CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Kadernota 2026 - Antwoorden Politiek Forum 30 juni JR24, VJN25, KN26

Gemeenteraad 7 juli 2025, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Kadernota 20263.134 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

kadernota 2026

Hoort bij raadsbesluit nr. 1476 van 7 juli 2025

R.W.

Nr. P&C Product 1a. Jaarrekening 2024

Vraagsteller Erwin Iepma

Vraag Beantwoording vraag van de heer Iepma (VVD) over nadere duiding van de bedragen in de jaarrekening met betrekking tot Gazprom en waarom deze bedragen nu pas zijn verantwoord. Specifiek gaat het o.a om: • Positief resultaat compensatie Gazprom € 450.000 • Algemene reserve compensatie € 350.000

Antwoord Inleiding bij vraag 1a en 1b: In 2023 is het contract met Gazprom, ivm sancties tegen Rusland, beeindigd. Voor de dekking van de hoger uitgaven ivm nieuwe contract is een stelpost van € 450.000 opgenomen in de begroting 2023 tm 2026. Deze stelpost wordt gedekt uit de Algemene Reserve. Op dat moment was niet bekend dat wij gecompenseerd zouden worden door het Rijk. Over de jaren 2023 en 2024 is er een compenstatie geweest vanuit het Rijk, deze compensaties zijn nog niet definitief. Dit was pas bekend bij opstellen van de jaarrekening 2024 en om die reden opgenomen in de exploitatie van 2024. Technische uitleg: De stelpost van € 450.000 is niet ingezet vanwege de compensatie vanuit het Rijk, waardoor een voordeel is ontstaan. Van de geraamde onttrekking van de Algemene reserve is slechts een gedeelte (€ 114.500) onttrokken. Dit betreft het resterende nadeel na compensatie vanuit het Rijk. (het gedeelte dat niet is gecompenseerd). Voordeel van € 450.000 wegens niet inzetten knelpost wordt deels gecompenseerd door het nadeel van € 350.000 wegens niet onttrekken uit Algemene Reserve.

1b. Jaarrekening 2024

Erwin Iepma

Beantwoording vraag van de heer Iepma (VVD) over nadere duiding van de bedragen in de jaarrekening met betrekking tot Gazprom en waarom deze bedragen nu pas zijn verantwoord. Specifiek gaat het o.a om: • Exploitatie Vondersweijde positief ivm Gazprom € 480.000 •Voordeel compensatie € 566.000

Vondersweijde: De bijdrage in de exploitatie van Vondersweijde (Sport Oldenzaal BV) is bij de voorjaarsnota 2025 opgehoogd met € 470.000, deze is geindexeerd en komt hierdoor bij de Kadernota uit op € 515.000. Hiermee komt het totale bedrag voor de bijdrage in de exploitatie voor 2025 uit op € 1.300.000 (afgerond). In de begroting 2024 was een bedrag opgenomen van € 790.000, dit bedrag is in 2024 aangepast met € 358.000 en € 286.000 (Incidenteel ) Betreft afrekening 2024 en 2023. De afrekening 2023, € 286.000 is betaald in 2024. De afrekening 2024 , € 400.170 is verantwoord in 2024, Deze afrekening is € 42.000 hoger dan de geraamde afrekening van € 358.000. In 2024 is € 566.000 compensatie Gazprom ontvangen van het Rijk, deze bijdrage was niet geraamd en levert daarom een incidenteel voordeel op van € 566.0000. Door deze niet geraamde compenstatie Gazprom vanuit het Rijk ontstaat er in 2024 voordeel op Vondersweijde. Dit betref een incidenteel voordeel van per saldo € 485.000 (voordeel Gazprom en aantal kleinere nadelen).

2.

Mevlid Yildrim

Wij hebben gisteren beantwoording gehad op onze vraag. Hierop bordurend zouden wij graag bevestiging willen of onze gedachtes kloppen. Zouden jullie dit na kunnen vragen? We hoeven geen exacte bedragen etc, het is meer indicatief. We kregen gisteren te horen dat de A2 maatregel, zoals genoemd in de bijlage, nog totaal niet wordt gebruikt in Oldenzaal. Als we naar de algemene reserve kijken van 2025, zonder de gevolgen van de voorjaarsnota, berekenen wij dat er een surplus is van 8 miljoen. 10% hiervan zou dus een ruimte bieden van 8 ton om structurele lasten in een jaarschijf te dekken met incidenteel geld. Even voor het gemak uitgaande dat de algemene reserve door de jaren heen niet verandert komen we uit op de volgende resultaten per jaarschijf:

De berekening op hoofdlijnen kunnen we volgen en de denklijn klopt.

Kadernota 2026

Dit is uiteraard als we de 10% maximaal benutten. Als we ervoor kiezen om minder te gebruiken, zullen we langer een surplus behouden. Klopt dit zo ongeveer of zijn er verder nog haken en ogen of iets wat wij missen?

Pagina 1 van 7

Twee kanttekeningen: •Bij de kadernota zijn we scherper aan de wind gaan zeilen. We nemen bijvoorbeeld de post voor het BTW compenstatiefonds structureel mee en ramen af bij de BUIG. Bij de update van de risico’s van het weerstandsvermogen zal dit ervoor zorgen dat het totaal aan risico’s van circa 7,5 miljoen naar boven moet worden bijgesteld. Dit heeft een direct gevolg voor de omvang van het surplus. •Het structureel inzetten van het surplus is toegestaan maar kan in de toekomst wel voor problemen zorgen. De structurele lasten zullen doorlopen terwijl het inzetten van het surplus (vroeg of laat) wel eindig is.

kadernota 2026

Nr. P&C Product 3. Kadernota 2026

Vraagsteller Maarten van der Waal

Vraag Vraag van de heer Van der Waal (D66) over nadere duiding van incidentele en structurele bedragen voor het stadhuis, inclusief een nieuwe tabel.

Antwoord Kosten tijdelijke huisvesting Voordat de duurzame renovatie en verbouwing kan worden uitgevoerd, moeten de organisatie en de voorzieningen tijdelijk verhuizen. In alle stukken is altijd duidelijk aangegeven dat de incidentele kosten voor tijdelijke huisvesting niet in het budget is meegenomen. Voor 2026, 2027 en een klein deel van 2028 worden de kosten hiervan opgenomen. Deze verplichtingen worden uiteraard pas aangegaan na de eventuele GO van de Gemeenteraad in september. Vrijval kapitaallasten 2027 en 2028 In de begroting 2025 hielden we rekening met een ingebruikname van het nieuw stadhuis in 2026. Vanaf 2027 zouden we dan te maken krijgen met kapitaallasten ad € 908.000. De verwachting is nu dat het stadhuis pas in 2028 in gebruik genomen kan worden. De begrote kapitaallasten (rente en afschrijving) voor de jaren 2027 en 2028 worden derhalve niet gerealiseerd. Deze vallen vrij en worden incidenteel ingezet als dekkingsmiddel voor de kosten van de tijdelijke huisvesting. Facilitaire kosten In onze begroting staan voor de jaren 2026 t/m 2028 een aantal facilitaire kosten die niet benodigd zijn voor ons huidige stadhuis als gevolg van de tijdelijke huisvesting op een andere locatie. Zo zal er geen (klein) onderhoud meer zijn voor het oude stadhuis en zijn er geen schoonmaakkosten voor het oude stadhuis benodigd.

Dergelijke kosten voor de nieuwe tijdelijke huisvestigingslocatie zitten al in de verwachte kosten (onder de post: Kosten tijdelijke huisvesting). De budgetten die hiervoor voor het stadhuis zijn geraamd vallen dus vrij en kunnen incidenteel als dekking worden gebruikt. Energiekosten Vanaf 2026 is een taakstelling opgenomen in onze begroting om € 160.000 te besparen op energiekosten doordat het nieuwe stadhuis energiezuiniger moet zijn. Deze taakstelling kan nog niet gerealiseerd worden doordat het de verwachting is dat het nieuwe stadhuis pas in 2028 in gebruik genomen kan worden. Dit is een nadeel voor de jaren dat het stadhuis nog niet in gebruik is genomen en is daarom incidenteel negatief opgenomen onder de dekkingsmiddelen. Extra Kapitaallasten In de kadernota 2026 indexeren we de kosten van het stadhuis met € 1.000.000. Het krediet dat in de kadernota 2025 is toegekend ad € 16.100.000 was namelijk gebaseerd op een prijspeil uit het jaar 2024. Er wordt derhalve een extra krediet (indexering) van € 1.000.000 beschikbaar gesteld. Deze indexering resulteert in extra kapitaallasten van structureel € 58.000 per jaar. De kapitaallasten starten in het jaar volgend op het jaar dat het stadhuis in gebruik genomen wordt. In de Kadernota 2025, bij het nieuwe beleidsvoorstel over het stadhuis, is hier ook expliciet op gewezen.

Daarbij is de volgende toelichting opgenomen: "Het opgenomen prijspeil is het prijspeil van 2024; bij activatie van het krediet zal het krediet worden geïndexeerd."Deze werkwijze is gebruikelijk bij investeringen die nog in de planfase zitten en waarvoor op hoofdlijnen is geraamd. Zodra een project verder is uitgewerkt en financieel doorgerekend, wordt de indexering verwerkt in de P&C-cyclus. Dit geldt niet alleen voor het stadhuis, maar bijvoorbeeld ook voor het Integraal Huisvestingsplan (IHP) en andere grote investeringen zoals sporthallen. Bij projecten die vooraf al zijn doorgerekend op detailniveau, wordt de indexering wél direct meegenomen. In het geval van het stadhuis gebeurt dit dus pas op het moment dat het krediet wordt geactiveerd. Voor de tabel wordt verwezen naar bijlage 1: toelichting Stadhuis Kadernota 2026

4.

Kadernota 2026

Mevlid Yildrim

Verklaring van het verschil tussen 14.352 huishoudens en 14.952 woonruimten (pagina 44 kadernota).

Het verschil wordt grotendeels veroorzaakt doordat woonruimtes worden bewoond door een ‘institutioneel huishouden’. Een zorginstelling is dan de hoofdhuurder op een plek waar mensen zich niet inschrijven, maar wel verblijven om wonen met zorg te ontvangen. Bijvoorbeeld bij instellingen voor begeleid wonen. Verder was er sprake van leegstand. Deze leegstand betreft grotendeels ‘frictieleegstand’. Dit waren 17 leegstaande woningen in Oldenzaal.

Pagina 2 van 7

kadernota 2026

Nr. P&C Product 5. Kadernota 2026

Vraagsteller Rutger Bouwman

Vraag Inzicht in kosten van de afgelopen jaren met betrekking tot onderzoeken naar harmonisatie binnen- en buitensport en wanneer is dit gereed?

Antwoord Voor zover het betreft de uitwerking van het Synarchis rapport, zijn tot nu toe uitsluitend interne voorbereidende werkzaamheden verricht (reguliere uren). Er zijn tot op dit moment nog geen externe kosten gemaakt voor onderzoek. Hiervoor is wel geld beschikbaar via de Programmabegroting 2025, namelijk €25.000. Qua planning verwachten we in oktober te kunnen starten met extern onderzoek. Onze inschatting nu is dat we verwachten dat dit onderzoek ruim een half jaar in beslag neemt. Hierover kunnen we bij de start van het proces meer duidelijkheid geven. Wij houden de raad op de hoogte van de vorderingen.

6. Kadernota 2026

Harry Snijders

Hoeveel is er sinds 2020 uitgegeven aan preventie, en hoeveel is er begroot tot en met 2029? U mag zelf bepalen welke onderdelen u wel of niet als preventieve uitgaven beschouwt. Graag ontvangen wij per jaar het totaalbedrag én een detailoverzicht met per onderdeel: a. een omschrijving; b. de vermelding of het om een incidentele of structurele uitgave gaat; c het uitgegeven of begrote bedrag. Graag niet meerdere onderdelen samenvatten in één regel. Wij willen inzicht in wat u als preventie rekent, of het incidenteel dan wel structureel is, en wat de bijbehorende kosten zijn. Bijvoorbeeld: Twents Zilver – structureel – €xx.xxx.

We hebben de preventieve uitgaven van de gemeente vanuit de beleidsterreinen onderwijs, jeugd, inburgering, Wmo en participatie hieronder opgenomen. Preventie is echter veel breder, denk aan de inzet van sportverenigingen, de huiskamers van WBO en veel andere zaken. Het overzicht bevat de uitgaven op hoofdlijnen, De uitgaven vanaf 2020 t/m 2024 in beeld gebracht, daarnaast is de begroting 2025 t/m 2028 toegevoegd. Preventieve projecten en de ontwikkeling daarvan hebben prioriteit, vanuit o.a. de hervormingsagenda jeugd, onderwijsachterstanden beleid, armoedebeleid en het versterken van de sociale basis. De ingezette projecten hebben vaak niet alleen invloed op het betreffende beleidsterrein, maar de invloed is ook aanwezig op de aanpalende beleidsterreinen. Een project gericht op Wmo heeft bijvoorbeeld invloed op de volwassenen die ouder zijn van kinderen en heeft daarmee ook invloed op de terreinen jeugd en onderwijs. Lokale preventie is een belangrijk thema om de inwoner vanuit nabijheid te ondersteunen op de leefgebieden. Daarnaast wordt daarmee ook voorkomen dat er (te) snel gezocht wordt naar een maatwerkvoorziening terwijl laagdrempelige preventieve projecten gemakkelijk en zonder indicatiestelling toegankelijk zijn voor de inwoner. Voor een overzicht van de uitgaven verwijzen wij u naar bijlage 2: overzicht uitgaven preventief 2020-2025

7.

Kadernota 2026

Rutger Bouwman

Schriftelijke onderbouwing van de verhoging van de bijdrage (€27.000) aan Samen Twente.

De verhoging betreft diverse autonome ontwikkelingen; met name door gestegen personeelskosten en materiële kosten (indexatie).

8.

Kadernota 2026

Nick Kramer

Hoeveel % moet de OZB extra stijgen om de kortingen bij de maatschappelijke verengingen vrij te laten vallen?

Stijging zoals aangeleverd: 2026: 12.500 = 0,11% 2027: 37.429 = 0,33% 2028: 74.822 = 0,65% 2029: 137.144 = 1,19% 2030: 199.465 = 1,73% (valt buiten deze kadernota, 75% van bezuiniging) 2031: 261.787 = 2,28% (valt buiten deze kadernota, eerste jaar 100%) Gemiddelde WOZ waarde is 352.000 en percentage is 0,11832% dus OZB is dan 416 euro bij gemiddelde woning. Stijging voor deze maatregel is (afgerond): 2026: 50 cent 2027: 1,5 euro 2028: 3 euro 2029: 5 euro 2030: 7,5 euro 2031: 10 euro

9.

Kadernota 2026

Yalmar Mekelenkamp

Hoeveel bedraagt het voorbereidingskrediet (onderbouwing) voor Sociaal Plein?

Het voorbereidingskrediet bedraagt €291.000. Voor een onderbouwing van dit bedrag verwijzen wij u naar bijlage 3: onderbouwing voorbereidingskrediet Sociaal Plein

10. Voorjaarsnota 2025

Yalmar Mekelenkamp

Is het vervangen van veld 1 bij Bully noodzakelijk of dat kan het uitgesteld worden?

Op basis van de afschrijvingstermijn zou het veld vervangen moeten worden. Vorig jaar is er een keuring geweest en kon het nog 1 jaar langer mee. Nu wordt er wederom onderzocht of het nog een jaar mee kan; dit is ook de wens van Bully. Uitstel zou mogelijk kunnen zijn maar de kanttekening daarbij is dat door het uitstellen van vervanging er een risico ontstaat dat de investering duurder uit kan vallen door prijsverhoging (indexatie) en dat er voor het komende jaar dat er meer onderhoud benodigd is. We gaan alleen over tot vervanging indien het noodzakelijk wordt geacht.

11. Voorjaarsnota 2025

Yalmar Mekelenkamp

In de voorjaarsnota 2025 is aangegeven dat de routekaart wordt vastgesteld en vervolgens wordt uitgevoerd. Is het mogelijk om een opvolging te geven over de motie over maatschappelijk vastgoed (die destijds door VVD is ingediend)

Op het moment dat de routekaart is vastgesteld wordt u hierover met een raadsinfobrief geinformeerd. Hierin gaan wij ook in op de betreffende motie.

Pagina 3 van 7

kadernota 2026

Nr. P&C Product 12. Voorjaarsnota 2025

Vraagsteller Maarten van der Waal

Vraag Er zijn verschillende genoemde projecten die volgens de nota achterlopen met de planning. Enkele hiervan lopen achter door personeelsgebrek en -wisselingen. Achterlopen: - Preventie en handhavingsplan middelengebruik - Ontwikkelen van lokale inclusieagenda - Intensiveren samenwerking bij ondersteuning van onze inwoners - Hoe groot is het probleem van de personeelsbezetting op de voortgang van projecten?

Antwoord Het probleem van de personeelsbezetting op de voortgang van projecten bij de gemeente Oldenzaal is niet groter dan elders. Net als veel andere organisaties hebben wij te maken met de krapte op de arbeidsmarkt en een sneller verloop van medewerkers. Dit is een belangrijke oorzaak van de vertraging bij een klein aantal projecten, zoals het Preventieen handhavingsplan middelengebruik, de lokale inclusieagenda en het intensiveren van de samenwerking bij ondersteuning van onze inwoners. We spelen hier tijdig en proactief op in, en dat lukt ons over het algemeen goed. Zo ligt ruim 95% van de activiteiten uit de voorjaarsnota op schema. We zijn bezig met een inhaalslag op het gebied van personeelswerving, en het lukt ons nog steeds goed om de vacatures in te vullen. Soms duurt het iets langer voordat we de juiste medewerker hebben gevonden. Daarnaast zetten we nadrukkelijk in op actief recruitment en het versterken van ons werkgeverschap om aantrekkelijk te blijven voor nieuwe en bestaande medewerkers. Dit blijft de komende jaren een belangrijk aandachtspunt dat extra inzet vraagt.

13. Kadernota 2026

Rutger Bouwman

Kunnen de stukken met betrekking tot de integrale toegang Sociale Domein (juni 2024) openbaar gemaakt worden.

14. Voorjaarsnota 2025

Yalmar Mekelenkamp

Het aangenomen amendement over het aantal kilo afval is niet juist verwerkt in de voorjaarsnota.

Conform de toezegging is inmiddels nagegaan of de stukken openbaar kunnen worden gemaakt. Dat is mogelijk gebleken; het slotje is verwijderd en de stukken zijn nu openbaar. Wethouder Rodel heeft toegezegd dit voor de raadsvergadering van 7 juli 2025 te laten wijzigen. Inmiddels aangepast in VJN25 en opnieuw gepubliceerd. Tekst was : Onze economie groeit verder door naar een circulaire economie met als subdoel dat het fijn restafval in 2030 maximaal 50 kg per inwoner, per jaar is. Tekst wordt: Onze economie groeit verder door naar een circulaire economie met als subdoel dat het fijn restafval in 2030 maximaal 50 kg per inwoner, per jaar is. In de op 13 november 2024 vastgestelde programmabegroting 2025-2028 is als doel aangegeven doorgroeien naar circulaire economie. Onze economie groeit verder door naar een circulaire economie met als subdoel dat het fijn restafval in 2030 maximaal 50 kg per inwoner, per jaar is. Bij de raadsbehandeling van het koersdocument circulaire economie op 16 december 2024 is een amendement aangenomen met daarin aangegeven dat de Oldenzaalse doelstelling is: een recyclepercentage op het huishoudelijk afval per inwoner van 60% in 2030 en 65% in 2035, waarbij het streven van 50 kg restafval in 2030 voor een Afvalloos Twente niet wordt losgelaten. Het accent ligt echter op kwaliteit en niet op kwantiteit.

Pagina 4 van 7

Bijlage Stadhuis

Bijlage 1: toelichting Stadhuis Kadernota 2026 punt 13 Autonome ontwikkelingen in de kadernota Bedragen in zwart zijn toename van lasten Bedragen in rood zijn afname van lasten

Bedragen x € 1.000 Vrijval niet gerealiseerde kapitaallasten 2027 en 2028 Kapitaallasten als gevolg van indexatie stadhuis ad € 1.000.000 Niet te realisren taakstelling energie Eerste subtotaal zoals in kadernota opgenomen in punt 13 Autonome ontwikkelingen

2026 I/S

2027 I/S -908 I

2028 I/S -908 I

2029 I/S

0

160 I -748 I

160 I -748 I

58 S

Kosten tijdelijke huisvesting Overige facilitaire kosten (bijvoorbeeld: onderhoudskosten, schoonmaakkosten etc.) Tweede subtotaal zoals in kadernota opgenomen in punt 13 Autonome ontwikkelingen

985 I -172 I 813 I

555 I -195 I 360 I

175 I -43 I 132 I

0

Totaal

813

-388

-616

58

58 S

Bijlage 2: overzicht uitgaven preventie 2020-2025 Begroting 2025-2028

Preventief

Rubriek Divers Inburgering Jeugd Onderwijs Participatie WMO Eindtotaal

Waarden 2025 2026 2027 2028 291.914 246.867 246.867 246.867 168.231 168.231 168.231 168.231 673.372 396.755 396.755 396.755 71.345 28.952 28.952 28.952 678.215 687.705 687.705 687.705 2.946.333 2.946.333 2.946.333 2.946.333 4.829.410 4.474.843 4.474.843 4.474.843

Werkelijke lasten 2024 Som van Werkelijk2024 WMO_Participatie_Jeugd Divers Inburgering Jeugd Onderwijs Participatie WMO Eindtotaal

Totaal 481.633 374.213 218.991 -69.442 571.748 2.294.739 3.871.880

Werkelijk 2020-2023 Som van Bedrag Rubriek Divers Inburgering Jeugd Onderwijs Participatie WMO Eindtotaal

Grootboek

Jaar 2020 2021 2022 2023 Eindtotaal 503.328 432.478 399.986 171.449 1.507.240 186.555 77.580 85.569 -148.405 201.299 311.055 348.697 391.767 615.181 1.666.699 370.429 394.773 374.128 412.135 1.551.465 448.563 657.314 539.050 611.519 2.256.446 2.380.766 2.433.172 2.467.550 2.463.750 9.745.239 4.200.696 4.344.014 4.258.050 4.125.628 16.928.388

Bijlage 3: onderbouwing voorbereidingskrediet Sociaal Plein Interne kosten: Vastgoed, aanbesteding, facilitair en ICT

€ 122.500,00

Externe kosten: Advies en begeleidignskosten Onderzoekskosten Overige kosten

€ 128.000,00 € 8.500,00 € 5.000,00

Onvoorzien Intern & Extern:

€ 26.500

Totaal

€ 290.500,00

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15768097/2