04 Notulen van de raadsvergadering van gemeente Oldenzaal van 24 februari 2025
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN GEMEENTE OLDENZAAL d.d. 24 februari 2025
1.
Opening De voorzitter: Goed, het is half acht. Ik wil deze vergadering openen. Geopend. Ik heb geen bericht van verhindering, dus dat ziet u ook. Ik zie hier 23 gemeenteraadsleden van Oldenzaal zitten, dus dat is heel mooi. Ik zie ook een mooi gevulde publieke tribune, dat is ook goed om te zien. De politiek in Oldenzaal, dat concludeer ik dan maar even, leeft. Ik hoop ook dat u allemaal tot aan het eind, ik ga ervan uit dat het zo rond elf uur, half twaalf wordt, blijft zitten. Het is niet toegestaan om tussentijds deze zaal te verlaten, dan weet u dat ook meteen. Tada, tada. Ja. Nee, dat zit helemaal goed. Maar mooi dat u er bent. Wordt zeer op prijs gesteld en het wordt gezien. Ik zie ook twee leden van de jeugdraad op de tribune zitten waarbij ik, even heel goed kijken, ik ook een heel jong lid van de jeugdraad zie. Nou en daar, jij bent zeker geëxcuseerd mocht je wat eerder dan de eindtijd onze zaal verlaten, dan denk ik dat we dat allemaal snappen. Maar heel goed dat jullie met zijn tweeën hier vanavond in ons midden zijn. Top. Ook de mensen thuis die dit via de livestream volgen, ook allemaal van harte welkom.
2.
Vaststellen agenda De voorzitter: Voor de mensen die dit vaker volgen weten dat ik nu de volgende opmerking ga maken en dat is namelijk dat ik rond ga kijken of de agenda die voor u ligt, inclusief twee moties vreemd, op uw instemming kunnen rekenen. Ik kijk even rond. Ik zie dat dat allemaal het geval is. Dan is bij deze ook de agenda zoals die voorligt vastgesteld.
3.
Vragenuur De voorzitter: Dat betekent dat ik bij agendapunt 3 kan komen. Daar staan twee onderwerpen bij het vragenuur opgelijnd en we beginnen met de vragen van de WG over het Scholencarnaval. Ik zie mevrouw Oude Engberink aanstalten maken om naar het spreekgestoelte te komen. En dan zo gauw ze geïnstalleerd is krijgt ze van mij het woord. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Beste collega 's, bij het woordje Schoolcarnaval schieten mij de mooiste feesten in herinnering. Herinneringen waar ik blij van word. Vorige week las ik een artikel over Schoolcarnaval waar ik niet blij van werd. Sterker nog, ik werd er wat verdrietig van. Vanaf 2 februari 2024 staat de carnavalscultuur op de lijst van immaterieel erfgoed. Dat is officieel erkend door het Kenniscentrum Immaterieel Erfgoed Nederland. Daarvoor hebben op 11 november jongstleden de vijf grootste carnavalsverenigingen uit Noordoost-Twente hun handtekening gezet onder het bijbehorende convenant. Dit betekent dat carnaval niet zomaar een feestje is, maar veel meer dan dat. Het motto van onze Stadsprins Julius is ‘mooi da’j d’r bint, carnaval verbindt!’. Dat motto onderschrijft de fractie van WG Oldenzaal volledig. Carnaval is meer dan het vieren van een feestje, veel meer. Waar de wereld ons uit elkaar speelt, verbindt carnaval mensen. Jong of oud, arm of rijk, met carnaval ben je allemaal rijk.
Aanstaande woensdag ontvangt onze burgemeester samen met Stadsprins Julius en Sik Tom alle jeugdhoogheden van de Oldenzaalse basisscholen in het stadhuis. In het persbericht van de gemeente lezen wij, onder het motto jong geleerd oud gedaan kiezen basisscholen hun eigen hoogheden. De gemeente Oldenzaal onderschrijft met deze traditie, die we al sinds 2004 kennen, het belang van de positie van carnaval in onze stad. Sterker nog, de gemeente heeft zelfs een subsidie beschikbaar gesteld van 2500 euro voor een carnavalsfeest voor scholieren. Ook onze
jeugdraad zet zich al jaren in voor een mooi feest. Er zijn al niet zoveel uitgaansmogelijkheden voor de jeugd dus zet onze jeugdraad zich dolgraag in voor een mooi carnavalsfeest voor jongeren. Een aantal jaren geleden was ook het Twents Carmel College een belangrijke partner. Helaas moeten we constateren dat dat niet meer het geval is. Op dit moment zijn er voor het Schoolcarnaval nog geen tweehonderd kaartjes verkocht en er wordt zelfs al gekeken naar een andere plek. Daar waar we op de basisscholen juist het carnaval promoten, zien we in het voortgezet onderwijs een hele andere kijk op carnaval. Daarmee lijkt Schoolcarnaval geen feestje. De fractie van WG Oldenzaal heeft hierover de volgende vragen aan het college.
Eén, is het college het met ons eens dat carnaval wel degelijk meer is dan een feestje? Twee, is het college het met ons eens dat er voor de jeugd onder 18 weinig uitgaansmogelijkheden zijn? Drie, is het college het met ons eens dat juist carnaval bij uitstek de kans biedt voor een mooi feest voor de jeugd? Vier, het college heeft 2500 euro subsidie verleend voor het organiseren van een Scholencarnaval, heeft het college hierover gesprekken gevoerd met de Blaanke Boeskeulkes en het Twents Carmel College? De laatste vraag vijf, is het college bereid om beide partijen uit te nodigen voor een gesprek om samen te zoeken naar een manier om van het Schoolcarnaval volgend jaar een spetterend feest te maken? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar het college en wethouder Rödel zal namens het college antwoorden. Mevrouw Rödel: Beste Boeskoolmennekes en Boeskoolwiefkes, mooi da’j d’r bint want carnaval verbindt! Dus daar wou ik maar mee beginnen, al ben ik niet Stadsprins Julius. Misschien ooit nog wel een keer een Stadsprinses, niet voor mij, maar het zou kunnen, het zou kunnen. Maar goed, we gaan even in op de vragen van de WG. Eigenlijk ben ik best wel blij met deze vragen, want het heeft mij ook beziggehouden. De BB ook, de organisatoren van dit feest, daar heb ik regelmatig contact mee gehad deze week. De eerste vraag, daar ga ik maar eens op in.
Nou, carnaval is wel degelijk meer dan het feestje en ik kan het niet mooier brengen dan dat u het net heeft gedaan. Dus u heeft alle redenen opgenoemd waarvan wij kunnen aannemen, ja, carnaval is meer dan een feestje. En om daarbij maar te stellen van, het moet geen feestje zijn tot en met 12 jaar en dan vanaf 18 weer, en in de tussentijd mag je eigenlijk niet meedoen. Maar het is ook mooi dat er in de tussentijd wat wordt georganiseerd voor deze leeftijdsgroep waar eigenlijk weinig voor is. Nou ja, dan kom ik meteen op de tweede vraag. Ja, daar is weinig voor. Maar ik moet ook zeggen, als er wat wordt georganiseerd, zien wij ook weinig opkomst. Als je kijkt naar wat de jeugdraad afgelopen zomer heeft gedaan, die heeft de nek uitgestoken en een feest gehouden samen met een horecaman uit Oldenzaal, en daar was ook een beperkte opkomst. Jullie hebben het nu over tweehonderd kaartjes, maar ik mag wel melden dat de Kelder inmiddels vol is. De locatie is de Kelder geworden. Ze hebben het vanwege te weinig aantal verkochte kaartjes verplaatst naar de Kelder en daarmee is het nu wel vol. Dus ze hebben nog extra aanmeldingen gekregen dus dat is mooi. Juist carnaval bij uitstek de kans biedt voor een mooi feest. Ja, nou ja, ik noemde net de lijfspreuk van Stadsprins Julius al, carnaval verbindt. En de jeugd wil een plek om samen te komen en samen te zijn, net als anderen.
Dus ja, wij vinden dat dit daar bij uitstek een feestje voor is. En ja, mochten er in het verleden incidenten zijn geweest moet je dan op basis van die hele kleine percentage, want ik heb het nagevraagd, moet je dan op basis daarvan zeggen, wij doen dit niet voor de rest van alle jongeren, voor kinderen en jongeren? Nou, nee, daar zijn wij het niet mee eens. Dus daar steunen wij dit ook met een subsidie en dragen wij bij, want het kost hen alleen maar energie en geld, de organisatoren. Het levert hen niks op, zij organiseren dit met hart voor carnaval en met hart voor de jongeren. En hebben wij gesprekken gevoerd hierover met de Blaanke Boeskeulkes en het Twents Carmel. Twents Carmel is geen partner voor mij in deze. Het is geen feestje van het Twents Carmel. Ik heb gesprekken daarover met de Blaanke Boeskeulkes. Ik ga op vraag vijf ook ontkennen dat ik het initiatief ga nemen om dat gesprek op te zoeken, want ik vind dat in eerste instantie laat ik dat bij de organisatoren. En natuurlijk wil ik aanschuiven als dat nodig is voor een gesprek als die vraag komt, geen enkel probleem, maar ik ga het initiatief zelf niet nemen. Dus bij deze een antwoord op uw vragen.
De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even naar mevrouw Oude Engberink. Dat mag u vanaf uw plek doen, mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, portefeuillehouder, voor het beantwoorden van deze vragen. Ook fijn om te horen dat u blij bent met deze vragen. Wat ik van u hoor is dat u geen contact heeft met Twents Carmel en dat u zich verder ook niet bemoeit met de invulling van het feest. Op zich begrijp ik dat de gemeente dat niet doet, maar wat mij dan wel verbaast of ja, toch wel wat prikkelt is van dat de gemeente wel 2500 euro als bedrag beschikbaar stelt om dit te organiseren en wat verwacht u daar dan van terug? En ik ben ook benieuwd van hoe dit bedrag dan kan bijdragen tot een feest wat beter bezocht is en wat echt wel gaat beklijven onder de doelgroep? De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Rödel: Wij hadden ook gehoopt dat de aanmeldingen in eerste instantie meer zouden worden. Wij gingen uit van een zaal bij Rouwhorst en een volle zaal met enthousiaste jongeren. Dat is helaas niet zo, dat wisten we niet op het moment dat we de subsidie verstrekten. Dus daar heb ik vanmiddag ook al wel even over gesproken met Tim. Wij verwachten gewoon een feest waar de jongeren een artiest krijgen, waar ze het leuk hebben met elkaar. Dat zijn eigenlijk de voorwaarden voor het feest en dat ze met elkaar goed in de gaten houden dat dit goed gaat.
Aan de voorkant op het moment dat de jongeren binnenkomen en op het moment dat ze de zaal weer uitgaan. Ik snap de vraag niet zo goed wat dat met de Carmel te maken heeft, want ik heb met de organisatoren te maken van dit feest. Die doen dit allemaal om niet, het kost hun geld en zonder gemeentelijke bijdrage lukt het niet om het rond te krijgen. Wij gaan het uiteraard evalueren, dat doen we in april, dat hebben we ook al staan. En dan gaan we kijken hoe dan verder volgend jaar, gaan we het opnieuw zo doen, moet het anders? Daar denken wij in mee. Ja? De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er vanuit andere raadsleden dan wel fracties aanvullende vragen zijn? Niet het geval. Dan dank ik de wethouder voor de beantwoording van de door WG gestelde vragen. Dan geef ik graag het stokje over aan onze vicevoorzitter, plaatsvervangend voorzitter moet ik eigenlijk zeggen, de heer Lulofs. De voorzitter: Goed, dan gaan we naar de volgende vraagsteller en dat is SO, Solidair Oldenzaal. Aan u het woord. De heer Bouwman: Dank u wel, voorzitter. Onlangs lazen we in de Tubantia dat er een grote kans is dat de gemeente Oldenzaal voor een langere tijd ruimte gaat huren in het voormalige Rabo House voor tijdelijke werkplekken als gevolg van de verbouw van het stadhuis. De fractie van Solidair Oldenzaal snapt deze bedoeling, maar vraagt zich tegelijkertijd een aantal dingen af.
Oldenzaal krijgt het door de ingezette koers van de afgelopen jaren en het te verwachten ravijnjaar namelijk financieel niet makkelijk. Zou je nog omgaan met gemeenschapsgeld is het uitgangspunt. Onze fractie vraagt zich af of de kosten van het tijdelijk huren van externe werkruimtes opweegt tegen de baten? De technologische mogelijkheden van vandaag de dag zouden voor een tijdelijke oplossing kunnen zorgen om op afstand thuis te werken voor de werknemers waarvoor dit mogelijk is. Dit zou aanzienlijk in de kosten voor tijdelijke huisvesting kunnen schelen. Onlangs nam de gemeenteraad een besluit om het Sociaal Plein te verhuizen naar de oude bibliotheek. Onze fractie ziet in dit gebouw ook een mogelijkheid om hier tijdelijke werkplekken te realiseren. Dit vanwege de kostenbesparing ten opzichte van het huren van externe ruimtes. Onze fractie heeft daarom de volgende vragen. Eén, kloppen de geluiden dat er door het college gesproken wordt over het huren van tijdelijke werkruimtes in het voormalige Rabo House? Twee, wat zijn de alternatieve opties? Drie, wat is de stand van zaken wat betreft het
tijdelijk huisvesten van medewerkers van de gemeente Oldenzaal? Vier, hoeveel gaat het tijdelijk huisvesten van het ambtelijk apparaat en externe ruimtes de gemeente naar schatting kosten? Vijf, is het pand van de oude bibliotheek een optie voor tijdelijke werkplekken? Zes, zo nee, waarom niet? Zeven, ziet het college ook mogelijkheden in thuiswerken voor de medewerkers die dit wat betreft hun functie zouden kunnen? En acht, op welke manier probeert het college de dienstverlening tijdens de verbouw draaiende te houden zodanig dat de kosten zo laag mogelijk worden gehouden? Tot zover. Dank u wel. De voorzitter: De heer Bouwman, bedankt voor uw vragen. Ik zie dat de heer Welman deze wil gaan beantwoorden. De heer Welman, aan u het woord. De heer Welman: Dank u wel, voorzitter. Dat heeft u goed gezien dat ik de beantwoording van deze vragen voor mijn rekening neem namens het college. Allereerst dank voor de vragen, maar in het enthousiasme van SO gaat ze iets sneller dan het college is gewoon in de uitvoering. Vandaar dat ik de antwoorden iets anders formuleer dan SO wellicht gedacht zou hebben. Maar wij zijn op dit moment bezig met het maken van een uitgangspuntennotitie voor de tijdelijke huisvesting. Doelstelling van die tijdelijke huisvesting is namelijk drieledig. Namelijk continuïteit van de gemeentelijke dienstverlening waarborgen.
Twee, zekerstellen dat de politieke processen, maar ook de bestuurlijke processen zonder belemmering door kunnen gaan. En drie, een veilige gezonde en functionele werkomgeving voor onze collega's hier in het stadhuis. Die uitgangspuntennotitie moet nog door het college worden vastgesteld. In die uitgangspuntennotitie zullen ook een aantal scenario's opgenomen worden en zal uiteindelijk gekozen moeten worden voor een definitief scenario. Daar zitten ook de financiële afwegingen in. Dus wij kunnen vooruitlopend op die afweging die nog in het college moet plaatsvinden de vragen die SO stelt niet beantwoorden, simpelweg omdat we nog in het proces niet zover zijn. Maar ik kan al wel melden dat uiteraard wij beogen om de kosten met betrekking tot de tijdelijke huisvesting zo laag mogelijk te houden en het devies daarbij is sober en doelmatig. Daarnaast is het onze insteek om de tijdelijke huisvesting, of eigenlijk moet ik zeggen om met de tijdelijke huisvesting alvast ervaring op te doen met het nieuwe werkconcept wat we ook in het stadhuis na de verbouwing willen hebben, waaronder dus flexwerken. In juli komen we met een voorstel naar de raad, zoals ook al eerder vanuit het college door ondergetekende naar voren is gebracht, naar de raad voor een definitieve go/no-go voor de renovatie van dit stadhuis. De basis hiervoor is natuurlijk het voorlopig ontwerp.
In het kredietvoorstel wat we daaraan willen toevoegen zal ook de bekostiging van de tijdelijke huisvesting onderdeel zijn. Natuurlijk is het daarnaast zo dat we al een tijdje bezig zijn om de vraag naar thuiswerken, die ook hier in Oldenzaal het geval is, om daar met onze collega's over na te denken en om daar ook invulling en uitvoering aan te geven. Dat zal ook in het vervolgtraject een belangrijke rol spelen, ik noemde dat net al. Maar nu al ingaan op de vragen, dat is echt prematuur omdat we nog echt in de ontwikkelfase zitten van die uitgangspuntennotitie die we nog in het college moeten vaststellen. Maar ik hoop in ieder geval SO al wel wat meegegeven te kunnen hebben waarin wij, wat voor ons belangrijke uitgangspunten zijn in die notitie. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Welman, bedankt voor deze antwoorden. Ik kijk even naar de heer Bouwman en ik zie dat die graag wil reageren. Dat mag van die plek. De heer Bouwman: Dank u wel. Ja, dank voor uw reactie. Nou ja, dat is niet de informatie die wij hadden gehoopt te ontvangen. Ik vraag me toch even af, kunt u ook iets zeggen over de geluiden die in de krant hebben gestaan? Klopt het dat het college in gesprek is om een externe ruimte te huren? Ik zie u ja-knikken dus dat is dan bevestigend. Ja, ik ‘…’. Dan hoor ik straks het antwoord van de portefeuillehouder.
Nou, ik hoor de portefeuillehouder zeggen dat u in juni bij ons terugkomt waarin ook deze afwegingen worden gemaakt.
Sorry? Juli, juni, juli. Ja, dat wachten we af. En, nou, ik hoop dat u in de tussentijd, mocht u meer informatie hebben, die ook met de raad zal delen. Dank u wel. De voorzitter: Mijnheer Bouwman, bedankt. Dan gaan we kijken of er weer alternatieve antwoorden komen op deze vragen van de heer Bouwman. Het woord is aan de heer Welman. De heer Welman: Ja, dank u wel, voorzitter. Natuurlijk wil ik die vraag beantwoorden, dat was het schudden van mijn hoofd. Ik kan bevestigen dat wij, want dat zou ook gek zijn als je niet in de voorbereiding, dus in de verkennende fase, ook gaat kijken welke panden zijn er überhaupt in Oldenzaal beschikbaar? Want dat maakt onderdeel uit van de uiteindelijke afweging die je moet maken. Dus natuurlijk hebben wij ook met de nieuwe eigenaren van het Vos House of van het Rabo House, het is maar net hoe je het wilt noemen. Ik geloof dat de nieuwe eigenaar de naam Vos House weer in ere willen brengen, maar daar hebben we mee gesproken. Maar daar is nog niets vastgelegd ook omdat, en dat heb ik ook in de krant volgens mij heel helder naar voren gebracht, we afhankelijk zijn van de definitieve besluitvorming door u als raad. Niet eerder en niet later dan dat zullen wij met ook de eigenaren tot een overeenkomst kunnen komen, afhankelijk van de besluitvorming die hier in de raad nog moet plaatsvinden.
In juli uiteraard zullen wij op het moment dat wij dat go/no-go vragen aan u alle informatie die we dan voor handen hebben om dat te kunnen doen aan u verstrekken. Uiteraard eerder dan het beslismoment en daar met u over gedachten wisselen eerst via een forum en dan formeel hier in de gemeenteraad. De voorzitter: Ik zie dat u tot een eind bent gekomen met de beantwoording. Ik kijk nog even in de zaal. Ja, de heer Bouwman heeft geknikt, die heeft het begrepen. Is er nog iemand die hierop wil reageren? Niemand. Dan draag ik het voorzitterschap weer over aan de heer Welman. De voorzitter: Dank u wel. Daarmee zijn we aan het eind gekomen van het vragenuur. 4.
Vaststellen notulen van de vergadering van 13 november 2024 en 27 januari 2025 De voorzitter: En kunnen wij overgaan naar agendapunt 4 en dat is het vaststellen van de notulen van de vergadering, jawel, van 13 november die al eerder op de agenda stond, 13 november 2024 en die van 27 januari 2025. Vooraf heeft zich niemand bij de griffie gemeld om hier het woord over te voeren, maar ik kijk toch nog even voor de zekerheid rond of dat nog steeds het geval is? Dat is zo. Dan zijn ze bij deze vastgesteld. Mooi, dank u wel.
5.
Vaststellen lijst van ingekomen stukken De voorzitter: Dan het vaststellen van de lijst ingekomen stukken. Zoals u ook al de vorige keer heeft gezien, dat hebben we ten opzichte van het verleden wat aangepast, namelijk dat we in één document alle ingekomen stukken hebben opgenomen. En daar ook een raadsvoorstel van hebben gemaakt om welke verwarring dan ook te voorkomen. Vooraf niemand zich gemeld, maar ik kijk nu toch ook weer voor de zekerheid even rond of die conclusie nog steeds klopt? Die klopt. Dank u wel. Dan gaan we conform dat raadsvoorstel handelen. Dank u.
B(espreek)-voorstellen 6.
Nota afschrijven en waarderingsgrondslagen 2025 De voorzitter: Dat betekent dat ik nu bij de bespreekvoorstellen ben aangekomen. Publieke tribune, u ziet het, het kan ook heel snel. Misschien komt het wel dankzij u, wie weet. Dus ik zou zeggen, kom nog een keer weer. Dat betekent dat ik nu naar het eerste onderwerp bij bespreekvoorstellen mag gaan en dat is de nota afschrijvingen en waarderingsgrondslagen. Ik denk een heel interessant onderwerp. Misschien wat technisch van aard, maar dat gaan we merken. Ik heb gezien dat alleen D66 dat als bespreekvoorstel heeft aangemeld dus ik geef de heer Van der Waal namens D66 graag de gelegenheid om zijn inbreng te leveren. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Ik vrees dat gezien de onderwerpen die op de agenda staan, dat het niet zo snel gaat als beide punten tot nu toe, maar wij doen ons best. Tijdens het politiek forum van 3 februari hebben wij onze bedenkingen uitgesproken over een aantal aannames in de nota afschrijvingen en waarderingsgrondslagen 2025 die voor ons ligt. We schatten de te verwachte bezuinigingen als wat positief in. Maar we danken de wethouder voor de nette beantwoording van vragen, maar we zijn nog niet teleurgesteld. Op het gebied van met name wegen en onderhoud maken wij ons ongerust. We komen hier later bij het agendapunt wegenbeheersplan nog op een andere manier op terug.
Door de langere afschrijvingsduur van activa bestaat een groter risico dat aan het eind van een technische levensduur, mocht die korter zijn dan de economische, moet worden afgeboekt. Dit risico staat niet beschreven, vinden we jammer. In de tabel die is opgenomen zien we in het voorstel over de budgettaire effecten, het wordt nu heel abstract, zien we bij overige investeringen voor nieuw en aanvullend beleid zogenaamde pm-posten opgenomen. Pm staat voor pro memorie, daar moeten we nog aan denken. Een pm-post heeft geen waarde dus staat hier automatisch het getal nul aangegeven. We weten allemaal dat een pm-post een bedrag gaat zijn, maar welk dat is nog niet bekend. We weten alleen dat het een hoop geld kan zijn. We snappen dat het benoemen van deze posten moeilijk is, maar kunnen ons niet voorstellen dat er geen inschatting gegeven kan worden met een zekere onnauwkeurigheid. Al was die maar 50 procent of 500 procent, dan hebben we in ieder geval een ordegrootte. De raad heeft er recht op om te weten of het over stuivers gaat of over tonnen. Zo bleek de pm-post voor reconstructie van wegen in de begrotingen van afgelopen jaren een nogal grote waarde te vertegenwoordigen waarover we later in het agendapunt wegenbeheersplan zullen spreken.
Kan de wethouder aangeven of de pm-posten die in de tabel op pagina 2 van het voorstel van dezelfde ordegrootte zijn als de andere posten genoemd in de nog niet geactiveerde kapitaaluitgaven? Wanneer dat zo is moeten we concluderen dat de genoemde budgettaire effecten negatiever zijn, nadeliger zijn dan aangegeven. Nou, in het algemeen om reden dat de raad goed moet worden ingelicht en er naar de mening van D66 te veel wordt gewerkt met pmposten, niet nog onbekende maar soms grote bedragen vertegenwoordigen, dienen wij een motie in waarin wordt opgeroepen aan te geven welke geschatte waarde de pm-posten vertegenwoordigen, inclusief de onzekerheid hiervan? Daarvan luidt het dictum, als ik dat mag voorlezen, voorzitter. De voorzitter: Jazeker, dat mag u. De heer Van der Waal: Wij roepen het college op om wanneer in toekomstige financiële voorstellen pmposten worden gehanteerd, deze in een afzonderlijke tabel als geschatte bedragen op te nemen. En ten tweede, beide gedane schattingen een indicatie te geven van de mogelijke onnauwkeurigheid. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Omdat, en dat zeg ik even voor de mensen thuis en op de tribune, omdat D66 de enige partij is die in de voorbespreking heeft aangegeven hier het woord over te willen voeren, gaan we nu
meteen door naar het college om te reageren. De andere partijen hebben aangegeven dat het een bespreekof een hamerstuk was, om het maar zo uit te drukken. Maar ze hebben in de tweede termijn nog wel de gelegenheid om als ze dat willen het woord te voeren, maar dan bent u even op de hoogte. De wethouder, wethouder Zinkweg zal namens het college antwoorden. Mevrouw Zinkweg. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, volgens mij zijn er eigenlijk alleen maar vragen gesteld over de motie, over de pm-posten zoals u die benoemt. Er is een reden voor waarom wij pm-posten opnemen. Dat is omdat we ze dus niet willen vergeten en u kenbaar willen maken dat daar nog wat aan zit te komen, maar dat we het nog niet weten. Dus u vraagt nu of wij daar een geschatte waarde aan kunnen gaan koppelen, maar dat is juist iets wat we nog niet weten en waar we nog niet zover mee zijn dat we dat kunnen doen. Anders hadden we dat gedaan. Dus als we gaan zeggen, nou, het is ergens tussen de zes en de acht ton en daar zit een onnauwkeurig aan van 80 procent. Ja, volgens mij weet u dat nog steeds niks. Dus het is echt onze intentie op het moment dat daar wat bekend is, dan nemen we het op. En als het nog niet bekend is, dan nemen we het niet op. Dus het college wil deze motie ontraden. De voorzitter: Dank u wel.
Wethouder, als u een momentje heeft want ik merkte dat de heer Van der Waal nog wilde interrumperen. Die gelegenheid krijgt die natuurlijk van mij, als dat lukt. Ik denk dat dat, als u op het knopje drukt. Ja, ga uw gang. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, excuus voor de vertraging. Ik bestond nog even niet, maar nu besta ik weer. De wethouder heeft het over een onzekerheid bij een bedrag van, ja, zes ton of acht ton. Ik zou heel graag weten of het zes tot acht ton is? Noem het dan zeven ton met een onnauwkeurigheid van 10 procent, vind ik al een perfect getal om te weten waar we het over hebben. De voorzitter: De wethouder. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Als we een inschatting hebben, dan geven we die. En als we die nog niet weten, dan blijft het een pm-post. De voorzitter: Goed. Ik kijk even rond of er nog andere fracties zijn die het woord in tweede termijn, dank u wel, wethouder, in tweede termijn willen voeren? Dat is het geval. Ik zie de heer Bouwman. De heer Bouwman. De heer Bouwman: Dank u wel. Ja, de moties vinden wij ontzettend interessant. Want we zagen ook bij het wegenbeheersplan, waar we het straks ook over gaan hebben, dat we een aantal begrotingsdocumenten vaak de pm-post hebben gezien. En nu komen wij voor een keuze te staan om miljoenen daarvoor beschikbaar te stellen. Dus in die zin snap ik deze motie heel goed.
In de motie wordt er trouwens opgeroepen om niet bedragen in de begroting op te nemen maar in een aparte tabel. Ik zou eigenlijk de indiener van een motie willen vragen, is het de bedoeling dat het hoort bij de begrotingsstukken of alleen ter informatie voor de gemeenteraad? Want dat is even belangrijk. Dank u wel. De voorzitter: Van mij mag de heer Van der Waal daar direct op reageren, dan zie ik dat als een interruptie. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, de bedoeling is dat het in de tekst van een bepaald hoofdstuk wordt opgenomen. Meestal bij de begrotingen hebben we teksten behorende bij tabellen voor de bedragen. Een tabel in diezelfde tekst kan de pm-posten van orde van grootte voorzien.
De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of er nog andere raadsleden zijn die in tweede termijn het woord willen voeren. Ik zie in ieder geval de heer Snijders. Tot slot, de heer Snijders. De heer Snijders: Dank u wel, voorzitter. Ik wil ook even reageren op de motie. Wij vinden het ook een heel goed idee. Het is ook in de lijn van de BBV in het kader van transparantie, maar wij vinden ook wel als het echt werkelijk helemaal niet mogelijk is, dan moet pmo mogelijk blijven. Dus het moet hier een wet worden dat het altijd ingevuld moet worden. Als je echt er helemaal niets over kunt zeggen, kun je zeggen, hier kan ik niks over zeggen. Maar als je weet dat het bijvoorbeeld in de miljoenen loopt, dan maakt het wel duidelijker wat ons nog te wachten staat. De voorzitter: De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ik sluit me aan met name bij de laatste woorden van de heer Snijders. Twee jaar geleden werd genoemd, ja, er moeten wat wegen worden geherconstrueerd, wat kost dat? Ja, dat weten wij nog niet. Maar gaat het om tonnen of gaat het om miljoenen? Dat kon ook niet worden gezegd. En dat geeft wel heel veel informatie aan de gemeenteraad of het een miljoen is of een ton. En of het dan 1 of 2 miljoen is, we weten op dat moment dat we ons daar zorgen over moeten maken. Dat is de bedoeling van deze motie. De voorzitter: Oké, ik kijk nog even rond.
Niet? In tweede termijn het college, mevrouw Zinkweg. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Ja, dan reageer ik daar toch opnieuw nog even op. We blijven bij het ontraden van deze motie. Ook al zou die eventueel wat aangepast gaan worden. Wat ik al zeg, we willen echt wel ons best doen om schattingen te geven op het moment dat die er zijn. Maar zoals met een wegenbeheersplan, u heeft het over miljoenen. Als wij daar miljoenen hadden opgenomen was dat niet juist, want als we kijken naar de kapitaalslasten dan hebben we het daar over 120 duizend euro per jaar. Dus dat is dus juist een systematiek waar we dus nog mee bezig waren voordat we dat op kunnen nemen en daarom nemen we ook een pm-post op. Dus op een moment dat iets bekend is kunt u het van ons horen en tot die tijd blijft het wat ons betreft op een pm-post staan. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even rond of er behoefte is aan een stemverklaring, want dan beëindig ik de beraadslagingen. Is er behoefte aan een stemverklaring? Niet? Goed, dan gaan we over tot stemmen en breng ik het voorstel eerst in stemming. En dan kijken we even, we zijn met 23, of iedereen gestemd heeft. U kunt nu stemmen. Ja, ga uw gang. Ja, ik heb hier wel een stemming staan. Maar goed, ik ga even terug naar de heer Van der Waal, u krijgt van mij het woord. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel.
Het was mij even niet duidelijk of het ging over de motie, dat was heel recent besproken, of dat het gaat over het voorstel wat op de agenda staat? Als u dat duidelijk wilt formuleren dan stel ik voor om de stemming opnieuw te doen als het kan. De voorzitter: Oké. Nou ja, volgens mij is het altijd zo, eerst het voorstel en dan pas de motie. Op het moment dat het een amendement is dan gaat het amendement voor het voorstel, dan komt het voorstel en dan komt de motie. Zo is het altijd geweest en zo heb ik het volgens mij ook net toegelicht. Maar ik wil het met alle plezier nog een keer overdoen als daar verwarring was. Dus ik zeg het bij deze nog een keer, ik breng het voorstel zoals net en ook voorligt in stemming. Dus als u uw stem nu wilt uitbrengen, graag. Ja, ik zie nog niks, dus ik weet niet of er nog leden zijn die stemming nog niet hebben uit ... Ja, kijk. Nou moet ik natuurlijk heel snel gaan tellen, maar ik ga ervan uit dat het klopt. En dat zie ik dus, hé, iedereen is voor. Dat is mooi, dan is het voorstel aangenomen. Dan gaan we nu naar de motie. Ik breng nu de motie in stemming. De motie zoals
die net is toegelicht door D66. Dat betekent dat die is verworpen. Zoals u hier ziet, vier hebben voor de motie gestemd en negentien tegen, daarmee is die verworpen. 7.
Haalbaarheidsonderzoek gymzaal Franciscusschool/sporthal TCC Lyceumstraat De voorzitter: Daarmee gaan wij naar het volgende onderwerp op de agenda en dat is het haalbaarheidsonderzoek gymzaal Franciscusschool/sporthal TCC, Twents Carmel College, aan de Lyceumstraat. Vooraf hebben we via het politiek forum aangegeven SO en de Partij van de Arbeid dit als conform te zien. Anderen hebben aangegeven dit te willen bespreken en dat gaan we dan ook doen. Ik begin met de VVD. Ik weet niet wie ik aan mag kijken vanuit de VVD? Nee, maar ik heb gewoon, dit is de eerste termijn en ik heb genoteerd staan wie allemaal bij het politiek forum hebben aangegeven het als conform en daarmee dus ook als bespreekvoorstel. En volgens mij heeft u als VVD aangegeven dat u het wilde bespreken, dus vandaar dat ik u in de eerste termijn het woord geef. Mocht dat verkeerd zijn, dan hoor ik dat graag nu. Nou, als u dan wel bij het spreekgestoelte wil plaatsnemen? Dank u wel. Ja, de heer Bouwman, punt van orde? De heer Bouwman: O, excuus. Nee, sorry. De voorzitter: Oké, oké. Maar dan gaan we wel weer terug naar mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels, aan u het woord. Ja, ga uw gang. Mevrouw Nevels: Ja, dank u wel, voorzitter. De VVD heeft, de Oldenzaalse VVD heeft niet zo heel veel vragen. Wij hebben ook notie genomen van de schriftelijk ingediende vragen van de WG.
Daar staan wij volledig achter, achter die vragen. Daar willen we ons ook achter schuilen. Daar zal de WG straks als ze slim zijn ook nog wel even op terugkomen. Bouwen we dan niet voor leegstand? Dat is de grootste vraag die wij eigenlijk hebben aan de wethouder. Bouwen we niet voor leegstand als we de prognose in het aantal leerlingen en de krimp zien? Wij hebben nog wel wat hoofdbrekens bij de gymzaal van het Twents Carmel College in die zin en daar willen we graag met de wethouder nog wel over sparren. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de WG. Ik zie de heer Winkelhuis aanstalten maken. Dus de heer Winkelhuis, u mag achter het spreekgestoelte plaatsnemen. Ja, als u wilt, klopt. Dan kunnen mensen ook thuis zien wie u bent. En als u dan op het knopje wil drukken? Ja, heel goed. Het is gelukt. De heer Winkelhuis, ga uw gang. De heer Winkelhuis: Het voelt toch ook alsof je met de trein gaat en zes keer moet inklokken voordat je in Enschede bent. Maar wellicht ben ik toch wel slim, collega Nevels. Voorzitter, beste collega's, kijkers thuis. Eentje in het bijzonder en dat is niet mijn Anne. En jullie hier op de publieke tribune. In deze tijd zou je bijna zeggen, mooi dat je er bent, politiek verbindt.
Dik een jaar geleden, december 2023, heeft de raad een amendement ingediend voor een haalbaarheidsonderzoek voor een gymzaal bij de Franciscusschool en een sporthal bij TCC Lyceumstraat. In het politiek forum van 10 februari zijn we uitgebreid op een heleboel punten ingegaan en heeft wethouder Christenhusz als plaatsvervanger de meeste vragen naar tevredenheid beantwoord, waarvoor nogmaals onze dank. Het houdt in dat we als fractie van WG ons bij een aantal hoofdzaken laten. Het eerste is het onderzoek, dat heeft namelijk nogal lang geduurd. Dat zou kunnen betekenen, en we hebben de antwoorden op de vragen vandaag via de mail binnengekregen, dat we toch in de problemen zouden kunnen komen met de bouw van de gymzaal in combinatie met de ingebruikneming van de gerenoveerde Franciscusschool mochten we hiertoe vanavond besluiten. Wethouder Christenhusz gaf in het forum al aan dat de partijen dan met elkaar om de tafel zullen gaan om te kijken wat de beste oplossing is. Vraag aan de verantwoordelijk wethouder mevrouw Rödel, voor wie zijn de huisvestingskosten als de
Franciscusschool langer op de tijdelijke locatie aan de Potskampstraat zou moeten blijven? Onze fractie werd even op het verkeerde been gezet toen we wat meer in het gedachtegoed doken van de scholen die stichting Konot in Amerika als studiereis bezochten. Want in dat systeem wat ze daar gebruikten leek het namelijk dat bewegingsonderwijs daar op het tweede plan zou komen. Eigenlijk zijn we wel benieuwd wat de Konot heeft meegenomen van deze studiereis, ook al gaan we daar als raad niet over. Maar de beantwoording op onze schriftelijke vragen heeft ons wat betreft het bewegingsonderwijs wel gerustgesteld. De gymzaal wordt gebruikt en stichting Konot heeft ons verzekerd dat ze het belang van vitaliteit en beweging voor kinderen onderschrijven. Daarvoor hoefden ze dus niet naar Amerika. Voor onze fractie is deze reactie voldoende. Wij zitten niet te wachten op een verdere uitgebreide formele beantwoording van de Konot die weer veel extra tijd kost en we hopen dat de wethouder dit aan stichting Konot door wil geven. En misschien kan ze dan ook gelijk vragen wat de studiereis wel heeft opgeleverd? Voorzitter, bij de bespreking van het binnensport accomodatieplan hadden we het over onze droom van een groene oase die Het Carmelhuis en Carmelstraat zou kunnen verbinden met de Franciscusschool in de Lyceumstraat. Met de bouw van een gymzaal zal onze droom een droompje worden.
Maar nog altijd is er in onze ogen ruimte voor een groen oasetje. Wij hopen dan ook dat er bij de invulling van het plein veel ruimte komt voor natuurlijk spelen en groen. U merkt het al, wij gaan de conclusie van het haalbaarheidsonderzoek onderschrijven. Een sportzaal met twee zaaldelen voor TCC locatie Lyceumstraat met eventueel een mogelijkheid tot een derde en de bouw van een gymzaal bij de Franciscusschool. We hebben zorgvuldig gekeken naar mogelijke alternatieven maar concluderen dat een gymzaal bij de Franciscusschool de beste optie is. Helaas is de ruimte net niet voldoende voor de afmetingen die er zijn volgens de KVLO-norm en we vinden het jammer dat het parochiebestuur niet mee wilde werken aan een oplossing. Daar zullen ze ongetwijfeld goede redenen voor hebben, het is wat het is. Om toch extra vierkante meter zaaloppervlak te creëren willen we net als in het politiek forum ook hier de vraag stellen of er gekeken kan worden of de kleedkamers en douchegelegenheden boven de berging van de materialen geplaatst kunnen worden? En als voorbeeld zou er dan kunnen worden gekeken naar de gymzaal bij school de Bongerd. Voorzitter, carnaval verbindt, maar dat doet ook sport. Sport verbroedert, sport verzustert en bewegingsonderwijs is van groot belang. We kennen allemaal de termen, gezonde geest in een gezond lichaam.
Wij hopen dat de leerlingen van de Franciscusschool, de Nutsschool en de Lyceumstraat in de nieuwe gymzalen en ook nog in het kleine groene oasetje vele uren met heel veel plezier zullen bewegen. Het is goed dat we dit haalbaarheidsonderzoek hebben laten uitvoeren. Wij hebben als raad de taak om uiterst zorgvuldig met gemeenschapsgeld om te gaan. We gaan ervan uit dat ook de andere partijen, Konot en het Twents Carmel College, dat zullen doen. En zo zorgen we samen voor goede passende schoolgebouwen en gymzalen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar het CDA. Ik ga gewoon even dat rijtje langs. De heer Wagelaar. Ga uw gang. De heer Wagelaar: Ja, voorzitter, dank u wel. Vanavond besluiten wij over het haalbaarheidsonderzoek rondom de nieuwbouw van de gymzaal bij de Franciscusschool en de bouw van een sporthal bij het TCC. Een onderzoek waarop wij zowel ten aanzien van het proces als ten aanzien van de resultaten best wat kritische noten hebben. Allereerst over de doorlooptijd. Mijn voorganger, mijnheer Winkelhuis, had er ook al iets over gezegd. Maar liefst veertien maanden had het college nodig om de resultaten van dit onderzoek aan ons te presenteren. We hebben vandaag een toelichting ontvangen over het interne proces.
Al met al in onze ogen niet heel slagvaardig en ik doe de aanname dat de wethouder het hierin met ons eens is? Gevolg van deze lange doorlooptijd is nu dat de nieuwbouw van de gymzaal niet meer parallel kan lopen met de vernieuwbouw van de Franciscusschool en dus extra overlast en wellicht ook kosten betekent voor leerlingen. Niet de kosten, maar wel extra overlast voor leerlingen en de scholen en extra kosten voor de gemeente. Behalve het gebrek
aan slagvaardigheid hebben we nog wel een aantal andere kritische opmerkingen. Soms lijkt het dat de uitkomst zelfs naar de wens van de oplossing is geschreven. We noemen er even drie in het kort. Het eerste punt is dat wij een gymzaal gaan bouwen die eigenlijk bij de bouw al niet voldoet aan de laatste richtlijnen van het KVLO. Voor het sportonderwijs voor de basisschool wellicht niet het grootste issue, maar desondanks zien wij dit wel als het beginnen met een achterstand. Jammer ook dat in de uitvoering van het haalbaarheidsonderzoek er bestuurlijk niet opnieuw gesproken is met het parochiebestuur om hier wellicht een oplossing voor te bedenken. Ander punt is de manier hoe er in het onderzoek en in het besluit wordt omgegaan met knelpunten, bijvoorbeeld de hobbel die genomen wordt door het basisonderwijs van leeftijdsvermenging op het moment dat alle sportonderwijs voor Nuts, Franciscus en TCC op één plek onder wordt gebracht. Dit zou eenvoudig opgelost kunnen worden door aparte ingangen en wat andere afscheidingsmaatregelen. De financiële impact is echter niet onderzocht en dat geldt ook voor de optie van een sporthal zonder horeca. Ook deze is bij voorbaat niet echt doorgerekend. Wellicht was het ook niet strikt de opdracht, maar als beide scenario's wel waren uitgerekend hadden we wellicht wel een bredere kijk gehad op het vraagstuk.
Als derde en laatste punt noemen wij het bewegingsonderwijs al dan niet op termijn volledig kan worden ondergebracht in de Vondersweijde. Maar dat dit niet verder wordt onderzocht omdat er al toezeggingen zijn gedaan vanuit het IHP. We zien dit dan ook als een gevolg dat het binnensport accomodatieplan nooit goed gekoppeld is geweest met het Integraal Huisvestingsplan. Eerder zagen we dit ook misgaan bij de gymzaal van de basisschool De Maten en ik ben ook wel benieuwd hoe het college dit ziet en of zij bereid is die koppeling alsnog te maken? Al met al zijn we dus kritisch op het onderzoek en betwijfelen wij of dit vanuit bedrijfseconomisch oogpunt de beste keuze is? Toch vertrouwen wij op de onderzoeksresultaten en de afweging van het college en gaan wij vanavond akkoord geven op het voorliggende besluit. Wij vinden het als CDA van Oldenzaal van groot belang dat de jeugd uit Oldenzaal en omgeving dicht bij school bewegingsonderwijs krijgt aangeboden in goede accommodaties en dat gaan wij hiermee realiseren. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar D66, de heer Van der Waal. Ja, gaat uw gang. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Ik hoorde net dat ik me bestaan niet meer hoef op te heffen om mijn bestaan opnieuw te creëren. Weer wat geleerd vandaag, fantastisch hè? Ja.
Over het haalbaarheidsonderzoek hebben we het één en ander al verteld dus ik kan één alinea al helemaal overslaan. Het is jammer dat het zo lang heeft moeten duren, het zij zo. Het rapport laat zien dat een afzonderlijke gymzaal voor de Franciscusschool de goedkoopste optie is. Dus een nieuwe gymzaal voor de Franciscusschool, blije leerlingen en een blije Konot. Maar wat ons wel steekt is de starheid van de Plechelmusparochie om geen grond beschikbaar te stellen voor de bouw van een goede gymzaal. Zelfs niet tegen marktconforme prijs of pacht, waardoor een door de KVLO geadviseerde minimale bouwgrootte van 336 vierkante meter niet mogelijk is. Laat staan de grootte voor optimaal passend voor primair en voortgezet onderwijs van 343 vierkante meter. De parochie stelt blijkbaar bezit boven welzijn van kinderen die op een school zitten. De 308 vierkante meter die we nu realiseren voldoet weliswaar aan de huidige normen, maar adviesnormen worden binnen korte tijd de norm. Met 336 vierkante meter kan je beter bewegingsonderwijs geven dan met 308 vierkante meter. We vragen dus met klem aan het parochiebestuur aandacht te geven aan het welzijn van de leerlingen en met het college overeen te komen dat de benodigde grond voor de gymzaal ter beschikking komt. Het zij door verkoop, het zij door pacht of misschien dat ze iets moois gaan verzinnen.
Ten slotte een ander onderwerp, een andere vraag, voorzitter. Stel ik de vraag waar verenigingen die buiten schooltijden nu gebruikmaken van de gymzaal hun sport kunnen beoefenen zolang de gymzaal verbouwd gaat worden? Tot zover.
De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik tot slot naar de heer Snijders. Niet. Dank u wel. Dan ga ik door naar het college en dan kom ik bij de heer Christenhusz namens het college uit. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Toch maar eerst even beginnen zeg maar naar de heer Winkelhuis toe van de WG. Ik was niet de plaatsvervanger van mevrouw Rödel in het afgelopen politiek forum. Het is echt zeg maar binnensportaccommodatie is dus mijn portefeuille. Een aantal zaken zeg maar die op onderwijs zaten, die heb ik destijds wel even op die manier beantwoord. Dus dat zeg maar om mee te beginnen. De vraag van de VVD, bouwen we niet voor leegstand? Nou, ik denk zeg maar dat u van het college mag verwachten, zeker in een periode waarin we financieel onder druk komen te staan, dat wij inderdaad niet voor leegstand bouwen. Ik pak even een voorbeeld zeg maar waar de heer Wagelaar ook aan refereert. We hebben natuurlijk ook al een keer kritisch gekeken naar het aantal gymzalen wat we nodig hebben in Oldenzaal. Daar is op een gegeven moment de keuze gemaakt om niet te gaan investeren in de gymzaal van de Bernard van Meursstraat omdat we wisten dat we ten behoeve van het bewegingsonderwijs in de omgeving zeg maar van die basisschool voldoende binnensportaccomodaties hadden om dit gymonderwijs aan te kunnen bieden. De vraag over de huisvestingskosten.
Ik denk dat ik daar wel even naar mevrouw Rödel kan kijken dus die pakt zij straks op. De vraag of kleedkamers, doucheaangelegenheden en berging, of we die hier zeg maar ook op een soort etage kunnen gaan plaatsen? Daarvan is in het politiek forum al de toezegging gedaan dat we dat zeg maar in het schetsontwerp mee zullen gaan nemen of die mogelijkheden er zijn. En die wil ik nogmaals in deze raad nog wel een keer als toezegging gaan herhalen. Dan de vragen van het CDA. Die heeft dan betrekking op uiteindelijk zeg maar het niet willen meewerken van het parochiebestuur om een aantal vierkante meters ter beschikking te stellen, zodat wij buiten het huidige bouwvlak wat we beschikbaar hebben een gymzaal kunnen realiseren die voldoet aan de meest recente KVLO-norm. Let op, het is wel een norm en geen wetgeving. Op het moment dat ik maar 1 procent een kans had gezien om bestuurlijk met het parochiebestuur een gesprek aan te gaan om dit te gaan realiseren, dan had ik dat gedaan. Maar de ambtelijke gesprekken die gevoerd zijn met het parochiebestuur waren zo duidelijk dat trekken aan een dood paard deze bestuurder niet gedaan heeft. In die zin zeg maar is dat volgens mij ook meteen het antwoord aan de heer Van der Waal van D66. Mooi dat u die oproep in de richting van het parochiebestuur doet, het siert u.
Alleen ik denk zeg maar dat de kans dat daar wat uit gaat komen 0,0 procent is en dan hebben we nog heel veel nullen meer in deze wereld. De voorzitter: Ja, u heeft de heer Van der Waal uitgedaagd om een interruptie te plaatsen. De heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. U hebt goed begrepen dat de oproep niet aan u gericht is, maar aan het parochiebestuur. Ik dank u hartelijk voor de ordegrootte inclusieve schatting voor het getal van de waarschijnlijkheid. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. De wethouder. De heer Christenhusz: Ja, hij doet het weer. Dan de twee onderzoeksvragen rondom de scheiding zeg maar voor het sportonderwijs bij het realiseren van een sporthal ten behoeve van zeg maar het voortgezet onderwijs en het primair onderwijs. U zegt van, ja, dat moet toch vrij eenvoudig te realiseren zijn? Nou, zo vrij eenvoudig is dat niet te realiseren want dat betekent echt wel zaken als aparte ingangen, aparte afscheidingsroutes, maar zelfs misschien wel aparte kleedkamers en dat allemaal werkt gewoon kostenverhogend. En dat is natuurlijk zeg maar in deze tijd ook een item wat wij als college in die zin wel meegewogen hebben. De vraag van de horecavoorziening. Volgens mij is die in het politiek forum ook aan de orde geweest en is door opstellen van het rapport destijds ook becijferd dat die voor ongeveer drie ton in de
kosten van de sporthal opgenomen zitten. Want hij heeft dat zelfs nog uit de bijlage gehaald zeg maar die bij het rapport aanwezig is. Even kijken. Ja, dan de opmerking dat het Integraal Huisvestingsplan en het binnensport accomodatieplan niet aan elkaar gekoppeld zijn. Nou, dat is niet waar. Ja, we hebben wel degelijk bij de opstelling van het binnensport accomodatieplan gekeken zeg maar naar de ontwikkelingen rondom het IHP. Naast dit voorbeeld haal ik daarbij ook het voorbeeld aan van de gymzaal aan de Tulpstraat. Waar we natuurlijk van gezegd hebben dat die t.z.t. ook niet meer nodig is, omdat we met de renovatie van de Drieeenheidsschool aan de slag willen gaan. De dislocatie van de Drie-eenheidsschool willen opheffen en dat het gymonderwijs dan zeg maar op de hoofdlocatie gevoerd kan worden. Dus die verbindingen tussen het IHP en het binnensport accomodatieplan, die zitten er wel degelijk in. Nou, met betrekking tot de gymzalen aan de Bernard van Meursstraat heb ik al eerder een antwoord gegeven. Als het gaat zeg maar op de laatste vraag van D66, waar kunnen de verenigingen naartoe op het moment dat de gymzaal bij de Franciscusschool gesloopt en opnieuw gebouwd moet gaan worden? Dan hebben we voldoende capaciteit in onze andere gymzalen om de verenigingen die gebruikmaken van deze gymzaal op andere plekken in Oldenzaal mogelijkheid te bieden om te kunnen gaan sporten.
Dan nog even terug zeg maar op de duur van het proces. Ik heb u een processchets gegeven waarom dit voorstel iets langer geduurd heeft dan ook wij misschien wel als college graag hadden gezien. Maar ik denk ook zeg maar dat de eerlijkheid gebied te zeggen dat op het moment dat het amendement is aangenomen door uw raad bij de behandeling van het binnensport accomodatieplan, dat eigenlijk toen al het gezamenlijk opleveren van de school en een nieuwbouw van de gymzaal, nou, ik wil niet zeggen een mission impossible was geworden, maar wel in de tijd heel moeilijk te realiseren zal zijn. En volgens mij, voorzitter, heb ik alle vragen gehad. En dan staat er nog één vraag over voor de onderwijswethouder en dat is mevrouw Rödel, de heer Winkelhuis. De voorzitter: Ja, dat mag mevrouw Rödel vanaf haar plek doen, dat is net zo snel. Mevrouw Rödel, ga uw gang. Mevrouw Rödel: Dank u wel, voorzitter. De kosten die wij op dit moment betalen aan de Carmel voor huisvesting van de Franciscusschool aan de Potskampstraat zijn 52.613 per jaar. Ik hoop van ganser harte dat er geen uitstel komt dat deze kinderen in een gerenoveerde school terechtkunnen, want daarmee gaat de hele planning verschuiven. Met hoeveel weten we nu nog niet, maar dat hoop ik echt niet, dat we het op een andere manier kunnen oplossen. En dan om maar even in te gaan op die integraliteit.
Wij hadden ook de intentie om dat gelijk te laten oplopen. En door de motie en het wat langer geduurde proces is dat nu niet meer mogelijk. Dus zo zie je maar dat je als je plannen op elkaar afstemt, dat het best wel eens kan zorgen dat er toch iets komt waardoor het anders wordt. Ja. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk even rond of de raad behoefte heeft aan een tweede termijn? Ik zie in ieder geval een aantal handen omhooggaan. Ik ga hetzelfde rijtje weer langs en dan kom ik bij mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Ja, dank u wel, voorzitter. Ondanks de beantwoording van de wethouder over het integraal behandelen van de binnensportaccomodatie en het IHP vind ik het antwoord wel wat aan de magere kant. Ik zou, we gaan straks natuurlijk weer kijken naar een volgend IHP en dan hebben we de binnensportaccomodatie nu net behandeld. Dan loopt het weer heel erg achter elkaar aan. Is het dan niet toch verstandig om als we straks toch bezig gaan met het nieuwe IHP, waar we ook heel duidelijk gaan kijken naar de wijken, waarop we duidelijk gaan kijken naar onderwijshuisvesting per wijk, dat we daar dan ook direct de binnensportaccommodaties in meenemen zodat we niet meer achter de feiten aan gaan lopen? Dat is mijn vraag. Daarnaast heb ik nog even een vraag over het gebruik van Vondersweijde door het Twente
Carmel College. Wij begrijpen dat die nu gebruikmaken van Vondersweijde. Blijft dat nog zo in de toekomst of wordt dat veel minder? En hoe wordt dat opgelost door Sport Oldenzaal die dan ook inkomsten gaat missen? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis: Ja, ik had nog één vraagje voor de onderwijswethouder. Richting de Konot, daar stond in de mail die we kregen dat ze, nou ja, wat ik net allemaal vertelde hoef ik niet te herhalen. En dat ze nog een schriftelijke beantwoording uitgebreid zouden gaan geven. Wat ons betreft, dat kost alleen maar tijd. We hebben voldoende aan het antwoord wat we hebben gekregen, dus graag een reactie richting hun en ons ambtelijke apparaat dat we daar geen energie meer in gaan steken. Dat is zonde van de tijd. En als u dat dan doorgeeft, of u dan ook wil vragen wat de opbrengst is van de studiereis van de Konot richting Amerika? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even rond of andere fracties, raadsleden … Nog de heer Wagelaar namens het CDA. De heer Wagelaar, ga uw gang. De heer Wagelaar: Ja, dank u wel. Ik sluit mij aan bij de vraag van mijn overbuurvrouw. Ik denk dat dat een goede verwording is van hoe wij dat ook zien. Dan heb ik het over de integraliteit IHP en accommodaties. De voorzitter: Dank u wel.
Mag ik daarmee de tweede termijn van de raad als beëindigd beschouwen? Dat mag ik. Dan ga ik naar het college en dan begin ik bij wethouder Christenhusz. De heer Christenhusz: Dank u wel, voorzitter. Ik denk zomaar dat wij altijd een koppeling zullen blijven maken tussen het IHP en het binnensport accommodatieplan op het moment zeg maar dat het gaat over het realiseren van gymzalen. Dat is een toezegging die we u kunnen gaan geven. Blijft het Carmel gebruikmaken van Vondersweijde? Ja, het Carmel blijft gebruikmaken van Vondersweijde. Wat u wel in het stuk zult zien is dat zeg maar Sport Oldenzaal B.V. wel met het Carmel uiteindelijk de gesprekken gaan voeren om de bloktijden die zij reserveren en daarvoor ook betalen, om te kijken zeg maar of we dat wat beter met elkaar kunnen gaan organiseren zodat de verhuurbaarheid van Vondersweijde daarmee vergroot gaat worden. Dat betekent dan weer op het moment dat dat gerealiseerd kan worden, dat het inkomstenverhogend werkt voor Sport Oldenzaal B.V. De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels: Ja, dat is heel mooi dat ze met elkaar in gesprek zijn of gaan, maar heeft dat dan ook financiële consequenties voor Sport Oldenzaal? De voorzitter: De wethouder.
De heer Christenhusz: De bedoeling van die gesprekken zijn om de bloktijden dusdanig te gaan realiseren dat de verhuurbaarheid naast die bloktijden aan andere verenigingen verhoogd kan gaan worden. Op momenten dat je dus aan meerdere verenigingen uren kunt gaan geven overdag betekent dat natuurlijk ook in de inkomsten weer iets voor Sport Oldenzaal B.V. Aan de positieve kant. De voorzitter: Dat laatste was u wellicht op zoek naar, maar ga uw gang, mevrouw Nevels.
Mevrouw Nevels: Ja, bedankt voor de verduidelijking. Alleen de uren van het Carmel, dat is overdag. Ik kan me er toch iets bij voorstellen dat verenigingen daar minder behoefte aan hebben aan die uren en dan zie ik toch een inkomstenderving voor Sport Oldenzaal. Klopt dat? De voorzitter: De wethouder. De heer Christenhusz: Ik voorzie die op dit moment nog niet, voorzitter. De voorzitter: Dan ga ik naar de andere wethouder namens het college, mevrouw Rödel. Mevrouw Rödel: Dank u wel, voorzitter. Excuus, die was ik vergeten de vraag. Wij moeten formeel uw schriftelijke vragen beantwoorden. Die regels heeft u met elkaar vastgesteld, dus die moeten wij beantwoorden. De Konot heeft mij al beantwoord, dus die vragen zijn doorgestuurd gelijk op het moment dat die bij ons binnenkwamen omdat ik dacht, het zou wel fijn zijn dat u ze vanavond heeft de antwoorden. Maar wij moeten als college uw schriftelijke vragen beantwoorden. De voorzitter: Maar dat kan soms ook heel kort. Mevrouw Rödel: Dat kan ook heel kort. De voorzitter: Dus uw opmerking nemen we daarin mee. Maar goed, wethouder. Mevrouw Rödel: En uw laatste vraag, wilt u op gaan halen wat zij op hebben gehaald van de reis? Nou, dan laat ik aan u over als u het niet erg vindt om dat te gaan doen. Ik zal er uiteraard met hen over spreken, maar als u dat op wil halen mag u dat bij de Konot doen.
Ik wil ook even toezeggen dat wij een koppeling maken met de herijking van het IHP van het bestaande sportaccommodatiebeleid wat wij hebben vastgesteld. Nogmaals, dat is ook altijd onze intentie om dat gelijktijdig te laten verlopen. En soms komt er dan een kink in de kabel, bijvoorbeeld in de vorm van een motie waardoor dat niet lukt. Dus we gaan dat doen en we gaan u daar ook in meenemen, mevrouw Nevels. De voorzitter: Mooi, dank u wel. Ik zie nog de heer Winkelhuis. De heer Winkelhuis, ga uw gang. De heer Winkelhuis: Nou ja, toch even de reactie van, doe het dan in godsnaam zo kort mogelijk van, nou ja, en steek er zo weinig mogelijk energie in. Wij zullen inderdaad contact opnemen met de Konot om eens te horen wat ze uit Amerika wel niet voor goeds hebben opgehaald. De voorzitter: Mooi, dank u wel. Dat betekent dat ik de beraadslagingen als beëindigd mag beschouwen. Ik constateer dat er geen motie of amendement is ingediend, dus daar hoef ik geen rekening mee te houden. Ik kijk nog wel even rond of er behoefte is aan een stemverklaring? Dat is niet het geval. Dan breng ik het voorstel zoals voorligt in stemming. U kunt uw stem uitbrengen. U ziet het, het zal u niet verbazen, maar het voorstel is unaniem aangenomen. Dank u wel. Bij deze. 8.
Wegenbeheersplan De voorzitter: Dan betekent dat we meteen door kunnen gaan naar het volgende onderwerp op de agenda en dat is het wegenbeheersplan. Ik zie een aantal mensen op de tribune, het ging dus vooral over het vorige onderwerp. Mooi dat u bent gekomen. Ik zou zeggen, kom nog een keer terug. Dank u wel. Dan ga ik snel door naar het wegenbeheersplan en daar hebben de volgende partijen aangegeven het als conform te zien, het
CDA, de VVD en Solidair Oldenzaal. Dat betekent dat ik de andere partijen die hier in de raadzaal vertegenwoordigd zijn het woord geef. Dan begin ik bij GroenLinks, de heer Snijders. Ook u, oké, als conform. Dan ga ik naar D66, de heer Van der Waal. Ga uw gang. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. De helft van het publiek is weg dus we kunnen de dubbele tijd nu investeren. De voorzitter: Nou, dat is niet het geval. Gewoon de normale spreektijd. De heer Van der Waal: Goed, voorzitter, in 2008, we spreken van vele jaren geleden, kwam het toenmalige college met een plan genaamd, beheren is vooruitzien. Om het toen aanwezig achterstallig wegenonderhoud vanaf 2010 binnen vijf jaar op te lossen. In 2025 komt het huidige college met een plan om in vier jaar enkele wegen geheel te reconstrueren en om toe te staan dat 5 procent van het wegenareaal door vermindering van onderhoud achterstallig mag gaan zijn. Het lijkt of de geschiedenis zich herhaalt. Hadden wij achteraf gezien door vooruit te zien goed kunnen beheren. Met een noodzakelijke reconstructie is in 2023 een voorwaarschuwing gegeven met een pm-post, komt die weer, in de begroting die daar op nul stond. In 2023 en in 2024 heeft D66 gevraagd naar een schatting van de ordegrootte van de noodzakelijke investering. De wethouder gaf aan dat zij dat niet kon doen, want de getallen waren niet bekend.
Dit verbaast mij als techneut bijzonder. Als technoloog maakte ik regelmatig gefundeerde grove schattingen. Voor wegen vind ik op bouwkompas.nl een snelle schatting van kosten voor bijvoorbeeld een wijkontsluitingsweg in Oldenzaal zijnde tussen de 1600 en 2500 euro per strekkende meter. Daar is toch snel een schatting van een pm-post voor te berekenen. Niet op de euro nauwkeurig, maar de raad kan hiermee wel de mogelijke gevolgen voor de financiën van de gemeente schatten. En terugrekenend kom ik op een te reconstrueren lengte van 10 miljoen gedeeld door tweeduizend euro zijnde 5000 meter weglengte met een marge van 20 procent. Ik hoor graag of ik daar heel veel naast zit. Al met al zitten we nu met de gebakken peren. Tussen 2025 en 2029, daarna weten we niet, zijn totaal 10 miljoen euro nodig voor reconstructie van wegen. Dat geld is niet gereserveerd en zal dus buiten onze eerdere verwachting in, tegen onze eerdere verwachting in moeten worden opgehoest in jaarlijkse porties van 2,5 miljoen. Voor de begrotingen van de komende jaren betekent dit een aanzienlijke post aan kapitaallasten van om te beginnen 120 duizend per jaar tot uiteindelijk na die vier jaar 500 duizend euro per jaar. Daar staat tegenover dat de jaarlijkse lijn onderhoudsbudget verkleind wordt met 273 euro tot uiteindelijk 300 duizend euro.