06 Beleidsplan Veiligheidsregio Twente 2026-2029 - Bijlage 3 - Dekkingsplan Brandweer Twente 2026-2029
Tekst van het document
30 minuten heel Twente 30 minuten heel Twente 30 minuten heel Twente
Figuur 7 Professionele norm Brandweer Twente
4.3 Specifieke objecten In de systematiek van gebiedsgerichte opkomsttijden wordt gekeken naar de opkomsttijden per gebied. Hoe groter het risico van een bepaald gebied, hoe sneller de brandweerzorg moet zijn.
Naast de opkomsttijden per gebied wordt in het dekkingsplan ook gekeken naar de opkomsttijd van
specifieke gebouwen. Daarbij gaat de aandacht uit naar gebouwen die, vanwege hun aard of functie,
extra risico’s met zich meebrengen en daardoor vragen om een snelle opkomsttijd. In Twente gaat het om een beperkt aantal van deze objecten. Vanuit brandveiligheid worden deze objecten periodiek bezocht, en vanuit de kazernes wordt hier op basis van de risico’s op geoefend.
6 Geldt alleen voor PRIO 1 meldingen. 7 Wettelijk (gelijk aan norm basiseenheid) wanneer ondersteuningseenheid aan een object gekoppeld is.
33
4.4 Onderbouwing vervallen aandachtgebieden t.o.v. vorige dekkingsplan Anders dan in het vorige dekkingsplan 2021-2024 worden in dit dekkingsplan geen specifieke
‘aandachtsgebieden’ meer benoemd. De aandachtsgebieden volgden uit het toenmalige risicoprofiel. Hierin werden tien gebieden genoemd met relatief lange opkomsttijden (>13 minuten). Deze gebieden zijn uitgebreid geanalyseerd, de uitkomsten daarvan laten zien dat de basisbrandweer-
zorg op orde is. Er zijn geen grote risico’s en de opkomsttijden vallen binnen de wettelijke maximale opkomsttijd van 18 minuten. Wel gaf het onderzoek mogelijkheden om de brandveiligheid in deze
gebieden verder te vergroten. Inmiddels zijn maatregelen genomen, zoals gerichte voorlichting en risicogericht oefenen. Hierdoor zijn de aandachtsgebieden opgenomen in het reguliere programma van brandveiligheid en vakbekwaamheid, en wordt er periodiek aandacht aan besteed. Het benoemen van aparte aandachtsgebieden voegt hiermee voor dit dekkingsplan niets toe.
Saamn maakt wiej ‘t veur mekaar
34
Dekkingsplan 2026 - 2029
35
5
Doelen Brandweer Twente 2026-2029 IN DE VORIGE HOOFDSTUKKEN IS INZICHTELIJK GEMAAKT HOE DE BRANDWEERZORG IN TWENTE IS INGERICHT EN WAT ERVAN VERWACHT KAN WORDEN. HIERUIT KAN WORDEN GECONCLUDEERD DAT DE BRANDWEERZORG IN TWENTE OP ORDE IS. DOOR HET NETWERK VAN 29 KAZERNES IS DE BASISBRANDWEERZORG OVERAL GOED GEBORGD. DIT NETWERK EN DE STRATEGISCHE SPREIDING VAN SPECIALISMEN EN ONDERSTEUNENDE VOERTUIGEN MAKEN HET MOGELIJK DAT DE BRANDWEER OOK BIJ GROOTSCHALIGE, COMPLEXE EN SPECIALISTISCHE INCIDENTEN OVERAL IN TWENTE KAN OPTREDEN. GOEDE BRANDWEERZORG DIE 24/7 BESCHIKBAAR IS, IS ECHTER GEEN VANZELFSPREKENDHEID EN VRAAGT VEEL INZET EN VOORTDURENDE INSPANNING VAN DE ORGANISATIE. GEZIEN DE ONTWIKKELINGEN DIE OP ONS AFKOMEN, IS DIT EEN UITDAGING.
36
Dekkingsplan 2026 - 2029
Om ook in de toekomst goede brandweerzorg te kunnen leveren, hebben we een aantal doelen gesteld waar we komende jaren naartoe werken. Deze doelen zijn verdeeld in vier thema’s: paraatheid, mensen, organisatie en vakbekwaamheid.
5.1 Paraatheid We staan als Brandweer Twente 24/7 paraat om uit te rukken bij incidenten en hulp te bieden waar nodig. Met 29 kazernes, 120 beroeps- en combimedewerkers, 710 vrijwilligers, en al ons
materieel en materiaal is dit een behoorlijke klus. Met creativiteit, het gebruik van technologische hulpmiddelen en de inzet van onze beroepsmedewerkers en vrijwilligers lukt het om de paraat-
heid te borgen. We merken echter ook dat het systeem onder druk staat. Daarbij spelen een aantal ontwikkelingen die ook wat vragen van ons als brandweerorganisatie. Om in de toekomst de
paraatheid te kunnen blijven garanderen, is het noodzakelijk om een aantal stappen te zetten.
Voldoen aan de Europese wet- en regelgeving omtrent vrijwilligers
Hoe we als brandweerorganisatie zijn ingericht, is op onderdelen strijdig met de Europese wet- en
regelgeving. Voor Twente betekent dit dat het kazerneringsmodel met beroepsmedewerkers en vrij-
willigers, zoals in Almelo en Hengelo, niet meer mogelijk is. De problematiek is bekend en het dossier
speelt al langere tijd. Landelijk ligt de discussie over de financiële consequenties al geruime tijd stil. Dit is merkbaar in de kazernes Almelo en Hengelo: de paraatheid staat hierdoor onder druk en er ontbreekt duidelijk perspectief. Gezien de huidige knelpunten gaan we de komende jaren toewerken naar een
organisatiemodel dat past binnen de Europese wet- en regelgeving. Dit betekent een heroverweging
van de kazernering in Almelo en Hengelo. Uitgangspunt hierbij is dat de huidige repressieve dekking en prestaties ongewijzigd blijven dan wel verbeteren.
Saamn bint wiej Brandweer Twente en doar goa’w bes greuts op Robuuste brandweer
De brandweer is recentelijk aangemerkt als vitale aanbieder van het vitale proces ‘uitruk brandweer’.
De rol van de brandweer voor de samenleving, zeker ten tijde van incidenten en crisis, is cruciaal. Het
is daarom van belang dat de continuïteit van de brandweer te allen tijde gewaarborgd is. Dit betekent
dat de organisatie ook bij bijvoorbeeld langdurige stroomuitval of een cyberaanval, operationeel blijft. Hoewel de brandweer altijd al een parate organisatie is, vraagt de status ‘vitaal’ een aantal aanpas-
singen in de organisatie om dit te realiseren. We werken aan het verder versterken en borgen van de bedrijfscontinuïteit van de brandweerorganisatie.
Eén beroepsbezetting voor Twente
In Twente kennen we vier beroepskazernes. Op dit moment zijn de beroepsmedewerkers gebonden
aan één kazerne. Incidenteel worden zij ingezet op andere kazernes. Er is op dit moment geen centrale planning die, met het oog op paraatheid, continuïteit en efficiëntie, bekijkt hoe de beroepsmedewer-
kers het best kunnen worden ingezet op de verschillende kazernes. Uitwisselbaarheid wordt daarnaast ook bemoeilijkt doordat de kazernes eigen roosters en dagindelingen hanteren. We werken toe naar
één beroepsbestand waarin elke medewerker in basis gebonden is aan een kazerne maar ook Twents
inzetbaar is. Dit doen we door te gaan werken met een centrale planning en het harmoniseren van de roosters en werkwijzen.
37
Leveren van capaciteit voor bovenregionale incidenten
Op landelijk niveau is aangegeven te willen komen tot een landelijk dekkingsplan brandweer, en er
loopt een discussie over de gewenste slagkracht. Als collectief moeten de veiligheidsregio’s voldoende slagkracht kunnen leveren bij incidenten met een bovenregionaal of landelijk karakter. Wat dit precies gaat betekenen en vragen van ons als regio is nog niet duidelijk. Als Twente volgen we deze ontwikkeling kritisch. Daarbij onderzoeken we welke bijdrage we als Twente kunnen en willen leveren aan
landelijke slagkracht. Waarbij we er altijd voor zorgen dat er voldoende restdekking beschikbaar blijft om de brandweerzorg in Twente te garanderen.
5.2 Mensen Het hart van onze organisatie zijn onze mensen. Dankzij hen zijn wij in staat om 24/7 hulp te
bieden bij branden en incidenten in Twente. Het brandweervak vraagt veel van onze brandweermensen. De tijdsbesteding voor vrijwilligers is aanzienlijk: het gaat om opleiding, vakbekwaam blijven en uitrukken bij incidenten. Het brandweervak brengt daarnaast ook risico’s met zich
mee. De fysieke en mentale gezondheid van onze brandweermensen is dan ook een belangrijk
aandachtspunt. We richten ons op duurzame inzetbaarheid van onze mensen. De komende jaren gaan we aan de slag met het volgende:
Monitoren van de gezondheid van onze brandweermensen
Het brandweervak is intensief en brengt risico’s met zich mee. Als organisatie willen we onze mensen
gezond houden. Hiervoor ondernemen we al veel. Voorbeelden zijn het aanbieden van sportfaciliteiten, de inzet van voedingsdeskundigen en het bieden van mentale ondersteuning na ingrijpende
incidenten. Ook bieden we onze medewerkers het PAGO (Periodiek Arbeidsgezondheidskundig
Onderzoek) en repressieve brandweerkeuringen aan. We hebben echter maar beperkt zich op de
algehele gezondheid van onze mensen. De komende jaren willen we onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om meer zicht te krijgen in de gezondheid van onze medewerkers, op een manier die past binnen de geldende wet- en regelgeving.
38
Dekkingsplan 2026 - 2029
Mentale gezondheid
Brandweermensen komen soms in heftige situaties, die veel indruk maken. Dit kan leiden tot mentale klachten. Als organisatie willen we voorkomen dat onze mensen hiermee te maken krijgen. We
werken hier voortdurend aan en ondernemen al veel. Tegelijkertijd onderzoeken we waar nog kansen liggen om brandweermensen en hun thuisfront nog beter te ondersteunen. Wanneer brandweermensen toch psychische problemen krijgen, zoals PTSS, bieden we als organisatie passende hulp.
Landelijk is de regeling PTSS vastgesteld, die PTSS als beroepsziekte erkent en vergoeding van schade regelt. Deze regeling wordt de komende jaren geïmplementeerd in onze organisatie.
Diversiteit en inclusie
Als brandweer willen we een organisatie zijn waar iedereen zich welkom en prettig voelt, en die
midden in de samenleving staat. Van oudsher is de brandweerorganisatie een mannenorganisatie. Hoewel dit in de loop der tijd is veranderd, blijft de organisatie in de kern nog vrij traditioneel.
Diversiteit en inclusie zijn brede en complexe thema’s. We voelen als organisatie het belang hiervan, maar maken dit nog te weinig concreet. In de komende beleidsperiode willen we helder krijgen wat
diversiteit en inclusie betekent binnen onze (operationele) brandweerorganisatie. Wij streven ernaar om binnen alle lagen en groepen van de samenleving potentiële medewerkers aan te trekken, en
onderschrijven nadrukkelijk het belang van een inclusieve benadering bij werving en selectie. Daarbij willen we een helder doel bepalen en concrete eerste stappen zetten om dit te bereiken.
Vrijwilligers vinden en behouden
Vrijwilligers vormen het grootste deel van ons personeelbestand. We merken dat het lastiger wordt om vrijwilligers te vinden én te behouden. Dit is een voortdurende uitdaging die creativiteit vraagt.
Hoe kunnen we aantrekkelijk zijn en blijven voor vrijwilligers, op een manier die aansluit bij de huidige maatschappij? Het is een onderwerp dat ook de komende jaren onverminderd aandacht vraagt.
5.3 Organisatie Om als brandweer goed ons werk te kunnen doen, is een robuuste organisatie noodzakelijk.
Een organisatie die ervoor zorgt dat het werk effectief en efficiënt wordt uitgevoerd, maar ook
bijdraagt aan het verbeteren van ons werk. We zetten daarom een aantal stappen om onze organisatie verder te professionaliseren.
Onderzoek naar nieuwe roostervormen
Op dit moment worden binnen de parate brandweerorganisatie verschillende roostervormen
gebruikt, zoals het 24-uurs rooster en het kazerneringsrooster. Deze zijn in de loop van de tijd
ontstaan en kennen zowel voordelen als beperkingen. Zo maakt het huidige 24-uursrooster het
bijvoorbeeld niet mogelijk om medewerkers leeftijdsgericht in te roosteren. We willen onderzoeken
welke roostervormen passen bij de huidige tijd en kunnen bijdragen aan een goede werk-privébalans en de duurzame inzetbaarheid van onze medewerkers. Ook om als werkgever aantrekkelijk te blijven
en zijn voor een brede doelgroep, in het kader van inclusiviteit. Een eerste stap is het onderzoeken van andere vormen van volcontinue roostering, die dit mogelijk maken.
Inzet van nieuwe technologie
De technologische ontwikkelingen gaan snel. We maken al op verschillende manieren gebruik van
technologie binnen de organisatie, zoals de inzet van AI en drones. De komende jaren willen we hier bewust capaciteit voor vrijmaken en streven we ernaar om AI waar mogelijk toe te passen in het
brandweerwerk. We blijven de technologische ontwikkelingen actief volgen en onderzoeken hoe
deze kunnen bijdragen aan het veiliger en effectiever uitvoeren van ons werk. We zijn proactief in het uitproberen van nieuwe technologie en willen hierin voorop lopen.
39
5.4 Vakbekwaamheid Het werk van de brandweer is divers en brandweermensen hebben te maken met gevaarlijke situaties. Het is daarom van belang dat zij goed opgeleid en geoefend zijn. Dit zorgt ervoor dat zij veilig en
effectief kunnen optreden. Zowel intern als extern zijn er een aantal ontwikkelingen die van invloed zijn op de vakbekwaamheid van de organisatie. Om de vakbekwaamheid te kunnen blijven borgen gaan we aan het slag met het volgende:
Leiding & Coördinatie
Brandweer Twente beschikt over een goed georganiseerde, daadkrachtige operationele leiding die in
actie komt bij (grootschalige) incidenten en crises. Het vraagt inzet om gekwalificeerde functionarissen te vinden, ze vakbekwaam te houden en om de beschikbaarheid te borgen. Om ook in de toekomst
de operationele aansturing van de brandweer goed te laten functioneren, wordt de komende periode gewerkt aan het neerzetten van de Leiding & Coördinatie van (over)morgen.
Versterken vakbekwaamheidsprogramma
Vakbekwaam zijn en blijven is essentieel voor een goede uitoefening van het brandweervak. Om de vakbekwaamheid te borgen, wordt het vakbekwaamheidsprogramma de komende jaren versterkt. Trainen en oefenen is belangrijk, maar de tijd is schaars. Elke oefening moet daarom relevant en
waardevol zijn. We gaan werken aan een betere balans tussen enerzijds de hoeveelheid en diversiteit
van de benodigde kennis en vaardigheden, en anderzijds, de beschikbare oefentijd en de beschikbare capaciteit van de oefenstaf- en materialen. Daarnaast willen we ons richten op steeds meer oefenen op maat. Met een risicogerichte aanpak en waarbij de behoeftes van de kazernes centraal staat. Een
randvoorwaarde voor het succes van het vakbekwaamheidsprogramma is de kwaliteit van de oefenstaf. De komende jaren wordt hier daarom nadrukkelijk in geïnvesteerd.
Voorbereiden op nieuwe risico’s
In de samenleving zijn verschillende ontwikkelingen gaande die nieuwe of andere risico’s met zich meebrengen voor het brandweervak. Het gaat onder meer om de toename van elektrische auto’s
maar ook om innovatieve bouw. De risico’s hiervan zijn niet altijd bekend en ook is niet altijd duidelijk hoe een incident moet worden bestreden. Als brandweer moeten we echter wel optreden als er een incident is. We monitoren daarom deze ontwikkelingen en verzamelen kennis over de risico’s en
bestrijdingsmogelijkheden binnen ons Kenniscentrum. Dit wordt vertaald naar het vakbekwaamheidsprogramma om op deze manier dit voor de gehele brandweerorganisatie beschikbaar te maken.
5.5 Financiën De genoemde doelen voor de periode 2026-2029 brengen in een aantal gevallen financiële gevolgen met zich mee. Een deel zal binnen de bestaande financiële kaders kunnen worden opgevangen,
voor een ander deel zijn de financiële consequenties groter. Uitgangspunt is dat we de financiële
opgaven zoveel mogelijk zelf aanpakken en opvangen. Voor meer informatie wordt verwezen naar de kadernota.
40
Dekkingsplan 2026 - 2029
41
Bijlage 1 Afkortingen- en begrippenlijst Afkortingenlijst Afkorting
Betekenis
AGS
Adviseur Gevaarlijke Stoffen
AI
Artificial Intelligence (kunstmatige intelligentie)
BOE
Basis Ontsmettingseenheid
GBO
Grootschalig Brandweer Optreden
GGO
Gebiedsgerichte Opkomsttijden
GOE
Grootschalige Ontsmettingseenheid
IOC
Informatie en Operationeel Centrum
KCR2
Knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk
PAGO
Periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek
PFAS
Poly- en perfluoralkylstoffen
PRIO 1
Prioriteit 1
PTSS
Posttraumatische Stressstoornis
SGBO
Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden
TS
Tankautospuit
VKE
Verkenningseenheid
VIK
Veiligheidsinformatieknooppunt
VNOG
Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland
Begrippenlijst Begrip
Definitie
Brandweerzorg
De organisatie en uitvoering van brandbestrijding, hulpverlening bij ongevallen en incidenten, en het leveren van specialistische inzet in Twente.
Basisbrandweerzorg
Bestaat uit de kerntaken van de brandweer: bestrijden van brand, hulp bij
(Basis)eenheid
Brandweereenheid bestaande uit een tankautospuit met 6 personen.
Dagindeling
Indeling van een werkdag in de beroepskazerens. Bestaande uit:
ongevallen, inzet bij gevaarlijke stoffen en waterongevallen. 1 bevelvoerder, 1 chauffeur en 4 manschappen
incidentbestrijding, vakbekwaamheid, beheersmatige werkzaamheden, sporten en wachturen.
42
Kazerneren
Het verblijven van vrijwilligers op een kazerne om bij incidenten snel
Opkomsttijd
De tijd tussen de melding van een incident en het moment dat de
Dekkingsplan 2026 - 2029
inzetbaar te zijn.
brandweer ter plaatse is.
Begrip
Definitie
Paraatheid
De mate waarin de brandweer inzetbaar is bij incidenten, inclusief
Peloton
Een brandweerpeloton is een organisatorische eenheid binnen de
beschikbaarheid van personeel en materieel.
brandweer die wordt ingezet bij grootschalige incidenten. Het peloton heeft een vaste structuur en kan zelfstandig opereren. Het bestaat doorgaans uit:
• 4 tankautopsuiten
• 1 officier van dienst
• Eventueel aangevuld met een specialistische eenheid Piket
Een piket(dienst) bij de brandweer is een dienst, waarbij een medewerker buiten reguliere werktijden verplicht beschikbaar en bereikbaar is voor
incidentbestrijding. De medewerker moet binnen een afgesproken tijd en locatie kunnen opkomen bij een oproep. PRIO 1
Een prio 1 uitruk is een spoedeisende inzet waarbij de brandweer met
Regionaal Crisisplan
Het Regionaal Crisisplan VRT is een beleidsdocument dat de organisatie,
VRT
optische en geluidssignalen (zwaailicht en sirene) uitrukt.
taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden beschrijft voor rampenbestrijding en crisisbeheersing in Twente. Het plan is bedoeld om
multidisciplinaire samenwerking tussen de verschillende disciplines te structureren en te ondersteunen tijdens crisissituaties. Repressieve
brandweerkeuringen Restdekking
Repressieve brandweerkeuringen zijn medische en fysieke keuringen
die worden uitgevoerd om vast te stellen of een brandweermedewerker geschikt is om repressieve taken uit te voeren.
Dit betreft de beschikbaarheid van de overgebleven brandweereenheden voor inzet bij nieuwe incidenten, nadat andere eenheden al zijn ingezet, bijvoorbeeld bij gelijktijdige of grootschalige incidenten.
Risicoprofiel
Het risicoprofiel brandweerzorg geeft inzicht in de risico’s die van invloed
Schoon werken
Schoon werken is het geheel aan maatregelen binnen de brandweer-
brandweerzorg
kunnen zijn op de uitvoering van brandweerzorg in een regio.
organisatie gericht op het beperken van blootstelling aan gevaarlijke
stoffen zoals rook en roet. Het doel is om de gezondheidsrisico’s voor brandweermedewerkers te minimaliseren. Slagkracht
Het vermogen om snel voldoende eenheden en materieel op een incident-
Vrije instroom
Een vrije instroomkazerne is een brandweerkazerne die bemand wordt
(kazerne)
locatie te krijgen, vooral bij grootschalige of langdurige inzetten.
door vrijwilligers die niet permanent aanwezig zijn op de locatie. Bij een melding worden deze vrijwilligers gealarmeerd via een pager komen zij
vanuit hun verblijfplaats (bijvoorbeeld thuis of werk) naar de kazerne om vervolgens uit te rukken naar het incident.
43
Bijlage 2 Internationale afspraken Afspraken met Duitse grensgemeenten inzake uitrukken op elkaars grondgebied. Kazerne
Buurgemeente
Convenant
1e alarmering
Losser
Gronau
Ja
TS van Losser -> Gronau
(D)
TW van Losser naar Gronau
Redvoertuig van Gronau naar Losser en Overdinkel (geen afhijsing) Tubbergen
Uelsen
Ja
TS van Tubbergen naar Uelsen
Ootmarsum
Uelsen/Lage
Ja
TS van Ootmarsum naar Lage
TW van Tubbergen naar Uelsen TS van Lage naar Ootmarsum (met name Lattrop Brecklenkamp)
Redvoertuig van Nordhorn boven Ootmarsum nabij Lage (geen afhijsing) De Lutte
Bad Bentheim
Ja
TS van De Lutte naar Gildehaus TS van Gildehaus naar De Lutte
Redvoertuig van Bad Bentheim naar De Lutte Denekamp
Nordhorn
Ja
TS van Denekamp naar Nordhorn TS van Nordhorn naar Denekamp
Redvoertuig van Nordhorn naar Denekamp, Ootmarsum, Lattrop-Breklenkamp, Tilligte (geen afhijsing) Glanerbrug
Gronau
Ja
TS van Glanerburg naar Gronau
TS van Gronau naar Glanerbrug pas als derde of vierde voertuig
Haaksbergen
Ahaus (Alstatte)
Ja
TS van Alstatte naar een gedeelte van Buurse (voornamelijk Holland Markt en Den Braam, campings) TS van Haaksbergen naar Ahaus
Algemeen
• Nederlandse tankautospuiten zijn niet opgenomen in de Duitse Kazerne Volgorde Tabel (KVT).
Voor een pilotperiode wordt de tankautospuit van Denekamp ook standaard gealarmeerd voor een maatgevend incident in Nordhorn.
• Duitse tankautospuiten worden gealarmeerd voor inzetten in Nederland en zijn opgenomen in de KVT (ook in de opschaling tot vierde tankautospuit).
• Bij een inzet over de grens worden standaard twee eenheden gealarmeerd (Duits en Nederlands). • Eerste eenheid ter plaatse begint met incidentbestrijding, lokale eenheid heeft echter altijd de leiding.
• Convenanten bevatten afspraken over zaken als: inzet op elkaars grondgebied, leveren van bijstand, afhandeling meldkamer maar ook aansprakelijkheid bij schade en verzekeringen.
44
Dekkingsplan 2026 - 2029
Bijlage 3 Regeling functies Leiding & Coördinatie brandweer In deze notitie wordt beschreven op welke wijze Brandweer Twente het proces van operationele
leiding en coördinatie heeft ingericht voor de monodisciplinaire brandweerzorg. Dit gaat over de operationele aansturing en ondersteuning van brandweerfunctionarissen en -eenheden tijdens incidenten. In deze memo zijn aanvullende afspraken vermeld die niet elders beschreven staan.
Doelstelling
Brandweer Twente treft maatregelen om de bereikbaarheid, beschikbaarheid en inzetbaarheid van
functionarissen ten behoeve van leiding, coördinatie en informatiemanagement voor de repressieve brandweerzorg continu te garanderen. Het gaat in deze notitie om de functies: • Officier van Dienst (OvD)
• Hoofd Officier van Dienst - Taakcommandant brandweer (HOvD -TC) • Commandant van Dienst (CvD) Ondersteunende rollen:
• Adviseur Gevaarlijke Stoffen (AGS)
• Officier Verbindingen en Informatie (OVI)
• Medewerker Informatie Voorziening (MIV)
• Officier Communicatie brandweer (OVD-C brandweer) • Teamleider digitale verkenning (TL-TDV) Multidisciplinaire rollen8:
• Hoofd Officier van Dienst - Leider Copi (HOvD - LC) • Operationeel Leider (OL)
Ondersteunde rollen in vrije opkomst:
• Coördinator verkenningseenheden (CVE) • Coördinator decentrale uitgifte (CDCU) • Coördinator Uitgangsstelling (CUGS)
Een aantal functionarissen kunnen bij grootschalige en/of multidisciplinaire incidenten meerdere en/
of andere rollen vervullen. Deze worden nader toegelicht onder “Overzicht van de verschillende rollen behorende bij de piketfuncties”.
De wettelijke basis voor de kwaliteitseisen en opkomsttijden zijn beschreven in de Wet veilig-
heidsregio’s (Wvr) en het Besluit Veiligheidsregio’s (Bvr). Het personeelsbeleid voor wat betreft de aanstellingen is beschreven in het Besluit personeel veiligheidsregio’s, de CAR-UWO/ de
Arbeidsvoorwaardenregeling Twente (AVT). In deze memo zijn nadere afspraken beschreven daar waar deze documenten niet voorzien.
8 De multidisciplinaire rollen vallen eigenlijk niet onder de noemer MONO brandweer. Gezien deze vaak ook gecombineerd zijn met MONO rollen zijn deze rollen toch in deze memo meegenomen.
45
Begripsbepaling
In deze notitie wordt verstaan onder:
1. Piketpool: groep van medewerkers die een specifieke rol vervullen.
2. Piketdienst: frequent terugkerende dienst met de verplichting van beschikbaarheid, bereikbaarheid en opkomst binnen een afgesproken tijd, op een afgesproken locatie en binnen een afgesproken verzorgingsgebied.
3. Piketrooster: een vastgesteld schema waarin is vastgelegd wanneer een piketfunctionaris zich ter beschikking dient te houden voor piketdienst.
4. Piketfunctionaris: de persoon op wie de verplichting rust zich vanuit zijn hoofdaanstelling, binnen en buiten de voor hem geldende werktijden, ter beschikking te houden ten behoeve van de incidentbestrijding en crisisbeheersing, als bedoeld in artikel 3 van de Wet veiligheidsregio’s.
5. Piketvergoeding: vergoeding voor personen op wie de verplichting rust zich buiten de voor
hen geldende werktijden ter beschikking te houden ten behoeve van de incidentbestrijding en crisisbeheersing.
6. Vrije instroom: opkomst van collega’s die geen piketdienst hebben, maar wel bereikbaar en beschikbaar zijn om hun functie te kunnen vervullen. Deze worden verder niet in deze memo besproken.
Opkomsttijden piketfunctionarissen
1. Deze regeling betreft uitsluitend de piketfuncties zoals benoemd in tabel 1.
2. De inzet van piketfunctionarissen geschiedt onder verantwoordelijkheid van de commandant brandweer.
3. De taken en verantwoordelijkheden van de piketfunctionarissen zijn beschreven in generieke functieprofielen, vastgesteld door het bestuur en zijn onderdeel van het functieboek Veiligheidsregio Twente.
4. Bij alarmering dient de piketfunctionaris binnen de daarvoor gestelde opkomsttijden ter plaatse te zijn. Deze opkomsttijden en de opkomstlocatie zijn:
Functionaris
Alarmering vanaf
Opkomst
Opkomsttijd
Officier van dienst
Middel incident
Incidentlocatie
Er is geen landelijke wettelijke
(OvD)
of afhankelijk van
locatie
situatie
opkomsttijd voor een OVD. Op basis van risico’s binnen het
verzorgingsgebied en tijdige
aansturing van de eenheden in het veld wordt binnen Twente
gestreefd naar een opkomsttijd van 20 minuten. Hoofd Officier van Dienst -
Groot incident
Incidentlocatie
Taakcommandant
Dienst (CvD)
46
Dekkingsplan 2026 - 2029
moet een eerste commando
plaats incident binnen 30 minuten
(HOvD-TC)
Commandant van
Conform Besluit veiligheidsregio’s
plaatsvinden. -
-
Functionaris
Alarmering vanaf
Opkomst
Opkomsttijd
Adviseur
Afhankelijk van
Incidentlocatie
Er is geen landelijke wettelijke
Gevaarlijke Stoffen (AGS - veld)
situatie
locatie
opkomsttijd voor een AGS. Op basis van risico’s binnen het
verzorgingsgebied en tijdig kunnen adviseren van de leidinggevenden in het veld wordt binnen Twente
Officier
Middel incident
Verbindingen en Informatie (OVI)
Afhankelijk van
Er is geen landelijke wettelijke
Informatie &
basis van risico’s binnen het
incident
Operationeel centrum
opkomsttijd voor een OVI. Op
verzorgingsgebied en het tijdig bieden van ondersteuning aan het veld wordt binnen Twente
gestreefd naar een opkomsttijd van 30 minuten. Zeer groot
Medewerker Informatie
Incidentlocatie
Voorlichter (VL)
Teamleider Digitale
moet een eerste commando
plaats incident binnen 30 minuten
Voorziening (MIV)
9
Operationeel
Conform Besluit veiligheidsregio’s
plaatsvinden. Middel incident
Groot incident
Afhankelijk
Conform Besluit veiligheidsregio’s
Incidentlocatie
plaats incident binnen 30 minuten
van situatie
Incident locatie
Verkenning (TL-TDV)
moet een eerste commando plaatsvinden.
Er is geen landelijke wettelijke
opkomsttijd voor een Team Digitale Verkenning. Op basis van risico’s binnen het verzorgingsgebied en tijdig ondersteunen van de
eenheden in het veld wordt binnen Twente gestreefd dat het team
binnen 60 minuten operationeel is. Tabel 1 overzicht alarmering monodisciplinaire functies
9 In Twente wordt de Medewerker Informatie Voorziening gealarmeerd bij zeer groot voor ondersteuning bij het incident.
47
Multidisciplinaire rollen Functionaris
Alarmering
Opkomst
Opkomsttijd
Leider CoPI (LC)
Grip 1
Incidentlocatie
Conform Besluit veiligheidsregio’s
vanaf
locatie
moet een eerste commando
plaats incident binnen 30 minuten plaatsvinden Operationeel Leider (OL)
Grip 1
Afhankelijk
Conform Besluit veiligheidsregio’s
Incidentlocatie,
binnen een regionaal operationeel
van situatie
Informatie en Operationeel centrum of
een nader te
bepalen locatie.
moeten de leidinggevenden team binnen 45 minuten ter
plaatse zijn. Uitzondering hierop
is de leidinggevende van de sectie
informatiemanagement, die moet
binnen 30 minuten ter plaatse zijn.
Tabel 2 overzicht alarmering multidisciplinaire functies
Overzicht van de verschillende rollen behorende bij de piketfuncties
Bepaalde piketfunctionarissen kunnen afhankelijk van de situatie (lees: incident) een andere rol
vervullen wanneer het incident opschaalt. In onderstaande tabel worden de piketfunctionarissen genoemd met hun bijbehorende rollen. Functionaris
MONO - Grootschalig optreden
Officier van Dienst
• Hoofd Bron - en Emissie bestrijding (HBE)
(OvD)
• Hoofd Grootschalige Ontsmetting (HGO) • Algemeen Commandant Brandweer
Taakcommandant
• Hoofd Bron- en Emissiebestrijding (HBE)
Hoofd Officier van
Kan ook de rol vervullen van:
(HOvD - LC)
• Algemeen Commandant Brandweer
(HOvD - TC)
Dienst - Leider CoPI
opschaling (vanaf Grip 1)
• Hoofd Grootschalige Redding (HGR)
Hoofd Officier van Dienst -
Multidisciplinaire
(ACB)
• Taakcommandant (TC)
Vertegenwoordiger Brandweer in CoPI
Hoofd Officier van Dienst Leider CoPI (HOvD - LC)
(ACB)
• Hoofd Bron- en emissiebestrijding (HBE) Commandant van Dienst (CvD)
Operationeel Leider (OL)
48
Dekkingsplan 2026 - 2029
Eindverantwoordelijke voor het
In de meeste gevallen
samenleving.
Operationeel leider (OL)
brandweerproces richting bestuur en
vervult de CvD ook de rol Operationeel Leider (OL)
Adviseur Gevaarlijke
Adviseur Gevaarlijke Stoffen –
Officier Verbindingen
• Hoofd Informatievoorziening Brandweer
Stoffen (AGS - veld) en Informatie (OVI)
Operationeel Team (AGS-OT)
AGS-OT (Operationeel team)
(HIN-B)
• Hoofd Ondersteuning Brandweer (HON-B)
Medewerker
Informatievoorziening
Medewerker Informatievoorziening (MIV)
(MIV)
Operationeel
Voorlichter (VL) Teamleider digitale
verkenning (TL-TDV)
Officier van Dienst
Informatiemanagement (OVD-IM)
Operationeel Voorlichter (VL)
Officier van Dienst
Crisiscommunicatie (OvD-C)
Operator
Tabel 3 mono- en multi functies
Overige punten
• Het uitgangspunt is om een piketpool te bezetten met vijf functionarissen, met een minimumsterkte van vier functionarissen.
• De functionarissen kunnen in de opschaling andere rollen vervullen (tabel 2: overzicht mono- en multi functies).
• Deze rollen zijn onderdeel van het grootschalig brandweeroptreden of crisisorganisatie. Voor vrijwel alle mono grootschalige rollen geldt dat er extra personeel in vrije opkomst worden opgeroepen.
• De piketfunctionaris moet tijdens zijn/haar piketdienst te allen tijde beschikbaar zijn om de functie, waarvoor hij/zij in piket zit, uit te kunnen oefenen.
• Het rooster wordt, op basis van de roostersystematiek, jaarlijks vastgesteld. Vanuit elk piket wordt dit rooster centraal gemaakt of door één van de piketfunctionarissen.
Kwaliteitseisen
• De piketfunctionarissen zijn verplicht deel te nemen aan het vakbekwaamheidsprogramma en aan bijeenkomsten behorend bij de functie die aangeboden wordt door Brandweer Twente.
• De piketfunctionarissen: OvD, HOvD - TC, HOvD - LC, CvD, AGS en OVI nemen periodiek (afhankelijk
van de leeftijd) deel aan een medisch onderzoek. Voor de OVD-IM-er en OVD-C brandweer wordt dit onderzoek vrijblijvend aangeboden.
Middelen
• De piketfunctionaris beschikt gedurende zijn dienst over een door Brandweer Twente beschikbaar gesteld dienstvoertuig met specifieke inventaris voor de betreffende functie.
• De piketfunctionaris wordt door de commandant aangewezen om met dit voortuig te mogen rijden met optische- en geluidssignalen.
• Het materiaal dat ter beschikking wordt gesteld voor het uitvoeren van de functie, wordt na het beëindigen van het dienstverband ingeleverd bij Brandweer Twente.
49
Bijlage 4 SGBO Brandweer Twente klik hier
Bijlage 5 Risicoprofiel Brandweerzorg 2026 - 2029 klik hier
50
Dekkingsplan 2026 - 2029
Bijlage 6 GBO Twente 2026 klik hier
51