinde-Hooiland (versie maart 2024) is de leidraad. In het wijkverbeterplan staan voor alle thema’s themakaarten met een tekstuele toelichting. 1.2. In alle deelprojecten is omgekeerd ontwerpen het uitgangspunt. De klimaat stresstestkaarten geven een noodzaak van vergroening van de wijk aan. Bij deelprojecten beginnen we met het uitgangspunt dat alles groen is en dat de verharding zich moet bewijzen. 1.3. Integraal onderhoud bij alle deelprojecten zoveel mogelijk toepassen. Uitgangspunt is dat bij de herinrichting van een straat/gebied dit in één keer gebeurt. Met name voor de energietransitie is het risico nu het grootst dat sommige straten twee keer open moeten. Ten eerste vanwege urgentie op riolering/klimaatadaptatie en ten tweede in de toekomst nog eens voor de verzwaring van elektriciteitskabels/verwijderen aardgasleidingen. Vanuit alle betrokkenen wordt verwacht dat zij planningen op elkaar afstemmen (werk met werk maken). 2
1.4. Participatie wordt waar mogelijk toegepast. Betrokkenen zijn betrokken via: een wijkbijeenkomst, partnerbijeenkomsten, inloopmomenten en het platform de stem van Oldenzaal. Meerdere partijen zijn als partners verbonden aan het wijkverbeterplan en bepalen in samenspraak planningen en concept inrichtingsplannen. Bij de toekomstige deelprojecten kunnen inwoners meepraten over de detailinvulling van de in het wijkverbeterplan vastgestelde uitgangspunten. 1.5. Voor de klimaatdoelstellingen wordt de Landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving gevolgd. De Landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving geeft richting (is nog geen norm) voor de gewenste ontwikkelingen. Zie klimaatadaptatie voor nadere specificatie. 2. Stedenbouwkundige ontwikkeling 2.1. Bij nieuwe ontwikkelingen mag de parkeerdruk in het openbaar gebied niet toenemen. Dit voorkomt de noodzaak om in de toekomst nieuwe parkeerplaatsen aan te leggen. De aanleg van deze parkeerplaatsen kan namelijk leiden tot verlies van groene openbare ruimte. 2.2. Stedelijke ontwikkelingen mogen niet resulteren in een verkleining van het openbare gebied. Er mag geen toename zijn van de verstedelijking ten opzichte van het huidige openbare gebied. 2.3. Bij ver- / nieuwbouw van WBO woningen wordt integraal gepland.
Het koppelen van werkzaamheden aan WBO woningen en openbare ruimte (integraal groot onderhoud) geeft de mogelijkheid tot eenmalig uitvoeren van werkzaamheden en het koppelen van kansen tussen openbare ruimte en private gronden. 3. Klimaatadaptatie 3.1. Elke straat die ondergronds heringericht wordt krijgt blauwe aders. Om de wijk waterrobuust te maken voor de klimaatverandering, is het noodzakelijk dat het regenwater van het afvalwater gescheiden wordt. 3.2. Hevige neerslag leidt niet tot waterschade aan boven- en ondergrondse infra en gebouwen. Door uitvoering van het bestaand beleid van de hemelwaterverordening, ontstaat extra waterberging in de wijk. Bij nieuwbouw is het verplicht om 60 mm waterberging per vierkante meter verharding te realiseren. Deze verplichting draagt bij aan de totale opgave om de wijk waterrobuust te maken. 3.3. Bij alle deelprojecten wordt onderzocht hoe regenwater aan de bodem teruggegeven kan worden. Extreme droogte kan voor verzakkingen van gebouwen of schade aan het natuurlijk groen. Door regenwater te infiltreren wordt dit risico verminderd. 3.4. Bij elk deelproject is de ambitie om te voldoen aan de 3-30-300 regel.
Door het ontwerp van de openbare ruimte moet de situatie ontstaan dat je; vanuit elke woning 3 bomen kunt zien, 30% van de hoofdlooproutes zomers in de schaduw liggen en de afstand tot een koelteplek vanuit elke woning maximaal 300 meter is. Ontwikkelingen op private ruimte van inwoners of woningbouwcorporatiemoeten dragen bij aan het realiseren van deze ambitie. 3.5. Bij speel- en ontmoetingsplekken is het creëren van natuurlijke schaduw een uitgangspunt. Daar waar we door de inrichting van de openbare ruimte mensen bij elkaar willen brengen, moet dat in de zomer geen risico bij hitte met zich meebrengen. 4. Vergroenen 4.1. Overal groenblauwe structuren met gebiedseigen biodiversiteit en aandacht voor een passende uitstraling. Voor elke straat is meer vergroening een noodzaak. Op het wijkverbeterplan staan de locaties van de belangrijkste groenstructuren en kansen voor te vergroenen ontmoetingsplekken. Bij het toepassen van groen in de straat dient dit positief bij te dragen aan de wijkgroenstructuur. Uiteindelijk moet er voldoende diversiteit in de hele wijk ontstaan. 4.2. De ambitie is om het percentage groen in de openbare ruimte te verhogen met 30%. Dit is mogelijk als we veel éénrichtingsverkeer toepassen, groenparkeren standaard toepassen en waar mogelijk 1 i.p.v. 2 stoepen ontwerpen. Volgens de modellen is 40% vergroening 3
nodig, maar dat is niet realistisch in deze bestaande wijk. 30% meer groen brengt een enorme transformatie van het straatbeeld met zich mee. 4.3. Groenparkeren is de standaard voor parkeerplaatsen. Halfverharding is een goede manier om de noodzakelijke verharding minder verhard te maken. Door middel van groenparkeren met ondergrondse voorziening, krijgen we meer groene ruimte in de straten, terwijl de functie van parkeren hier geen hinder van ondervindt. 4.4. Zinloze verharding wordt groen. Op basis van de analyse en het participatietraject zijn zinloze verhardingen vastgelegd en deze worden bij herinrichting van het gebied omgezet naar groen. 4.5. Kenmerkende en ruimtelijke gebieden worden extra groen. Gebieden met een ruime opzet en kansrijke invulling op het gebied van groen worden extra groen gemaakt. Hierbij staat de beleving en het effect van de groene inrichting centraal en fungeren deze gebieden als ontmoetings-/speel-/beweegplek voor de wijk en omgeving. 5. Energie infrastructuur 5.1. De wijk wordt een all-electric wijk. Met de huidige kennis en mogelijkheden, is het aannemelijk dat de wijk een all-electric wijk wordt. Om dubbele werkzaamheden te voorkomen en investeringsplanningen op te zetten willen we de netbeheerder garanties geven dat dit het uitgangspunt is. 5.2.
Elektriciteitshuizen krijgen hoge prioriteit in de afweging van het ruimtebeslag in de openbare ruimte. Voor de toekomstige energievoorziening zijn 5-10 extra elektriciteitshuizen nodig. Elk elektriciteitshuis neemt ca. 25 m2 openbare ruimte in beslag. Deze elektriciteitshuizen zijn een noodzakelijk onderdeel van een toekomstbestendige (all-electric) woonwijk. De omgeving van deze elektriciteitshuizen wordt zoveel mogelijk vergroend. 5.3. Geen participatie over de positie/locatie van de elektriciteitshuizen. Er komt geen inwonersparticipatie over positie/locatie elektriciteitshuizen, maar deze worden geplaatst d.m.v. technische uitgangspunten. Er komt wel participatie op uiterlijke kenmerken van de huizen binnen de gestelde kaders. Inspraak in het vergunningstraject blijft altijd mogelijk. 5.4. Binnen 15 jaar na gereedkomen van een project, in principe breken we de straat niet weer open. Ieder project is bij de start geschikt voor de komende 15 jaar. De reconstructiewerkzaamheden worden hierop aangepast. 6. Verkeer en mobiliteit 6.1. Woonstraten worden eenrichtingsverkeer, tenzij voor de wijkinfrastructuur tweezijdig noodzakelijk is. Door woonstraten in te richten volgens eenrichtingsverkeer ontstaat ruimte voor de andere ambities. De wijk- en gebiedsontsluitingswegen blijven wel twee richtingen voor gemotoriseerd verkeer. 6.2.
In woonstraten ontwerpen we 1 goede wandelvoorziening in plaats van 2 standaard stoepen. Hiermee maken we ruimte voor de andere ambities. Waarbij we de ambities voor veiligheid en toegankelijkheid voor voetgangers en mindervaliden behouden en waar nodig verbeteren. 6.3. Woonstraten kunnen onttrokken worden van gemotoriseerd verkeer. In woonstraten zonder doorgaande verkeersfunctie en met welbevinden van de 70% van de aanwonenden kan het gemotoriseerd verkeer uit de straat gehaald worden. 6.4. Groene verbinding voor dier en mens, verbinden de wijk met de omgeving. Het wijkverbeterplan voorziet in groene doorkruisende verbindingen om via een groene omgeving de wijk te kunnen binnenkomen en verlaten . 6.5. Wandelverbindingen worden voorzien van veilige oversteekplaatsen. Vanuit het participatietraject is behoefte getoond voor veilige oversteekplaatsen. 6.6. Parkeren nabij de woning, maar ruimte voor 1 voertuig per perceel en 0,2 voor bezoekers
4
Om efficiënt ruimte te gebruiken wordt maximaal 1 parkeerplaats per perceel in de straat gesitueerd met de aanvulling van 0,2 parkeerplaatsen per perceel voor bezoekers. Overige parkeervoorzieningen worden aan de rand of in grootschalige parkeerlocaties voorzien. 6.7. Fijner fietsen is de standaard. Het kenmerken van routes binnen de wijk waar de fietser centraal staat en de weginrichting passend is bij de fietsintensiteit. 6.8. Fijner lopen in de wijk is de standaard. Het kenmerken van routes binnen de wijk waar de wandelaar/hardloper centraal staat en de weginrichting passend is bij het gebruik. 7. Gezondheid en welzijn 7.1. Uitkomsten veerkrachtkaarten onderzoek worden in de toekomst meegenomen in de projecten van het wijkverbeterplan. De veerkrachtkaarten zijn op dit moment nog in ontwikkeling voor heel Oldenzaal. De uitkomsten van dit onderzoek worden meegenomen in de projecten van het wijkverbeterplan. Vanuit de veerkrachtkaarten wordt ook de visie sociale basis opgesteld. 7.2. Kans voor ontmoeten en bewegen wordt mogelijk gemaakt. Door maatwerk op ontmoetings- en beweeglocaties te realiseren en met stimulatie van buurtinitiatieven laagdrempelig ontmoeten en bewegen te creëren. 7.3. Kansen voor spelen worden benut. Door veilige verbindingen in de wijk te creëren kunnen centrale speelplekken beter bereikt worden.
Maatwerk voor gebieden met een groot aanbod jeugdigen (0-18 jaar) worden ingepast, waarbij gezocht wordt naar koppeling met ontmoeten en vergroenen. 7.4. Samenwerken met faciliteiten voor efficiënt ruimtegebruik. Onderzoek en stimuleren van de mogelijkheden om faciliteiten in de wijk ondersteunend te benutten bijvoorbeeld de keuken van een sportvereniging. Financiën Dit raadsvoorstel is gericht op het vaststellen van ontwerp uitgangspunten. Het in kaart brengen van de financiële gevolgen was nog geen onderdeel van de opdracht. Omdat twee deeltrajecten in de wijk vanuit riolering al moesten worden opgestart kan het programmateam al een behoorlijke indicatie maken van de meerkosten van de wijkrenovatie (op basis van de hier voorgestelde uitgangspunten) ten opzichte van een regulier rioleringsproject. Het financiële voorstel over toekomstige kredieten volgt als Nieuw beleid bij de Kadernota. Onderstaande financiële informatie geeft al wel een beter beeld van de mogelijke financiële impact van de vast te stellen uitgangspunten. Bij de Programmabegroting 2024 heeft de raad budget vastgesteld voor de rioolprojecten in GlindeHooiland voor de komende jaren. Deze budgetten zijn voldoende om de betreffende rioolprojecten op een reguliere manier uit te voeren.
In een regulier herinrichting project op basis van riolering vinden werkzaamheden plaats met de volgende onderdelen: Riool vervangen en blauwe aders aanleggen. Herstraten van de verharding in het gedeelte van de straat waar de riolering ligt. Herstellen van groenvakken in het gedeelte van de straat waar de riolering ligt. Mogelijk gekoppeld met actuele onderhoudsacties van verkeer en groen. Op basis van het doorlopen traject van het wijkverbeterplan weten we nu dat gemiddeld 25% extra budget benodigd is (bovenop het rioolgeld) om de ambities van het wijkverbeterplan te halen. Werkzaamheden in aanvulling op reguliere werkzaamheden bij toepassing van het wijkverbeterplan zijn: Herinrichten volledige openbare ruimte van kavelgrens tot kavelgrens. Kansen benutten om van gevel tot gevel te vergroenen. 5
Verwijderen van verhardingen. Aanleg van aanvullend groen met verhoging van de biodiversiteit. Aanleg van waterbergende en infiltrerende voorzieningen (bijv. wadi’s). Vergroten van de leefbaarheid en veiligheid. Wijkondersteunende ontmoetingsplekken. Stimuleren van verkeersveiligheid en meer ruimte voor langzaam verkeer. Bewuster parkeren in de wijk.
Ter indicatie een globaal overzicht van de deelprojecten Primulastraat en Zeeheldenbuurt. Project Kosten regulier rioolproject Meerkosten Wijkverbeterplan Primulastraat € 1.105.000 € 275.000 Zeeheldenbuurt € 1.525.000 € 380.000 Het budget voor de regulier rioolprojecten zijn dus reeds beschikbaar. De budgetten voor de meerkosten worden voorgesteld bij de Kadernota. Afhankelijk van het afgewogen besluit bij de Kadernota bepalen de dan beschikbare budgetten in welke mate de voorgestelde ambities van het wijkverbeterplan daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden. Indien bij de Kadernota geen extra budgetten vrijgemaakt worden, worden de ambities uitgesteld.
In de vergadering van het politiek forum van 8 april 2024 is besloten uw raad te adviseren tot behandeling en besluitvorming over te gaan.
Oldenzaal, 12 april 2024 Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,
de burgemeester,
G.A. Tiebot
P.G. Welman
Bijlagen Wijkverbeterplan
6
Nr. 1373
De raad van de gemeente Oldenzaal;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 26 maart 2024, nr. 12/7, reg.nr. INTB-24-06333; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;
besluit:
1. het integrale wijkverbeterplan Glinde-Hooiland inclusief bijbehorende uitgangspunten (kaders) vast te stellen; 2. de financiële gevolgen van de uitvoering van de ambities uit het wijkverbeterplan als Nieuw beleid af te wegen bij de Kadernota 2025.
Vastgesteld in de openbare vergadering van 23 april 2024 de griffier,
de voorzitter,
B.C. de Groot
P.G. Welman