CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Beleidsplan Veiligheidsregio Twente 2026-2029 - Bijlage 4 - Zorgrisicoprofiel Twente 2025

Gemeenteraad 2 maart 2026, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Ontwerpbeleidsplan Veiligheidsregio Twente 2026-202910.614 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Zorgrisicoprofiel Twente 2025

Voorwoord Een sterke zorgketen begint met goed inzicht in risico’s en samenwerking die verder reikt dan de eigen organisatie. Met trots presenteren wij het Zorgrisicoprofiel Twente 2025 dat onder coördinatie van GHOR Twente tot stand is gekomen op basis van recente ontwikkelingen en ervaringen binnen de zorg en crisisbeheersing. Dit profiel richt zich op de vier incidenttypen die voor de Twentse zorgketen het meest relevant en impactvol zijn. De incidenttypen uit het vorige zorgrisicoprofiel blijven daarnaast onverminderd van kracht. Het zorgrisicoprofiel bevat praktische aanbevelingen om de samenwerking tijdens rampen, crises en incidenten verder te versterken. Zo zorgen we er samen voor dat de acute en publieke zorg in Twente – ook onder druk – beschikbaar blijft voor iedereen die dat nodig heeft. Het profiel is samen met onze zorgpartners opgesteld. Daarom veel dank aan de besturen en vertegenwoordigers van alle betrokken partijen. Een speciaal dankwoord voor de experts die hun kennis hebben gedeeld en input hebben geleverd voor de incidentbeschrijvingen. Nu het nieuwe zorgrisicoprofiel er ligt, is het werk nog niet af. Sterker nog, we gaan de volgende belangrijke fase in: het vertalen van de aanbevelingen naar concrete acties.

Het document staat vol met aanbevelingen voor alle partners in de zorgketen om daadwerkelijk inhoud te geven aan het goed voorbereid zijn op de verschillende crisistypen, onder meer door opleiding, training en oefening. GHOR Twente neemt hierin de rol van aanjager op zich. Veel leesplezier! Jan Pierik, Karin Leferink, Portefeuillehouder GHOR Directeur Publieke Gezondheid

2

Zorgrisicoprofiel Twente 2025

Inhoud Managementsamenvatting

4

Hoofdstuk 1

6

1.1

7

Wat is het Zorgrisicoprofiel Twente?

1.2 Samenwerking met partners in de zorgketen

7

1.3 Afronding aanbevelingen Zorgrisicoprofiel 2023

8

1.4 Totstandkoming Zorgrisicoprofiel Twente 2025

8

1.5 Implementatie, borging en vervolg

9

Hoofdstuk 2

10

2.1 Omgevingsbeeld Veiligheidsregio Twente

11

2.2 Zorgtrends en ontwikkelingen

11

Hoofdstuk 3

14

3.1 Cybercriminaliteit

15

3.2 Verstoring van de energievoorziening

17

3.3 Brand in een instelling met verminderd

19

zelfredzamen 3.4 Terrorisme, extreem geweld, radicalisering

22

en (zware) criminaliteit 3.5 Infectieziekten en verontreiniging drinkwater

24

Bijlagen Bijlage 1: Projectorganisatie

24

Bijlage 2: Lijst met crisis- en incidenttypen

25

Bijlage 3: Methodiek

27

Bijlage 4: Vragen prioriteringstool

31

Bijlage 5: Data prioriteringstool

32

Bijlage 6: Analysevragen

38

Bijlage 7: Groepsindeling en scenario’s dialoogsessies

39

3

Managementsamenvatting In samenwerking met de zorgpartners heeft GHOR Twente het Zorgrisicoprofiel Twente (ZRP) 2025 opgesteld. Dit profiel biedt inzicht in de meest relevante crisistypen voor de acute en publieke geneeskundige zorg in Twente. Het doel van het ZRP is om samen met de geneeskundige keten goed voorbereid te zijn op (grootschalige) incidenten, rampen en crises, zodat de continuïteit van zorg onder alle omstandigheden gewaarborgd blijft. In het ZRP staat per crisistype welke knelpunten de continuïteit van zorg kunnen beperken of onder druk zetten. Op basis van de conclusies en aanbevelingen ondersteunt het ZRP het bestuur van Veiligheidsregio Twente en de geneeskundige zorgpartners bij besluitvorming. Zo kunnen zij zich beter voorbereiden op situaties waarin vraag en aanbod van zorg uit balans raken tijdens rampen en crises, of deze disbalans gericht oplossen of accepteren. Het ZRP versterkt bovendien de samenwerking tussen zorgpartners, zodat zij optimaal voorbereid zijn bij incidenten, rampen en crises. Het ZRP richt zich op het functioneren van de gehele zorgketen binnen het systeem van rampenbestrijding en crisisbeheersing. Het ZRP is afgeleid van het Regionaal Risicoprofiel Twente (RRP) dat de relevante risico’s en dreigingen voor de regio in kaart brengt. Het ZRP vormt de vertaalslag van deze risico’s naar de geneeskundige keten.

Proces en methodiek Het ZRP is tot stand gekomen via een gestructureerd proces met actieve betrokkenheid van zorgpartners. Op basis van het Regionaal Risicoprofiel en landelijke richtlijnen zijn zestien incidenttypen geselecteerd en via een online module geprioriteerd. Zorgpartners hebben deze beoordeeld op kans, impact, kennis, ervaring en urgentie. De vier meest relevante typen (cybercriminaliteit, verstoring van de energievoorziening, brand in een instelling met verminderd zelfredzamen, en terrorisme, extreem geweld, extremisme, radicalisering en (zware) criminaliteit) zijn vervolgens uitgediept in expert- en dialoogsessies. Tijdens deze sessies zijn de knelpunten en de impact op de zorgketen besproken. De verkregen inzichten vormen de basis voor het ZRP en versterken de gezamenlijke voorbereiding op crises.

Conclusies en aanbevelingen Cybercriminaliteit De analyse laat zien dat veel zorginstellingen al maatregelen treffen, maar dat er nog kansen liggen om beter voorbereid te zijn op digitale ontwrichting. Bij een deel van de zorgpartners ontbreken crisis- en herstelplannen. Technische kennis is versnipperd en het is onduidelijk wat de GHOR, veiligheidsregio en Bureau Acute Zorg Euregio kunnen betekenen. Daarnaast lijkt er weinig bestuurlijke urgentie om proactief te handelen, terwijl de financiële- en imagoschade aanzienlijk kan zijn. Aanbevolen wordt om planvorming te ontwikkelen voor tijdelijke uitval van patiëntgegevens, afspraken te maken met externe ICT-specialisten en technische experts te betrekken bij crisisteams. GHOR Twente wordt geadviseerd om bestuurders te informeren over de impact van cyberincidenten en kennisdeling te stimuleren via bijeenkomsten zoals het Cyberfestival. Verstoring van de energievoorziening De analyse laat zien dat niet alle zorginstellingen beschikken over een noodstroomvoorziening en dat de aanwezige voorzieningen niet altijd betrouwbaar zijn. Daarnaast is er onduidelijkheid over de levering van diesel en voedsel bij een langdurige energieverstoring. Vooral thuiszorgcliënten en mensen die afhankelijk zijn van medische apparatuur lopen risico. Bij stroomuitval

4

Zorgrisicoprofiel Twente 2025

valt de communicatie tussen zorgpartners onderling en de buitenwereld grotendeels weg. Alternatieve contactmogelijkheden zijn nog niet uitgewerkt of getest. Aanbevelingen richten zich op het regelmatig testen en onderhouden van noodaggregaten, het maken van afspraken over de levering van diesel en voedsel, het inventariseren van kwetsbare cliënten en het ontwikkelen van alternatieve communicatiemiddelen en protocollen voor crisisteams. Brand in een instelling met verminderd zelfredzamen Uit de analyse blijkt dat dit type incident een grote impact heeft op zowel de zorginhoudelijke als de bedrijfsvoeringprocessen. Sluiting van locaties, verplaatsing van cliënten en personeelstekorten zijn daarbij de grootste uitdagingen. De samenwerking met de brandweer - bijvoorbeeld bij oefeningen of inzetten - verloopt niet altijd optimaal. Bovendien richt planvorming zich vaak op preventie, en niet op evacuatie of nazorg. Aanbevolen wordt om planvorming te ontwikkelen voor grootschalige incidenten met langdurige impact, inclusief sluiting van locaties, herplaatsing van cliënten en registratie van patiënten. Gemeenten worden geadviseerd noodopvang en versnelde wederopbouw te faciliteren.

Terrorisme, extreem geweld, extremisme, radicalisering en (zware) criminaliteit De analyse toont aan dat dit incidenttype een grote impact heeft op zorginstellingen die hier in toenemende mate mee te maken krijgen. Agressie tegen zorgpersoneel neemt toe. Slechts enkele zorginstellingen beschikken over planvorming voor dergelijke situaties. Ontruiming en opvang zijn vaak niet uitgewerkt. De menselijke factor speelt een grote rol: niet iedereen weet hoe te handelen tijdens een crisis. Aanbevelingen omvatten het ontwikkelen van planvorming voor agressie en extreem geweld, het versterken van de weerbaarheid van personeel (bijvoorbeeld via training), het maken van afspraken over communicatie (inclusief social media) en het faciliteren van bestuurlijke afstemming over opvangmogelijkheden. Infectieziekten en verontreiniging drinkwater Deze incidenttypen uit het vorige zorgrisicoprofiel (Zorgrisicoprofiel Twente 2023) blijven een structureel aandachtspunt en onverminderd van kracht.

Vervolg Het ZRP ondersteunt bestuurlijke keuzes om de voorbereiding op incidenten, rampen en crisis verder te versterken. GHOR Twente, Bureau Acute Zorg Euregio en de zorgpartners vertalen de uitkomsten van het ZRP naar gezamenlijke prioriteiten voor het ontwikkelen van beleidsplannen, het (indien nodig) bijwerken van crisisplannen en het opleiden, trainen en oefenen van medewerkers.

Het ZRP is bedoeld als ‘levend document’, dat meebeweegt met nieuwe inzichten en ontwikkelingen. De resultaten leveren onder andere input voor: • het Regionaal Risicoprofiel Twente; • het Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO)-programma van GHOR Twente; • het OTO-programma van Bureau Acute Zorg Euregio; • de crisisplannen van zorgpartners; • planvorming van de crisisorganisaties van zorginstellingen; • het vakgebied zorgcontinuïteit van GHOR Twente; • thema- en inspiratiesessies.

5

1

Hoofdstuk 1 DE UITDAGING WAAR ELKE GHOR-REGIO VOOR STAAT, IS OM SAMEN MET DE GENEESKUNDIGE KETEN GOED VOORBEREID TE ZIJN OP (GROOTSCHALIGE) INCIDENTEN, RAMPEN EN CRISES, EN ZO DE CONTINUÏTEIT VAN ZORG ONDER ALLE OMSTANDIGHEDEN TE WAARBORGEN. OM INZICHT TE KRIJGEN IN DE HANDELINGSRUIMTE VAN ZORGPARTNERS ONDER SPECIFIEKE OMSTANDIGHEDEN ÉN OM DE SAMENWERKING IN DE KETEN TE VERSTERKEN, WORDT ELKE TWEE JAAR EEN ZORGRISICOPROFIEL (ZRP) OPGESTELD.

6

Zorgrisicoprofiel Twente 2025

1.1 Wat is het Zorgrisicoprofiel Twente? Het ZRP beschrijft en duidt de meest aannemelijke risico’s en knelpunten die van invloed zijn op de continuïteit van de acute en publieke geneeskundige zorg. Het biedt handvatten om gerichter te prioriteren en maakt inzichtelijk wat de mogelijkheden en beperkingen zijn van de geneeskundige rampenbestrijding en crisisbeheersing bij deze risico’s. Het ZRP is afgeleid van het Regionaal Risicoprofiel (RRP), dat de relevante risico’s en dreigingen voor de regio Twente in kaart. Het ZRP vormt de vertaalslag van deze risico’s naar de geneeskundige keten. GHOR Twente stelt het ZRP op in samenwerking met Bureau Acute Zorg Euregio en de regionale zorgpartners. Deze gezamenlijke aanpak versterkt de informatie-uitwisseling en het onderlinge begrip tussen zorgorganisaties. Het profiel stimuleert zorgpartners om over de grenzen van hun eigen organisatie heen te kijken en samen te werken aan een robuuste en veerkrachtige zorgketen. Zo ontstaat een gedeeld beeld van kwetsbaarheden én van gezamenlijke verantwoordelijkheden in de voorbereiding op rampen en crises. De GHOR en de zorgpartners streven daarbij naar een structurele samenwerking, gebaseerd op gezamenlijk vastgestelde prioriteiten.

Het ZRP onderstreept bovendien het belang van de geneeskundige keten richting de veiligheidspartners - brandweer, politie en gemeenten - en het bestuur van Veiligheidsregio Twente.

1.2 Samenwerking met partners in de zorgketen De taken van de GHOR zijn wettelijk vastgelegd in de Wet veiligheidsregio’s (Wvr, artikel 1). Op basis van deze wet is de GHOR verantwoordelijk voor de coördinatie, aansturing en regie van de geneeskundige hulpverlening bij rampen en crises, evenals voor de advisering van overheden en organisaties op dit terrein.

7

Een goede samenwerking binnen de geneeskundige keten is hierbij essentieel. De daadwerkelijke geneeskundige hulpverlening tijdens rampen en crises wordt namelijk uitgevoerd door reguliere zorgaanbieders in de care- en cure-sector. Denk hierbij aan ziekenhuizen, ambulancezorg, huisartsen, maar ook aan verpleeg- en verzorgingshuizen, GGZ-instellingen, revalidatiecentra en thuiszorgorganisaties. Voor de totstandkoming van het ZRP is bewust gekozen voor deelname van zorgpartners uit de acute zorg, de publieke gezondheidszorg én de niet-acute zorg. Daarmee is geborgd dat de gehele zorgketen, van care tot cure, betrokken is en dat de risico’s en knelpunten vanuit verschillende invalshoeken zijn belicht. Bij deze versie van het ZRP zijn de volgende zorgpartners betrokken:

Figuur 1 Deelnemende zorgpartners

1.3 Afronding aanbevelingen Zorgrisicoprofiel Twente 2023 In het Zorgrisicoprofiel Twente 2023 werden onder andere de incidenttypen infectieziekten en verstoring van de drinkwatervoorziening als prioritair aangemerkt. Naar aanleiding daarvan zijn door GHOR Twente, in nauwe samenwerking met regionale zorgpartners, gerichte aanbevelingen opgesteld. Deze aanbevelingen zijn inmiddels volledig uitgewerkt en afgerond. Daarmee is een belangrijke stap gezet in het versterken van de regionale paraatheid en veerkracht. GHOR Twente spreekt haar waardering uit voor de inzet en betrokkenheid van alle zorgpartners bij de uitvoering van deze aanbevelingen. De resultaten en uitwerkingen zijn te vinden op de GHOR website: www.ghortwente.nl/zorgrisicoprofiel. Het afronden van de aanbevelingen betekent echter niet dat de regio niet langer kwetsbaar is voor dergelijke incidenten. Het is van belang om gezamenlijk alert te blijven en de samenwerking binnen de zorgketen op deze thema’s verder te versterken. Daarom komen deze risico’s terug in de nieuwe versie van het ZRP.

1.4 Totstandkoming Zorgrisicoprofiel Twente 2025 Het ZRP 2025 is tot stand gekomen via een zorgvuldig en gestructureerd proces waarin verschillende methodieken zijn toegepast. Deze vormen de basis voor de opeenvolgende fasen van het proces: selectie van crisis- en incidenttypen, dataverzameling, analyse en het opstellen van conclusies en aanbevelingen.

8

Zorgrisicoprofiel Twente 2025

Op basis van het RRP en de landelijke incidenttypenlijst van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) is een eerste selectie gemaakt van relevante incidenttypen. Deze zijn door zorgpartners geprioriteerd via een online module, waarna vier incidenttypen zijn gekozen voor verdere uitwerking. Zorgpartners gingen vervolgens per sector in gesprek over de impact, knelpunten en onderlinge afhankelijkheden tijdens verdiepings- en dialoogsessies. De inzichten hieruit, aangevuld met trends, omgevingsbeelden en incidentbeschrijvingen, vormen samen de basis voor het ZRP Twente 2025.

Figuur 2 Processtappen totstandkoming ZRP 2025 Een uitgebreide beschrijving van de gevolgde methodiek is opgenomen in bijlage 3.

1.5 Implementatie, borging en vervolg Het ZRP vormt een belangrijke basis voor bestuurlijke keuzes en gezamenlijke prioritering binnen de zorgketen. GHOR Twente, Bureau Acute Zorg Euregio en de zorgpartners hebben de taak om de uitkomsten van het profiel te vertalen naar concrete acties.

Het ZRP Twente is bedoeld als een ‘levend document’, dat meebeweegt met nieuwe inzichten en ontwikkelingen. De uitkomsten van het profiel leveren onder andere input voor: • het Regionaal Risicoprofiel Twente; • het Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO)-programma van GHOR Twente; • het OTO-programma van Bureau Acute Zorg Euregio; • de crisisplannen van zorgpartners; • planvorming van de crisisorganisaties van zorginstellingen; • het vakgebied zorgcontinuïteit van GHOR Twente; • thema- en inspiratiesessies.

9

2 Hoofdstuk 2

HET ZORGRISICOPROFIEL TWENTE 2025 IS OPGESTELD OP BASIS VAN LOKALE EN LANDELIJKE ONTWIKKELINGEN DIE VAN INVLOED ZIJN OP DE GENEESKUNDIGE HULPVERLENING IN DE REGIO. DIT HOOFDSTUK SCHETST EERST DE KARAKTERISTIEKEN VAN TWENTE OM EEN BEELD TE GEVEN VAN DE REGIONALE CONTEXT. VERVOLGENS WORDEN DE BELANGRIJKSTE ZORGTRENDS TOEGELICHT DIE ZIJN MEEGENOMEN BIJ HET OPSTELLEN VAN DIT PROFIEL.

10

Zorgrisicoprofiel Twente 2025

2.1 Omgevingsbeeld Veiligheidsregio Twente De fysieke en sociale leefomgeving is voortdurend in beweging. Dat biedt kansen maar brengt ook risico’s met zich mee, die directe gevolgen kunnen hebben voor de zorgcontinuïteit in Twente. In het RRP Twente (te vinden op de website van de Veiligheidsregio Twente) worden de belangrijkste veranderingen in de fysieke en sociale leefomgeving beschreven. Twente heeft een aantal karakteristieke eigenschappen. Deze worden hieronder beschreven.

Karakteristieken Twente • Compacte veelzijdige regio, bestaande uit 14 gemeenten. • Grensgebied met Duitsland. • 640.806 inwoners op een oppervlakte van 1.504 km2. • Zowel stedelijk als landelijk gebied; in het landelijk gebied ligt de nadruk op natuur en veeteelt. • Hoge zandgronden en veel heide- en veengebieden. • Relatief veel industrie en transport van gevaarlijke stoffen door de regio. • Twee ziekenhuisorganisaties (Medisch Spectrum Twente en Ziekenhuisgroep Twente) met locaties in Enschede, Almelo, Hengelo en Oldenzaal. In het buitengebied zijn veel zorgpartners actief. • Bovengemiddeld aantal kilometers snelwegen en spoorwegen, inclusief grensoverschrijdende verbindingen met Duitsland. • Aanwezigheid van onderwijsinstellingen op alle niveaus: o.a. Universiteit Twente, Saxion en ROC van Twente. • Vergrijzing onder de bevolking, met name in het buitengebied. • Een grote agrarische sector (met name veeteelt), waardoor het risico op dierziekten aanwezig is. • Twee betaald voetbalclubs (FC Twente en Heracles Almelo). Daarnaast jaarlijks tientallen grote evenementen in de regio. • Gelegen in het effectgebied van kerncentrale Emsland in Lingen (activiteiten worden afgebouwd). • Veel bezoekers uit Duitsland, met name in het centrum van Enschede en op Plein Westermaat Hengelo. • Luchthaven Twente Airport met een beperkt aantal starts en landingen van vliegverkeer.

11

2.2 Zorgtrends en ontwikkelingen Tijdens rampen en crises wordt de acute en publieke geneeskundige zorg geleverd door reguliere zorgaanbieders. Daarom kunnen ontwikkelingen in de reguliere zorg van directe invloed zijn op de kwaliteit en beschikbaarheid van opgeschaalde zorg.

Belangrijke trends en ontwikkelingen die hierbij een rol spelen, zijn: Dubbele vergrijzing Regio Twente kent een sterke toename van het aantal ouderen, gecombineerd met een stijgende levensverwachting. Dit leidt tot een hogere zorgvraag, terwijl het aantal beschikbare zorgverleners afneemt. De druk op het zorgsysteem neemt toe, ook bij acute opschaling tijdens crises. Toename van niet-zelfredzame ouderen Ouderen wonen steeds langer zelfstandig, vaak met ondersteuning vanuit de extramurale zorg. Bij uitval van voorzieningen zoals stroom, water of digitale infrastructuur zijn zij extra kwetsbaar. Dit vraagt om aangepaste crisisvoorbereiding en monitoring. Meer zelfstandig wonende mensen met een beperking Steeds meer mensen met een fysieke, verstandelijke of psychische beperking wonen zelfstandig. Dit vergroot de complexiteit van zorgverlening, zeker in noodsituaties waarin snelle coördinatie en maatwerk vereist zijn. Thuisgebruik van medische hulpmiddelen Het gebruik van medische apparatuur in de thuissituatie (zoals zuurstofapparaten, infuuspompen en telemonitoring) neemt toe. Bij uitval van stroom of internet ontstaan acute gezondheidsrisico’s. Toenemende culturele diversiteit De toenemende culturele diversiteit vraagt om zorgverlening die rekening houdt met taal, gewoonten en vertrouwen.

In crisissituaties is heldere, inclusieve communicatie essentieel om alle doelgroepen te bereiken. Technologische afhankelijkheid Zorgprocessen zijn in toenemende mate afhankelijk van digitale systemen, zoals elektronischepatiëntendossiers. Storingen of cyberincidenten kunnen de continuïteit van zorg ernstig verstoren. Structureel personeelstekort Het tekort aan zorgprofessionals is een blijvend probleem. Dit beperkt de mogelijkheid om snel op te schalen tijdens een ramp en verhoogt de druk op het bestaande personeelsbestand, wat gevolgen heeft voor de kwaliteit en veiligheid van zorg.

12

Zorgrisicoprofiel Twente 2025

13

3 Hoofdstuk 3

IN DIT HOOFDSTUK WORDEN DE VIER GEPRIORITEERDE INCIDENTTYPEN UIT HET ZORGRISICOPROFIEL TWENTE TOEGELICHT. ELK TYPE BEGINT MET EEN PRAKTIJKSITUATIE, GEVOLGD DOOR EEN OVERZICHT VAN DE BEVINDINGEN, CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN.

14

Zorgrisicoprofiel Twente 2025

3.1 Cybercriminaliteit Uit de praktijk In april 2023 werd Joris Zorg, een zorginstelling voor ouderen in Brabant, getroffen door een grootschalige cyberaanval. Hackers wisten via ransomware toegang te krijgen tot de systemen en maakten gevoelige gegevens van cliënten en medewerkers buit. De gestolen data, waaronder persoonsgegevens en medische informatie, werden vervolgens gepubliceerd op het darkweb. De aanval leidde tot veel onrust bij cliënten en hun familieleden; sommigen kregen het advies om hun paspoort of identiteitsbewijs te vervangen. De zorginstelling moest tijdelijk overstappen op handmatige registratie en extra maatregelen nemen om de continuïteit van zorg te waarborgen. Dit incident illustreert hoe kwetsbaar zorgorganisaties zijn voor cybercriminaliteit en welke impact een digitale aanval kan hebben op de privacy en veiligheid van cliënten.

Bevindingen Planvorming & Zorgcontinuïteit Veel zorginstellingen hebben behoefte aan ondersteuning bij het opstellen en actualiseren van crisis- en herstelplannen voor cyberincidenten. Bij een deel van de organisaties is onduidelijk of dergelijke plannen überhaupt beschikbaar zijn. Het oefenen van scenario’s draagt bij aan betere planvorming. Ook is niet iedere zorgpartner voorbereid op het tijdelijk wegvallen van patiëntgegevens, waardoor de zorgcontinuïteit in het gedrang kan komen. Techniek & ICT Er is behoefte aan een betere integratie van technische (ICT-)informatie in crisisplannen. Technologische kennis is cruciaal, maar niet altijd aanwezig of begrijpelijk voor beleidsmedewerkers. Systemen zijn onderling afhankelijk en het is vaak onduidelijk wie verantwoordelijk is of wie beslissingen mag nemen bij een digitale verstoring. Ook ontbreken in veel gevallen

15

afspraken met externe partijen die bij een cyberincident kunnen ondersteunen. Het betrekken van technische experts bij crisisteams wordt als wenselijk gezien. Samenwerking & Communicatie Er bestaat onduidelijkheid over de rol van GHOR Twente, Bureau Acute Zorg Euregio en de veiligheidsregio bij cyberincidenten. Hoewel er initiatieven zijn zoals het Cyberfestival en de expertgroep Cyber, zijn niet alle zorgpartners hiervan op de hoogte. Bestuurlijke urgentie & Imagoschade De impact van cyberincidenten wordt breed erkend, maar er wordt niet overal voldoende bestuurlijke urgentie gevoeld om hier actief op te handelen. Daarbij vormt imagoschade een belangrijk risico in de nafase: het kan leiden tot vragen over dataveiligheid en verminderde aantrekkelijkheid als werkgever. Proactieve risicobeheersing en transparantie over genomen maatregelen kunnen imagoschade beperken.

Aanbevelingen zorgpartners Planvorming & Zorgcontinuïteit Ontwikkel, eventueel met behulp van GHOR Twente en Bureau Acute Zorg Euregio, planvorming voor het tijdelijk of langdurig niet beschikbaarheid zijn van patiëntgegevens, inclusief registratieen privacyaspecten. Neem herstel en nazorg op in de planvorming en heb daarbij aandacht voor imagoschade en werkbereidheid van medewerkers. Maak afspraken met externe specialisten die bij een cyberincident kunnen ondersteunen en leg deze afspraken vast. Techniek & ICT Breng kritieke processen en systemen in kaart, inclusief eigenaarschap en afhankelijkheden van leveranciers. Zorg dat technische informatie begrijpelijk wordt vertaald voor beleidsmedewerkers en opgenomen in crisisplannen. Overweeg een liaisonfunctie tussen ICT en beleid in te richten en technische experts te betrekken bij crisisteams.

16

Zorgrisicoprofiel Twente 2025

Aanbevelingen GHOR Twente en Bureau Acute Zorg Euregio Bestuurlijke bewustwording & Communicatie Informeer bestuurders (blijvend) over de impact van cyberincidenten, inclusief de risico’s voor continuïteit en reputatie. Communiceer helder over de rol van de GHOR en de veiligheidsregio bij voorbereiding en respons. Kennisdeling & Ondersteuning Stimuleer deelname aan bijeenkomsten zoals themabijeenkomsten op het gebied van cyber en bied ondersteuning bij het oefenen en actualiseren van planvorming gericht op cyberincidenten. Expertgroep Cyber Vergroot de zichtbaarheid van de expertgroep Cyber door inzichtelijk te maken welke organisaties erin zijn vertegenwoordigd en informeer zorgpartners die niet aangesloten zijn. Zorg voor betere afstemming tussen regionale en landelijke bijeenkomsten zodat overlappende afspraken worden voorkomen.

3.2 Verstoring van de energievoorziening Uit de praktijk Op donderdag 5 december 2024 werd Medisch Spectrum Twente (MST) in Enschede aan het einde van de middag getroffen door een stroomuitval. Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden werkten de noodaggregaten niet. Een deel van het ziekenhuis zat hierdoor zeker drie kwartier zonder stroom. Dankzij de no-breakaccu’s bleef kritische apparatuur tijdelijk functioneren. De storing beperkte zich tot het nieuwe gedeelte van het ziekenhuis. Het oude deel en het Vrouw Kind Centrum hadden wel elektriciteit. De stroomuitval benadrukte de noodzaak van crisisplannen en crisismanagement, want de afhankelijkheid van elektriciteit binnen de zorg is groot.

17

Bevindingen Noodstroomvoorzieningen Veel zorgpartners beschikken over noodaggregaten, maar de werking en beschikbaarheid daarvan bij een grootschalige stroomuitval zijn onzeker. Er is onduidelijkheid over de levering van diesel voor noodstroom. Basisvoorzieningen Voedsellevering is niet gegarandeerd bij uitval van elektriciteit. Voor thuiszorgcliënten en mensen die afhankelijk zijn van medische apparatuur is nog geen alternatief plan uitgewerkt. Denk hierbij ook aan alarmeringssystemen van ouderen. Crisisorganisatie Het functioneren van crisisteams bij uitval van noodstroom is onzeker. Er is onvoldoende zicht op de inzetbaarheid van personeel en middelen in een dergelijke situatie. Communicatie Bij stroomuitval valt de communicatie tussen zorgpartners onderling en de buitenwereld grotendeels weg. Alternatieve contactmogelijkheden zijn nog niet uitgewerkt of getest. Samenwerking & Coördinatie Er is geen planvorming beschikbaar over de bereikbaarheid van hulpdiensten wanneer zendmasten uitvallen en 112 niet meer werkt. Ook is er onduidelijkheid over de landelijke aansturing van zorginstellingen bij langdurige stroomuitval (>72 uur).

Aanbevelingen zorgpartners Energievoorziening Test en onderhoud noodaggregaten regelmatig om de werking en beschikbaarheid te garanderen. Maak duidelijke afspraken met leveranciers over gegarandeerde levering van noodstroomaggregaten en diesel, ook bij regionale of landelijke stroomuitval. Voer scenariooefeningen uit waarbij langdurige stroomuitval wordt gesimuleerd. Basisvoorzieningen Onderzoek en maak afspraken met leveranciers over de continuïteit van voedsellevering bij stroomuitval. Breng kwetsbare cliënten (zoals thuiszorggebruikers en mensen met medische apparatuur) in kaart. Stel specifieke maatregelen op voor deze groep, zoals noodaccu’s of herverdeling van zorg. Betrek huisartsen, apothekers en wijkverpleging bij het opstellen van plannen en afspraken.

18

Zorgrisicoprofiel Twente 2025

Crisisorganisatie & Communicatie Stel protocollen op voor het activeren van crisisteams bij stroomuitval, inclusief fysieke opkomstlocaties. Zorg voor alternatieve communicatiemiddelen zoals portofoons, satelliettelefoons of meldpunten, bijvoorbeeld via de bhv-organisatie. Zorgcontinuïteit & Opvang Bereid je voor op ambulante zorgvragers die zich melden bij instellingen. Definieer verantwoordelijkheden en opvangcapaciteit binnen de organisatie.

Aanbevelingen GHOR Twente en Bureau Acute Zorg Euregio Inventarisatie & Voorbereiding Overweeg de toegevoegde waarde van een regionale inventarisatie van noodstroomvoorzieningen en kwetsbaarheden bij zorginstellingen. Stimuleer planvorming en gezamenlijke oefeningen met crisisteams gericht op langdurige stroomuitval. Communicatie & Regie Onderzoek hoe communicatie tussen zorginstellingen geborgd kan blijven en hoe de GHOR regie kan houden tijdens stroomuitval. Het regionaal crisiscommunicatieplan voor de zorg dient meer bekendheid te krijgen onder de zorgorganisaties. Ambulante zorg Breng in kaart welke thuiszorgorganisaties verantwoordelijk zijn voor ambulante zorgvragers in crisissituaties. Landelijke coördinatie & Richtlijnen Onderzoek hoe landelijke aansturing van zorginstellingen plaatsvindt bij langdurige stroomuitval. Stimuleer het opstellen van landelijke richtlijnen voor diesel- en voedselvoorziening bij dergelijke incidenten.

3.3 Brand in een instelling met verminderd zelfredzamen Uit de praktijk Op zondagavond 13 november 2022 ontstond brand op een verpleegafdeling van zorglocatie Krönnenzommer in Hellendoorn. De brand werd gemeld via het automatische brandmeldsysteem, waarna snel werd opgeschaald naar ‘zeer grote brand’ en GRIP 1. De situatie was onoverzichtelijk: er leken meerdere brandhaarden te zijn en er was veel rookontwikkeling. In totaal zijn 66 cliënten geëvacueerd door de brandweer en zorgmedewerkers. Eén persoon is naar het ziekenhuis gebracht. Dankzij de snelle en adequate inzet van het personeel en de hulpdiensten zijn er geen dodelijke slachtoffers gevallen. De schade aan de afdeling was groot en het incident had veel impact op bewoners en medewerkers. De brand bleek te zijn ontstaan nadat een bewoner een aerosolblusser activeerde, waarna bhv’ers meerdere van deze blussers eveneens gebruikten. Dit veroorzaakte extra rook en leidde uiteindelijk tot brand in het meubilair. Na het incident is besloten geen aerosolblussers meer te gebruiken binnen de instelling.

19

Analyse van de data Voor het incidenttype brand in een instelling hebben zorgpartners een aantal vragen beantwoord en scores toegekend. Uit de analyse van deze data blijkt dat dit incidenttype grote impact heeft op de zorgpartners. Tijdens dit incidenttype komen zowel de zorginhoudelijke processen als de bedrijfsvoering onder druk te staan. Vooral informatiemanagement, transport en leiding en coördinatie worden door zorgpartners als kwetsbaar benoemd. Daarnaast komen een groot aantal bedrijfsvoering processen onder druk te staan. De belangrijkste zorgen zijn het sluiten van (delen van) de zorglocaties, het verplaatsen van cliënten en het tekort aan personeel.

Bevindingen Samenwerking & Coördinatie Er bestaat onduidelijkheid over de opschalingsstructuur en de rol en van de veiligheidsregio tijdens dergelijke incidenten. Ook is niet helder wat de veiligheidsregio kan betekenen op het gebied van patiëntregistratie, psychosociale hulpverlening (PSH) en nazorg. Zorgpartners ervaren belemmeringen in de samenwerking met de brandweer tijdens brandveiligheidscontroles, oefeningen en incidenten, met name door onvoldoende heldere en eenduidige communicatie. Planvorming & Evacuatie De beschikbare planvorming richt zich vaak vooral op preventie, terwijl behoefte is aan plannen voor handelen tijdens en na een brand. Rookverspreiding vormt een groot risico voor evacuatie, zeker bij verminderd zelfredzamen. Planvorming en afspraken voor sluiting van zorglocaties, verplaatsing van cliënten, regionale opvang en vervoerscapaciteit zijn ook beperkt. Registratie en herplaatsing van patiënten zijn knelpunten, vooral bij specifieke zorgbehoeften. Samenwerking met andere zorginstellingen is niet altijd duidelijk geregeld. Ook ontbreekt vaak planvorming voor de nafase en terugkeer naar reguliere zorg. Opleiden, trainen, oefenen & Zorgcontinuïteit Er is behoefte aan realistische trainingen en oefeningen voor bhv-teams en crisisteams.

De CoPI-bak training wordt als waardevol ervaren, maar medewerkers krijgen in de praktijk vaak onvoldoende tijd om te oefenen. Daardoor ontbreekt routine en handelingszekerheid bij grootschalige incidenten. Zorgpartners tonen bereidheid tot samenwerking in crisissituaties, bijvoorbeeld door het delen van middelen, personeel en het opvangen van patiënten. In de warme fase (tijdens een crisis) wordt doorgaans snel en effectief gehandeld. In de koude fase (voorafgaand aan een crisis) kunnen echter bestuurlijke structuren en verantwoordelijkheden de samenwerking belemmeren. Overige risico’s & Rol gemeente Zorgpartners maken zich zorgen over externe incidenten die tot ontruiming kunnen leiden. Bij langdurige onbruikbaarheid van een locatie is afstemming met de gemeente cruciaal, bijvoorbeeld voor noodopvang en versnelde wederopbouw. Er zijn momenteel geen versnelde procedures beschikbaar.

Aanbevelingen zorgpartners Brandveiligheid & Samenwerking met hulpdiensten Zorg dat locaties voldoen aan de eisen voor brandwerendheid maar houdt ook rekening met de rookverspreiding. Laatstgenoemde is in relatie tot de doelgroep een groot risico en bemoeilijkt een eventuele evacuatie. Zorg voor duidelijke locatieaanduiding bij meldingen en opvang van de brandweer om inzetproblemen te voorkomen. Stem af met nabijgelegen zorginstellingen over wederzijdse ondersteuning bij incidenten.

20

Zorgrisicoprofiel Twente 2025

Planvorming & Evacuatie Ontwikkel planvorming voor grootschalige incidenten met langdurige impact, inclusief sluiting van locaties, herplaatsing van cliënten en registratie van patiënten. Houd rekening met specifieke doelgroepen en externe risicobronnen die tot ontruiming kunnen leiden. Neem ook een nafaseplan en nazorg op in de planvorming, inclusief de menselijke factor en psychologische impact. Onderlinge ondersteuning & Continuïteit Breng in kaart wat de eigen instelling kan betekenen voor andere zorginstellingen bij brand, zoals het delen van apparatuur, personeel of opvangcapaciteit. Onderzoek juridische en verzekeringstechnische aspecten van evacuatie en herplaatsing.

Aanbevelingen GHOR Twente en Bureau Acute Zorg Euregio Samenwerking & Afstemming Bespreek leerpunten met de brandweer en brandveiligheidscontroles en onderzoek verbeteropties. Stimuleer ketenbrede samenwerking en planvorming voor opvang bij sluiting van zorglocaties. Opleiden, trainen, oefenen & Kennisdeling Breng het regionale aanbod aan trainingen (via de OTO-kalender) zoals crisisteam- en CoPI-trainingen actief onder de aandacht. Bied zorgpartners mogelijkheden voor kennisdeling, bijvoorbeeld door themasessies en oefening rondom dit incidenttype. Regie & Ondersteuning Communiceer helder over de rol van de GHOR en de veiligheidsregio bij dit incidenttype. Onderzoek mogelijkheden voor ondersteuning bij registratie van patiënten en noodopvang. Breng externe risicobronnen in kaart op verzoek van zorginstellingen. Bestuurlijke afstemming Faciliteer bestuurlijke afstemming over tijdelijke opvangmogelijkheden bij evacuaties van zorginstellingen.

21

3.4 Terrorisme, extreem geweld, radicalisering en (zware) criminaliteit Uit de praktijk Op donderdag 28 september 2023 werd het Erasmus MC in Rotterdam opgeschrikt door extreem geweld. Een 32-jarige man schoot eerst in een woning aan het Heiman Dullaertplein, waarbij een 39-jarige vrouw en haar 14-jarige dochter om het leven kwamen. Vervolgens begaf de dader zich naar het Erasmus MC, waar hij in een leslokaal een 43-jarige docent doodschoot. Op beide locaties stichtte de dader brand. Het incident leidde tot grote paniek in het ziekenhuis; medewerkers, patiënten en bezoekers werden geëvacueerd en hulpdiensten schaalden groots op. De verdachte werd kort na het incident gearresteerd onder het helikopterplatform van het ziekenhuis. De impact op het personeel, de patiënten en de stad was enorm. Het incident maakte duidelijk hoe kwetsbaar zorginstellingen zijn voor extreem geweld en hoe belangrijk een goede voorbereiding en samenwerking tussen hulpdiensten is.

22

Zorgrisicoprofiel Twente 2025

Analyse van de data Ook voor dit incidenttype hebben zorgpartners een aantal vragen beantwoord en scores toegekend. Uit de analyse van de data blijkt dat dit incidenttype grote impact heeft op de zorgpartners, zowel de zorginhoudelijke als de bedrijfsvoering processen komen onder druk te staan. Hierbij worden met name communicatie, HRM, facilitair, informatiemanagement en bhv door de zorgpartners genoemd. De grootste zorgen liggen bij personeelstekort en het sluiten van (delen van) de locatie.

Bevindingen Samenwerking & Coördinatie Er is onduidelijkheid bij zorgpartners over de rol van de gemeente, politie, GHOR Twente en de veiligheidsregio in dit scenario. Ook zijn de opschalingsmogelijkheden van de hulpdiensten niet helder. Planvorming & Maatregelen Veel instellingen hebben wel technische maatregelen getroffen, zoals alarmknoppen en pandverboden, maar beschikken niet over planvorming voor dit soort incidenttype. Dat zorginstellingen openbare gebouwen zijn, maakt het lastig om risico’s uit te sluiten. Ontruiming en opvang zijn vaak niet uitgewerkt, zeker voor specifieke doelgroepen. De menselijke factor speelt een grote rol: niet iedereen kan of durft te handelen tijdens een crisis. Er is behoefte aan duidelijke communicatieprotocollen, ook richting patiënten, familieleden en personeel, inclusief afspraken over het gebruik van social media. Nazorg voor medewerkers is meestal wel goed geregeld, maar niet voor bezoekers, die bovendien lastig te traceren zijn. Opleiden, trainen, oefenen & Zorgcontinuïteit Bhv’ers en beveiligers zijn onvoldoende voorbereid op situaties met extreem geweld. Ontruiming bij bijvoorbeeld het aantreffen van een verdacht pakket kan vertraging oplopen door onduidelijke rolverdeling, gebrek aan kennis en afhankelijkheid van externe partijen zoals de politie en de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD).

23

Agressie & Maatschappelijke context Zorgpartners ervaren een toename van agressie en bedreigingen, vooral door familieleden van cliënten. De ernst en frequentie van deze incidenten nemen toe, wat ook de weerbaarheid van medewerkers beïnvloedt. Er zijn verschillen te zien tussen regio’s en wijken. Sommige thuiszorgorganisaties bieden weerbaarheidstrainingen aan. Onderlinge ondersteuning Zorgpartners zijn bereid om acute patiënten op te vangen en middelen, apparatuur en personeel uit te wisselen bij incidenten.

Aanbevelingen zorgpartners Planvorming & Nazorg Ontwikkel planvorming voor agressie en extreem geweld, inclusief scenario’s voor (gedeeltelijke) sluiting van zorglocaties. Besteed aandacht aan maatregelen, rolverdeling en nazorg voor medewerkers en patiënten. Heb hierbij oog voor de menselijke factor: niet iedereen kan of wil handelen tijdens een crisis. Zorg ook voor planvorming voor incidenten rondom opvanglocaties, met aandacht voor specifieke doelgroepen. Weerbaarheid & Communicatie Het versterken van de weerbaarheid van medewerkers door training en voorbereiding is belangrijk, evenals het maken van duidelijke afspraken over interne en externe communicatie, inclusief social media. Zorg voor erkenning en steun vanuit het management en spreek je als organisatie uit tegen agressie en geweld. Onderlinge ondersteuning Breng in kaart wat de eigen instelling kan betekenen voor andere zorginstellingen bij incidenten, zoals het aanbieden van personeel, ruimte of apparatuur. Stem af met nabijgelegen instellingen over opvangmogelijkheden.

24

Zorgrisicoprofiel Twente 2025

Aanbevelingen GHOR Twente en Bureau Acute Zorg Euregio Samenwerking & Regie Breng samen met gemeenten en hulpdiensten de mogelijkheden voor ondersteuning en bestuurlijke maatregelen in kaart. Faciliteer ketenbrede samenwerking en planvorming voor opvang bij de sluiting van zorglocaties. Onderzoek hoe de GHOR en Bureau Acute Zorg Euregio ondersteuning kunnen bieden bij planvorming en registratie. Kennisdeling & Training Vergroot de kennis en ervaring van zorgpartners door bijvoorbeeld kennissessies, trainingen en oefeningen. Informeer zorginstellingen over het optreden van de politie bij dit type incident. Bestuurlijke afstemming Faciliteer bestuurlijke afstemming over opvangmogelijkheden bij evacuaties van zorginstellingen.

3.5 Infectieziekten en verontreiniging drinkwater Infectieziekten en verstoring van de drinkwatervoorziening zijn twee incidenttypen uit het vorige Zorgrisicoprofiel Twente die onverminderd relevant blijven. Beide hebben een grote maatschappelijke impact: ze kunnen de volksgezondheid ernstig bedreigen, leiden tot ontwrichting van de zorgcontinuïteit en vragen om een snelle, goed gecoördineerde respons van de gehele zorgketen. Hoewel er in de afgelopen periode belangrijke stappen zijn gezet in het uitwerken van de aanbevelingen, blijft de regio kwetsbaar voor deze typen incidenten. Het is daarom essentieel om de samenwerking tussen zorgpartners verder te versterken en te blijven leren van eerdere ervaringen. Door samen structureel te investeren in afstemming en voorbereiding vergroten we de veerkracht van de zorgketen op een duurzame manier. In 2026 gaan we samen met partners kijken hoe we de geleerde lessen uit de COVID-periode verder kunnen uitwerken en ervoor zorgen dat deze blijvend aandacht krijgen.

25

Bijlage 1 Projectorganisatie Opdrachtgever Directie

Veiligheidsregio Twente

Projectleider GHOR Twente

Jarno Rouweler

Projectgroep GHOR Twente

Frank Polman en Kitty Leibbrand – Opleiden, Trainen, Oefenen Sophie Groeneveld – Informatiemanagement Daisy Jansen en Joos Perrier – Zorgcontinuïteit Marina Katerberg – Communicatie Tim Schrik – Risicobeheersing

Bureau Acute Zorg Euregio

Saskia Busscher – Crisisbeheersing

Vaststelling Zorgrisicoprofiel Twente Algemeen Bestuur

26

Zorgrisicoprofiel Twente 2025

Veiligheidsregio Twente

Bijlage 2 Lijst met crisis- en incidenttypen Geprioriteerde incidenttypen 1

Cybercriminaliteit

2

Verstoring in de energievoorziening

3

Brand in een zorginstelling met verminderd zelfredzamen

4

Terrorisme, extreem geweld, radicalisering en (zware) criminaliteit

Overzicht incidenttypen

Korte toelichting

Bosbrand

Er bevinden zich een aantal zorgpartners, recreatiegebieden, culturele erfgronden en vitale infrastructuur in bosrijke gebieden.

Hitte- of koudegolf

Hittegolven hebben schadelijke gevolgen voor mens en natuur, vooral onder verminderd zelfredzamen leidt dit eerder tot overlijden. In het geval van een koudegolf zorgt vooral de bereikbaarheid voor problemen

Storm en windhozen

Storm, met mogelijk bliksem, windhozen en valwinden, waarbij de veiligheid en gezondheid in geding zijn.

Langdurige en extreme

Denk hierbij aan de verminderde bereikbaarheid van

regenval of zware

zorgpartners, ziekenhuizen, huisartsenposten door ondergelopen

clusterbuien

straten en/of tunnels.

Brand in gebouw met

Bij gebouwbranden, met name in gebouwen met een

niet- of verminderd

woonfunctie, vallen de meeste slachtoffers. Een belangrijke

zelfredzamen

oorzaak is de beperkte zelfredzaamheid van bewoners. Vaak merken zij niet tijdig dat er brand is, of zijn niet in staat om zelfstandig te vluchten.

Incident op weg, spoor,

In Twente vindt het vervoer van (gevaarlijke) stoffen plaats over

water of buisleiding met

de weg, het spoor en in mindere mate over het water. De kans

brandbare/explosieve

bestaat dat zich daarbij een ongeval voordoet. Een dergelijk

stof

incident kan leiden tot een explosie, brand of het vrijkomen van een toxische wolk, met mogelijk grote gevolgen.

Incident op weg, spoor,

In Twente vindt het vervoer van (gevaarlijke) stoffen plaats over

water of buisleiding met

de weg, het spoor en in mindere mate over het water. De kans

giftige stof

is bestaat dat zich daarbij een ongeval voordoet. Een dergelijk incident kan grote gevolgen hebben.

Uitval

Het elektriciteitsnetwerk raakt steeds voller. Met de

elektriciteitsvoorziening

energietransitie is de kans aanwezig dat het net overbelast raakt en we te maken krijgen met uitval van elektriciteit. Dit kan leiden tot uitval van faciliteiten in gebouwen maar ook medische apparatuur.

27

Overzicht incidenttypen

Korte toelichting

Verontreiniging

Een tekort aan of onzuiver drinkwater kan leiden tot uitdroging

drinkwater

of ziekten bij mensen, dieren of op landbouwgrond. Gevolgen hiervan zijn dat mensen ziek worden door stoffen in het water of verward raken wat de kans op letsel vergroot. Tevens is het mogelijk dat bepaalde apparatuur niet gebruikt kan worden.

Uitval voorziening

Tegenwoordig zijn we steeds meer afhankelijk van ICT en

voor spraak- en

telecommunicatie. Uitval van deze middelen kan verstrekkende

datacommunicatie

gevolgen hebben. Zo kan uitval van telefonie ervoor zorgen dat men de zorgorganisatie niet meer kan bereiken en uitval van ICT kan resulteren in het niet beschikbaar zijn van patiëntendossiers.

Infectieziekten

Infectieziekten kunnen zorgen voor overbelasting van de zorg. Denk bijvoorbeeld aan COVID-19.

Paniek tijdens grote

In Twente vinden jaarlijks vele grote festivals plaats. Tijdens zo'n

festiviteit, concert

evenement kan er paniek ontstaan wat kan leiden tot valpartijen, verdrukkingen en andere incidenten. Dit kan niet alleen zorgen voor een verhoogd zorgaanbod, maar ook de bereikbaarheid van de locatie bemoeilijken door de vele mensen.

Kennis wordt gestolen

Er wordt steeds meer digitaal gewerkt en gebruikgemaakt van

of ongewild gedeeld,

digitale systemen. Er zijn de laatste jaren ook tal van voorbeelden

(vitale) systemen

geweest van het hacken van (vitale) systemen of het stelen en/of

worden gehackt

vergrendelen van informatie.

(cybercriminaliteit) Uitval gasvoorziening

Uitval van gasvoorziening kan resulteren in onderkoeling en andere gezondheidsproblemen. Daarnaast zal de vraag naar noodvoorzieningen toenemen, terwijl de beschikbare capaciteit daarvan beperkt is.

Groot aantal

Toestroom van een groot aantal vluchtelingen door geopolitieke

vluchtelingen

situaties. Dit kan resulteren in een verhoogd zorgaanbod.

Terrorisme, extreem

Terrorisme, extreem geweld, radicalisering en (zware)

geweld, radicalisering

criminaliteit kunnen leiden tot acute onveiligheid voor cliënten,

en (zware) criminaliteit

medewerkers en bezoekers. Dergelijke incidenten veroorzaken vaak maatschappelijke onrust, verstoring van de zorgcontinuïteit en een verhoogde druk op beveiligingsmaatregelen en crisiscommunicatie.

28

Zorgrisicoprofiel Twente 2025

Bijlage 3 Methodiek In deze bijlage wordt de methodiek beschreven die gehanteerd is om het Zorgrisicoprofiel Twente 2025 te realiseren.

Bepalen van crisis- en incidenttypen De eerste stap in het proces is het vaststellen van de relevante crisis- en incidenttypen. Hiervoor is gebruikgemaakt van twee bronnen: het Regionaal Risicoprofiel Twente (RRP) en de landelijke incidenttypenlijst van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). Op basis van deze brede inventarisatie is door de GHOR een selectie gemaakt van zestien incidenttypen die naar verwachting impact kunnen hebben op de zorgketen (zie bijlage 2). De GHOR heeft deze lijst, in samenwerking met het Informatie Operationeel Centrum (IOC), nader geduid. Daarbij is de kans op optreden zoveel mogelijk inzichtelijk gemaakt op basis van de beschikbare data. Vervolgens zijn de incidenttypen via een online module ter prioritering voorgelegd aan de zorgpartners.

In deze module hebben de zorgpartners elk incidenttype beoordeeld op de volgende variabelen: • Relevantie: ligt de zorginstelling in het effectgebied en/of ontvangt zij patiënten van het incident? • Impact: hoe groot is de impact van het incidenttype op de eigen organisatie? • Kennis: hoe groot is het huidige kennisniveau binnen de organisatie over het incidenttype? • Ervaring: hoeveel ervaring heeft de organisatie met het incidenttype? • Belangrijkheid: hoe belangrijk is het dat het incidenttype meegenomen wordt in het zorgrisicoprofiel? De resultaten van deze online prioritering zijn geanalyseerd, waarna vier incidenttypen zijn geselecteerd die voor de zorgketen in Twente het meest relevant zijn. Deze vier incidenttypen worden in dit zorgrisicoprofiel nader uitgewerkt: • Verstoring in de energievoorziening • Cybercriminaliteit • Brand in een instelling met verminderd zelfredzamen • Terrorisme, extreem geweld, radicalisering en (zware) criminaliteit

Verdiepingssessie Om de impact van de geselecteerde incidenttypen op de zorgketen in beeld te brengen en een gemeenschappelijk beeld te creëren, is er een verdiepingssessie georganiseerd. Tijdens deze

29

sessie gaven verschillende experts een toelichting op hun vakgebied en de specifieke risico’s per incidenttype. Doel was om de zorgpartners te informeren over de aard van de risico’s en belang van gezamenlijke voorbereiding. De bijeenkomst bood daarnaast ruimte voor uitwisseling van kennis en ervaring. Zorgpartners konden vragen stellen, ervaringen delen en met elkaar in gesprek gaan over de gevolgen voor hun eigen organisatie én voor de zorgketen als geheel. De volgende experts waren bij de verdiepingssessie betrokken:

Verstoring van de

Cybercriminaliteit

energievoorziening

Brand in een instelling met

Terrorisme, extreem

verminderd zelfredzamen

geweld, radicalisering en (zware) criminaliteit

Dialoogsessie: gezamenlijk inzicht in impact en knelpunten De volgende stap in het proces was de dialoogsessie. Voor de vier geprioriteerde incidenttypen zijn, in samenwerking met experts van de GHOR, incidentbeschrijvingen ontwikkeld. Tijdens de dialoogsessie werden de deelnemende zorgpartners opgedeeld in drie groepen: Ziekenhuizen, Ambulante Zorg en VVT – GGZ - Gehandicaptenzorg. Elke zorgpartner beantwoordde eerst een aantal vragen over het incidenttype en de voorbereiding van de eigen zorginstelling op het incidenttype (zie bijlage 4). Vervolgens bespraken de groepen de scenario’s vanuit het perspectief van hun eigen organisatie en reflecteerden op de bredere gevolgen voor de zorgketen. Centrale vragen daarbij waren: Waar liggen de belangrijkste knelpunten? Wat kun je betekenen voor andere organisaties? Welke ondersteuning heb je zelf nodig? De bevindingen uit de groepsgesprekken zijn plenair besproken, waardoor een gezamenlijk beeld ontstond van de onderlinge afhankelijkheden en samenwerkingsmogelijkheden binnen de keten.

Opstellen, besluitvorming en publicatie Op basis van de resultaten uit de prioriteringstool, de verdiepingssessie, de dialoogsessie en de knelpuntenanalyse zijn door de GHOR bevindingen, conclusies en aanbevelingen opgesteld. Samen met de beschrijving van de methodiek, trends en ontwikkelingen, het (Twentse) omgevingsbeeld en de incidentbeschrijvingen vormen deze onderdelen samen het Zorgrisicoprofiel Twente. Het zorgrisicoprofiel is voorgelegd aan de zorgpartners die een bijdrage hebben geleverd aan de totstandkoming van het Zorgrisicoprofiel Twente. Vervolgens is het zorgrisicoprofiel voorgelegd aan het Tactisch ROAZ (Regionaal Overleg Acute Zorg). En het Bestuurlijk ROAZ. Het Zorgrisicoprofiel Twente is voorgelegd aan de Veiligheidsdirectie, aan het Dagelijks bestuur en vastgesteld door het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Twente. Na vaststelling is het Zorgrisicoprofiel Twente door GHOR Twente en Bureau Acute Zorg Euregio gedeeld met al haar zorgpartners. Het Zorgrisicoprofiel Twente wordt openbaar beschikbaar gemaakt via www.ghortwente.nl en www.vrtwente.nl.

30

Zorgrisicoprofiel Twente 2025

Implementatie, borging en vervolg Het Zorgrisicoprofiel Twente vormt een belangrijke basis voor bestuurlijke besluitvorming en gezamenlijke prioritering binnen de zorgketen. GHOR Twente, Bureau Acute Zorg Euregio en de zorgpartners hebben de taak om de uitkomsten van het profiel te vertalen naar concrete acties, zoals het opstellen van beleidsplannen, het actualiseren van crisisplannen en het vormgeven van het programma voor Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO). GHOR Twente vervult hierbij een aanjagende rol richting zorginstellingen en de veiligheidsregio. Zorgpartners zijn zelf verantwoordelijk voor het oppakken van aanbevelingen binnen hun eigen organisatie. De uitkomsten van het profiel leveren structureel input voor het Regionaal Risicoprofiel Twente, de OTO-programma’s van GHOR Twente en Bureau Acute Zorg Euregio, de crisisplannen van zorgpartners, het vakgebied Zorgcontinuïteit en diverse thema- en inspiratiesessies. Het zorgrisicoprofiel wordt elke twee jaar herzien, in aansluiting op de cyclus van het Regionaal Risicoprofiel. Bij nieuwe ontwikkelingen of dreigingen kan een eerdere herziening plaatsvinden. Begin 2026 wordt het proces geëvalueerd met de betrokken zorgpartners, gevolgd door een gezamenlijke slotbijeenkomst waarin ervaringen en aanbevelingen worden gedeeld ter voorbereiding op het volgende profiel.

Het ZRP is bedoeld als ‘levend document’, dat meebeweegt met nieuwe inzichten en ontwikkelingen. De resultaten leveren onder andere input voor: • het Regionaal Risicoprofiel Twente; • het Opleiden, Trainen en Oefenen (OTO)-programma van GHOR Twente; • het OTO-programma van Bureau Acute Zorg Euregio; • de crisisplannen van zorgpartners; • planvorming van de crisisorganisaties van zorginstellingen; • het vakgebied zorgcontinuïteit van GHOR Twente; • thema- en inspiratiesessies.

31

Bijlage 4 Vragen prioriteringstool In de prioriteringstool hebben de zorgpartners scores toegekend aan de incidenttypen uit bijlage 2. Hiervoor hebben zij de volgende vragen beantwoord: Vraag

Antwoordopties

Is dit incidenttype relevant voor uw

A. Ja, mijn organisatie ligt in het effectgebied

organisatie?

van dit incidenttype B. Ja, mijn organisatie heeft te maken met opvang van slachtoffers door dit incidenttype C. Nee

Wat is de impact van het incidenttype op uw

A. Geen

organisatie?

B. Beperkt C. Aanzienlijk D. Ernstig E. Zeer ernstig F. Catastrofaal

In hoeverre beschikt uw (crisis) organisatie

A. Voldoende kennis en ervaring

over kennis en/of ervaring met dit

B. Voldoende kennis, weinig ervaring

incidenttype?

C. Onvoldoende kennis, wel ervaring D. Onvoldoende kennis, weinig ervaring

Eindvraag De prioriteringstool is afgesloten met een

Zorgpartners kregen een overzicht met alle

scoringstabel voor het scoren van mate van

voorgaande incidenttypen en konden deze

belangrijkheid voor het opnemen van het

scoren op:

incidenttype in het zorgrisicoprofiel.

A. Heel laag B. Laag C. Gemiddeld D. Hoog E. Heel hoog

32

Zorgrisicoprofiel Twente 2025

Bijlage 5 Data prioriteringstool Bosbrand In Twente liggen tientallen zorginstellingen in bosrijke gebieden of in gebieden met een verhoogd risico op natuurbrand. Branden in natuurgebieden kunnen invloed hebben op de continuïteit van deze zorginstellingen. Denk aan een brand in de directe omgeving van een zorginstelling, waardoor de instelling mogelijk moet ontruimen of rookwolken die over de instelling trekken waardoor de mechanische ventilatie uitgeschakeld moet worden. Ook kan een natuurbrand leiden tot verminderde bereikbaarheid van een gebied door afgesloten wegen of hulpdiensten op de wegen. In het algemeen geldt dat in natuurgebieden met bos, heide, en/of gras(duinen) bij droog weer de kans op natuurbrand toeneemt. Tijdens droge periodes kan een natuurbrand zich bovendien snel en onvoorspelbaar ontwikkelen/uitbreiden. Het grootste gevaar daarbij is verrast of ingesloten worden door het vuur waardoor je niet meer weg kan. Daarnaast kan rook voor aanzienlijke hinder en gezondheidsrisico’s zorgen. Uit de bijgevoegde grafiek blijkt dat er in de afgelopen tien jaar in Twente gemiddeld 217 bermbranden en 8 bosbranden per jaar voorkwamen. In droge jaren, zoals in 2022, nam dit aantal toe tot 305 bermbranden en 19 bosbranden. In natte jaren, zoals in 2024, was juist een duidelijke afname zichtbaar met 88 bermbranden en 3 bosbranden. Aantal natuurbranden Twente

Gemiddeld neerslagtekort per maand

350

150

300

100

250

50

0

-200 2024

-150 2022

-100

50 2020

100

2018

-50

2016

0

150

2014

200

-250 -300 -350

Bos-, weide-, heide-

mei

juni

en veenbrand

2014

april

2015

2016

juli 2017

augustus 2018

Berm-, ruigte-,

2020

2021

2022

2023

2024

september 2019

bosschagebranden

Hitte- of koudegolf In Twente komt gemiddeld eens per jaar een hittegolf voor. Dit betekent vijf aaneengesloten dagen met temperaturen van minimaal 25 graden, waarvan ten minste drie dagen boven de 30 graden. Hittegolven hebben schadelijke gevolgen voor mens en natuur. Vooral bij mensen met een verminderde zelfredzaamheid leidt dit eerder tot gezondheidsklachten of zelfs overlijden. Jaarlijks telt Twente gemiddeld 41 warme dagen: 32 dagen boven de 25 graden, 8 dagen boven de 30 graden en 1 dag boven de 35 graden.

33

In de afgelopen tien jaar is in Twente één keer een koudegolf gemeten (in 2021). Hierbij bleef de maximum temperatuur vijf dagen achter elkaar onder het vriespunt en was de minimumtemperatuur minstens drie dagen -10 of lager. Hevige en/of langdurige sneeuwval komt niet vaak voor in Twente. De laatste keer was in 2028 toen er in drie dagen tijd ongeveer 23 centimeter sneeuw viel. Gemiddeld telt Twente ongeveer tien dagen met natte sneeuw. Dit kan zorgen voor problemen op de weg door gladheid. Daarnaast kan gladheid zorgen voor een toestroom van het aantal patiënten bij zorginstellingen. Een voorbeeld hiervan was in 2024 toen zorgpartners als gevolg van plotselinge gladheid door ijzel op één donderdagavond ongeveer 250 slachtoffers hebben behandeld. Aantal dagen met hoge temperaturen 80 60 40 20

Temperatuur 25-30 oC Temperatuur 30-35 oC Temperatuur 35+ oC

2024

2022 2020

2023

2021 2019

2020

2018 2017

2019

2017 2016

2016

2015

2014

0

Sneeuwval 20 15 10 5

2024

2023

2022

2021

2018

2015

2014

0

Lichte sneeuwval (tot 5 cm) Zware sneeuwval (vanaf 5 cm) Mogelijk natte sneeuw (temp 0-6 oC)

Storm en windhozen We spreken van een storm wanneer gedurende één uur de gemiddelde windsnelheid minimaal 75 km/uur bedraagt. In Twente is dit slechts twee keer waargenomen: in 1953 met een snelheid van 76 km/uur en in 1954 met 89 km/uur. Wel komen in Twente regelmatig windstoten voor. Dit zijn kortdurende rukwinden of windvlagen van minstens vijftig km/uur. Bij deze snelheden ontstaat er vooral overlast in het verkeer en op het water. In de zomer kunnen windstoten bovendien zorgen voor het omwaaien van bomen.

34

Zorgrisicoprofiel Twente 2025

Gemiddeld komen windstoten in Twente 62 keer per jaar voor. Bij zware windstoten (vanaf 75 km/uur) wordt code oranje afgegeven. De kans op ongelukken neemt dan toe door afbrekende takken en rondvliegende voorwerpen. Daarnaast is er kans op schade aan huizen en gebouwen. Zware windstoten komen gemiddeld zes keer per jaar voor. Bij zeer zware windstoten (vanaf honderd km/uur) is de kans op ongelukken en schade groter. Zo kunnen bijvoorbeeld gevelplaten van gebouwen losraken en kan de stroom uitvallen door schade aan elektriciteitsleidingen. Zeer zware windstoten zijn echter uitzonderlijk in Twente: in de afgelopen tien jaar is dit slechts twee keer voorgekomen. Dagen met windstoten 100 80 60 40 20

2024

2023

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

0

Zeer zware windstoten (> 100 km/uur) Zware windstoten (> 75km/uur) Windstoten (> 50 km/uur)

Langdurige en extreme regenval, zware clusterbuien Langdurige of extreme regenval kan de bereikbaarheid van zorginstellingen, ziekenhuizen en huisartsenposten beperken door ondergelopen straten en tunnels. Een groot deel van de Nederlandse straten en pleinen kan bij hevige buien tijdelijk onder water komen te staan. De meeste schade ontstaat wanneer het water (over de stoepen) gebouwen instroomt. Daarnaast zijn er gezondheidsrisico’s wanneer vervuild water op straat blijft staan; bij gemengde riolen kan regenwater zich mengen met niet-gezuiverd water. Ook hulpdiensten kunnen hinder ondervinden van de verminderde bereikbaarheid. De meeste rioleringssystemen in Nederland zijn gedimensioneerd op het verwerken van 20 mm water per uur. Bij 25 mm per uur spreken we van een hoosbui. Zoals blijkt uit bijgevoegde grafiek komen dergelijke piekbuien in Twente niet vaak voor: in 2016, 2017, 2018, 2023 en 2024 is slechts één keer per jaar een bui zwaarder dan 20 mm voorgekomen. Omdat wateroverlast vaak lokaal optreedt en door meer factoren wordt beïnvloed dan alleen de hoeveelheid neerslag, is het zinvol om de ligging van de zorglocatie te bekijken in de Klimaateffectatlas. Deze is te raadplegen via www.klimaateffectatlas.nl. Via het icoon met vier vierkantjes linksboven kunnen verschillende kaarten worden geselecteerd.

De volgende zijn daarbij handig: 1 Plaatsgebonden overstromingskans (huidige norm) 2 Overstromingsdiepte 3 Waterdiepte bij hevige bui

35

Aantal dagen met hoogste neerslag per uur 8 6 4 2

2024

2023

2022

2021

2020

2019

2018

2017

2016

2015

2014

0

10-20 mm per uur 20-30 mm per uur meer den 30 mm per uur

Brand in een instelling met verminderd zelfredzamen Ongeveer 20% van de Nederlandse bevolking behoort tot de groep ‘verminderd zelfredzamen’. Door onder andere de vergrijzing zal dit percentage naar verwachting in de toekomst oplopen naar ongeveer 25%. Deze groep is erg divers en omvat onder meer ouderen (65+), kinderen (< 12 jaar), personen met een visuele beperking en personen met psychische of lichamelijke beperkingen. In Twente is het aandeel 65-plussers iets hoger dan het landelijke gemiddelde, namelijk 21%. Daarmee vormen senioren in Twente de grootste risicogroep binnen de verminderd zelfredzamen. Naast het risico op branden in zorginstellingen speelt ook het feit dat ouderen steeds langer zelfstandig thuis wonen een belangrijke rol. De Rijksoverheid wil via het programma Langer Thuis ouderen helpen om in hun vertrouwde omgeving zelfstandig oud te worden met een goede kwaliteit van leven. Hierdoor blijven steeds meer ouderen in Nederland zelfstandig wonen. In combinatie met hoogbouw kan een brand in dergelijke situaties leiden tot veel slachtoffers, wat extra druk geeft voor de zorg. Incidenten zorglocaties (brandweer gerelateerd) 120 100 80 60 40 20

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16615840/1