CConstaterende datOldebroek
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag 7 april 2021

Commissie Ruimtegebruik en Leefomgeving 7 april 2021, gemeente Oldebroek14.297 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

GEMEENTE OLDEBROEK RAADSGRIFFIE COMMISSIE RUIMTEGEBRUIK EN LEEFOMGEVING Verslag van de openbare online vergadering d.d. woensdag 7 april 2021 Aanwezig Leden

:

Voorzitter Griffier : Notulist: College

: : : :

Ambt. onderst.

:

Verder aanwezig

:

Insprekers Publiek Pers

: : :

de heren A.M. Boer, J.A. Dijkstra, G.J.L. Dokter, E.D. Doorneweerd, P.H. Graansma, A. Heddema, A.J. Hellendoorn, H.G.P. Kemp, K. van Ommen, N.T. Schouten, G. Vlieger en H. Wijnne. de heer E.J. Ruitenberg. de heer J. Tabak. de heer H. Geertsma. mevrouw E.G. Vos-van de Weg en de heren B. Bergkamp en B. Engberts (wethouders). de dames A. Nijhof, A. Prinsen, K. Slijkhuis en L. Visser en de heren P. van Grootheest, H. Kuipers, R. Sueters, G. Visscher, L. Visscher en F.P. Witteveen; alsmede de heren M. van der Haven, F. Meijer en P. Reijn (allen van MyBase). mevrouw T.H. Haseloop-Amsing (burgemeester) en de heer P. Lensselink (gemeentesecretaris). 1 n.v.t. (de vergadering is alleen te volgen via live stream) -

Afwezig

:

de heer D.E. Doornwaard.

Tijd

:

19.30 – 22.53 uur

01. Opening. De voorzitter opent de digitale vergadering en heet iedereen welkom, ook de inwoners die thuis de vergadering volgen. De heer Doornwaard is met kennisgeving afwezig. 02. Vaststelling van de agenda. Op verzoek van ABO wordt punt 10 van de postlijst aan de agenda toegevoegd, als punt 6a. Met deze aanvulling wordt de agenda vastgesteld. Voor de rondvraag zijn vragen aangekondigd door de VVD en de PvdA/Burgerpartij Oldebroek. 03. Vaststellen Toeristische visie en actieprogramma. Inspreker De heer S. de Haas spreekt in namens het Toeristisch Platform Oldebroek. Het TPO is trots op wat voorligt en op het traject dat daaraan vooraf is gegaan. In de uitkomsten van het onderzoek van de rekenkamercommissie werd de economische waarde van het toerisme voor deze gemeente nog eens bevestigd. Die economische waarde verdient aandacht en een visie. Het TPO is dan ook blij met de conclusies die in het rapport staan. De visie die nu voorligt geeft een duidelijke richting aan en er zit een uitvoeringskalender bij met concrete actiepunten voor de periode tot 2030. Die actiepunten moeten leiden tot een uitbreiding van het aantal bezoekers, een vergroting van de economische spin-off en vooral ook tot een fijn leefklimaat binnen de gemeente. Voor het uitvoeren van een ambitieuze visie is uiteraard geld nodig.

Het TPO beseft dat het in financieel opzicht moeilijke tijden zijn voor de gemeente, maar benadrukt dat het belangrijk is om recht te doen aan het vele werk dat is verzet en om te investeren in de economische waarde van het toerisme. Dat doet ook recht aan de conclusies van de

-2-

rekenkamercommissie. De heer De Haas wenst de commissie veel succes bij de behandeling van dit onderwerp. Het TPO heeft er alle vertrouwen in dat de raad een goede beslissing zal nemen. De heer Kemp refereert aan de brief die het TPO aan de raadsleden heeft gestuurd. Hij vraagt wat in die brief precies wordt bedoeld met kansen, mogelijkheden en beoogde effecten die ‘passend zijn bij de identiteit van onze gemeente’. De heer De Haas meent dat in de visie al duidelijk naar die identiteit is gekeken. Oldebroek moet niet zoiets als een Efteling willen worden. Het TPO denkt met name aan de strategische ligging van de gemeente – tussen de Hanzesteden en in de buurt van water – en aan het ambachtelijke van de Veluwe. Daar moet op worden voortgebouwd. De gemeente moet ook meeliften op VisitVeluwe. De heer Kemp dacht dat met ‘identiteit’ op iets anders werd gedoeld. De heer Van Ommen wil weten waarom het TPO de ambtelijke inzet voor de toeristische sector verdubbeld wil zien worden. Hij vraagt waarin het platform beperkingen ervaart. De heer De Haas wijst op de acties in de uitvoeringskalender. Het werken met projectgroepen en de verbinding met de gemeente zijn zaken die veel tijd vragen. De toeristische sector kent kleinschalige ondernemers, die allemaal druk zijn met hun eigen bedrijf.

Het TPO heeft vooral behoefte aan coördinatie en wil daarin graag samen optrekken met een beleidsmedewerker van de gemeente. Daarnaast zou het mogelijk moeten zijn om incidenteel een beroep te doen op ambtelijke capaciteit als dat voor een bepaald project nodig is. Eerste termijn De heer Kemp ziet in het actieprogramma nog niet echt concrete acties benoemd worden. Dat vindt hij geen ramp: het is iets wat zal moeten groeien. De VVD begrijpt dat er middelen nodig zijn voor de uitvoering van het programma. Financieel-technisch heeft de fractie er wat moeite mee dat 1/3 deel van de opbrengst van de toeristenbelasting terugvloeit naar de sector. Aan de andere kant vindt ze het ook wel weer begrijpelijk. Ze zal dan ook niet proberen het tegen te houden. Meer moeite heeft de VVD met punt 3 van het voorgestelde besluit. De fractie vindt een incidentele ondersteuning bij het opstarten van het programma geen probleem, maar ze stemt niet in met de aanstelling van een vaste functionaris. Volgens de VVD biedt de financiële toestand van de gemeente daar geen ruimte voor. Bovendien moet de toeristische sector net als andere sectoren zijn eigen broek ophouden. Voor de landbouwsector zit ook geen ambtenaar in het gemeentehuis. De fractie mist een duidelijke onderbouwing van de noodzaak, de logica en de mogelijkheden van zo’n structurele ambtelijke inzet.

Verder vindt de VVD het niet terecht dat onder ‘beoogde effecten’ wordt gesproken over ‘het optimaal en passend benutten van de potentie die de gemeente Oldebroek heeft op het gebied van recreatie en toerisme’. Deze gemeente laat voor de ondernemers 50% van het weekend onbenut. Op zondag is alles dicht, behalve de recreatieparken zelf. Als de gemeente daarbij blijft, moet ze op het gebied van toerisme niet het onderste uit de kan verwachten. Wethouder Bergkamp wijst erop dat er een heel ambitieus programma voorligt, met een uitgebreide agenda. Voor de uitvoering daarvan zijn echt meer ambtelijke uren nodig. De huidige 0,4 fte voor recreatie en toerisme moet ook al worden ingezet voor overleg met de regio, Veluwe op 1 etc. Het rapport van ZKA Leisure Consultants geeft ook nadrukkelijk aan dat de uitbreiding die gevraagd wordt nodig is. Anders staat er een mooi verhaal op papier maar gebeurt er niets. De vraag is zelfs of een extra halve fte voldoende is. Het college heeft echter gekozen voor een voorzichtige inzet. Als het nodig is om voor een bepaald project nog wat meer te doen, zit dat in de projectbegroting. Het college wil ook graag de nodige kennis en capaciteit in huis houden. Als ze alleen per project capaciteit inhuurt, is die capaciteit met de beëindiging van het project weer verdwenen.

Overigens moet bij het woord ‘structureel’ bedacht worden dat het in dit voorstel gaat om een periode van vijf jaar. Als de situatie na die vijf jaar anders is, kan de raad nadenken over andere prioriteiten. Intussen leveren de ondernemers zeker ook zelf een bijdrage. In de bijlage is te zien dat er een ruwe verdeling van trekkers is gemaakt. De heer Kemp wijst erop dat de gemeente ook subsidie verstrekt aan het TPO. De heer Heddema vindt dat ZKA Leisure Consultants en het TPO een compliment verdienen voor het goede en herkenbare verhaal dat ze aan de raad hebben voorgelegd. Het verhaal speelt in op de dingen waar deze gemeente sterk in is. Er zijn logische keuzes gemaakt en er wordt niet alleen een visie voorgelegd, maar ook een uitvoeringsprogramma. Het is volstrekt duidelijk dat het belangrijk is om de toeristische sector in Oldebroek uit te breiden en te versterken. ABO kijkt een beetje jaloers naar omliggende plaatsen, waar mooie terrassen zijn ingericht en waar mensen na een wandel- of fietstocht aangenaam kunnen recreëren. Misschien kan het weekend ook beter benut worden. Maar als de gemeente het op andere dagen beter kan doen, verdient dat al een hartelijke ondersteuning. Dat komt

-3-

niet alleen de toeristen ten goede, maar ook de eigen bevolking. Zijdeling verwijst de heer Heddema naar wat hij bij de bespreking van de RES heeft gezegd over zuinig zijn op het landschap. In het rapport leest hij ook dat zorgvuldig met dat landschap wordt omgegaan. ABO kan zich vinden in de voorstellen over de inzet van middelen en van ambtelijke capaciteit. Die voorstellen passen in het besluit van de raad om een visie te laten opstellen. Een visie vraagt om uitvoering en daar zijn geld en menskracht voor nodig. Het uitvoeringsprogramma speelt goed in op het doel dat de gemeente voor ogen moet hebben. De heer Doorneweerd is ook positief over de visie en het actieprogramma. Dit kan het toerisme echt een boost geven. De ChristenUnie vindt wel dat er veel geld wordt gevraagd, terwijl de financiële situatie van de gemeente niet rooskleurig is en het coronavirus voor veel onzekerheid zorgt. Daarom vraagt de fractie wat het betekent als de gemeente na dit jaar weer teruggaat naar een inzet van 16 ambtelijke uren. Ze wil graag weten of die 32 uren echt nodig zijn of dat het er bijvoorbeeld ook 24 kunnen zijn. Het is niet verkeerd om een ambitieus programma aan de raad voor te leggen, maar de ChristenUnie vraagt zich wel af of dit programma niet te ambitieus is.

Zijn alle punten die worden genoemd wel realistisch? De fractie is ook benieuwd welke punten uit het actieprogramma prioriteit hebben. Wethouder Bergkamp herhaalt wat hij tegen de VVD heeft gezegd over de noodzaak van 0,8 fte. Als men beseft wat er op het gebied van regie en organisatie allemaal te doen is, is die 0,8 fte nog maar heel beperkt. Het programma is inderdaad erg ambitieus, maar dat sluit aan op de visie. De ambities zijn opgesteld in samenspraak met het bedrijfsleven, terwijl de raad zelf input heeft geleverd in een raadsgesprek. Als de raad met het voorstel instemt, gaat het college aan de slag met de vier strategische lijnen en met alle thema’s die benoemd zijn. Prioriteiten worden de komende tijd in overleg met de sector vastgesteld, als de vertaalslag wordt gemaakt van de uitvoeringsagenda naar de praktijk. Er komt een planning waarbij wordt bekeken wat al snel kan worden opgepakt, hopelijk nog voor het komende toeristische seizoen. Daarbij valt onder andere te denken aan bewegwijzering en misschien een extra blad voor de toeristen. Misschien dat bestaande Bed &Breakfast’s in dit verband ook iets willen doen. De wethouder weet dat er B&B’s zijn die wel een theeschenkerij of een terrasje zouden willen openen. Als er geen halve fte bij komt, is het risico groot dat er een heel ambitieus programma ligt met veel te weinig uitvoeringsmogelijkheden.

Een tussenweg van 24 uur is dus niet echt mogelijk. De periode van vijf jaar biedt voldoende tijd om een groot deel van de ambities uit te voeren. Hopelijk leidt dat tot de komst van meer toeristen en dus tot meer inkomsten. Dat is echter een kwestie van koffiedikkijken en daarom zijn er op dat punt nog geen cijfers genoemd. De heer Doorneweerd vraagt welke concrete punten niet kunnen worden uitgevoerd als de uitbreiding tot 0,8 fte er niet komt. Wethouder Bergkamp kan dat niet zeggen. Hij herhaalt dat de voorgestelde uitbreiding minimaal is. Als de raad dit voorstel afwijst, zal de sector naar zijn inschatting heel wat minder bereid zijn om actief mee te doen. Er zal dan een nieuw plan moeten komen met een aanzienlijk lagere ambitie. De heer Hellendoorn complimenteert iedereen die bijgedragen heeft aan de ontwikkeling van deze visie. Zijn fractie vindt toerisme en recreatie heel belangrijk, ook voor de werkgelegenheid. Ze legt de vinger bij de zwaktes en bedreigingen die in het rapport worden genoemd. In bijlage 1 staat onder 2.4: “Voor een bezoek aan horeca en/of dagrecreatieve aanbieders gaan inwoners veelal naar omliggende gemeenten.” Vanwege de zondagssluiting is er bij de ondernemers in de recreatieve sector weinig enthousiasme om in het weekend activiteiten te ondernemen, terwijl juist dan de meeste omzet kan worden gehaald.

De PvdA/Burgerpartij Oldebroek wil weten of er voor de gemeente een rol is weggelegd om de ondernemers op dit punt tegemoet te komen en of de wethouder daar mogelijkheden voor ziet. Het startpunt en/of het eindpunt van sommige wandel- en fietsroutes ligt bij gelegenheden die niet open zijn. Dat vindt de fractie heel vervelend. Ze dringt eropaan om zo’n route te verleggen naar een gelegenheid die wel open is, bijvoorbeeld Landal ‘t Loo. De PvdA/Burgerpartij Oldebroek vindt dat de raad een meer progressieve en open houding zal moeten aannemen om de gemeente aantrekkelijker te maken op het gebied van toeristische en recreatieve activiteiten. Er moet in ieder geval een ruimere openstelling komen van diverse recreatieve mogelijkheden. De fractie wil weten of deze raad überhaupt bereid is om te werken aan de zwaktes en bedreigingen die in het rapport worden genoemd. Wat dat betreft wil ze graag de opinies van de verschillende fracties peilen. Ze vraagt wat er gedaan moet worden om de raad in meer progressieve kaders te laten denken. Als de gemeente alleen maar blijft doen wat al gedaan wordt, betekent dat in de praktijk een achteruitgang. Dat is dus geen optie. Wethouder Bergkamp herkent het punt dat de heer Hellendoorn benoemt. In het rapport wordt niet voor niets over zwaktes gesproken. De wethouder wijst erop dat deze gemeente op zondag wel een

-4-

winkelsluiting kent, maar geen sluiting van de horeca. Door de visie die nu voorligt vast te stellen en uit te dragen, zal de gemeente iets uitstralen. Ze laat daarmee zien dat ze een positieve grondhouding heeft ten aanzien van initiatieven van ondernemers. De wethouder is ervan overtuigd dat dat een positieve uitwerking zal hebben. Hij noemt een paar voorbeelden om dat aan te tonen. Toen de gemeente aangaf dat het goed zou zijn om op het Meidoornplein horeca te realiseren, ontstond er vrij snel een initiatief. Nu er sprake is van een visie en een programma, mag het college zich buigen over een voorstel om in Noordeinde een Bed & Breakfast te realiseren. Dat past uitstekend in de filosofie die achter deze visie zit. Fruittuin Verbeek is actief betrokken geweest bij de totstandkoming van dit plan en is nu zelf van plan om op zondagmiddag meer ruimte te bieden aan het ontvangen en bezighouden van toeristen. Het is goed om Landal ’t Loo en andere bekende locaties te gebruiken als startpunt en finish van wandelen fietsroutes. Maar er zijn ondernemers langs klompenpaden en fietsroutes die ook wel wat willen bieden. Als de raad deze visie accepteert, zal dat zulke initiatieven zeker verder helpen. De heer Vlieger vindt de visie een mooi en helder stuk. Het stuk beschrijft duidelijk het karakter van deze gemeente, die bekend staat om haar landelijke ruimte en rust.

De SGP is het met de ChristenUnie eens dat het plan wel erg ambitieus is. Het is belangrijk dat kosten en baten met elkaar in evenwicht zijn. Er wordt veel gezegd over wat op de korte termijn moet gebeuren, maar de SGP vraagt zich af of er niet meer zicht moet zijn op de langere termijn. De fractie is ervoor om de kansen van de gemeente verder te benutten. Zwaktes en bedreigingen hoeven echter niet per se allemaal te worden opgelost. De SGP is blij dat deze gemeente er niet voor wil gaan om een trendy locatie in deze regio te zijn, maar dat ze blijft staan voor haar eigen identiteit. Wat deze fractie betreft hoeven er niet het hele jaar rond evenementen te worden georganiseerd. Ze vindt het belangrijk dat het aanbod van evenementen in balans is met het leefgenot. De gemeente moet zich wat dat betreft niet onnodig problemen op de hals halen. In buurgemeenten zijn op dit gebied zelfs al gerechtelijke procedures gevoerd. Verder is het aantal evenementen in deze gemeente de laatste jaren toch al toegenomen. Wethouder Bergkamp wijst erop dat in het uitvoeringsprogramma al een onderscheid is gemaakt tussen acties die op korte termijn worden uitgevoerd en acties die een wat langere doorlooptijd hebben, zoals de aanleg van fietspaden. Niet alles zal ook tegelijk kunnen worden aangepakt. De visie strekt zich uit tot 2030, maar de focus ligt op de eerste vijf jaar.

Dat is al een vrij lange termijn. Het is ook niet de bedoeling dat alle zwaktes en bedreigingen worden opgelost. Er moet ook rekening worden gehouden met de cultuur van deze gemeente. Een mooi voorbeeld uit het actieprogramma is de kerkenroute die zal worden aangegeven, zowel voor wandelaars als voor fietsers. Het is goed om het erfgoed dat deze gemeente op dat gebied heeft te presenteren. Wat de evenementenkalender betreft: Oldebroek zal inderdaad geen Efteling worden. Wel wil de gemeente de verblijfsrecreatie versterken. Daarom wil ze in kaart brengen wat hier – en ook in de omgeving – te doen is. Het is dus niet de bedoeling om groots uit te pakken met een evenemententerrein. De heer Van Ommen heeft ongeveer dezelfde vragen als de heer Kemp, maar doordat hij een poosje geen verbinding met de vergadering had, heeft hij de beantwoording door de wethouder gemist. Het CDA vraagt of het niet beter is om projectmatig ambtenaren voor deze sector in te zetten. Dan kan de gemeente per project ook iemand met een bepaald profiel zoeken. Overigens is het rapport door de fractie positief ontvangen. Het CDA is blij met de activiteiten die op het programma staan. Ze vraagt zich wel af of iedereen zich realiseert dat er op dit moment best heel wat mogelijkheden zijn. De zondagssluiting geldt bijvoorbeeld niet voor de horeca.

Wethouder Bergkamp wijst erop dat de uitbreiding met een halve fte hard nodig is om de uitvoeringsagenda voor de komende vijf jaar te realiseren. Hij herhaalt dat het voor de ambities die er liggen om een minimale uitbreiding gaat. Misschien is er voor bepaalde deelprojecten nog wel eens wat extra kennis nodig op een specifiek terrein. Er moet dan echter wel iemand zijn die dat organiseert. Die functionaris zal ook structureel aanwezig zijn bij de vergaderingen van het TPO om de regie te houden, de voortgang te bewaken en te stimuleren dat afspraken worden nagekomen. Wat de mogelijkheden op zondag betreft herhaalt de wethouder zijn beantwoording aan het adres van de heer Hellendoorn. Reactie inspreker De heer De Haas is enthousiast over de positieve reacties op het rapport. Hij onderschrijft wat de wethouder zei over de benodigde capaciteit. De gemeente moet nu gaan voor de kansen die voorliggen. Als die uitbreiding er niet komt, blijft het waarschijnlijk zoals het was. Tweede termijn

-5-

De heer Kemp wijst op de forse verhoging van de toeristenbelasting die nog niet zolang geleden is doorgevoerd. Die verhoging was hard nodig omdat het anders niet goed ging met de begroting. Nu vraagt het college om het bedrag waar het toen om ging af te romen. Dat betekent dat de winst die met het genoemde besluit is geboekt voor een groot deel weer verloren gaat. Het antwoord van de VVD op de vraag van de PvdA/Burgerpartij Oldebroek is duidelijk: als er geld wordt ingezet, moet dat gebeuren voor de hele week en niet voor zes dagen. Verder constateert de VVD dat de 0,8 fte onder andere wordt ingevoerd om de overleggen van de gemeente met het TPO te notuleren. De fractie vindt dat de sector daar gemakkelijk zelf voor kan zorgen. Daarnaast is de fte volgens de wethouder ook bedoeld voor het houden van de regie op dit gebied. In de brief van het TPO staat precies het tegenovergestelde: het platform wil zelf de regie houden, zij het in samenspraak met de gemeente. Volgens het TPO moeten de structurele middelen niet worden ingezet voor een coördinerende rol, terwijl het college dat wel voorstelt. De VVD zal daar de komende week nog eens goed over nadenken. Dat er ondernemers zijn die erover denken om op zondag hun terrassen open te stellen voor toeristen en recreanten, is iets wat de fractie positief waardeert.

Ze hoopt dat die terrassen de komende zomer dan ook echt opengaan voor fietsers die bij de betreffende gelegenheden aankomen. De heer Heddema denkt dat het college te zuinig rekent. Als dit beleid een succes wordt, mag worden verwacht dat er veel meer geld binnenkomt, ook uit de toeristenbelasting. Die belasting vormt een van de grote geldstromen van de gemeente die ze zelf kan genereren. Een halve fte extra zal op jaarbasis zo’n 30.000 à 35.000 euro kosten. Dat geld moet er dan gemakkelijk weer uit kunnen komen. De heer Heddema verbaast zich over de opmerking van de heer Kemp over het afromen van de verhoging van de toeristenbelasting. Dat een derde deel van die verhoging naar de toeristische sector gaat, is niet nieuw: daar is meteen al toe besloten toen de verhoging werd doorgevoerd. Verder heeft de heer Heddema begrepen dat er een innige samenwerking is tussen de gemeente en het TPO. Hij tilt dan ook minder zwaar aan de vraag wie nu precies de regie voert. Volgens hem gaat het erom dat beide partijen samen de sector de goede kant op duwen. De heer Kemp interrumpeert. Hij wijst erop dat de toeristenbelasting alleen geheven wordt op overnachtingen. Volgens hem zal daar niet heel veel extra geld uit komen. Verder kost een fte op dit werkgebied geen 30.000 euro, maar eerder 60.000 tot 80.000 euro. Dat is 25% van wat er binnenkomt aan toeristenbelasting.

De heer Heddema had het over een halve fte, niet over een hele. Verder zal er wel degelijk meer geld uit de toeristenbelasting komen als het aantal Bed & Breakfast’s wordt uitgebreid. Daarnaast zal Landal ’t Loo ook een betere bezetting krijgen als Oldebroek een gemeente wordt die meer mensen aantrekt. De heer Doorneweerd vindt het jammer dat het verhaal nog niet erg concreet wordt. Hij herhaalt zijn vraag wat zonder deze extra halve fte wel en niet mogelijk is. De ChristenUnie wil graag dat er veel gebeurt, maar het moet wel kunnen. Als alles betaald zou kunnen worden uit de reserve zou de fractie erin mee kunnen gaan, maar het wordt lastig als het college in deze moeilijke tijden nog eens 38.000 euro extra vraagt. De ChristenUnie wil graag weten waar dat geld vandaan moet komen. De heer Hellendoorn kan zich vinden in wat de heer Heddema zojuist heeft gezegd over de kansen en mogelijkheden die er liggen voor de gemeente. Hij hoopt wel dat een volgende bespreking zich niet beperkt tot het stellen van vragen aan de wethouder, maar dat de fracties ook dan met elkaar in debat durven te gaan. Misschien kan dat debat echter nog plaatsvinden in de raadsvergadering. De heer Vlieger denkt dat de heer Hellendoorn weet wat het standpunt van zijn fractie is als het gaat over de zondag.

De SGP ziet de zondag vanuit haar christelijke principes als een rustdag en is daarom tegen sportevenementen en het openstellen van winkels op die dag. De heer Hellendoorn interrumpeert. Hij vraagt of de SGP wel voorstander is van een openstelling van de horeca op zondag. De heer Vlieger ontkent dat. Zijn fractie ziet de zondag echt als een collectieve dag van rust. De heer Van Ommen is heel positief over het rapport en de visie. Er kan veel worden gedaan en Oldebroek is en blijft een mooie gemeente. Het CDA blijft zich alleen afvragen of de halve fte extra niet beter kan worden ingewisseld voor specialistische kennis per project, als er toch voor diverse projecten specialistische kennis bij moet komen. De fractie wil het voorstel nog een keer intern bespreken. Wethouder Bergkamp onderschrijft de reactie van de heer Heddema op de opmerking van de heer Kemp over het afromen van de verhoging van de toeristenbelasting. Op dit moment levert die belasting de gemeente zo’n 650.000 euro op. Het college heeft even overwogen om in te calculeren hoeveel er extra kan binnenkomen als dit programma wordt uitgevoerd. Maar is daar weer van afgestapt, omdat het nog te onzeker is. De wethouder hoopt zeker dat het aantal overnachtingen zal toenemen. Maar hij

-6-

gaat er ook vanuit dat recreanten en toeristen de winkels en horecagelegenheden in de gemeente zullen bezoeken. Op die manier moet de economie er ook van kunnen profiteren. Wat de regie betreft: het TPO zal daar inderdaad een belangrijke rol in vervullen. Dat is ook goed: de uitvoering moet door het bedrijfsleven worden gedragen. Toen de wethouder het over de rol van de gemeente had, doelde hij op een ondersteuning van die regierol. Het gaat inderdaad om een uitbreiding met een halve fte; de kosten daarvan zijn 38.000 euro. Dat bedrag is ook in de stukken te vinden. Voor de financiering wordt voor dit jaar een beroep gedaan op de gereserveerde middelen die vorig jaar niet zijn uitgegeven. De kosten voor de volgende jaren komen aan de orde bij de perspectievennota. Dan maakt de raad een totale afweging met betrekking tot de inzet van middelen en menskracht. Een alternatief is dat de reserve toerisme en recreatie wordt aangesproken. Wat de extra halve fte betreft: het is belangrijk dat er iemand is die goed is ingevoerd en die weet hoe de bedrijfstak en de organisatie in elkaar zitten. Dat zorgt ervoor dat er tempo kan worden gemaakt. De heer Kemp vindt dat het er niet duidelijker op wordt met de invulling van de extra halve fte.

Volgens hem zegt de wethouder nu dat de regie bij het TPO ligt en dat de functionaris van de gemeente de taak heeft om die regiefunctie van het TPO te ondersteunen. Wethouder Bergkamp geeft aan dat dat niet helemaal klopt. De regie op de uitvoering van het programma ligt bij het TPO en de functionaris van de gemeente zorgt voor input en ziet erop toe dat gemaakte afspraken worden nagekomen. Hij gaat dus achter de organisaties, de ondernemers en de gemeente aan om eraan te werken dat zij doen wat ze moeten doen. Daarbij communiceert hij dan inderdaad met het TPO, maar ook met de gemeente. De heer Doorneweerd wil weten waarom alleen voor de korte termijn een beroep kan worden gedaan op het bedrag van 55.000 euro uit de toeristenbelasting en niet ook voor de langere termijn. Verder vraagt hij of het college bij de perspectievennota concreet zal aangeven wat binnen de fte van 32 uur wel en niet kan worden gedaan. Wethouder Bergkamp antwoordt dat het bedrag van 55.000 euro vooral bedoeld is voor het uitvoeren van projecten zoals het maken van een blad en een website en het aanbrengen van verbeteringen. Als de extra fte ook van dat bedrag moet worden betaald, blijft er voor dat soort projecten maar 17.000 euro over. De wethouder zegt toe dat bij de perspectievennota wat meer toelichting zal worden gegeven op de extra halve fte in relatie tot het uitvoeringsprogramma.

Dan kan de raad ook beter in beeld krijgen wat er gebeurt als die halve fte niet voor de langere termijn wordt ingezet. Afronding: De voorzitter constateert dat dit agendapunt voldoende is besproken. Het voorstel wordt als A-onderwerp geagendeerd voor de raadsvergadering van 22 april. 04. Vaststellen subsidieverordening klimaatadaptieve maatregelen 2021-2024. De heer Hellendoorn complimenteert de ambtelijke organisatie en de wethouder met deze mooie en duidelijk uitgewerkte verordening. Het stuk kan eraan bijdragen dat de ambities van deze gemeente op het gebied van duurzaamheid worden gehaald. De PvdA/Burgerpartij Oldebroek heeft nog een paar vragen: 1. Wat gebeurt er als een initiatiefnemer subsidie aanvraagt voor een hele straat of een hele wijk? Kan zo’n initiatiefnemer meteen het hele budget opsouperen? Zo ja, is dat wenselijk? En hoe gaat de gemeente daarna dan met klimaatadaptatie om? 2. Is deze subsidie alleen bestemd voor de bestaande bouw of kan ze ook bij nieuwbouw worden toegekend? Voor klimaatadaptieve nieuwbouw zal veel geld nodig zijn. Ook dan kan iemand zomaar het hele budget opmaken. Geldt dan het principe dat wie het eerst komt het eerst maalt? 3.

Als de subsidieregeling een succes wordt en het budget binnen een paar maanden verbruikt is, kan dan een evaluatie plaatsvinden om te bekijken wat er de rest van het jaar moet gebeuren? Wethouder Bergkamp geeft aan dat het gaat om initiatieven van individuele bewoners. Niemand kan dus iets aanvragen voor een hele straat. Wel kan een aantal bewoners in een bepaalde straat eenzelfde voorziening willen aanleggen. Dat kunnen ze dan samen oppakken en dat is dan een grote stap in de richting van de doelstelling. De regeling richt zich op de bestaande bouw. In de nieuwbouw wordt klimaatadaptie bijna standaard in de plannen en de anterieure overeenkomsten meegenomen. De wethouder zegt toe dat het college eerder bij de raad terugkomt als het budget ruimschoots binnen het jaar is verbruikt. Dan kan de vraag aan de orde komen of er misschien geld bij moet. De heer Hellendoorn dacht bij nieuwbouw niet aan projecten van ontwikkelaars en corporaties maar aan plannen van individuele bewoners. Zij hebben in mindere mate met wettelijke bepalingen te maken. Kunnen zij dan wel gebruikmaken van deze regeling? Wethouder Bergkamp antwoordt dat ook met

-7-

individuele bewoners zoveel mogelijk afspraken worden gemaakt over klimaatadaptief bouwen. Deze regeling is dus echt alleen bedoeld voor bestaande woningen. De heer Graansma is ook blij met het voorstel. De regeling is goed voor het milieu en de grondwaterstand, maar ook voor de bewustwording van de inwoners. Ook al gaat het vaak maar om een kleine vergoeding, het geeft de burgers wel een zetje om met de gewenste maatregelen aan de slag te gaan. Dat de regeling goed is voor de grondwaterstand komt de gemeente ten goede, omdat de riolering dan niet verder hoeft te worden uitgebreid. Zo komt er ook weer geld terug. Veluwe Duurzaam is een goede partner, die zijn kwaliteiten al bewezen heeft. De ChristenUnie kan volledig met het plan instemmen. De heer Dijkstra laat weten dat ook het CDA een groot voorstander is van groene straten. Er ligt een goed voorstel voor dat mensen aan het denken zet en hen activeert. Voorbeelden van de beoogde maatregelen zijn al te zien. Het CDA was nog wel even bang dat de kosten hoog zouden kunnen oplopen, maar die zorg is in de beantwoording van de technische vragen weggenomen. De heer Vlieger kan zich volledig aansluiten bij de woorden van de heren Graansma en Dijkstra. De heer Schouten geeft aan dat zijn fractie wat kritischer is. Dat heeft niet zozeer te maken met de beoogde maatregelen als zodanig.

De VVD is zich sterk bewust van de problemen van hittestress en wateroverlast. Volgens deze fractie is het echter niet de taak van de gemeente om publieke gelden uit te geven voor wat op privéterrein moet gebeuren. Onder het kopje ‘Argumenten’ staat dat ook scholen worden gestimuleerd om dit soort maatregelen te nemen. De VVD vraagt in dit verband of de wethouder bekend is met de Subsidie Groene Schoolpleinen van de provincie. Het lijkt de fractie te veel van het goede als een school twee keer subsidie krijgt voor hetzelfde doel. De heer Graansma interrumpeert. Hij wijst erop dat er meer subsidieregelingen zijn voor particuliere initiatieven. Met de duurzaamheidssubsidie krijgt de burger ook geld om dingen op zijn eigen terrein te realiseren. Zoiets gebeurt vaker als de gemeente een beleid heeft om bepaalde initiatieven te stimuleren. De heer Schouten antwoordt dat de VVD over het algemeen tegen dat soort subsidies is. In uitzonderlijke gevallen vindt de fractie het acceptabel, maar in dit geval dus niet. Wethouder Bergkamp wijst erop dat zeven gemeenten op de Noord-Veluwe deze regeling gezamenlijk hebben opgesteld en haar ook gezamenlijk uitdragen. Ze is inderdaad bedoeld om gewenste initiatieven een duwtje te geven. In relatie tot de totale kosten gaat het om kleine bedragen en de regeling is bedoeld voor een beperkt aantal jaren.

Over een tijdje is het beleid niet meer nodig omdat in de nieuwbouw klimaatadaptatie standaard in de afspraken wordt meegenomen. De Subsidie Groene Schoolpleinen is bekend, wordt gepromoot en heeft voorrang boven deze plaatselijke regeling. Er is zeker al één keer gebruik van gemaakt. Ze biedt ook wat meer perspectief voor de scholen. Van stapeling zal in ieder geval geen sprake zijn. De heer Schouten vraagt of dat betekent dat scholen niet of nauwelijks gebruik zullen maken van deze gemeentelijke subsidie. In het voorstel staat dat anders. Wethouder Bergkamp antwoordt dat de aanvraag van de provinciale subsidie aan een aantal voorwaarden moet voldoen. Als een school kiest voor meer kleinschalige aanpassingen biedt deze plaatselijke regeling daar mogelijkheden voor. De heer Heddema refereert aan de vaststelling van het rioleringsplan voor het centrum van Wezep in 2019. Daarbij is ook stilgestaan bij de wens dat bewoners van dat centrum bepaalde maatregelen nemen op hun eigen erf. Een stereotiepe typering van Wezep is dat daar veel stenen zijn gelegd omdat er nu eenmaal veel goede vakmensen wonen. Voor de opvang van water heeft dat een negatieve uitwerking. ABO vindt dat er nu een verordening voorligt die uitstekend kan dienen om burgers in beweging te krijgen, zodat zij de goede dingen gaan doen. Een goede voorlichting is in dit verband een belangrijke opgave.

Daar moeten ook de scholen bij worden betrokken. Mensen moeten zich ervan bewust worden dat het van groot belang is om op een zorgvuldige manier met water om te gaan. De heer Heddema gaat vervolgens in op de opmerking van de heer Schouten over subsidie voor particuliere initiatieven. Hij wijst erop dat deze regeling een publiek belang dient. Het gaat erom dat er meer water buiten het rioolstelsel blijft en dat de wateroverlast op straat wordt tegengegaan. Wethouder Bergkamp laat nog weten dat hij Oldebroek heeft opgegeven voor het Nederlandse kampioenschap tegelwippen. Deze gemeente gaat de strijd aan met de gemeente Nunspeet. De wethouder zoekt primair een locatie in Wezep voor de start van de wedstrijd. Het is goed voor de klimaatadaptatie en tegelijk kan Oldebroek zichzelf op een positieve manier in beeld brengen. De heer Hellendoorn adviseert de wethouder met het Meidoornplein te beginnen.

-8-

Afronding: De voorzitter constateert dat het onderwerp voldoende besproken is. Het voorstel wordt als B-onderwerp geagendeerd voor de komende raadsvergadering. 05. Concept Woonprogramma. De voorzitter merkt op dat het gaat om een eerste meningsvorming. Hij roept de fracties op om de stellingen die in het raadsgesprek al zijn geponeerd in die meningsvorming mee te nemen. De heer Vlieger vindt het een mooi plan. De SGP vindt dat Oldebroek wel moet groeien, maar niet actief. Wat deze fractie betreft gaat het om de bestaande inbreidingsprojecten, waarbij dan vooral aan de inwoners moet worden gedacht. Uiteraard kunnen er ook mensen uit Zwolle deze kant opkomen, maar daar moet niet op worden ingezet. Er zal de komende jaren wel een versnelling nodig zijn: de ambities van de afgelopen jaren zijn niet helemaal gerealiseerd. Daarbij moet er wel op worden gelet dat het beleid niet beklemmend wordt voor de kleine kernen. Gezien het voorzieningenniveau dat soms wordt gevraagd is dat niet denkbeeldig. Oldebroek maakt deel uit van een regio waarin sprake is van stijgende prijzen en een woningtekort. Er worden veel minder woningen gerealiseerd dan de bedoeling was. De SGP wil graag weten welke rol het college daarin ziet voor de gemeente. Verder vindt de fractie dat moet worden ingezet op levensloopbestendige woningen, ook om doorstroming te bevorderen.

Er moeten ook starterswoningen komen en die moeten betaalbaar zijn. De starterswoningen die er nu zijn, zijn vaak te groot. Ze worden dan niet meer als starterswoningen beschouwd. Op dit gebied is er ook een belangrijke rol weggelegd voor de woningcorporaties. De SGP vraagt of de wethouder een update kan geven van de laatste gesprekken die met de corporaties zijn gevoerd. Voor het overige kan de fractie zich vinden in de voorliggende aanbevelingen. Wethouder Engberts denkt dat de standpunten van de SGP goed aansluiten bij de visie van het college. Het aantal inwoners tussen de 20 en 40 jaar loopt terug. De gemeente zal erop moeten sturen dat er niet steeds meer mensen uit die categorie vertrekken. Daar moeten dus betaalbare woningen voor komen. De regio Zwolle geeft een autonome groei aan van 40.000 woningen, terwijl ze 65.000 tot 80.000 woningen wil realiseren. Voor Oldebroek betekent dat dat er 950 woningen bij moeten komen, bovenop de autonome groei. Dat wordt een enorme opgave. Er moet dus zeker een versnelling komen, maar dan primair voor de eigen bevolking. Onderzocht zal worden hoe die eigen bevolking een voorkeurspositie kan krijgen. De gesprekken met de woningcorporaties verlopen goed. Er kwam vandaag van die kant nog een positieve reactie op het woonprogramma. De corporaties gaan over dit programma ook met de raad in gesprek.

Dan gaan ze de raad vertellen waar zij op insteken en welke mogelijkheden ze bij dit programma gaan ontwikkelen, voor Wezep en Oldebroek, en ook voor de kleinere kernen. De heer Dijkstra is blij met het rapport, maar ook met het raadsgesprek dat over dit onderwerp is gehouden. Een punt van zorg is voor het CDA dat het college de locaties van WHC en WTC al benoemt als voorrangslocaties. Dat lijkt voorbarig. In de beantwoording van de technische vragen staat dat er nog een haalbaarheidsonderzoek plaatsvindt. Op de genoemde locaties zou heel veel gebouwd kunnen worden, maar daarover bestaat dus nog geen zekerheid. Het CDA is blij dat er sprake is van een betere en meer professionele aanpak in de gesprekken met de woningcorporaties. Binnen de opgave voor de regio Zwolle wordt voor Oldebroek uitgegaan van 800 woningen. Dat is maar 1% van de totale opgave, terwijl deze gemeente dichtbij Zwolle ligt. Het CDA vindt die ambitie veel te laag. De fractie verwacht dat Oldebroek een veel groter aandeel voor haar rekening zal moeten nemen. Het CDA vindt het positief dat het grondbedrijf een verkenning zal uitvoeren met betrekking tot uitleglocaties, zoals in de beantwoording van de technische vragen staat. Voor haar aandeel in de opgave van de regio Zwolle zal deze gemeente zeker een uitleglocatie nodig hebben.

Wat de locatie De Brink betreft: die heeft de heer Dijkstra ook na herhaalde lezing van het programma niet kunnen vinden. Wethouder Engberts erkent dat er nog een haalbaarheidsonderzoek loopt met betrekking tot de WHCen WTC-locatie. Als dat onderzoek een positief resultaat oplevert, is het zaak om snel vervolgstappen te zetten. Daarom wordt aan deze locaties prioriteit gegeven. Ze passen in het totale plaatje en zullen daarin zeker mee moeten doen. In de lijst staan overigens meer prioriteringen. Ook alle inbreidingslocaties vallen daaronder. Voor de Brink geldt dat niet: die locatie had al een voorrangspositie gekregen. Er wordt druk aan gewerkt om daar een plan voor op te stellen. De locatie wordt in het programma wel degelijk benoemd en ze wordt zeker in de totale aantallen meegenomen. Wat betreft de verhouding tussen de opgave voor Oldebroek en die voor de regio Zwolle: die is anders dan de heer Dijkstra aangeeft. De regio Zwolle richt zich op een verdubbeling van de autonome groei en de

-9-

gemeente Oldebroek doet dat ook: de autonome groei is hier 950 woningen en op het programma staan nog eens 950 extra woningen. De heer Boer vindt dat er al goede vragen gesteld zijn en wil daar graag op inhaken. Ook ABO wil dat de eigen burgers voorrang krijgen. De fractie vraagt hoe dat kan worden waargemaakt. Ze constateert dat de woningvoorraad voor de eigen inwoners minimaal is. Starterswoningen en huurwoningen zijn er nog minder. Er moet dus zeker worden ingezet op starterswoningen en dan met een schuurtje erbij. Ook levensloopbestendige woningen moeten bovenaan het lijstje staan. De optie is genoemd om voor een periode van vijftien jaar een aantal woonbarakken te plaatsen. Dat ziet ABO niet echt zitten. Er is destijds ook tijdelijke bewoning geregeld voor de Molukse gemeenschap en die woningen zijn nog steeds in gebruik. Zulke tijdelijke woongelegenheden doen afbreuk aan de gemeenschap. Het is beter om iets goeds te bouwen waar men gewoon in kan blijven wonen. Wethouder Engberts wijst erop dat het nu in eerste instantie aan de raad is – en vervolgens ook aan de bewoners en de stakeholders – om aan te geven waar de gemeente op moet inzetten. Wat het geven van voorrang aan de eigen inwoners betreft: intern wordt opnieuw bekeken of dat mogelijk is en zo ja, hoe daar een goede invulling aan kan worden gegeven.

De belangrijkste opgave is in feite dat er een versnelling moet plaatsvinden als het om woningbouw gaat. Er is zoveel vraag naar woningen dat de prijzen oplopen. Jongeren vinden dus geen goede woning voor een betaalbare prijs en starters komen bijna niet aan bod. Ook in Oldebroek is de markt oververhit. Daar zal de gemeente naar moeten kijken, samen met ontwikkelaars en andere partijen. Zelf zal ze moeten bekijken hoe ze moet omgaan met de regels voor realisatiemogelijkheden. De heer Boer vraagt of het feit dat starters geen goedkope woning kunnen vinden te maken heeft met te hoge grondprijzen. Verder wil hij weten hoe de woningcorporaties kunnen worden verleid om voor deze doelgroep meer huurwoningen te bouwen, niet alleen op dure inbreidingslocaties maar ook in uitleglocaties. Wethouder Engberts vindt het niet goed om nu verwachtingen te ventileren. De vraag waar het nu om gaat, is waar de gemeente met de andere partijen op moet inzetten. Daarbij moet zeker aan goedkope woningen worden gedacht. Maar zowel door de coronacrisis als door aanleverproblemen lopen de prijzen van bouwstoffen zomaar op met 10 tot 30%. Het valt nog te bezien hoe de bouwbedrijven daarmee omgaan. De benaming ‘woonbarakken’ wil de wethouder liever niet gebruiken. Het gaat om goed ingerichte en duurzame eenheden waarin het goed wonen is. De problemen met tijdelijke woningen uit het verleden zijn bekend.

Het voordeel is echter wel dat zulke woningen snel gerealiseerd kunnen worden, zonder dat een complete bestemmingsplanprocedure moet worden doorlopen. Bekeken moet worden welke locaties daarvoor kunnen worden gebruikt. Het moet gaan om plekken die nog niet direct kunnen worden ontwikkeld. De heer Boer heeft in een presentatie gezien op welke plekken dergelijke woningen geplaatst worden. Hij kan dat geen goede locaties vinden. De heer Wijnne is blij met de ambitie om 900 extra woningen te bouwen en daarin rekening te houden met de groei van Zwolle. Groei van buitenaf is voor de ChristenUnie geen doel op zich, maar valt niet te voorkomen. Voor het in stand houden van voorzieningen is het ook wel belangrijk dat er mensen bij komen. Wat de ChristenUnie betreft wordt er snel nagedacht over mogelijke uitleglocaties. Ook deze fractie vindt het belangrijk dat de eigen inwoners een woning vinden, maar daarvoor wordt het aantal te bouwen woningen dan ook uitgebreid. De ChristenUnie vindt dat er vooral voor starters moet worden gebouwd. Voor die doelgroep is er nauwelijks aanbod. Op de hele Noord-Veluwe zijn er bijna geen goedkope woningen te vinden. De gemeente zal op een creatieve manier naar oplossingen daarvoor moeten zoeken. Om doorstroming te bevorderen moet daarbij aan kleine woningen worden gedacht.

Het moet voor starters aantrekkelijk worden gemaakt om na een aantal jaren iets groters te gaan zoeken. Men kan denken dat jongeren de gemeente verlaten voor een andere baan of voor een studie, maar de ChristenUnie vreest dat veel jongeren weggaan omdat ze hier geen huis kunnen vinden. Verder wil de fractie graag benadrukken dat het bij woningen niet alleen gaat om mooie panden, maar ook om het welzijn van mensen. Met het streven naar passende woningen voor iedereen wordt dat welzijn van de inwoners bevorderd. Er is ook sprake van aan mismatch in de woningvoorraad. Zo zijn er bijvoorbeeld te weinig levensloopbestendige woningen. Omdat er sprake is van een toenemende vergrijzing – of liever: verzilvering – zal de zorgvraag toenemen. Daarom zal de zorgcomponent ook een onderdeel moeten zijn van het woonprogramma. De ChristenUnie wil graag dat de gemeente een actief grondbeleid voert, juist als het gaat om woningen voor starters. Op dat gebied gebeurt er nu te weinig. De gemeente Ede biedt bijvoorbeeld honderd sociale koopwoningen aan. Dat gebeurt via een bepaalde

- 10 -

constructie waarbij een deel in eigendom blijft bij de gemeente. Zo zijn er meer voorbeelden van een creatieve aanpak. Deze tijd vraagt daarom. De ChristenUnie vraagt zich af of het geven van een financiële prikkel meteen helpt om de doorstroming te bevorderen, vooral voor ouderen. Deze fractie ziet als eerste stap dat er voldoende levensloopbestendige woningen zijn voor deze doelgroep. Overigens wil de ChristenUnie graag dat er voldoende woningen zijn voor elke leeftijdscategorie, al begrijpt ze dat die ambitie niet gemakkelijk kan worden gerealiseerd. Naast jongeren heeft deze gemeente ook mensen nodig tussen de 50 en 75 jaar, omdat daar een behoorlijk potentieel aan mantelzorgers in zit. Voor de voorzieningen is de groep van 30 tot 50 jaar van belang. Wethouder Engberts gaat in op wat de heer Wijnne zei over een actief grondbeleid voor het bouwen van starterswoningen. Hij heeft zelf in 2019 al contact gehad over het koop-later-systeem van de gemeente Ede. Een voorwaarde voor dat systeem is dat er sprake moet zijn van bepaalde aantallen op inbreidingslocaties. Deze optie zal echter zeker bij het programma worden betrokken. De heer Kemp constateert dat aan dit programma een goede voorlichting en een goede discussie vooraf zijn gegaan. De VVD kan zich in een groot aantal conclusies en aanbevelingen vinden.

Volgens deze fractie is er nog wel iets af te dingen op wat gezegd wordt over de onderkant van de markt. Mensen die goedkoop wonen, zullen hun huis niet gauw verlaten. Bij huurwoningen is scheef wonen zelfs een vrij normaal verschijnsel dat moeilijk kan worden tegengegaan. Op zich is het goed om te streven naar het bouwen van goedkope woningen. Maar als de bewoners daarin blijven zitten, moeten er steeds weer van dat soort woningen bij komen en blijft de gemeente daar geld in steken. De VVD ziet een oplossing voor dat probleem in het bouwen van kleine woningen met maximaal twee slaapkamers. Die zijn goedkoop, ze zijn geschikt voor een beginnend stel, maar als er gezinsuitbreiding komt moet men iets groters gaan zoeken. Zo kunnen de woningen starterswoningen blijven. Als die in de toekomst minder hard nodig zijn, kunnen ze worden gebruikt als seniorenwoningen. Een voordeel van kleinere woningen is ook dat ze veel sneller gebouwd kunnen worden dan eengezinswoningen en dat er meer op één perceel kunnen staan. Op die manier kan een groot deel van de woningvraag in deze gemeente worden ingevuld. De heer Dokter sluit aan bij wat gezegd is over het uitstekende rapport en raadsgesprek. Hij wijst erop dat Oldebroek een prachtige gemeente is, qua natuur, maar ook qua ligging: centraal in het land, langs snelwegen, langs het spoor en dichtbij Zwolle.

In de regio zijn ontwikkelingen gaande waar een passieve houding van deze gemeente zeker niet bij zou passen. De bouw van 950 extra woningen is wat de PvdA/Burgerpartij Oldebroek betreft dan ook een belangrijke ambitie. Verder is het inderdaad van belang om de eigen inwoners voorrang te geven. De gemeente moet geen aanleiding geven voor de klacht dat ze bouwt voor mensen van buiten terwijl de eigen jongeren nergens een plek kunnen krijgen. Levensloopbestendige woningen kunnen nu voor jongeren worden gebouwd en zijn in de toekomst vrij gemakkelijk toepasbaar te maken voor ouderen. Dat past bij de bevolkingsontwikkeling die deze gemeente gaat meemaken. Als het bouwen van tijdelijke woonunits voor een versnelling zorgt, is de PvdA/Burgerpartij Oldebroek daar een voorstander van. De fractie denkt daarbij niet aan barakken, zoals ABO: er zijn moderne ontwikkelingen op dit gebied die alle steun verdienen. Als deze gemeente haar jonge mensen wil vasthouden zal er wat moeten gebeuren. Er zijn veel te weinig woningen voor deze doelgroep, laat staan dat deze mensen iets kunnen krijgen wat betaalbaar is. De vraag is nu hoe het wensenlijstje eindelijk kan worden omgezet in een ‘doelijstje’. Starterswoningen zullen echt starterswoningen moeten zijn, zoals andere fracties ook al aangaven, en geen paleis Soestdijk. Verder kan gedacht worden aan de mogelijkheid van stapelbouw.

Deze gemeente houdt niet echt van hoogbouw, maar met stapelbouw valt wel ruimte te winnen. Het systeem van Ede wordt ook door de PvdA/Burgerpartij Oldebroek als een interessante ontwikkeling gezien. Dat de huidige woningmarkt zwaar overspannen is, zal in de toekomst grote gevolgen hebben. Mensen die nu een hoge prijs betalen, kunnen in de problemen komen als ze hun huis willen verkopen in een tijd die er heel anders uitziet. Het is evident dat zowel de gemeente als de landelijke overheid daarop moeten acteren. De heer Dokter hoort graag wat Oldebroek daarin kan betekenen. Hij signaleert ook de ontwikkeling dat koopwoningen worden opgekocht voor verhuur. Dat kan een verstandige belegging zijn, maar het vraagt wel om beleid van de kant van de gemeente. Het moet niet zo zijn dat ergens bijvoorbeeld een ‘Polenhotel’ ontstaat en dat dit een negatief effect heeft voor de betreffende wijk. In het programma staat dat voor verzorging en verpleging de hoop op buurgemeenten wordt gevestigd. Dat vindt de PvdA/Burgerpartij Oldebroek te gemakkelijk. Als het om haar eigen ouder wordende en zorgbehoeftige inwoners gaat, moet deze gemeente zelf ook iets willen regelen. Wat de locaties van WHC en WTC betreft: uit de stukken valt af te leiden dat daarover eigenlijk al een positieve conclusie valt te trekken. De VLS-locatie wordt niet meer

- 11 -

als voorrangslocatie genoemd; die valt kennelijk af. Dat betekent dus dat dat onderzoek kennelijk bijna klaar is. Ten slotte wil de PvdA/Burgerpartij Oldebroek graag weten of er van de gemeente, de regio of de provincie iets wordt gevraagd als het gaat om versnelling in het realiseren van plannen. De fractie hoort het graag als er beleid is dat op dit gebied als knellend wordt ervaren. Waar nodig kan de raad dan op tijd meebewegen. Wethouder Engberts denkt dat het een goede suggestie is om kleine starterswoningen te bouwen, die bij gezinsuitbreiding al snel weer verlaten zullen worden. De vraag is of het dan niet handig is om daar flexwoningen van te maken. Die kunnen sneller worden gerealiseerd en dan lukt het ook sneller om jongeren binnen de gemeente te houden die anders zullen vertrekken. Stapelbouw is zeker iets om over na te denken. Stedenbouwkundig zijn er al gauw redenen om het aantal woonlagen te beperken. Maar wil de gemeente echt iets doen aan het woningtekort, dan zal ze toch ergens de hoogte in moeten. Uiteraard moet dan wel aan bepaalde voorwaarden kunnen worden voldaan, zoals het voorkomen van hittestress, het inplannen van een groene omgeving en het zorgen voor voldoende parkeergelegenheid. Wat de overspannen marksituatie betreft: de overheid kan niet direct stappen zetten om daar iets aan te doen. Ze kan geen halt toeroepen aan de prijzen.

Aan de grondprijzen kan ze wel iets doen. En als ze een versnelling in de woningbouw kan aanbrengen, zal dat ook helpen om de oververhitte markt weer wat af te koelen. Op de WHC-locatie en in Oldebroek-West wordt al rekening gehouden met zorgvoorzieningen, voor intramurale en extramurale zorg. Ook bij andere locaties wordt nagegaan of daar zorgvoorzieningen kunnen worden gerealiseerd. Tweede termijn De heer Boer vraagt of er nog nieuwe ontwikkelingen zijn op het gebied van CPO-projecten. De heer Dokter denkt als het om kanslocaties gaat ook nog aan het Meidoornplein. Er is al eens vaker gesproken over de vraag of daar geen woningen boven winkels kunnen worden gerealiseerd. De PvdA/Burgerpartij Oldebroek wil graag weten of die mogelijkheid nog wordt bekeken. Het lijkt een gelopen race, maar andere omstandigheden vragen soms om een heroverweging. Wethouder Engberts geeft aan dat het CPO-project de Wezeper Veste klaar is. Het is een mooi project geworden. Er is wel veel inzet nodig, ook vanuit de ambtelijke organisatie, om CPO-projecten te begeleiden. Dat neemt niet weg dat er zeker ruimte voor dergelijke projecten wordt geboden. Toen begonnen werd met de Wezeper Veste is er weer een evaluatie geweest om te bekijken hoe zo’n project georganiseerd moet worden en aan welke voorwaarden het bij voorbaat moet voldoen. Op de Klepperbelt wordt ook iets gedaan in de vorm van een CPO.

Daar worden in een cluster vormen van begeleid wonen gerealiseerd. Wat het Meidoornplein betreft weet de wethouder niet precies wat concreet wordt bedoeld met woningen boven de winkels. Verdere invullingen komen echter in het vervolg nog aan de orde. Er zijn wel voorbeelden genoemd van wat mogelijk is. Daar zal over worden gesproken met de stakeholders. Uiteindelijk komt er dan een definitief advies voor de invulling van de diverse locaties. Dan kan het Meidoornplein ook weer aan de orde komen. De voorzitter wijst erop dat over het Meidoornplein al besluitvorming heeft plaatsgevonden. Hij denkt dat die besluitvorming niet wordt overgedaan. Afronding: De voorzitter constateert dat dit agendapunt voldoende is besproken. Hij vond het een goede bespreking. In het raadsgesprek over dit onderwerp werd ook al iets aan meningsvorming uitgelokt. Hij heeft geprobeerd daar de rem op te zetten. Een raadsgesprek is vooral bedoeld voor het verstrekken van informatie. Meningsvorming is iets wat publiek aan de orde moet komen en hoort daarom thuis in een openbare commissievergadering. In deze vergadering heeft het college veel input gekregen om verder te kunnen gaan met het woonprogramma. Als er vervolgstappen worden gezet, komt het college daarmee bij de raad terug. 06. Concept beleid inbreiding, woningsplitsing en pré-mantelzorgwoningen.

De voorzitter heeft begrepen dat bij dit agendapunt de focus ligt op de inbreidingslocaties. Bij agendapunt 8 kan dan desgewenst nog iets over de beide andere punten worden gezegd. De voorzitter geeft de wethouder de gelegenheid om vooraf een toelichting te geven. Wethouder Engberts bevestigt dat het nu alleen om de inbreidingslocaties gaat. In de nota worden drie specifieke denkrichtingen genoemd waar het college graag de mening van de fracties over wil horen. Het college wil ook graag weten of in de nota voldoende ruimte wordt geboden om maatwerk te kunnen aanbieden als dat nodig is. De integrale beleidsnotitie – dus inclusief de verwerking van opmerkingen

- 12 -

vanuit deze commissie – zal moeten bijdragen aan het realiseren van de woningbouwopgave. Daarbij is ook de vraag aan de orde of met die beleidsnotitie de bestaande regelgeving – die het college enigszins wil uitbreiden – wordt vereenvoudigd en verduidelijkt. De heer Dijkstra begrijpt dat inbreiding in Wezep hier en daar best mogelijk is, maar denkt dat het wel belangrijk is om er richtlijnen voor op te stellen. Het CDA heeft nog niet zo lang geleden ingestemd met inbreiding aan de Driehoek (Hattemerbroek), maar heeft daar nu spijt van: de locatie wordt veel te vol gebouwd. De gemeente moet er in ieder geval voor waken dat de bebouwing niet te fors wordt, dat de locatie goed bereikbaar blijft en dat er geen gebrek aan parkeerruimte ontstaat. De heer Boer laat weten dat ABO er niet voor is om op inbreidingslocaties zaken te gaan toepassen als het inbrengen van sloopmeters en het saneren van asbest van buiten het plangebied. De fractie heeft liever dat iemand met een concreet plan komt waar de gemeente direct wat mee kan dan dat men op deze manier de medewerking van de gemeente moet zien te krijgen. Verder wil ABO dat rekening wordt gehouden met de buurt en vooral dat er ruimte blijft om te kunnen parkeren. Dat laatste is een punt dat nogal eens vergeten wordt. De heer Kemp vindt dat er een zinvolle nota voorligt, die bijdraagt aan het bieden van duidelijkheid.

In de eerste twee specifieke denkrichtingen kan de VVD zich helemaal vinden. Wat in de derde denkrichting wordt genoemd, is voor deze fractie echter geen optie. Kwaliteiten en karakteristieke toepassingen zijn subjectieve begrippen en openen dus de deur voor willekeur. Het inbrengen van sloopmeters en het saneren van asbest (wat sowieso al zou moeten gebeuren) zijn dingen die totaal ongewenst zijn, ook in het licht van eerdere discussies over Vitaal Platteland. Wethouder Engberts legt uit dat de vraag is of de raad behoefte heeft aan het toevoegen van additionele eisen. Als ergens een kaal weiland ligt dat aan alle voorwaarden voldoet, is het dan zonder meer mogelijk om daar woningen te plaatsen? Of moet men verplicht worden om iets te doen aan kwaliteitsverbetering, zoals het groener maken van de omgeving? De heer Wijnne kan zich goed vinden in de algemene denkrichtingen. Datzelfde geldt voor de eerste specifieke denkrichting. Over de tweede specifieke denkrichting is de ChristenUnie ook positief. De fractie vraagt zich alleen af op basis waarvan de afweging wordt gemaakt. Wat de derde specifieke denkrichting betreft: De ChristenUnie vindt het op zich niet verkeerd om bepaalde kwaliteitseisen toe te voegen. Bij inbreiding op een groene locatie wordt aan de directe omgeving een stukje ruimtelijke kwaliteit ontnomen.

Het is een goed idee om dat te compenseren door het landschap in die omgeving te versterken. Daarmee kan de zorg van het CDA over het volbouwen van zo’n locatie worden ondervangen. De ChristenUnie heeft wel grote vragen over het inbrengen van sloopmeters of het saneren van asbest. Het is onwenselijk om een handel in dat soort dingen te bevorderen. De fractie ziet ook niet hoe dat de directe omgeving ten goede komt. Wethouder Engberts gaat in op de vraag over de tweede specifieke denkrichting. De afweging die in dat kader moet worden gemaakt, is of de inbreiding stedenbouwkundig inpasbaar is en of ze correspondeert met de bestaande ruimtelijke structuur. Daar zijn geen specifieke normen voor, maar de gemeente kent wel beleid op dat gebied. De heer Wijnne vraagt of het college die afweging maakt. Krijgt het college daarbij advies van wat vroeger de welstandscommissie was? Wethouder Engberts antwoordt dat een welstandscommissie alleen kijkt naar de vorm van het gebouw, terwijl het hier gaat over de stedenbouwkundige inpasbaarheid. De vraag daarbij is bijvoorbeeld of de grootte van de bebouwing aansluit bij de omgeving. De heer Dokter begint met het gelijkheidsbeginsel: in de hele gemeente moeten alle inwoners op dit gebied gelijke kansen hebben. Als van één woning twee of meer woningen kunnen worden gemaakt, is dat ook weer geld waard.

Het beleid moet voldoende ruimte bieden om daaraan bij te dragen. Aan de andere kant moeten geen ongewenste ontwikkelingen worden uitgelokt door een voor de hand liggend verdienmodel. In de omgevingsvisie moeten duidelijke basisregels worden vastgelegd, waardoor inwoners snel kunnen weten wat wel en niet mogelijk is. Dat voorkomt dat bij elke aanvraag moet worden bekeken of maatwerk moet worden toegepast. Het beleid moet dus wel aansluiten bij eerder vastgesteld beleid ten aanzien van, bijvoorbeeld, parkeernormen en milieu. De laatste jaren passen overheden milieunormen vaak gemakkelijk aan als die normen even niet goed uitkomen. Op die manier ontstaat gemakkelijk willekeur. Ook wat de PvdA/Burgerpartij Oldebroek betreft kan de derde specifieke denkrichting beter worden afgevoerd. Als iets buiten het plangebied vandaan wordt gehaald, ontstaat er een ruilhandel die voor dat plangebied niet echt een kwaliteitsverbetering betekent. Het opleggen van een verplichting om voor een kwaliteitsverbetering te zorgen, hoort misschien bij het kader dat in

- 13 -

de omgevingsvisie moet worden meegenomen. In de eerste en de tweede specifieke denkrichting kan de PvdA/Burgerpartij Oldebroek zich wel vinden. De heer Vlieger geeft aan dat de SGP zich kan vinden in alle voorgelegde denkrichtingen. De fractie ziet de uitwerking graag tegemoet. Tweede termijn De heer Dijkstra laat weten dat ook zijn fractie akkoord gaat met de eerste twee specifieke denkrichtingen, maar niet met de derde. Het CDA sluit zich aan bij wat de andere fracties daarover gezegd hebben. Additionele eisen met betrekking tot de kwaliteit moeten worden opgenomen in de omgevingsvisie. Verder kan de fractie zich vinden in de nota zoals ze voorligt. Ze hoopt op een goede uitwerking. De heer Boer constateert dat de eerste twee specifieke denkrichtingen dingen beschrijven die nu ook al aan de orde zijn. Dat wil ABO graag zo laten. De derde denkrichting moet geschrapt worden. Wat de vraag van de wethouder over het toevoegen van additionele eisen betreft: binnen de bebouwde kom zijn niet veel weilanden meer te vinden. Als er toch ergens één ligt, is het goed om met de stedenbouwkundige te overleggen wat een juiste invulling is en wat landschappelijk kan worden ingetekend om de inbreiding een beleefbare functie te geven. Het is moeilijk om hier in het algemeen iets over te zeggen, maar in concrete situaties kan vast wel een oplossing worden gevonden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Oldebroek&id=8e849493-6165-4512-b526-a8a4b82ddb2d