CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Omgevingswet (procesnotitie omgevingsvisie en het transitieplan) - procesnotitie omgevingsvisie

Gemeenteraad 31 januari 2022, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Voorstel tot het vaststellen van de procesnotitie omgevingsvisie en het transitieplan6.572 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Subtitel Procesnotitie omgevingsvisie

De weg naar de omgevingsvisie Oldenzaal Hoort bij raadsbesluitnr. 1161 van 31 januari 2021, de griffier,

H.B.

De weg naar de omgevingsvisie Oldenzaal Procesnotitie omgevingsvisie

Inhoudsopgave

1. Inleiding ........................................................................................................................... 3 1.1

Wat is een omgevingsvisie? .....................................................................................................3

1.2

Raakvlakken met andere taken en opdrachten uit de Omgevingswet .....................................3

1.3

Veranderingen ten opzichte van de huidige documenten .........................................................4

1.4

Samenspel met de gemeenteraad ............................................................................................4

1.5

Leeswijzer .................................................................................................................................5

2. Wettelijk kader ................................................................................................................ 7 2.1

Verplichte onderdelen in de omgevingsvisie ............................................................................7 2.1.1 Verplichte elementen ......................................................................................................7

2.2

Gebondenheid aan de omgevingsvisie .....................................................................................7

2.3

Verplichte participatie ................................................................................................................8

2.5

Digitalisering van de omgevingsvisie ........................................................................................8

2.6

Overgangsrecht .........................................................................................................................8

3. Relatie tot andere omgevingsdocumenten ................................................................... 9 3.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI) .............................................................................................9

3.2

Provinciale omgevingsvisie (PROVI) ......................................................................................11

3.3

Regionale omgevingsvisies ....................................................................................................11

4. Omgevingsvisie en de global goals............................................................................. 12 5. Thema’s in de omgevingsvisie .................................................................................... 13 5.1

Thema’s in de omgevingsvisie ................................................................................................13

5.2

Relatie met het omgevingsplan en het omgevingsprogramma...............................................13

6. Uitgangspunten omgevingsvisie ................................................................................. 14 6.1

Uitgangspunt 1 Beleidsarm omzetten tenzij…… ....................................................................14

6.2

Uitgangspunt 2 Vanuit bestaande kwaliteiten .........................................................................14

6.3

Uitgangspunt 3 Bestaande beleidsdocumenten intrekken waar mogelijk ..............................14

6.4

Uitgangspunt 4 Een themagerichte omgevingsvisie ...............................................................15

6.5

Uitgangspunt 5 Aansluiten bij de Global Goals ......................................................................15

6.6

Uitgangspunt 6 Van omgevingsvisie naar programma ...........................................................15

6.7

Uitgangspunt 7 Gericht op ruimtelijke kwaliteit .......................................................................15

6.8

Uitgangspunt 8 Geleidelijk meer loslaten ................................................................................15

6.9

Uitgangspunt 9 keuzes, samen met de stad ...........................................................................15

6.10 Uitgangspunt 10 Ingebed in de regionale context .................................................................16

7. Proces totstandkoming omgevingsvisie ..................................................................... 17 7.1

Het proces in hoofdlijnen.........................................................................................................17 7.1.1 Stap 1 Wat wilden we en willen we dat nog steeds? ....................................................18 7.1.2 Stap 2 Wat komt er op ons af? .....................................................................................18 7.1.3 Stap 3 Wat zijn onze kwaliteiten? (wat is van waarde?)...............................................18 7.1.4 Stap 4 Waar willen we naar toe? ..................................................................................18 7.1.5 Stap 5 Hoe gaan we aan de slag?................................................................................18

7.2

Participatieproces omgevingsvisie ..........................................................................................19

8. Afwegingskader en borging ......................................................................................... 20 8.1

Monitoring en evaluatie ...........................................................................................................20

8.2

Afwegingskader .......................................................................................................................21

8.3

Het afwegingskader helpt met het maken van keuzes. Borging van de integraliteit ..............21

9. Randvoorwaarden en risico’s voor de omgevingsvisie ............................................. 23 9.1

Randvoorwaarden ...................................................................................................................23

9.2

Risico’s ....................................................................................................................................23

10. Planning ........................................................................................................................ 25

2

1.

Inleiding

Naar verwachting treedt vanaf 1 juli 2022 is de Omgevingswet in werking. Onderdeel van de Omgevingswet is het schrijven van een Omgevingsvisie voor heel Oldenzaal. Deze notitie beschrijft het proces, de uitgangspunten en de randvoorwaarden om te komen tot de omgevingsvisie voor Oldenzaal.

1.1

Wat is een omgevingsvisie?

De omgevingsvisie is een integrale langetermijnvisie van een bestuursorgaan voor de hele fysieke leefomgeving en haar grondgebied. Het is een strategische visie die de lange termijn doelstellingen en ambities beschrijft voor de gehele fysieke leefomgeving en die rekening houdt met alle ontwikkelingen in het gebied. Een omgevingsvisie gaat in op de samenhang tussen ruimte, water, milieu, natuur, landschap, verkeer en vervoer, infrastructuur en cultureel erfgoed en de sociale thema’s als gezondheid en veiligheid. Onder de Omgevingswet is de fysieke leefomgeving dus breder dan alleen de ruimtelijke aspecten. Het is een verplicht instrument voor het Rijk, de provincie en de gemeente. Elke gemeente moet uiterlijk 1 juli 2025 een omgevingsvisie hebben vastgesteld. De omgevingsvisie komt in de plaats van de structuurvisie, verkeers- en vervoersplannen, delen van een natuurvisie en milieubeleidsplannen en diverse andere beleidsplannen. De omgevingsvisie is zeker geen optelsom van beleidsvisies voor de diverse domeinen, maar een samenhangende visie op strategisch niveau. Om dit te bereiken wordt zoveel mogelijk beleid, dat gericht is op de fysieke leefomgeving en aanverwante onderwerpen, geïntegreerd in de omgevingsvisie.

1.2

Raakvlakken met andere taken en opdrachten uit de Omgevingswet

De Omgevingswet heeft 6 kerninstrumenten voor het gebruiken en beschermen van de leefomgeving. Met deze instrumenten kan de overheid beleid schrijven en uitvoeren. Daarnaast kunnen overheden met deze instrumenten regels stellen aan activiteiten en de uitvoering van projecten. De 6 kerninstrumenten zijn: de omgevingsvisie, het programma, decentrale regels, algemene rijksregels, omgevingsvergunning en het projectbesluit. De omgevingsvisie is niet het enige instrument van gemeenten in de Omgevingswet. Zo is er ook het programma en het omgevingsplan. Deze instrumenten zijn belangrijke schakels in de beleidscyclus van een bestuursorgaan en vormen gezamenlijk een samenhangend geheel. De omgevingsvisie heeft raakvlakken met al deze kerninstrumenten en vormt de basis voor de invulling van de overige kerninstrumenten. De verschillende kerninstrumenten voor een gemeente: Omgevingsvisie Programma Inhoud Strategisch, visie op de Maatregelen om stad ambities en doelstellingen uit de Omgevingsvisie te bereiken Opbouw Op hoofdlijnen, voor Per thema of deelgebied langere termijn (ca. 15 jaar) Vorm Alleen zelfbindend Beleidsdocument besluit Besluitvorming Gemeenteraad stelt de Burgemeester en visie vast Wethouders verantwoordelijk

Omgevingsplan Wetten en regels

Alle regelgeving voor de fysieke ruimte Juridisch direct bindend voor burgers Gemeenteraad stelt omgevingsplan (en eventuele wijzigingen) vast. Delegatie is mogelijk.

3

1.3

Veranderingen ten opzichte van de huidige documenten

Wetgeving

Wat verandert er onder de Omgevingswet?

Van

Beleid

Van

Van

Regelgeving

Van

Van

Wro Wabo Milieuwetgeving Woningwet enz.

Naar

Omgevingswet

Structuurvisie Toekomstvisie Bedrijventerreinnenvisie Woonvisie enz.

Naar

Omgevingsvisie

Woningbouwprogramma Werkprogramma Ontwikkelagenda Netwerkstad Twente enz.

Naar

Omgevingsprogramma's

Bestemmingsplannen Algemeen Plaatselijke verordening Bouwverordening Monumentenverordening enz.

Naar

Omgevingsplan

Omgevingsvergunning voor activiteiten

Naar

Omgevingsvergunning voor activiteiten

De Omgevingsvisie brengt verandering met zich mee ten opzichte van huidige instrumenten, zoals de Structuurvisie:  De scope is verlegd van ruimtelijke ordening naar fysieke leefomgeving. Niet alleen ruimte, maar ook milieuaspecten, gezondheid en duurzaamheid horen erbij.  De Omgevingsvisie gaat niet alleen over ontwikkeling en gebruik, maar ook nadrukkelijk over beheer, bescherming en behoud.  In de Omgevingsvisie moeten we rekening houden met het voorzorgsbeginsel: het beginsel van preventief handelen en het beginsel dat milieuaantastingen voorkomen worden.  De Omgevingsvisie is een integrale visie. Daarmee wordt bedoeld dat het geheel van de  fysieke leefomgeving in zijn onderlinge samenhang wordt bezien en de belangen in dat licht worden afgewogen.  De Omgevingsvisie is gericht op uitvoering en het daadwerkelijk behalen van de ambities.  De Omgevingsvisie heeft doorwerking in de Omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan.  De Omgevingsvisie, tezamen met de Omgevingsprogramma’s, vervangt ons huidig sectoraal beleid op de fysieke leefomgeving.  De Omgevingsvisie moet altijd een actueel kader bieden. Daarom wordt de visie in beginsel iedere 5 jaar geactualiseerd.

1.4

Samenspel met de gemeenteraad

De gemeenteraad stelt de omgevingsvisie vast. We betrekken de raad bij de verschillende processtappen om te komen tot een omgevingsvisie. Daarmee wordt de raad in de gelegenheid gesteld haar kaderstellende rol te vervullen. In dit procesvoorstel worden de stappen om te komen tot de omgevingsvisie weergegeven. Daarnaast informeren we de raad over de stappen die we nemen in het kader van participatie. De raad toetst achteraf of participatie binnen de gestelde uitgangspunten heeft plaatsgevonden. Ook toetst hij of qua participatie aan de motiveringsplicht is voldaan.

4

1.5

Leeswijzer

Na het inleidende eerste hoofdstuk wordt in hoofdstuk twee het wettelijk kader voor de omgevingsvisie beschreven. Hoofdstuk drie beschrijft de relatie tot de landelijke en provinciale omgevingsvisie. Vervolgens wordt in hoofdstuk vier de relatie tussen de global goals en de omgevingsvisie gelegd. In hoofdstuk 5 worden de uitgangspunten en thema’s binnen de omgevingsvisie beschreven. In hoofdstuk 6 beschrijven we het proces om te komen tot de omgevingsvisie. Hoofdstuk 7 is een beschrijving van de randvoorwaarden voor een goed proces en tot slot komen in hoofdstuk 8 de borging en het afwegingskader aan de orde.

5

2.

Wettelijk kader

De grondslag van de omgevingsvisie is terug te vinden in de artikelen 3.1 en 3.2 van de Omgevingswet. De omgevingsvisie is een verplicht instrument voor het Rijk, de provincie en de gemeente. Het Rijk maakt een nationale omgevingsvisie (NOVI), de provincie een provinciale omgevingsvisie (POVI) en de gemeente een gemeentelijke omgevingsvisie (GOVI). De wet en de bijbehorende memorie van toelichting geven een kader voor wat een omgevingsvisie moet zijn. De omgevingsvisie is verder vormvrij, net als bij de huidige structuurvisie. Er zijn geen regels voorgeschreven waar de omgevingsvisie aan moet voldoen.

2.1

Verplichte onderdelen in de omgevingsvisie

Bij het opstellen van de omgevingsvisie moet de gemeente rekening houden met een aantal beginselen:  het voorzorgsbeginsel  het beginsel van preventief handelen  het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron bestreden moeten worden  het beginsel dat de vervuiler betaalt Deze beginselen staan in artikel 3.3 van de Omgevingswet. Ze zijn overgenomen uit het milieubeleid van de Europese Unie.

2.1.1

Verplichte elementen

De omgevingsvisie moet volgens artikel 3.2 van de Omgevingswet in ieder geval de volgende elementen beschrijven:  de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (wat is er en wat is de kwaliteit daarvan)  de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, (wat gebeurt er qua ontwikkelingen en instandhouding van het grondgebied) en  de hoofdzaken van het beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving (wat zijn de na te streven doelen en op welke manier worden die bereikt) De wet noemt daarnaast verplichte aspecten die integraal terug moeten komen in de omgevingsvisie. Daarin zit bijvoorbeeld het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt en het nalaten van activiteiten. Ook ontwikkelingen op het gebied van cultureel erfgoed, energie-infrastructuur, landbouw, landschap, milieu, natuur en water moeten worden beschreven. Een omgevingsvisie gaat over de hele breedte van de fysieke leefomgeving zoals bedoeld in de Omgevingswet.

2.2

Gebondenheid aan de omgevingsvisie

De omgevingsvisie is zelfbindend voor de bestuurslaag die het heeft opgesteld. De omgevingsvisie van de gemeente is dus bindend voor de gemeente als bevoegd gezag. De omgevingsvisie van het Rijk en van de provincies werken niet rechtstreeks door in de omgevingsvisie van de gemeente. De gemeente dient wel rekening te houden met omgevingsvisies van andere bestuursorganen. Dit volgt 7

uit het wettelijke zorgvuldigheidsbeginsel en motiveringsbeginsel. Hiermee wordt bedoeld dat de gemeente in de gemeentelijke visie moet laten zien dat de omgevingsvisies van andere bestuursorgaan bij het opstellen van de gemeentelijke visie zijn betrokken en de inhoud daarvan bekend is.

2.3

Verplichte participatie

Bij het vaststellen van een omgevingsvisie moet worden aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken. Ook moet worden aangegeven wat daarvan de resultaten zijn. Aan de wijze van participatie worden geen eisen gesteld. De gemeente mag zelf beslissen welke procedure wordt gevolgd en wat met de resultaten wordt gedaan. Dit is verwerkt in het participatiebeleid dat wordt vastgesteld voor 1 juli 2022. Een samenvatting van dit proces moet wel meegenomen worden in de omgevingsvisie.

2.4

Procedure

De omgevingsvisie wordt door de gemeenteraad vastgesteld via de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (afdeling 3.4 Awb). Een ieder kan zienswijzen indienen tegen het ontwerp van de omgevingsvisie. Er is geen bezwaar en beroep mogelijk tegen de omgevingsvisie. Wel dienen de ingebrachte zienswijzen beoordeeld te worden in de definitieve omgevingsvisie.

2.5

Digitalisering van de omgevingsvisie

De omgevingsvisie moet digitaal via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) raadpleegbaar zijn. Dit betekent dat de visie moet voldoen aan de daarvoor vastgestelde publicatiestandaarden. Het gaat hierbij om eisen op het gebied van vormgeving, structuur en doorzoekbaarheid, waar bij het opstellen van de omgevingsvisie rekening mee moet worden gehouden.

2.6

Overgangsrecht

Met het verwachte ingaan van de Omgevingswet op 1 juli 2022 is er nog geen omgevingsvisie in Oldenzaal vastgesteld. Dit hoeft ook niet. Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, verandert er niets aan de status en de inhoud van het bestaande gemeentelijke beleid, zoals vastgelegd in bijvoorbeeld de structuurvisie, het verkeer- en vervoersplan en andere beleidsdocumenten. De hoofdlijnen van het daarin vastgelegde beleid blijven gelden tot de omgevingsvisie van kracht wordt. Afgesproken is dat de gemeente de verplichting heeft om binnen drie jaar na inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsvisie vast te stellen die voldoet aan de inhoudelijke en digitale eisen van de wet. Dat betekent dat gemeenten naar verwachting uiterlijk 1 juli 2025 een omgevingsvisie van kracht moeten hebben.

8

3.

Relatie tot andere omgevingsdocumenten

De fysieke leefomgeving houdt niet op bij de grens van de gemeente Oldenzaal. Besluiten binnen de ene gemeente kunnen gevolgen hebben voor andere gemeenten. De verantwoordelijkheden en omgevingsvisies van andere bestuursorganen maken daarmee deel uit van de context van de zelf op te stellen omgevingsvisie. Goede samenwerking, afstemming en verbinding met de andere omgevingsdocumenten is van belang. Zo moet de gemeente rekening houden met de landelijke, provinciale en ook met de regionale omgevingsvisies.

3.1

Nationale omgevingsvisie (NOVI)

De nationale omgevingsvisie (NOVI) wordt opgesteld door het rijk. De visie is gericht op de grote maatschappelijke opgaven van deze tijd. Deze opgaven beperken zich niet alleen tot de gemeentegrenzen en moeten vanuit de landelijke overheid worden opgepakt. Daarbij moet gedacht worden aan de woningbouwopgaven en de energietransitie. Deze opgaven vragen om een nauwe samenwerking tussen overheden. De nationale opgaven worden door het kabinet bepaald, maar veelal door provincies en gemeenten uitgevoerd. De opgaven uit de nationale omgevingsvisie werken door in de gemeentelijke omgevingsvisie. De NOVI werkt vanuit vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaat en energietransitie  Verduurzaming bestaande gebouwde omgeving;  Duurzame warmteopties en bijbehorende infrastructuur (geothermie, warmtepompen, ruimte voor warmtenetten in stedelijke regio’s);  Duurzame elektriciteit (ruimte voor zowel kavels voor windenergie op zee, zonnedaken en – weides alsook wind op land);  Energienetwerken (aanlanding en doorvoer van wind op zee, transport en opslag);  Nieuw vestigingsbeleid voor grote energievragers (zoveel mogelijk bij aanlandpunten van energie vanaf zee); 2.    

Duurzaam en economisch groeipotentieel Transformatie van productieprocessen: circulaire economie Inzet op nieuwe technologische ontwikkelingen, zoals robotisering en digitalisering Sterke, leefbare en aantrekkelijke steden Transformatie van industriegebieden

3. Sterke en gezonde steden en regio’s  Kwalitatief hoogwaardige locaties voor verstedelijking gekoppeld aan de woonbehoefte en afgestemd met mobiliteit. In eerste aanleg binnenstedelijk (inclusief transformatie) en waar nodig ook aan de randen van reeds bebouwd gebied;  Klimaatadaptieve inrichting, rekening houdend met waterveiligheid, voldoende waterbergingsmogelijkheden en voorkomen van hittestress;  Natuurinclusieve en gezondheid beschermende en -bevorderende planvorming (meer groen, meer bewegen);  Het direct meenemen van de verduurzaming van de gebouwde omgeving (aardgasvrije wijken) 4.   

Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Natuur-inclusieve en circulaire land- en tuinbouw; Het beperken van de gezondheidseffecten van intensieve veeteelt; Aandacht voor vrijkomende landbouwgronden en agrarische bebouwing (inclusief daaraan verbonden leefbaarheidsproblematiek);

9

Bodemdalingsproblematiek.

Deze prioriteiten zijn uitgewerkt in beleidskeuzes. In de gemeentelijke omgevingsvisie moet rekening worden gehouden met zowel de prioriteiten als de beleidskeuzes. De beleidskeuzes zijn afgewogen op basis van de volgende afwegingsprincipes: 1. combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; 2. kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. afwentelen wordt voorkomen. De opgaven die er liggen vragen om een nieuwe manier van samenwerken. In de NOVI hanteren ze daarvoor de volgende uitgangspunten: 1. 2. 3. 4.

10

we werken als één overheid, samen met de samenleving; we stellen de opgave(n) centraal; we werken gebiedsgericht; we werken permanent en adaptief aan de opgaven

3.2

Provinciale omgevingsvisie (PROVI)

De provinciale omgevingsvisie schetst de visie op de ruimte in Overijssel. Onderwerpen als ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur komen ook in deze visie aan bod. Het beleid voor de fysieke leefomgeving staat in dienst van de sociaal-economische ontwikkeling van Overijssel. Naast de omgevingsvisie moet de provincie ook een Omgevingsverordening vaststellen. In de Omgevingsverordening staan de regels die bij deze plannen en ideeën gelden. Gemeenten moeten daarmee rekening houden in hun omgevingsplan en omgevingsvisie. De provinciale omgevingsvisie werkt vanuit drie uitdagingen: 1. klimaatadaptatie; 2. perspectief voor landbouw en ontwikkeling van natuur en biodiversiteit; 3. verstedelijking en mobiliteit Op dit moment is de visie nog in ontwikkeling. Gemeenten worden betrokken bij de uitwerking.

3.3

Regionale omgevingsvisies

Aangrenzende gemeenten maken ook een omgevingsvisie. De komende jaren komen veelal dezelfde uitdagingen af op de gemeenten. Het is wenselijk om afstemming te zoeken met omliggende gemeenten over de inhoud van de omgevingsvisie. Ook omdat de opgaven en ontwikkelingen over de gemeentegrens gaan. De samenwerking wordt in Noordoost Twente al opgezocht.

11

4.

Omgevingsvisie en de Global Goals

De gemeente Oldenzaal is sinds 2019 Global Goalsgemeente. De Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDGs – Sustainable Development Goals) zijn door de Verenigde Naties vastgesteld als nieuwe mondiale duurzame ontwikkelingsagenda voor 2030. De wereldwijde doelstellingen staan voor een duurzame ontwikkeling. Er zijn 17 doelstellingen (ook wel Global Goals genoemd) en 169 onderliggende targets om deze doelen te realiseren. De gemeente werkt aan alle Goals, de balans tussen de Goals bepaalt de mate van duurzaamheid. Een duurzame samenleving is meer dan alleen aspecten die verband houden met het klimaat. Een duurzame samenleving heeft onder andere zorg voor elkaar, kent weinig armoede en is veilig. Binnen de omgevingsvisie zijn de Global Goals geen doel op zich maar worden de Global Goals gebruikt als kapstok om alle onderwerpen die een omgevingsvisie raken te raken en integraal met elkaar te verbinden. Het integraal werken wordt bevorderd door gebruik te maken van de Global Goals. Door de Global Goals te verbinden aan de thema’s uit de omgevingsvisie, worden ook de raakvlakken tussen de verschillende thema’s scherper neergezet. In de uiteindelijke afweging van de ambities en doelstellingen vormen de Global Goals een belangrijk uitgangspunt. Doelstellingen en ambities moeten in ieder geval bijdragen aan de Global Goals.

Daarmee wordt ook de nieuwe manier van samenwerken uit de NOVI, door de opgaven centraal te stellen. De Global Goals omvatten in feite alle opgaven voor de gemeente om te werken aan een duurzame samenleving. Kernprincipes van de Global Goals zijn inclusiviteit (iedereen kan meedoen) en integraliteit (verbinden). Deze principes worden gehanteerd bij de uitwerking van de omgevingsvisie en komen in alle thema’s terug.

12

5.

Thema’s in de omgevingsvisie

Een omgevingsvisie kan thematisch, doelgroepgericht of gebiedsgericht worden ingericht. Of op trends en actuele onderwerpen, zoals krimp, wonen, zorg en klimaatverandering. In Oldenzaal willen we allereerst de omgevingsvisie themagericht opzetten om deze vervolgens te vertalen naar de gebieden. De gebieden worden zoveel mogelijk afgestemd met de gebieden in het omgevingsplan.

5.1

Thema’s in de omgevingsvisie

In de omgevingsvisie Oldenzaal willen we in ieder geval de volgende thema’s terug laten komen: Programma/ Hoofdstuk Brede welvaart

Bedrijvige stad

Kwalitatieve leefomgeving

Thema’s Armoede Wonen Gezondheid Scholen Veiligheid Sport Bedrijventerreinen Werkgelegenheid Erfgoed Binnenstad Toerisme Recreatie Cultuur Bereikbaarheid Circulaire economie Afval/ grondstoffen Groen Energietransitie Openbare ruimte Klimaatadaptatie Water Biodiversiteit Geluid Bodem

De hoofdthema’s zijn benoemd en worden vervolgens weer onderverdeeld naar deelonderwerpen, zodat alle onderwerpen die een omgevingsvisie moet omvatten worden geraakt. Reeds vastgesteld beleid wordt hiermee als uitgangspunt genomen.

5.2

Relatie met het omgevingsplan en het omgevingsprogramma

De instrumenten van de Omgevingswet vormen één samenhangend geheel en dragen in gezamenlijkheid bij aan de gemeentelijke ambities en opgaven. In de omgevingsvisie staat de inhoudelijke strategische visie van de gemeente: ‘Wat willen we als gemeente?’. Omgevingsprogramma’s zijn hier de uitvoeringsgerichte vertaling van: ‘Hoe gaan we deze visie realiseren?’. Het omgevingsplan zorgt voor de juridische borging waar dit noodzakelijk en wenselijk is. Bij de transitie moet steeds de vraag gesteld worden: wat hoort thuis in de visie (doelen en kaders), in een programma (uitvoering) of in het plan (regels) en hoe werkt dit op elkaar door? Tijdens het opzetten van de omgevingsvisie wordt per thema of gebied gekeken hoe dit het beste kan worden vertaald naar de verschillende instrumenten.

13

Het is belangrijk dat er uniformiteit bestaat in de verschillende begrippen en gebieden. Gebieden in het omgevingsplan moeten uniform terugkomen in de omgevingsvisie en andersom.

6.

Uitgangspunten omgevingsvisie

Zoals in de vorige hoofdstukken beschreven moeten een aantal elementen hoe dan ook verwerkt worden in de omgevingsvisie. Dit gaat om de volgende elementen:  

de hoofdlijnen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (wat is er en wat is de kwaliteit daarvan) de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming en het behoud van het grondgebied, (wat gebeurt er qua ontwikkelingen en instandhouding van het grondgebied) en de hoofdzaken van het beleid op alle relevante terreinen van de fysieke leefomgeving (wat zijn de na te streven doelen en op welke manier worden die bereikt)

Naast deze elementen hanteren we bij het opstellen van de omgevingsvisie de volgende uitgangspunten.

6.1

Uitgangspunt 1 Beleidsarm omzetten tenzij……

Net als in het omgevingsplan gaan we bij het opzetten van de omgevingsvisie uit van beleidsarm omzetten tenzij…… Het bovenstaande uitgangspunt houdt in dat het huidige beleid zoveel mogelijk gelijkwaardig wordt omgezet. We gaan uit van de bestaande beleids- en visiedocumenten. Deze worden integraal op elkaar afgestemd en gekeken wordt waar ze met elkaar verbonden zijn. De volgende redenen kunnen er zijn om af te wijken van de beleidsarme omzetting:  Wanneer we kansen zien om het beleid beter aan te laten sluiten bij opgaves en nieuwe ontwikkelingen (met name quick wins);  Bij gewijzigd en/of geheel nieuw beleid. Hierbij kan worden gedacht aan geluidsbeleid, geurbeleid en bodembeleid en;  Bij tegenstrijdigheden in de sectorale beleidsvelden.

6.2

Uitgangspunt 2 Vanuit bestaande kwaliteiten

In de lijn van het beleidsarm omzetten gaan we uit van de bestaande ruimtelijke kwaliteiten. Oldenzaal bezit veel ruimtelijke kwaliteiten die de stad uniek maken. In de aanpak vormen de bestaande kwaliteiten het vertrekpunt voor de visie. De huidige ruimtelijke kwaliteiten, het zogenaamde DNA van de stad.

6.3

Uitgangspunt 3 Bestaande beleidsdocumenten intrekken waar mogelijk

De omgevingsvisie is een integraal document waarin de verschillende beleidsvelden met elkaar worden verbonden. Juist die integraliteit zorgt voor een belangrijke meerwaarde. Doelstelling is om bestaande beleidsdocumenten zoveel mogelijk te integreren in de omgevingsvisie. Dit heeft tot gevolg dat met de totstandkoming van de omgevingsvisie bestaande beleidsdocumenten waar mogelijk worden ingetrokken. De ambities en doelstellingen zijn namelijk uniform en integraal verwerkt in de omgevingsvisie. Voordeel is dat dit leidt tot minder losse beleidsdocumenten en minder op zichzelf staande uitgangspunten en ambities.

14

6.4

Uitgangspunt 4 Een themagerichte omgevingsvisie

Een omgevingsvisie kan thematisch, doelgroepgericht of gebiedsgericht worden ingericht. Of op trends en actuele onderwerpen, zoals krimp, wonen en zorg en klimaatverandering. Wij kiezen allereerst voor een themagerichte omgevingsvisie die wordt vertaald naar de verschillende gebieden in Oldenzaal. Door de thematische opzet is er een duidelijke link met de global goals. Daarnaast worden zo alle onderwerpen uit zowel het fysieke domein als het sociale domein behandeld en wordt niet vanuit één opgave of beleidsdoelstelling gewerkt.

6.5

Uitgangspunt 5 Aansluiten bij de Global Goals

Binnen de omgevingsvisie zijn de Global Goals geen doel op zich. Het integraal werken wordt bevorderd door gebruik te maken van de Global Goals. Door de Global Goals te verbinden aan de thema’s uit de omgevingsvisie, worden ook de raakvlakken tussen de verschillende thema’s scherper neergezet.

6.6

Uitgangspunt 6 Van omgevingsvisie naar programma

In de lijn van het uitgangspunt om zoveel mogelijk beleid te integreren in de omgevingsvisie is het opstellen en inrichten van programma’s. Dit is nog geen structuur die wordt toegepast in Oldenzaal, maar sluit aan bij de beleidscyclus die de Omgevingswet omarmt. In de visie beschrijven we wat we willen als gemeente. In de programma’s staat hoe we dat gaan bereiken. De omgevingsvisie is de lange termijn visie en een programma beschrijft over een kortere termijn hoe we de ambities uit de omgevingsvisie gaan borgen. Hoe dit precies wordt vormgegeven en welke status wordt gehangen aan de programma’s wordt nog nader ingevuld. In de Omgevingswet wordt ook gesproken over een programma in ruimtelijke zin. Daar hangen bepaalde verplichtingen aan qua structuur en financiën. Met een programma bedoelen wij niet automatisch de programmastructuur uit de Omgevingswet. Dit wordt nog nader uitgewerkt.

6.7

Uitgangspunt 7 Gericht op ruimtelijke kwaliteit

De Omgevingsvisie kan gezien worden als beeld van de gewenste ruimtelijke kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Een integraal streefbeeld waar we als gemeente naartoe willen ontwikkelen. Een strategische lange termijn visie, waar opgaven en ambities voor de gehele fysieke leefomgeving samenkomen. De Omgevingsvisie stellen we vast voor een langere periode maar is geen statisch verhaal, want deze maakt onderdeel uit van de beleidscyclus en kan periodiek worden aangepast.

6.8

Uitgangspunt 8 Geleidelijk meer loslaten

Bij de invoering van de Omgevingswet wordt de weg van de geleidelijkheid bewandeld. In de loop van de tijd willen we zicht krijgen op de vraag voor welke vraagstukken de gemeente zelf aan zet is en voor welke vraagstukken het initiatief aan de samenleving wordt overgelaten. Dat vraagt om een Omgevingsvisie die ruimte schept om de inzichten tussen “loslaten en vasthouden” in de praktijk te kunnen vertalen

6.9

Uitgangspunt 9 keuzes, samen met de stad

Omdat in de visie veel dingen samen komen is het maken van een visie vooral een proces van belangen afwegen en slimme oplossingen bedenken over hoe we om willen gaan met alle belangen

15

voor onze leefomgeving. Uiteenlopende beleidsdoelen, ambities en initiatieven vanuit de stad komen samen in de omgevingsvisie. Om de samenhang te versterken en dilemma's op te lossen clusteren we de opgaven en ambities in realistische doelen. Samen met onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners komen we tot de juiste afwegingen en oplossingen.

6.10

Uitgangspunt 10 Ingebed in de regionale context

Beleid op het gebied van mobiliteit, duurzaamheid, economie en woningbouw moet in samenhang met onze buurgemeenten en de provincie Overijssel worden opgepakt. Ook door onze buurgemeenten en door provincie en rijk worden omgevingsvisies opgesteld. We zorgen ervoor dat onze Omgevingsvisie ingebed wordt in de regionale context. Vanuit onze positie zullen we gezamenlijke ambities kracht bijzetten. In het proces, het vormgeven aan dit nieuwe instrument, willen we leren van elkaar.

16

7.

Proces totstandkoming omgevingsvisie

Het opstellen van de omgevingsvisie is een omvangrijk proces. De visie is er niet van de ene op de andere dag. Dit vraagt om een stapsgewijze aanpak. Het proces rondom de omgevingsvisie is inmiddels gestart. Daarvoor hanteren we de aanpak, zoals in de volgende paragrafen beschreven.

7.1

Het proces in hoofdlijnen

Het proces van de omgevingsvisie gaat in hoofdlijnen langs de volgende stappen:

17

7.1.1

Stap 1 Wat wilden we en willen we dat nog steeds?

Deze stap is gericht op de inventarisatie van bestaande beleidsdocumenten en de belangrijkste speerpunten daaruit. Aan de hand van de thema’s is een format ontwikkeld waarin de eerste vraag is wat de bestaande beleidsdocumenten en bestaande ambities zijn. Deze inventarisatie is in gang gezet.

7.1.2

Stap 2 Wat komt er op ons af?

Kijkende naar de ontwikkelingen in relatie tot bestaande en nieuwe wet- en regelgeving, welke opgaves komen er dan in de komende jaren op ons af. Wat is verplicht en wat is gewenst. Denk daarbij aan de energietransitie, woningbouwopgaves, krimp etc. Dit zijn opgaves die van invloed zijn op de ontwikkeling van de stad en meegenomen moeten worden in de afwegingen rondom de omgevingsvisie. Ook deze inventarisatie loopt. We inventariseren de trends en ontwikkelingen. 7.1.3

Stap 3 Wat zijn onze kwaliteiten? (wat is van waarde?)

Om te bepalen wat de koers is voor de toekomst moeten we de huidige waarden en kwaliteiten van Oldenzaal goed in beeld hebben. Daarnaast moeten we beginnen vanuit de huidige basis, kijkende naar onderwerpen als demografie, ruimtelijke ontwikkelingen en de woningbouwopgave en meer. We werken vanuit de huidige situatie toe naar de ambities voor de toekomst. Als we deze huidige situatie en kwaliteiten niet goed in beeld hebben, is het onmogelijk om toe te werken naar de ambities voor de toekomst. 7.1.4

Stap 4 Waar willen we naar toe?

Door de huidige situatie en de ontwikkelingen bloot te leggen wordt inzichtelijk waar de uitdagingen voor de toekomst liggen. Deze worden omgezet naar ambities en de toekomst waar we als Oldenzaal naar toe willen groeien. Dit betekent dat we op basis van de verzamelde informatie keuzes moeten maken. Dit doen we niet alleen, maar samen met de inwoners, maatschappelijke organisaties, samenwerkingspartners en de ondernemers. Een goed afwegingskader is hiervoor van belang. Dit wordt in hoofdstuk 11 behandeld. 7.1.5

Stap 5 Hoe gaan we aan de slag?

Als de ambities en koers voor de toekomst zijn geformuleerd, wordt dit vertaald naar maatregelen en middelen die nodig zijn om die ambities op de korte en lange termijn te bereiken. Dit wordt vertaald in programma’s en uitvoeringsplannen.

18

7.2

Participatieproces omgevingsvisie

Bij het vaststellen van een omgevingsvisie moet worden aangegeven hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken. Ook moet worden aangegeven wat daarvan de resultaten zijn. Aan de wijze van participatie worden geen eisen gesteld. De gemeente mag zelf beslissen welke procedure wordt gevolgd en wat met de resultaten wordt gedaan. Wel is het uitgangspunt dat bij initiatieven van de gemeente altijd de Oldenzaalse participatieroute als richtlijn wordt gebruikt. Een samenvatting van dit proces moet wel meegenomen worden in de omgevingsvisie. We gaan voor een uitgebreid participatietraject bij de omgevingsvisie. Dit proces bestaat uit de volgende stappen: 1. Interne exercitie We starten met een interne exercitie om scherp te krijgen waar wij als bestuur en organisatie naar toe willen met de stad. We inventariseren ambities en dragen die breed uit in de organisatie. We gaan in gesprek met de verschillende raadsfracties om op te halen hoe zij de stad nu zien en welke ambities er zijn voor de toekomst. Door meerdere sessies te organiseren krijgen we de huidige situatie, trends en ontwikkelingen, opgaven en ambities voor Oldenzaal helder. 2. Ketenpartners en samenwerkingspartners De omgevingsvisie kan niet tot stand komen zonder inbreng van ketenpartners als het ODT, het waterschap, de provincie, de GDD en de veiligheidsregio.

Om te voorkomen dat we een te beperkt beeld krijgen alleen gericht op de interne ambities betrekken we onze ketenpartners al in een vroeg stadium. Zo krijgen we de juiste input en kunnen we die nog tijdig verwerken. Naast de ketenpartners vormen de samenwerkingspartners als de WBO, Impuls, Oldenzaal promotie etc. ook belangrijke partijen om mee in gesprek te gaan over de ambities voor de toekomst. 3. Maatschappelijke organisaties en ondernemers Ook maatschappelijke organisaties en ondernemers geven belangrijke input. Denk hierbij aan verenigingen, ondernemers en maatschappelijke instellingen, die allemaal een belangrijke rol spelen in de stad. Met hen gaan we gericht het gesprek aan om hun ambities te horen en onze ambities te delen. 4. Participatiefestival Ook de inwoners willen we betrekken, al beseffen we ons dat het betrekken van inwoners bij een omgevingsvisie een lastige opgave is. De vraag is in hoeverre inwoners op hoofdlijnen invulling kunnen geven aan de vraag waar we naartoe willen met de stad. Door te leren van andere gemeenten die dit proces al hebben gedaan proberen we op een juiste manier hier invulling aan te geven. In het hele proces van participatie werken we samen in participatieproces rondom het huis van de stad vanuit het programma Contact. Dit om te voorkomen dat we in korte tijd 2x dezelfde partijen gaan benaderen vanuit eenzelfde toekomstvraag.

Belangrijk om te benoemen is dat het participatieproces veel tijd vraagt en een belangrijke schakel vormt in de omgevingsvisie. De mate en invulling van het participatieproces bepaalt mede de haalbaarheid van de planning. Als de invulling nog concreter is, wordt de planning hierop aangescherpt.

19

8.

Afwegingskader en borging

Een omgevingsvisie opstellen vraagt tijd en aandacht. Het is een continu proces. De omgevingsvisie is een flexibel document, dat steeds gemonitord en geëvalueerd moet worden.

8.1

Monitoring en evaluatie

Monitoring en evaluatie zijn belangrijke elementen om te beoordelen of de omgevingsvisie aansluit bij de werkelijkheid. Uit de monitoring en evaluatie moet blijken of beleidsdoelen worden behaald of dat de omgevingsvisie moet worden bijgesteld of dat andere instrumenten moeten worden ingezet om de doelstellingen te halen. Monitoringsinformatie helpt om goede besluiten te kunnen nemen over activiteiten in de fysieke leefomgeving. Het is een belangrijke basis voor een snellere en betere besluitvorming. En het helpt om tijdig bij te sturen en plannen aan te passen aan veranderende omstandigheden. Monitoring is niet nieuw, maar bij de Omgevingswet meer dan nodig. In Oldenzaal zijn wij niet direct gewend om te monitoren op cijfers. De cyclus in de Omgevingswet vraagt hier wel om. De ambities in de omgevingsvisie werken door in de totale beleidscyclus en hebben invloed op de programma’s en het omgevingsplan. De beleidscyclus in de Omgevingswet ziet er als volgt uit:

20

De omgevingsvisie vormt na vaststelling voortdurend het afwegingskader. Dit vraagt enerzijds om koers houden, maar anderzijds om deze zo nodig bij te stellen. Het is niet noodzakelijk om de omgevingsvisie continu als geheel bij te stellen. Dit kan ook themagericht of modulair. Dan worden alleen de delen aangepast waar gezien de ontwikkelingen behoefte aan is. Een logisch evaluatiemoment kan jaarlijks zijn, aansluitend op vaststelling van de begroting. Of gelijktijdig met het coalitieakkoord. Hoe we de monitoring en evaluatie gaan vormgeven wordt uitgewerkt in de omgevingsvisie.

8.2

Afwegingskader

Na inventarisatie van het huidige beleid, de huidige kwaliteiten en de toekomstige ontwikkelingen worden verschillende ambities geformuleerd op de diverse thema’s uit de omgevingsvisie. De ambities kunnen complementair aan elkaar zijn, maar kunnen ook botsen. Dat maakt dat een goed afwegingskader noodzakelijk is. Op basis van het afwegingskader wordt bepaald welke ambities uiteindelijk meegenomen worden in de omgevingsvisie. Wij denken aan het volgende afwegingskader: Geinspireerd door de Donut-theorie van econoom Kate Raworth werken we aan een afweginskader. Donut-theorie: Binnen het eetbare deel van de donut is er een fijne duurzame samenleving. De binnenste ring geeft het sociaal minimum weer, dat is wat iedereen nodig heeft om fatsoenlijk te leven. De buitenste ring is de ecologische begrenzing, daarbuiten nemen we onevenredig van de aarde. Deze theorie is vergelijkbaar met het werken met de Global Goals. Bij de Global Goals is de balans tussen de Goals belangrijk om die duurzame samenleving te realiseren. De Global Goals worden vaak weergegeven in een cirkel. Na inventarisatie van de huidige situatie zie je waar aspecten van bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en inclusiviteit binnen de ring vallen en dus niet voldoen aan de doelen (wettelijke eisen of eigen beleid). Andere onderdelen zoals energie, biodiversiteit en klimaatadaptatie kunnen buiten de ring vallen.

De ring geeft de bandbreedte aan waarbinnen de gewenste situatie zich bevindt.

8.3

Het afwegingskader helpt met het maken van keuzes. Borging van de integraliteit

Met het vaststellen van de omgevingsvisie stopt het niet. Zoals hierboven beschreven is het wenselijk om te monitoren, evalueren en bij te stellen waar nodig. Dit is een continu proces. De omgevingsvisie is opgesteld vanuit integraliteit en inclusiviteit. Het is een document dat in samenwerking tussen het fysieke en sociale domein tot stand is gekomen. Om te voorkomen dat die integraliteit met het vaststellen van de visie verloren gaat, moet er een structuur worden neergezet waarbij die integraliteit en inclusiviteit worden geborgd. Vanuit de omgevingsvisie geredeneerd is het een logische volgende stap om te gaan werken met een programmastructuur. Een voorbeeld daarvan kan de volgende zijn:

21

De programmastructuur kennen wij nog niet als zodanig in Oldenzaal. Daarom wordt deze nog verder uitgewerkt, waarbij de gevolgen voor de organisatiestructuur zichtbaar worden.

22

9.

Randvoorwaarden en risico’s voor de omgevingsvisie

Een omgevingsvisie is er niet van de een op andere dag. Daarvoor wordt een heel proces doorlopen. Om dit proces te laten slagen gelden een aantal randvoorwaarden. Daarnaast worden de risico’s beschreven bij het opstellen van de omgevingsvisie.

9.1

Randvoorwaarden

Om dit proces te laten slagen, gelden de volgende randvoorwaarden. 1. Beschikbare capaciteit en tijd Het streven is om de omgevingsvisie in 2023 vast te stellen. Dit betekent dat in 2022 het proces doorlopen wordt. Een omgevingsvisie kan niet worden opgesteld zonder de inzet van eigen medewerkers. Om scherpte te krijgen in de ambities en de verbanden te leggen is inzet van eigen medewerkers een randvoorwaarde. Veelal wordt dit naast het reguliere werk gedaan. Er is nu een trekkersgroep geformeerd die het proces begeleidt en daarvoor ook tijd beschikbaar heeft. 2. Keuzes maken Op basis van de inventarisatie worden de ambities geformuleerd. Dit betekent ook dat straks keuzes gemaakt moeten worden. Een goed afwegingskader kan dit proces vergemakkelijken. Zonder keuzes geen goede en realistisch omgevingsvisie. 3. Beschikbare middelen We proberen zoveel mogelijk zelf te doen met eigen uren. Ook om het draagvlak voor de omgevingsvisie in de organisatie groot te houden. Toch is het noodzakelijk om een bureau in te huren die de omgevingsvisie gaat schrijven op basis van onze input en voor het verzorgen van het kaartmateriaal. Daarnaast is er een bureau nodig die kan ontzorgen wat betreft de digitale ontsluiting van de omgevingsvisie. Hoe dit vorm krijgt wordt nog verder uitgewerkt. In de huidige budgetten is rekening gehouden met een tekstschrijver.

9.2

Risico’s

Risico Te weinig ambtelijke capaciteit beschikbaar.

Veranderopgave slaagt niet.

Effect  Visie niet op tijd af.  Relevante beleidsonderdelen worden niet goed geïntegreerd in de visie.  Geen doorleefde en gedragen visie (en dus geen integraal uitvoerbaar beleid).  .Maatschappelijke opgave staat niet voorop.  Doelmatige inzet mensen en middelen lukt niet.  We blijven reguleren i.p.v. faciliteren  Beleid blijft sectoraal.  We maken geen keuzes.  (Digitale) dienstverlening blijft achter.

Maatregel Tijdig signaleren bij opdrachtgever en oplossen. Uitgangspunt: eigen mensen worden hiervoor vrij gemaakt, andere klussen wachten of hier vindt inhuur op plaats.

Cultuuraspect is taai. Traject voor organisatieontwikkeling consequent doorzetten:

23

Er lopen teveel communicatieen participatiesporen

  

Onzekerheid over doorgaan / uitstel van de omgevingswet.

Onduidelijk over draaien Milieu effectenrapportage (MER) Een MER is verplicht als er nieuwe beleidskeuzes worden gemaakt

Geen draagvlak binnen de organisatie

Onduidelijkheid over eisen aan digitale ontsluiting

24

Verwarring bij externe partners. Draagvlak voor deelname neemt af. Imago: gemeente komt niet professioneel en overtuigend over. Bij aanpassingen van de omgevingswet zijn bepaalde thema’s wellicht niet op de juiste wijze opgenomen in de visie. Er wordt geen MER gedraaid Gedurende het proces wordt duidelijk of er een MER gedraaid moet worden en dan moet budget gereserveerd worden. Dit levert vertraging op. Geen urgentie, tijd en capaciteit om input te leveren in dit proces Dit kan tot vertraging leiden of tot aanpassingen verderop in het proces

Scherpe analyse en bewaking van externe sporen. Doel, doelgroep en aanpak helder maken voor alle communicatieen participatie activiteiten en deze op elkaar afstemmen. Nadruk op formele status van de visie Op ontwikkelingen vanuit het Rijk hebben we als gemeente geen invloed

Onderzoek naar de voorwaarden voor wel of geen MER scherper in beeld brengen en risico’s formuleren als we het niet doen

Helder proces aan de voorkant opstellen en dit met iedereen bespreken In beeld brengen welke eisen er nu gelden en conform die standaard verder werken waarbij de onzekerheid als risicofactor wordt benoemd

10. Planning Het proces rondom de Omgevingsvisie wordt in drie fasen uitgevoerd: 1. Fase 1 Inventarisatie en ambitiedocument 2. Fase 2 Opstellen en ontwerp omgevingsvisie 3. Fase 3 Vaststellen omgevingsvisie Fase 1 is reeds gestart. Bestaande beleidsdocumenten zijn in beeld gebracht en de trends en ontwikkelingen zijn geïnventariseerd. We zitten nu in de fase van het in beeld brengen van de huidige situatie versus de ambities. Voor de omgevingsvisie hanteren wij de volgende planning:

<2021

2022 Q1

Fase 1 Inventarisatie huidig beleid Huidige situatie Formuleren ambities Doorlopen participatieproces breed Fase 2 Opzetten concept omgevingsvisie Fase 3 Vaststellen omgevingsvisie

Q2

Q3

2023 Q4

[Trek de aandacht van uw lezer met een [Trek de aandacht van uw lezer veelzeggend met een veelzeggend citaat uit citaat uit het het document of gebruik deze document of ruimte om een belangrijk punt te gebruik deze Sleep dit tekstvak ruimte om benadrukken. een als u het ergens anders op de belangrijk punt pagina wilt plaatsen.] te benadrukken. Sleep dit tekstvak als u het ergens anders op de pagina wilt plaatsen.]

Q1

Q2

Q3

[Trek de aandacht van uw lezer met een veelzeggend citaat uit het document of gebruik deze ruimte om een belangrijk punt te benadrukken. Sleep dit tekstvak als u het ergens anders op de pagina wilt plaatsen.]

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11050409/2