06 Beleidsnotitie afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen 2025 - Bijlage Beleidsnotitie
Tekst van het document
Hoort bij raadsbesluitnr. 1449 van 24 februari 2025, De griffier,
W.K.
Gemeente Oldenzaal
Beleidsnotitie afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen 2025 INTB-24-06667
Versie 3.0 / 19-12-2024
Inhoud 1.
Inleiding ..................................................................................................................................................... 2 1.1 Aanleiding ................................................................................................................................................ 2 1.2 Doel van de nota...................................................................................................................................... 2 1.3 Wettelijk kader ........................................................................................................................................ 2
2.
Begrippen .................................................................................................................................................. 3
3. Activering ....................................................................................................................................................... 6 3.1 Inleiding ................................................................................................................................................... 6 3.2 Activering ................................................................................................................................................. 6 3.3 Componentenbenadering ....................................................................................................................... 6 3.4 Soorten activa .......................................................................................................................................... 6 4. Waardering .................................................................................................................................................... 8 4.1 Inleiding ................................................................................................................................................... 8 4.2 Waarderingsgrondslagen.........................................................................................................................
8 4.3 Waardering en afwaardering van activa ................................................................................................. 9 4.4 Desinvesteren .......................................................................................................................................... 9 4.5 Vastgoed .................................................................................................................................................. 9 5. Afschrijving .................................................................................................................................................. 11 5.1 Algemeen ............................................................................................................................................... 11 5.2 Afschrijven ............................................................................................................................................. 11 5.3 Methode van afschrijven ....................................................................................................................... 11 5.4 Wijziging methode van afschrijving .......................................................................................................
12 5.5 Extra afschrijven .................................................................................................................................... 12 5.6 Restwaarde ............................................................................................................................................ 12 5.7 Aanvang kapitaallasten.......................................................................................................................... 12 6. Rente............................................................................................................................................................ 13 6.1 Inleiding ................................................................................................................................................. 13 6.2 Rente en het BBV ................................................................................................................................... 13 6.3 Toerekenen rente .................................................................................................................................. 14 Bijlage 1. afschrijvingsmethode en -termijnen, restwaarden ......................................................................... 16 Bijlage 2. schema waardevermindering vastgoed ........................................................................................... 22
Beleidsnotitie afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen 2025
-1-
1. Inleiding 1.1 Aanleiding In de Gemeentewet is opgenomen dat de raad het financiële beleid vaststelt. Artikel 212 van de Gemeentewet bepaalt dat in de door de raad vast te stellen financiële verordening in ieder geval de regels voor de waardering en afschrijving van vaste activa zijn opgenomen of in een notitie die hier naar verwijst. In artikel 9 van de “financiële verordening Gemeente Oldenzaal 2018” is vastgelegd dat de waardering en afschrijving van vaste activa plaatsvindt volgens de regels zoals deze in de “Beleidsnotitie afschrijvingsbeleid en de waarderingsgrondslagen” zijn opgenomen. Het huidige beleid inzake waarderen en afschrijven dateert van 2019 en is sinds boekjaar 2020 van kracht. De ervaring leert dat van bepaalde activa de huidige afschrijvingsduur en/of restwaarde niet meer in overeenstemming is met de economische realiteit. Zo is de waarde van vastgoed de afgelopen jaren hard gestegen en zijn de prijzen voor grondstoffen op de wereldmarkt sterk gestegen, waardoor bij bepaalde activa einde economische of technische levensduur vaak nog een (aanzienlijke) waarde resteert. Daarnaast kan geconstateerd worden dat de kwaliteit van bepaalde activa inmiddels zodanig is verbeterd dat een langere economische of technische levensduur haalbaar is.
Voldoende reden om het afschrijvingsbeleid uit de huidige ‘Beleidsnotitie afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen 2020’ te herzien. Dat gebeurt in deze ‘Beleidsnotitie afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen 2025’.
1.2 Doel van de nota De doelstelling van deze nota is het formuleren van beleid en vastlegging van uniforme regels voor: - Waardering van activa; - Investeringen; - Afschrijvingen; - Kapitaallasten; Met deze nota wordt vastgesteld hoe de gemeente omgaat met kapitaalgoederen. Dit geeft helderheid wanneer investeringsbeslissingen aan de orde zijn. Deze nota is een kader waarvan, indien nodig, kan worden afgeweken. In een dergelijk geval wordt bij het investeringsvoorstel de raad om instemming gevraagd.
1.3 Wettelijk kader De notitie materiële vaste activa van de commissie BBV is primair bedoeld als instrument ten behoeve van de kaderstellende rol van de raad. Deze nota sluit aan bij de Gemeentewet (artikel 212) en bij het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeente (BBV). De commissie BBV heeft daarnaast diverse notities geschreven waarin onderdelen van het BBV nader worden uitgelicht. Tevens geven de vragen en antwoorden over het BBV verheldering over de bedoeling en interpretatie van de artikelen. Daar waar het BBV ruimte biedt aan eigen invulling door de gemeente, wordt in deze nota een uitspraak gedaan over de wijze waarop onze gemeente hiermee omgaat. Om deze nota niet onnodig groot te maken wordt slechts indien nodig nadere toelichting gegeven op de wettelijke bepalingen.
2. Begrippen Activa: De bezittingen van de gemeente. Deze worden ingedeeld in vaste activa en vlottende activa.
Activeren: Het op de balans presenteren van de financiële waarde van het aangeschafte of vervaardigde kapitaalgoed met meerjarig nut dat vanaf dat moment als bezitting kan worden beschouwd. Afschrijven: Het op een methodische wijze in de boekhouding (verslaglegging en verslaggeving) tot uitdrukking brengen van de waardedaling van een kapitaalgoed over een bepaalde periode. Afschrijvingsmethode: Er zijn diverse afschrijvingsmethoden, waarvan de lineaire methode en afschrijving op basis van annuïteiten de meest voorkomende zijn bij de overheid. Bij de lineair methode vindt de afschrijving plaats op basis van een vast bedrag per jaar. Het jaarlijkse afschrijvingsbedrag is gelijk, terwijl de rentelasten jaarlijks afnemen. Bij de annuïteiten methode wordt de som van de jaarlijkse last van rente en afschrijving gelijk gehouden. Afschrijvingstermijn: De periode waarover een investering wordt afgeschreven. Boekwaarde: Waarde van de activa op de balans. Dit is de verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen. Of de lagere marktwaarde bij een activa met een economisch nut. Boekwinst: Als het actief wordt verkocht tegen een prijs die hoger is dan de resterende boekwaarde op dat moment. Boekverlies: Als het actief wordt verkocht tegen een prijs die lager is dan de resterende boekwaarde op dat moment.
Componentenbenadering: Hierbij wordt op verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief, die afzonderlijk vervangen kunnen worden, afzonderlijk afgeschreven op basis van de individuele verwachte gebruiksduur van die delen. (Dis)agio: Dit is het verschil tussen het bedrag waarvoor een lening wordt aangegaan en het bedrag dat aan de geldnemer wordt uitgekeerd. Economische Categorie: Eenheden waarin de baten en lasten van activiteiten binnen een taakveld worden uitgedrukt.
Beleidsnotitie afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen 2025
-3-
Economische levensduur: Economische levensduur of economische gebruiksduur is, in bedrijfskundige zin, de maximale periode waarin een productiemiddel (bijvoorbeeld een machine) economisch verantwoord kan worden gebruikt. Financiële vaste activa: Een groep van activa die een financiële waarde of bezit vertegenwoordigen (bijvoorbeeld aandelen). Immateriële vaste activa: Uitgaven waar geen gemeentelijke bezittingen tegenover staan. Dit zijn die activa die niet stoffelijk van aard zijn en die niet onder de financiële vaste activa worden begrepen (bijvoorbeeld kosten van onderzoek en ontwikkeling, de kosten voor het afsluiten van geldleningen en de bijdragen aan activa in eigendom van derden). Investeren: Een investering is een opoffering in geld, tijd of mankracht (personeel) ten behoeve van een doel dat pas op lange termijn wordt behaald. Investering: Het vastleggen van vermogen in objecten waarvan het nut zich over meerdere jaren uitstrekt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen investeringen met een economisch nut en investeringen met een maatschappelijk nut. Investeringen met economisch nut: Investeringen die verhandelbaar zijn en/of kunnen bijdragen aan het genereren van middelen (bijvoorbeeld riolering en gebouwen).
Investeringen met maatschappelijk nut: Investeringen die geen mogelijkheid hebben middelen te genereren, maar een duidelijke publieke taak vervullen (bijvoorbeeld wegen en groenvoorziening). Kapitaallasten: Dit zijn de jaarlijkse terugkerende lasten die samenhangen met de investeringen. De kapitaallasten bestaan uit afschrijving en rente. Materiele vaste activa: Materiele vaste activa zijn investeringsuitgaven waar tegenover bezittingen staan, waarvan de gebruiksduur gedurende meerdere jaren kan worden toegepast. Rente: Een vergoeding voor het beslag dat de boekwaarde van een investering legt op de financieringsmiddelen van de gemeente. De rente is onderdeel van de kapitaallasten. Renovatie: of revitalisatie is herstellen en wanneer nodig gedeeltelijk vernieuwen van een bestaand pand, waardoor het weer bruikbaar wordt naar de huidige maatstaven en normen. Restwaarde: Vertegenwoordigt de schatting van de opbrengstwaarde tegen het huidige prijspeil, verminderd met de te maken kosten voor verwijdering of vernietiging van (delen van) het actief. Technische levensduur: Het aantal jaren dat een actief daadwerkelijk meegaat, voordat het technisch versleten is. Verkrijgingsprijs: Het bedrag dat is betaald om activa aan te schaffen (de inkoopprijs en de bijkomende kosten). Vervangingsinvestering: Het vervangen van een actief waarvan de technische of economische levensduur is verstreken.
Vlottende activa: Bezittingen waarvan het daarvoor benodigde vermogen, voor een korte periode is vastgelegd. Deze bezittingen kunnen binnen een jaar in liquide middelen worden omgezet. Voorbeelden hiervan zijn voorraden, debiteuren en liquide middelen (bank en kas).
Beleidsnotitie afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen 2025
-5-
3. Activering 3.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de interpretatie van het regelgevend kader door de gemeente Oldenzaal toegelicht. Daarbij komt ook de specifieke toepassing van een aantal artikelen van het BBV aan de orde. Te activeren investeringen zijn uitgaven die over meerdere jaren afgeschreven worden, waardoor de uitgaven niet ineens ten laste van de exploitatie komen. Op het moment van de investeringsbeslissingen moet in de begroting al rekening worden gehouden met de benodigde structurele ruimte.
3.2 Activering Ter vermindering van jarenlange administratieve handelingen voor vele kleine investeringen wordt vanaf 1-12025 de ondergrens voor investeringen op € 20.000 gesteld met een minimale gebruiksduur van 3 jaar. Op dit moment kent de gemeente een groot aantal activa dat op 1-1-2025 niet aan dit criterium voldoet. Voor deze activa verandert er niets met deze notitie. Voor investeringen die worden gedaan na 1-1-2025 gelden de genoemde minimale gebruiksduur en de ondergrens wel. Op bovenstaande is een tweetal uitzonderingen: • •
De kosten voor het afsluiten van geldleningen, het saldo van agio en disagio worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Gronden en terreinen zijn hiervan uitgezonderd, omdat die altijd moeten worden geactiveerd en waarop conform het BBV niet mag worden afgeschreven. Deze handelswijze vloeit voort uit het principe dat grond zijn waarde behoudt.
3.3 Componentenbenadering In Oldenzaal wordt de componentenbenadering toegepast. Dat houdt in dat verschillende samenstellende delen van een materieel vast actief, die afzonderlijk vervangen kunnen worden, afzonderlijk worden afgeschreven op basis van de individuele waardevermindering van die delen. Per deel kan de technische of economische levensduur namelijk verschillen. De componenten moeten zinvol en eenduidig te onderscheiden zijn.
3.4 Soorten activa Investeringen worden verantwoord op de balans onder de post vaste activa. Onder deze post worden conform artikel 33 in het BBV de volgende vaste activa onderscheiden: • • •
Immateriële vaste activa Materiele vaste activa Financiële vaste activa
3.4.1 Immateriële vaste activa In overeenstemming met het BBV (artikel 34 onder b) worden onder de immateriële vaste activa afzonderlijk de kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief opgenomen. De kosten van onderzoek en ontwikkeling kunnen worden geactiveerd indien (artikel 60 BBV): • Het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen; • De technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien vast staat; • Het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut zal genereren en; • De uitgaven die aan het actief zijn toe te rekenen betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Als aan bovengenoemde wordt voldaan mag de afschrijvingstermijn maximaal 5 jaar bedragen. Wordt er niet aan de voorwaarden voldaan dan mogen de kosten van onderzoek en ontwikkeling niet worden geactiveerd, maar moeten deze in een keer ten laste van de exploitatie worden gebracht. Zodra het actief, waarvoor de kosten van onderzoek en ontwikkeling zijn gemaakt, is gerealiseerd (nut genereert) dienen deze kosten van onderzoek en ontwikkeling op de balans overgeboekt te worden van ‘immateriële vaste activa’ naar ‘materiële vaste activa’.
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen activeren wij in Oldenzaal niet onder de immateriële activa. Deze boeken wij in één keer af en komen dus ten laste van het resultaat.
3.4.2 Materiële vaste activa Met als uitgangspunt het BBV wordt voor de gemeente drie soorten materiële vast activa onderscheiden (artikel 35 BBV): 1. Investeringen met een economisch nut; 2. investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven; 3. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Alle nieuwe investeringen dienen met ingang van het begrotingsjaar 2017 te worden geactiveerd. Dit is opgenomen in artikel 59 lid 1 van de BBV. Er is echter één uitzondering: kunstvoorwerpen met een cultuurhistorische waarde mogen niet worden geactiveerd. Ad 1. Investeringen met een economisch nut. Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Voorbeelden hiervan zijn gebouwen en grond. Software wordt op basis van stellige uitspraken van de commissie BBV gezien als een investering met economisch nut, vallend onder de materiele vaste activa. Ad 2. Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven. Voorbeelden hiervan zijn investeringen in riolering, begraafplaatsen en voor afvalinzameling. Ad 3. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut. Dit zijn investeringen die geen economisch nut opleveren (geen middelen genereren en/of verhandelbaar zijn).
Deze investeringen vervullen wel duidelijk een publieke taak. Het betreft investeringen in bijvoorbeeld wegen, water en groenvoorzieningen. De uniformering van activering betekent niet dat investeringen met een maatschappelijk nut niet meer ten laste kunnen worden gebracht van grondexploitaties. Dat blijft op basis van bestaande wet- en regelgeving mogelijk. Ons huidige beleid is dat aankopen en vervaardiging van activa met een meerjarig maatschappelijk nut onder aftrek van bijdragen van derden worden geactiveerd. Mochten er eigen middelen zijn, dan kunnen deze middelen in een door de raad in te stellen dekkingsreserve kapitaallasten worden gestort. Dit ter dekking van de afschrijvingslasten die uit de activering voortvloeien.
3.4.3 Financiële vaste activa Op grond van het BBV artikel 36 worden in de balans onder de financiële vaste activa afzonderlijk opgenomen: 1. Kapitaalverstrekkingen aan: • Deelnemingen; • Gemeenschappelijke regelingen; • Overige verbonden partijen. 2. Langlopende leningen aan: • Openbare lichamen; • Woningbouwcorporaties; • Deelnemingen; • Overige verbonden partijen. 3. Overige langlopende leningen. 4. Uitzettingen in ’s Rijks schatkist met een rente typische looptijd van één jaar of langer. 5. Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier met een rente typische looptijd van één jaar of langer. 6. Overige uitzettingen met een rente typische looptijd van één jaar of langer.
Beleidsnotitie afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen 2025
-7-
4. Waardering 4.1 Inleiding De waardering van activa is van belang, omdat het de basis vormt voor het vaststellen van de financiële consequenties, met name door waardevermindering. Anders geformuleerd: de gekozen systematiek voor de waardering van activa in het stelsel van baten en lasten is van invloed op de exploitatie van de gemeente en daarmee op de financiële resultaten die behaald worden. Hiervoor zijn in het BBV bepalingen opgenomen voor de waardering van activa. Hiermee wordt enerzijds voorkomen dat organisaties met de waardering van activa hun financiële resultaten kunnen beïnvloeden en anderzijds wordt bereikt dat de financiële gegevens van organisaties in de loop van de tijd vergelijkbaar blijven.
4.2 Waarderingsgrondslagen 4.2.1 Immateriële vaste activa • •
De eventuele kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en disagio worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. Agio wordt direct ten gunste van de exploitatie gebracht. De immateriële vaste activa wordt gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de afschrijvingen.
4.2.2 Materiele vaste activa Investeringen in materiele vaste activa wordt gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met: • De afschrijvingen; • Eventuele bijdrage van derden in de kosten van dit actief. • De aanwending van een voorziening voor vervangingsinvesteringen waarvoor een heffing wordt geheven zoals omschreven in artikel 35 lid 1 onder b van de BBV. Indien voor de dekking van de kapitaallasten van een investering een reserve is opgebouwd, mag deze reserve niet in mindering worden gebracht op het bedrag van de investering. De opgebouwde reserve mag jaarlijks in verhouding evenredig worden aangewend ter (gedeeltelijke) dekking van de kapitaallasten conform de afschrijvingstermijn van het bijhorende actief.
4.2.3 Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
4.2.4 Voorraden Onder de post voorraden op de balans worden de grondposities opgenomen. Dit betreft bouwgrond in exploitatie en niet in exploitatie genomen gronden. Gronden waarvoor geen reëel en stellig voornemen bestaat om deze in de nabije toekomst te ontwikkelen worden opgenomen onder materiele vaste activa. Dit betreft zowel gronden die samenhangen met een activum (meestal een gebouw), als (on)bebouwde gronden. De niet in exploitatie genomen gronden worden in eerste instantie gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Als blijkt dat de marktwaarde duurzaam lager is dan de balanswaarde, vindt waardering tegen de marktwaarde plaats. De in exploitatie genomen gronden zijn opgenomen tegen vervaardigingsprijs. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend, evenals een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten. De verkregen verkoopopbrengsten worden ten volle op de vervaardigingskosten in mindering gebracht. Winsten uit grondexploitatie worden slechts genomen indien en voor zover die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd aangemerkt kunnen worden conform de BBV voorschriften van juli 2019.
4.3 Waardering en afwaardering van activa 4.3.1 Waardering activa In artikel 63 van het BBV is onder anderen het volgende voorgeschreven: • Activa wordt gewaardeerd op basis van de verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs. • De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. • De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. • In de vervaardigingsprijs kan voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend. • Voor in erfpacht uitgegeven gronden geldt de uitgifteprijs van eerste uitgifte als verkrijgingsprijs. Tegen deze grondprijs worden de gronden overgeheveld naar een apart complex erfpachtgronden. • Van activa waarvan de bestemming verandert, wordt de actuele waarde van de nieuwe bestemming in de toelichting op de balans opgenomen. • Waardering tegen actuele waarde is alleen toegestaan voor activa van de Nazorgfondsen bedoeld in artikel 15.47 van de Wet milieubeheer.
4.3.2 Afwaarderen activa Het BBV geeft de voorschriften weer voor afwaardering van activa (Artikel 65); • Naar verwachting duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen; • Voorraden en deelnemingen worden tegen de marktwaarde gewaardeerd indien de marktwaarde lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs; • Een actief dat buiten gebruik wordt gesteld, wordt afgewaardeerd op het moment van het buitengebruikstelling, indien de restwaarde lager is dan de boekwaarde. De eerste en tweede bullet hebben betrekking op waardevermindering die naar verwachting duurzaam zijn. Het is niet voorzienbaar dat de waardevermindering zal ophouden te bestaan. Gedacht kan worden aan nieuwe inzichten in de technische en/of de economische levensduur van activa of de aantasting van het vermogen van deelnemingen. In de derde bullet wordt voorgeschreven dat van een actief dat buiten gebruik wordt gesteld, waarvan de restwaarde lager is dan de boekwaarde, wordt afgeschreven tot de restwaarde. Bij een volledige buitengebruikstelling dient het actief uiteraard te worden afgewaardeerd tot hetzij nul, hetzij tot de restwaarde, indien die redelijkerwijs verwacht kan worden. Een actief dat niet langer bestaat of niet langer eigendom is van de gemeente mag niet op de balans blijven staan.
Wanneer een actief gedeeltelijk buiten gebruik wordt gesteld, dient het actief proportioneel te worden afgewaardeerd. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa wordt onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen.
4.4 Desinvesteren Op het moment dat een desinvestering (verkoop van het actief) plaatsvindt wordt de boekwinst of het boekverlies ten gunste/laste van het resultaat van het betreffende jaar gebracht. De mogelijke boekwinst wordt niet in mindering gebracht op een nieuwe investering. Dat is niet toegestaan op grond de notitie materiele vaste activa. Deze post moet als incidentele bate in de jaarrekening worden verwerkt.
4.5 Vastgoed De waarderingsgrondslag voor vastgoed is de verkrijgingsprijs, ondanks dat die zelden gelijk is aan de marktwaarde. De notitie materiele vaste activa spreekt zich ook uit over wat te doen wanneer de directe opbrengstwaarde (marktwaarde) lager is dan de boekwaarde. Dan is namelijk duurzame waardevermindering (afwaardering) aan de orde wanneer tevens sprake is van bedrijfseconomische exploitatie of het ontbreken van de intentie tot duurzame exploitatie van maatschappelijk vastgoed. Zie hiervoor ook het schema waarde vermindering in bijlage II. Voor de activering van vastgoed is verder van belang of het vastgoed onderdeel uitmaakt van een grondexploitatie. In dat geval maakt de boekwaarde namelijk deel uit van de
Beleidsnotitie afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen 2025
-9-
grondexploitatie en staat dus onder de voorraden op de balans. Er wordt in dat geval niet afgeschreven op het vastgoed. Hieronder volgt een korte toelichting van de verschillende soorten vastgoed en de waardering.
4.5.1 Maatschappelijk vastgoed Vastgoed met een maatschappelijke functie heeft betrekking op een stadhuis of op gebouwen en terreinen met een functie op het gebied van onderwijs, sport, cultuur, welzijn of maatschappelijke opvang en/of zorg. Indien de bestuurlijke intentie bestaat om vastgoed met een maatschappelijke functie duurzaam te exploiteren en dit als zodanig in de begroting tot uitdrukking komt, speelt duurzame waardevermindering geen rol. Indien de bestuurlijke intentie bestaat om vastgoed met een maatschappelijke functie te verkopen, of de bestemming ervan te wijzigen naar vastgoed met een bedrijfseconomische functie, dan moet, indien er sprake is van een naar verwachting duurzaam lagere marktwaarde ten opzichte van de boekwaarde, een duurzame waardevermindering worden verantwoord.
4.5.2 Bedrijfseconomisch vastgoed Vastgoed met een bedrijfseconomische functie kenmerkt zich door de bestuurlijke intentie om bewust winst en/of waardestijgingen te realiseren. In deze situatie worden panden aangehouden en verhuurd en/of staan in de verkoop.
4.5.3 Bestuurlijke intentie Bij de afweging of een duurzame waardevermindering moet worden verantwoord, speelt de bestuurlijke intentie een belangrijke rol. Indien het de bestuurlijke intentie is om vastgoed met een maatschappelijke functie duurzaam te exploiteren dan hoeft er in geen enkele situatie een duurzame waarde vermindering te worden verantwoord. Indien bestuurlijk de intentie bestaat om het vastgoed met een maatschappelijke functie te verkopen of als de bestemming wijzigt naar vastgoed met een bedrijfseconomische functie, dan bestaat de mogelijkheid dat een duurzame waardevermindering moet worden verantwoord. Het is aan de gemeenteraad om hierover te besluiten.
4.5.4. Waardering tijdelijk beheer materiële vaste activa Wanneer gronden met opstallen worden aangekocht met als doel de gronden opnieuw te ontwikkelen, vallen de opstallen voor het beheer en onderhoud onder de notitie Materiële vaste activa van de commissie BBV uit december 2017. Omdat er ontwikkeling plaatsvindt, is de kans groot dat vastgoed in waarde afneemt. Om vast te stellen of de gemeente een duurzame waardevermindering moet toepassen, moet de directe opbrengstwaarde van het vastgoed worden bepaald door middel van een onafhankelijke taxatie. In geval van een duurzame waardevermindering verwerken we deze waardevermindering direct. Bij voorkeur neemt de gemeente Oldenzaal de duurzame waardevermindering definitief op grond van haar voorzichtigheidsprincipe (een andere optie is een tijdelijke voorziening waardevermindering – deze optie speelt meer in op fluctuaties in de marktwaarde). Op de nieuwe boekwaarde wordt gedurende de resterende gebruiksduur afgeschreven. Een naar verwachting duurzame waardevermindering van vaste activa betreft een schattingswijziging die volgens het BBV onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking wordt genomen.
5. Afschrijving 5.1 Algemeen In de vorige hoofdstukken is behandeld welke investeringen worden geactiveerd en tegen welke waarde ze op de balans komen. De volgende twee hoofdstukken gaan over de lasten van de geactiveerde investeringen. In dit hoofdstuk komen de afschrijvingen aan de orde en in het volgende hoofdstuk wordt aandacht besteed aan de rentelasten.
5.2 Afschrijven Als een investering is geactiveerd dient op grond van artikel 64 lid 3 van de BBV daarop te worden afgeschreven. Afschrijving is dan ook een boekhoudkundige weergave van de waardevermindering van een kapitaalgoed wegens technische slijtage en economische veroudering. De gebruiks- of levensduur bepaalt de afschrijvingstermijn.
5.2.1 Afschrijvingstermijn Het BBV kent geen regels voor een sluitend systeem waaraan afschrijvingen moeten voldoen, wel zijn kaders gesteld. De belangrijkste zijn: • In de toelichting op de balans wordt aangegeven volgens welke methoden de afschrijvingen worden berekend (artikel 51 BBV); • De afschrijvingen vinden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar plaats (artikel 64, lid 1 BBV); • Slechts om gegronde redenen mag de afschrijvingswijze ten opzichte van het voorafgaande of huidige begrotingsjaar gewijzigd worden. De reden en de financiële consequenties van de verandering wordt in de toelichting op de balans uiteengezet (artikel 64, lid 2 BBV); • Op vaste activa met een beperkte gebruiksduur wordt jaarlijks afgeschreven volgens een stelsel dat is afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur (artikel 64, lid 3 BBV); • De afschrijvingstermijn van kosten voor onderzoek en ontwikkeling is maximaal 5 jaar (artikel 64); • De afschrijvingstermijn voor bijdragen aan activa in eigendom van derden is maximaal gelijk aan die van de activa waarvoor de bijdrage aan derden wordt verstrekt (artikel 64, lid 6 BBV). De afschrijvingstermijn van een actief is afhankelijk van de gebruiksduur en wordt bepaald door de economische en technische levensduur. Uitdrukkelijk wordt hierbij gesteld dat deze afschrijvingstermijnen de maximale afschrijvingstermijnen betreffen.
Met een separaat raadsbesluit, dat voldoet aan art 64 van de BBV, kan in de voorkomende gevallen van de voorgeschreven termijnen (bijlage 1) afgeweken worden.
5.2.2 Afschrijving op gronden Het afschrijven op gronden neemt een bijzondere plaats in, omdat gronden duurzame goederen zijn die niet aan slijtage onderhevig zijn. Er vindt geen duurzame waardevermindering plaats. Er bestaat dan ook geen noodzaak tot afschrijven. In paragraaf 4.2.4 is onder Voorraden met betrekking tot de grondexploitatie toegelicht dat voorraden grond steeds tegen marktwaarde huidige bestemming c.q. lagere aankoopwaarde worden gewaardeerd.
5.3 Methode van afschrijven Bij de gemeente Oldenzaal worden alleen de lineaire en annuïtaire afschrijving toegepast. In het overzicht van afschrijvingstermijnen (Bijlage I) wordt aangegeven wanneer welke systematiek wordt gebruikt. Voor beide methoden wordt de omslagrente als rente percentage gehanteerd.
Lineaire afschrijvingsmethode De lineaire afschrijvingsmethode houdt in, afschrijven op basis van een vast percentage van de investering (minus eventuele restwaarde) gedurende de levensduur van de investering. Daarbij is het bedrag van de investering gelijk aan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De afschrijvingslasten zijn jaarlijks gelijk, terwijl
Beleidsnotitie afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen 2025
- 11 -
de rente jaarlijks afneemt (is gerelateerd aan de boekwaarde per 1 januari). Dit laatste betekent, dat ook de kapitaallasten (afschrijving + rente) jaarlijks een dalend verloop laten zien.
Annuïtaire afschrijvingsmethode De annuïtaire afschrijvingsmethode is erop gericht dat de kapitaallasten (afschrijving + rente) jaarlijks gelijk zijn. Daarbij neemt, in meerjarig perspectief, de afschrijvingscomponent toe en de rente component af. De annuïtaire afschrijvingsmethode past de gemeente toe bij activa waarbij kostenegalisatie van belang is. Het gaat dan bijvoorbeeld om verhuur aan derden, waarbij de kapitaallasten van investeringen worden gedekt uit de huuropbrengsten (o.a. sportverenigingen) en investeringen, waarvan de kapitaallasten worden gedekt met een recht (reinigingsrecht, rioolrecht en begraafrecht). In alle andere gevallen schrijft de gemeente activa lineair af.
5.4 Wijziging methode van afschrijving In het BBV is artikel 64 lid 2 gewijd aan de wijziging van de afschrijvingsmethode. Hierin staat dat slechts om gegronde redenen de afschrijvingswijze gewijzigd mag worden. De reden en de financiële consequenties van de verandering worden in de toelichting op de balans uiteengezet. Ook wordt inzicht gegeven in de consequenties hiervan voor de financiële positie en voor de baten en lasten aan de hand van aangepaste cijfers voor het begrotingsjaar of het voorafgaande begrotingsjaar. Daarnaast heeft de commissie BBV in haar notitie materiële vaste activa een stellige uitspraak gedaan over een stelsel-/schattingswijziging. Stellige uitspraak • Een wijziging van een verwachte toekomstige gebruiksduur c.q. gebruiksintensiteit is een schattingswijziging. De bestaande (rest)boekwaarde wordt niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte toekomstige gebruiksduur afgeschreven; • Een wijziging van de ‘vrij te kiezen’ waarderingsgrondslagen is een stelselwijziging. Bij een stelselwijziging worden bestaande (rest)boekwaarden niet herrekend, maar over de langere, dan wel kortere, dan wel gelijkblijvende verwachte gebruiksduur afgeschreven.
5.5 Extra afschrijven Extra afschrijven, bijvoorbeeld bij een verwacht positief jaarrekeningresultaat, is sinds de recente wijziging van het BBV vanaf begrotingsjaar 2017 in geen enkel geval meer toegestaan. Alleen als de boekwaarde van het actief hoger is dan het verwachtte toekomstige economische nut is het toegestaan, en zelfs verplicht, om af te waarderen (zie 4.3.2).
5.6 Restwaarde Bepaalde materiële vaste activa (bijvoorbeeld vastgoed, tractiemiddelen en meubilair) bezitten aan het eind van hun gebruiksduur of economische levensduur soms nog een (aanzienlijke) restwaarde. Voor deze categorieën is afschrijven tot een boekwaarde van nihil niet gewenst en wordt afgeschreven tot een restwaarde van 10% van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Voor de overige materiële vaste activa geldt dat tot een restwaarde van 0% van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt afgeschreven. In bijlage 1 is voor de diverse categorieën activa de te hanteren restwaarde vermeld.
5.7 Aanvang kapitaallasten De commissie BBV doet de aanbeveling om in de financiële verordening / nota activabeleid op te nemen wanneer met het afschrijven van een nieuw kapitaalgoed wordt begonnen (Gemeentewet artikel 212). In Oldenzaal wordt sinds 2009 afgeschreven in het jaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/ verworven wordt en het jaar na het moment dat het door de gemeente in gebruik kan worden genomen.
6. Rente 6.1 Inleiding Aan alle geactiveerde kapitaaluitgaven wordt rente toegerekend. Dit zijn de lasten die voortkomen uit de financiering van de investering. Voor de toerekening van de rentelasten aan investeringen wordt het rente omslagpercentage gebruikt.
6.2 Rente en het BBV Vanwege de verschillende mogelijkheden en opvattingen over rentetoerekening heeft de commissie BBV de notitie Rente 2017 opgesteld. Doelstelling van deze notitie is het bevorderen van een eenduidige handelswijze met betrekking tot rente door gemeente (harmonisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en de jaarstukken en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie). De bepalingen en richtlijnen van deze notitie zijn met ingang van het begrotingsjaar 2018 in werking getreden.
6.2.1 Berekening omslagrente De notitie rente 2017 beschrijft hoe de omslagrente wordt berekend. De omslagrente wordt bij de begroting berekend door de werkelijk aan de taakvelden toe te rekenen rente (in Euro’s) te delen door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa die integraal zijn gefinancierd. De omslagrente moet vervolgens op consistente en eenduidige wijze worden toegerekend aan de individuele activa. Het is niet toegestaan om per investering of taakveld te differentiëren in het toe te rekenen rentepercentage. Het bij de begroting gecalculeerde omslagpercentage mag binnen een marge van 0,5% worden afgerond. Indien de werkelijke rentelasten (in Euro’s) die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast afwijken van de rentelasten (in Euro’s) die op basis van de voor gecalculeerde rente omslag aan de taakvelden zijn toegerekend, dan kan de gemeente besluiten tot correctie. Correctie wordt verplicht gesteld indien deze afwijking groter is dan 25%.
6.2.2 Diverse opmerkingen over de omslagrente •
• •
•
De vaste activa bestaan uit de materiële, immateriële en financiële vaste activa. De omslagrente wordt berekend over al deze vaste activa, voor zover deze integraal zijn gefinancierd én met uit- zondering van de aan derden verstrekte leningen. De verstrekte leningen hebben hiermee geen verlagend effect op de rente die wordt omgeslagen. Zowel de rentelasten als de -baten inzake deze verstrekte leningen zijn immers al meegenomen bij de bepaling van de rente die moet worden omgeslagen. Vaste activa waarop wordt afgeschreven en die wordt doorbelast aan taakvelden bevatten bij de gemeente Oldenzaal een rentecomponent die op de omslagrente is gebaseerd. Van de beleggingen die onder de financiële activa zijn opgenomen worden de dividendopbrengsten, winstuitkeringen en koers- en waardeverschillen wel ten gunste van het taakveld Treasury gebracht. Deze hebben echter geen invloed op de bepaling van de renteomslag. Ieder jaar wordt het percentage van de omslagrente in de activa administratie aangepast voor alle vaste activa, met uitzondering van de kapitaalverstrekkingen (aandelenkapitaal) en verstrekte geldleningen (energie leningen, starters leningen, etc.)
6.2.3 Verantwoording rente Het toerekenen van rente aan de taakvelden vindt plaats via het taakveld Treasury. In feite fungeert het taakveld Treasury als een kostenplaats. De rentelasten en rentebaten worden op het taakveld Treasury verantwoord. Vervolgens wordt de rente die aan de grondexploitatie wordt doorberekend en aan de werkelijke taakvelden toegerekende rente (renteomslag) als negatieve last op het taakveld Treasury verantwoord. Door deze wijze van verantwoorden resteert met betrekking tot de rente op het taakveld Treasury het renteresultaat. De door-/toerekening van rente aan de grondexploitatie en de toerekening van rente aan de taakvelden via de renteomslag gebeurt met de nieuwe economische categorie 7.4. Ook de rentelasten over het eigen ver-
Beleidsnotitie afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen 2025
- 13 -
mogen (en eventueel voorzieningen) worden in de administratie verantwoord op de economische categorie 7.4. Hetzelfde geldt voor de rentebaten over het eigen vermogen, deze moeten (altijd) op 7.4 worden verantwoord.
6.3 Toerekenen rente A
Boekwaarde Grondexploitatie Investeringen met rentebaten (incl. ambtenarenhypotheken) A1 Gecorrigeerde boekwaarde voor berekening renteomslag
-/-/-
€ € € €
B Staat reserves en voorzieningen C Staat van geldleningen D Financieringstekort (A-B-C)
-/-/-
€ € €
E F
Norm voor kasgeld 8,5% van begrotingsomvang Aan te trekken vaste geldlening (D-E)
-/-
€ €
Rente vaste geldleningen Bespaarde rente Rente Financieringstekort via kasgeldlimiet E (kasgeld en rekening courant) Rente Financieringstekort nog aan te trekken vaste geldlening (F) Totale rente
+/+ +/+ +/+ +/+
€ € € € €
-/-/-
€ € €
Af rente voor: Grondexploitatie Investeringen met rentebaten (m.n.ambtenarenhypotheken) G Rente voor berekenen rente-omslag Netto percentage renteomslag (G gedeeld door 1% van A1) Te gebruiken omslagrente afronden, met maximaal 0,5 verschil Door te berekenen rente volgens berekening rente omslag Doorberekend volgens staat van kapitaallasten Renteresultaat op taakveld treasury
% %
-/-
€ € €
In het BBV is opgenomen dat de paragraaf financiering van de begroting en jaarstukken naast de beleidsvoornemens en het gerealiseerde beleid ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille ook inzicht moet geven in: • -de rentelasten • -het renteresultaat • -de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten; • -de financieringsbehoefte Door bovenstaand schema in de paragraaf financiering op te nemen wordt hier invulling aan gegeven, tevens wordt inzichtelijk gemaakt hoe het renteomslag percentage wordt berekend.
Beleidsnotitie afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen 2025
- 15 -
Bijlage 1. afschrijvingsmethode en -termijnen, restwaarden (in rode tekst de wijzigingen t.o.v. de “Beleidsnotitie afschrijvingsbeleid en de waarderingsgrondslagen” uit 2019; in 2025 geldt wat tussen haakjes is vermeld; m.i.v. 2026 geldt wat buiten haakjes is vermeld) Soort Omschrijving soort activum activum
Omschrijving subcategorie activum
BBV artikelen 34, 59, 60, 62, 63, 64, lid 5, 65
10
IMVA: kosten onderzoek en ontwikkeling
onderzoek en ontwikkeling
11
IMVA: Bijdragen eigendom derden
bijdrage aan activum in eigendom derde
20
MVA: Gronden en terreinen EN
gemeente - grond
onderwijs - grond
overig - grond sportgebouw - verhuur aan derde grond 21
MVA: Bedrijfsgebouwen EN
cultuur - verhuur aan derde - nieuwbouw gemeente - brandveiligheid gemeente - nieuwbouw gemeente - verbouw en renovatie klein1 gemeente - verbouw en renovatie – groot2 onderwijs - brandveiligheid onderwijs - nieuwbouw
artikelen 34, 59, 61, 62, 63, 64, lid 6, 65 artikel 35, lid 1 sub b en lid 3, 59, 62, 63, 64, 65 artikel 35, lid 1 sub b en lid 3, 59, 62, 63, 64, 65 artikel 35, lid 1 sub b en lid 3, 59, 62, 63, 64, 65 artikel 35, lid 1 sub b en lid 3, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub
Heffing
Omschrijving nut
Afschrijvingstermijn
Restwaarde
Afschrijvingsmethode
Afhankelijk van activum
Niet van toepassing
5
0,00%
Afhankelijk van activum
nee
Niet van toepassing
Afhankelijk van activum
0,00%
Afhankelijk van activum
nee
Economisch nut
0
0,00%
Geen afschrijving
nee
Economisch nut
0
0,00%
Geen afschrijving
nee
Economisch nut
0
0,00%
Geen afschrijving
nee
Economisch nut
0
0,00%
Geen afschrijving
nee
Economisch nut
45 (was 40)
10% (was 0%)
nee
Economisch nut
20
0,00%
nee
Economisch nut
45 (was 40)
10% (was 0%)
nee
Economisch nut
30 (was 15)
10% (was 0%)
nee
Economisch nut
45 (was 40)
10% (was 0%)
nee
Economisch nut
20
0,00%
nee
Economisch nut
45 (was 40)
10% (was 0%)
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar) Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant
1 Een volledige renovatie die zo grondig is dat het gebouw in zijn geheel niet van nieuw te onderscheiden is en eenzelfde levensverwachting heeft als een nieuw gebouw kan ook in 40 jaar (m.i.v. 2025) of 45 jaar (m.i.v. 2026)
worden afgeschreven. 2 Zie voetnoot 1.
a, 59, 62, 63, 64, 65 onderwijs - verbouw en renovatie klein3 onderwijs - verbouw en renovatie groot4 overig - nieuwbouw overig - verhuur aan derde - nieuwbouw overig - verhuur aan derde - verbouw en renovatie - klein5 overig - verhuur aan derde - verbouw en renovatie - groot6 sportgebouw - verhuur aan derde nieuwbouw sportgebouw - verhuur aan derde verbouw en renovatie - klein7 sportgebouw - verhuur aan derde verbouw en renovatie - groot8 sportveld - verhuur aan derde - technisch - verlichting 22
MVA: Vervoermiddelen EN
tractie
23
MVA: Machines, apparaten/installaties EN
aanhangwagens, zoutstrooiers en sneeuwploegen cultuur - verhuur aan derde - installaties gemeente - brandveiligheid gemeente - hardware gemeente - installaties onderwijs - installaties
3
artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub
looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd
nee
Economisch nut
30 (was 15)
10% (was 0%)
nee
Economisch nut
45 (was 40)
10% (was 0%)
nee
Economisch nut
45 (was 40)
10% (was 0%)
nee
Economisch nut
45 (was 40)
10% (was 0%)
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
30 (was 15)
10% (was 0%)
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
45 (was 40)
10% (was 0%)
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
45 (was 40)
10% (was 0%)
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
30 (was 15)
10% (was 0%)
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
45 (was 40)
10% (was 0%)
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
40
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
10 (was 8)
10% (was 0%)
nee
Economisch nut
10
10% (was 0%)
nee
Economisch nut
15
0,00%
nee
Economisch nut
20
0,00%
nee
Economisch nut
5
0,00%
nee
Economisch nut
15
0,00%
nee
Economisch nut
15
0,00%
Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar) Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant
Zie voetnoot 1.
4 Zie voetnoot 1. 5
Zie voetnoot 1.
6 Zie voetnoot 1. 7 Zie voetnoot 1. 8 Zie voetnoot 1.
Beleidsnotitie afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen 2025
- 17 -
a, 59, 62, 63, 64, 65
24
9
MVA: Overig EN
Zie voetnoot 1.
10 Zie voetnoot 1.
artikelen 35, lid 1 sub overig - brandveiligheid a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub overig - informatieborden a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub overig - verhuur aan derde - installaties a, 59, 62, 63, 64, 65 sportgebouw - verhuur aan derde artikelen 35, lid 1 sub installaties a, 59, 62, 63, 64, 65 sportveld - verhuur aan derde - techartikelen 35, lid 1 sub nisch - verlichting a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub grasmaaiers, houtversnipperaars a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub veegmachines a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub draaibanken a, 59, 62, 63, 64, 65 parkeren - belasting - parkeerautoma- artikelen 35, lid 1 sub ten a, 59, 62, 63, 64, 65 cultuur - verhuur aan derde - installaartikelen 35, lid 1 sub ties - zonnepanelen a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub gemeente - energieprestatieadviezen a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub gemeente - installaties a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub gemeente - installaties - zonnepanelen a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub gemeente - meubilair a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub gemeente - verbouw en renovatie9 a, 59, 62, 63, 64, 65 onderwijs - onderwijs leerpakket, artikelen 35, lid 1 sub inventaris en meubilair a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub onderwijs - verbouw en renovatie10 a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1
sub onderwijs - zonwering a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub overig - brandveiligheid a, 59, 62, 63, 64, 65
looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd
nee
Economisch nut
20
0,00%
nee
Economisch nut
10
0,00%
nee
Economisch nut
15
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
15
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
40
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
6
10% (was 0%)
nee
Economisch nut
8
10% (was 0%)
nee
Economisch nut
20
10% (was 0%)
nee
Economisch nut
15
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
25
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
15
0,00%
nee
Economisch nut
15
0,00%
nee
Economisch nut
25
0,00%
nee
Economisch nut
15 (was 10)
10% (was 0%)
nee
Economisch nut
30 (was 15)
10% (was 0%)
nee
Economisch nut
20
10% (was 0%)
nee
Economisch nut
30 (was 15)
10% (was 0%)
nee
Economisch nut
15
0,00%
nee
Economisch nut
20
0,00%
Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd
Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd
artikelen 35, lid 1 sub a, 59, 62, 63, 64, 65 overig - verhuur aan derde - installaties artikelen 35, lid 1 sub - zonnepanelen a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub overig - verhuur aan derde - zonwering a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub software a, 59, 62, 63, 64, 65 sportgebouw - verhuur aan derde artikelen 35, lid 1 sub energieprestatieadviezen a, 59, 62, 63, 64, 65 sportgebouw - verhuur aan derde artikelen 35, lid 1 sub installaties a, 59, 62, 63, 64, 65 sportgebouw - verhuur aan derde artikelen 35, lid 1 sub inventaris en inrichting a, 59, 62, 63, 64, 65 sportveld - verhuur aan derde - inartikelen 35, lid 1 sub richting – dugouts a, 59, 62, 63, 64, 65 sportveld - verhuur aan derde - inartikelen 35, lid 1 sub richting - hekwerk a, 59, 62, 63, 64, 65 sportveld - verhuur aan derde - inartikelen 35, lid 1 sub richting - hekwerk a, 59, 62, 63, 64, 65 sportveld - verhuur aan derde - inartikelen 35, lid 1 sub richting - roosters a, 59, 62, 63, 64, 65 sportveld - verhuur aan derde - onder- artikelen 35, lid 1 sub laag - drainage a, 59, 62, 63, 64, 65 sportveld - verhuur aan derde - onder- artikelen 35, lid 1 sub laag - veld a, 59, 62, 63, 64, 65 sportveld - verhuur aan derde - techartikelen 35, lid 1 sub nisch - verlichting a, 59, 62, 63, 64, 65 sportveld - verhuur aan derde - toplaag artikelen 35, lid 1 sub - veld a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub
gemeente - infrastructuur a, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub gemeente - terreininrichting a, 59, 62, 63, 64, 65 riolering - kostendekkende heffing artikelen 35, lid 1 sub buizen b, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub afvalinzameling - kostendekkende b en lid 2, 59, 62, 63, heffing - grond 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub begraven - kostendekkende heffing b en lid 2, 59, 62, 63, grond 64, 65 riolering - kostendekkende heffing artikelen 35, lid 1 sub overig - speelvoorzieningen
25
26
MVA: Grond-,weg- en waterbouwkundige werken EN
MVA: Gronden en terreinen EN heffing
nee
Economisch nut
15
0,00%
Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd
nee
Economisch nut
25
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
15
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
5
0,00%
Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd
nee
Economisch nut
15
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
15
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
20
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
20
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
20
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
40
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
20
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
30
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
30
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
40
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
10
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Economisch nut
40 (was 30)
0,00%
nee
Economisch nut
15
0,00%
ja
Economisch nut
40
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
ja
Economisch nut
0
0,00%
Geen afschrijving
ja
Economisch nut
0
0,00%
Geen afschrijving
ja
Economisch nut
0
0,00%
Geen afschrijving
Beleidsnotitie afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen 2025
Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd
- 19 -
grond 27
28
29
30
31
MVA: Bedrijfsgebouwen EN heffing
MVA: Grond-,weg- en waterbouwkundige werken EN heffing
MVA: Machines, apparaten/installaties EN heffing
MVA: Overig EN heffing
MVA: Grond-,weg- en waterbouwkundige werken MN
afvalinzameling - kostendekkende heffing - inrichting afvalinzameling - kostendekkende heffing - nieuwbouw afvalinzameling - kostendekkende heffing - verbouw en renovatie11 begraven - kostendekkende heffing nieuwbouw
b en lid 2, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub b, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub b, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub b, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub b, 59, 62, 63, 64, 65
afvalinzameling - kostendekkende heffing - infrastructuur
artikelen 35, lid 1 sub b, 59, 62, 63, 64, 65
riolering - kostendekkende heffing buizen riolering - kostendekkende heffing installaties riolering - kostendekkende heffing onderzoek en ontwikkeling afvalinzameling - kostendekkende heffing - installaties begraven - kostendekkende heffing installaties riolering - kostendekkende heffing installaties afvalinzameling - kostendekkende heffing - containers afvalinzameling - kostendekkende heffing - zonnepanelen begraven - kostendekkende heffing installaties - zonnepanelen begraven - kostendekkende heffing reconstructie begraven - kostendekkende heffing verbouw en renovatie12
artikelen 35, lid 1 sub b, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub b, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub b, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub b, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub b, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub b, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub b, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub b, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub b, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub b, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub b, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub c, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub c, 59, 62, 63, 64, 65
onderwijs - infrastructuur stedelijke vernieuwing
11
Zie voetnoot 1.
12 Zie voetnoot 1.
ja
Economisch nut
10
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
ja
Economisch nut
45 (was 40)
10% (was 0%)
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
ja
Economisch nut
30 (was 15)
10% (was 0%)
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
ja
Economisch nut
45 (was 40)
10% (was 0%)
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
ja
Economisch nut
40 (was 30)
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
ja
Economisch nut
40
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
ja
Economisch nut
15
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
ja
Economisch nut
5
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
ja
Economisch nut
15
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
ja
Economisch nut
15
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
ja
Economisch nut
15
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
ja
Economisch nut
20 (was 15)
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
ja
Economisch nut
25
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
ja
Economisch nut
25
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
ja
Economisch nut
30
0,00%
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
ja
Economisch nut
30 (was 15)
10% (was 0%)
Annuïteit (boekwaarde begin dienstjaar)
nee
Maatschappelijk nut
40 (was 30)
0,00%
nee
Maatschappelijk nut
40 (was 30)
0,00%
Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd
stedelijke vernieuwing - infrastructuur wegen - geluidswal wegen – herinrichting en vervanging toplaag wegen – herinrichting en vervanging onderlaag 32
MVA: Machines, apparaten/installaties MN
wegen - straatverlichting - armaturen wegen - straatverlichting - lichtmasten wegen - verkeersregelinstallaties
33
MVA: Overig MN
onderwijs - terreininrichting en speeltoestellen stedelijke vernieuwing wegen - bushaltes wegen - verkeersregelinstallaties
40 41 42
Kapitaalverstrekking aan deelnemingen Kapitaalverstrekking gemeenschappelijke. regelingen Overige langlopende leningen
kapitaalverstrekkingen kapitaalverstrekkingen verstrekte geldleningen
artikelen 35, lid 1 sub c, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub c, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub c, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub c, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub c, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub c, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub c, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub c, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub c, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub c, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 35, lid 1 sub c, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 36, sub a 1, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 36, sub a 2, 59, 62, 63, 64, 65 artikelen 36, sub c, 59, 62, 63, 64, 65
Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd Lineaire afschrijving op basis van restant looptijd
nee
Maatschappelijk nut
40 (was 30)
0,00%
nee
Maatschappelijk nut
40 (was 20)
0,00%
nee
Maatschappelijk nut
20
0,00%
nee
Maatschappelijk nut
40 (was 30)
0,00%
nee
Maatschappelijk nut
20
0,00%
nee
Maatschappelijk nut
40
0,00%
nee
Maatschappelijk nut
15
0,00%
nee
Maatschappelijk nut
15
0,00%
nee
Maatschappelijk nut
40
10% (was 0%)
nee
Maatschappelijk nut
15
0,00%
nee
Maatschappelijk nut
15
0,00%
nee
Economisch nut
0
0,00%
Geen afschrijving
nee
Economisch nut
0
0,00%
Geen afschrijving
nee
Economisch nut
0
0,00%
Geen afschrijving
Beleidsnotitie afschrijvingsbeleid en waarderingsgrondslagen 2025
- 21 -
Bijlage 2. schema waardevermindering vastgoed