04. Belastingenverordeningen 2024 - Raadsvoorstel
Tekst van het document
Bijlagen 2023 17 oktober 2023 Nr. 37/8 Reg.nr. INTB-23-05958 Bijlagen: 7
Agendapunt: 4
Voorstel tot het vaststellen van de belastingverordeningen 2024
Aan de gemeenteraad
1.
Algemeen
Bij de programmabegroting 2024 zijn de belastingtarieven 2024 aan de orde geweest. In de paragraaf lokale heffingen van deze begroting lichtten wij de achtergronden, uitgangspunten en gevolgen toe. Vaststelling van de belastingverordeningen heeft daarom geen consequenties voor de geraamde opbrengsten 2024. Voorgesteld wordt nu om een aantal belastingverordeningen en de kwijtscheldingsverordening opnieuw vast te stellen. De verordeningen toeristenbelasting en marktgelden zijn niet aangepast omdat de tarieven niet wijzigen en geen wijzigingen in de modelverordening hebben plaatsgevonden. Wijzigingen op grond van vaste beleidsuitgangspunten en redactionele wijzigingen zullen wij niet nader toelichten. Het eerder vaststellen van de belastingverordeningen (in de begrotings-raad van begin november in plaats van de raad van eind december) kan tot gevolg hebben dat de totale OZB-opbrengst en de leges hoger of lager worden. Dit met name omdat de WOZ-taxaties nog niet helemaal afgerond zijn, in verband met de bezwaarafhandeling. Hierdoor kan het zijn dat de WOZ-waarderingen nog aangepast worden en daarmee de OZB-opbrengst wijzigt. Ook zijn alle tarieven van derden nog niet vastgesteld.
1.1
Leges
Enkele legestarieven zijn door het rijk gemaximeerd. Deze tarieven hebben wij overgenomen. Naast onderstaande aanpassingen is de verordening op enkele redactionele punten aangepast. Vrijstelling artikel 4 lid m is toegevoegd: Vrijstelling voor het behandelen van een aanvraag voor het houden van een paasvuur. Aanvragers moeten vrijgesteld worden van deze leges met de achterliggende gedachte dat een paasvuur een Twentse traditie is. Tot en met 2020 zat deze vrijstelling in de legesverordening. Vanaf 2021 is deze vrijstelling ongemerkt en ongewild verwijderd uit de legesverordening. In 2023 is dit hersteld door middel van het toepassen van de hardheidsclausule en de toezegging dat het in de legesverordening 2024 structureel hersteld wordt. Tarieventabel toevoeging artikel 1.21 onder 2a en 2b: Hier zijn tarieven opgenomen voor het afleggen van een huisbezoek voor de aanvraag van producten rondom burgerzaken, omdat hier van gemeentewege extra kosten worden gemaakt. Er is onderscheid gemaakt tussen een huisbezoek binnen de gemeente en buiten de gemeente in verband met de tijd en afstand die afgelegd moet worden.
Tarieventabel toevoeging artikel 1.27 punt 3: Hier is een tarief opgenomen voor het in behandeling nemen van een melding, voor werkzaamheden van niet ingrijpende aard, aan leidingen in openbare gronden. Meldingen zijn werkzaamheden van minder ingrijpende aard (zoals bijv. huisaansluitingen en storingen), waarvoor geen instemmingsbesluit (Telecom) of vergunning (Nuts) noodzakelijk zijn, omdat deze kleiner zijn dan 25 strekkende meter. Wij moeten deze meldingen wel controleren en afhandelen. De instemming is derhalve als een dienst aan de aanbieder te beschouwen, zodat daarvoor leges kunnen worden geheven. Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) verwerkt in Legesverordening: De Omgevingswet en de Wkb treden tegelijkertijd in werking op 1 januari 2024. Beide wetten hebben gevolgen voor het heffen van leges. Omgevingswet Het huidig stelsel van wet- en regelgeving voor de leefomgeving wordt als complex, versnipperd en onoverzichtelijk ervaren. Daarom wordt de Omgevingswet ingevoerd. Deze nieuwe wet bundelt en moderniseert de wetten voor de leefomgeving. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. In totaal gaan 26 wetten geheel of gedeeltelijk over naar de Omgevingswet. Deze nieuwe wet heeft veel impact en brengt veranderingen met zich mee voor de gemeente.
Hierbij gaat het niet alleen om nieuwe regelgeving, maar ook andere werkwijzen, een nieuwe digitale omgeving en nieuwe instrumenten. Er moeten lokaal keuzes worden gemaakt hoe de veranderingen van de Omgevingswet te verwerken in de legesverordening. Er ontstaan bijvoorbeeld nieuwe diensten zoals het vooroverleg met een intake- en omgevingstafel, om op tijd te kunnen reageren op een (complexe) vergunningaanvraag. Wet kwaliteitsborging (Wkb) voor het bouwen Naast de Omgevingswet wordt ook de Wet kwaliteitsborging ingevoerd. De Wkb moet zorgen voor meer toezicht en controle in de bouw, zodat bouwers zich aan de geldende kwaliteitseisen houden. Dit moet leiden tot minder bouwfouten en gebreken, zoals constructiefouten, onvoldoende isolatie of brandonveilige situaties. Het doel van de Wkb is dat de bouwkwaliteit van gebouwen verbetert. Een belangrijke verandering is dat onafhankelijke kwaliteitscontroleurs controleren of een gebouw voldoet aan de wettelijke technische eisen. Deze controleurs heten kwaliteitsborgers. Dit betekent dat de huidige omgevingsvergunning straks gesplitst wordt in een ‘technisch deel’ en een ‘ruimtelijk deel’. De technische bouwkundige toets voert de private kwaliteitsborger uit en niet langer de gemeente. De gemeente controleert alleen nog de bouw- en gereedmelding.
Voor het controleren van meldingen mogen geen leges worden geheven, omdat dit geen dienst is. De Wkb geldt niet direct voor alle bouwwerken, maar gaat in fases in. Gevolgen Wet kwaliteitsborging voor het bouwen De huidige omgevingsvergunning voor bouwen wordt met de Wkb gesplitst in een ‘technisch deel’ en een ‘ruimtelijk deel’. Dat levert 2 activiteiten op: 1. de technische bouwactiviteit en; 2. de omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk.
De gemeente blijft de vergunning verlenen voor het ‘ruimtelijk deel’. Dit is een toets aan de ruimtelijke regels en de regels voor welstand die zijn vastgelegd in het omgevingsplan. Handhaving blijft de taak van de gemeente, echter hiervoor kunnen geen leges worden geïnd.
2
In fases over naar het nieuwe systeem De Wkb geldt in eerste instantie alleen voor nieuwbouw van bouwwerken in de laagste risicoklasse (gevolgklasse 1). Dit zijn bijvoorbeeld eengezinswoningen en kleinere bedrijfspanden. Zes maanden na inwerkingtreding geldt de Wkb ook voor verbouw van gevolgklasse 1. De verwachting is dat vijf jaar later, na een evaluatie, ook gevolgklassen 2 en 3 volgen. Dit zijn bijvoorbeeld bibliotheken en onderwijsgebouwen (gevolgklasse 2) en voetbalstadions en ziekenhuizen (gevolgklasse 3). De legesverordening wordt aangepast aan de Omgevingswet De Omgevingswet treedt per 1 januari in werking. Dit zorgt ervoor dat de termen die wij kennen vanuit de verschillende huidige wetgeving dient te worden aangepast aan de Omgevingswet. Zo wijzigt het bestemmingsplan in een omgevingsplan en er komen enkele nieuwe termen bij, zoals de term activiteiten. De komst van de Omgevingswet zorgt niet alleen voor nieuwe terminologie, maar ook voor nieuwe werkwijzen en nieuwe instrumenten. Deze aanpassingen zijn verwerkt in de legesverordening. Er worden leges geheven voor milieuactiviteiten De Omgevingswet maakt het mogelijk om leges te innen voor milieuactiviteiten. Vroeger was dit ook mogelijk, maar dit is in het verleden afgeschaft. Met de Omgevingswet wordt dit dus weer hersteld.
De omgevingsvergunningen waarin milieuactiviteiten van toepassing zijn worden grotendeels afgehandeld door de omgevingsdienst. De leges die voor milieuactiviteiten in rekening worden gebracht zijn afgestemd met de omgevingsdienst. Per milieubelastende activiteit bedraagt de leges € 2.300. In de legesverordening zijn deze legeskosten gemaximeerd op € 9.200 per aanvraag (de legeskosten voor 4 of meer milieubelastende activiteiten), dit is een politieke keuze. Door de komst van de Wet kwaliteitsborging komt er een splitsing tussen technische bouwtoets en ruimtelijke toets Een grote wijziging door de komst van de Wkb is de splitsing tussen de technische bouwtoets en de ruimtelijke toets, zoals ook in de inleiding aangegeven. In de legesverordening wordt dit verwerkt met het splitsen van de bedragen tussen de bouwtechnische toets en de ruimtelijke toets. Aangezien de gemeente de bouwtechnische toets door de Wkb uiteindelijk steeds minder zal uitvoeren, zijn vooral de leges met betrekking tot het ruimtelijke deel van belang. Er is in de huidige legesverordening gekozen van een splitsing van 50/50 voor de leges voor de ruimtelijke en technische toets. Het in een vroegtijdig stadium betrekken van de gemeente wordt gestimuleerd Met de komst van de Omgevingswet is het streven om alle omgevingsvergunningen binnen acht weken te kunnen verlenen.
Om dit mogelijk te maken is in een vroegtijdig stadium betrekken van de gemeente bij de initiatieven wenselijk. Een nieuw initiatief zal intern worden behandeld aan de intaketafel. Dit is een eerste verkennend intern overleg waarin de wenselijkheid van een nieuw initiatief wordt besproken. Bij complexe initiatieven zal naast de wenselijkheid ook de haalbaarheid moeten worden onderzocht. Dit gebeurt aan de zogenoemde omgevingstafel. Dit kan intern zijn, maar ook in samenwerking met de omgevingsdienst of regionaal. Hiervoor worden leges in rekening gebracht. De bouwleges worden geïnd op basis van gebruikersoppervlaktes In tegenstelling tot voorgaande jaren worden de leges voor omgevingsvergunningen vanaf 2024 geïnd op basis van gebruikersoppervlaktes. In voorgaande jaren gebeurde dit op basis van bouwkosten. De bouwkosten zijn niet altijd bekend of voor een vergunningverlener lastig te controleren. Er is vaak diepgaand onderzoek nodig in tekening of er moet een aangepast uitgangspunt worden gehanteerd. Daarom wordt gekozen om leges te innen op basis van het gebruiksoppervlakte. Per functie worden er verschillende leges in rekening gebracht. Uitgangspunt hiervoor is dat de wijziging in de systematiek geen gevolgen moet hebben voor de initiatiefnemer.
3
Na een jaar de gevolgen van de leges evalueren Gezien de grote wijzigingen die dit jaar worden doorgevoerd in de legesverordening is het goed om deze wijzigingen de komende jaren te evalueren. Hiermee kan inzichtelijk gemaakt worden of er wederom wijzigingen doorgevoerd moeten worden in de legesverordening van 2025. Kostendekkendheid Binnen de gemeente Oldenzaal werken wij niet met kostendekkende leges. Hier wordt wel langzaam naar toegewerkt. De huidige veranderingen van de legesverordening door de komst van de Omgevingswet geven hier aanleiding toe. Gespreid over een periode van 10 jaar werken we hier langzaam naartoe. Hoe dit zal worden doorgevoerd wordt nog onderzocht. De technische toets wordt duurder Wanneer een nieuwbouwactiviteit onder gevolgklasse 1 valt, zal een private kwaliteitsborger per 1 januari 2024 een kostendekkend tarief in rekening brengen. Deze tarieven worden naar verwachting met name voor kleine projecten hoger dan de gemeentelijke leges voor de bouwtechnische toets. De private kwaliteitsborger zal de tarieven namelijk baseren op de werkelijke kosten per dossier, vermeerderd met een rendement en BTW. Een private kwaliteitsborger past geen kruissubsidiering toe waarbij grote projecten meebetalen aan de kleinere projecten. Dit is een gevolg van de gemaakte keuzes van de wetgever.
1.2
Onroerende-zaakbelastingen
De gemeentelijke kosten stijgen in 2024 gemiddeld met 7,25% (gemiddelde stijging van lonen en prijzen). De OZB-tarieven zijn afhankelijk van de WOZ-waarden. Met ingang van 2007 worden de WOZwaarden jaarlijks vastgesteld. In 2024 geldt als waardepeildatum 1 januari 2023. Uitgangspunt bij de tariefstelling na een herwaardering is de begrote opbrengst, waarbij de invloed van de waardeontwikkeling zo goed mogelijk is geschat. Gemiddeld worden de waarden van woningen hoger (ruim 6 %) vastgesteld dan in 2023 met als waardepeildatum 1 januari 2022. De waarde van niet-woningen worden lager (ongeveer -0,3 %) vastgesteld dan in 2023 met als waardepeildatum 1 januari 2022. Het OZB-tarief stijgt daardoor niet met 7,25%. Om de 7,25% OZB-opbrengststijging te kunnen realiseren stellen wij daarom de tarieven als volgt vast, rekening houdend met de geraamde opbrengsten en de geprognosticeerde waardes van woningen en niet-woningen per 1 januari 2024. Tussen haakjes zijn de percentages voor 2023 vermeld.
Zakelijk recht woningen : Zakelijk recht niet-woning: Gebruik niet-woning :
0,1020% (0,0986%) 0,3633% (0,3416%) 0,2827% (0,2672%)
Naast de aanpassingen in de tarieven is ook het maximumbedrag om voor automatische incasso in aanmerking te komen verhoogd van € 7.200 naar € 7.500.
1.3
Afvalstoffenheffing
De afvalbegroting is opgesteld op basis van de meest recente gegevens en de beschikbare gegevens over het aanbiedgedrag. Dit betekent dat de tarieven voor het vast recht verlaagd kunnen worden en het tarief van het ledigen van de containers verhoogd worden.
4
Jaren:
2023
2024
Vast tarief
€ 219,96 € 210,60
Variabele tarieven - Rest 240 - Rest 140 - GFT 240 - GFT 140 - verzamelcontainers
€ € € € €
9,16 5,34 0,00 0,00 1,14
€ 10,08 € 5,88 € 0,00 € 0,00 € 1,26
Kwijtschelding wordt verleend voor het vaste bedrag plus maximaal 6 aanbiedingen van een restcontainer. Maximaal wordt dus € 271,08 kwijtschelding voor afvalstoffenheffing verleend. Daarnaast is het maximumbedrag om voor automatische incasso in aanmerking te komen verhoogd van € 7.200 naar € 7.500.
1.4
Rioolheffing
De tarieven voor de rioolheffing worden vastgesteld volgens de in de paragraaf lokale heffingen al aangekondigde tarieven. Het eenheidstarief 2024 wordt € 114,60 (was € 101,64). Daarnaast is het maximumbedrag om voor automatische incasso in aanmerking te komen verhoogd van € 7.200 naar € 7.500.
1.5
Parkeerbelasting
De vrijstelling voor elektrische voertuigen die ten behoeve van het opladen van de batterijen wordt geparkeerd op parkeerapparatuurplaatsen, is uit de verordening verwijderd. Elektrische voertuigen die aan het opladen zijn, moeten vanaf 2024 ook parkeerbelasting betalen. Deze maatregel was om elektrisch rijden te stimuleren, aangezien het een financiële prikkel is om het voordeliger te maken voor gebruikers van elektrische auto’s. De maximale kosten die gemeenten in rekening mogen brengen bij de naheffingsaanslag zijn verhoogd van € 72,90 naar € 76,70. Naast bovenstaande aanpassing is de verordening redactioneel aangepast.
1.6
Reclamebelasting
De tarieven voor de reclamebelasting zijn gelijk gebleven aan voorgaand jaar. Het maximumbedrag om voor automatische incasso in aanmerking te komen is verhoogd van € 7.200 naar € 7.500.
1.7
Kwijtscheldingsverordening
De kwijtscheldingsverordening is aangepast omdat het maximumbedrag voor kwijtschelding van de afvalstoffenheffing is gewijzigd, als gevolg van het veranderen van het tarief de afvalstoffenheffing. 5
Kwijtschelding afvalstoffenheffing geldt voor het vaste bedrag plus maximaal 6 aanbiedingen, dit is niet gewijzigd ten opzichte van 2023.
In de vergadering van het politiek forum van 6 november 2023 is besloten uw raad te adviseren tot behandeling en besluitvorming over te gaan. Oldenzaal, 8 november 2023 Het college van burgemeester en wethouders, de secretaris,
de burgemeester,
G.A. Tiebot
P.G. Welman
Bijlagen 1. Verordeningen op de heffing en invordering van: a. Leges 2024 b. Onroerendezaakbelastingen 2024 c. Afvalstoffenheffing 2024 d. Rioolheffing 2024 e. Parkeerbelastingen 2024 f. Reclamebelasting 2024
2. Verordening kwijtschelding 2024
6