CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

04 Transcriptverslag raadsvergadering 8 juli 2024

Gemeenteraad 23 september 2024, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Vaststellen notulen van de vergadering van 8 juli 202452.311 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

De heer Kramer: Dat staat een beetje los van volgens mij de slotnoot in het betoog. Zorgen maken, we zullen er altijd voor die mensen zijn. Je steevast zorgen maken over bepaalde doelgroepen, dat is volgens mij niet iets wat het gesprek verder brengt. Je moet er gewoon voor iedereen staan en daar hoort iedereen met een grote beurs of een kleine beurs bij. En daar kunt u de Partij van de Arbeid altijd aan uw kant vinden. De voorzitter: Mooi, dank u wel. Dan gaan we nu naar de fractie van Solidair Oldenzaal. Volgens mij de heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u, voorzitter. We moeten blijven investeren in de stad en tegelijkertijd bezuinigen. Een moeilijke opgave, zo lijkt het. En wij kijken op de volgende manier er tegen aan. Als overheid heb je een voorbeeldfunctie. Het zou dan logisch zijn dat je eerst zorgt dat je zoveel als mogelijk bezuinigt op je eigen organisatie. Eerst snijden in je eigen vlees, dan heb je ook meer draagvlak als er elders in de stad bezuinigd moet worden. Nu wordt er juist bezuinigt op gelden die aantoonbaar zorgen voor preventie en ook nog eens op beleid dat we hebben verankerd in het Masterplan Sociaal Domein, zoals Twents Zilver. Met deze voorgestelde bezuinigingen kunnen we het Masterplan Sociaal Domein wel in de ijskast zetten. Er wordt bezuinigd op preventie, maar tegelijkertijd wordt voorgesteld om extra personeel aan te nemen voor participatie.

Een bijzonder voorstel, want er heeft nog geen evaluatie plaatsgevonden van het functioneren van de participatieplatform Consul. Wat ons betreft wachten we het eerst af voordat wij nu al voor gaan stellen om participatiemedewerker aan te nemen. Daarnaast was voorgesteld om extra personeel aan te nemen om middelen beschikbaar te stellen voor P&O en wordt er zonder motivatie voorgesteld om driehonderd bureaustoelen voor 240.000 euro aan te schaffen. Kan dit ook een tandje minder? De voorzitter: Ik zie de interruptie. Mijnheer Visscher.

-18-

De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Ik vind het toch wel heel bijzondere stellingname, want als er één partij is geweest die de afgelopen twee jaar en drie maanden elke keer gezegd heeft er moet meer participatie komen, dan is dat Solidair Oldenzaal wel. En ik vind het bijzonder vreemd dat juist die partij nu zegt, doe maar niet, we doen wel wat anders. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Die vraag had ik wel verwacht van één van de raadsleden, maar het is zo, er wordt nu 63.650 euro voor een participatiemedewerker voorgesteld, terwijl we nog niet eens hebben geëvalueerd op het participatieplatform Consul. Wat werkt, kunnen we daar bijvoorbeeld ook binnen de bestaande formatie uitvoeren en in onze visie is participeren ligt dat niet per se aan een participatie medewerker die participatie uitwerkt, maar ligt dat in de grondhouding van de ambtenaren die hier in het stadhuis werken. Dat is mijn antwoord. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog.

De heer Bouwman: We vonden het tegelijkertijd flauw om te amenderen op de budget voor bureaustoelen, want we hebben simpelweg te weinig informatie, daarom dienen we wel een motie in om het college op te roepen om hier nog eens kritisch naar te kijken, kan het goedkoper en zijn er stoelen die wellicht niet vervangen hoeven te worden? Wat ons betreft moet de pijn van bezuinigen veel eerlijker verdeeld worden, dus ook in het stadhuis. We moeten nou eenmaal roeien met de riemen die we hebben. Onze amendementen en dat zijn er zeven, richten ze dan ook op het niet honoreren van aannemen van nieuw personeel, van het geld kunnen we de voorgestelde bezuiniging op preventie gewoon doorgang vinden, dus ook dat amenderen we. En dan we blijven ons verbazen over de manier waarop het college omgaan met onze partners als het gaat om het brengen van een slechte boodschap. Via e-mails zijn menig sportclubs, maatschappelijke organisaties, initiatiefnemers van maatschappelijke initiatieven op de hoogte gebracht van de voorgestelde bezuinigingen of het niet honoreren van het Vondelpark 2.0. Dit terwijl de gesprekken liepen en er geen signalen waren dat dit in aan staat te komen. Dat is niet onze stijl en wat ons betreft moet het echt beter. De voorzitter: Ik voel een punt en daarmee is er ruimte voor een interruptie. De heer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter.

Ik heb mij tijdens de forumvergadering ook al verbaasd over deze woorden. Want hoe had ons college nou in hemelsnaam al die partijen persoonlijk moeten gaan informeren, in de korte tijd die we daarvoor beschikbaar hadden? Dit is toch fantastisch? Ik snap dat mensen er niet blij mee zijn, maar je krijgt een email van de gemeente dat er een bepaalde subsidie gestopt wordt en het college geeft meteen aan dat er ruimte is om in de komende maanden gesprek met elkaar aan te gaan. Dat is toch, beter kan dan toch niet? De voorzitter: De heer Bouwman. De heer Bouwman: U kijkt er zo tegenaan, wij vinden een email toch echt wel dat we denken, het kwam rauw op een dak, die signalen hebben wij van meerdere kanten vernomen, dat die boodschap rauw op hun dak kwam. Daarna is inderdaad wel gebeld vanuit het stadhuis met een toelichting. Maar ja, het kan iets beter. De verwachtingen waren ook dat bepaalde projecten gewoon door konden gaan. Die signalen zijn nooit afgegeven. En we zien dus nu dat het in het college behandeld is en die voorgestelde bezuinigingen waren destijds doorgevoerd en daarna kwam een email. En dat is niet hoe wij vinden dat wij bezuinigingen moeten aankondigen.

-19-

De heer Visscher: Herhaal ik mijn vraag, hoe hadden ze het dan wel moeten doen? Want er was absoluut geen tijd om iedereen persoonlijk in een gesprek hiervan te informeren. Absoluut niet, want we hebben denk ik nog geen twee weken ruimte. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Vind ik een bijzondere stellingname dat er absoluut geen tijd was. Je hebt twee weken de tijd, zit een heel traject tussen het voorstel dat richting het college gaat. Je kunt als ambtenaar in de tussentijd, kun je ook bellen, je kunt ons portefeuillehouder kun je even bellen, gewoon we bespreken dit aankomende dinsdag in het college, staat niet verrast als er straks een bezuiniging op de rol staat, dus weet dat dit de aan zit te komen. Maar dat is niet gebeurd. Het besluit is genomen en mensen hebben dat via email moeten vernemen. Maar goed, je kunt er op verschillende manieren tegenaan kijken. Wij kijken er zo tegenaan. De voorzitter: Ik zie de heer Visscher, nog een keer. De heer Visscher: Ik denk dat de heer Bouwman de tijd die beschikbaar is, romantiseert. Dat denk ik. De voorzitter: Mijnheer Bouwman, gaat u verder met uw betoog. De heer Bouwman: Prima, dan het stadhuis. In een besluit dat voorligt bepalen we nu al dat het sociaal domein gaat verhuizen voor 3,25 miljoen en wat er verder terechtkomt van het stadhuis, nog geen enkel scenario is concreet uitgewerkt.

Er is alleen gerekend met de bezettingsgraad in het aantal vierkante meters. Wat ons betreft, te vroeg om nu al zo'n weg in te slaan. Laten we wachten tot er meer duidelijk is vanuit het Rijk of het ravijnjaar en dan nog eens heroverwege wat we met het stadhuis moeten en werkt dan ook gelijk meer scenario’s uit. Want wat we tijdens de rondleiding te horen kregen en te zien hebben, er zijn namelijk nog meer scenario's mogelijk dan de vier die in het rapport staan. Waarom niet het Sociaal Plein behouden en uitbreiden op de plek waar nu de vergaderkamers zijn? Dan is een miljoenen kostende verhuizing niet nodig en hoeft het gedeelte niet afgestoten te worden. En dan, wij geloven niet in het feit dat een organisatie veel beter gaat presteren als de werkplekken uitmuntend zijn. In tijden van bezuiniging, is dat ook een punt waar niet teveel geld naartoe moet. De output van deze investering is namelijk hoogst onzeker, voorzichtig en terughoudend mee omgaan dus. En wat vindt de Oldenzaler eigenlijk van het stadhuis? Wat ons betreft geven wij een stem via ons participatieplatform. Daarvoor ook een motie. De voorzitter: Mijnheer Visscher, per interruptie. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Fijne bijdrage dit, kan ik tenminste een beetje inspreken.

Ik vind de gedachte om Oldenzalers te laten inspreken over het stadhuis op zichzelf heel aardig, maar ik weet hoe Oldenzalers over dit huis denken. Die denken namelijk sloophamer, want iedereen in Oldenzaal vindt het lelijk en er gaat ook niemand in Oldenzaal denken, maar de gemeente is ook nog werkgevers, misschien moeten we daar toch over nadenken. Hoe ziet u het voor zich, wat dat op moet leveren? De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Daar heb ik uiteraard over nagedacht, want inderdaad, daar komen vaak reacties van, dat is veel te veel geld en maar dat kun je prima als je op een goede manier de vraagstelling inleidt en ook duidelijk maken welke kosten er strikt noodzakelijk zijn, denk aan onderhoud, denk aan

-20-

investeringen die je moet doen. Als je dat inkadert dan en de juiste vragen stelt, dan kun je best een goede input krijgen vanuit de inwoners. De voorzitter: Mijnheer Bouwman, volgens mij kunt u doorgaan met uw betoog. De heer Bouwman: En dan, wij begrijpen ook de lastenverzwaringen voor de sportclubs niet zo goed. Sportclubs worden door voorgestelde verhogingen hard geraakt en sportclubs hebben het al zo lastig. Laten we een realistische prijsverhoging doorvoeren op basis van het inflatiecijfer, dus ongeveer drie procent voor de binnen- en buitensportaccommodaties. Bovendien is het niet ondenkbaar dat sportclubs in de toekomst bij de gemeente gaan aankloppen, mochten zij het financieel niet meer kunnen bolwerken en dan hebben we nog een grotere financiële uitdaging. Wij maken dus duidelijke keuzes voor zo min mogelijk lastenverzwaring in de maatschappij en met de wetenschap dat investeringen in preventiegelden onderaan de streep minder kosten oplevert. Om de preventiegelden in stand te houden, kan er geen extra personeel aangenomen worden voor nu, het zij zo, wellicht hangt de vlag er volgend jaar anders bij. En daarnaast 5,6 miljoen aanvullend geld voor riolering van Glinde Hooiland vinden wij erg veel geld.

Tot aan het programmabegroting horen we graag meer details over deze voorgestelde uitgaven, kan dit wellicht ook een tandje minder? En graag horen we ook een specificatie van de 1,6 miljoen van het wijkplan Glinde Hooiland. Dat is iets voor de uitwerking richting programmabegroting. Daarnaast dienen we motie in naar alle miscommunicaties afgelopen jaar met onze inwoners bij bestemmingsplannen en woningbouwplannen. De motie gaat over het eerst informeren van de buurt, voordat de raad wordt geïnformeerd over een ontwikkeling en dat is het afgelopen jaar een paar keer misgegaan. In september hebben we aandacht gevraagd in de raadsvergadering over beantwoording van brieven van inwoners, dit naar aanleiding van de bezorgde inwoners over het goederenvervoer over het spoor. Het antwoord van het college, we gaan er naar kijken. Het is nu juli, tien maanden later en de mensen hebben nog steeds geen reactie ontvangen. Hoog tijd voor een motie om dit soort situaties in de toekomst te voorkomen. Graag behouden we ook de werkplek voor de werkwijze bij de bewaakte fietsenstalling, ook daarvoor een amendement met overwegingen. En dan alles wat hier vanavond besproken wordt, zal zinloos zijn als het zover komt dat Nederland actief in de oorlog betrokken wordt. De gevolgen voor oorlog zal zijn dan niet te overzien. De tendens is dat er gevochten moet worden voor vrede en veiligheid.

Echter, wapens en vechten levert alleen maar meer ellende op, laten ons richten op vrede en het kabinet en Tweede Kamer op te roepen in het belang van onze inwoners en in het belang van Europa als geheel, alles op alles te zetten om een verdere escalatie van de oorlog te voorkomen, waarbij maximaal ingezet wordt op het sluiten van vrede. Wie wil dat nou niet? Tot slot willen wij ... De voorzitter: Een interruptie zag ik van de heer Van der Waal. Dus als u nog momentje heeft, mijnheer Bouwman. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Dank u, voorzitter. Vredesonderhandelingen, ben ik altijd heel erg sterk voor. Weet u hoeveel er oorlogen gevoerd wordt in de wereld en hoeveel dat invloed heeft op Europa? De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: De laatste vraag verstond ik niet helemaal. De voorzitter: Wat het effect is op Europa van alle oorlogen. Volgens mij zei u dat. Ik help u. Mijnheer Bouwman.

-21-

De heer Bouwman: Dan gaan we het over macro-economische situaties hebben. Er zijn heel veel oorlogen inderdaad, maar volgens mij hebben we nu te maken met een situatie die direct Nederland, dus ook Oldenzaal, gaat dreigen, vandaar mijn oproep. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Nederland en hopelijk binnenkort ook Oldenzaal, vangt flink wat asielzoekers op die hier komen, gevlucht en wel, en het aantal oorlogen neemt toe, met als gevolg daarvan ook vluchtelingen. Dus het heeft degelijk ook invloed op Nederland. De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dat klopt. En dat is juist de kern van waarom wij deze motie oproepen, want we gunnen iedereen een veilige terugkeer naar hun land, waarin we gewoon op een normale manier samenleven. Uiteindelijk zijn de inwoners te aller tijden de dupe van oorlogen. Dus, maar goed het is gewoon oproep tot vrede wat ons betreft, dienen we die zo meteen in. Tot slot ... De voorzitter: Voordat u verder gaat, want ik zag nog twee andere interrupties. In ieder geval van de heer Visscher en de heer Winkelhuis. Ik ga naar de heer Winkelhuis, als eerste. De heer Winkelhuis: Ik had mij eigenlijk voorgenomen om niet te reageren, maar u kent mij een beetje en dit is wel een punt. Ik doe hier veel rondleidingen in stadhuis en dat gaat onder andere over vrijheid en democratie.

Ik ben pas geleden nog in de Canadese begraafplaats geweest en er zijn mensen geweest die voor onze vrijheid gesneuveld zijn, als die er niet waren geweest, hadden wij hier niet zo kunnen praten zoals wij nu met elkaar praten. Ben in 1980 in Oost-Berlijn geweest, ben niet vaak bang geweest maar dat was een moment dat ik me serieus zorgen heb gemaakt van, hoe kom ik hier in godsnaam weer weg? De angst op de gezichten van de mensen die daar leefden in die tijd, dat wil ik hier niet meemaken. En u kunt wel zeggen, doe een oproep voor vrede, daar ben ik volledig met u eens, maar laten we hier beginnen, daar zijn we geloof ik op een goede manier al mee bezig, maar dan moet je wel twee partijen hebben waar je ook van weet van die zijn ook bereid om naar een vredesoplossing te zoeken en dat een van die partijen daar zo faliekant anders over denkt, dan is het lastig om vredesonderhandelingen volgens mij te beginnen. En ik zeg dit nu op persoonlijke titel, niet als WG volgens mij, maar ik wil dit wel graag even hier gezegd hebben. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil u toch alleen verzoeken om interrupties toch kort en bondig uit te houden. Maar ik wilde u net niet interrumperen, maar ik wil dit wel gezegd hebben. Dan mijnheer Visscher.

De heer Visscher: Voorzitter, de vragen is dan, moeten wij als gemeente Oldenzaal dan ook niet wat gaan doen aan de stammenstrijd in Afghanistan? De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dat vind ik een hele flauwe opmerking. Volgens mij probeer ik hier op een serieuze manier een motie in te dienen die in het belang is van ons allemaal in Europa. Als u daar op deze manier mee wil omgaan dan vind ik dat prima, maar ik ga hier niet serieus op in. Ik ga verder met mijn betoog. De voorzitter: Gaat u dat doen.

-22-

De heer Bouwman: Tot slot willen wij ons richten tot de organisaties die ingesproken hebben en die onze steun niet terug kunnen vinden in onze amendementen. Wij staan zeker niet achter de manier waarop de Omnivereniging te horen heeft gekregen dat Vondelpark voorlopig niet doorgaat naar eerdere gevoerde constructie gesprekken, zo hebben wij begrepen. Het voorlopig proces is ook zo duidelijk terug te vinden in de plannen zelf en wij snappen dan ook de frustraties naar alle verwachtingen die er zijn gewekt. We hebben echter gekozen om de bestaande geldstroom zoveel mogelijk in stand te houden. Voorstellen dat voor nu extra geld gaat kosten, honoreren we nu niet. Hoewel de kosten die hiermee gemoeid gaan in de toekomst gaan zorgen voor minder zorgkosten. Wel roepen we het college op om nog eens goed te kijken naar de wenselijkheid en de onderliggende studies om daarmee in de nabije toekomst toch met een ander voorstel te komen. Wij menen met amendementen optimaal recht te doen en aan insprekers met de juiste balans tussen de wenselijkheid en de realiteit. De algehele tendens van SO, blijf investeren in de werking van sociaal culturele instellingen en belast sportclubs zo min mogelijk, dit levert uiteindelijk minder extra kosten op. Snijdt daarnaast meer in de eigen organisatie, dan geef je het juiste signaal af. Onze amendementen hebben financieel doorgerekend.

Wat zijn de financiële gevolgen als alle amendementen worden aangenomen? Met onze voorstellen, die naar onze mening leiden tot minder pijn in de samenleving dan het voorstel van het college, houden we de komende jaren onderaan de streep globaal een ton per jaar over, ten opzichte van het voorstel van het college. De voorzitter: Interruptie. Als u een momentje heeft. Een interruptie van de heer Visscher. Mijnheer Visscher, gaat uw gang. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter, had ook wel na aflopen gemogen. SO dient een aantal amendementen in voor beperking van bezuinigingen. Maar het lijkt erop of dat alleen geld voor partijen die ook ingesproken hebben tijdens het forum. Zit daar een oorzakelijk verband tussen of is dat puur toeval? De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dat is puur toeval. Wij hebben de hele lijst doorgenomen en gekeken waar wij vinden dat daar dus niet op bezuinigd moet worden. Zit ook een voorstel bij van De Werkwijzer, die hebben niet ingesproken, die hebben we ook meegenomen in het amendement, dus dat is niet het geval. Ga ik verder met mijn betoog. Daarin zijn de kosten voor het niet verhuizen van de Sociaal Plein nog niet meegenomen. Tel uit uw winst. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie nog een interruptie van de heer Maartens. Mijnheer Maartens.

De heer Maartens: Niet echt een interruptie maar meer een vraag naar aanleiding van de betoog als totaal. En het gaat bij mij met name over participatie, het meedenken van inwoners, het meedenken van gemeentelijke organisaties. Als ik daar naar kijk en ik hoor de opmerkingen over het Sociaal Plein, wat dat maar in het stadhuis moet blijven, als er nog één ding heel erg duidelijk is geweest, volgens mij dan is dat in de evaluatie van het Sociaal Plein inwoners, partners en uitvoerders van de wetgeving gezegd hebben, dat moet je niet meer in dit stadhuis doen. En ik hoor u nu iets wat inwoners en onze maatschappelijke organisaties vinden heel gemakkelijk naast u neerlegt en ik begrijp dat even niet. De voorzitter: Mijnheer Bouwman.

-23-

De heer Bouwman: Volgens mij heb ik die kosten niet meegerekend in wat ik zojuist vertelde. Ik heb ook aangegeven dat er nog veel meer scenario's denkbaar zijn dan de vier scenario’s die in het rapport staan. Onder andere het voorstel om het Sociaal Plein aan het gedeelte waar nu de vergaderruimtes zijn, om daar een Sociaal Plein van te maken. Dat zou best kunnen dat inwoners dat ook een prima oplossing vindt. Ik snap de manier waarop het nu eens georganiseerd dat het niet wenselijk is voor de inwoners, organisaties en voor de werknemers van Sociaal Plein zelf dus. De voorzitter: Mijnheer Maartens. De heer Maartens: De inwoners en de organisatie die ik net noemde, die hebben zelf heel expliciet aangegeven dat het juist niet in het stadhuis zou moeten, als we dan kiezen voor die vergaderkant, dan zit het volgens mij nog steeds in het stadhuis. En ik heb al eerder betoogd van daar zou ik niet zoveel moeite mee hebben, als bijvoorbeeld ook een bibliotheek en een welzijnsorganisatie in dit huis terecht zou kunnen, dat is niet het geval. En dan moeten wij volgens mij heel erg goed luisteren naar onze inwoners. Daar wil ik graag u voor uitdagen om dat ook te gaan doen. De voorzitter: Tot slot, mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Ik vind het wel heel bijzonder.

Er hebben zes insprekers zich gemeld afgelopen maandag, ik zie in uw voorstellen geen enkele aanstalten om naar die inwoners te luisteren. En nu voor het Sociaal Plein zegt u, we moeten naar de inwoners luisteren, volgens mij hebben wij voldoende naar alle insprekers en belangen en motivaties geluisterd, dus ik vind het flauw dat u mij dat nu voor de voeten werpt. De voorzitter: Mijnheer Maartens. De heer Maartens: U loopt vooruit op mijn bijdrage, dat vind ik niet prettig, laat ik daar mee beginnen. En op de tweede plaats, ik heb ook goed geluisterd naar die insprekers, maar ik heb ook goed gekeken naar de kadernota. En het duurt nog meer dan een jaar voordat de consequenties er zijn. En daar vind ik iets van. Kom ik straks op terug. De voorzitter: Ik weet niet of de heer Bouwman nog wil reageren. De heer Bouwman: Ik kom daar zo meteen op terug. De voorzitter: Goed, dan ga ik naar de volgende fractie en dat is de fractie ... Excuus, ik zie nog een reactie vanuit de VVD. Mijnheer Bouwman, als u nog weer terug zou ... Mijnheer Mekelenkamp. De heer Mekelenkamp: Voorzitter, de heer Bouwman op zijn plek.

Ik was even aan het luisteren naar het een-tweetje tussen of een-tweetje, het gesprek tussen de heer Maartens, de heer Bouwman en ik kwam eigenlijk maar tot één conclusie, Solide Oldenzaal wil wel participeren, maar alleen als de uitkomst hen bevalt, klopt dat? De voorzitter: Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dat wordt nu net in deze raad zo gedaan alsof wij tegen verhuizing van Sociaal Plein zijn, wij zeggen alleen, schep eerst meer duidelijkheid, werk meer scenario's uit, kijk dan welke overwegingen gemaakt worden, bovendien zijn we op een besloten politieke avond hier over bijgepraat. Dat wordt nu iedere keer als argument aangedragen. Wij zouden meer informatie willen vanuit zowel college, meerdere scenario's, meerdere doorrekeningen voordat we dan nu al 3,25 -24-

miljoen aan gaan reserveren in de begroting. Het kan best zijn dat we op een hele andere mooie manier oplossing kunnen vinden waarbij alle partners ook zich in kunnen vinden. De voorzitter: Goed, dan kijk ik nog een keer heel goed rond. Ik zie niemand nog aanstalten maken, dus ga ik nu naar de WG en dan kom ik bij mevrouw Oude Engberink uit. Ik heb de indruk als ik naar het geluid hoor dat er een hele grote zak was. Dus ik ben heel benieuwd wanneer dat ook op mijn bureau verschijnt. Dat niet, jammer. Mevrouw Oude Engberink, u heeft van mij twee seconden erbij gekregen. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Welke stad willen wij zijn en welke stad willen wij worden? Die vraag stellen wij ons als fractie van WG Oldenzaal continu. Dat bepaalt onze standpunten in alle besluitvormingsprocessen. Maar liefst 1.033 inwoners hebben zich al uitgesproken over de vraag, welke stad zijn we nu? Zij hebben Oldenzaal uitgeroepen tot de leukste gemeente van Nederland. En laten wij dat toevallig nu ook vinden en dat willen we ook graag zo houden. Een verdiepend antwoord op de vraag welke stad willen wij worden, vinden we in de toekomstvisie Oldenzaal 2040. Dit is geen door onszelf geformuleerde visie, maar een visie die is opgesteld door onze inwoners.

Zij vinden voorzieningen als goed onderwijs, voldoende sportmogelijkheden, een aantrekkelijke binnenstad en de zwembad ook in 2040 erg belangrijk. Ook hier sluiten wij ons als fractie bij aan, ook wij vinden het belangrijk die voorzieningen te behouden en te investeren in een groene, gezonde en veilige stad. De toekomstvisie 2040 en ons raadsprogramma Samen vooruit, juist nu, heeft het college aankomende vier jaren vertaald in voorliggende Kadernota 2025. Zij brengt focus aan in het beleid en verbindt haar financiële keuzes aan. We herkennen de door het college gekozen drie speerpunten, toekomstbestendige stedelijke ontwikkeling en twee, vergroenen van de stad en als derde, integrale aanpak en toegang sociaal domein. Deze drie punten sluiten naadloos aan bij onze raadsprogramma, maar ook bij onze WGbelofte aan onze inwoners. We kunnen daar ook volmondig mee instemmen met deze speerpunten. Ten aanzien van de Kadernota 2025 hebben wij de volgende opmerkingen. WG Oldenzaal is zeer onder de indruk van de kadernota en de stukken van Ambities & Middelen in balans. Dat zegt wel iets over de inzet en kwaliteit van onze ambtenaren. Zo'n exercitie om Ambities & Middelen in balans te komen, doe je niet zomaar even. Fijn dat er gekeken is naar twee aparte sporen. Spoor 2 geeft ons voldoende financiële lucht en heeft nauwelijks maatschappelijke impact, staat opgenomen in het document.

Naast dat spoor is de noodzaak om nog een spoor toe te passen, zogenoemde spoor 1. Omdat het Rijk met minder middelen over de brug komt, maakt het college de keuze om bezuinigingen en lastenverzwaring toe te passen. Helaas gaat ons dat allemaal raken. Dat doet ons allemaal pijn en dat gaan we ook allemaal voelen. Maar we blijven ook investeren in onze stad, geeft het college aan, in voorzieningen die ook ten goede komen aan onze inwoners. Het college heeft hierbij goed geluisterd naar de wens van onze inwoners richting 2040, houdt het voorzieningenniveau hetzelfde of maakt het zelfs beter dan nu. Daar zet het college nu op in, ze blijft investeren in onze mensen, in de inwoners van deze stad. WG Oldenzaal blijft aandacht vragen voor het belangrijke thema preventie, wij blijven alert op dit thema in onze toekomstige afwegingen en keuzes. En dit overschouwende hebben we te maken aan de ene kant met bezuinigen en lastenverzwaring, het zuur, maar gaan we ook investering in de stad, het zoet. Wij maken daarbij hele bewuste keuzes, lastenverzwaring enerzijds en bezuinigingen anderzijds. De voorzitter: Ik zag een interruptie van de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Ik hoor u zeggen misschien ... Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Kan mijn knop dan op pauze? Dank u wel. -25-

De voorzitter: Heel goed. Goed dat u zo alert bent. Moeten we niet hebben, inderdaad, de VAR. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Ook drie seconden extra voor mevrouw Engberink. Ik wou zeggen, de WG Oldenzaal blijft aandacht vragen voor belangrijke thema preventie. In welk licht heeft u doen besluiten om geen voorstellen in te dienen om de bezuinigingen die juist inzetten op preventie, om die te schrappen uit de lijst met voorgestelde bezuinigingen? De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Daar kom ik verder op mijn betoog graag op terug. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel. WG Oldenzaal is zich ervan bewust dat ze scherp aan de wind moeten blijven zeilen. Wij zijn dan ook blij met de belofte van het college dat de blijvende aandacht is voor de financiële lobby richting Den Haag. WG Oldenzaal vraagt het college extra aandacht te geven aan het tweede speerpunt, het vergroenen van de stad. Niet alleen omdat we dat belangrijk vinden met een doorkijk naar een fijne leefomgeving en het anticiperen op de klimaatveranderingen, maar ook omdat onze inwoners dat belangrijk vinden. Dat hebben ze immers genoemd in de toekomstvisie 2040. Wij zien daarbij voor ons dat in iedere wijk een mooi park ontwikkeld wordt, waarbij ontmoeting en verbinding, bewegen, sport, recreatie en activiteiten bij elkaar komen.

En dat had u wellicht al wou van ons verwacht, dat brengt ons als vanzelf bij het niet opgenomen nieuw aanvullend beleid Vondelpark 2.0. Vanaf 2017 zijn initiatiefnemers bezig met het ontwikkelen van plannen voor het park aan de Thijlaan. En als je er langsfietst en het trieste aanblik hebt van het voormalige honkbalveld, zou je willen dat er snel iets gebeurd. Onze fractie worstelt met het plan. Niet om de inhoud. Een plek voor nog meer vergroening, ontmoeting en verbinding, wensen wij iedere wijk toe. Maar wat doe je met een initiatief dat meerdere keren is herzien en nu eigenlijk voldoet aan de wensen die meerdere van de raad heeft uitgesproken, terwijl lasten worden verhoogd en op onderdelen worden bezuinigd? Hoe legt dat aan mijn buurman en buurvrouw uit? Wij denken dat wij door de benodigde jaarlijkse structurele last van vierduizend euro te verdelen over preventie en onderhoud groen, geen extra budget nodig hebben om het plan te realiseren en zijn ervan overtuigd dat het plan in de toekomst juist een positieve bijdrage zal leveren, als we het hebben over gezond en gelukkig leven op een nog leefbaardere wijk De Thij. Hierop dienen wij geen motie of amendement in omdat we dat vorig jaar al hebben gedaan en de raad daarin heeft aangegeven daar geen draagvlak voor te hebben. Maar we zijn wel heel erg benieuwd naar de reactie op dit idee.

De voorzitter: Ik zie de heer Visscher per interruptie. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Voorzitter, wij hebben vandaag een Lang van Stof Award uitgedeeld. Als ik de Abracadabra Award zou uitdelen, zou die naar u gaan. Want ik begrijp werkelijk waar helemaal niets van wat hier nou staat, aangaande de mening van de WG over Vondelpark 2.0. Staat er nou dat jullie voor zijn, jullie tegen zijn en jullie vragen aan ons om een reactie op te geven, maar het is mij niet duidelijk wat jullie zelf willen, dus ik zou graag willen dat de WG zich nou dan heel duidelijk uitspreekt, wel of niet en waar dat geld dan vandaan moet komen? De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink.

-26-

Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel dat u mij die extra tijd hierbij gunt door die vraag te stellen. Ja, wij zijn voorstander van het ontwikkelen van een ontmoeting, beweeg- en sportpark aan de Vondellaan. Wij hebben meerdere keren gesprekken gevoerd met de initiatiefnemers van het plan. Daarin hebben wij aangeven dat het plan zoals die vorig jaar voorlag, niet voldoende was om daar nu volmondig akkoord op te geven, ook de raad heeft zich daarover uitgesproken. En wij denken dat een aantal onderdelen die in het plan staan, ook op andere wijze gerealiseerd kan worden en dat het niet in het integrale plan, zoals het nu in de drie fases genoemd staat, dat het op deze manier uitgevoerd hoeft te worden. Wij zijn met name heel erg enthousiast over de fase één van het plan en ik heb net bij aantal andere fracties ook al gehoord dat op zich het realiseren van een verder ontwikkeld park op die locatie best denkbaar is, maar niet in de wijze zoals de initiatiefnemer het nu heeft voorgesteld. Daarnaast is er vanaf april, mei contact met de gemeente en zijn er ook wel gesprekken met ambtenaren daarover gevoerd. Met plan zoals het nu voorligt, is niet rijp genoeg om nu al volmondig ja te zeggen. Dus ja, wij zijn voorstander van het realiseren van het plan op die locatie, maar niet in de volle omvang zoals het initiatiefnemer nu in de drie fases heeft voorgelegd.

De voorzitter: Mijnheer Visscher? Anders ga ik naar de heer Lulofs. De heer Visscher: Dan zijn jullie dus blijkbaar voor, dat verrast mij heel erg, moet ik eerlijk zeggen. We hebben daar een inspreker over gehad vorige week en die inspreker had het steeds maar over een ontmoetingsplek. Heeft wel tien keer het woord ontmoetingsplek genoemd, maar die ontmoetingsplek die is er al. Dus waarin zit nou de toegevoegde waarde van die wat ze allemaal willen voor het ontmoeten van mensen, terwijl we ook een Hulsbeek op een steenworp afstand hebben liggen? Wij begrijpen het nog niet. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel. We hebben vorig jaar al ook al zelfde gesprek met elkaar gehad als het gaat over de locatie. Wij zijn nog steeds van mening dat het groen wat daar op die locatie aanwezig is, en dat hebben we ook, en dan ga ik toch weer even terug in de tijd dat we ons onderzoek hebben uitgevoerd voor Kijk op de Wijk. De inwoners hebben aangegeven dat zij dat stuk groen wat daar ligt, dat zij daar graag een ontmoetingsplek van willen maken. Zoals het nu ligt, is er alleen maar een grasveld.

En wat de toegevoegde waarde zou zijn, is dat daar een wandelpad in wordt aangelegd, natuurlijk spelen, dat dat wordt gerealiseerd en dat hoeft niet zoveel geld kosten als wat de initiatiefnemer nu daarin heeft voorgesteld, maar het is meer dan wat er nu gerealiseerd wordt en wat u aangeeft, steenworpafstand naar Hulsbeek, er zijn veel inwoners het niet met u eens. De voorzitter: Heel kort nog een keer de heer Visscher en dan ga ik echt verder. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Wij hebben blijkbaar andere inwoners gesproken, want wij hebben ook onderzoek gedaan en op die locatie. Er wordt wel algemeen gezegd van wat meer wandelpaden daar, dat zouden we eigenlijk wel heel leuk vinden, heel fijn vinden om de hond uit te laten, dat soort dingen. Maar er is niemand die dan zegt, al die sportfaciliteiten daar moeten komen, want iedereen zegt, daar hebben we Hulsbeek voor, dat hoeven we niet daar te doen. Maar goed, ik begrijp dus, het voorstel is eigenlijk dat zegt van een wandelpad en dan is dit verhaal klaar of begrijp ik dat nog verkeerd? De voorzitter: Nog een keer heel kort, mevrouw Oude Engberink en dan ga ik echt naar de heer Lulofs en ik had ook mevrouw Berger staan. Mevrouw Oude Engberink.

-27-

Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: U vertaalt mijn woorden wel heel simplistisch naar alleen maar wandelpad, dat is niet wat ik gezegd heb en ik heb ook zeker niet gezegd dat ik daar allerlei sportartikelen en sportontwikkeling met sportvelden en dergelijke en wat best wat daar allemaal voor in het plan staat gerealiseerd wil zijn, maar meer dan het grasveld wat er nu troosteloos bij ligt. De voorzitter: Goed. Nou ga ik naar de heer Lulofs. Mijnheer Lulofs. De heer Lulofs: Voorzitter, dank u wel. Mevrouw Oude Engberink die vraagt aan de andere fracties van wat wij hiervan vinden. Wij steunen u daarin. Wij vinden dit een goede eerste stap. En als u problemen heeft met uw buurvrouw om dat uit moeten leggen, wij bieden ons graag aan om te helpen. En dan zullen we niet zo helemaal platslaan dat we zeggen, dat zijn ongeveer vijf bureaustoelen. Maar het gaat om structureel geld, dus ik weet ook dat dat zeg maar anders gefinancierd zou moeten worden. Ik zou willen zeggen tegen de mensen hier aanwezig, ga er eens langs, ga kijken en eigenlijk, we hebben het heel vaak over rotte plekken in de binnenstad, maar dit is geen goede plek in de wijk en daar moet wat gebeuren. En wees blij met een groep mensen die ontzettend willen participeren, daar heb je iets extra steun voor nodig, dat is het ons wel waard.

En wij gaan wel meekijken hoe we dit op een goede manier zouden kunnen gaan financieren. De voorzitter: Mooi. Dan ga ik naar mevrouw Berger. Mevrouw Berger: Dank u wel. Ik heb het even aangehoord. Ik had beide partijen wat vinden, maar dan vind ik dan toch heel jammer dat er geen voorstel ligt van de WG, want toch had ik een beetje het idee dat de WG de kartrekker was van Vondelpark2.0 en hoe leg ik het aan mijn buurvrouw uit? Ik zou dus heel moeilijk aan mijn buurvrouw uit te vinden leggen dat u hier dan staat, akkoord gaat met niet honoreren van het Vondelpark 2.0, maar ook dan niet probeert om een andere optie voor elkaar te krijgen. Wat is daar dan, want u bent het allebei met elkaar eens. Waar is dat voorstel dan? De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Volgens mij heb ik zojuist dat wel uitgelegd waarom dat wij niet met een voorstel van een motie of amendement komt, dus wellicht dat u dan net niet goed heeft geluisterd. Verder ben ik heel erg benieuwd naar hoe uw reactie dat is over dat wij enorm fors moeten bezuinigen.

En daar zit ook onze worsteling, op moment dat in de kadernota staat dat wij nieuw beleid gaan inzetten voor het realiseren van fase één van de Vondelpark en dat kost 100.000 euro en er moet vervolgens andere preventieve volgende voorzieningen of verenigingen teleurstellen omdat wij daarin nu nog geen voorstel doen voor het tegemoet komen, dan kan ik dat niet uitleggen. En dat is de reden waarom dat wij nu niet met een extra voorstel komen om te corrigeren op de kadernota. Dat is de beredenatie. De voorzitter: Oké, gaat u verder met uw betoog. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Wij staan volledig achter het voorstel om Ganzenmarkt 11 te kiezen als locatie voor het Sociaal Plein. Hiervoor zijn de nodige voor- en tegenargumenten te noemen die een aantal daarvan zijn net al voorbijgekomen. Het meest zwaarwegende argument vinden wij die van onze inwoners. Zij hebben behoefte aan een zowel letterlijk als gelijk zo laag mogelijke drempel op een onafhankelijke locatie. Wij zijn van mening dat Ganzenmarkt 11, onze ouwe bieb, daaraan beter voldoet dan het stadhuis. Bovendien benadrukken wij dat locatie Ganzenmarkt 11 als huis van het Sociaal Plein niet een doel op zich moet zijn, de locatie gaat zichzelf versterken doordat partners, inclusief onze eigen organisatie en meer, beter, intensiever en

-28-

op gelijkwaardige voet met elkaar gaan samenwerken. De kans doet zich voor om op deze locatie om nu in te zetten. Wij willen die kans graag benutten. Daarna stemmen we in met het opnemen van de kosten voor een grootschalige vernieuwbouw van het stadhuis, zonder de optie van het Sociaal Plein. Hierbij merken we expliciet op dat wij hiermee niet instemmen met het uitvoeren van een vernieuwbouw, maar slechts met het opnemen van de financiële reservering om mogelijke vernieuwbouw te faciliteren. Wij realiseren ons dat het hier een enorme investering betreft. Wij vinden deze gerechtvaardigd omdat het niet alleen een investering in een pand betreft, maar ook in het personeel, in een goede werkomgeving, voor de ambtenaren een omgeving waar goede en digitale dienstverlening geboden kan worden aan onze inwoners, maar ook aantrekkelijk werkgeverschap. Daarnaast biedt het afstoten van een deel van het stadhuis niet alleen de mogelijkheid voor het realiseren van meerdere wooneenheden in de binnenstad, het biedt ons ook extra financiële middelen bij verkoop. U heeft ons al meegenomen in de visie en mogelijkheden door middel van rondleidingen, bijpraatsessies en presentaties. We weten dat een belangrijk deel van de investeringen sowieso noodzakelijk zijn en gemaakt moeten worden. Helaas zijn onze inwoners hier nog niet in meegenomen. Wij ervaren dat hier veel vragen over zijn.

Daarom de vraag aan de portefeuillehouder hoe u de mogelijke investering in het stadhuis communicatief gaat uitleggen in de richting van onze inwoners? Over besluit inzake de voorgenomen bezuinigingsvoorstellen en de prioriteringsvolgorde uit het document voorgenomen keuzes, indien het Rijk tekortschiet, merken wij het volgende op. Wij volgen de lijn van het college dat als het Rijk over de brug komt met financiële middelen deze voor vijftig procent worden ingezet om de OZB minder te verhogen en voor vijftig procent van het bedrag een aantal voorgenomen keuzes niet door te voeren. Er is zorgvuldig nagedacht over de volgorde van bezuinigingen, van ambities en middelen in balans en er valt genoeg te bediscussiëren over de volgorde en dat willen we nu juist niet doen. Ons standpunt is dat we het voeren van de discussie over de prioriteitenlijst en het altijd niet weglaten van onderwerpen in de lijst thuishoort bij het behandelen van de programmabegroting aankomende november. Nu zijn er nog te veel financiële onzekerheden. Het is nog onduidelijk welke consequenties de uitwerking van het hoofdlijnenakkoord van het nieuwe kabinet heeft op de gemeentelijke begroting. Pas als die helder zijn, kunnen wij een besluit nemen. De voorzitter: Ik heb een interruptie, mevrouw Oude Engberink. De heer van de Waal zag ik als eerste. Mijnheer Van der Waal.

De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. We hebben het vandaag over de kadernota waarin we aangeven wat we ongeveer willen. Nu zegt u wat we ongeveer willen aan bezuinigen, gaan we bij de begrotingsbehandeling behandelen. Ik begrijp die combinatie niet en ik begrijp ook niet waarom u daardoor nu niet een voorschot wil doen op het vaststellen van een bezuinigingsvolgorde, want de lijst als lijst, ben ik heel enthousiast over. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: In de kadernota geven we kaders mee waar het college volgens mij aan de slag kan gaan om de programmabegroting op te maken. Er zijn op dit moment nog veel financiële onzekerheden. We hebben de eerste signalen van de meicirculaire al ontvangen maar we hebben nog geen doorberekening gezien van het hoofdlijnenakkoord. Op moment dat we het moeten doen met de informatie die we nu hebben gaan, stemmen wij in met de lijst ambities en middelen in balans zoals ze nu voorligt, zoals het college ons heeft voorgesteld, omdat er geen financiële ruimte is om structureel deze partijen tegemoet te komen. Wij verwachten dat er nog een doorberekening gaat komen, maar die is op dit moment nog omhuld met mist en daarom stemmen wij nu in met de lijst zoals nu voorligt en komen we niet met andere voorstellen. -29-

De voorzitter: Dan zag ik volgens mij de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Ik heb één opmerkingen en één vraag. De kadernota is een vrij lijvig document en ook de bezuinigingen die worden voorgesteld is een hele waslijst. Moet me toch van het hart. U zit met negen man in deze raad, dat u met alles wat het college voorstelt, dat jullie overal mee instemmen, dat er niet één ding is dat jullie uitpikken, dat de WG zegt, dat moeten we op een andere manier invullen. Dus ik ben toch wel benieuwd hoe dat terrein valt met de grote van uw fractie en het feit dat u overal mee instemt. Dat is één en mijn tweede vraag is, u zegt net, het is goed dat we straks als het ravijnjaren, meervoud, dat dan vijftig procent van de OZB terugvloeit of de verhoging wordt minder doorgevoerd, maar ziet u de OZB verhoging echt als een lastenverzwaring voor de inwoners, want je zou ook kunnen beargumenteren, doordat we de OZB verhogen, kan de gemeente daar weer hun voorzieningenniveau op peil brengen, waardoor de kosten achteraf voor de inwoner lager liggen? De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: De allereerste reactie op de enorme waslijst van bezuinigingen en het document Ambities & Middelen in balans, ja, die hebben wij inderdaad minutieus met elkaar doorgenomen.

Onze visie op de raad en ons onze taakuitvoering is dat wij sturen op hoofdlijnen en daarin het college corrigeren, en ik zie dat de buurvrouw daarin nee schudt, maar ik kijk u daar nu weer beantwoording bij aan, dus dat is zoals wij daar nu naar kijken en dit is onze bijdrage daarop. Wij gaan niet in op de afzonderlijke kosten, omdat wij vinden dat we anders die organisaties mogelijk, ik noem het maar even heel plat, blij maken met een dooie mus, volgens staan wij voor een betrouwbare overheid en moeten wij daar ons college ook wel de opdracht aan geven dat we op basis van de financiële situatie die wij hier hebben, dat we daar op een goede lijn meegeven. De voorzitter: Nou dat was een mooi signaal, begreep ik. Ik zie de heer Snijders nog. De heer Snijders of tweede vraag. Nog een tweede vraag van de heer Bouwman. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Over hoe wij aankijken tegen de OZB. Het is een post wat de gemeente kan inzetten om de begroting sluitend te maken. Dus enerzijds zien we dat daadwerkelijk als een lastenverzwaring voor onze inwoners, maar uiteindelijk komen die middelen wel ten goede om bepaalde voorzieningen die wij hier in de stad hebben, om die ook te kunnen realiseren. Dus ik denk dat het voor beide argumenten wel wat te vinden is en zo kijken we dan ook naar. De voorzitter: Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Dank u wel, voorzitter.

Ik ben even getriggerd, mijn bedoel gaat met name over lijst, omdat de lijst is weliswaar voor later, maar er staan dingen in die nu al impact hebben. Organisaties die staan al te kijken, hoe gaan we dingen die we doen of we krijgen geen geld meer. Maar misschien gaan de mensen allemaal lopen. Dan gooi je al iets kapot eigenlijk, dus daar moet je eigenlijk nu al wat van zeggen. Je bent misschien in de late stadium te laat. Maar er zijn eerder ook toezeggingen gedaan, waardoor organisaties bepaalde dingen opbouwen, mensen aannemen en noem maar op. En met een lijst publiceren en de manier waarop die gepubliceerd wordt, dat vind ik, dan ben je geen betrouwbare overheid mee. Je hebt eerst gezegd van dit is goed, dit doen we zoveel jaar en ze gaan er eigenlijk vanuit en in één keer krijgen ze via een email of een brief of zo krijgen ze te horen, het gaat toch niet door. Dat is juist niet betrouwbaar overheid, betrouwbare overheid is gewoon zeggen wat je doet. En daarom vind ik die lijst ook, je zou die lijstje misschien ook al nu aangebracht om die begroting, omdat hij over vier meerdere jaren gaat, kloppend te krijgen, dan vind ik, dan moet je hem ook in de vroegst stadium bediscussiëren. Ik vind het dan eigenlijk dat je wacht tot de begroting niet -30-

helemaal is en dan pas gaat praten, dan zijn die organisaties alweer maanden verder en aan het zoeken hoe ze het op gaan lossen. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dan kom ik even terug bij het gesprek wat we al eerder vandaag hier in deze raad hebben gevoerd of wat een geschikt tijdstip is om met die organisatie in gesprek te gaan. Wij zijn van mening dat het college op de juiste manier gehandeld heeft en alle organisaties hierover heeft geïnformeerd en nu de tijd pakt om ook daadwerkelijk met die organisatie in gesprek te gaan. We hebben nog anderhalf jaar en wij vinden dat dat ruim genoeg is en ik kan bijna mezelf niet aan het idee onttrekken dat er op sommige punten zelfs wel een hele mooie andere oplossing gevonden kan worden, zoals we ook een dossier van De Höfte hebben gezien, dat wellicht in één keer creatieve oplossingen komen wat de verenigingen niet raakt of minder raakt, maar ook de gemeente niet of minder raakt en daarin zien wij dat college daar nu wel stappen in gaat zetten en door die gesprekken te voeren. De voorzitter: De heer Snijders nog één keer. En dan ga ik naar de heer Visscher. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Geschiktheid ‘...’ niks gezegd. Eigenlijk verwacht ik van het college dat bij alle subsidies die we uitkeren, dat ze periodiek even kijken of dat wel effect heeft.

En niet alleen als er een bezuiniging aankomt, dat je in een soort van paniekreactie gaat kijken, daar moeten we allemaal streven. Dat je dan in gesprek komt en in één keer achter komt dat 25.000 kunt besparen. Dat zou mij eigenlijk een beetje verbazen en ook teleurstellen. Zo zou je geen bedrijfsvoering moeten noemen. De voorzitter: Goed. Ik ga naar de heer Visscher. De heer Visscher: Ik wil eigenlijk reageren op de heer Snijders, want ik vind het namelijk een hele rare stelling dat hierdoor wij geen betrouwbare overheid meer zijn. Dat betekent dus dat wij nooit kunnen bezuinigen, want we hebben altijd ooit een toezegging aan iemand gedaan. Ik vind dat echt een hele rare stelling. Misschien dat jullie nog een beetje uit kan leggen? De voorzitter: Heel kort, mijnheer Snijders. De heer Snijders: Gaat dat van mijn spreektijd straks af of niet? De voorzitter: Vind ik wel verleidelijk, maar nee, ga ik niet doen natuurlijk. Ga uw gang, heel kort. De heer Snijders: Kijk, ik denk dat organisaties, dat heb ik gehoord bij bijvoorbeeld Impuls, dat ze best begrip hebben voor als het minder is, dat je moet bezuinigen. Het gaat ook over de manier waarop het binnenkomt. Eigenlijk geheel onverwacht en niet gewoon een gesprek aangaan. En dat maakt dat je onbetrouwbaar bent, denk ik, tenminste zo zou ik reageren. De voorzitter: De heer Visscher, nog één.

De heer Visscher: Ik denk toch heel eerlijk, als dit onverwacht binnenkomt bij organisaties, dan hebben ze echt onder de marktsteen gelegen de afgelopen jaren, want we hebben al zo vaak gesproken over het ravijnjaar, dat zou ik heel naïef vinden als iemand dit heel verrassend zou zijn dat dit aankomt.

-31-

De voorzitter: Goed, volgens mij kan ... U wilt daar nog op reageren? En dan heel ... Ik probeer een beetje tempo te houden. Volgens mij lukt dat tot nu toe nog aardig. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Ik heb een vrij korte beschouwing. Dat de ravijnjaar zullen ze waarschijnlijk wel weten. Maar wat de effecten daarvoor zijn en de keuzes die gemaakt zijn, die weten ze niet. En dat is denk ik begrijpelijk. De voorzitter: Goed, dan gaat mevrouw Oude Engberink nu door met haar betoog. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Kijk of laatste stukken nog in een minuut te redden is. Ook vinden wij het niet gepast om de lijst nu te bediscussiëren, omdat wij vinden dat er dan valse verwachtingen worden geschapen. Welk signaal geven wij af als wij nu pleiten voor het verwijderen van onderwerpen in de lijst van bezuinigingen, als in de loop van dit jaar blijkt dat verdere bezuinigingen van het Rijk het nodig maken in de toekomst nog meer te bezuinigen? Wij hebben goed geluisterd naar de insprekers tijdens het politiek forum van vorige week. Wij delen hun zorgen en die snappen wij ook. Ook beseffen we ons dat bij de organisatie deze zomer in onzekerheid laten, maar wij vinden dat wij op het juiste moment een besluit moeten nemen. En dat is niet nu, maar het is tijdens het bespreken van het programmabegroting.

Op basis van de gevolgen van de meicirculaire en uitwerken van het hoofdlijnenakkoord komen wij in november bij de programmabegroting terug op dit bezuinigingspakket. Wij verwachten de financiële duidelijkheid van het Rijk eerst af om vervolgens een goede afweging te maken voor onze inwoners over het pakket. Maar het mag duidelijk zijn dat ze gauw de zekerheid hebben over de verwerking van de meicirculaire en de reactie van het Rijk bij de mogelijke extra financiële ruimte absoluut gaan gebruiken voor het ongedaan maken van een aantal voorgestelde bezuinigingen. Afhankelijk van de ruimte die er dan is zullen we samen moeten kijken waar we die financiën dan gaan inzetten. Voorzitter, met onze bijdrage heeft WG Oldenzaal stilgestaan bij het zuur en het zoet dat Oldenzaal te wachten staat. De maatregelen vanuit het Rijk verplichten ons om financieel moeilijke keuzes te maken en toch lukt het ons om te blijven investeren onze stad, haar inwoners en de voorzieningen. We wensen ons allen toe dat het Rijk tot inkeer komt en ons met middelen tegemoetkomt, waardoor de voorgestelde bezuinigingen niet doorgevoerd hoeven te worden. En dat we daarna nog meer dan nu kunnen uitspreken, Oldenzaal is de leukste gemeente van Nederland. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag nog een aantal raadsleden die nog met u in gesprek willen. Allereerst de heer Kramer.

De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw haar inbreng stelt zichzelf de retorische vraag van welk signaal geven wij af naar onze partners op het moment dat wij nu op detailniveau dat over zich gaan bediscussiëren? Welk signaal geven we dan af dat we er voor hen zullen zijn, op moment dat we onverhoopt toch moeten bezuinigen? Dat is het signaal wat we dan afgeven. In het licht van die interpretatie, waar is die dode mus dan? De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Ik denk dat u daar nog een andere vraag aan toe moet voegen, wie moet daarover het gesprek voeren. Moeten wij dat als raad doen of moeten wij dat overlaten aan de college die daar vervolgens ons een voorstel in moet doen in de programmabegroting?

-32-

De voorzitter: Ja, gaat uw gang. De heer Kramer: Het beste advies dat ik kan geven, is om mee te gaan met het voorstel van de Partij van de Arbeid, waarin we het college ook die opdracht geven om die gesprekken aan te knopen en om samen te gaan kijken naar duurzamere bedrijfsvoering. Dus dat is even ons roodgekleurde advies. De voorzitter: Ik kijk nog even ... Ja, u mag daar uiteraard nog op reageren en kijk nog even tegelijkertijd welke raadsleden nog meer willen reageren. Maar ga uw gang. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: En dat is inderdaad precies zoals wij zojuist ook aangaven, dat is wat het college al gaat doen. Zij gaan al in gesprek met die organisaties. De voorzitter: Ik dacht dat ik de heer Bouwman zag. Mijnheer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. U geeft net aan, moeten we die uitwerking niet aan het college laten, maar wij als raad, we hebben budgetrecht, dus wij gaan over het verdelen van de gelden, dus wij moeten daar een goede gedegen afweging over maken, dat is één en ten tweede, uit uw voorstel blijkt dus dat u akkoord gaat met alle bezuinigingsvoorstellen die in de lijst staan. Ik zou toch één punt uit willen halen, ik kan wel alle zes opnoemen, maar dan zijn we over een kwartier nog bezig, Twents Zilver, is een project van kaliber sinds 2018, is enorm in geïnvesteerd sinds 2018.

Dat is een van de pijlers zoals het ook in het Masterplan Sociaal Domein staat, om in te zetten op preventie, dus een lichtend voorbeeld hoe we hier in Oldenzaal dit uitwerken. Het programma is duurder zelf dan de 50.000 euro subsidie die de gemeente krijgt. En wij hebben afgelopen vrijdag een goed gesprek gehad bij ... De voorzitter: Maar dit had ook in uw eigen betoog mee kunnen nemen. Ik ben even benieuwd waar nou precies de vraag is richting de WG, dus ga uw gang. De heer Bouwman: Moet het goed inleiden, want anders ... De voorzitter: Dat hoeft niet altijd. Ik denk dat mevrouw Oude Engberink echt wel begrijpt wat u wilt, dus ga uw gang. De heer Bouwman: Als we deze subsidie stopzetten, dan kunnen we het hele programma stopzetten met alle gevolgen van dien. Dus in onze ogen snijden pijlers onder het Masterplan Sociaal Domein weg. Dus ik ben echt benieuwd hoe u daar tegenaan kijkt. De voorzitter: Kijk, het kan. Mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Maar volgens mij heeft u dan niet goed naar mijn betoog geluisterd, want wij geven juist aan dat wij dat niet nu willen bediscussiëren, omdat we de organisaties daar zeker niet in willen teleurstellen als onbetrouwbare overheid als wij straks alsnog punten weg moeten halen uit de lijst.

Wij houden nu vast aan de lijst en we houden ons het recht voor om dat tijdens programmabegroting op terug te komen, omdat we het college nu de ruimte willen geven om met de organisatie het gesprek aan te gaan. En ja, we hebben goed geluisterd, ook naar de insprekers. En ja, we hebben ook gehoord dat Twents zilver, dat de mevrouw die hier stond, op moment dat die post wordt wegbezuinigd, het onherstelbaar, onherroepelijk teniet gedaan wordt, de opgebouwde netwerk en dergelijke. Maar daar gaan we nu nog geen voorstel doen omdat we nog

-33-

niet weten welke financiële kaders, nou wel financiële kaders, maar welke financiën daarvoor beschikbaar zijn om die van de lijst af te halen. De voorzitter: Goed, ik kijk even rond. Verder niet? Dank u wel, mevrouw Oude Engberink. En dan ga ik door en dan kom ik bij D66. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik krijg net het vermoeden dat de bokaal die ik heb gekregen, ik noem het een bokaal, dat dat wellicht een wisselbokaal gaat zijn. Ik hoop het niet, want ik ben er rot trots op. Voorzitter, we bespreken vandaag de kadernota voor het jaar 2025, waarin we kijken hoe in 2025 van Oldenzaal de leukste stad van Nederland een nog leukere stad gaan maken. We hebben het over doelen die we willen halen met bijbehorende financiële uitgaven. Dat laatste is een groter probleem dan in eerdere jaren, omdat in het jaar 2026 en de jaren daarna verwacht moet worden dat we minder geld krijgen van het Rijk om onze gemeente draaiende te houden en dat betekent dat we met minder geld toe moeten en dus nog meer dan eerdere jaren keuzen moeten maken. Keuzes die onplezierig zijn en soms pijn kunnen doen. Oldenzaal gaat tot 2030 honderd woningen per jaar erbij bouwen. Dat is net zoveel als in de jaren 2004 tot heden, althans, voor zover ik het na kunnen gaan, voor 2004 heb ik geen getallen nog gevonden, onvoldoende gezocht.

We hebben een beperkt oppervlak en moeten dus zuinig met de ruimte omgaan, zelfs als we wat weilanden van de buurgemeenten zouden kunnen krijgen. Woningprijzen gaan nog steeds omhoog, dat zou toch moeten leiden tot aandacht naar goedkoper bouwen en kleinere grondoppervlakten per woning. Niet alleen mensen met veel geld moeten wonen, ook de minder vermogenden moeten ordentelijk en voor hen betaalbaar wonen. Op waarstaatjegemeente.nl, een site die op een van de geloof politieke avonden aan ons werd aangewezen, vinden we dat de hittestress voor ouderen in de wijk De Thij vergelijkbaar is met die van Glinde Hooiland en dat is toch een anders wijk. Kan het college aangeven hoe bij mogelijke veranderingen in de wijk De Thij, af en toe wordt er wat verbouwd, rekening wordt gehouden met de vermindering van deze hittestress. Om het klimaat binnen de perken te houden, dus de natuur en daardoor de mens te behouden, is in het akkoord van Parijs afgesproken dat de productie van CO2 fors omlaag wordt gebracht. Dit kan door minder energie te gebruiken, door te isoleren en energie efficiënter te gebruiken. Er is afgesproken dat voor elke wijk een WUP wordt gemaakt, een wijkuitvoeringsplan. Voor De Thij is een stichting bezig met de verduurzaming van die wijk. Hulde aan die stichting.

Kan het college aangeven hoe succesvol deze stichting is en hoeveel energie in De Thij minder wordt gebruikt ten opzichte van enkele jaren geleden, en dan mag u zelf het jaar als referentiejaar kiezen. Hoe ver is de stichting of de gemeente op weg de wijk minder van aardgas afhankelijk te maken? Heeft het college plannen voor wijkuitvoeringsplannen in andere wijken? Zo ja, wanneer kunnen we hier de plannen van zien? En zo nee, wat zijn de plannen van het college om in de wijken minder energie te gebruiken dan wel te laten gebruiken? Heeft het college plannen om naast bestaande maatregelen als subsidies, die beschikbaar zijn de isolatie van woningen verder te stimuleren en mogelijk te vergemakkelijken? Voorzitter, de leukste gemeente van Nederland behandelt niet alle inwoners gelijk. Zo heeft de rechter elders in Nederland geoordeeld dat afstammelingen van woonwagenbewoners eenzelfde recht hebben op een woonwagenstandplaats zoals andere inwoners recht hebben op een, al dan niet sociale, woning. Als de uitspraak van deze rechter ook op Oldenzaal betrekking heeft, dan handelt de gemeente in strijd met het discriminatieverbod. In andere woorden, dan discrimineert de gemeente. Dat willen wij toch niet in de leukste gemeente van Nederland. Daarnaast zijn vluchtelingen van verre minder welkom dan vluchtelingen van dichtbij.

Voor Oekraïense vluchtelingen wordt ruim plaats gecreëerd, voor asielzoekers en statushouders die nu landelijk te weinig plaats hebben, wordt ook hier geen plaats gecreëerd. Hiermee verzaakt Oldenzaal in onze ogen de collegiale noaberplicht naar andere gemeenten in Nederland. We hebben een grondwettelijke taken en een ethische taak mensen op het Nederlandse grondgebied fatsoenlijk onderdak te bieden. En Oldenzaal zou in onze ogen -34-

daarbij behulpzaam moeten zijn. Voorzitter, inwoners van Oldenzaal zouden steeds voldoende en tijdig moeten zijn betrokken bij veranderingen in hun omgeving. In de kadernota wordt gesuggereerd om twee derde extra personeel aan te nemen om de participatie uit te voeren. Dit verbaast ons erg. Het zou immers een vaste gewoonte moeten zijn betrokken inwoners mee te laten denken. Liever zien we budget voor opleiding en training, voor actieve participatie, door dit personeel dat extra personeel om dit afzonderlijk als een baan te doen. Het college stelt voor het Sociaal Plein te verplaatsen naar Ganzenmarkt 11. We zijn het met het college eens dat het Sociaal Plein moet worden aangepast en dat er meer partners in dezelfde ruimte nuttig zijn. Maar het belang van het Sociaal Plein en het geld dat daarbij betrokken is, zijn beiden te groot om dit niet uitgebreid in de raad te beoordelen of alvorens een besluit te nemen. We stellen dan daarvoor wel een bedrag voor verandering in de kadernota op te nemen, het bedrag wat er staat, maar de uitwerking nog aan de orde van de raad te laten komen. Voorzitter, in de leukste gemeente van Nederland hebben veel mensen het gelukkig heel erg goed en dat zijn hun van harte gegund. We moeten ons daarnaast realiseren dat er ook bewoners hun eten noodzakelijkerwijs bij de voedselbank moeten halen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14530061/2