Verslag 31 oktober 2023
Tekst van het document
Notulen commissievergadering Ruimtegebruik en Leefomgeving Verslag van de extra openbare vergadering van 31 oktober 2023, om 19.30 uur.
Aanwezig Commissie:
A.M. Boer, F.B. van den Bosch-Pleijter, J.A. Dijkstra, H.G.P. Kemp, L.M. van Oene, G.J. Overkempe, B. van Putten, W.J. Sanders, G. Vlieger, J.C. Vroombout, H. Wijnne
Voorzitter:
W-H. Peggeman
Griffier:
H. Tabak
Notulist:
R.H. Huisman-Geertsma
College:
B. Engberts en B. Flier (wethouders)
Ambt. Onderst.:
F. Beekhuis, J.W. van Hoorn
Tevens aanwezig: P. Lensselink (gemeentesecretaris) Insprekers:
-
Publiek:
-
Afwezig Commissie:
K. van de Put, N.T. Schouten, A. Heddema
01. Opening De voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom.
02. Vaststelling van de agenda De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
03. Voorstel: vaststelling ontwerpbestemmingsplan Wezep, Stationsweg 17-19, wijzigen gebruiksregel Eerste termijn De heer Boer heeft de schriftelijke beantwoording gelezen. Hij begrijpt daar uit dat het de bedoeling is om de boodschappen voornamelijk in het winkelcentrum te doen. Vallen daar de Boni en de Aldi dan niet onder? Want die zijn gevestigd in een ander deel van Wezep. Er zijn meerdere winkels aan de Stationsstraat. Kan je als gemeente een plan als dit opleggen? Ook leest hij dat er een verzoek kan komen tot planschade. Aan de andere kant zou de locatie geschikt zijn voor woningbouw. Als dezelfde ondernemer dit aanvraagt, vervalt dan de planschade? Wethouder Flier: De gemeente kan dit opleggen als hiertoe aanleiding is. In dit geval is het duidelijk dat er op deze locatie geen supermarkt mag komen. Die zou dan weer concurreren met de supermarkten in het centrum. Er is dus geen ruimte voor nog een supermarkt. Bovendien geeft het een verkeer aantrekkende werking. Dat is in dit stuk van de bebouwde kom van Wezep niet passend. Het antwoord op de vraag over planschade is, dat dit altijd mogelijk is om aan te vragen. De heer Boer zegt dat dit klopt, maar stel er komt een vervolg van woningbouw door dezelfde ontwikkelaar. Vervalt dit recht van planschade dan? Ook wordt nu gefocust op een supermarkt.
Maar stel dat de ontwikkelaar zegt: het wordt geen supermarkt, maar er komt een Welkoop o.i.d. Kan dat? Wethouder Flier zegt dat het hier duidelijk om een functie van detailhandel gaat, daar valt zoiets als een Welkoop ook onder. Het recht op planschade vervalt niet. De heer Wijnne vraagt waarom het nu besproken wordt en niet in de vorige vergadering. Het is al eerder zo gegaan dat iets op het laatste moment besproken moet worden. Is er geen duidelijk overzicht op de planning wanneer dit soort dingen besproken moeten worden? De raad wordt er iedere keer door verrast. 1
Hij meende dat er altijd goed contact was met de eigenaren. Uit de zienswijze lijkt dit anders. Hoe is het contact en kan er weer een lange juridische strijd verwacht worden? Hoe loopt het overleg en moeten we er nu wel tijd in steken, want er is best veel te doen op het gebied van woningbouw en je moet prioriteiten stellen. Wethouder Flier geeft voor de eerste vraag de heer Van Hoorn (ambtenaar) het woord. De heer Van Hoorn: De Wro (Wet ruimtelijke ordening) schrijft voor dat wanneer een ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gelegd, na de zes weken termijn binnen 12 weken de raad een besluit moet nemen. In dit geval is de zienswijze op de laatste dag van de zes weken termijn van terinzagelegging ontvangen, het gaat hier om een nietvolledige zienswijze, een zogeheten pro forma zienswijze. Het college moet dan een termijn geven waarbinnen de aanvullende gegevens ingediend moeten worden. Op de laatste dag van de gestelde termijn zijn er pas aanvullingen ingediend. Dat gaat allemaal af van de besluittermijn van 12 weken. Als dan gekeken wordt naar het vergaderrooster van de raad, dan lukt het niet om de raadsvergadering van december aan te houden. Daarom moet er nu een extra commissievergadering gebruikt worden om toch nog binnen die 12 weken de raad een besluit te laten nemen. Wethouder Flier: Core business van de projectontwikkelaar is het ontwikkelen van supermarkten.
Er zijn tot nu toe goede gesprekken gaande en men is er nu wel van overtuigd dat een supermarkt op deze locatie niet gewenst is. Er zijn gesprekken om tot appartementenbouw over te gaan op deze locatie. Zoals de locatie er bij ligt, is het wel de moeite waard om hier tijd in te steken. Het wordt er niet beter op. De heer Vlieger staat nog steeds achter dit besluit. Het is niet wenselijk dat hier een supermarkt komt. Hij heeft verder geen vragen. De heer Kemp zegt dat als hij het goed begrepen heeft, het gaat om het vaststellen van een ontwerpbestemmingsplan. Wat er nu gedaan is, is het wijzigen van de gebruiksregels, inclusief de bestemming detailhandel die eruit gaat. Wat wel mogelijk blijft is extensieve detailhandel. Als het gaat om woningbouw zal er een nieuw bestemmingsplan moeten komen. Als betrokkene extensieve detailhandel wil toepassen, kan hij bij wijze van spreken morgen starten. Hij heeft gekeken naar wat de bezwaren zouden kunnen zijn en er wordt verwezen naar een rapport van twee jaar oud. De indiener van de zienswijze vond twee jaar veel, maar op basis van dat rapport is de Plus aan het verbouwen gegaan en de Lidl aan nieuwbouw begonnen. Zo oud is het dus nog niet, dat argument vindt hij niet zo sterk.
Wat betreft in de zienswijze dat aangegeven wordt dat het bedoeld is om de ondernemers te beschermen dan wel de belangen van de gemeente: dit vindt hij alleen maar goed. Als de initiatiefnemer zelf een supermarkt in de buurt had gehad, en deze situatie had zich voorgedaan, dan was de wereld te klein geweest. Hij snapt de zienswijze dus niet helemaal. Wel is hij blij dat er goede gesprekken gaande zijn over eventuele verdere ontwikkelingen. Van de zienswijze vindt hij dat deze met de eigen argumentatie om zeep is geholpen. Er is heel veel geld gestoken in het centrum van Wezep met betrekking tot detailhandel, dus het zou raar zijn als de gemeente toestemming zou geven aan detailhandel buiten dat gebied. Hij is hier blij mee, maar wil wel graag weten wanneer de raad een nieuw bestemmingsplan tegemoet kan zien voor de nieuwe plannen. De heer Van Hoorn zegt dat er al een concept ontwerpbestemmingsplan ligt, deze is begin september ingediend en is al door de organisatie beoordeeld. Ook is men al bezig met het opstellen van een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer. Binnenkort staat een inloopavond gepland voor de buurtbewoners, georganiseerd vanuit de initiatiefnemer. Die zet zeker stappen om een appartementencomplex te bouwen. De heer Kemp begrijpt hieruit dat het om een soort tussenpauze gaat? De heer Van Hoorn: Qua bestemmingsplan klopt dat.
Dit moet gedaan worden omdat het voorbereidingsbesluit qua rechtsbescherming wel in stand moet blijven; anders vervalt deze. Wethouder Flier vult aan dat de gemeente hierin geen risico wil lopen. De heer Boer interrumpeert en vraagt of dit bestemmingsplan nodig is. Had er niet nog een keer voor een jaar een voorbereidingsbesluit genomen kunnen worden? Dat kan toch 3 jaar? De heer Van Hoorn: Als een voorbereidingsbesluit genomen is, is dat maar een jaar geldig en is niet te verlengen. Dan moet je weer een nieuw voorbereidingsbesluit nemen. Daar had voor gekozen kunnen worden, maar men wist niet hoe het met de plannen van de eigenaar van de locatie naar aanleiding van dit ontwerpbestemmingsplan zou verlopen. Het was nog niet bekend of hij wel verder wilde gaan met de bestemming wonen en het was een te groot risico om daar op te gokken. De heer Boer meent dat de gemeente dit wel eens eerder drie keer heeft gedaan. We gaan ons nu in een bestemmingsplan storten waarop de eigenaar planschade in kan dienen, en hij weet al dat hij toch huizen gaat bouwen. Waarom dan niet het voorbereidingsbesluit nog een jaar doorzetten? De heer Van Hoorn: Op het moment dat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gebracht werd, was dit nog niet zeker. De eigenaar van de locatie wilde toen nog een supermarkt realiseren. Hij heeft in het voortraject een officiële omgevingsaanvraag ingediend.
Die heeft het college uiteindelijk geweigerd. De bezwaarprocedure daartegen loopt 2
nog. Alle juridische procedures die je kan aanspannen om een supermarkt daar te vestigen lopen dus nog. En het college kan niet met zekerheid zeggen dat de initiatiefnemer dat laat liggen. Pas nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage is gegaan, kwam meer zekerheid over de gewijzigde koers richting woningbouw. Maar die zekerheid is op dit moment nog niet 100 procent. De heer Dijkstra begrijpt dat het perceel destijds voor grof geld verkocht is. Komt dat met woningbouw wel uit? Wat zijn de eventuele financiële consequenties? Wethouder Flier zegt dat hij dit nog niet weet. De heer Overkempe heeft geen opmerkingen. De heer Vroombout heeft ook geen opmerkingen. De heer Boer wil nog graag dat de wethouder aan de ontwikkelaar vraagt om het overtollige gras op de locatie weg te halen. Je ziet een grote achteruitgang op dit terrein. Wethouder Flier belooft dat hij dit zal meegeven aan de eigenaar. Tweede termijn Er zijn geen vragen in de tweede termijn Afronding Dit gaat mee als B-onderwerp naar de raadsvergadering van 9 november.
04. Actualiteiten regionale samenwerkingen w.o. Kop van de Veluwe, regio Zwolle Geen mededelingen.
05. Mededelingen en inlichtingen college Wethouder Flier: In het voorstel met betrekking tot het bestemmingsplan buitengebied Oude weg 10a, locatie Borst, die volgende week op de raadsagenda staat, is er na de behandeling in de raadscommissie een verduidelijking aangebracht. Hij wil hiervan graag de raad op de hoogte brengen. Dat bestaat uit een verduidelijkende aanvulling op artikel 3, sub a in de regels behorende bij het bestemmingsplan. Daar staat: ‘Agrarisch bedrijfsmatig gebruik’. Dit is veranderd in ‘Agrarisch bedrijfsmatig gebruik, anders dan het gebruik als mestopslag.’ Op basis van deze definitie is gebruik als mestopslag niet toegestaan. Door deze toevoeging wordt dit meteen duidelijk. Hij wil nogmaals verduidelijken dat het louter een aanvulling is om het artikel duidelijker te maken. Er heeft na de behandeling in de commissie geen inhoudelijke verandering plaatsgevonden, het te nemen besluit is ook niet veranderd. De jurist van de gemeente en die van de initiatiefnemer zijn meegenomen in de aanvullingen. De adviseur van de eigenaar van de naast het plan gelegen boerderij (de partij die bezwaar heeft ingediend) is ook hiervan op de hoogte gesteld.
06. Rondvraag De ChristenUnie heeft een rondvraag ingediend. Mevrouw Van den Bosch: In de commissievergadering van 12 september jl. werd het gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan besproken. ChristenUnie vroeg in die bespreking om meer aandacht voor onder andere het openbaar vervoer in onze gemeente. De afgelopen maanden zijn er steeds meer geluiden dat de bussen niet of niet op tijd rijden in de gemeente Oldebroek. Bussen vallen vooral in de spits tussen 7-9 en tussen 17-19 uur uit. Bussen die wel rijden zitten daardoor overvol, het lijkt een structureel probleem te worden. Hierdoor komen veel mensen niet of veel te laat op hun werk en school, en ook het weer thuis komen is dan een probleem. De busmaatschappijen geven aan dat personeelsgebrek één van de redenen is. Ook blijkt de zogenoemde tussenoplossing als een beltaxi in de praktijk niet te werken. Dit mag echter nooit betekenen dat een gebied onbereikbaar wordt voor mensen die afhankelijk zijn van openbaar vervoer. Het is zeker ook voor ouderen een zeer onwenselijke situatie om de winterperiode in te gaan.
De vragen: • Kan de wethouder er bij de provincie op aandringen dat er bij het vervoersbedrijf op korte termijn gewerkt gaat worden aan een betrouwbaarder stabiele inrichting? • Kan de wethouder aandringen op een betere tussenoplossing als de beltaxi? • Kan de wethouder verzoeken om een betrouwbare reisplanning in het algemeen?
3
Wethouder Engberts antwoordt dat intern de signalen in ieder geval niet worden herkend, dat wil zeggen er zijn geen meldingen bekend. Het kan wel zo zijn dat die klachten al rechtstreeks naar de busmaatschappij en provincie zijn gegaan. Daarom heeft hij de vraag ook bij de provincie neergelegd, die is hier verantwoordelijk voor. Hij kreeg de volgende antwoorden: ‘Een van de grootste problemen is het tekort aan personeel, waardoor er concessies moeten worden gedaan. De vervoerders moeten voldoen aan gestelde kwaliteitseisen. De vervoerder is aangesproken om de nodige actie te ondernemen, helaas vergt dit enige tijd. De zomerdienstregeling is verlengd tot en met week 39, zodat de vervoerder aan de reizigers zoveel mogelijk een betrouwbare dienstregeling kon bieden. Vanaf week 40 wordt gewerkt met de normale dienstregeling, waarbij uitval inmiddels verminderd is. De provincie houdt de komende periode de zaak nauwlettend in de gaten.’ Ook het college zal een vinger aan de pols houden. Bij de heer Vroombout waren deze perikelen ook niet bekend. Maar hij wil aan de provincie aanvullend een suggestie meegeven om het verplichte aspect van zondagsarbeid ter sprake te brengen. Er is volgens CVO een flink aantal mensen dat bereid is in het OV te werken, maar niet op zondag. Als hierin meer souplesse zou komen, zou er een potentieel nieuwe groep aangeboord kunnen worden.
Wethouder Engberts zegt dat de provincie daar zelf over gaat als opdrachtgever. Dat moet in de aanbesteding meegenomen worden. Er is net een nieuwe concessie gedaan en daar kan je nu nog niet gelijk wat mee, maar bij vervolgstappen in de aanbesteding zou dit meegenomen kunnen worden. De heer Vroombout zegt dat ongeacht de concessie, vanuit de vervoersbedrijven zelf meegegeven wordt dat je op zondag moet willen werken. Hij zou graag willen dat die vereiste er af zou gaan. De voorzitter denkt dat de boodschap helder is. De heer Van Oene wil nog zeggen dat hij de signalen herkent en is blij dat de ChristenUnie deze vragen stelde.
07. Afronding en sluiting De voorzitter sluit de vergadering af om 20.00u. Verslag ongewijzigd vastgesteld op 29 november 2023. , griffier J. Tabak.
4