CConstaterende datOldenzaal
Koppel je AI →
Document · PDF

04 notulen raadsvergadering 28 juni 2021

Gemeenteraad 28 juni 2021, gemeente OldenzaalBij agendapunt: Notulen 28 juni 202163.449 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 7

28 juni 2021

notulen gemeenteraad

Gemeenteraad van Oldenzaal Vergadering van 28 juni 2021, aanvang 15.00 uur Aanwezig:

de heer P.G. Welman, voorzitter

de dames:

M. Ailo-Zaia, J.M. Egbers, N. Nevels-ter Brake, N. Oorthuis en P.J.H. Weideveld

de heren:

S.W.I. Ankone (vanaf 19.15 uur), J.A.M. Bekke L.J. Gelevert, L.T. Lulofs, H.J.M. Maartens, G.F.M. Nijland, W.H. Oosterwijk, K.H. Otter, M.J.E. Oude Remmerink (t/m punt 5), H.W.M. Snijders, M.R.A. Uitslag, X.E.N. Visscher, R.T. Wienk (vanaf punt 5), H.H.W. Winkelhuis en M. Yildirim de heer J.H. Brokers, griffier de heer R.G.H. Christenhusz mevrouw A.J. Renkema, wethouder mevrouw E.C. Zinkweg-Ankone, wethouder

Afwezig:

de dames M.E.A. Rödel-Ouwens en J.J. van der Woning, de heren B.F.E.J. Kosterink en S.H.F. ten Vergert

A(lgemeen) 1. Opening a. De voorzitter: Goed. We zijn nu echt compleet, want de griffier is nu ook in ons midden. We hebben een lange agenda voor ons liggen, dus het lijkt mij ook goed om zo snel mogelijk nu ook te beginnen. Ik heb in ieder geval een bericht van verhindering genoteerd staan van mevrouw Van der Woning, mevrouw Rödel en de heren Ten Vergert en Kosterink. Ik kijk even richting de griffier of er nog andere afmeldingen zijn. Ik moet één iemand nog wel vermelden. Dat is de heer Ankone. Die komt vanaf half zes in ons midden. Griffier? Dat was het. Oké. Dan heb ik het compleet verteld. Dat was wat mij betreft de opening. 2. Vaststellen agenda De voorzitter: Dan ga ik naar het Vaststellen van de agenda. Er zijn geen op- of aanmerkingen vooraf bij de griffie binnengekomen. Ik kijk nog even voor de zekerheid rond, dus ik ga van deze agenda uit. 3. Vaststellen notulen van de vergadering van 31 mei 2021 De voorzitter: Dan ga ik naar het Vaststellen van de lijst van ingekomen stukken. Wacht even. Ik moet eerst even het Vaststellen van de notulen even netjes aftikken. (Hamerslag) Bij dezen gedaan. 4. Vaststellen lijst van ingekomen stukken De voorzitter: Dan het Vaststellen van de lijst van ingekomen stukken. Ook daar zijn vooraf bij de verschillende onderdelen, en dat zijn A, B, C, D, E en F, geen opmerkingen gemaakt. Toch. De heer Snijders: Excuses.

Ik wist niet dat je dat vooraf moest melden. De voorzitter: Mijnheer Snijders. Ja, dat is eigenlijk wel de afspraak, maar ga uw gang. Dat kan altijd nog wel weer.

1

De heer Snijders: Een heel simpel vraagje. Dat gaat over C2, Overbruggen PMD. Er staat dat het verbeterplan loopt tot 1 juli 2021 en ik vroeg me af of dat al wat had opgeleverd, want dat is volgende week. De voorzitter: U heeft geluk, de wethouder zit hier aan tafel. We hoeven geen andere wethouder in te vliegen. Dus wethouder, ga u gang. Wethouder Zinkweg-Ankone: Dank u wel, voorzitter. Wat we hebben gezien, is dat wij al wel beter richting de 15% vervuiling gaan, maar we zitten op dit moment nog niet onder die 15%. Dat is ook een reden waarom wij ook richting VNG extra druk hebben gezet vanuit de Twentse gemeenten om te komen tot andere afspraken, want wij zien eigenlijk dat 15% vervuiling een heel fikse opgave is, waarbij wij op dit moment nog niet zien dat we dat gaan halen. De voorzitter: Dank u wel. Anderen nog? Niemand? Dan doe ik bij dezen de ingekomen stukken ook voor akkoord (Hamerslag). Dan kunnen we conform handelen. 5. Voorzien in een vacature van de raad De voorzitter: Dan kom ik bij agendapunt 5. Dat betreft het Voorzien in een vacature van de raad. Maar voordat we dat doen, het voorzien in die vacature, moet de vacature wel eerst ontstaan. Die is ontstaan. Zoals jullie allemaal weten, heeft het raadslid Mike Oude Remmerink aangekondigd om afscheid te nemen.

Dus ik denk dat het goed is om de heer Oude Remmerink even uit te nodigen om in ons midden plaats te nemen. Dan gaan we uiteraard nog even een aantal woorden tot hem richten. De griffier haalt hem nu op. Dat zien de mensen thuis natuurlijk niet, maar het is wel goed om dat even toe te lichten. Dat gebeurt nu. Ik kan dat allemaal in geuren en kleuren vertellen, maar dat laat ik even in het midden. Dat laat ik graag aan sportcommentators over. We wachten gewoon even totdat de heer Oude Remmerink in ons midden verschijnt en ook de griffier. Voor de mensen thuis: de heer Oude Remmerink is inmiddels in ons midden verschenen. Dat geldt ook voor de griffier, dus we kunnen weer geruststellend verdergaan. Ik doe dit even op. Beste Mike, op 9 juni, dat is alweer eventjes geleden, zo snel gaat het tegenwoordig, kreeg ik van jou een telefoontje waarin jij melding maakte van het feit dat je afscheid van ons, van de gemeenteraad van Oldenzaal, na 11 jaar zou gaan nemen. Dus je gaat na 11 jaar stoppen met je raadslidmaatschap hier in Oldenzaal. Je vertelde in dat gesprek dat je na lang wikken en wegen maar tot één conclusie had kunnen komen en dat het tijd was voor een andere koers in je leven, waarbij meer tijd hoort voor jouw dierbaren. Of, zoals je het in het interview met Tubantia al zo mooi treffend zei: je hebt gekozen voor de liefde.

En dat zei je ook in het telefoongesprek dat wij met zijn tweeën hadden. Dat noemde je ook om te voorkomen dat er gespeculeerd zou worden over jouw vertrek. Volgens mij kenschetst dat meteen de persoon Mike Oude Remmerink. Ik zou bijna zeggen: gewoon een open boek. En Mike, zoals je dat in het interview met Tubantia, maar ook in dat telefoongesprek al richting mij aangaf, de afweging die je gemaakt hebt, is zeker te begrijpen. Je levensgeluk ligt niet meer in Oldenzaal, maar ligt in Grolle en omgeving. En het feit dat ik Grolle uitspreek in dat opzicht is er wel een mooie binding, want inmiddels is duidelijk – of eigenlijk moet ik zeggen: nogmaals bevestigd: Oldenzaal was vroeger ook een belangrijke vestingstad en iedereen in Nederland, en daarmee ook in Twente, denkt altijd dat dat in dit deel van het land alleen maar Groenlo was. Nee, in die tijd was er nog een heel belangrijke plaats. Dat was Oldenzaal. Dus in dat opzicht is het eigenlijk ook helemaal niet zo onlogisch dat je voor Grolle, voor Groenlo hebt gekozen. Althans, dat je daar je liefde hebt gevonden. Jij gaf al zelf aan: het raadswerk is prachtig en intensief. En dat is het. Het is een heus voorrecht om dat werk, dat raadswerk te mogen doen.

Maar ik zie al aan je gezicht dat we je niet kunnen overtuigen, ondanks het feit dat het even duurde voordat we je weer gevonden hadden om hier in deze raadszaal toe te treden, of althans binnen te treden. Maar het is volgens mij wel duidelijk: jij gaat wat anders doen. Het is altijd jammer als een raadslid met zoveel ervaring vertrekt, want je bent belangrijk, ook als ervaren raadslid, voor het systeem, het democratisch systeem zoals we dat hier in Oldenzaal kennen, maar volgens mij is de WG erin geslaagd om een kundig opvolger voor je te vinden. 11 jaar met hart en ziel ingezet voor de Oldenzaalse samenleving. Daar heeft het sociaal domein jouw bijzondere aandacht bij gehad, in gehad. Je maidenspeech is alweer even geleden. Dankzij onze griffier heb ik het hier voor mij staan, dat was namelijk 28 februari 2011. Ik check

2

even of dat klopt. Dat klopt. Toen sprak je al over de Wmo en de essentie van het feit dat inwoners met behulp van hun omgeving mee kunnen blijven doen, moeten kunnen blijven doen, mee kunnen blijven doen als volwaardig lid van de gemeenschap, in dit geval Oldenzaal. Je zei toen al: de inzet van andere inwoners is hierbij noodzakelijk. En als dat echt niet meer gaat, is een beroep op de lokale overheid gerechtvaardigd. Dit punt is nog steeds actueel en we zullen ons hier ook met elkaar in Oldenzaal altijd voor in blijven zetten. We blijven met de inwoners van Oldenzaal bouwen aan een mooie stad. En ook, zoals jij dat in je afscheidsbrief al aangaf, aan een creatieve, sociale stad. Naast je inzet voor de Oldenzaalse samenleving op het gebied van het sociaal domein was je ook een aantal jaren voorzitter van diverse fora en van de auditcommissie. Dat weet ik dan toevallig van toen ik nog voorzitter mocht zijn van de Agenda van en voor Twente, dat je ook in het regionaal presidium zitting had namens de stad Oldenzaal en namens de voltallige gemeenteraad. Je ziet ze hier nu niet zitten, maar je kunt ervan verzekerd zijn dat ze allemaal wel meeluisteren. Daarvoor hartelijk dank. Ja Mike, je weet dat, en dat weten de aanwezigen ook, dat het al een aantal jaren de goede gewoonte is om vertrekkende raadsleden een boekenpakket mee te geven.

Maar van dat gebruik heb jij vandaag geen gebruik willen maken. Je hebt aangegeven dat je dat pakket niet wenst, maar – en hier komt jouw sociale hart weer naar voren – het bedrag van het boekenpakket en de bijbehorende bloemen liever overmaakt aan een goed doel. Natuurlijk voldoen we hier graag aan. Je hebt ervoor gekozen dat de tegenwaarde van het boekenpakket vanuit de griffie overgemaakt wordt aan de Verjaardagsbox hier in Oldenzaal. Ik weet zeker dat dit echt uit je hart komt, Mike en het weigeren van het boekenpakket niet is ingegeven vanuit de gedachte ‘ik heb er geen tiet veur’, maar echt vanuit het oprechte gevoel wat je hebt voor de sociale ontwikkeling van onze stad. Ik kan me trouwens wel voorstellen dat een nieuwe liefde ook wat minder tijd geeft om te lezen, maar dat is secundair. Maar Mike, over geliefde gesproken, we gaan je toch niet zomaar wegsturen. Want ik kan me indenken dat zij de afgelopen tijd jou vaak heeft moeten missen. Dus we gaan jou wel een bos bloemen geven, maar we gaan ervan uit dat die linea recta naar jouw geliefde in Grolle gaat. Zie dat als een teken van dankbaarheid voor al die inzet die jij voor onze mooie Boeskoolstad hebt gegeven en hebt gestopt. Ik heb mij het voorrecht maar toegeëigend om je toch een heel klein pakketje mee te geven.

Je dacht waarschijnlijk, die is voor Ronald, maar ik was bij Broekhuis en ik zag iets zeer toepasselijks. Ik denk: dit kan ik niet zomaar laten staan, dus vandaar dat ik die toch ook nog even gekocht heb en ik je die mee wil geven. Murat wil zo dadelijk ook nog iets zeggen en dan krijg jij de gelegenheid om nog iets te zeggen. Dus als jij nog even blijft zitten, Mike, dan kom ik naar je toe. Ik kom wel naar je toe. De griffier gaat mee met de bloemen. (Cadeau en bloemen worden overhandigd) Voor de mensen thuis, mocht u het niet gezien hebben: we hebben net een bos bloemen overhandigd en een klein cadeautje om met zijn tweeën een keer door te bladeren. Mijnheer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Beste Mike. De laatste tijd gaf je al aan het ontzettend druk te hebben en ook niet zo heel veel tijd eigenlijk meer te hebben voor allerlei dingen rondom de gemeenteraad. Het was ook niet een makkelijk jaar natuurlijk. Dat hebben we ook gewoon met jou meegemaakt. Het was je werk, het was de raad, maar ook nog een opleiding daarnaast en natuurlijk nog de liefde en geluk die je nog zocht. Voor ons was dat al eigenlijk een beetje het signaal van: hoe lang houd je dit nog vol? Uiteindelijk kreeg ik ergens op 3 juni een appje van je van: kunnen we even praten? Toen heb ik gezegd: prima. Maar ja, toen voelde ik hem eigenlijk al aankomen. Het klopte ook.

Je gaf aan van: ja, ik ga ermee stoppen. Een weloverwogen besluit natuurlijk wat je hebt gemaakt, maar het was ook heel erg te merken aan jou hoe moeilijk het was en hoe pijnlijk het eigenlijk ook was om gewoon ons los te laten. En natuurlijk hen je het ook in de fractie uitgelegd en ook richting de voorzitter, onze burgemeester. En daarna ook naar de raad toe. Natuurlijk een heel moeilijk besluit, maar ik denk dat, zoals net ook de voorzitter aangaf, waar iedereen eigenlijk alleen maar respect voor heeft, want wij hadden in de fractie al een krantenkop eigenlijk bedacht van: Mike Oude Remmerink stopt als raadslid in Oldenzaal en kiest voor de liefde. En zo stond het ook in de krant. Dat was wel heel mooi om te zien. Het is gewoon respectvol, want wie doet jou dit gewoon na? We hopen ook dat je voor altijd geluk hebt gevonden en zult vinden. In je verhaal heb je eigenlijk in de krant alles benoemd en daardoor hoeven wij eigenlijk niet al te veel te doen. Je was heel jong toen je begon, 17 jaar toen je lid werd, 18 jaar toen je al bij het bestuur zat en als jongste raadslid kwam je hier binnen. Een jonge kerel die gewoon ook goed past bij

3

ons, bij onze DNA vanuit de WG. Je was altijd in voor samenwerken, een sociaal mens. Met name onderwijs en sociaal domein waren portefeuilles waar je energie in stopte. Gedreven en vol passie en je motto was altijd: je doet het niet voor jezelf, maar voor de stad, zoals je zelf ook laatst hebt aangegeven. Maar ook je rol bij het opstarten en coachen van met name de jeugd en de jeugdraad zullen we ook niet vergeten. We kennen je als een persoon die out of the box denken vaak benoemde en ook deed. Hoe goed je kon luisteren en het geheel kon omzetten naar een eigen verhaal, en dat eigenlijk ook zonder borstklopperij. Mike, je bent gewoon echt een mensenmens en zoals je ook in de krant hebt aangegeven, dat was ook een voorbeeld, fantastisch ook om te lezen, dat je slapeloze nachten hebt gehad in verband met de ontmanteling van Topkracht. Als je ergens wilt, dan ga je eigenlijk ook totaal los. Hoe vastberaden je ook bent, je bijt je gewoon helemaal vast in een dossier en je gaat ervoor. Een dossier wat je nooit zult vergeten waarschijnlijk is eigenlijk, maar wat je misschien wel een beetje aan de achterzijde een soort duwt, is waarschijnlijk asiel. En dat was op zich ook wel een leuke hoor, dus toen kwamen we op voor de konijnen. Nou, we hebben volgens mij heel wat konijnen gered.

(Gelach) Het mooiste van jou vond ik altijd dat je gewoon in je toespraken zei, of dat nou hier in de raad was of in het politiek forum: mijn fractie vindt, en nooit eigenlijk van ik vind. Nee, het was altijd de fractie die het vond. Dat was gewoon geweldig. Ik ga afsluiten, want het wordt toch een heel lange avond nog voor de rest. Ik citeer even jouw woorden: “Het raadswerk was prachtig, intensief en een voorrecht om te mogen doen”. Maar jongen, het was gewoon prachtig en intensief en een voorrecht voor ons om met jou dit te mogen doen en samen te werken. Als een wijze jongen ben je begonnen in de kweekvijver van de WG en als een wijze man die zijn raadslidmaatschap nu beëindigt en kiest voor zijn liefde in Groenlo verlaat je ons. We wensen je heel veel geluk en veel gezondheid toe. En zoals jij vaak ook aan ons hebt laten zien, het ga je goed, met jouw duimpjes. Met dank voor je noeste prachtige jaren en de samenwerking en hierbij ook natuurlijk succes aan je nieuwe opvolger Ronald Wienk. Dank jullie wel. De voorzitter: Dank u wel. Ik zie dat er nog iets kleins wordt overhandigd. Dat gaan we natuurlijk nog even doen. En dan is het aan de heer Oude Remmerink. Mike, mag ik je uitnodigen, want ik begreep dat je nog wat woorden tot ons wilt richten. De heer Oude Remmerink: Voorzitter, bedankt.

Ik ga het niet al te lang maken, want ik weet uiteraard dat de raad nog een aardige tijd hier zal doorbrengen vandaag. Dank in ieder geval voor de prachtige woorden. Dank voor de warme woorden ook en ook voor de reacties die ik van vele mensen de afgelopen tijd heb mogen ontvangen, nadat bekend werd dat ik zou gaan stoppen. Het was echt de overweging van: wat ga ik doen? En ik heb het daar natuurlijk thuis goed over gehad. Op een gegeven moment kom je tot de beslissing dat dit inderdaad het beste is. Ik denk dat het een goede reden is, vind ik zelf, om te stoppen als raadslid van de gemeente Oldenzaal. Ik heb dat elf jaar lang inderdaad gedaan, altijd met het gevoel dat ik dat niet voor mezelf deed. Ik heb er veel van geleerd. Ik heb ook echt geleerd wat samenwerken inhoudt. Wat ook betekent dat ik me ook echt wel in dingen vastgebeten heb, maar ook geprobeerd heb altijd voor anderen daar ook de ruimte in te laten. Want je doet het niet alleen, je doet het met 23 mensen samen in de gemeenteraad. Daarnaast uiteraard met het college, uiteraard met ambtelijke ondersteuning, griffier, de bodes, enzovoort. Iedereen draagt bij aan het democratisch proces in feite. De manier waarop we hier zitten, dat we het water krijgen, dat soort zaken, ook dat soort kleine dingen spelen soms mee. Dat wordt soms vergeten, maar het is wel goed om dat te benoemen.

Ooit heb ik gezegd dat je in ieder geval moet zorgen als Oldenzaal dat je nooit een Galliër wordt. En dat vind ik nog steeds. Ik hoop ook van harte dat Oldenzaal het de komende jaren voor elkaar krijgt om nog verder misschien wel intensiever samen te werken. Ik bedacht mij vandaag dat de heer Visscher toen zei van: ja, hebben we dan wel of geen toverdrank? Ik weet niet of de heer Visscher zich dat zelf nog kan herinneren, maar ik bedacht mij vandaag: wij zijn als Oldenzaal in staat om het bindmiddel daarin te zijn. Dus ik zei toen dat we niet de toverdrank hadden, maar ik denk wel dat we dat in onze handen hebben, dat we ons dat steeds meer als Oldenzaal hopelijk kunnen beseffen dat we dat in onze handen hebben. Wij zijn de verbindende factor in vele, vele dossiers. Ik denk dat het goed is om dat ook meer naar buiten uit te dragen zonder die op de borstklopperij. Natuurlijk mag je met elkaar van mening verschillen. Dat hoort erbij en dat is ook gezond in een democratie. Als we alleen maar jaknikkers om ons heen verzamelen, heb je geen democratisch proces en dat is ongezond. Zo heb ik er altijd naar gekeken. Ik was het niet altijd eens met alles en dat hoort er ook bij. Waar ik het wel mee eens was, is met ons

4

goede samenwerking, de manier waarop we met elkaar zijn omgegaan en waarin we altijd hebben geprobeerd uiteindelijk als team naar buiten te treden. Dat kenmerkt Oldenzaal en dat is altijd vanuit het hart maar ook vanuit het verstand dat we proberen voor onze inwoners, want daar doen we het uiteindelijk voor, voor de inwoners van Oldenzaal dan wel voor Noordoost-Twente het juiste daarin te doen. Dat is ontzettend belangrijk. De heer Welman, Patrick, jij zei ooit bij een van jouw vergaderingen dat jij het belangrijk vond om Twente door te geven naar de volgende generatie en in dit geval haalde je dat bij je eigen kinderen aan. Dat was de eerste kennismaking die ik volgens mij met jou had. Toen dacht ik bij mezelf van: ja, dat is het. Dat is waarom wij dit doen. Wij proberen dit niet alleen voor nu. We doen dit ook voor de toekomst. De toekomst van de jeugd, voor de jongeren, maar ook zeker voor de ouderen, want die verdienen net zo goed een prachtige toekomst in Oldenzaal. Vergeet dat nooit. Dat zijn eigenlijk de woorden die ik vandaag nog richting jullie wil uitspreken. Dank voor al die jaren. Dank voor de prettige samenwerking en recht vanuit het hart twee dikke duimen voor jullie. Bedankt. Hartstikke bedankt. (Applaus) De voorzitter: Dank u wel. Ik schors de vergadering even voor een paar minuten om het volgende onderdeel alvast klaar te zetten. Dank.

(De vergadering is kort geschorst) De voorzitter: Ik heropen de vergadering en ik wil graag de heer Maartens het woord geven. Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Dank u wel, voorzitter. De commissie geloofsbrieven. De commissie bestaande uit mevrouw Marie Ailo-Zaia, de heer Leon Lulofs en ondergetekende heeft op donderdag 24 juni 2021 onderzoek gedaan naar de geloofsbrieven van de heer R.T. Wienk (Ronald) en heeft geconstateerd dat er geen belemmeringen zijn om de heer Wienk toe te laten als raadslid. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mag ik dan de heer Wienk uitnodigen om hier in het midden te komen staan? Mag ik dan de aanwezigen ook uitnodigen, voor zover dat mogelijk is en ze in staat zijn om dat te doen, om ook te gaan staan? Ja, je weet hoe het gaat. Ik zeg een aantal zinnen en aan het eind, je hebt aangegeven dat je de belofte wilt uitspreken, dan moet je me maar even nazeggen. “Ik verklaar dat ik om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. Dat verklaar en beloof ik.” De heer Wienk: Dat verklaar en beloof ik. De voorzitter: Gefeliciteerd. Het is zo goed. Dank je wel. Er is nu even gelegenheid om de heer Wienk te feliciteren. (De vergadering wordt kort geschorst) De voorzitter: Ik heropen de vergadering wederom.

B(espreek)-voorstellen 6. Jaarstukken 2020 De voorzitter: We zijn nu aanbeland bij agendapunt 6. Dat betreft de Jaarstukken 2020 en het accountantsverslag. Daar zit ook nog een ander besluitpunt bij. Dat betreft de Oplegging op de ge-

5

heimhouding van de Grex 2020. Voor de mensen thuis: de aanwezigen in de raadszaal zijn nu de fractievoorzitters en de bode en de griffier. Op het moment dat we bij andere agendapunten aankomen waar andere woordvoerders aanbod zullen komen, dan hebben we even een korte schorsing en dan gaan we het weer zo organiseren dat het allemaal zo veilig mogelijk kan plaatsvinden. Oké, de Jaarstukken 2020 en het accountantsverslag. Ik zei het al. Volgens mij hebben twee partijen aangegeven dat ze dit niet als een hamerstuk, maar als een B(espreek)-stuk in de raad geagendeerd wilden hebben. Dat is dus ook gebeurd. Ik pak het er nog even bij. Volgens mij hebben de Partij van de Arbeid en D66 aangegeven dat ze dit als B(espreek)-stuk wilden. Dat zal dan ook in de eerste termijn gebeuren. Zij krijgen zo dadelijk het woord van mij. Mocht er in de tweede termijn ook andere fracties het woord willen voeren, dan kan dat. Ik begin bij de Partij van de Arbeid. Mijnheer Lulofs. De heer Lulofs: Voorzitter, dank u wel. Ik zal het kort houden. Vorige week hebben we in het forum de jaarrekening en het accountantsverslag besproken. De vraag over de post Overlopende passiva, bladzijde 15, hoofdstuk 2.4 betreffende een subsidie van € 318.000,00 in het kader van verduurzaming en speciaal voor het aardgas vrijmaken van scholencomplex De Essen, is inmiddels schriftelijk beantwoord. Dank daarvoor.

Dan heb ik nog één vraag naar aanleiding van het accountantsverslag. Op pagina 5 maakt de accountant een verdekt kritisch advies over het voorspellend vermogen. Er werd in december 2020 nog een financieel nadeel verwacht van € 1.400.000,00 en het gerealiseerd resultaat over 2020 bedraagt volgens de jaarrekening € 1.300.000,00. Een verschil van weliswaar € 2.700.000,00. De accountant adviseert dat nagegaan moet worden hoe dit voorspellend vermogen verbeterd kan worden. Het college heeft inmiddels het gesprek met de accountant achter de rug. Mijn vraag aan u is: welke maatregelen gaat u nemen om het voorspellend vermogen te verbeteren? Tot zover mijn bijdrage in eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel. Daar ga ik naar mevrouw Alo-Zaia, D66. Mevrouw Ailo-Zaia: Voorzitter. Wat een onlogische en onbegrijpelijke periode hebben wij meegemaakt. Kijkend naar de Jaarstukken 2020 lijkt dat zeker ook voor de gemeentelijke financiën te gelden. We gingen van een negatief resultaat van bijna € 1.000.000,00 naar bijna € 1.500.000,00. We hadden daarom een bezuinigingspakket op tafel gelegd om in 2021 al € 2.000.000,00 te bezuinigen om het hoofd boven water te houden. Tot onze vreugde en verbazing lezen we nu een positief resultaat van ruim € 1.200.000,00. Een resultaatverschil van voorspelling en daadwerkelijke cijfers van maar liefst € 2.700.000,00.

Hier is D66 uiteraard ontzettend blij mee en opgelucht dat de resultaten niet meer zo negatief zijn. Toch zetten deze gegevens ons aan het denken. Wat als de corona niet was uitgebroken? Wat als de regering geen coronasteun had uitgekeerd? Wat als de regering geen geld beschikbaar had gesteld voor het sociaal domein en jeugdzorg? Dan zaten we nu echt diep in de penarie en dat zorgt toch weer voor wat ongerustheid ten aanzien van onze toekomstige financien. Als voorbeeld vinden wij het jammer dat eerst veel geld is gepompt in de binnenstad en vervolgens weer kortingen worden gegeven. Hoe houden wij onze financiële inbreng dan in stand en komen we tot de gehoopte resultaten voor de binnenstad? Hier is onzes inziens niet goed over nagedacht. Een langetermijnvisie, de strategie rondom de binnenstad is wat D66 betreft een must. Voorzitter, we hebben afgelopen maandag nog schriftelijke vragen ingediend. Wij danken het college voor de beantwoording van die vragen. Toch wil D66 nog kort stilstaan bij de totale reserves. Ik citeer mijn inleiding tijdens de Begrotingsbehandeling 2021: “Maar liefst € 21.000.000,00 heeft dit college in deze collegeperiode aan totale reserves uitgegeven.

Hadden wij begin 2018 nog ruim € 556.000.000,00, eind 2020 is dit naar € 35.000.000,00 gedaald.” Voorzitter, D66 wil er nog steeds op aandringen hoe belangrijk het is te weten wanneer de totale reserves al dan niet ingezet moeten worden. In moeilijke tijden hoor je geld uit te geven en gelukkig is de regering ons ruimschoots tegemoetgekomen. We staan zelfs weer in de plus. Zoals de conclusies van de accountant als ook de Rekenkamercommissie, moeten wij onze financiën op een andere manier beoordelen om te weten hoe we er echt voor staan om in staat te zijn goede voorspellingen te geven. We blijken stevig afhankelijk te zijn van externe factoren, waaronder de ontwikkeling van de economie en de coalitieonderhandelingen van de regering. Maar dit is maar een deel van het verhaal die ons wordt geschetst. We hebben betere sturing en KPI’s nodig voor betere analyses en reële voorspellingen. We zijn op onszelf aangewezen voor het opbouwen van eigen reserves. Daarom zullen wij bij het volgende agendapunt een motie indienen over Sturen

6

met prestatie-indicatoren. Door dit te doen, kan zowel raad, college als het ambtelijk apparaat daar profijt uit halen. D66 bedankt verder het college voor het uitgebreide antwoord op onze vraag rondom het onderwijsachterstandenbeleid, OAB. Mooi dat de ongebruikte gelden van bijna € 300.000,00 voor dit belangrijke doel ingezet gaan worden. Dit gezegd hebbende, gaan wij wel akkoord met de Jaarstukken 2020 en het accountantsverslag. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar het college. Wethouder Zinkweg. Wethouder Zinkweg-Ankone: Dank u wel, voorzitter. Allereerst de vraag van de Partij van de Arbeid over het voorspellend vermogen waar de accountant ook op doelt in zijn rapport. Het is wel zo dat het uiteindelijke resultaat ons ook positief verrast heeft. Dat zat vooral echt in een aantal incidentele zaken. Daarvan kunnen we zeggen: ja, dat was niet voorspeld en hadden we dat beter kunnen voorspellen? Wellicht dat we een aantal zaken eerder op kunnen nemen, maar we hebben ook te maken met regelgeving waarin we winsten pas mogen nemen op het moment dat ze zijn gerealiseerd, et cetera, et cetera. Dus de opmerking van de accountant vind ik terecht als we kijken naar het verschil wat er zit in wat we hadden verwacht en waar we uiteindelijk op uit zijn gekomen.

Daar proberen wij ook in de Planning & Controlcyclus nog meer aandacht voor te hebben, dat we op het moment dat er ergens iets positiefs te zien is of iets negatiefs we dat nog eerder opnemen. Ik moet zeggen dat we het negatieve vaak ook gewoon direct meenemen en met het positieve soms even iets langer wachten, maar dat neemt niet weg dat wij hier heel erg van zijn geschrokken en dat we het heel erg anders moeten doen. Dus zo zitten we er als college in. En dan even de vraag van mevrouw Ailo. De voorzitter: Ja. Ga uw gang, mijnheer Lulofs. De heer Lulofs: Ik vind het op zich een redelijk begrijpend antwoord wat u geeft, maar in december hebben we hier nog gesproken over hoe we er financieel voorstonden. Toen was het nog steeds negatief en we zien bij het eigenlijk feitelijk afsluiten van de jaarrekening dat we er dan in één keer € 2.700.000,00 positiever voorstaan dan wat wij hier in december nog in de in de raad hebben behandeld. Ik denk dat je daar naartoe moet gaan om te kijken van, u zegt: dat doen we dan heel voorzichtig, maar misschien moeten we dan ergens intern wel de versnelling weten te vinden hoe we er werkelijk voorstaan. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Zinkweg-Ankone: We gaan over een tijdje het gesprek aan over de Planning & Controlcyclus en wat er in ieder document terugkomt.

Misschien is het goed dat we dan ook gaan kijken wat we waar in gaan opnemen, want normaalgesproken is de Decembernota niet echt een voorbode op de jaarrekening en gaat het dan vooral over budgetoverhevelingen die we dan doorzetten. Op het moment dat u zegt: in december wil ik eigenlijk wel weten wat er uit gaat komen, krijgen we een andere situatie. Dus het lijkt mij goed om dan de discussie hierover ook even daar naartoe door te zetten, over de Planning & Controlcyclus, zodat we gaan kijken wat er in ieder document terugkomt. Dan kunt u misschien ook andere besluiten gaan nemen op het moment dat u ziet dat er toch een flink positief resultaat in zit, want volgens mij gaat het daar uiteindelijk om. Ga je andere dingen anders doen, omdat de situatie verandert? Daar willen we u in meenemen uiteraard. Het lijkt me dan goed dat we daar de discussie over gaan voeren wat we waar opnemen. De voorzitter: Mijnheer Lulofs. De heer Lulofs: Dank u wel, voorzitter. Mevrouw Zinkweg, u zegt: ja, dan hebben we het over de overhevelingen. Dat klopt, maar ik vind dat daar dan ook wel iets van een doorkijkje bij hoort. We hebben het nu bijvoorbeeld ook nog steeds over de Meicirculaire, terwijl we niet weten wat daar nou precies het effect van is op enig moment. Dan heb je straks ook de Septembercirculaire.

Die komt er dan later achteraan, terwijl er misschien intern wel gerekend wordt dat ze daar wel kunnen zeggen:

7

het gaat die kant op, het gaat positiever worden of hang er nog maar een stormvlag bij want er komt nog meer onheil aan. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Zinkweg-Ankone: Maar dan gaat het inderdaad wel over wat je waar opneemt. Laten we dan daar het gesprek over gaan voeren. Ik ben het met u eens dat dit een groot verschil was en dat dat misschien wel een iets ander gevoel had gegeven als er in de Decembernota een iets ander bedrag had gestaan dan dit. Dan de vraag van D66. Die ging ook over het verschil. U zegt ook: wat als er nou geen corona was geweest? En wat als, en wat als? Dan waren we uitgekomen op het bedrag dat we in eerste instantie hadden geraamd, want u ziet dat het grote verschil onder andere ontstaat door die coronamiddelen welke dus nu zijn opgenomen in de jaarstukken, maar waarvan we ook hebben gezegd dat we die in de reserve gaan stoppen. Dus het is ook niet zo dat we dat aan alles uit kunnen geven. Dat gaan we uitgeven aan de zaken waarvan u heeft gezegd dat we het daaraan uit moeten geven, anders waren we dus meer op het bedrag uitgekomen zoals die in eerste instantie was voorspeld. Dat was een negatiever resultaat. Daarom hebben we afgelopen jaar natuurlijk ook al de nodige ombuigingsvoorstellen bij u neergelegd waar u ook een akkoord op heeft gegeven en waardoor wij uiteindelijk met een positieve begroting voor 2021 zijn gestart.

Volgens mij moeten we daarnaar kijken. Wat als, daar heeft u al op gereageerd en daar heeft u dus ook al besluiten genomen, zodat wij naar de toekomst toe weer voldoende buffer overhouden. U zegt ook dat we die reserves op peil moeten houden. Ja zeker, daar ben ik het helemaal met u eens. Dat doen we ook. Daarom hebben we ook een weerstandsratio. Die beoordeelt ook of we nog voldoende reserves over hebben. U heeft ook gezien, daar komen we straks op terug bij de kadernota, dat het college ook van plan is om geld over te houden. Dat is als reactie op uw vragen. De voorzitter: Er is nog een interruptie van mevrouw Ailo-Zaia. Ga uw gang. Mevrouw Ailo-Zaia: Even kort, voorzitter. Dank u wel. Dank ook voor de beantwoordingen van mevrouw Zinkweg. Wat wij echt ontzettend belangrijk vinden, is dat we niet alleen naar het hier en nu kijken. Wij moeten echt de toekomst in kijken om te kunnen weten hoe we met een en ander moeten omgaan. Wat we de afgelopen jaren hebben gezien inderdaad, want ik weet dat jullie vanuit zowel het college als ook alle ambtenaren keihard hun best doen om dit allemaal goed te regelen en zelf ook juiste voorspellingen willen maken. Wij zien dat niet zozeer als een fout jullie kant op en zo wijzen we weer ook niet naar jullie toe.

Waar het wel om gaat, is dat we samen wel kritisch blijven en dat de raad ook kritisch blijft en ook aangeeft wanneer het de verkeerde kant op dreigt te gaan. En als we echt zien dat een voorspelling en een daadwerkelijk cijfer zo veel verschilt, dan moeten we echt even naar elkaar kijken en zeggen: hoe gaan we dit dan verder oppakken? Dat was mijn bijdrage. Dank u wel. De voorzitter: Nog behoefte vanuit het college om te reageren? Wethouder Zinkweg-Ankone: Ja, daar wil ik nog wel even kort op reageren, want wij kijken ook zeker als college naar de toekomst en vinden het ook belangrijk dat u zeker kritisch blijft op alles wat wij doen. Dus blijft u dat vooral doen. Ik neem uw opmerking over het verschil en ook wat de heer Lulofs van de Partij van de Arbeid aangeeft, zeker mee. Dus daar gaan we nog over in gesprek, ook bij het behandelen van hoe die Planning & Controlcyclus eruit komt te zien. De voorzitter: Ik kijk nog even of er nog behoefte is aan een tweede termijn. Die behoefte is er niet. Dan ga ik naar de agenda terug en dan pak ik de twee voorstellen, want u moet twee keer ergens mee instemmen. Allereerst Jaarstukken 2020 en het accountantsverslag. En het tweede is de Oplegging van de geheimhouding op de Grex 2020. Allereerst de jaarstukken. Het besluit heeft u voor u liggen. Is daar iemand tegen? Althans niet hier van de aanwezigen.

Ik kijk even naar de griffier of er iemand via de app aangeeft om gewenst te zijn tegen te hebben gestemd, althans dat heeft aangegeven. Dat is niet het geval. Dat betekent dat dat deel van de besluitvorming unaniem is aangenomen, dus die tik ik bij dezen af (Hamerslag).

8

Dan nog even de Oplegging geheimhouding Grex 2020. Wie van de aanwezigen heeft tegengestemd? Dat zie ik dan graag. Dat is hier niet het geval. Dan kijk ik nog even richting de griffier of er iemand is die dat via de app aangeeft. Ook dat is niet het geval. Ik geef nog even wat gelegenheid, want er kan nog vertraging in zitten. Dat is niet het geval. Dan is die ook unaniem aangenomen. (Hamerslag) Dat is mooi. Dan ga ik naar het volgende onderdeel. Mijnheer Snijders. De heer Snijders: Een klein vraagje. Er is bij mij nu wat verwarring over hoe we gaan stemmen. Ik had eigenlijk begrepen dat we dat om en om fysiek zouden doen, maar dat gaat nu via de WhatsApp? De voorzitter: Ja. Ik zal zo dadelijk nog wel even uitleggen hoe we dat doen. We hebben het nu even zo gedaan. Er komen zo meteen nog allerlei moties en amendementen heb ik al wel gezien, dus het is goed om daar zo meteen nog even bij stil te staan om daar een toelichting op te geven. 7. Kadernota 2020 De voorzitter: Maar ik ga nu naar de kadernota en dat agendapunt ligt nu voor ons. Ik heb daarbij een volgorde meegekregen die ik graag wil hanteren. Ik begin bij de Partij van de Arbeid. Mijnheer Lulofs. De heer Lulofs: Voorzitter, dank u wel. Verrassend. Voorzitter. Vandaag een van de belangrijkste vergaderingen van het jaar. Hier moeten we als fracties maximaal gebruik proberen te maken van onze mogelijkheden.

Het is in deze tijd moeilijk om een goede doorkijk te maken naar 2022. De coronabeperkende maatregelen zijn weliswaar gereduceerd tot het houden van 1,5 meter afstand, maar de coronapandemie is, zeker financieel, nog niet voorbij. Voor de gemeente blijft het maar afwachten op welke wijze ze door het Rijk wordt gecompenseerd. In 2020 en het lopende jaar 2021 vielen deze compensaties voor Oldenzaal nog mee. Ook de rijksoverheid zal straks een financieel terugtrekkende beweging maken. Voorzichtigheid blijft geboden. Gezien de beperkte tijd hebben wij als fractie van de PvdA ervoor gekozen om onze bijdrage te beperken tot een paar hoofdpunten. Daarbij gaan we twee moties indienen. We hebben kennis genomen van het voornemen van andere partijen in deze raad en hebben op een aantal punten het initiatief voor wat betreft moties aan hen gelaten. Een aantal van deze moties zullen wij steunen. De eerste motie van de PvdA betreft een oproep aan het college om te komen tot een voorstel om te komen tot een vereenvoudiging van het belastingsysteem, zoals de gemeente Oldenzaal toepast. We hebben een veelvoud aan belastingen en retributies, waarmee de gemeente haar inwoners voor in totaal € 16.600.000,00 belast. Nu zijn wij niet direct voor het verhogen van belastingen, maar wel voor het verlagen van de beheerskosten.

Wij heffen namelijk in Oldenzaal diverse belastingen die in de uitvoering duur zijn. Denk hierbij aan de hondenbelasting en bijvoorbeeld precariorechten. Hier moeten fysieke controles of zichtwaarnemingen worden uitgevoerd. Iedere met deze belastingen ontvangen euro kost veel geld. We wilden nu nog niet oproepen om de hondenbelasting af te schaffen. Maar nu er een motie van het CDA voorligt om de hondenbelasting af te schaffen, zullen we deze wel steunen. Wij zijn van mening dat de hondenbelasting een belasting is die niet meer fair is. Hondenbelasting is een van de oudste belastingen die we kennen en is ooit, in de middeleeuwen, in het leven geroepen om de overlast van honden in de stad te beteugelen. Als je hondenbezitter bent dan moet je nog steeds de hondenbelasting betalen, terwijl de opbrengst verdwijnt in de algemene middelen en niet specifiek wordt aangewend voor de mogelijke kosten en overlast die deze honden veroorzaken. Wij roepen met deze motie het college op om te onderzoeken of wij tot een andere vorm van heffing voor de diverse belastingen en retributies kunnen komen, waarbij iedere inwoner op een eerlijke wijze bijdraagt en de beheerskosten zo laag mogelijk gehouden kunnen worden. Hier wordt uiteindelijk iedereen beter van. Dit is ook een mooie gelegenheid om nog eens kritisch te kijken naar de parkeerbelasting en de actuele tarieven.

Nu is de discussie steeds om het eerste en/of tweede uur gratis te maken. Hiermee

9

vervalt het instrument waarvoor de parkeerheffing ooit is ingevoerd. Dat was namelijk het reguleren van de parkeerstromen. Kan het college een doorrekening laten maken wat het effect is als we bijvoorbeeld het parkeertarief voor het eerste uur beperken tot € 1,00 en het volgende uur bijvoorbeeld € 1,50 waarbij het dagtarief dan op € 2,50 wordt vastgesteld? Kies je er dan voor om met de auto naar de stad te gaan, dan is het parkeertarief realistisch voor Oldenzaal. Hiermee is ook onze middenstand geholpen. Vergeet dan ook niet om met een goed voorstel inzake het gratis flitsparkeren te komen. Nu we het toch nog hebben over de binnenstad: het is voor mijn fractie volkomen onbegrijpelijk dat in de kadernota wordt voorgesteld om de jaarlijkse bijdrage van € 150.000,00 voor stadspromotie al in 2022 te verlagen met € 20.000,00. Ja, de fractie van de PvdA weet dat het geld nog steeds schaars is, maar we hebben veel geïnvesteerd in de binnenstad en we gaan nog meer investeren. Om nu al te beginnen met deze korting is voor ons onbegrijpelijk. De huidige binnenstadsmanager doet goed werk een aantal binnenstadsverenigingen en stichtingen zijn nu met elkaar verbonden. Dit was ook een uitdrukkelijke wens van deze raad. De gevolgen van corona zijn nog niet weg en de binnenstad kan nog steeds een goede steun in de rug gebruiken.

Ons voorstel zou zijn: handhaaf voor 2022 de bijdrage en geef de nadrukkelijke opdracht mee dat men voor 2023 en volgende jaren nadrukkelijk meer de eigen broek moet ophouden. Richting Oldenzaal Promotie zeggen we: maak werk van onder andere de digitale reclameborden en zorg voor voldoende inkomsten om Oldenzaal te promoten. De tweede motie die wij indienen gaat over de starterslening. Vorig jaar hebben we een raadsbreed gesteund amendement aangenomen om de starterslening te continueren. Nu het toen beschikbaar gestelde budget van € 200.000,00 op is, stelt het college voor om dan nu maar te stoppen met deze succesvolle regeling om jongeren aan passende huisvesting te helpen. Het argument dat het prijsverhogend werkt, is niet onderzocht en het is zeker niet zo dat het afschaffen van de starterslening een prijsverlagend effect heeft. Het sterke punt van de starterslening is dat het een revolverend fonds is. Het uitgeleende geld komt uiteindelijk weer terug en de kosten zijn hooguit de beheerskosten. Ook de om ons heen liggende gemeenten hebben de kracht van de starterslening ontdekt en passen deze toe. Als wij de jeugdige potentiële kopers aan ons willen binden, dan zullen wij deze starterslening gewoon moeten voortzetten. Oldenzaal moet zuinig zijn op de jeugd en moet ze binden.

We gaan het college natuurlijk kritisch volgen in het traject naar de begroting van 2022 en wensen hen veel succes en wijsheid toe. Goede en eerlijke voorstellen kunnen rekenen op onze steun. Tot zover de bijdrage in eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de volgende bijdrage. Dat is volgens mij van het CDA. Mijnheer Maartens. De heer Lulofs: Ik had nog een motie. De voorzitter: U heeft er twee volgens mij. Ze zijn opgeladen. Iedereen heeft ze in hun bezit. Om ze nu nog voor te gaan lezen, iedereen heeft ze, volgens mij is dat niet nodig. U heeft ze ook nog toegelicht, ook voor de mensen thuis. Ik ga naar de heer Maartens namens het CDA. De heer Maartens: Dank u wel, voorzitter. We hebben een vreemd jaar achter de rug. Hopelijk gaat onze samenleving vanaf nu steeds verder open en kan dat ook zo blijven. In ieder geval willen wij iedereen die zich heeft ingespannen om zo ver te komen, bedanken voor hun inzet. Dat geldt wat ons betreft voor iedereen die zich wel aan de soms best wel ingewikkelde en vervelende regels heeft gehouden. Dank ook aan de ambtelijke organisatie die toch in een hele andere manier van werken dan gebruikelijk hun bijdrage hebben geleverd aan wat ik zou willen noemen ‘Oldenzaal in ontwikkeling’. Vervolgens ga ik een aantal onderwerpen wat extra uitwerken. Zorg/sociaal domein. Er komt extra compensatie voor jeugdzorg.

Hoe en in welke omvang en wat structureel en incidenteel wordt, is nog niet voldoende duidelijk. Wij zijn blij met de erkenning dat de gemeenten terecht om extra middelen hebben gevraagd om goede en voldoende jeugdzorg te kunnen bieden. Deze compensatie geeft wat lucht in de gemeentebegroting. Ik citeer het college in de kadernota: “Tekorten zullen daarmee grotendeels kunnen worden opgevangen”. Einde citaat. Nu nog hopen dat de huidige kabinetsformatie ertoe leidt dat ook het abonnementstarief in de Wmo

10

wordt vervangen door een inkomensafhankelijke eigen bijdrage. Daarbij moet wat ons betreft het doel zijn en blijven om binnen het sociaal domein de kosten zo laag mogelijk te houden en daarbij zeker niet aan kwaliteit in te leveren. Dat kan in onze ogen vooral door nog nadrukkelijker dan tot nu toe in te zetten op preventie. Om dat te bereiken, is naar onze mening realisatie van de centrale toegang van essentieel belang. In een motie vragen we het college dan ook de realisatie te bespoedigen en het loket gaandeweg uit te bouwen tot een vraagbaak voor Oldenzalers over maatschappelijke vraagstukken en er op termijn ook een ombudsfunctie aan toe te voegen. Onafhankelijkheid en laagdrempeligheid zijn voor ons daarbij van groot belang. Ook wij vinden dat de betrokken partijen gezamenlijk moeten kiezen waar deze voorziening gehuisvest wordt. Wij willen wel meegeven dat huisvesting in bijvoorbeeld het stadhuis voor een aantal inwoners een flinke drempel kan opwerpen. Dat weten, denk ik, betrokken hulpverleners maar al te goed. Dat zou in onze ogen erg jammer zijn. Daarnaast pleiten we ervoor om de voor 2022 geplande ombuigingen voor Impuls opnieuw te beoordelen en dat wel volledig in relatie tot extra inzet op preventie, Oldenzaal breed. Wij ontvangen graag een toezegging van de wethouder op dit punt. Het tweede onderwerp is Vakleerkracht gymnastiek.

Een onderwerp waarvoor we ons in het verleden erg hebben ingezet. Bewegen is goed voor iedereen. Jong geleerd, is oud gedaan. De vakleerkracht gym heeft zijn nut en noodzaak de afgelopen jaren bewezen. Goed dat het nu structureel in de begroting wordt opgenomen. We vinden trouwens wel dat goed onderwijs, en dat is wat ons betreft inclusief het bewegingsonderwijs, in eerste instantie de verantwoordelijkheid is van het schoolbestuur. Het gesprek aangaan met de schoolbesturen over de inzet op dit gebied van bijvoorbeeld de extra middelen die de schoolbesturen de komende jaren krijgen om eventuele achterstanden weg te werken, vinden wij een goed voornemen van het college. We hebben al eerder in een motie gevraagd om voor sport en cultuur na school zalen of andere ruimtes beschikbaar stellen voor onder andere BoesCoolFit, BoesCoolTuur en verenigingen. Dat is nog niet uitgevoerd, waarschijnlijk in verband met corona. Het lijkt ons een mooi begin in de uitvoering van de motie ‘Actief na school’ die de WG wil indienen. Binnenstad en Oldenzaal Promotie. Oldenzaal Promotie is wat ons betreft op de goede weg. Voor de komende jaren is in de kadernota voorzien in een afbouw van de subsidie voor promotie en marketing. Wij zijn het daar mee eens. Promotie en marketing zijn een taak die ook financieel gedragen moet worden door meerdere partners in de stad.

Wij denken daarbij ook aan bijvoorbeeld de meubelboulevard, het Hulsbeek en de vastgoedeigenaren in de binnenstad. Ook het verdienmodel in de vorm van de digitale informatieschermen en andere reclame kan en moet daar een bijdrage aan leveren. Voorwaarde is dan natuurlijk wel dat die mogelijkheden beschikbaar zijn. Kan het college ons vertellen wanneer de digitale borden daadwerkelijk geplaatst zullen zijn? Mocht dat ergens in 2022 zijn, dan is de taakstelling van € 20.000,00 in 2022 waarschijnlijk te vroeg. Mocht Oldenzaal Promotie daardoor in de problemen komen, dan vragen wij het college om de afbouw voor die periode te compenseren. Ook op dit punt willen wij graag een toezegging van de portefeuillehouder. Hondenbelasting. Ik ga nog even terug in de historie. Hondenbelasting bestaat al sinds de middeleeuwen. Die is toen ingevoerd om de overlast van zwerfhonden te beperken en om de verspreiding van hondsdolheid tegen te gaan. En een andere die lang niet iedereen kent: in die tijd was de hondenkar ook in gebruik als transportmiddel en was de hondenbelasting ook een transportbelasting. Een soort motorrijtuigenbelasting, maar dan zonder motor. De hondenbelasting is wat ons betreft absoluut niet meer van deze tijd en wordt door veel inwoners als onrechtvaardig ervaren. Daarom hebben we al eerder voorgesteld deze belasting af te bouwen.

Voor 2022 staat de volgende stap in de begroting. Inmiddels schaffen steeds meer gemeenten deze belasting volledig af en blijkt er ook in de Tweede Kamer een meerderheid voor te bestaan, die overigens meteen zegt dat het niet aan de Tweede Kamer is maar aan gemeenten. Daarbij is deze belasting ook een kostenintensieve, met name door controle op het bezit van honden. In een motie vragen we daarom deze belasting per 1 januari 2022 volledig af te schaffen. Intensivering woningbouw in relatie tot een woonplicht. Oldenzaal brengt een versnelling aan in woningbouwplannen. Dat is wat ons betreft, zoals al eerder aangegeven bij de woningbouwprogrammering, prima. Helaas moeten we vaststellen dat ook in Oldenzaal een wat ons betreft te groot aantal woningen wordt opgekocht door beleggers om daarna verhuurd te worden. Dat maakt de kansen op de woningmarkt voor jongeren, maar ook voor anderen die een woning willen kopen, aanzienlijk kleiner. Steeds meer gemeenten kiezen ervoor een woonplicht op te leggen aan kopers van zowel

11

nieuwbouw als bestaande woningen. We willen het college vragen om te onderzoeken welke mogelijkheden daar voor zijn om zo de kansen op de woningmarkt voor onze inwoners te vergroten. Participatie/Oldenzaal panel. Weten wat er in de samenleving leeft, hoe Oldenzalers tegen ontwikkelingen in de stad aankijken. Het wordt steeds belangrijker om goede, verantwoorde en door de samenleving gedragen politieke keuzes voor onze mooie stad te maken. Een Oldenzaal panel zoals dat nu bestaat is daarvoor te beperkt en onvoldoende toegerust. Inmiddels zijn er meerdere participatieplatforms beschikbaar die zich in een aantal gemeenten ook al bewezen hebben om meningen van inwoners te peilen en inwoners te laten meedenken. Wij denken dat Oldenzaal ook toe is aan een dergelijke voorziening. Via een motie roepen we daarom het college op nader onderzoek te doen naar een onafhankelijk platform dat bijdraagt aan een meer actieve en bredere participatie van inwoners en de raad over het resultaat te informeren. Het is op zijn minst een toevoeging aan de bestaande mogelijkheden die we daarvoor hebben. Carnavalshallen. Zoals waarschijnlijk alle fracties hebben ook wij een gesprek gehad met de groep die zich bezighoudt met de realisatie van de nieuwe carnavalshallen. Daar kunnen we kort over zijn. Carnaval is veruit het grootste evenement dat in Oldenzaal wordt georganiseerd.

Het is een begrip in ieder geval in heel Twente. Het zet Oldenzaal op de kaart. Het is cultureel erfgoed. Het belang van carnaval voor Oldenzaal is zo groot dat we als Oldenzaalse partijen hebben afgesproken op dit onderwerp geen politiek te bedrijven en gezamenlijk een motie in te dienen om deze ontwikkeling zo goed mogelijk te ondersteunen. Tot slot. Wat ons betreft, nogmaals dank aan de ambtelijke organisatie die met een hele andere manier van werken dan gebruikelijk toch weer een goede bijdrage hebben geleverd aan ‘Oldenzaal in ontwikkeling’. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Ook voor u geldt: we hebben de moties inmiddels opgeladen die u in uw bijdrage ook heeft gemeld. Ik zal ze aan het eind van de eerste termijn allemaal nog even langslopen met daarbij ook de nummering, zodat iedereen dat weer scherp heeft. Ik zie dat de heer Lulofs daar nog een opmerking over wil maken en die gelegenheid geef ik hem natuurlijk graag. De heer Lulofs: Voorzitter, dank u wel. Ik zit even te worstelen. We laten elkaar nu keurig netjes uitpraten, maar ik heb toch wel behoefte om wat toelichting op de achterliggende gedachte achter de moties. Kunnen we dat na elke bijdrage doen of wachten we daar even mee tot in de tweede termijn? De voorzitter: Ik zou de tweede termijn daarvoor gebruiken. Die is daar ook eigenlijk wel voor bedoeld, dus ik zou die daar vooral ook voor gebruiken.

Dan kunt u in de schorsing die we nog hebben eventueel technische punten die dat betreft aankaarten, zodat we de discussie in de raad ook zo zuiver mogelijk alleen maar over de politieke verschillen met elkaar kunnen voeren. Als u daarmee in kunt stemmen met zijn allen, zou ik dat zo willen doen. Ik zie dat de heer Visscher ook nog een opmerking heeft. Mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Ik heb nog even een verduidelijkende vraag aan de heer Maartens. Hij stelt in zijn stuk dat hij de bezuinigingen op Impuls voor 2022 opnieuw wil beoordelen. Ik ben even benieuwd wat de achterliggende gedachte is om die vraag nu hier te stellen. Misschien dat hij daar nog iets over zou kunnen vertellen. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Maartens. De heer Maartens: We hebben voor 2022 in de begroting al een bezuiniging ingeboekt voor Impuls. We zeggen heel nadrukkelijk: we willen inzetten op preventie. Als we zo willen inzetten op preventie, dan vind ik dat we als gemeente moeten kijken wat die rol is die Impuls vervult in die preventie. Kan ze daar nog aan meedoen om te zorgen dat het resultaat op het gebied van preventie nog beter wordt? Dat hoeft niet per se Impuls te zijn. Dat kan ook een ander zijn. Maar ik zeg er wel bij dat Impuls op dit moment een natuurlijke partner is van de gemeente Oldenzaal.

Ik zou graag willen dat je gaat kijken of je op managementniveau met Impuls extra afspraken kunt maken over preventie. De voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog even naar de heer Visscher.

12

De heer Visscher: Nog één vraag daarover. Helder. Nog even ter verduidelijking: het is niet zo dat jullie bericht hebben gekregen dat ze een aantal dingen nu niet uit kunnen voeren vanwege die bezuinigingen? De voorzitter: Mijnheer Maartens. De heer Maartens: Nee. Er is vanwege bezuinigingen in 2021, dat weet ik, een aantal activiteiten beëindigd. Met de bezuinigingen 2022 zal men nog aan de slag moeten om te kijken hoe dat moet gaan gebeuren, neem ik aan. De voorzitter: Dank u wel. Ik zag dat de heer Snijders ook nog een interruptie wilde plaatsen. De heer Snijders: Ja, ik wil de heer Maartens even bedanken voor het promoten van onze motie. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik naar de volgende in de rij. Dat is de VVD. De VVD, mijnheer Visscher. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Vandaag stellen we de kaders van de begroting voor 2022, de laatste begroting van deze raadsperiode. Vanuit de Oldenzaalse VVD zullen we bij deze kadernota geen moties indienen. De reden daarvoor is heel simpel: de belangrijkste motie hebben we anderhalf jaar geleden al ingediend, namelijk die van de Zinkwegnorm. Een motie die ons echt in staat stelt om te investeren in de toekomst in plaats van altijd wat we doen: begroten rondom de nullijn. Om te kunnen investeren in de toekomst, zullen we onze reservepositie moeten versterken.

En dat kan alleen door jaarlijks geld over te houden. Natuurlijk, om dat te realiseren zal dat betekenen dat er soms bestaand beleid moet worden omgebogen, maar aan de andere kant: als de inkomsten dat toelaten, kunnen we ook meer uitgeven. Het belangrijkste uitgangspunt: niet laten leiden door de kosten, maar laten leiden door de inkomsten. Deze kadernota brengt ons naar een begroting van 2022 met een positief resultaat. Dat is uiteraard na alle negatieve resultaten natuurlijk een hartstikke goed resultaat. We hebben nog niet in deze huidige vooruitblik de volle 1% van de Zinkwegnorm bereikt, maar wel een deel daarvan. Echter, als we de te verwachten inkomsten ter compensatie van de jeugdzorg meerekenen, zelfs al doen we dat heel voorzichtig, dan zijn we wel degelijk in staat om in 2022 die 1% te realiseren. En dat is voor ons dan ook direct de max tot hoe ver we kunnen en willen gaan als het gaat om extra uitgaven. Het is een andere methodiek, het is een andere mindset, maar wel een die absoluut noodzakelijk is voor de toekomst van Oldenzaal. Eigenlijk voorzitter, laat deze kadernota het probleem versimpeld zien. Zodra er weer geld is, komen er aanvragen vanuit diverse portefeuilles. Dat kan zijn voor incidentele uitgaven, voor structurele lasten, maar ook voor zaken die bijvoorbeeld al in de begroting hadden moeten staan.

Ik doel bijvoorbeeld op het bedrag dat genoemd wordt voor de invoering van de omgevingswet. Waarom is dit opgevoerd als aanvullend krediet en stond dit er niet gewoon al in? Immers, we weten dat we de omgevingswet moeten gaan invoeren. We begrijpen toch de totstandkoming van deze kadernota en we steunen deze ook, maar wij zouden in de toekomst toch liever zien dat we wat meer langs de langetermijnkaders plannen dan de kortetermijnimpulsen. In deze kadernota staat ook een aantal zaken die hoognodig zijn om Oldenzaal sterker te maken voor de toekomst, zoals versnelling van woningbouw; de invoering van diezelfde omgevingswet; het versterken van ons vestigingsklimaat voor bedrijven; toerisme en recreatie wat jaarlijks veel mensen naar Oldenzaal trekt; JufferbeekNoord ontwikkelen en ook investeringen die we doen in onze binnenstad. Er staan ook zaken in die wij minder noodzakelijk achten, maar daar zullen wij ons vandaag ook niet over uitspreken. We missen ook zaken. Zaken die ons de komende jaren wel eens heel erg vervelend kunnen gaan achtervolgen. Bijvoorbeeld als het gaat om Vondersweijde. We stellen wellicht straks een plan vast, waaruit blijkt dat we over 5 jaar weer zullen moeten investeren. Waarom sparen we daar eigenlijk niet alvast voor? Hetzelfde geldt voor het IHP.

We weten eigenlijk met zijn allen dat de kosten voor de al die onderwijshuisvesting veel hoger gaat worden dan dat we nu gepland hebben. Waarom sparen we daar niet voor? En bijvoorbeeld recent in Hof van Twente de systeem hack die voor heel veel

13

ellende heeft gezorgd. Hebben we bijvoorbeeld een buffer om daar met elkaar mee om te gaan mocht dat ook in Oldenzaal plaatsvinden? Deze vragen zouden wij graag aan het college meegeven om richting de begrotingsbehandeling daarnaar te kijken. Eén ding mogen we hier in dit huis met elkaar nooit uit het oog verliezen en dat is dat wij hier de keuzes maken met het geld van onze inwoners. Het is geld dat uit onze eigen portemonnee komt. We moeten ons dus altijd blijven afvragen of wij geld doelmatig en effectief besteden. In dit kader refereer ik graag aan de fusie tussen twee welzijnsorganisaties die daarvoor € 70.000,00 aan gemeenschapsgeld ontvangen uit het project Spontane Binnenstad. Ik moet u zeggen voorzitter, het enige spontane dat ik overhoud hieraan is spontane jeuk, erger nog dan welke processierups dat ook kan veroorzaken. Want geld van de regio of niet, dit geld had nooit besteed mogen worden aan dit doel. Als Impuls en Kaliber, want daar heb ik het over, graag willen samenwonen, dan moeten ze hun studies maar zelf financieren of gewoon het uitvoeren. Dit geld had prima besteed kunnen worden aan investeringen in onze binnenstad, bijvoorbeeld de wens om bewegwijzering. Nu is het helaas voor ons weggegooid geld, tenzij Impuls en Kaliber alsnog kunnen aantonen dat deze fusie ook iets oplevert voor de gemeente. Dit brengt ons naar de binnenstad.

Toch wel een beetje een hoofdpijndossier aan het worden. Uiteraard, we hebben met heel veel externe factoren te maken: corona, online shoppen. Het blijft doorgaan dat er minder mensen naar winkels gaan. Maar ook omdat we blijkbaar nog altijd niet in staat zijn om zaken te regelen voor de binnenstad die zowel zichtbaar zijn als bruikbaar voor de ondernemers. In alle planvorming zien wij helaas ruis op de lijn. Wij krijgen verschillende signalen vanuit het stadhuis, maar ook vanuit de ondernemers. Een mooi voorbeeld is denk ik toch het flitsparkeren in de Deurningerstraat en de Steenstraat. De gemeenteraad heeft na lang discussiëren uiteindelijk gezegd: dat gaan we doen. Vervolgens horen we hier terug dat de ondernemers er samen niet uitkomen waar die parkeerplaatsen moeten komen. Als we dit vervolgens weer terugleggen bij de ondernemers, herkennen ze zich daar niet in. Voorzitter, ik denk dat we veel meer op één lijn moeten gaan komen. Zowel in het huis als buiten het huis met de ondernemers van de binnenstad. Ik wil de ondernemers ook uitdagen: kom met jullie topprioriteiten van zaken die op dit moment genoemd worden in de detailhandelstructuurvisie en zorg dat minimaal 70% van de ondernemers zich achter die prioriteiten schaart. Dan maken wij ons hard voor de concrete uitvoering van die prioriteiten.

Geen rapporten, geen visiedocumenten, geen Boost jouw binnenstad, maar tijd voor concrete acties. Die zijn hard nodig voor de belangrijkste uitdaging waar we voor staan in de binnenstad: de leegstand. Een cruciaal onderdeel hiervan is het overtuigen van ondernemers die nu buiten het centrum zitten te verhuizen naar de binnenkant van het centrum. Wij roepen het college op om hier structureel werk van te maken. We weten dat hier acties ondernomen worden, maar wat ons betreft: maak het simpel voor ons. Maak een lijst met al die mogelijke ondernemers, ga het gesprek aan en laat ons als raad weten wat de belemmeringen zijn om ze naar het centrum te halen. Dan kunnen wij als raad kaders gaan stellen om dat misschien te bewerkstelligen. Dan ga ik naar Oldenzaal Promotie, een actie die steeds meer vorm en inhoud krijgt. Het nieuwe team is creatief, pakt door en krijgt steeds meer draagvlak in de stad. Nu zou het kunnen lijken dat Oldenzaal Promotie gestraft wordt voor haar eigen succes, omdat de bijdrage vanuit de gemeente omlaag gaat in 2022 met de al genoemde € 20.000,00. Dat is wat ons betreft zeker niet het geval. Wij zien het als prikkel. Prikkel om versneld werk te maken van de eigen verdienkracht van Oldenzaal Promotie. Wij als gemeente investeren veel geld, bijvoorbeeld in de nieuwe digitale schermen en we hebben ook recent de bushokjeslocaties van J.C. Decaux overgekocht.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10571129/1