03 Transcriptverslag raad 21 oktober 2024
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE RAADSVERGADERING VAN DE GEMEENTE OLDENZAAL van 21 oktober 2024
Aanvang 19.30 uur Aanwezig:
de heer L.T. Lulofs, plv. voorzitter
de dames:
R. Berger, J.M. Egbers, N. Nevels-ter Brake, P.J.H. Oude Engberink-Weideveld, T.G.M. Vloothuis
de heren:
J.A.M. Bekke, R. Bouwman, L.J. Gelevert, E. Kangus, N. Kramer, H.J.M. Maartens, Y.B.S. Mekelenkamp, G.F.M. Nijland, H.W.M. Snijders, X.E.N. Visscher, M.J. van der Waal, A.A.M. Wagelaar, R.T. Wienk, H.H.W. Winkelhuis en M. (Mevlid) Yildirim de heer B.C. de Groot, griffier de heer R.G.H. Christenhusz, wethouder mevrouw M.E.A. Rödel, wethouder de heer M. (Murat) Yildirim, wethouder mevrouw E.C. Zinkweg-Ankone, wethouder
Afwezig:
de heer P.G. Welman (voorzitter), mevrouw M.J. Seijger en de heer Y.B. Liebrand
Algemeen 1. Opening De voorzitter: Goedenavond. Klein excuus voor het te laat beginnen. Er was een kleine technische storing. Die is nog niet helemaal verholpen, maar ik hoop dat die zo meteen opgelost is. We gaan deze vergadering beginnen met drie afmeldingen. Mevrouw Seijger is niet aanwezig, de heer Welman is afwezig en de heer Liebrand is afwezig. Alle drie met kennisgeving. Dat is ook de reden dat ik vanavond de eer heb om hier voor te mogen zitten. Dit zullen we maar beschouwen als de opening. Daar knoop ik nog één opmerking aan vast. Zo meteen na de vergadering is er nog een besloten geheime bijeenkomst waarin wij worden bijgepraat door het college. Allemaal duidelijk? 2. Vaststellen agenda De voorzitter: Dan gaan we over naar de vaststelling van de agenda. Jullie kunnen zien dat de agenda is uitgebreid met een motie vreemd van de VVD. Zijn er nog op- of aanmerkingen op de agenda? Dan gaan we hem zo behandelen. 3. Vragenuur De voorzitter: Dan gaan we nu over naar het vragenuur. Daarvoor geef ik het woord aan mevrouw Nevels van de VVD.
-1-
Mevrouw Nevels: Misschien kunnen ze de volgende keer even zorgen dat ik een bankje heb. Of een opstapje. Kijk, ik groei. Zolang het in de lengte is, is er niks aan de hand. Dames en heren, voorzitter. Ik wil graag starten. Voorzitter, er is grote onrust in diverse Twentse gemeenten over het leerlingenvervoer en de regiotaxi. Het bedrijf Willemsen-de Koning heeft de laatste aanbesteding op de meeste percelen gewonnen. Maar zij blijken niet in staat om hun belofte waar te maken. Vanuit een commissievergadering in de gemeente Wierden, horen wij dat er grote problemen zijn met de nieuwe vervoerder. En dat deze ondanks vele waarschuwingen nog altijd niet…Ook zien wij veel artikelen in kranten verschijnen over het gebrek aan personeel. Omdat Oldenzaal penvoerder was van de laatste aanbesteding en omdat wij zelf ook met deze vervoerder te maken hebben, zij het dat de uitvoering daarvan bij Taxi Nijhuis in De Lutte ligt, hebben wij de volgende vragen.
Vraag één, herkent het college de problematiek zoals geschetst in de inleiding? Vraag twee, ervaart de gemeente Oldenzaal zelf ook problemen met betrekking tot het leerlingenvervoer en de regiotaxi? Vraag drie, zo ja, welke stappen heeft Oldenzaal al genomen om de problemen op te lossen? Vraag vier, hebben wij als penvoerder contact met de andere gemeenten over de ontstaande problematiek? Vraag vijf, wanneer de problemen aanhouden, wat kan het college dan doen om deze situatie op te lossen? En vraag zes, hoe worden in het algemeen dit soort contracten gecontroleerd op naleving en met welke frequentie gebeurt dat dan? En hoe is dat in dit specifieke geval gebeurd? Dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Nevels, bedankt voor deze vragen. Ik geef het woord aan de heer Yildirim. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor de vragen en de aandacht voor deze problematiek. U vraagt of ons college zich herkent in de problematiek zoals deze geschetst is in uw inleiding. Ja, het college herkent de problematiek zoals deze geschetst is, maar wel voor zover deze betrekking heeft op de regiotaxi. Waarom zeg ik dit? Om het volgende, binnen het doelgroepenvervoer zijn namelijk meerdere contracten afgesloten. Voor Oldenzaal betreft dit het gezamenlijke contract voor de regiotaxi en het callcenter, perceel 1, met Willemsen-de Koning.
En daarnaast het contract samen met Dinkelland en Tubbergen voor het leerlingenvervoer, jeugdwetvervoer en het vervoer van en naar dagbesteding onder noemer perceel 3 met de combinatie Hulshof-Nijhuis. Sinds 1 augustus 2024 rijdt Willemsen-de Koning de regiotaxi voor tien Twentse gemeenten en is daarnaast ook verantwoordelijk voor het callcenter. Het callcenter houdt in, het boeken van de ritten. Het is ook goed om te weten dat Willemsen-de Koning sinds 1 augustus 2024 naast de regiotaxi ook verantwoordelijk is voor het leerlingenvervoer, jeugdwetvervoer en het vervoer van en naar dagbesteding in Wierden, Hellendoorn en Twenterand. Ik weet niet waar ik dan moet herhalen, maar ik ga gewoon even vanuit dat het dan… Het is goed om te weten dat Willemsen-de Koning sinds 1 augustus 2024 naast de regiotaxi ook verantwoordelijk is voor het leerlingenvervoer, jeugdwetvervoer en het vervoer van en naar dagbesteding in Wierden, Hellendoorn en Twenterand, onder nummer perceel 2, als nieuwe vervoerder. Ervaart de gemeente Oldenzaal zelf ook problemen met, dan vraagt u ook specifiek leerlingenvervoer en de regiotaxi? Wat betreft het leerlingenvervoer kan ik u melden dat wij geen problemen ervaren als Oldenzaal zijnde. Bij de regiotaxi ligt het net iets anders.
Daar hebben wij wel enkele klachten gekregen en de klachten die we tot nu toe hebben ontvangen over de regiotaxi zijn beperkt en hadden voornamelijk betrekking op de bereikbaarheid van het callcenter van Willemsen-de Koning begin september. In het contract met Willemsen-de Koning voor de regiotaxi en callcenter is gezamenlijk afgesloten met tien gemeenten. Namens de tien Twentse gemeenten is er een officiële waarschuwing gestuurd aan Willemsen-de Koning. Deze brief heeft geleid tot een verbetering van de bereikbaarheid en de afgelopen weken hebben wij als gemeente Oldenzaal geen klachten meer ontvangen over de bereikbaarheid. Een ander aandachtspunt die door Willemsen-de Koning zelf is aangegeven en niet via directe klachten bij ons is binnengekomen is de punctualiteit van de ritten. Daarin heeft Willemsen-de Koning zelf aangegeven dat daar nog verbetering in mogelijk is en daar zullen zij zich hun uiterste best voor om -2-
dat ook allemaal, die verbetering te kunnen regelen. Hiermee heb ik al eigenlijk aangegeven wat wij als Oldenzaal hebben gedaan. Eén en ander moeten we soms afhankelijk van welke vervoer wij het over hebben met de tien gemeenten afstemmen en anders met de gemeenten Tubbergen en Dinkelland. Indien er aanleiding is om sturing te geven en actie te ondernemen dan gaan wij het regionaal ook afstemmen en anders met de twee gemeenten die ik net al noemde. Hebben wij als penvoerder contact met andere gemeenten over de ontstaande problematiek? In het begin zijn wij inderdaad bij de hele aanbesteding zijn we als penvoerder hebben wij gefunctioneerd en tijdens de aanbesteding van de doelgroep. Als wij kijken naar het vervolg, de opdrachten zijn gegund en is de formele rol van de gemeente als penvoerder daarmee ook afgerond. De uitvoering van het contract ligt nu in principe bij de gemeenten zelf. Natuurlijk zijn wij nog steeds in contact omdat wij met die tien gemeenten afspraken hebben, maar ook met de twee gemeenten voor die andere perceel. Wanneer de problemen aanhouden, wat kan het college dan doen om deze situatie op te lossen? Wij zijn periodiek in gesprek met de vervoerders en we kijken dan ook afhankelijk van waar de klachten vandaan komen hoe wij dan moeten opereren hierin, dan wel in afstemming met Dinkelland en Tubbergen. Of regionaal rondom de regiotaxi en de callcenters.
En dan moeten wij dat afstemmen met de tien colleges van de tien Twentse gemeenten. Hoe worden in het algemeen dit soort contracten gecontroleerd op naleving? Zoals ik net al heb aangegeven, we hebben een periodiek overleg voor beide percelen. Perceel 1, dat betreffende Willemsen-de Koning voor regiotaxi en callcenter, die is 1 augustus gestart. Daar zitten we nog in een soort implementatiefase. En daarom hebben we ook regelmatig overleg met deze vervoerder. En dan kom ik op periodiek één keer in de twee weken. En in het specifieke geval bij perceel 3 zitten we één keer in de twee maanden periodiek aan tafel. En op deze manier proberen we zo goed mogelijk in te spelen op de klachten en meldingen die binnenkomen. Voor zover, voorzitter. De voorzitter: Wethouder Yildirim, dank u wel voor de beantwoording. Ik kijk naar mevrouw Nevels en ik zie non-verbaal dat zij geen behoefte heeft om nog vragen te stellen hierover. Als ze tevreden is…Oh, toch. Mevrouw Nevels: Ja, ik wil de wethouder even bedanken voor de beantwoording. Het is allemaal duidelijk. Mochten er nog vragen zijn, kom ik daar nog even op terug. De voorzitter: Prima, ik kijk even de zaal rond. Er is niemand die aanstalten te maken om te reageren. Dan hebben we dit onderdeel gehad van de vergadering. 4.
Vaststellen notulen van de vergadering van 23 september 2024 De voorzitter: Dan gaan we nu over naar het vaststellen van de notulen van de vergadering van 23 september 2024. Ik kijk even rond. Ik zie niemand aanstalten maken. Er is ook niemand geweest die zich gemeld had. Dan zijn bij deze de notulen vastgesteld. 5. Vaststellen lijst van ingekomen stukken (zie bijlage met link naar de lijst) a.
Algemene stukken voor kennisgeving aan te nemen
De voorzitter: Dan gaan we over naar de lijst ingekomen stukken. Algemene stukken voor kennisgeving aan te nemen. Is er iemand die op- of aanmerkingen heeft over deze lijst? Niemand.
-3-
b.
Vragen volgens art. 32 van het Reglement van orde voor de raad 2023
De voorzitter: Dan gaan we over naar de vragen volgens artikel 32 van het Reglement van orde voor de raad. Ja, ik zie mevrouw Egbers, aan u het woord. Mevrouw Egbers: Dank u wel, voorzitter. Ik zie bij vraag B, 2A, wij hadden schriftelijke vragen gesteld wat betreft de Julie-palen. Inmiddels zijn ze al geplaatst en toch staat hier nog in behandeling. Dus ik vraag even om een verduidelijking of dit misschien nog vergeten was of komt er nog iets? Dus even een vraag aan het college. De voorzitter: Dan is het woord aan het collega. Mevrouw Zinkweg-Ankone: Dank u wel, voorzitter. U heeft vragen gesteld, schriftelijke vragen en daar mag u ook schriftelijke antwoorden op verwachten van het college. Die liggen voor zover ik weet ter besluitvorming morgen voor in het college, dus daarna zult u die beantwoording kunnen verwachten. De voorzitter: Mevrouw Egbers. Mevrouw Egbers: Geen schriftelijke vragen te beantwoorden te hebben. Maar als het bij deze al zover is, is het prima. Maar bij deze een compliment, omdat het al zo snel gebeurd is. Dank u wel. c.
Raadsinfobrieven
De voorzitter: Oké, dan gaan we nu over naar de raadsinfobrieven. Ja, dat is hier. Het woord aan de heer De Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, Van der Waal heeft het woord. In de raadsinfobrief over de Circulaire Economie vraagt het college met de raad in een sessie in gesprek te komen. Kan het college met een voorstel en een datum komen zodat dit in het presidium kan worden besproken? Dat is vraag één. Een andere vraag is, in de raadsinfobrief Proces Energiestrategie blijkt, zoals ik bij de online sessie in september al heb vernomen, dat de aangegeven procedure, de overeengekomen procedure om tot een RES 2.0 te komen, is ontdaan van een democratisch proces. En daarom verzoek ik het college en de provincie hierover een brief van treurnis te sturen. De wijziging is tot heden niet aan de raden voorgelegd. Tot zover. De voorzitter: Dan kijk ik even naar het college, wie wil er reageren? Ik zie mevrouw Rödel, aan u het woord. Mevrouw Rödel: Dank u wel, voorzitter. U vraagt naar een sessie om die te plannen in het presidium. Ten eerste is dat aan u, maar ik zou u wel willen attenderen dat wij vorige week daar een bijeenkomst over hebben gehad in het politiek forum met meerdere mensen van deze raad. Dus dan is het aan u als u dat nog een keer wil plannen. 12 of 16 december uit mijn hoofd, 16 december hebben we een vervolg bijeenkomst.
De voorzitter: Mevrouw Rödel, bedankt voor het antwoord. Ik kijk even naar de heer Van der Waal. De heer Van der Waal: Deze vraag was goed beantwoord. Ik wacht nog op een tweede vraag. De voorzitter: Dat had ik al gedacht. En dan de heer Yildirim voor het volgende antwoord. -4-
De heer Yildirim: Hopen dat die ook goed wordt beantwoord. Volgens mij gaat het hier om, met name het proces vaststelling Energiestrategie Twente. En uw opmerking is waarom wij geen zienswijze of wensen en bedenkingen insturen. Of in ieder geval de raad niet vragen om hierin mee te denken. Maar wij stellen juist hier voor om het proces even een pas op de plaats te maken. En daarmee straks weer bij u terug te komen om met het juiste proces en de juiste inhoud de discussie op te voeren. Er is nog wat onduidelijkheid bij de RES Twente organisatie. Waarbij we een afhechting missen van de RES 1.0 en een duidelijke verdeling van de rollen en de verantwoordelijkheden. En daar willen we duidelijkheid in hebben. 16 oktober hebben wij een bestuurlijk overleg gehad. Daar hebben wij opnieuw afspraken over gemaakt. En daarmee komen wij bij uw raad weer terug met de mogelijkheid om straks ook weer in ieder geval wensen en bedenkingen mee te geven voor die Energiestrategie Twente. De voorzitter: Wethouder Yildirim, dank u wel voor het antwoord. Ik zie toch dat de heer Van der Waal nog wil reageren. Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Ja, ik dank de wethouder voor het goede antwoord op basis van de nieuwe procedure. Maar de nieuwe procedure kwam ineens op ons bord, terwijl wij verwachten als raad te worden ingeschakeld bij de vaststelling van de RES 2.0.
Dat is niet gedaan en daar ben ik treurig over. De voorzitter: Ik zie dat de heer Yildirim nog een keer wil reageren. Gaat uw gang. De heer Yildirim: U krijgt nog de mogelijkheid om ook dit mee te geven straks richting de nieuwe Energiestrategie Twente. En daar gaat het bij ons ook om, om die afhechting van die RES 1.0 in het proces naar die RES 2.0. Dus wij hebben daar zorgvuldig mee, zijn we zorgvuldig gaan kijken om dit goed in ieder geval te kunnen afhechten. En daar gaat het om. Dus wij proberen jullie echt daarin goed mee te nemen, goed in positie te brengen, zodat je niet telkens over een concept hebt die nog niet volledig is. De voorzitter: Wethouder Yildirim, bedankt voor deze toelichting. Ik denk dat het voldoende beantwoord is. Ik zie het ook aan de heer Van der Waal. En dan gaan we over naar de heer Bouwman. Aan u het woord. De heer Bouwman: Dank u wel. Ik wil even reageren op de raadsinfobrief over de DUMAVA-subsidie voor die aandacht vraagt voor de verbouw van het stadhuis. Onze fractie zou graag een debat hierover willen voeren met de raad en het college om te kijken hoe we ermee omgaan. Want in deze raadsinfobrief wordt gewacht gemaakt dat we binnen drie jaar gebruik moeten maken van de subsidie. En er gaan nogal wat bedragen in om, hebben we gereserveerd. Dus we zouden graag een keer in alle openheid in debat willen met de raad en het college.
Dus bij deze voor het presidium. De voorzitter: Goed, ik snap dat u dat wilt, maar dit is een vraag voor het presidium en die gaan we daar dus behandelen. Maar die nemen we dan mee. Dank u wel. d.
Stukken ter afdoening in handen van college te stellen (4x)
De voorzitter: Dan gaan we over naar stukken ter afdoening in handen te stellen van het college. Is daar iemand die daar een opmerking over wil maken? Niemand.
-5-
e.
Stukken in handen van presidium te stellen (1x)
De voorzitter: Dan gaan we over naar de stukken die in handen moeten worden gesteld van het presidium. Ook niemand. f.
Stukken om preadvies in handen van het college te stellen – Geen
De voorzitter: En dan de stukken om preadvies in handen te stellen van het college. Goed. Bij deze vastgesteld. B(espreek)-voorstellen 6. Voorstel tot het vaststellen van de Economische visie Oldenzaal De voorzitter: Dan gaan we over naar het bespreekvoorstel. Ik kijk even rond wie het woord wil voeren. Goed. Gezien de bijdrage die er gaat komen en de diepgang daarvan, geef ik als eerste het woord aan de heer Van der Waal. Ik denk de heer Van der Waal kennende dat het een compacte behandeling zal worden. Heer Van der Waal en toch even denken aan met dien verstande. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik dank u wel. We hebben het over de economische visie en de reden daarvan is dat Oldenzaal een sterke economie en een goede economische visie nodig heeft. Daar ben ik het helemaal mee eens. Een sterke economie is enerzijds nodig om goederen en diensten te produceren waar vraag naar is. En anderzijds om werkgelegenheid te geven aan onze inwoners, om onze inwoners van voldoende inkomen te voorzien om van een brede welvaart te genieten. Allemaal woorden die ook in de visie voorkomen. Daar zijn we het ook helemaal mee eens. Toch heeft D66 een aantal bezwaren tegen deze voorgestelde visie. De visie stuurt namelijk naar onnodige groei van bedrijventerreinen en houdt geen rekening met de behoefte van Oldenzaalse werknemers en inwoners. De reden van ons bestaan als raad.
Uit de getallen in de voorgestelde visie lezen we dat er in Oldenzaal van de 3190 bedrijven 20.240 banen beschikbaar zijn. Op basis van onze huidige bevolkingsgrootte, leeftijdsopbouw en arbeidsparticipatie kan worden berekend dat er 14.450 Oldenzaalse actieve werknemers zijn. 14.500 werknemers op 20.500 banen. Dat is 1,4 baan per werknemer. Omgekeerd betekent dat het aantal arbeidsplaatsen dat er is, dat dat betekent dat er voor een bevolking van 44.500 inwoners werkgelegenheid is. Conclusie kan zijn dat Oldenzaal op dit moment niet per se meer bedrijven voor werkgelegenheid nodig heeft. In de voorgestelde visie lezen we echter dat de gemeente streeft naar een toename van het aantal arbeidsplaatsen. Het aantal benodigde arbeidsplaatsen is volgens de genoemde berekening al ruimschoots bereikt. De toename van het aantal arbeidsplaatsen kan dus niet een kerndoel zijn. Op basis daarvan heb ik het eerste amendement om de tekst op pagina 23 van de voorgestelde visie, grotere beroepsbevolking, het vergroten van de beroepsbevolking, et cetera, et cetera, tot de tekst, te vergroten in Oldenzaal, te laten vervallen met de overwegingen die bij het amendement voor de raad zijn toegevoegd. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Kijk, wij wisten natuurlijk al jaren dat wij de enige liberale partij van deze gemeente zijn. Maar het wordt nu heel hard bevestigd door de heer Van der Waal.
Ik wil de heer Van der Waal vragen, is dit een nieuwe verzuiling? Vroeger moesten wij lid worden van de katholieke school en de katholieke zwemclub en de katholieke voetbalclub. En nu is het zo dat als je in Oldenzaal woont, dan moet je ook in Oldenzaal werken, want elders is dat dan niet de bedoeling? Wat is precies uw bedoeling met het vervallen van deze tekst? De heer Van der Waal: De bedoeling van deze tekst is…Excuus, voorzitter. De bedoeling van deze tekst is om niet te groeien om het groeien, maar te groeien naar behoefte. Als elke plaats in de -6-
omgeving, Enschede, Hengelo, Oldenzaal en wat dan ook, voldoende werk, hoe heet dat, arbeidsplaatsen levert, dan zijn we met ons allen voorzien van voldoende arbeidsplaatsen. Dat betekent dat iemand uit Oldenzaal best wel in Almelo, Hengelo, Enschede, desnoods Den Haag kan werken, maar dat andersom ook mensen hier kunnen werken. Maar we hoeven niet meer arbeidsplaatsen te genereren dan nodig voor de bevolking hier in de omgeving. De voorzitter: Ik zie dat daar toch op gereageerd wordt door de heer Visscher. Mijnheer Visscher, gaat uw gang. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Maar dan denk ik dat de heer Van der Waal toch voorbij gaat aan een kenmerk van Oldenzaal. Namelijk dat wij een centrumgemeente zijn van een groter gebied. Wij hebben namelijk heel veel arbeidsplaatsen, maar de plaatsen om ons heen hebben veel minder arbeidsplaatsen. Dus wij vervullen ook een soort van regiofunctie. En dat geldt ook voor Enschede, dat geldt ook voor andere steden. Dus ik begrijp nog steeds niet hoe de heer Van der Waal denkt, door niet meer in te zetten op groei, hoe we dan de arbeidsmarkt met elkaar gaan verdelen. Want dat lijkt dan een beetje op een communistisch model te gaan lijken. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, ik zie dat u uitgedaagd wordt, dus ik geef u het woord. De heer Van der Waal: Dank u wel. Het communisme is niet het systeem waar ik voor sta.
Het liberalisme daarentegen wel. Als ik zie dat in Nederland er een veelheid te veel aan arbeidsplaatsen is, waardoor wij mensen die ‘…’gemaakt worden in veel gevallen in Nederland moeten aantrekken, dan denk ik niet dat het overal nodig is om koste wat kost arbeidsplaatsen te genereren. Laten we arbeidsplaatsen genereren voor zover er behoefte is. En als aangetoond kan worden dat dat ook voor de regio noodzakelijk is, dan ga ik daar graag in mee. Maar in de visie heb ik daar geen argumenten voor gevonden. Voorzitter, kunnen wij dan tevreden zijn met de werkgelegenheid door de bedrijven die we heden hebben? In mijn ogen, nee. In de voorgestelde visie lezen we dat vacatures niet worden ingevuld, omdat werkzoekenden geen passend profiel hebben. Zou het niet zinvol zijn te kijken naar het beschikbaar krijgen van geschikte arbeidsplaatsen? Bij het aantrekken van nieuwe bedrijven ter vervanging van bestaande is het nuttig te kijken naar het nut van deze bedrijven voor de Oldenzaalse inwoner voor wat betreft het type arbeidsplaatsen dat gaat worden geboden en of er, hoe dan ook, personeel voor de bedrijven beschikbaar is. In de visie wordt namelijk aangegeven dat er een tekort aan werknemers is.
Dat leidt voor mij tot amendement twee, waarin staat dat wanneer in de economische visie op pagina 5 onder prioriterend vestigingsbeleid staat, de gemeente streeft daarbij naar toename van het aantal arbeidsplaatsen, dat dat volgens dit amendement wordt gewijzigd in, de gemeente streeft daarbij naar het beschikbaar komen van arbeidsplaatsen die van belang zijn voor de Oldenzaalse beroepsbevolking. Daarnaast als gevolg daarvan, op pagina 15 ook, onder het kopje samengevat kern van het beleid, dezelfde tekstwijziging als daarnet is opgelezen. De voorzitter: De heer Snijders, die heeft een interruptie voor u. De heer Snijders: Dank u wel, voorzitter. Ja, ik vind dat maakt het wel een beetje complex. Want ik denk dat je arbeidsplaatsen niet zomaar ploep uit de hoed tovert. Er gaat een tijd overheen om dat te ontwikkelen. Inmiddels kan de arbeidsmarkt alweer veranderd zijn. Bovendien hebben we misschien geen zicht op wat jongeren die nu nog niet op de arbeidsmarkt zitten, in de toekomst willen gaan doen. Dus door je heel sterk te focussen op wat de vraag nu is, denk ik, maak je het hele complex van genereren van arbeidsplaatsen heel erg complex. En dat zou je niet moeten willen. De voorzitter: Ik weet niet of de heer Van der Waal hier nog op wil reageren. -7-
De heer Van der Waal: Daar wil en kan ik op reageren. Complexiteit is een onderdeel van de zaken waar we mee bezig zijn, maar ook van een visie. Deze visie heeft de bedoeling geldig te zijn tot ongeveer 2050. Als je geen visie hebt, dan blijf je gewoon achter de feiten aanhollen en blijf je banen creëren waar geen behoefte aan is. Op het moment dat je kan inschatten, op basis van welke studie dan ook, dat er behoefte is aan een bepaald type banen, kan je vanuit de bevolking ook zoeken naar bedrijven, in het geval ze zich nieuw vestigen om wat voor reden dan ook in een Oldenzaal, die dat type arbeidsplaatsen leveren. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, ik zie nu twee interrupties. U daagt de raad aardig uit. De heer Nijland, het woord. De heer Nijland: Voorzitter, op basis van welke informatie, feiten of cijfers zou blijken dat hier bedrijven zitten die niet aan de vraag voldoen, personeelsvraag. En punt twee, dat is voor mij een kwestie van omdenken of ik heb uw betoog niet gevolgd. U geeft aan dat veel inwoners blijkbaar niet het juiste profiel hebben voor Oldenzaalse bedrijven. Dan kunnen we het paard achter de wagen spannen, doen we hier de bedrijven weg, gaan we een enquête houden onder de inwoners, wat is uw profiel? Ik hou van bloemschikken, dan krijgen we bloemschikwinkels, maar er is ook nog zoiets dat heet omscholingstraject voor mensen.
Heeft de heer Van der Waal daar misschien ook aan gedacht? De voorzitter: Dank. Mijnheer Van der Waal, aan u het woord. De heer Van der Waal: Dank u, voorzitter. Daar heb ik zeker aan gedacht. In eerste instantie gaat het om de tekst die ik gelezen heb, ik hoop dat u het ook gelezen hebt, in de visie, op pagina 22, daar staat heel duidelijk dat vacatures niet worden ingevuld omdat werkzoekenden geen passend profiel hebben. Dus kan je aan twee zaken werken. Enerzijds het verbeteren van de opleiding van toekomstige en huidige werknemers. Anderzijds kan je bedrijven zoeken die passen bij het profiel van wat nodig is voor de Oldenzaalse inwoners. De voorzitter: Ik begrijp dat dit uw antwoord is. Ik kijk even. Geen reactie. Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Oude Engberink. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Allereerst, arbeidsmarktvraagstukken zijn inderdaad enorm complex. Dat gaat over de vraag van bedrijven om personeel die aan bepaalde kwalificaties, aan bepaalde competenties voldoen. Aan de andere kant over het aanbod van mensen die van baan willen veranderen, willen starten met werk of een baan zoeken vanuit een uitkeringssituatie en nog veel meer. Dat hele ecosysteem is enorm complex en dat gaf u net al aan. En dit amendement doet mij vermoeden dat u die complexiteit goed heeft beschouwd.
Maar wat ik overigens heel erg betwijfel, gezien uw uitleg en uw betoog, want wat ik hier uit dit amendement haal, is dat u op de stoel wilt gaan zitten van de ambtenaren, maar zeker nog, wat ik nog veel kwalijker vind, op de stoel wilt gaan zitten van de ondernemer. Daar gaan wij niet over. En in dat hele complexe ecosysteem wilt u nu een grote muur zetten om het Oldenzaalse, ook als ik dat herleid uit het vorige amendement. Daar is Oldenzaal veel te klein voor. Als we gaan kijken naar de problematiek die we nu ervaren bij mensen die werk zoeken of die een baan zoeken, vind ik dat wellicht niet hier in Oldenzaal, maar wellicht wel bij onze buurgemeenten of eventueel verderop. We hebben ook nog een grens. Er zijn ook bedrijven in Duitsland die om personeel verlegen zijn, waar we mensen naartoe kunnen bewegen, al dan niet met een stukje opleiding, scholing en begeleiding, bemiddeling. Dus ik vraag me echt af, op welke stoel gaat u zitten met deze amendementen?
-8-
De voorzitter: Dank u voor uw bijdrage, mevrouw Oude Engberink. Mijnheer Van der Waal, wilt u hierop reageren? De heer Van der Waal: Zeker, voorzitter, dank u wel. Ik zit hier op de stoel van het raadslid, het raadslid wat kijkt naar voorstellen. Dat ziet dat deze visie achter de feiten aan loopt door alleen maar arbeidsplaatsen te creëren waar geen behoefte aan is. Als ik zie dat gezegd wordt dat vacatures niet kunnen worden ingevuld doordat er geen geschikt personeel gevonden kan worden, als ik ergens anders lees dat meer een grotere percentage Oldenzaalse werknemers buiten Oldenzaal werk ten opzichte van andere gemeenten, dan denk ik dat er een mismatch is tussen wat de Oldenzaalse inwoner nodig heeft aan arbeidsplaatsen, aan fijne prettige arbeidsplaatsen, ten opzichte van wat er beschikbaar is. De andere stoel waar u mij op wilt zetten is die van de werkgever en dat is juist niet wat ik wil, want op het moment dat er nieuwe bedrijven bijkomen, ‘…’ voorstellen ter vervanging van bedrijven die wellicht om wat voor redenen ook Oldenzaal verlaten, dan kan acquisitie gedaan worden in de richting van bedrijven die banen leveren waar wel behoefte aan is. Dit in het belang van de Oldenzaalse inwoner waar wij voor met zijn allen voor zitten. De voorzitter: Dit is het antwoord en daar moet u mee doen, mevrouw Oude Engberink.
U wilt niet reageren, dus het woord is weer aan de heer Van der Waal. Gaat u door met uw betoog. De voorzitter: Dank u wel. Ik moet het kort houden, daarom heb ik voor het volgende amendement… De voorzitter: U heeft nog een interruptie van de heer Snijders. De heer Snijders: Misschien een voorschotje van de samenwerking tussen PvdA en GroenLinks, maar er werd door de buurman ingefluisterd dat er een woord voor is en dat heet varkenscyclus. Als er een grote vraag is naar varkensvlees, dan gaan de boeren varkens vetmesten. En daarna zijn er heel veel varkens op de markt en dan daalt de prijs. En dan gaan ze geen varkens meer vetmesten. En dan daalt het aantal varkens. De vraag stijgt weer. Enzovoort. De voorzitter: Mijnheer Snijders, ik denk dat u uw punt gemaakt heeft en ik zie ook dat de heer Van der Waal hier op wil reageren. Mijnheer Van der Waal, gaat uw gang. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik heb wat enige kennis en ervaring in de regeltechniek. Wat de heer Snijders aangeeft is een instabiel regelsysteem. Regelsystemen kunnen ingeregeld worden zodat het een stabiliserend systeem wordt. De voorzitter: Ik zie geen reactie verder uit de zaal, dus mijnheer Van der Waal, gaat u door met uw betoog.
De heer Van der Waal: Voorzitter, inleidend op mijn amendement drie zeg ik, bekijk welke arbeidsplaatsen voor de Oldenzaalse werknemers als vierde O, naast de genoemde drie O's, dat zijn allemaal management O's. Even kijken, hoe was mijn zin ook weer? Bekijken welke arbeidsplaatsen voor de Oldenzaalse werknemers benodigd zijn, lijkt ons noodzakelijk. En op basis daarvan heb ik een amendement drie opgesteld, waarbij we op pagina 25 voorstellen onder samengevat kernen van het beleid toe te voegen, de gemeente Oldenzaal doet onderzoek, of laat onderzoek doen, naar de behoefte bij de Oldenzaalse beroepsbevolking aan benodigde kwaliteit van arbeidsplaatsen om de mismatch tussen lokale vraag en aanbod tegen te kunnen gaan. Ik ga verder naar de inleiding voor het vierde amendement. Het toepassen van robotisering en kustmatige intelligentie bij bedrijven hoort niet op het terrein van de gemeente. Dat is tijdens het forum ook door de heer Visscher van de VVD
-9-
vastgesteld, althans opgemerkt. Dit hoort thuis bij de bedrijven zelf, die daarmee hun eigen productieproces mogelijk kunnen optimaliseren. En dat leidt tot een amendement vier, waar staat in de economische visie op pagina 25, met name in de maakindustrie kan toepassing van robotisering en kustmatige intelligentie zorgen voor efficiëntere werkprocessen. Deze tekst te wijzigen en aan te vullen met, met name in de maakindustrie kan toepassing van robotisering en kustmatige intelligentie zorgen voor efficiënte werkprocessen. De gemeente kan ondernemers mogelijk in contact brengen met kenniscentra op dit gebied. De gemeente speelt hier geen proactieve rol. Met de leidende principes van het waarborgen van duurzaamheid. Dat is de voorzitter, mevrouw Nevels. Mevrouw Nevels, de voorzitter onderbreekt mij. De voorzitter: Nou brandt het lampje. Ik zie een interruptie van de heer Visscher. Mijnheer Visscher, aan u het woord. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Ik heb toch een vraag aan de heer Van der Waal, want ik moet heel eerlijk zeggen dat ik zijn toevoeging om de gemeente ondernemers in contact te brengen met kenniscentra, vind ik eigenlijk al wel heel productief. En ik zou eigenlijk willen dat de gemeente dat helemaal niet gaat doen. Dus wat mij betreft moet de tekst gewoon blijven zoals die was.
De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, wilt u daarop nog reageren? De heer Van der Waal: In dat geval kan deze zin ook beter uit deze visie weggehaald worden. Want zodra het in de visie staat, suggereert dat de gemeente daar een rol in heeft. De voorzitter: Gaat u door. De heer Van der Waal: Dank u wel. Met belijdende principes van het waarborgen van duurzaamheid en het vergroten van beleving en het welzijn en het behoud en aantrekken van jongeren zijn wij het helemaal eens. Het is op basis van gegevens uit deze voorgestelde visie niet noodzakelijk de bevolking te laten groeien. Om andere redenen kan het wellicht nuttig zijn. Het wordt beschreven in de door het college opgestelde position paper, die nog niet door de raad is besproken, maar wel grote invloed zal hebben op Oldenzaal. Het wordt ten onrechte in deze visie als doelstelling genoemd. Een economische visie moet streven naar een brede welvaart door de Oldenzaalse bevolking, zoals ook beschreven in de visie. Maar dan wel voor een bevolkingsaantal dat willekeurig is, of dat nou 25.000 of 50.000 is. En dat leidt tot het vijfde amendement. Waar in de economische visie staat op pagina 10, de laatste alinea, daarnaast zet de economische visie in op groei van Oldenzaal, et cetera et cetera, tot, dat willen we met deze economische visie voorkomen. Deze tekst te laten vervallen.
En daarbij op pagina 11, een deel van de derde alinea, begint bij de tweede zin. De afgelopen jaren heeft Oldenzaal al te maken gehad met bevolkingskrimp. Als niets wordt gedaan om de aantrekkelijkheid van de stad te vergroten, zal Oldenzaal ook in de toekomst geconfronteerd worden met een demografische krimp, wat voor een neerwaartse spiraal kan zorgen. Daarom streven we naar behoud en zelfs groei van de bevolkingsomvang. Wij stellen voor deze tekst te laten vervallen, omdat dit zorgen zijn die niet in een economische visie thuishoren. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, ik zie een interruptie van de heer Visscher. Mijnheer Visscher, gaat uw gang. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Toch een vraag aan de heer Van der Waal. Bij zijn tweede overweging stelt hij dat met behoud van het huidig inwoneraantal mag worden verwacht dat het voorzieningenniveau gelijk blijft. Ik ben heel erg benieuwd waar de heer Van der Waal dat op baseert.
-10-
Want volgens mij staat ons voorzieningenniveau juist onder druk. En om onder die druk uit te komen willen we het aantal inwoners van de gemeente vergroten. Dus ik ben even benieuwd waar de heer Van der Waal dat op baseert. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, aan u het woord. De heer Van der Waal: Wat Oldenzaal ziet is een hele langzame krimp van de bevolking op basis waarvan de voorzieningen, met name de detailhandel, langzamerhand afneemt. Bij een gelijkblijvend bevolkingsaantal zie ik geen reden waarom het voorzieningenniveau omlaag gaat. Daarnaast lijkt me het voorzieningenniveau van Oldenzaal niet een onderwerp voor een economische visie, maar meer voor een position paper of daaromtrent. Dus daar is een ander type document voor bedoeld. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, ik zie een andere interruptie en dat is van de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman, aan u het woord. De heer Bouwman: Ja, u geeft aan dat bij hetzelfde aantal inwonersaantal het voorzieningenniveau overeind blijft, maar we hebben te maken met vergrijzing. En als wij op deze toer verder gaan met hetzelfde inwoners aantal, dan heeft dat denk ik wel degelijk gevolgen voor het voorzieningenniveau. U kunt ons helemaal vinden in de laatste overweging. We hadden graag ook gezien dat de position paper eerst was besproken met de raad voor dat we de economische visie zouden bespreken.
Het voorstel van ons heeft het in het presidium helaas niet gehaald. Wat ik wel eventjes afvraag, want u wilt sturen met het amendement om alsnog de discussie over de position paper aan te gaan. Maar wat ik op pagina 10 wat u wilt laten vervallen, ik zie daar niet heel veel verkeerds in waardoor wij daar nog over in discussie zouden moeten gaan. Dus ik ben eigenlijk even benieuwd waarom u op het standpunt staat dat u de tekst op pagina 10 wilt laten vervallen. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, aan u het woord. De heer Van der Waal: Voorzitter, dank u wel. Ik wil de tekst van pagina 10 en 11 die ik noemde laten vervallen, omdat deze problemen geen onderdeel hoeven zijn van een economische visie, maar van een visie over de groei, al dan niet van de stad. Dus iets als een position paper, waarvan ik heb begrepen overigens dat die ergens in december gaat worden besproken in een informele sessie, niet in de raad nog. Maar daar hoort dat wel thuis. Laat ik benadrukken, voorzitter, dat ik niet tegen een groei van Oldenzaal ben, mits daar voldoende ruimte is voor het bouwen van woningen, wat nog een ander probleem is. Maar ik ben tegen het vaststellen van een groei van Oldenzaal en een economische visie, terwijl die groei van Oldenzaal in de raad op geen enkele andere manier besproken is.
De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, ik zie geen reactie op uw bijdrage op dit moment, dus u kunt gewoon doorgaan. De heer Van der Waal: Er wordt in de visie gesproken op het aantrekken van producerende bedrijven, maar niet over uitgaansgelegenheden. Ik laat hier net als in de visie de detailhandel even bij de beschouwing. Er zijn meer cafés dan normaal, lezen we in de visie, maar er is te weinig uitgaansgelegenheid, vooral voor jongeren, zo lezen we. Hier zou de gemeente in het belang van de jongeren faciliterend en stimulerend te werk moeten gaan. Zo zouden wij een aantal jongeren alsnog aan Oldenzaal kunnen binden. Dat leidt mij tot het zesde amendement, waarbij ik voorstel om in de economische visie op pagina 21, onder het hoofdstukje samengevat kern van het beleid, dit aan te
-11-
vullen met, de gemeente stimuleert de vestiging van meer uitgaansgelegenheden in Oldenzaal, met name voor jongeren. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, ik zie wederom een interruptie van de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman, gaat uw gang. De heer Bouwman: Ja, dank u wel. Ik vind het een nobel amendement, een nobel streven. Maar heeft u ook een idee hoe de gemeente dat zou moeten stimuleren? Welke knoppen moet de gemeente dan draaien volgens u? De voorzitter: Mijnheer Van der Waal. De heer Van der Waal: Voorzitter, de gemeente trekt bedrijven aan. Producerende bedrijven, zorgbedrijven, horecabedrijven, dus ook uitgaansgelegenheden. Het trekt dat aan door ondernemers te vragen of ze zich in Oldenzaal willen vestigen. Je kan een timmerbedrijf vragen zich in Oldenzaal te vestigen, een ijzerhandel vragen zich in Oldenzaal te vestigen, een uitgaansuitbater vragen zich in Oldenzaal te vestigen. Dus op die manier. Ik zeg niet van, zorg dat het over een maand geregeld is, maar ga daar met enige sturing op acquisitie plegen. De voorzitter: Ik kijk even naar de heer Bouwman. Ik zie een instemmend knikje. En ik zie ook de heer Visscher die graag hierop wil reageren. Mijnheer Visscher, gaat uw gang. De heer Visscher: Dank u wel, voorzitter. Ook in aanvulling op de vraag van de heer Bouwman. Het antwoord is helder, maar het lijkt mij echt geen rol voor de gemeente om dat te gaan doen.
We moeten niet op de stoel van de ondernemer gaan zitten. Overigens zie ik in uw betoog dat u stelt dat er veel meer cafés dan normaal zijn in deze stad. Ik ben benieuwd of u dan ook vindt of het te veel zijn, want dan komt de Communistische Partij helemaal naar Oldenzaal om leden te werven. En daarnaast de vraag, stel er komt een uitgaansvoorziening voor jongeren. Is die dan alleen voor Oldenzaalse jongeren of ook voor eventueel van andere gemeenten? De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, ik hoor dat u wordt uitgedaagd. Aan u het woord. De heer Van der Waal: De tekst dat er meer cafés zijn dan gebruikelijk in den lande, is een tekst die ik haal uit de economische visie. Vrijwel alle argumenten die ik in de amendementen heb opgenomen, zijn letterlijk overgenomen uit de visie. Dus ik sta niet uit mijn lange haren te praten. Ze zijn er lang genoeg voor, maar die spreken niet. Zodra er een uitgaansgelegenheid is voor jongeren in Oldenzaal, dan zijn jongeren uit de wijde omgeving van harte welkom. Net als in mijn studententijd, dat er een bedrijf was met de naam De Kul in Denekamp, waar we vanuit Enschede ook graag naartoe gingen. En vanuit de centrumfunctie als genoemd in Oldenzaal juich ik het toe als jongeren uit de wijde omgeving ook in die uitgaansgelegenheid zouden komen. Voorzitter, dan ga ik verder naar het laatste deel.
Wat betreft de ontwikkeling van bedrijvigheid in Oldenzaal. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, excuus, er is toch nog een interruptie. Mijnheer Snijders, aan u het woord. De heer Snijders: Ik zat een beetje in twijfel. Ik vind het ook een nobel voorstel. Zorg gewoon dat er meer uitgaansgelegenheid voor jongeren komen. Maar waarom is die er eigenlijk niet? Ik denk, als er heel veel vraag naar zou zijn voor jongeren, dan zou er iets zijn. Want er lopen best wel veel ondernemers in Oldenzaal. Er is pas nog weer een biercafé geopend. Dus ik denk, als er veel vraag is, dan komt dat gewoon vanzelf. En ik vroeg me ook nog even af, maar dat heeft u eigenlijk al -12-
beantwoord. Jongeren die zich hier gaan vestigen. Dus u bedoelt niet van 12 tot 18. U bedoelt zelfstandig wonende jongeren, neem ik aan. Want van 12 tot 18 is ook weinig. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, aan u het woord. De heer Van der Waal: Het gaat mij om jongeren van alle leeftijden die zich internationaal verenigd hebben. Dus zowel de jongere jongeren als de wat oudere jongeren. Een uitgaansgelegenheid op basis van alleen maar de jongere jongeren, kan ik me niet voorstellen dat het rendabel is. Dus er zal een bredere functie voor moeten zijn dan alleen maar een uitgaansgelegenheid voor jongeren. En er is onlangs aan de Enschedesestraat, een niet nader te noemen in verband met reclame, een uitgaansgelegenheid geopend. Dus die is er al wel. En die probeert ook iets te doen voor jongeren. Maar waarom niet nog meer acties daarop. Ik begrijp dat de raad geen uitgaansgelegenheden voor jongeren wil. Dat valt mij van deze raad wat tegen. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, nogmaals de heer Snijders, voor de interruptie. De heer Snijders: Excuses, maar ik heb toch twee vragen gesteld. Eén daarvan was, weet u misschien waarom er zo weinig uitgaansbelevingen voor jongeren zijn? Waarom die niet vanzelf gekomen zijn, terwijl er wel heel veel cafés zijn? De voorzitter: Een heldere vraag. Mijnheer Van der Waal, aan u het antwoord.
De heer Van der Waal: Voorzitter, dat weet ik niet. De voorzitter: Dan stel ik voor dat u verder gaat met uw betoog. De heer Van der Waal: Wat betreft de ontwikkelruimte voor bedrijvigheid in Oldenzaal merken we op dat er geen behoefte is aan meer arbeidsplaatsen voor de Oldenzaalse beroepsbevolking en er nog bedrijventerreinen ongebruikt liggen. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, er is nog een interruptie voor u. Mijnheer Yildirim, aan u het woord. De heer Yildirim: Dank u wel, voorzitter. Eigenlijk wel een punt van orde, kunnen we tot een afronding komen? De voorzitter: Dat weet ik zo nog niet. Mijnheer Van der Waal, heeft u nog veel tijd nodig voor uw bijdrage? De heer Van der Waal: Ik ben toe aan het laatste amendement zoals de heer Yildirim ook bekend had kunnen hebben. Daarnaast vind ik de temperatuur in deze zaal ook wat erg hoog. En ja, kan ik me voorstellen dat mensen in slaap beginnen te vallen. Zonder overigens persoonlijk bedoeld te zijn. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, dan stel ik u voor dat u nu uw laatste amendement benoemt. En ik denk dat met een paar minuten dat het wel afgelopen is. De heer Van der Waal: Dank u wel, voorzitter. Ik was halverwege de tekst, ik zal de tekst opnieuw moeten inzetten.
Wat betreft de ontwikkelruimte voor bedrijvigheid in Oldenzaal merken we op dat er geen behoefte is aan meer arbeidsplaatsen voor de Oldenzaalse beroepsbevolking. En er nog bedrijventerreinen ongebruikt liggen. Het is voor ons dan ook een grote vraag of het terrein -13-
Hanzepoort West werkelijk en onvermijdelijk noodzakelijk is voor verdere bedrijvigheid. Oldenzaal moet belangen van bedrijvigheid en natuur onderling zorgvuldig afwegen. De woordvoerder van Deurningen Oost sprak hierover in tijdens het forum van 7 oktober. En dan luidt de tekst van amendement zeven dat waar geschreven wordt over Hanzepoort West, deze locatie voorlopig niet te gebruiken als ontwikkelruimte voor bedrijvigheid in Oldenzaal. En daarmee overal waar dus Hanzepoort West specifiek wordt genoemd in een visie, deze uit deze economische visie wordt weggenomen. De visie gaat over een globaal kaderstelling en niet over het specifiek aanwijzen van één stukje land. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, nu komen er nog twee interrupties. De heer Kramer, aan u het woord. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Uit de vele amendementen en het microniveau waarop de heer Van der Waal zich begeeft, maak ik op dat hij niet helemaal tevreden is over de inhoud van het document. Ik ben wel heel erg benieuwd hoe het volgens de heer Van der Waal mogelijk is dat de inhoud van dit document zo ver is af komen te staan van hetgeen wij als raad gevraagd hebben. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, aan u het woord. De heer Van der Waal: Ik heb daar geen idee van.
Ik kwam deze economische visie tegen en ik was heel verbaasd over de basisuitgangspunten om meer bedrijven te trekken, meer arbeidsplaatsen te creëren. Terwijl daar aantoonbaar op basis van de getallen van die zelfde visie geen behoefte aan is. De voorzitter: Oké, dat is uw antwoord. En nu de heer Snijders voor zijn interruptie. De heer Snijders: Dank u wel, voorzitter. Het gaat over het laatste amendement, Hanzepoort West. Wij zien natuurlijk ook het liefst dat dat gewoon een natuurpark wordt. Maar er staat ook in dat de afspraken gemaakt zijn met de provincie. En nou weet ik niet de inhoud van die afspraken. Dat weet misschien de wethouder of misschien heeft Van der Waal daar kennis van genomen. Daar kun je niet zomaar onderuit. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, wilt u hierop reageren? De heer Van der Waal: Ik hoor graag hier een antwoord op van de wethouder, want daar weet ik op dit moment zelf niets van. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, ik neem aan dat dit het einde was van uw betoog. Dank u wel. Dan geef ik het woord aan de heer Kramer van de PvdA. De heer Kramer: Ja, volgens mij doet hij het. Notie vooraf, ik had nooit verwacht dat ik door de heer Van der Waal links ingehaald zou worden. Maar dit is heel opmerkelijk. Voorzitter, één ding kun je…Ja, toe maar. Eigen schuld. De voorzitter: Ja, u daagt hem uit. Mijnheer Van der Waal, aan u het woord.
De heer Van der Waal: Voorzitter, dit is niet links inhalen, dit is liberaal inhalen. Daarnaast probeer ik ook een beetje zorgen te hebben over hoe de wereld zich ontwikkelt. We moeten niet groeien om het groeien om te groeien. Maar we moeten zorgvuldig omgaan met de middelen die we hebben op deze wereld, inclusief de ruimte. Waarbij we wel een goede leefomgeving creëren voor onze inwoners.
-14-
De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, bedankt voor deze toelichting. Mijnheer Kramer, gaat u door. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Ik dacht toch dat dit mijn zendtijd was, dus ik ga verder. Voorzitter, één ding kun je Oldenzaal niet verwijten, dat ze geen visie heeft. Sterker nog, bij benadering heeft ze er meer dan dertien. Van een energievisie tot een structuurvisie en van een woonvisie tot een warmtetransitievisie. In mijn betoog van vandaag wil ik niet te lang stilstaan bij de economische visie die voor ligt. Mijn fractie vat de visie samen als meer van hetzelfde met minder van het nieuwe. Het visiedocument is duidelijk niet afgezet tegen uitspraken die de raad in het verleden heeft gedaan. Wel wordt het begrip brede welvaart veelvuldig genoemd, dat ons sociaaldemocratische hart dan weer sneller doet kloppen. In mijn betoog van vandaag wil ik stilstaan bij de gevolgen van een veelvoud aan visiedocumenten, de oorzaak hiervan en de oplossing hiervoor. En dan te beginnen bij de gevolgen. In de regel kan een veelvoud aan visiedocumenten twee gevolgen hebben. Een gebrek aan focus en samenhang en een verlies aan flexibiliteit en het ontstaan van het risico op verlamming. Om met dat eerste te beginnen. Te veel visies kunnen leiden tot versnippering van aandacht en beleid.
Overheden, ook de onze, lopen daarmee het risico te veel tijd en middelen te besteden aan het ontwikkelen van verschillende strategische plannen, zonder voldoende focus op uitvoering en implementatie te hebben. Het voert te ver om te stellen dat dit laatste van toepassing is op onze stad. Wel kunnen we vaststellen dat de samenhang vertroebelt. Hetgeen kan leiden tot onduidelijkheid onder beleidsmakers en uitvoerders. Hetgeen weer resulteert in inefficiëntie in de uitvoering. Als voorbeeld wil ik hier de welles-nietes-discussie opvoeren die ik een tweetal geleden heb gevoerd met wethouder Zinkweg, voor de raadsleden die hier niet bij waren. In de economische visie staat een passage waar genoemd wordt dat de binnenstad niet te snel getransformeerd moet worden naar een woonomgeving. In het raadsprogramma schrijven wij dat de binnenstad transformeert naar een plek om te verblijven. Mede door de komst van webwinkels veranderen winkelconcepten waardoor het fysieke winkelaanbod verkleint. Ook in de detailhandelvisie beschrijven wij hoe wij het kernwinkelgebied verkleinen in de aanloopstraten en meer ruimte bieden aan wonen. De wethouder reageerde door te stellen dat de twee documenten elkaar niet per se tegen hoeven te spreken. Verblijven gaat volgens het college ook om meer dan wonen.
In het kader hiervan de vraag aan het college, hoe zit het nou echt? Hebben we hier te maken met een verschil van interpretatie of heeft het college in de loop van de maanden een andere opvatting gekregen? In het geval van dat eerste, is het college het met mij eens dat dit een uiterst zorgwekkende situatie is? Voorzitter, het gaat mijn fractie in deze discussie niet om de vraag wat we moeten doen met de bestemming van de binnenstad. Ik wil hier alleen mee aangeven dat het gebrek aan focus en samenhang aanwezig is. Dit gebrek aan focus wordt versterkt door een veelvoud aan talige documenten die elk op zichzelf aan interpretatie onderhevig zijn. Voorzitter, voordat ik verder ga moet ik opmerken dat ik een hele slechte verliezer ben. Zeker welles-nietes-discussies verlies ik niet graag. Gesterkt door frustratie, maar geïnspireerd door artificiële intelligentie heb ik een overzicht gemaakt van allen voor mij bekende visiedocumenten waarin ik de inhoud tegen elkaar afzet. Wat blijkt? Er zijn tig inconsistenties die zich in de regel laten samenvatten in een viertal thema's. Het voert voor nu te ver om elke tegenstrijdigheid te bespreken. Wel zal ik deze kruistabel na afloop van de vergadering uitdagend op de hoek van mijn tafel leggen.
Voorzitter, het zal u zeker niet verbazen dat een overdaad aan visies kan… De voorzitter: Mijnheer Kramer, wij hebben een interruptie van de heer Bouwman. Mijnheer Bouwman, gaat uw gang. De heer Bouwman: U wekt mijn nieuwsgierigheid. Wat heeft u precies gedaan? Kunt u een voorbeeld noemen?
-15-
De voorzitter: Mijnheer Kramer, aan u het woord. De heer Kramer: Dat kan ik zeker. Wat ik precies heb gedaan, ik heb alle visiedocumenten heb ik in een soort ChatGPT gegooid. En heb ik heel duidelijk de vraag gesteld van, analyseer elk document en ga na of er op inhoud zaken zijn die elkaar tegenspreken. Gek genoeg was ik niet de enige die de mogelijke inconsistentie had gevonden. Kijk ik even met een schuin oog naar wethouder Zinkweg. Ook artificiële intelligentie heeft hij gevonden. Maar verder zijn er nog wel een aantal noemenswaardigheden. Even kijken. Ja, er zijn zoveel leuke, zeg ik in de richting van de heer Bouwman. Nee, dat is niet de crux van mijn betoog, mijnheer Bouwman. Dat ga ik hier niet doen. Nee, want anders ga ik de heer Van der Waal overtreffen qua spreektijd. Dus ik stel voor, voor mezelf, om verder te gaan. De voorzitter: Ja, toch, de heer Bouwman wil toch wel reageren. Mijnheer Bouwman, gaat uw gang. De heer Bouwman: Ja, ik heb er geen problemen mee als u van der Waal overtreft. Maar het is aan u. De voorzitter: Mijnheer Kramer, u wordt uitgedaagd. Ik zou zeggen, beperk u tot twee. De heer Kramer: Zeker, zeker. Maar ik heb ook twee weken geleden in mijn discussie met wethouder Zinkweg geleerd dat ik me niet te snel moet laten uitdagen. Dus ook vandaag niet.
Voorzitter, het zal u zeker niet verbazen dat een overdaad aan visies kan leiden tot starheid in beleid. Waarbij beleidsmakers vastzitten aan vooraf opgestelde plannen en minder in staat zijn om snel te reageren op veranderende omstandigheden. Als we de wendbare organisatie willen blijven, is het zaak om dit risico in acht te nemen wanneer er een volgende keer geopperd wordt dat een visiedocument de oplossing is voor het probleem dat zich op dat moment voordoet. In het kader hiervan wil ik het college vragen of ze het met mij eens is dat dit een reëel risico is. Voorzitter, we zijn in dit huis fan van integraal werken. Ook vorige week tijdens de masterclass Sociaal Domein werd dit nogmaals benadrukt. Laat niet integraal werken nou net de oorzaak zijn van het ontstaan van een veelvoud aan visiedocumenten. Lokaal overheidsbeleid is vaak verdeeld over verschillende afdelingen en beleidsgebieden, elk met hun eigen specifieke doelen en aandachtsgebieden. Dit leidt tot de ontwikkeling van afzonderlijke visiedocumenten voor elk thema, zoals wonen, energie, mobiliteit, duurzaamheid en sociaal beleid. De vraag wie er in deze situatie ligt te slapen vind ik echter veel interessanter. Het college is primair verantwoordelijk voor het opstellen van beleid en visies. De gemeenteraad keurt deze visiedocumenten goed, nadat ze haar controlerende taak heeft uitgevoerd.
Wij hebben de plicht om kritisch toezicht te houden op hetgeen door het college geproduceerd wordt. Door onze controlerende taak serieus te nemen, kunnen we bijdragen aan een meer geconsolideerd en uitvoerbaar beleid. Als raadslid daarmee de vraag stellen aan het college, welke visiedocumenten zijn er allemaal, zegt daarmee meer over onze eigen alertheid dan over die van het college. Ik nodig mijn ambtsgenoten daarom ook uit om samen met mij de hand in eigen boezem te steken. Ook aan het college wil ik de vraag stellen welke oorzaak volgens haar ten grondslag ligt aan de situatie die we op dit moment aantreffen. Voorzitter, ik rond af. Mijn betoog moet zeker niet geïnterpreteerd worden als een pleidooi om te stoppen met visievorming. Integendeel, visievorming is belangrijk. Onze visiehonger kan echter resulteren in onwenselijke situaties, gelet op de bedrijfsvoering. Deze heb ik zojuist benoemd. Tegelijkertijd gaat er een andere persoonlijke zorg schuil onder onze visiehonger. Namelijk het feit dat wij als gemeenteraad elke vier weken een discussie horen te voeren over wat Oldenzaal is, wat Oldenzaal nodig heeft en wat de verdeling van de middelen is die hier tegenover staat. Dat is het politieke debat dat we moeten voeren. En de reden dat ik ooit de gemeenteraad in ben gegaan. Ik wil daarom de volgende motie indienen, waarbij ik me enkel beperk -16-
tot het dictum. Roept het college op in de nabije toekomst geen nieuwe visiedocumenten te ontwikkelen, tenzij externe ontwikkelingen of wetgeving hier nadrukkelijk om vragen. Prioriteit te geven aan de uitvoering en samenhang van reeds bestaande visies, zoals het raadsprogramma, de stadsvisie en sectorale plannen. In plaats van nieuwe visies te ontwikkelen, te focussen op het monitoren, evalueren en bijsturen van het bestaande beleid, om flexibiliteit en wendbaarheid te waarborgen. Tot slot kan ik vast verklappen dat mijn fractie tegen het voorstel zal stemmen. Niet omdat de economische visie wankelt, maar omdat ik niet bij wil dragen aan verdere versnippering. Ik roep mijn ambtsgenoten op mijn voorbeeld te volgen. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Kramer, dank u wel. Maar ik zie dat er nog een interruptie is van de heer Van der Waal. Mijnheer Van der Waal, gaat uw gang. De heer Van der Waal: Voorzitter, ik heb twee vragen. Ik heb me ook wel eens afgevraagd hoeveel visies zijn er nou en in welke jaren zijn ze ontwikkeld. Ik begreep uit de woorden van de heer Kramer dat het een negatieve eigenschap van mij is, niet te weten welke visies er zoal zijn. Ik vraag me af, waarom is er geen overzicht van de bestaande visies die we even snel kunnen inzien zodat het me niet meer dan vijf minuten kost. Dat is de eerste vraag.
De andere vraag is, als we geen visie opstellen maar van dag tot dag werken, hoe komen we er dan achter dat we, zoals ik heb betoogd alleen maar op zoek zijn naar werkgelegenheid, werkgelegenheid en werkgelegenheid. En dat we daar niet een aanleiding hebben om te bedenken, we moeten daar een pas op de plaats maken. Tot zover, voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Van der Waal, dank u wel. Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. De heer Van der Waal stelt twee vragen. Om met de eerste te beginnen, waarom is er geen centraal overzicht? Dat is niet het punt wat ik wilde maken. Het punt is, daarmee geven wij blijk van het feit dat we zelf niet in controle zijn. Dat we zelf niet weten welke uitspraken wij als raad in het verleden gedaan hebben. Waardoor we keer op keer in dezelfde discussie terechtkomen. Dus het was geen persoonlijk verwijt in de richting van de heer Van der Waal. Maar meer een constatering om mijn eigen argument meer kracht bij te zetten. En voor wat betreft de tweede vraag van de heer Van der Waal. Daar stelt de heer Van der Waal de vraag, moet ik dat…Hij vraagt zich af of ik er eigenlijk het belang van visiedocumenten in zie. Want immers stelt de heer Van der Waal, visiedocumenten zijn nodig omdat we anders in de operatie verzakken met elkaar. En van dag tot dag gaan we sturen met elkaar. Dat is even mijn vrije interpretatie.
Ik zeg ook niet dat wij geen visie nodig hebben. Integendeel, ik vind visievorming heel belangrijk. Mijn punt is echter dat we inmiddels wel heel veel visiedocumenten met elkaar hebben vastgesteld. En ik zou ook als tegenvraag aan de heer Van der Waal willen stellen, wat kunnen we bijvoorbeeld niet doen, en die vraag zal ik straks ook aan het college stellen, als we de economische visie niet vaststellen? Er zijn immers tal van visiedocumenten waarin soortgelijke uitspraken gedaan worden. Welke activiteiten komen dan stil te liggen? De voorzitter: Mijnheer Kramer, dank u wel. Ik zie toch dat de heer Van der Waal nog één keer wil reageren. Hou het kort. De heer Van der Waal: Voorzitter, dan zullen waarschijnlijk geen activiteiten stilliggen, maar dan zien we misschien niet ontwikkelingen van bepaalde activiteiten zoals de beschreven doelstelling om groter en groter te worden.
-17-
De voorzitter: Dat is een korte reactie. Ik weet niet of de heer Kramer hier nog op wil reageren. Maar laten we niet gaan pingpongen op dit moment. Mijnheer Kramer. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. We hebben met elkaar unaniem de motie aangenomen waarin we zeggen dat we actief op zoek moeten gaan naar bedrijfsruimte om die te transformeren naar woonruimte. En daarin staat in de overwegingen duidelijk dat wij willen groeien, groeien, groeien om zo ons voorzieningenniveau op peil te houden. En die motie is destijds unaniem gesteund, dus ook door de heer Van der Waal. De voorzitter: Mijnheer Kramer, mijn vraag, bent u aan het eind van uw betoog? Oh, excuus, mevrouw Oude Engberink, aan u het woord. Mevrouw Oude Engberink-Weideveld: Dank u wel, voorzitter. Ik heb twee vragen aan de heer Kramer. Eén betreft de motie waarin ook staat onder constaterende dat u het raadsprogramma in dezelfde zin noemt als de Stadsvisie 2040, waarbij u impliceert dat het raadsprogramma ook een visiedocument is. Dus ik ben heel even benieuwd wat dan uw definitie van een visie is. En de tweede vraag die ik heb gaat over de motie in brede geheel. U gaf net in uw betoog aan dat u graag hand in eigen boezem zou willen steken, dat u ook met de raad en het college daarover in gesprek wil gaan.
Maar ik wil ook meegeven daarin dat wij als raad natuurlijk ook het college opdracht hebben gegeven om bepaalde visies te geven. Dus ik zou u de vraag willen stellen van, in hoeverre ziet u dan voor uzelf en voor de raad daar ook een rol in, om dan wellicht ook minder om visies te vragen. Want u roept hier het college op om minder visiedocumenten te ontwikkelen, maar wellicht hebben wij daar zelf ook wel een rol in. Ik ben heel erg benieuwd naar uw standpunt daarin. De voorzitter: Mevrouw Oude Engberink, dank u wel voor uw bijdrage. Mijnheer Kramer, uw antwoord. De heer Kramer: Dank u wel, voorzitter. Het zijn eigenlijk twee procedurele vragen die mevrouw Oude Engberink stelt. De eerste is namelijk, heeft het raadsprogramma dezelfde status als een visiedocument? En het antwoord daarop is eigenlijk nee. In een raadsprogramma zeggen wij als raad hoe wij Oldenzaal in de aanstaande vier jaar willen bedienen. En is het vervolgens aan het college om te kijken hoe we daar invulling aan gaan geven. Oftewel, in het kort, de raad zegt wat ze wil en het college bepaalt vervolgens hoe we dat doen. Dus ja, daar heeft mevrouw Oude Engberink gelijk. En als het haar gerust stelt, zal ik die betreffende passage aanpassen. Voor wat betreft vraag twee, ik roep inderdaad het college op om met minder visiedocumenten op de proppen te komen.